CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

524738 - Bijlage 34 - B05 Eefse beek

Raadsvergadering 26 februari 2024, gemeente ZutphenBij agendapunt: Biodiversiteitsplan Zutphen 2023562 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Eefse Beek Ten noorden van het Twente kanaal ligt een gebied dat gevormd is door afzettingen van verscheidene beken die er door liepen. Het is sinds de negentiende eeuw in agrarisch gebruik, met één centraal gelegen boerderij, de Luchte. Deze boerderij (hoewel niet meer als zodanig in gebruik) is nog steeds aanwezig, echter een aantal ontwikkelingen hebben het gebied ingrijpend gewijzigd. Zo is de aanleg van het Twentekanaal in de jaren ’50 van invloed geweest op de hydrologie, beeklopen verdwenen. Met de aanleg van de rondweg N348 in 2012 werd het gebied in twee delen opgedeeld. Het laag gelegen, vochtige westelijk deel ontwikkelt zich dankzij compensatiemaatregelen voor de aanleg van de rondweg tot verruigd natuurgebied, het oostelijke deel is intensief in agrarisch gebruik en bestaat voornamelijk uit grootschalige maispercelen en enkele graslandpercelen.

Gebiedskenmerken Oppervlakte:

52 ha

Bodem:

Kalkloze zandgronden, Rivierkleigronden, Dikke eerdgronden

Water:

0.6 m -mv (beïnvloed door Twente kanaal)

Type landschap:

Groene stadszone

Karakteristieke soorten (totaal aantal waargenomen soorten NDFF: 165) (58 waargenomen soorten) Vogels Boerenzwaluw, Graspieper, Grutto, Huismus, Huiszwaluw, Koekoek, Oeverloper, Paapje, Ringmus, Torenvalk, Wintertaling, Wulp, Bosrietzanger, Braamsluiper, Grasmus

Vleermuizen

(0 waargenomen soorten)

(3 waargenomen soorten) Amfibieën en reptielen Bruine kikker Gewone pad Groene kikker (16 waargenomen soorten) Dagvlinders Hooibeestje Icarusblauwtje Bruin zandoogje Klein koolwitje Zwartsprietdikkopje (9 waargenomen soorten) Insecten Gewoon spitskopje Grote groene sabelsprinkhaan Krasser Ratelaar Wekkertje

(59 waargenomen soorten) Vaatplanten Karwijvarkenskervel, Korenbloem, Kruisbladwalstro Rapunzelklokje, Wilde kievitsbloem

Libellen Grote keizerlibel

(1 waargenomen soort)

(Korst)mossen Kalkeendagsmos

(1 waargenomen soort)

(7 waargenomen soorten) Zoogdieren Das Egel Haas Ree Vos (2 waargenomen soorten) Vissen Tiendoornige stekelbaars Driedoornige stekelbaars

Nachtvlinders Bont schaapje Bruine daguil Lindepijlstaart Plakker Zilverstreep Overige Berkenzwam Gewoon elfenbankje Reuzenzwam

(7 waargenomen soorten)

(3 waargenomen soorten)

*in ieder geval de rode lijstsoorten worden genoemd, alsmede enkele typische soorten.

Natuurkwaliteit en bedreigingen + De natuurkwaliteit in het gebied wordt vooral bepaald door het vochtige en verruigde westelijk deel van de het gebied, alsmede de bermen en oevers van het Twentekanaal. -

De grootschalige maisakkers hebben, ten opzichte van het overige deel van het gebied, minder waarde als het gaat om biodiversiteit.

Ontwikkelmogelijkheden -

Een maaibeheer waarbij het maaisel wordt afgevoerd, het voorkomen van het volledig dichtgroeien van de dijk langs het Twentekanaal en het behoud van het structuurrijke en vochtige karakter van het terrein ten westen van de N348 lijken de belangrijkste maatregelen voor een rijke flora.

-

Ecologisch bermbeheer, gefaseerd maaien en afvoeren; Laat maaien, na het bloeiseizoen; Delen in het najaar niet maaien maar de winter door laten staan (overwintering insecten, zaden voor vogels).

Het vochtige en verruigde terreindeel biedt kansen voor biodiversiteit. - Huidige ontoegankelijkheid in stand houden, (niet alle gebieden hoeven “beleefbaar” te zijn); - Toestaan van overstromen via de Eefse beek; - Beheer op basis van “niets doen”.

-

Positieve effecten op het gebied van biodiversiteit zijn te bereiken door agrarisch natuurbeheer, in welke vorm dan ook.

Project 10853.001 factsheet van deelgebied B05

-

Toepassen van vang-gewassen na maisteelt, om uitspoeling van meststoffen te beperken; Akkerrandbeheer, stroken langs percelen braak laten liggen of inzaaien met bloemrijke zaadmengsels; Minder intensief maaibeheer van slootranden en greppels; Beperk gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Om meer leefgebied voor de steenuil (en daarmee andere soorten) te maken zijn maatregelen te treffen die zorgen voor meer aanbod van kevers, regenwormen en muizen. -

Aanleg keverbanken op agrarische percelen; Aanbrengen uitkijkposten (weidepalen op de keverbanken); Optimaliseren erf voor steenuil, boomgaarden met extensief maaibeheer; Aanbrengen steenuilenkasten.

Project 10853.001 factsheet van deelgebied B05

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=bd1188bc-2568-4ce7-9472-7191fa98dc14