524738 - Bijlage 23 - S21 Zuidwijken
Tekst van het document
Zuidwijken De Zuidwijken is ontstaan in de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw. Het is een voorbeeld van een zogenaamde “bloemkoolwijk”; woonerven met veel groen, ruime woningen en kleinschaligheid. Het is één van de groenste woonomgevingen van de kom van Zutphen, dooraderd met tuinen, perken, parkjes en laanbomen.
Gebiedskenmerken Oppervlakte:
94 ha
Functie:
Wonen
Jaar van ontwikkeling:
1988
Dynamiek:
Laag
Verhouding grijs/groen/blauw:
90/10/0
Karakteristieke soorten (totaal aantal waargenomen soorten NDFF: 185) (54 waargenomen soorten) Vogels Boerenzwaluw, Grote lijster, Huismus, Keep, Kneu, Keep, Kneu, Ringmus, Wulp, Appelvink, Kokmeeuw, Koolmees, Merel, Turkse Tortel.
Amfibieën en reptielen Gewone pad Kleine watersalamander
(2 waargenomen soorten)
(14 waargenomen soorten) Dagvlinders Atalanta Boomblauwtje Dagpauwoog Kleine vos Koninginnenpage (8 waargenomen soorten) Insecten Bramensprinkhaan Grote groene sabelsprinkhaan Krasser Struiksprinkhaan Zuidelijke boomsprinkhaan
(2 waargenomen soorten) Vleermuizen Rosse vleermuis Gewone grootoorvleermuis
Zoogdieren Bunzing Eekhoorn Egel Huisspitsmuis Steenmarter Vissen
(9 waargenomen soorten)
Vaatplanten Gewone agrimonie Geel nagelkruid Gevlekte aronskelk Klimopereprijs Tuinwolfsmelk Libellen
(82 waargenomen soorten)
(0 waargenomen soorten)
(0 waargenomen soorten)
Nachtvlinders Gamma-uil Hopsnuituil Kolibrievlinder Pauwoogpijlstaart
(4 waargenomen soorten)
(Korst)mossen Gesteelde haarmuts Gewone haarmuts Gewoon muursterretje Grijze haarmuts Muurachterlichtmos
(6 waargenomen soorten)
Overige Gewone tuinslak Tijgerslak Glad kristalkopje Ringspoorkristalkopje
(4 waargenomen soorten)
*in ieder geval de rode lijstsoorten worden genoemd, alsmede enkele typische soorten.
Natuurkwaliteit en bedreigingen + De natuurkwaliteit in het gebied wordt gevormd door het vele groen in de wijk. + De ligging ten opzichte van de IJssel en de riverduin zorgen er voor dat er relatief veel onverwachte soorten kunnen opduiken. -
Voor gebouwbewonende soorten zijn na-isloatie en renovatie van woningen potentiele bedreigingen.
Ontwikkelmogelijkheden ▪
Hoewel de hoeveelheid groen bovengemiddeld is, kan er aan de variatie nog wel wat worden verbeterd. Veel van de perkjes zijn begroeid met lage struiken zoals dwergmispel. Deze bieden weinig leefgebied voor insecten. Ook andere soorten profiteren nauwelijks van deze begroeiing. -
▪
Vervangen van (een deel van) de begroeiing met dwergmispel door kruidenrijke vegetatie; Meer gelaagdheid in het openbaar groen (kruidlaag-struiklaag-boomlaag); Bewoners betrekken bij onderhoud openbaar groen; Plaatsen van insectenhotels in openbaar groen; Dood hout laten liggen; Waar mogelijk donkerte behouden. Oude armaturen vervangen door led lampen met vlakke armaturen; Hoogte van en aantal lichtpunten minimaliseren; Maaibeheer van gazons en bermen op ecologische basis, minder maaien, later maaien en gefaseerd maaien.
Een deel van het groen bestaat uit de voor- en achtertuinen van de bewoners. -
Achtertuinen passeerbaar maken voor egels; Aanleggen overwinteringsplekken voor egels;
Project 10853.001 factsheet van deelgebied S21
▪
Tuinen vogelvriendelijk inrichten, dichte struiken, bessen dragende struiken aanplanten Nestkasten voor mezen aanbrengen.
Bij isolatieprojecten dreigen verblijfplaatsen van vleermuizen verloren te gaan. Voor particuliere initiatieven is weliswaar de Wet natuurbescherming van toepassing, hieraan wordt zelden invulling gegeven. -
Voorlichting over gevaren voor vleermuizen bij na-isolatie (evenals huismus, gierzwaluw, spreeuw); Organiseren van gezamenlijke initiatieven zodat onderzoek vooraf en treffen van maatregelen betaalbaar worden;
Project 10853.001 factsheet van deelgebied S21