524738 - Bijlage 38 - B09 Warken
Tekst van het document
Warken De Warken is een oud landbouwgebied. De bodem in het gebied is gevormd door eeuwenlange bemesting en bewerking. Op de oorspronkelijke voedselarme dekzanden zijn zo dikke donkerbruine lagen ontstaan, die enkeerdgronden worden genoemd. Nog niet zo heel lang geleden was het landschap er kleinschalig, bestaande uit een mozaïek van akkers en weilanden, omgeven door houtwallen. Vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw zien we ieder jaar meer van de karakteristieke landschapselementen verdwijnen. Het huidige landschap is veel meer open grasland, met verspreid liggende boerderijen en groen erven. Het grasland wordt niet gebruikt voor begrazing maar wordt gemaaid.
Gebiedskenmerken Oppervlakte:
195 ha
Bodem:
Kalkloze zandgronden, Dikke eerdgronden, Rivierkleigronden, Podzolgronden
Water:
2 m - mv
Type landschap:
Agrarische Zone, Groene stadszone, Natuurzone
Karakteristieke soorten (totaal aantal waargenomen soorten NDFF: 248) (77 waargenomen soorten) Vogels Boerenzwaluw, Gele kwikstaart, Goudplevier, Grote lijster, Huismus, Huiszwaluw, Keep, Koekoek, Kramsvogel, Patrijs, Ringmus, Steenuil, Tapuit, Torenvalk, Wulp, Roek
Amfibieën en reptielen Gewone pad
(1 waargenomen soort)
(17 waargenomen soorten) Dagvlinders Bruin blauwtje Klein koolwitje Kleine vuurvlinder Koevinkje Zwartsprietdikkopje (9 waargenomen soorten) Insecten Greppelsprinkhaan Grote groene sabelsprinkhaan Ratelaar Wekkertje Zuidelijk spitskopje
Vleermuizen
(0 waargenomen soorten)
(122 waargenomen soorten) Vaatplanten Bosaardbei Rapunzelklokje Sikkelklaver Boerenwormkruid Gewone salomonszegel (2 waargenomen soorten) Libellen Blauwe breedscheenjuffer Weidebeekjuffer
(Korst)mossen Fijn laddermos Gewoon dikkopmos Gewoon haakmos Groot laddermos
(4 waargenomen soorten)
Zoogdieren Das Egel Haas Ree Steenmarter Vissen Blankvoorn
(10 waargenomen soorten)
Nachtvlinders Eikenprocessierups Gamma-uil Plakker Schaapje Sint-Jacobsvlinder Overige
(5 waargenomen soorten)
(1 waargenomen soort)
(0 waargenomen soorten)
*in ieder geval de rode lijstsoorten worden genoemd, alsmede enkele typische soorten.
Natuurkwaliteit en bedreigingen + De natuurkwaliteit in het gebied wordt gevormd door de boerenerven die veelal nog veel erfbeplanting, oude schuren en boomgaarden hebben. Er zijn nog wat relicten van oude houtwallen. + De combinatie van openheid en aanwezigheid van een brede watergang is een kwaliteit voor overwinterende watervogels. + De bermen langs de provinciale weg worden ecologisch beheerd. -
De overgangen naar de omliggende bossen zijn te ”hard”. De erven betreffen eilandjes. Historisch kaartmateriaal laat zien dat het gebied steeds intensiever gebruikt wordt, waarbij percelen samengevoegd zijn.
Ontwikkelmogelijkheden ▪
Het verdwijnen van de perceelsgrenzen van de kleine akkers en weilanden in de afgelopen 75 jaar heeft zijn weerslag op het landschap en daarmee vermoedelijk ook op de biodiversiteit. Er zijn mogelijkheden om in de agrarische gebieden op een nieuwe manier ruimte te maken voor planten en insecten. Daarmee ontstaan kansen voor alle soorten die er van afhankelijk zijn voor voedsel, dekking en broedgebied. Er zijn verscheidene partijen die agrariërs kunnen ondersteunen om behoud van productiviteit en biodiversiteit hand in hand te laten gaan. Voorbeelden zijn agrarische landschapsverenigingen of door LTO georganiseerd collectief agrarische natuur- en landschapsbeheer. Maatregelen kunnen bestaan uit: -
Slootranden verbreden en inrichten met kruidenrijke oevers; Aanleg kleine landschapselementen zoals solitaire bomen, houtwallen en knotwilgen; Behoud van oude schuurtjes;
Project 10853.001 factsheet van deelgebied B09
▪
Uitkijkposten voor steenuilen (weidepalen langs perceelsgrenzen).
Een van de kwaliteiten die in het gebied aanwezig zijn (geweest) is de relatie met de aangrenzende bosgebieden. Veel zaad etende vogelsoorten zoals vinken en gorzen zijn in de winter afhankelijk van zaden van overgebleven gewassen of ruigte stroken in de omliggende agrarische percelen. -
▪
Aanleg ruigtestroken langs de bosranden; Overgang naar bosgebieden minder hard maken, mantel-zoom overgang voor onder andere vlindersoorten.
Een aantal wegen in het gebied hebben eiken laanbeplanting (N346 en Lage Lochemseweg). Bij bestrijding van de eikenprocessierups maakt de gemeente veelvuldig gebruik van de inzet van de kracht van biodiversiteit. Hiermee investeert de gemeente in de ontwikkeling van natuurlijk vijanden die de EPR moet gaan inperken. De gemeente zaait o.a speciale mengsels en een mengsel van bloembollen. Dit trekt natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups aan, zoals de koolmees, gaasvlieg en sluipwespen. In het buitengebied vindt vanwege de natuurlijk aanwezigheid van vijanden in principe geen actieve bestrijding plaats. Als inwoner van het buitengebied kunt hieraan een bijdrage leveren door; -
Inheemse besdragende struiken op het erf te planten; Overhoekjes inzaaien met kruidenrijke mengsels; Geen kruidenrijke vegetaties in de bloeiperiode te maaien; Hang een vogelnestkastje of vleermuiskast op of plaats een insectenhotel; Gebruik geen chemische onkruidbestrijdingsmiddelen; Maak geen gebruik van plak strips, deze kunnen leiden tot de dood van veel andere soorten, tot vleermuizen aan toe.
Project 10853.001 factsheet van deelgebied B09