524738 - Bijlage 14 - S12 Voorsteralleekwartier
Tekst van het document
Voorsteralleekwartier Tot aan 1975 was dit gebied voornamelijk in agrarisch gebruik. Het zuidelijke deel bestond vooral uit weilanden, terwijl op de enk op het noordelijk deel vooral akkerbouw werd bedreven. Aan de westzijde stroomde de Polbeek die afwaterde in de Berkel. Na 1975 werd het gebied bebouwd met een mengeling van rijtjeshuizen, bungalows en flatgebouwen. Op het oostelijke deel werd de politieschool gebouwd. Centraal in het gebied, tussen de woonwijk en de (voormalige) politieschool is een trafostation en hoogspanningsleiding aanwezig. Naast het trafostation is een moestuincomplex aanwezig.
Gebiedskenmerken Oppervlakte:
36 ha
Functie:
wonen
Jaar van ontwikkeling:
1957, 1976
Dynamiek:
laag
Verhouding grijs/groen/blauw:
85/15/0
Karakteristieke soorten (totaal aantal waargenomen soorten NDFF: 382) (69 waargenomen soorten) Vogels Boerenzwaluw, Boomvalk, Grote lijster, Huismus, Kramsvogel, Ransuil, Ringmus, Smient, Steenuil, Veldleeuwerik, Groenling, Goudvink, Tuinfluiter, Appelvink, Bonte vliegenvanger (0 waargenomen soorten) Amfibieën en reptielen Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander
Vleermuizen
(225 waargenomen soorten) Vaatplanten Dauwnetel, Lancetbladig basterdwederik, Bosandoorn, Daslook, Gevlekte aronskelk, Gewone salomonszegel, Kaal beukkruid, Moerasdroogbloem, Vingerhelmbloem, Zandraket
Vissen
(23 waargenomen soorten) Dagvlinders Bruin blauwtje, Bruin zandoogje, Citroenvlinder. Distelvlinder, Gehakkelde aurelia, Icarusblauwtje, Kleine vos, Kleine vuurvlinder, Landkaartje
(13 waargenomen soorten) Libellen Azuurwaterjuffer, Blauwe glazenmaker, Bloedrode heidelibel, Bruine glazenmaker, Gewone oeverlibel, Grote keizerlibel, Lantaarntje, Platbuik, Vroege glazenmaker, Weidebeekjuffer (8 waargenomen soorten) (Korst)mossen Gesnaveld klauwtjesmos, Gewone haarmuts, Gewoon dikkopmos, Gewoon pluisdraadmos, Groot schildmos, Kalkschotelkorst, Parapluutjesmos, Stoeprandvingermos
(22 waargenomen soorten) Nachtvlinders Bont schaapje, Helmkruidvlinder, Appeltak, Gele tijger, Gewone silene-uil, Hagendoornvlinder, Huismoeder, Kortzuiger, Sint-jacobsvlinder, Witte tijger (3 waargenomen soorten) Overige Kapjesmorielje, Grote stinkzwam, Vliegenzwam
(5 waargenomen soorten) Insecten Bruine sprinkhaan, Grote groene sabelsprinkhaan, Krasser, Ratelaar, Struiksprinkhaan
(0 waargenomen soorten)
(11 waargenomen soorten) Zoogdieren Bosmuis, Bunzing, Eekhoorn, Egel, Haas, Huisspitsmuis, Konijn, Mol, Rosse woelmuis, Steenmarter (0 waargenomen soorten)
*in ieder geval de rode lijstsoorten worden genoemd, alsmede enkele typische soorten.
Natuurkwaliteit en bedreigingen + + + +
Het gebied is zeer soortenrijk. Dit komt door het vele groen en de grote variatie. Pluspunten zijn het volkstuinencomplex, de strook onder de hoogspanningsleidingen, de bossen rond de voormalige politieschool en de groene tuinen. De ligging ten opzichte van de Berkel en het buitengebied is factor die de soortenrijkdom beïnvloed. In het gebied is een actieve waarnemer aanwezig, waardoor er een goed beeld van de aanwezige soorten is.
-
Bij vervangen van hoogspanningsmasten door ondergrondse kabels verdwijnt de noodzaak tot het open houden van de strook grond. Het dichtgroeien van deze vlinderrijke strook betekent verlies van leefgebied voor insecten.
Ontwikkelmogelijkheden ▪
Voor het gebied geldt dat er al een grote biodiversiteit aanwezig is. Behoud van de aanwezig waardes (bijvoorbeeld door goed beheer) is het belangrijkste uitgangspunt. Verbeterpunten zijn vooral in het benutten van de stukjes terrein die intensief worden gemaaid: - In het openbaar groen rond de flatgebouwen minder intensief maaien; - Vervangen van lage struiken door meer gevarieerde soortenaanbod; - Strook onder hoogspanningsleidingen extensief beheren (schraal grasland), ook bij eventuele plaatsing ondergrondse kabels: hier liggen kansen voor vlindersoorten; - Open zandige stukjes aanleggen; - Bosbeheer richten op behoud van dood hout, bomen met holtes laten staan.
▪
Het trafostation is geheel verhard. Hier liggen kansen om zeer schrale omstandigheden te creëren: - Vervangen van de verharding door halfverharding; - Delen van het terrein niet verharden, cunetzand laten liggen en schrale vegetatie toelaten; - Randen van het terrein extensief maaien.
Project 10853.001 factsheet van deelgebied S12