524738 - Bijlage 15 - S13 Lage Weide
Tekst van het document
Lage Weide Tot aan de jaren zeventig van de vorige eeuw was het gebied gelegen aan de rand van de bebouwde kom van Zutphen. In eerste instantie werd er woonruimte aangelegd in de vorm van flatgebouwen. Later, in de jaren negentig, werden de nog niet ontwikkelde gebiedsdelen ingericht als bedrijventerrein. Centraal door een groot deel van het gebied is een watergang aanwezig met omliggend groen. Ook de flatgebouwen hebben een vrij ruime groene omgeving. Het gebied grenst aan de N348, de Den Elterweg.
Gebiedskenmerken Oppervlakte:
23 ha
Functie:
wonen/bedrijven
Jaar van ontwikkeling:
Na 1975
Dynamiek:
Gemiddeld tot hoog
Verhouding grijs/groen/blauw:
60/30/10
Karakteristieke soorten (totaal aantal waargenomen soorten NDFF: 59) Vogels (32 waargenomen soorten) Aalscholver, Appelvink, Ekster, Grauwe gans, Kokmeeuw, Meerkoet, Roek, Staartmees, Waterhoen, Wilde eend
Vleermuizen
Amfibieën reptielen
Zoogdieren Egel, Konijn
(2 waargenomen soorten)
Vaatplanten (11 waargenomen soorten) Geel walstro, Gele lis, Gele plomp, Heracleum, Kropaar, Madeliefje, Riet, Waterzuring, Wilde marjolein, Witte klaver
Vissen Brasem
(1 waargenomen soort)
Dagvlinders (3 waargenomen soorten) Bruin zandoogje, Citroenvlinder, Dagpauwoog
Libellen
Nachtvlinders (3 waargenomen soorten) Graswortelvlinder, Hopsnuituil, Spurrie-uil
Insecten (5 waargenomen soorten) Bruine sprinkhaan, Greppelsprinkhaan, Grote groene sabelsprinkhaan, Ratelaar, Struiksprinkhaan
(Korst)mossen (0 waargenomen soorten) Dunne blauwkorst, Kapjesvingermos
(0 waargenomen soorten)
(0 waargenomen soorten)
(0 waargenomen soorten)
Overige
(0 waargenomen soorten)
*in ieder geval de rode lijstsoorten worden genoemd, alsmede enkele typische soorten.
Natuurkwaliteit + De natuurkwaliteit in het gebied wordt grotendeels bepaald door de watergang en het vele groen. + De tijdelijke omstandigheden, zoals het schrale terrein, dat is achtergebleven na de sloop van het zwembad, dragen bij aan het verhogen van de biodiversiteit. Er verschijnen steeds weer nieuwe soorten, al naar gelang de omstandigheden wisselen. + Het gebied heeft potentie als verbinding in noord-zuidelijke richting, vanaf de begraafplaats ’t Gallee (S26) naar de grote vijver en het Emerpark (S25). + Donkerte is een eigenschap die voor veel nacht-actieve soorten een randvoorwaarde voor het gebruik is. -
De N348 en de aangrenzende terreindelen maken deel uit van het centraal groen. De drukke verkeersweg kan voor zoogdieren zoals egels een gevaarlijke oversteek betekenen. Bouwprojecten kunnen door ruimtebeslag de potenties als verbinding in noord-zuidelijke richting nadelig beïnvloeden.
Ontwikkelmogelijkheden ▪
De watergang kent op sommige plekken een rietoever. Door overjarig riet te laten staan ontstaat er broedgelegenheid voor kleine karekiet. Deze soort heeft weinig oppervlakte nodig en vestigt zich ook al elders in de kom van Zutphen. -
Overjarig riet laten staan; Beheer van de oevers faseren; In openbaar groen de gazons onder de bomen minder intensief maaien; Korte kruidenrijke vegetatie handhaven (scholekster en roek), aan overzijde van de N348 zijn voldoende mogelijkheden voor hogere vegetatie Bij flatgebouwen gezamenlijke (moes)tuinen aanleggen (besparing op kosten beheer).
▪ Het bedrijventerrein bestaat uit gebouwen met platte daken. Om de gebouwen is vooral parkeergelegenheid. Er nog veel ruimte om te “vergroenen”. -
Stimuleren groene daken, bruine daken of grinddaken (bijvoorbeeld voor scholekster); Parkeerplaatsen voorzien van halfverhardingen; Toepassen van groene gevels.
▪ Om de potenties als verbinding tussen het Emerpark (S25) en het Centraal groen (S24) te behouden of te versterken zijn mogelijke maatregelen, enerzijds door de barrièrewerking van de N348 te verkleinen, alsmede door voorzieningen ter hoogte van de kruispunt met de Warnsveldseweg.
Project 10853.001 factsheet van deelgebied S13
-
Creëren van “hopovers” door aangepaste verlichting (relatieve donkerte) op delen langs N348, bijvoorbeeld ter hoogte van de fietsbruggen; Geleidende voorzieningen (middels dichte struiken, stronken en dergelijke) voor kleine zoogdiersoorten richting de relatief donkere plekken; Ter plaatse van de relatief donkere plekken faunatunnels aanbrengen voor kleine zoogdiersoorten en amfibieën; Bij de Warnsveldseweg zou een combinatie van relatieve donkerte met een verkeersvertragende maatregelen (men moet daar al afremmen, dit zou een tiental meters eerder ingezet kunnen worden). Dit kan helpen om het risico op aanrijdingen te verkleinen;
Project 10853.001 factsheet van deelgebied S13