524738 - Bijlage 40 - B11 Onderlaatsche Laak
Tekst van het document
Onderlaatsche Laak Het stroomgebied van de Onderlaatsche laak is relatief laag gelegen. De bodem van het beekdal bestaat uit lemig fijn zand. Op oud kaartmateriaal uit 1850 is te zien dat het gebied destijds in agrarisch gebruik was. Er waren drie boerderijen aanwezig en kleine weilandpercelen, omgeven door houtwallen en kleine bosjes. Afgezien van het verdwijnen van enkele van de bosjes en houtwallen is er maar weinig veranderd aan het de inrichting. De boerenerven zijn nog aanwezig op de plek waar ze in de negentiende eeuw ook stonden. Ook het landgebruik is vergelijkbaar, zij het dat een groot deel nu door Natuurmonumenten wordt beheerd als natte en droge bloemrijke graslanden. Hiervoor is er enkele jaren geleden ingegrepen in de hydrologie; het grondwater is zo’n 20 cm verhoogd.
Gebiedskenmerken Oppervlakte:
57 ha
Bodem:
Kalkloze zandgronden, Podzolgronden
Water:
0.3 m -mv
Type landschap:
Natuurzone
Karakteristieke soorten (totaal aantal waargenomen soorten NDFF: 228) Vogels (75 waargenomen soorten) Blauwe kiekendief, Boerenzwaluw, Gele kwikstaart, Graspieper, Grote lijster, Huismus, Huiszwaluw, Keep, Kneu, Kramsvogel, Kwartelkoning, Paapje, Raaf, Ringmus, Steenuil, Tapuit, Torenvalk, Tureluur, Veldleeuwerik, Watersnip, Wintertaling, Wulp Amfibieën en (6 waargenomen soorten) reptielen Kamsalamander Bruine kikker Gewone pad Groene kikker Kleine watersalamander Dagvlinders (24 waargenomen soorten) Bruin blauwtje Gele luzernevlinder Kleine vuurvlinder Oranjetipje Zwartsprietdikkopje Insecten (7 waargenomen soorten) Grote groene sabelsprinkhaan Krasser Ratelaar Wekkertje Zuidelijk spitskopje
Vleermuizen
(0 waargenomen soorten)
Vaatplanten
(63 waargenomen soorten)
Adderwortel Blauwe zegge Echte koekoeksbloem IJle zegge Rietorchis Libellen Azuurwaterjuffer Gewone oeverlibel Grote keizerlibel Vuurlibel Watersnuffel (Korst)mossen
Zoogdieren Aardmuis Haas Mol Ree Veldmuis Vissen
(11 waargenomen soorten)
(1 waargenomen soorten)
Zeelt
(21 waargenomen soorten)
Nachtvlinders (4 waargenomen soorten) Bruine daguil Gamma-uil Groot meidoornstippelmotje Sint-Jacobsvlinder
(0 waargenomen soorten)
Overige (16 waargenomen soorten) Grasleemhoed Grasmosklokje Okergele korrelhoed Roodbruin trechtertje Wormvormig goudkussentje
*in ieder geval de rode lijstsoorten worden genoemd, alsmede enkele typische soorten.
Natuurkwaliteit en bedreigingen + De natuurkwaliteit in het gebied wordt gevormd door de vochtige graslanden, de boerenerven en de visvrije poelen. + Door natuurmonumenten wordt het beheer afgestemd op het ontwikkelen van bloemrijke graslanden. -
Externe factoren die van invloed zijn op de natuurkwaliteiten zijn verdroging en verzuring/vermesting door de uitstoot van stikstof. Voor de kamsalamander is het cruciaal dat de poelen visvrij blijven maar niet periodiek opdrogen.
Ontwikkelmogelijkheden ▪
In het niet door Natuurmonumenten beheerde deel zijn maatregelen te bedenken om de biodiversiteit te verhogen. De percelen worden intensief beheerd en ten opzichte van enkele decennia geleden zijn er veel landschapselementen verdwenen.
▪ -
Uitbreiding areaal kruidenrijk grasland; bevorderen agrarisch natuurbeheer. Bevorderen biologische landbouw/terugbrengen gebruik bestrijdingsmiddelen en meststoffen in het gebied; Aanleg bloemrijke schrale akkers als buffer tussen bosgebieden en agrarisch gebied (eventueel uitmijnen intensief bemeste percelen); Aanleg wildakkertjes voor reeën, dassen en overwinterende vinken en gorzen uit omliggende bossen; Aanbrengen extra landschapselementen zoals houtwallen en knotwilgen; Aanbrengen dood hout (overwinteringsplekken amfibieën, nestelende bijen en meer insecten); Stimuleren aanleg tuinvijvers of poelen bij particuliere terreineigenaren; Uitbreiden nestgelegenheden voor steenuil en kerkuil op erven (nestkasten).
Project 10853.001 factsheet van deelgebied B11