CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

501800 - bijlage 1 - memo voor raad termijn omgevingsvergunning versus verplicht adviesrecht raad.docx

Beeldvormende vergadering 15 mei 2023, gemeente ZutphenBij agendapunt: Termijn afhandeling omgevingsvergunning en verplicht adviesrecht onder de Omgevingswet1.695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

OPENBAAR

Memo (Forum / raad) Invulinstructie Aan

: De gemeenteraad

Van

: Het college van burgemeester en wethouders

Datum

: 25-04-2023

Doel: 17-11-22 toegezegd

: Informeren

Nummer toezegging: geen nummer, wel in raadsforum van

Onderwerp : Termijn afhandeling omgevingsvergunning in relatie tot verplichte adviesrecht onder de Omgevingswet Inlichtingen bij

: Ans Bandel-Weerkamp, 06-23878417

Kennisnemen van De reactie van het college op de vraag tijdens het raadsforum van 17 november 2022 over de behandeltermijn van een omgevingsvergunning in relatie tot het verplichte adviesrecht onder de Omgevingswet. Inleiding In de forumspecial van 17 november 2022 is aangegeven dat u een overzicht ontvangt over de standaardbeslistermijn van de omgevingsvergunning onder de Omgevingswet van 8 weken (met mogelijkheid tot 6 weken verlengen) in relatie tot adviesrecht. In die presentatie kwam naar voren dat de formele beslistermijn van een omgevingsvergunning waarbij adviesrecht van toepassing is minstens 17 tot 20 weken bevat. Dit is tegenstrijdig met het uitgangspunt van de hiervoor genoemde beslistermijn. Dit leverde de volgende vragen op: - Is de langere beslistermijn een risico? - Wat zijn de mogelijke gevolgen hiervan en is er actie nodig? Inhoud

Algemeen Evenals onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het college van burgemeester en wethouders onder de Omgevingswet het bevoegd gezag voor een aanvraag omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan (ofwel: buitenplanse omgevingsplanactiviteit). De gemeenteraad kan zichzelf echter een bindend adviesrecht toebedelen voor dit soort aanvragen voor een omgevingsvergunning. Dit heeft u gedaan door

een lijst van categorieën vast te stellen op 21 februari 2022. Nogmaals het betreft hier dus enkel de aanvragen tot een buitenplanse afwijking: het initiatief past niet in het omgevingsplan, maar is wel wenselijk omdat het bijdraagt aan de kwaliteiten van de fysieke leefomgeving. Adviesrecht gemeenteraad Onder de Omgevingswet is de gemeenteraad adviseur voor een aanvraag omgevingsvergunning voor het afwijken van het omgevingsplan (ofwel: buitenplanse omgevingsplanactiviteit), maar alleen als de aanvraag ziet op een door de raad aangewezen geval waarover hij wenst te adviseren (artikel 4.21 Omgevingsbesluit). Het advies van de gemeenteraad is bindend voor het college van burgemeester en wethouders. Als de gemeenteraad negatief adviseert, dan moet het college de vergunning weigeren. Gevolgen vergunningprocedure Een aanvraag omgevingsvergunning voor het afwijken van het omgevingsplan onder de Omgevingswet moet in beginsel worden afgedaan via de reguliere voorbereidingsprocedure. Dat betekent dat er binnen 8 weken beslist moet worden op zo’n aanvraag, waarbij een eenmalige verlenging van de termijn met 6 weken mogelijk is. Als er sprake is van een aanvraag waarover de gemeenteraad moet adviseren, dan moet dit advies dus ook binnen die 8 weken worden afgegeven.

Zoals hiervoor al is aangegeven blijkt uit het uitschrijven van de procedure inclusief aanlevertermijn richting college en raad dat de termijn van 8 weken niet wordt gehaald. Dit risico is bij de besluitvorming rondom het aanwijzen van categorieën voor adviesrecht al benadrukt. Als er niet tijdig wordt besloten op een aanvraag omgevingsvergunning, dan kan er onder de Omgevingswet geen vergunning van rechtswege ontstaan. Dit is anders dan nu tijdens de Wabo. Onder de Wabo kan er wel van rechtswege een vergunning ontstaan bij overschrijding van de beslistermijn. Onder de Omgevingswet kunnen aanvragers het college van burgemeester en wethouders echter wel in gebreke stellen als niet tijdig wordt besloten op hun aanvraag. Daardoor kan er een dwangsom verschuldigd zijn. Als dat vaak voorkomt, kan dit vanuit financieel oogpunt natuurlijk een onwenselijke situatie worden. Bij een overschrijding van de beslistermijn kan de Wet dwangsom bij niet tijdig beslissen (opgenomen in paragraaf 4.1.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht) worden ingeroepen. De betrokkene moet dan na afloop van de wettelijke beslistermijn eerst de gemeente in gebreke stellen. Daarna zijn er nog twee weken waarin er een besluit kan worden genomen op de aanvraag zonder een dwangsom te verbeuren.

Als er dan niet tijdig wordt beslist, dan moet er een dwangsom worden betaald voor iedere dag dat het besluit te laat is, met een maximum van 42 dagen. Dit betreft: over de eerste veertien dagen € 23,- per dag, over de volgende veertien dagen € 35,- per dag en over de overige dagen € 45,- per dag. De maximale vergoeding is €1.442,00. Het is ook mogelijk dat de aanvrager direct een beroep instelt bij de rechtbank wegens niet tijdig beslissen. Het is niet nodig eerst een bezwaar bij de gemeente in te dienen. Dit vindt echter heel zelden plaats. Verklaart de rechtbank een dergelijk beroep gegrond, dan moeten we alsnog binnen twee weken beslissen. En dit dan 2

samen met de oplegging van een dwangsom (vaak € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-.) Mogelijkheden om de gevolgen te beperken De gemeenteraad kan op verschillende manieren rekening houden met de lengte van de beslistermijn en wel als volgt: 1. besluiten om de uitgebreide voorbereidingsprocedure toe te passen; 2. beperken van de categorieën waarover geadviseerd moet worden; 3. aanpassen werkwijze; 4. eerst ervaring opdoen en op basis daarvan kijken of bijstelling nodig is, in het kader van de evaluatie van het adviesrecht.

Ad 1 Besluiten om de uitgebreide voorbereidingsprocedure toe te passen Er kan voor worden gekozen om te besluiten om de betreffende aanvragen met de uitgebreide voorbereidingsprocedure af te doen. Een uitgebreide procedure beslaat 26 weken met verlengingsmogelijkheid met 6 weken. Er zijn echter wettelijke voorwaarden verbonden aan het van toepassing verklaren van een uitgebreide procedure (artikel 16.65 Omgevingswet): a. de aangevraagde activiteit heeft (kan) aanzienlijke gevolgen (hebben) voor de fysieke leefomgeving; en b. naar verwachting hebben verschillende belanghebbenden bedenkingen tegen de activiteit. Daarbij moet de aanvrager voorafgaand aan het nemen van het collegebesluit over de toe te passen procedure een zienswijze kunnen indienen over het toepassen van de uitgebreide voorbereidingsprocedure (artikel 16.65 lid 4 en 5 Omgevingswet). Het is ook mogelijk dat aanvrager zelf om een uitgebreide procedure verzoekt of ermee instemt (artikel 16.65 lid 1 Omgevingswet). Ad 2 Beperken van de categorieën waarover geadviseerd moet worden De gemeenteraad kan de keuze maken om niet over alle vergunningaanvragen te adviseren, maar bijvoorbeeld enkel over bepaalde concreet benoemde politieke of maatschappelijke onderwerpen.

Zijn invloed op de besluitvorming wordt daardoor ingeperkt, maar dat past goed binnen het doel van de Omgevingswet om besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijker te laten verlopen. Daarnaast is het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Een te ruime invulling van de adviesbevoegdheid kan leiden tot een verkapte verschuiving van bevoegdheden. Of dat in de Zutphense situatie aan de orde is, moet de praktijk uitwijzen. Veelal zijn de aangewezen categorieën een omvorming van de huidige categorieën waarbij een verklaring van geen bedenking nodig is van de raad. De huidige praktijk met de verklaringen houdt in dat niet in elke raadsvergadering een dergelijke aanvraag wordt behandeld. Ervaring met het toepassen van adviesrecht is er nog niet en de

3

categorieën zijn recent vastgesteld door de raad. Een aanpassing van de categorieën waarop adviesrecht van toepassing is op termijn mogelijk. Ad 3 Aanpassen werkwijze De gemeenteraad kan in samenspraak met het college er ook voor kiezen om zijn werkwijze dusdanig aan te passen dat deze beter geïntegreerd kan worden in de vergunningprocedure. Zo zou de vergaderfrequentie kunnen worden opgevoerd voor de advisering over vergunningaanvragen waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan. Daarnaast zou de aanlevertermijn voor vergaderstukken kunnen worden verkort. Dit soort denkrichtingen zijn mogelijk. Ad 4 Eerst ervaring opdoen en op basis daarvan kijken of bijstelling nodig is, in het kader van evaluatie van het adviesrecht. Bij het aanwijzen van categorieën van adviesrecht is besloten om twee jaar nadat de Omgevingswet in werking is getreden (en dus ervaring met het adviesrecht is opgedaan) de werkwijze te evalueren. Bij de evaluatie wordt gekeken of het zo werkbaar is en of de onderwerpen nog actueel zijn of bijgesteld moeten worden. Die ervaring kan handig zijn om bijvoorbeeld een invulling te geven aan Ad 2. Het nu al aanpassen van de categorieën terwijl er geen ervaring mee is opgedaan, is mogelijk wat prematuur. Mocht eerder blijken dat een evaluatie of aanpassing gewenst is, dan is dat mogelijk.

Wat zijn praktische mogelijkheden? Het is bij zaken waar adviesrecht op van toepassing is raadzaam om eerst te bekijken of de aanvrager in wenst te stemmen met een uitgebreide procedure. Daarmee wordt het overschrijden van de beslistermijn van 8 weken al redelijk afgevangen. De categorieën die voor adviesrecht zijn aangewezen zijn over het algemeen onderwerpen die redelijk invloed uitoefenen op de fysieke leefomgeving en ook mogelijk reuring in de omgeving met zich brengen. Het is dan ook mogelijk om per geval te bekijken of aan de wettelijke eisen wordt voldaan om een uitgebreide procedure toe te passen. Het is wettelijk gezien niet mogelijk om de uitgebreide procedure hier automatisch op van toepassing te verklaren. Het is altijd mogelijk de interne aanleverprocedure en mogelijke vergaderfrequentie te bekijken. Het lean en mean maken van processen is dan ook een continu proces. Dit is echter aan de raad zelf. Het is de vraag of een betrokkene veelvuldig een beroep doet op de Wet dwangsom bij niet tijdig beslissen. Uiteindelijk wil de betrokkene graag een vergunning hebben. Het toepassen van verwachtingenmanagement en het proces uit leggen kan hier mogelijk helpen. De ambtelijke inschatting is dat niet al te vaak een beroep op een dwangsom wordt gedaan. Maar ook dat kan worden meegenomen in de aangehaalde evaluatie. Vervolg

Concluderend wordt gesteld dat het verplichte adviesrecht van de gemeenteraad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (aanvragen omgevingsvergunning met betrekking 4

tot het afwijkingen van het omgevingsplan) kan schuren met de reguliere behandeltermijn van acht weken. De gemeenteraad en het college hebben echter een aantal mogelijkheden om dit negatieve effect te beperken, te weten: 1. daar waar wettelijk mogelijk de uitgebreide procedure toe passen op een aanvraag met verplicht adviesrecht; 2. beperken van de categorieën waarbij adviesrecht van toepassing is; 3. vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet bekijken of er verfijning mogelijk is in het aanleverproces en de vergaderfrequentie. 4. ervaring opdoen met het adviesrecht en die ervaringen mee te nemen bij de evaluatie van het adviesrecht. Op dit moment wordt er voor gekozen eerst ervaring op te doen met de opties 1 en 4. Mocht in de praktijk blijken dat er aanpassingen nodig zijn, dan wordt u vanzelfsprekend daar in meegenomen en bieden we daar een voorstel voor aan.

Bijlagen tijdsschema

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=91c37d25-d4bb-4e18-a14f-a5e4596a6ee3