524738 - Bijlage 28 - S26 Begraafplaats 't Gallee
Tekst van het document
Begraafplaats ’t Gallee De begraafplaats ’t Gallee werd in 1829 aangelegd als een ruime begraafplaats in Engelse landschapsstijl, omgeven door een gracht. De uitgegraven grond van de gracht was nodig om het terrein op te hogen en zodoende te beschermen tegen overstroming. In de jaren dertig en veertig werd de begraafplaats uitgebreid in westelijke richting. Het terrein heeft als geheel een monumentale status.
Gebiedskenmerken Oppervlakte:
12 ha
Functie:
Begraafplaats
Jaar van ontwikkeling:
1829
Dynamiek:
Laag
Verhouding grijs/groen/blauw:
20/55/25
Karakteristieke soorten (totaal aantal waargenomen soorten NDFF: 291) (70 waargenomen soorten) Vogels Huismus, Keep, Koekoek, Kramsvogel, Oeverloper, Smient, Visdief, Zwarte mees, Groene specht, IJsvogel, Koolmees, Meerkoet, Sperwer
Vleermuizen
(0 waargenomen soorten)
Zoogdieren Eekhoorn Mol
(2 waargenomen soorten)
(2 waargenomen soorten)
Vaatplanten
(131 soorten)
Vissen
(5 waargenomen soorten)
Amfibieën en reptielen Geelbuikschildpad Roodwangschildpad
Dagvlinders Atalanta Bont zandoogje Boomblauwtje Citroenvlinder Oranjetipje Insecten
waargenomen
Bosaardbei, Gulden boterbloem, Heelbeen, Kalkraket, Voorjaarszegge, Zacht vetkruid, Zomerklokje, Akkergeelster, Grote tijm, Gulden sleutelbloem, Weidegeelster (9 waargenomen soorten)
Libellen Bruinrode heidelibel
(1 waargenomen soort)
(0 waargenomen soorten)
(Korst)mossen Granietschildmos Zwarte grafkorst Grafstrontjesmos Graftulbandje Kalkschotelkorst
(52 waargenomen soorten)
Baars Blankvoorn Rietvoorn Snoek Zeelt Nachtvlinders Hopsnuituil
Overige Inktboleet Sikkelkoraalzwam Sneeuwzwammetje Bruine aardtong Heesterslak
(1 waargenomen soort)
(18 waargenomen soorten)
*in ieder geval de rode lijstsoorten worden genoemd, alsmede enkele typische soorten.
Natuurkwaliteit en bedreigingen + Niet alleen vanuit cultuurhistorisch oogpunt, maar ook als het gaat om biodiversiteit verdient dit terrein een bijzondere status, oude bomen, waterpartijen, onbemeste grasvelden, donkerte en rust zijn bijzondere omstandigheden voor veel soorten. + De ligging ten opzichte van het centraal groen en de bebouwde kom maakt dat het een potentieel rustgebied/stapsteen voor soorten is. + Van het gebied zijn uit verschillende periodes gegevens over plantenrijkdom bekend. Dit maakt het mogelijk om te onderzoeken wat de invloed van het beheer of externe omstandigheden is geweest. Een voorbeeld is de invloed van begrazing door grauwe ganzen. -
Bij beheer en onderhoud bestaat de kans op tegenstrijdige belangen tussen natuur en cultuur (beleving) en veiligheid voor bezoekers.
Ontwikkelmogelijkheden ▪
Verbetering van de biodiversiteit is vooral haalbaar door het beheer af te stemmen op het creëren en het behoud van natuurwaarden, met inachtneming van cultuurhistorische waarden. -
▪
Behoud oude bomen zo lang mogelijk, vooral op plekken waar vallende takken geen kwaad kunnen; Laat waar mogelijk dood hout liggen; Behoud oude stronken; Extensiveer het onderhoud van de gazons; Schrale plekken mogen gerust intensief onderhouden (geschoffeld) worden, open zandige plekjes zijn voor veel soorten van belang;
Voor vleermuizen is het gebied naar verwachting van groot belang, vanwege de ligging tussen de bebouwde kom en het buitengebied. Behoud van
Project 10853.001 factsheet van deelgebied S26
donkerte is belangrijk. Aanvullende stimulerende maatregelen zijn: -
Aanbrengen van kasten voor boombewonende vleermuissoorten; Monitoring van gebruik van het terrein door vleermuizen.
Project 10853.001 factsheet van deelgebied S26