CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

524738 - Bijlage 41 - B12 Korenblik

Raadsvergadering 26 februari 2024, gemeente ZutphenBij agendapunt: Biodiversiteitsplan Zutphen 2023824 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Korenblik Het deelgebied Korenblik ligt in het kampen- en essenlandschap. De hoger gelegen zandgronden werden vanaf de negende eeuw ontgonnen voor agrarisch gebruik en omgevormd tot enken en essen. Dit zijn bollingen in het landschap, ontstaan door toepassen van heideplaggen, vermengd met mest. De lager gelegen nattere delen van het gebied werden later ontgonnen. De ontginningen in de Korenblik zijn jonger dan de kampen-ontginning in de omgeving. Ook de schaalvergroting door ruilverkaveling is relatief laat in gang gezet. Vanaf 1975 verdwenen de meeste houtwallen en perceelsgrenzen. In het gebied zijn nog veel kleine bosgebiedjes overgebleven. Het is daardoor een afwisselend landschap gebleven.

Gebiedskenmerken Oppervlakte:

229 ha

Bodem:

Podzolgronden, Kalkloze zandgronden, Dikke eerdgronden, Rivierkleigronden

Water:

1 m -mv

Type landschap:

Agrarisch zone, Natuurzone

Karakteristieke soorten (totaal aantal waargenomen soorten NDFF: 260) Vogels (92 waargenomen soorten) Boerenzwaluw, Gele kwikstaart, Graspieper, Grauwe vliegenvanger, Grote lijster, Huismus, Huiszwaluw, Keep, Kneu, Kramsvogel, Paapje, Ransuil, Ringmus, Spotvogel, Steenuil, Torenvalk, Wulp, Gekraagde roodstaart, Braamsluiper Amfibieën en reptielen (2 waargenomen soorten) Gewone pad Groene kikker

Dagvlinders (11 waargenomen soorten) Citroenvlinder Kleine vuurvlinder Koevinkje Oranjetipje Zwartsprietdikkopje Insecten (7 waargenomen soorten) Gewoon spitskopje Grote groene sabelsprinkhaan Krasser Ratelaar Wekkertje

Vleermuizen

(0 waargenomen soorten)

Vaatplanten (132 waargenomen soorten) Korenbloem Rapunzelklokje Tweestijlige meidoorn Viltzegge Gewone salomonszegel Libellen (1 waargenomen soort) Weidebeekjuffer

(Korst)mossen

(0 waargenomen soorten)

Zoogdieren Eekhoorn Egel Haas Ree Steenmarter Vissen Schubkarper

(9 waargenomen soorten)

Nachtvlinders Bont schaapje Bruine daguil Sint-Jacobsvlinder Sint-Jansvlinder

(4 waargenomen soorten)

Overige Nevelzwam

(1 waargenomen soort)

(1 waargenomen soort)

*in ieder geval de rode lijstsoorten worden genoemd, alsmede enkele typische soorten.

Natuurkwaliteit en bedreigingen + De natuurkwaliteit in het gebied wordt bepaald door de afwisseling met vochtige bosjes en omliggende agrarische percelen. Het aandeel extensief beheerd grasland is beperkt. Enkele pareltjes zijn aanwezig, waar bijzondere flora aanwezig is. De bermen zijn veelal extensief beheerd en dragen daarmee bij aan de biodiversiteit. + Delen van het gebied maken deel uit van het Gelderse Natuurnetwerk (GNN). Voor deze gebieden zijn te behouden kernkwaliteiten beschreven en ontwikkeldoelen bepaald. -

De waterhuishouding in het gebied is afgestemd op het agrarische gebruik. Verdroging is één van de bedreigingen voor de flora in de vaak nog vochtige bosjes.

Ontwikkelmogelijkheden ▪

Het verdwijnen van de perceelsgrenzen van de kleine akkers en weilanden in de afgelopen 75 jaar heeft zijn weerslag op het landschap en daarmee mogelijk op de biodiversiteit. Er zijn mogelijkheden om in de agrarische gebieden op een nieuwe manier ruimte te maken voor planten en insecten. Daarmee ontstaan kansen voor alle soorten die er van afhankelijk zijn voor voedsel, dekking en broedgebied. Er zijn verscheidene partijen die agrariërs kunnen ondersteunen om behoud van productiviteit en biodiversiteit hand in hand te laten gaan. Voorbeelden zijn agrarische landschapsverenigingen of door LTO georganiseerd collectief agrarische natuur- en landschapsbeheer. Specifiek voor het gebied is verbetering mogelijk indien de grondwaterstand weer verhoogd wordt. -

Slootranden verbreden en inrichten met kruidenrijke oevers; Aanleg kruidenrijke (vochtige) graslandjes als mozaïek door het agrarische landschap; Aanleg kleine landschapselementen zoals solitaire bomen, houtwallen en knotwilgen; Aanleg helofytenfilters in sloten die water afvoeren richting waardevolle watergangen zoals beken.

Project 10853.001 factsheet van deelgebied B12

▪

Eén van de kwaliteiten die in het gebied aanwezig zijn (geweest) is de relatie met de aangrenzende bosgebieden. Veel zaadetende vogelsoorten zoals vinken en gorzen zijn in de winter afhankelijk van zaden van overgebleven gewassen of ruigtestroken in de omliggende agrarische percelen. Betere overgangen van de bosranden en verbindingen voor soorten zijn ontwikkeldoelen binnen de GNN. -

▪

Aanleg ruigtestroken langs de bosranden; Overgang naar bosgebieden minder hard maken, mantel-zoom overgang voor onder andere vlindersoorten.

Een aantal wegen in het gebied hebben eiken laanbeplanting (N319 en delen van de Dennendijk). Bij bestrijding van de eikenprocessierups maakt de gemeente veelvuldig gebruik van de inzet van de kracht van biodiversiteit. Hiermee investeert de gemeente in de ontwikkeling van natuurlijk vijanden die de overlast moet gaan inperken. De gemeente zaait o.a speciale mengsels en een mengsel van bloembollen. Dit trekt natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups aan, zoals de koolmees, gaasvlieg en sluipwespen. In het buitengebied vindt vanwege de natuurlijk aanwezigheid van vijanden in principe geen actieve bestrijding plaats. Als inwoner van het buitengebied kunt hieraan een bijdrage leveren door; -

▪

Inheemse besdragende struiken op het erf te planten; Overhoekjes inzaaien met kruidenrijke mengsels; Geen kruidenrijke vegetaties in de bloeiperiode te maaien; Hang een vogelnestkastje of vleermuiskast op of plaats een insectenhotel; Gebruik geen chemische onkruidbestrijdingsmiddelen; Maak geen gebruik van plak strips, deze kunnen leiden tot de dood van veel andere soorten, tot vleermuizen aan toe.

Aandacht voor erfvogels is bij modernisering van agrarische bedrijven noodzakelijk. Ook strengere hygiëne eisen maken het voor de boer steeds moeilijker om vogels een onderkomen te geven. Toch zijn er tal van mogelijkheden om de nestgelegenheid kunstmatig terug te brengen. -

Aanbrengen van plankjes aan de buitenzijde van stallen als houvast voor nesten van boerenzwaluw; Nestkommen voor boerenzwaluw en huiszwaluw plaatsen; Nestkasten voor kerkuil en steenuil aanbrengen; Stimuleren aanleg meer erfbeplanting, natuurlijke afscheidingen zoals houtwallen toepassen.

Project 10853.001 factsheet van deelgebied B12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=0cf39f9a-aadf-4dae-b763-a3e1f2454b42