524738 - Bijlage 13 - S11 De Mars
Tekst van het document
De Mars De Mars is een industrieterrein met meer dan een eeuw geschiedenis. Op oud kaartmateriaal is te zien dat de eerste bedrijvigheid bestond uit een papierfabriek, gevestigd aan het einde van de negentiende eeuw. Later volgde een gasfabriek en vooral na de jaren zestig van de vorige eeuw werd de bedrijfsactiviteit, langs de weg De Mars sterk uitgebreid. Er werden twee havens gegraven. Aan het einde van de vorige eeuw is een deel van de havens gedempt om meer ruimte voor nieuwe bedrijven te maken. De Mars kenmerkt zich door een hoge dynamiek, er wordt veel gebouwd, gesloopt en opnieuw ingericht. Inmiddels is het zuidelijke deel van het gebied in gebruik genomen als woongebied: Noorderhaven.
Gebiedskenmerken Oppervlakte:
205 ha
Functie:
Industrie en wonen
Jaar van ontwikkeling:
1913
Dynamiek:
hoog
Verhouding grijs/groen/blauw:
90/10/0
Karakteristieke soorten (totaal aantal waargenomen soorten NDFF: 442) (117 waargenomen soorten) Boerenzwaluw, Boomvalk, Europese kanarie, Gele kwikstaart, Graspieper, Huismus, Huiszwaluw, Kneu, Kramsvogel, Nachtegaal, Oeverloper, Paapje, Ringmus, Smient, Roodmus, Spotvogel, Steenuil, Tapuit, Torenvalk, Tureluur, Veldleeuwerik, Visdief, Watersnip, Wintertaling, Wulp, Zomertortel, Zwarte mees, Zwarte Roodstaart
Vogels
Amfibieën reptielen
(0 waargenomen soorten)
(2 waargenomen soorten) Vleermuizen Laatvlieger, Gewone dwergvleermuis
(12 waargenomen soorten) Zoogdieren Bosmuis, Bruine rat, Egel, Haas, Huisspitsmuis, Konijn, Ree, Steenmarter, Veldmuis
Vaatplanten
(233 waargenomen soorten) Vroege zegge, Gewone agrimonie, Ononis, Korenbloem, Bilzekruid, Draba, Zwenkdravik, Corispermum, Kandelaartje, Fluitenkruid
Vissen
(8 waargenomen soorten) Baars, Brasem, Winde, Pontische stroomgrondel, Roofblei, Kesslers grondel, Zwartbekgrondel, Kolblei
Dagvlinders
(20 waargenomen soorten) Atalanta, Bruin zandoogje, Dagpauwoog, Distelvlinder, Hooibeestje, Icarusblauwtje, Klein koolwitje, Kleine vos, Koninginnepage, Oranje luzernevlinder
Libellen
(8 waargenomen soorten) Bloedrode heidelibel, Bruinrode heidelibel, Gewone oeverlibel, Grote keizerlibel, Houtpantserjuffer, Lantaarntje, Steenrode heidelibel, Weidebeekjuffer
Nachtvlinders
(14 waargenomen soorten) Huiskrekel, Bramesprinkhaan, Bruine sprinkhaan, Greppelsprinkhaan, Grote groene sabelsprinkhaan, Krasser, Ratelaar, Struiksprinkhaan, Zuidelijke boomsprinkhaan, Zuidelijk spitskopje
(Korst)mossen
(3 waargenomen soorten) Gladde haarmuts, Groot dooiermos, Slanke haarmuts
Overige
Insecten
(0 waargenomen soorten) Bonte bessenvlinder, Bruine daguil, Gamma-uil, Haarbos, Klaverspanner, Oranje wortelboorder, Paardenbloemspanner, Sints-jacobsvlinder, Zwarte-c-uil, Zwartvlekwinteruil (2 waargenomen soorten) Kleine kartuizerslak, Grofgeribte grasslak,
*in ieder geval de rode lijstsoorten worden genoemd, alsmede enkele typische soorten.
Natuurkwaliteit en bedreigingen + + + +
De natuurkwaliteit in het gebied wordt vooral bepaald door de dynamiek, in combinatie met de schrale en kalkrijke bodem. Er komen veel pionierssoorten voor. De groeiplaatsomstandigheden voor plantensoorten zijn een belangrijke kwaliteit voor het gebied. De voormalige vuilstort is een vrij groot aaneengesloten gebied waar (voor een deel) nog geen bedrijfsactiviteit is. Voor insecten (en insecteneters) is dit een zeer geschikt leefgebied.
- De druk op het gebied is groot, ruimte is schaars. - Door de vele sloop- en bouwactiviteiten bestaat de kans op schade aan soorten. Ontwikkelmogelijkheden ▪
De dynamiek is een kracht van het gebied. Tijdelijke omstandigheden door herinrichtingen zijn gunstig voor bepaalde soorten. Vaak wordt er intensief beheerd om vestiging van soorten te voorkomen. Waar mogelijk kan dit echter gerust toegelaten worden. - Schadelijk beheer tijdens braakligging achterwege laten (eventueel met gedragscode tijdelijke natuur); - Bij braakligging “niets doen”, met rust laten is hier de beste wijze van beheren; - Mogelijkheden onderzoeken voor tijdelijke natuur op braakliggende percelen.
▪
Bij nieuwbouwprojecten kan worden ingespeeld op de pionierssoorten die in het gebied voorkomen, zoals kleine plevier en oeverzwaluw. Ook voor de visdief en de kleine mantelmeeuw zijn maatregelen te treffen. De bijzondere vegetatie die in het gebied voorkomt heeft weinig nodig om te ontstaan. Door een deel van de verharding te vervangen door halfverharding kunnen er specifieke groeiplaatsomstandigheden ontstaan en wordt de infiltratie van regenwater verbeterd.
Project 10853.001 factsheet van deelgebied S11
▪
De afgedekte vuilstortplaats was in het verleden veel ruiger begroeid dan dat momenteel het geval is. Alle struiken (meidoorns en dergelijke) zijn verwijderd en de vegetatie bestaat uit kort gehouden gras. Het zonneveld kan nog natuurlijker worden beheerd. De “braakgelegen” delen beheren als tijdelijke natuur. -
▪
Natuurlijk beheer, verder laten verruigen; Aanplant sleedoorns en meidoorns; Ecologisch maaibeheer, minder maaien, strokenbeheer of sinusmaaien.
Door de hoge dynamiek verdwijnen veel oudere elementen, zoals bomenrijen en andere opgaande vegetatie. Behoud van enkele plekken waar zich vegetatie verder kan ontwikkelen zal voor veel diersoorten een plus zijn. Denk aan hoogwatervluchtplaatsen voor dieren uit de uiterwaarde, of gezamenlijke slaapplaatsen voor vogels of broedgelegenheid voor roofvogels en uilen. -
▪
Aanleg bruine daken voor kleine plevier (aanbrengen van de toplaag van een bouwperceel op het latere platdak); Aanleg grinddaken (meeuwen, scholekster) of schelpendaken (visdief). Halfverharde parkeerterrein aanleggen.
Behoud van bestaande bomen en struiken bij nieuwbouwprojecten; Enkele delen met opgaande vegetatie reserveren als refugium voor diersoorten.
In het zuidelijke deel (Noorderhaven) hebben de verouderde bedrijfspanden ruimte gemaakt voor nieuwbouw. Vanuit de Wet natuurbescherming wordt voorzien in compensatie van de door sloop verloren gegane verblijfplaatsen van huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Ook voor tijdelijke opvang is gezorgd. De nieuwe bewoners van het gebied kunnen bijdragen het de terugkeer van de “oorspronkelijke” medegebruikers: -
Aanleg natuurlijke heggen in plaats van houten schuttingen ( of toepassen klimplanten zoals klimop, wilde bosrank of wilde kamperfoelie); Natuurlijk ingerichte tuin (weinig verharding, soorten toepassen met bessen, zaden en nectar), nestkasten en insectenhotels aanbrengen; Potten kuipen op het dakterras of balkon plaatsen, beplanting zoals wilde Marjolein, Maagdenpalm, Tijm en Brem doen het goed in potten Kleine drinkvijvertjes aanleggen voor vogels, of plekken waar vogels stofbaden kunnen nemen (open zand op zonnige plekken).
Project 10853.001 factsheet van deelgebied S11