507440 - bijlage 1 - Toelichting delegatiebesluit Omgevingsplan
Tekst van het document
Toelichting delegatiebesluit onder de Omgevingswet Delegatie algemeen Bij delegatie draagt het bevoegd gezag zijn bevoegdheid over aan een ander. Delegatie mag alleen als de wet dit toestaat (10:13 Awb). Hieronder staan de meest voorkomende delegatiemogelijkheden uit de Omgevingswet voor onze gemeente. De grondslag voor delegatie onder Omgevingswet is met name artikel 2.8 waarin staat dat de gemeenteraad de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan kan delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Dit betreft bijvoorbeeld het vertalen van lokale regelgeving in het omgevingsplan of het verwerken van omgevingsvergunningen in het omgevingsplan of het wijzigen van het omgevingsplan op grond van hogere wet- en regelgeving. De grondslag is artikel 2.8 van de Omgevingswet. De gemeenteraad kan de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit ook delegeren aan het college. Hiermee wordt een besluit genomen waarin aangekondigd wordt dat een omgevingsplan wordt voorbereid. De grondslag is artikel 4.14, lid 5 van de Omgevingswet. Artikel 2.8 van de Omgevingswet maakt het niet mogelijk de bevoegdheid tot het vaststellen van het omgevingsplan volledig over te dragen.
Hoewel de Omgevingswet niet definieert wat onder ‘delen’ als genoemd in artikel 2.8 van de Omgevingswet moet worden verstaan, maakt dat woord wel duidelijk dat die bevoegdheid slechts gedeeltelijk kan worden overgedragen. Daarnaast kent het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet de mogelijkheid om delen van het omgevingsplan te delegeren. De basis hiervoor staat in artikel 7c, lid 13 van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Omdat het Omgevingsplan Landelijk gebied is opgesteld binnen de wettelijke context van de Crisis- en herstelwet, bestaat de mogelijkheid om delen van het omgevingsplan te delegeren. Geen voortzetting van artikel 3.6 Wro (toepassen van wijzigingsbevoegdheden/ uitwerkingsplichten) Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet geeft artikel 2.8 van de Omgevingswet de delegatiemogelijkheid. Deze nieuwe delegatiemogelijkheid komt mede in de plaats van de in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) genoemde specifieke mogelijkheid van de raad om de bevoegdheid om het bestemmingsplan uit te werken of te wijzigen, of om nadere eisen te stellen, over te dragen aan het college. Dat betekent concreet ook dat de uitwerkingsplichten en de wijzigingsbevoegdheden (nu artikel 3.6 Wro) vervallen na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Er is niet in overgangsrecht voorzien.
Dat betekent dat ook het gebruik van deze bevoegdheden, waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is en de raad al kaders heeft vastgesteld in de diverse bestemmingsplannen, bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet meer kan worden toegepast. Hoewel artikel 2.8 Omgevingswet (mede) de plaats in zal nemen van artikel 3.6 Wro, is het geen voortzetting van dat artikel. Het grote verschil is dat als op grond van een delegatiebesluit een besluit tot aanpassing van het omgevingsplan wordt genomen, dat plan daadwerkelijk wordt gewijzigd. Het betreft dan ook geen zelfstandige planfiguur, zoals dat bij een uitwerkings- of wijzigingsplan op grond van artikel 3.6, eerste lid, onder a en b van de Wro het geval is. Verder is van belang dat niet al op het tijdstip van het vaststellen van het delegatiebesluit hoeft te zijn aangetoond dat de gedelegeerde aanpassingen van het omgevingsplan zullen voldoen aan alle op dat moment geldende wet- en regelgeving. Evenmin hoeft bij de vaststelling van het delegatiebesluit te worden ingegaan op de manier waarop de rechtszekerheid voor
belanghebbenden zal zijn geborgd in de aan te passen delen. Dit maakt het dan ook mogelijk om een algemeen delegatiebesluit te nemen. Het in de Omgevingswet genoemde delegatiebesluit vormt een afzonderlijk besluit, dat geen deel uitmaakt van het omgevingsplan of de verordeningen. Het bepaalt binnen welke grenzen en onder welke eventuele voorwaarden de bevoegdheid kan of moet worden uitgeoefend en, voor zover nodig, binnen welke termijn. Het is dan ook aan de raad om te bepalen of en zo ja, op welke wijze, toepassing aan deze bevoegdheid wordt gegeven. Rechtsbescherming Over de bekendmaking van een delegatiebesluit zegt de Awb niet veel. In de toelichting bij de wet staat wel dat een delegatiebesluit moet worden gekwalificeerd als algemeen verbindend voorschrift. Hierop zijn dus de desbetreffende publicatie-eisen van toepassing zoals aangegeven in artikel 6 e.v. van de Bekendmakingswet (bekendmaking in het digitaal gemeenteblad en publicatie in databank). Ervan uitgaande dat een delegatiebesluit een algemeen verbindend voorschrift is, kan daartegen geen bezwaar en beroep worden ingesteld (artikel 8:3, eerste lid, onder a Awb). Als een deel van het omgevingsplan op grond van het delegatiebesluit wordt gewijzigd, dan kan daartegen op dezelfde manier worden opgekomen als tegen de vaststelling van het omgevingsplan door de raad zelf.
Dit betekent dat er beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarmee is de rechtsbescherming geregeld binnen het specifieke besluit tot wijziging van het omgevingsplan.