446427RH 2022_BW_00547
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders Besluit
2022_BW_00547
GOEDGEKEURD
Vergadering van 6 december 2022 Team Vergunningverlening en Handhaving
Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Achterhoek - Besluitvormend
Zaaknummer: 446427 Portefeuillehouder: Rick Verschure Openbaar Ja Embargo Nee
Samenstelling Aanwezig: mevrouw Annemieke Vermeulen, Burgemeester; mevrouw Eva Boswinkel, Wethouder; de heer Rick Verschure, Wethouder; de heer Jasper Bloem, Wethouder; de heer Sjoerd Wannet, Wethouder; mevrouw Monique Stouten, Gemeentesecretaris; mevrouw Anja de Rouw, Adjunct-secretaris
Besluit Besluitpunt 1 Het college besluit de raad voor te stellen het college toestemming te geven de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Achterhoek met bijbehorende toelichting vast te stellen, conform bijgevoegd concept van de regeling, zonder het plaatsen van opmerkingen als zienswijze. Besluitpunt 2 Het college besluit de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Achterhoek met bijbehorende toelichting vast te stellen, conform bijgevoegd concept van de regeling, onder het voorbehoud dat de raad daarvoor toestemming aan het college geeft.
Motivering Inleiding Sinds 2013 worden VTH-taken (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) voor gemeenten en de provincie uitgevoerd door zeven Gelderse omgevingsdiensten. In 2016 is bij een evaluatie geconstateerd dat dit stelsel een goede basis vormt voor verdere ontwikkeling; er is een aantal aanbevelingen gedaan ter verbetering van het stelsel die zijn geïmplementeerd. Per 1 januari 2020 is de Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren in werking getreden. Deze had tot gevolg dat de rechtspositie van het personeel in dienst van de omgevingsdiensten gebaseerd werd op het Burgerlijk Wetboek. De bepalingen uit de huidige tekst dateren nog van voor deze invoering en waren gebaseerd op de CAR-UWO. Om die reden is een aantal bepalingen gewijzigd, met name waar het gaat om de bevoegdheden van het dagelijks bestuur. Dit bestuur is bevoegd bij het aangaan van
1/49
een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, het ontslaan en op non-actief stellen van het personeel, waaronder begrepen de directeur. Daarnaast is het dagelijks bestuur ook bevoegd tot het vaststellen van de arbeidsvoorwaardenregelingen voor de directeur alsmede het overige personeel. Per 1 juli 2023 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. In de huidige tekst van de regeling staan op verschillende plaatsen verwijzingen naar de huidige wet- en regelgeving die met de invoering van de Omgevingswet (op termijn) komen te vervallen. Om er voor te zorgen dat de tekst van de gemeenschappelijke regeling ‘omgevingswet-proof’ is worden een aantal beleidsneutrale wijzigingen voorgesteld, zodat de tekst voldoet aan de nieuwe wet- en regelgeving. Eveneens is de verrekening geactualiseerd op basis van het besluit van het algemeen bestuur op 3 december 2020, waarin wordt uitgegaan van de begrote omzet in plaats van de gerealiseerde omzet. Daarnaast zijn een aantal bepalingen of delen van bepalingen achterhaald doordat er termijnen aan verbonden waren die inmiddels zijn verstreken. Ook is de gelegenheid genomen om een aantal begrippen aan te passen dan wel toe te voegen zoals het begrip ‘uitvoeringsdienst’ dat gebruikt werd bij de oprichting van de omgevingsdienst maar nu een niet meer gebruikte term is in het Gelders stelsel.
Deze wordt in de hele tekst vervangen door het begrip ‘omgevingsdienst’. Tevens is een nieuw hoofdstuk Samenwerking Gelders stelsel opgenomen waarin zowel de bepalingen daarover met betrekking tot de voorzitters als de directeuren zijn vervat. Bovenstaande wijzigingen geven geen aanleiding voor het indienen van een zienswijze door de raad.
Beoogd effect Zie raadsvoorstel Argumenten Zie raadsvoorstel Kanttekeningen Zie raadsvoorstel Communicatie Zie raadsvoorstel Evaluatie Zie raadsvoorstel Financiën Financieel gezien zijn er geen consequenties verbonden aan deze wijzigingen. Risico’s Zie raadsvoorstel Personele consequenties Zie raadsvoorstel
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
bijlage 0- Raadsvoorstel GR ODA (versie 30-11-2022).pdf bijlage 1 - Was wordt lijst versie jan 2022.pdf bijlage 2 - Concept Wijzigingsbesluit derde wijziging GR-ODA.docx.pdf bijlage 3 - Toelichting Wijzigingsbesluit derde wijziging GR-ODA.pdf bijlage 4 - DEF GR ODA versie 20 sept 2018.pdf bijlage 5- DEF GR ODA versie 2022 [wijzigingen gearceerd].pdf
2/49
VOORBLAD
ONTWERP Invulinstructie RAADSVOORSTEL
Griffienummer:
Onderwerp Programma
Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Achterhoek 3. Duurzame leefomgeving --
Forum Portefeuillehouder Inlichtingen bij
technisch blok (hamerstuk) Rick Verschure Klaas van der Woud 06-23878410 k.vanderwoud@zutphen.nl
Soort bevoegdheid Beleidsvrijheid Programmabegrotingswijziging
kaderstellend geen ja
controlerend beperkt
budgetrecht ruim nee
overig
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor: het college toestemming te geven de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Achterhoek met bijbehorende toelichting vast te stellen, conform bijgevoegd concept van de regeling, zonder het plaatsen van opmerkingen als zienswijze.
3/49
1 van 5
TOELICHTING
Inleiding Sinds 2013 worden VTH-taken (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) voor gemeenten en de provincie uitgevoerd door zeven Gelderse omgevingsdiensten. In 2016 is bij een evaluatie geconstateerd dat dit stelsel een goede basis vormt voor verdere ontwikkeling; er is een aantal aanbevelingen gedaan ter verbetering van het stelsel die zijn geïmplementeerd. Per 1 januari 2020 is de Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren in werking getreden. Deze had tot gevolg dat de rechtspositie van het personeel in dienst van de omgevingsdiensten gebaseerd wordt op het Burgerlijk Wetboek. De bepalingen uit de huidige tekst dateren nog van voor deze invoering en waren gebaseerd op de CAR-UWO. Om die reden is een aantal bepalingen gewijzigd, met name waar het gaat om de bevoegdheden van het dagelijks bestuur. Dit bestuur is bevoegd bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, het ontslaan en op non-actief stellen van het personeel, waaronder begrepen de directeur. Daarnaast is het dagelijks bestuur ook bevoegd tot het vaststellen van de arbeidsvoorwaardenregelingen voor de directeur alsmede het overige personeel. Per 1 juli 2023 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking.
In de huidige tekst van de regeling staan op verschillende plaatsen verwijzingen naar de huidige wet- en regelgeving die met de invoering van de Omgevingswet (op termijn) komen te vervallen. Om er voor te zorgen dat de tekst van de gemeenschappelijke regeling ‘omgevingswet-proof’ is worden een aantal beleidsneutrale wijzigingen voorgesteld, zodat de tekst voldoet aan de nieuwe wet- en regelgeving. Eveneens is de verrekening geactualiseerd op basis van het besluit van het algemeen bestuur op 3 december 2020, waarin wordt uitgegaan van de begrote omzet in plaats van de gerealiseerde omzet. Daarnaast zijn een aantal bepalingen of delen van bepalingen achterhaald doordat er termijnen aan verbonden waren die inmiddels zijn verstreken. Ook is de gelegenheid genomen om een aantal begrippen aan te passen dan wel toe te voegen zoals het begrip ‘uitvoeringsdienst’ dat gebruikt werd bij de oprichting van de omgevingsdienst maar nu een niet meer gebruikte term is in het Gelders stelsel. Deze wordt in de hele tekst vervangen door het begrip ‘omgevingsdienst’. Tevens is een nieuw hoofdstuk Samenwerking Gelders stelsel opgenomen waarin zowel de bepalingen daarover met betrekking tot de voorzitters als de directeuren zijn vervat. Gezien de marginale en wettelijk vereiste wijzigingen van de Gemeenschappelijke regeling zijn er geen redenen om een zienwijze in te dienen.
Beoogd effect Met de toestemming van de raad wordt het mogelijk om de gemeenschappelijke regeling te wijzigen. Daarmee kan de ODA werken volgens een geactualiseerde Gemeenschappelijke Regeling.
Argumenten 1.1 Voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling is toestemming van de raad vereist. De gemeenschappelijke regeling (GR) Omgevingsdienst Achterhoek is een regeling die de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en de Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben getroffen. Voor de wijziging van de GR is ook een besluit van ons als college nodig. Wij hebben wel 4/49
2 van 5
eerst toestemming van de gemeenteraad nodig voordat de wijziging van de GR vastgesteld kan worden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 1.2 Voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling wordt de raad in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. In de Wet gemeenschappelijke regeling (artikel 1) is vastgelegd dat de gemeenteraad in de gelegenheid wordt gesteld om een zienswijze te geven. De wijzigingen vloeien voort uit wettelijke wijzigingen en de wens om de huidige afspraken vast te leggen middels deze actualisatie. Hierdoor is het niet nodig opmerkingen te plaatsen in de vorm van een zienswijze. 1.3 Wijziging van de GR is onder meer nodig om bij de gewijzigde regelgeving aan te kunnen sluiten. Voor de inhoudelijke wijzigingen wordt verwezen naar de bijlage Was – wordt lijst.
Kanttekeningen Er is de aanname dat de Omgevingswet per 1 juli 2023 in werking treedt. Het is mogelijk dat de inwerkingtreding wederom wordt uitgesteld. In dat geval zal de provincie wachten met de publicatie van de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling.
Financiën Er zijn geen financiële effecten.
Communicatie Na verkregen toestemming van de raad is de gewijzigde regeling met toelichting vastgesteld. In de Gemeenschappelijke Regeling zijn Gedeputeerde Staten van Gelderland aangewezen om zorg te dragen voor de bekendmaking. Dit gebeurt door het publiceren van de wijzigingen in de Staatscourant. Na bekendmaking treedt de gewijzigde regeling in werking.
Uitvoering Niet van toepassing.
Evaluatie Niet van toepassing.
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Was wordt lijst versie jan 2022 Concept Wijzigingsbesluit derde wijziging GR-ODA Toelichting Wijzigingsbesluit derde wijziging GR-ODA Def GR ODA versie 20 sept 2018 5/49
3 van 5
5. Def GR ODA versie 2022 wijzigingen gearceerd
Stukken die ter inzage liggen Geen.
6/49
4 van 5
ONTWERP BESLUIT Griffienummer:
De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6 december 2022 met nummer 446427; gelet op artikel(en) 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; besluit: het college toestemming te geven de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Achterhoek met bijbehorende toelichting vast te stellen, conform bijgevoegd concept van de regeling, zonder het plaatsen van opmerkingen als zienswijze.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op:
De voorzitter,
de griffier,
7/49
5 van 5
Onderwerp Algemeen
Reden Actualisatie
Oud artikel Uitvoeringsdienst vervangen
Voorstel Omgevingsdienst
Toelichting Is nu de algemene term geworden.
Overwegingen
Omgevingswet
De deelnemers voeren bevoegdheden uit op grond van onder andere de Omgevingswet, waaronder bevoegdheden tot het beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen, het houden van toezicht en het beslissen over bestuursrechtelijke handhaving van wettelijke voorschriften.
Tekst is technisch omgezet door Hekkelman advocaten naar de Omgevingswet.
Definities
Omgevingswet
De deelnemers voeren bevoegdheden uit op grond van onder andere de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), waaronder bevoegdheden tot het beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen, het houden van toezicht en het beslissen over bestuursrechtelijke handhaving van wettelijke voorschriften. Artikel 1 lid 1 sub a: basistaken: taken bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit omgevingsrecht
Artikel 1. lid 1 sub a: basistaken: taken als bedoeld in artikel 13.12 van het Omgevingsbesluit Vervalt
Definitie is technisch omgezet door Hekkelman advocaten naar de Omgevingswet.
Omgevingswet
Artikel 1 lid 1, sub c: BRIKS-taken: de taken op het terrein van Bouwen, Reclame, Inrit, Kappen en Slopen.
Definitie is technisch omgezet door Hekkelman advocaten naar de Omgevingswet. Door het vervallen van deze definitie verandert de nummering achtereenvolgend mee.
Omgevingswet
Artikel 1 lid 1 sub e: complexe taken: basistaken ten aanzien van complexe bedrijven zijnde: • vergunningplichtige inrichtingen als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer die worden ingedeeld in milieucategorie 4.2 en hoger als bedoeld in de VNG-uitgave
8/49
Artikel 1 lid 1 sub d: complexe taken: basistaken ten aanzien van complexe activiteiten zijnde: • vergunningplichtige milieubelastende activiteiten die zijn of worden ingedeeld in milieucategorie 4.2 en hoger als bedoeld in de VNG-uitgave
Definitie is technisch omgezet door Hekkelman advocaten naar de Omgevingswet.
Actualisatie
Bedrijven en milieuzonering, editie 2009 of • inrichtingen waarop de Richtlijn industriële emissies van toepassing is als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of • overige inrichtingen onder provinciaal bevoegd gezag; Artikel 1, lid 1, sub h: […]
Bedrijven en milieuzonering, editie 2009; of • milieubelastende activiteiten waarop de Richtlijn industriële emissies van toepassing is; of • overige milieubelastende activiteiten die vallen onder provinciaal bevoegd gezag. Artikel 1, lid 1, sub h: Gelders stelsel: samenwerking van alle Gelderse omgevingsdiensten in de provincie Gelderland waarbij onderlinge afspraken worden gemaakt over het beleggen van taken.
Voor de definitie is aangesloten bij de reeds bestaande tekst in de overweging over het stelsel. Het begrip Gelders Stelsel komt een paar keer voor in de regeling en ter verduidelijking is dit begrip toegevoegd aan de definities. Door het invoegen van een nieuwe definitie verandert de nummering achtereenvolgend mee.
Actualisatie
Artikel 1, lid 1, sub m robuust: in overeenstemming met de KPMG Kwaliteitscriteria, versie 2.1, dan wel de daarvoor in de plaats getreden nieuwe versie of andere wet- en regelgeving;
Omgevingswet
Artikel 1 lid 4: 4. Uitgezonderd van de complexe taken zijn de volgende vergunningplichtige inrichtingen die worden ingedeeld in milieucategorie 4.2 en hoger als bedoeld in de VNG-uitgave
9/49
1, lid 1, sub m robuust: in overeenstemming met de VTH Kwaliteitscriteria, versie 2.2, dan wel de daarvoor in de plaats getreden nieuwe versie of andere wet- en regelgeving; Artikel 1 lid 4: 4. Uitgezonderd van de complexe taken zijn de volgende vergunningplichtige milieubelastende activiteiten die zijn of worden ingedeeld in milieucategorie 4.2 en hoger als bedoeld in de VNG-uitgave
Per 1 juli 2019 zijn de VTH Kwaliteitscriteria 2.2 van toepassing.
Artikel is technisch omgezet door Hekkelman advocaten naar de Omgevingswet. In plaats van inrichtingen worden nu de activiteiten vermeld.
Taken, bevoegdheden en bijdragen
Omgevingswet
Bedrijven en milieuzonering, editie 2009: • inrichtingen, die uitsluitend onder de Richtlijn industriële emissies categorie 6.6 vallen; • inrichtingen bestemd voor cultuur, sport en recreatie (SBI 9321, 931. 1t/m 931.10, 931.B t/m 931.D en 93299); • rangeerterreinen (SBI 491,492.2); • trafostations (SBI 35.C4 en 35.C5) en de schakelstations van het 380 kV hoogspanningsnet; • agrarische inrichtingen die mest verwerken als nevenactiviteit, waarbij de mest uitsluitend afkomstig van de eigen inrichting; • inrichtingen met een helikopterlandplaats als nevenactiviteit (SBI 5223.B); • betonmortel en –waren (SBI 23611, 2363, 2364, 2365, en 2369) de vergunningplichtige niet IPPC‐inrichtingen;
Bedrijven en milieuzonering, editie 2009: • het exploiteren van een ippcinstallatie voor het houden van pluimvee of varkens als bedoeld in de Richtlijn industriële emissies categorie 6.6; • activiteiten ten behoeve van cultuur, sport en recreatie (SBI 9321, 931.1 t/m 931.10, 931.B t/m 931.D en 93299); • het exploiteren van een rangeerterrein (SBI 491, 492.2); • activiteiten ten behoeve van trafostations (SBI 35.C4 en 35.C5) en de schakelstations van het 380 KV hoogspanningsnet; • agrarische activiteiten waarbij mest wordt verwerkt als nevenactiviteit, waarbij die mest uitsluitend afkomstig is uit de eigen activiteiten; • activiteiten met een helikopterstandplaats als nevenactiviteit (SBI 5223.B); • activiteiten met betrekking tot betonmortel en -waren (SBI 23611, 2363, 2364, 2365 en 2369), voor zover er geen sprake is van een ippc-installatie; • activiteiten met betrekking tot rioolwaterzuiveringen (SBI 3700), voor zover er geen sprake is van een ippc-installatie
Artikel 4: 1. Ter behartiging van het belang genoemd in artikel 2 brengen de deelnemers de uitvoering van de
Artikel 4: 1. Ter behartiging van het belang genoemd in artikel 2 brengen de deelnemers de uitvoering van de
10/49
Artikel is technisch omgezet door Hekkelman advocaten naar de Omgevingswet. De vermelding van het
Dagelijks Bestuur
basistaken onder bij het openbaar lichaam, met dien verstande dat provincie Gelderland de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, onder a en b van het Besluit omgevingsrecht onderbrengt bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen.
basistaken onder bij het openbaar lichaam, met dien verstande dat provincie Gelderland de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 13.12, eerste lid, onder a, b en c van het Omgevingsbesluit onderbrengt bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen.
onderbrengen van een bepaalde taak bij ODRN door de provincie Gelderland betreft die van de Brzoinrichtingen (Onder de Omgevingswet Seveso te noemen). ODRN is door de Rijksoverheid aangewezen als 1 van de 6 Brzo-diensten in Nederland.
Omgevingswet
Artikel 5: 1. Ter behartiging van het belang genoemd in artikel 2 kunnen de deelnemers de uitvoering onderbrengen bij het openbaar lichaam van overige taken in het omgevingsrecht, waaronder in ieder geval begrepen de overige milieu taken niet vallend onder het basistakenpakket, BRIKS-taken, taken betreffende de Huisvestingswet, Leegstandswet, Monumentenwet en Algemene plaatselijke verordening met betrekking tot de leefomgeving dan wel de daarvoor in de plaats getreden wet- en regelgeving.
Artikel 5: 1. Ter behartiging van het belang genoemd in artikel 2 kunnen de deelnemers de uitvoering van overige taken in het omgevingsrecht onderbrengen bij het openbaar lichaam. Overige taken zijn in ieder geval de Omgevingswet-taken voor zover niet behorend tot de in artikel 4 genoemde basistaken, taken betreffende de Huisvestingswet, de Leegstandswet, de Algemene Plaatselijke Verordening dan wel de daarvoor in de plaats getreden wet- en regelgeving.
Artikel is technisch omgezet door Hekkelman advocaten naar de Omgevingswet. Een aantal overige wetten blijft vooralsnog bestaan en daarom zijn deze ook blijven staan naast de Omgevingswet.
Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren
Art. 18 lid 4: Het dagelijks bestuur benoemt en ontslaat het personeel, waaronder begrepen de directeur. Onder benoeming van personeel wordt tevens verstaan de tewerkstelling op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.
Art. 18 lid 4: Het dagelijks bestuur is belast met het aangaan van arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, het ontslaan en schorsen van het personeel, waaronder begrepen de directeur.
Noodzakelijk aanpassing, zodat de gemeenschappelijke regeling in lijn met de Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren is. Het personeel wordt immers niet meer benoemd, maar treedt in dienst met een arbeidsovereenkomst.
11/49
Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren
Art. 18 lid 5: Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het vaststellen van een regeling omtrent de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam, alsmede de rechtspositieregelingen voor de directeur en het overige personeel.
Art. 18 lid 5: De arbeidsvoorwaardenregelingen voor de directeur alsmede het overige personeel van het openbaar lichaam worden door het dagelijks bestuur vastgesteld.
Idem.
Voorzitter
Actualisatie
Artikel 21: 1. De voorzitter voert geregeld overleg met de voorzitters van de dagelijkse besturen van de andere omgevingsdiensten in Gelderland. Het overleg heeft als doel het bevorderen van een goede samenwerking tussen de uitvoeringsdiensten. 2. De voorzitters wijzen uit hun midden een voorzitter van het overleg aan. 3. Het overleg doet zo nodig voorstellen aan de deelnemers voor de programmering van bovenregionale taken.
Vervalt
Zie toelichting art. 26a.
Gelderse Omgevingsdiensten (Gelders stelsel)
Actualisatie
[…]
Hoofdstuk 7 a. Gelderse Omgevingsdiensten (Gelders stelsel)
Ter verduidelijking is een nieuw hoofdstuk gemaakt van de samenwerking tussen de Gelderse Omgevingsdiensten.
Directeur
Actualisatie
Artikel 26. Samenwerking tussen omgevingsdiensten: 1. De directeur voert geregeld overleg met de directeuren van de andere regionale uitvoeringsdiensten in Gelderland. Het overleg heeft als doel het
Artikel 26. Samenwerking tussen Gelderse Omgevingsdiensten: 1. De voorzitter heeft regelmatig overleg met de voorzitters van de besturen van de andere omgevingsdiensten in Gelderland.
De oude artikelen 21 en 26 zijn opgenomen met hetzelfde doel om de samenwerking tussen de omgevingsdiensten te bevorderen. Vanwege de samenloop is dit artikel samengevoegd in een artikel
12/49
bevorderen van een goede samenwerking tussen de diensten. 2. De directeuren wijzen uit hun midden een voorzitter van het overleg aan.
2. De directeur heeft regelmatig overleg met de directeuren van de andere omgevingsdiensten in Gelderland. 3. De overleggen hebben als doel het bevorderen van een goede samenwerking tussen de diensten. 4. Het samenwerkingsverband tussen alle Gelderse omgevingsdiensten wordt aangeduid als: Gelders stelsel.
in een eigen hoofdstuk, te weten: samenwerking tussen de Gelderse Omgevingsdiensten (art. 26). Ook inhoudelijk zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd in het artikel. In de oorspronkelijke tekst werd bepaald hoe het voorzittersoverleg en het directeurenoverleg vorm moest worden gegeven (de voorzitters/directeuren wijzen uit hun midden een voorzitter aan). Dit is echter juridisch gezien niet mogelijk, aangezien deze overleggen niet onder het openbaar lichaam vallen. Het is dan ook niet mogelijk om te bepalen hoe dit overleg dient te worden georganiseerd. In de vernieuwde tekst is deze bepaling dan ook niet meer opgenomen in de regeling. Het bovenstaande betekent niet dat deze wijze waarop het voorzittersoverleg wordt georganiseerd niet is geformaliseerd. In 2016 is het functioneren van het Gelders Stelsel geëvalueerd. Een van de aanbevelingen die uit deze evaluatie kwam, was het formaliseren van het Voorzittersoverleg van de
13/49
Verdeling saldo
Actualisatie
Artikel 30, lid 2 Indien besloten wordt een batig of nadelig sado geheel of gedeeltelijk ten gunste of ten laste van de deelnemers te brengen geschiedt dit op basis van de gerealiseerde omzet per deelnemer van het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.
Artikel 30, lid 2 Indien besloten wordt een batig of nadelig sado geheel of gedeeltelijk ten gunste of ten laste van de deelnemers te brengen geschiedt dit op basis van de begrote omzet per deelnemer van het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.
Archief
Actualisatie
Artikel 31, lid 1 Ten aanzien van de zorg voor en het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam, alsmede ten aanzien van het toezicht op het beheer zijn de voorschriften van Bronckhorst van overeenkomstige toepassing, behoudens indien door het algemeen bestuur een archiefverordening is vastgesteld die anders bepaalt.
Artikel 31, lid 1 Ten aanzien van de zorg voor en het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam, alsmede ten aanzien van het toezicht op het beheer stelt het algemeen bestuur een archiefverordening vast.
14/49
Gelderse Omgevingsdiensten. Dit heeft ertoe geleid dat in 2017 door de algemeen besturen van de Gelderse Omgevingsdiensten het Statuut Voorzittersoverleg Gelderse Omgevingsdiensten is vastgesteld. In dit statuut is de organisatie, bevoegdheden en instrumenten van het Voorzittersoverleg neergelegd. Conform het besluit van het algemeen bestuur op 3 december 2020. Het voortzetten van de bestaande afspraken zou ertoe leiden dat juist een partner met een gerealiseerde hogere omzet door een calamiteit (bijvoorbeeld: grote asbest brand), nogmaals extra onevenredig zou moeten bijdragen aan een eventueel tekort. De archiefverordening omgevingsdienst Achterhoek is door het algemeen bestuur op 19 juni 2017 vastgesteld en op 9 december 2019 gewijzigd.
Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing
Actualisatie
Artikel 33 lid 1: 1. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling na een daartoe strekkend besluit van de deelnemer, doch niet eerder dan na vijf jaar na de eerste inwerkingtreding van de regeling.
15/49
Art. 33 lid 1: 1. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling na een daartoe strekkend besluit van de deelnemer.
De Omgevingsdienst bestaat al langer dan vijf jaar, waardoor deze bepaling overbodig is geworden.
Wijziging Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Achterhoek 2022 Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland en colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen; Gelet op het bepaalde in artikel 51 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de verkregen toestemming van Provinciale Staten van de provincie Gelderland en van de Raden van de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen; BESLUITEN vast te stellen de navolgende wijziging tot aanpassing van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Achterhoek. Artikel I
Wijziging regeling
De Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Achterhoek wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 1, eerste lid, onder a, komt te luiden: basistaken: taken als bedoeld in artikel 13.12 van het Omgevingsbesluit; B. Artikel 1, eerste lid, onder e, komt te luiden: 1. complexe taken: basistaken ten aanzien van complexe activiteiten zijnde: o vergunningplichtige milieubelastende activiteiten die zijn of worden ingedeeld in milieucategorie 4.2 en hoger als bedoeld in de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering, editie 2009; of o milieubelastende activiteiten waarop de Richtlijn industriële emissies van toepassing is; of o overige milieubelastende activiteiten die vallen onder provinciaal bevoegd gezag. C. Na sub g, artikel 1, eerste lid, wordt een nieuw sub toegevoegd, luidende: Sub h: Gelders stelsel: stelsel van zeven Gelderse omgevingsdiensten in de provincie Gelderland, waarbij bepaalde taken op bovenregionale schaal kunnen worden belegd. D. Art. 1, vierde lid, komt te luiden: 4.
Uitgezonderd van de complexe taken zijn de volgende vergunningplichtige milieubelastende activiteiten die worden ingedeeld in milieucategorie 4.2 en hoger als bedoeld in de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering, editie 2009: - het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens als bedoeld in de Richtlijn industriële emissies categorie 6.6; - activiteiten ten behoeve van cultuur, sport en recreatie (SBI 9321, 931.1 t/m 931.10, 931.B t/m 931.D en 93299); - het exploiteren van een rangeerterrein (SBI 491, 492.2); - activiteiten ten behoeve van trafostations (SBI 35.C4 en 35.C5) en de schakelstations van het 380 KV hoogspanningsnet;
16/49
- agrarische activiteiten waarbij mest wordt verwerkt als nevenactiviteit, waarbij die mest uitsluitend afkomstig is uit de eigen activiteiten; - activiteiten met een helikopterstandplaats als nevenactiviteit (SBI 5223.B); - activiteiten met betrekking tot betonmortel en -waren (SBI 23611, 2363, 2364, 2365 en 2369), voor zover er geen sprake is van een ippc-installatie; - activiteiten met betrekking tot rioolwaterzuiveringen (SBI 3700), voor zover er geen sprake is van een ippc-installatie E. Artikel 4, eerste lid, komt te luiden: 1. Ter behartiging van het belang genoemd in artikel 2 brengen de deelnemers de uitvoering van de basistaken onder bij het openbaar lichaam, met dien verstande dat provincie Gelderland de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 13.12, eerste lid, onder a, b en c van het Omgevingsbesluit onderbrengt bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen. F. Artikel 5, eerst lid komt te luiden: 1. Ter behartiging van het belang genoemd in artikel 2 kunnen de deelnemers de uitvoering van overige taken in het omgevingsrecht onderbrengen bij het openbaar lichaam. Overige taken zijn in ieder geval de Omgevingswet-taken voor zover niet behorend tot de in artikel 4 genoemde basistaken, taken betreffende de Huisvestingswet, de Leegstandswet, de Algemene Plaatselijke Verordening dan wel de daarvoor in de plaats getreden regelgeving. G.
In artikel 18, vierde lid, komt te luiden: Het dagelijks bestuur is belast met het aangaan van arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, het ontslaan en schorsen van het personeel, waaronder begrepen de directeur. H. Artikel 18, vijfde lid, komt te luiden: De arbeidsvoorwaardenregelingen voor de directeur alsmede het overige personeel van het openbaar lichaam worden door het dagelijks bestuur vastgesteld. I. Artikel 21 komt te vervallen. J. Artikel 26 komt te vervallen. K. Artikel 26a wordt ingevoegd na artikel 26 en komt te luiden: 1. De voorzitter heeft regelmatig overleg met de voorzitters van de besturen van de andere omgevingsdiensten in Gelderland. 2. De directeur heeft regelmatig overleg met de directeuren van de andere omgevingsdiensten in Gelderland. 3. De overleggen hebben als doel het bevorderen van een goede samenwerking tussen de diensten. L. Artikel 30, tweede lid, komt te luiden:
17/49
2. Indien besloten wordt een batig of nadelig sado geheel of gedeeltelijk ten gunste of ten laste van de deelnemers te brengen geschiedt dit op basis van de begrote omzet per deelnemer van het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. M. Artikel 33, eerste lid, komt te luiden: Een deelnemer kan uittreden uit de regeling na een daartoe strekkend besluit van de deelnemer. N. Artikelsgewijze toelichting, artikel 1, vervalt. O. Artikelsgewijze toelichting, art. 18, wordt ingevoegd na artikel 16, en komt te luiden: In dit artikel worden de bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur vermeld zoals zijn opgenomen in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Dit zijn: het aannemen, schorsen en ontslaan van het personeel inclusief de directeur, het opstellen van allerlei regelingen voor het personeel, het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen zoals het oprichten en deelnemen in rechtspersonen zoals stichtingen, maatschappen en vennootschappen. Op grond van artikel 14 is het Algemeen Bestuur bevoegd om te besluiten tot oprichting van en deelneming in rechtspersonen. Deze bevoegdheid kan het Algemeen Bestuur niet aan het dagelijks bestuur overdragen. Verder is het dagelijks bestuur bevoegd tot het voeren van rechtsgedingen en het vaststellen van alle overige regelingen, naast de personele regelingen. P.
Artikelsgewijze toelichting, art. 33, komt te luiden: Op grond van artikel 9 van de Wet gemeenschappelijke regelingen houdt een regeling die voor onbepaalde tijd wordt getroffen bepalingen in over wijziging, opheffing, toetreding en uittreding. De regeling voorziet daarin in hoofdstuk 10. Uittreden gebeurt door middel van een vaststellingsovereenkomst. Het algemeen bestuur is bevoegd te besluiten tot een dergelijke overeenkomst, dat het besluit neemt met tweederde van de uitgebrachte stemmen. In de verdeling van taken tussen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur is het aan het dagelijks bestuur om de uittreding af te wikkelen. Q. Artikelsgewijze toelichting, art. 26a, wordt ingevoegd na artikel 24, en komt te luiden: De voormalige artikelen 21 en 26 zijn opgenomen met hetzelfde doel, namelijk: de samenwerking tussen de omgevingsdiensten te bevorderen. Vanwege de samenloopzijn deze artikelen samengevoegd in een artikel met een eigen hoofdstuk, te weten: samenwerking Gelders Stelsel. Ook inhoudelijk zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd in het artikel. In de oorspronkelijke tekst werd bepaald hoe het voorzitters- en directeurenoverleg vorm moest worden gegeven (de voorzitters/directeuren wijzen uit hun midden een voorzitter aan). Dit is echter juridisch gezien niet mogelijk, aangezien deze overleggen niet onder het openbaar lichaam vallen.
Het is dan ook niet mogelijk om in deze regeling voorschriften voor het voorzitters- en directeurenoverleg op te nemen. In de vernieuwde tekst zijn deze bepalingen dan ook geschrapt. Het bovenstaande betekent niet dat deze wijze waarop het voorzittersoverleg wordt georganiseerd niet is geformaliseerd. In 2016 is het functioneren van het Gelders stelsel geëvalueerd. Een van de aanbevelingen die uit deze evaluatie kwam, was het formaliseren van het voorzittersoverleg van de Gelderse Omgevingsdiensten. Dit heeft ertoe geleid dat in 2017 door de algemeen besturen van de Gelderse Omgevingsdiensten het Statuut voorzittersoverleg Gelderse Omgevingsdiensten is
18/49
vastgesteld. In dit statuut zijn de organisatie, bevoegdheden en instrumenten van het Voorzittersoverleg neergelegd. Artikel II Inwerkingtreding A. Deze wijziging treedt in werking een dag nadat deze op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Aldus besloten door, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen op datum, met toestemming van de raad van de gemeente Zutphen gegeven op datum.
19/49
TOELICHTING Omgevingswet De Omgevingswet maakt het noodzakelijk om de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Achterhoek te wijzigen. Deze wijzigingen zijn beleidsneutraal doorgevoerd. Wet normalisatie rechtspositie Op 1 januari 2020 is de Wet normalisatie rechtspositie in werking getreden. Er zijn een aantal bepalingen in de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Achterhoek die op dit punt dienen te worden geactualiseerd. Andere wijzigingen en actualisaties Daarnaast is van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele verbeteringen en actualisaties in de tekst toe te passen. Artikelsgewijze toelichting A. Artikel 1, eerste lid, onder a: Noodzakelijke aanpassing in verband met de komst van de Omgevingswet. B. Artikel 1, eerste lid, onder e: Noodzakelijke aanpassing in verband met de komst van de Omgevingswet. C. Artikel 1, eerste lid, onder h: De definitie van Gelders Stelsel ontbrak in de tekst. Ter verduidelijking is deze definitie opgenomen. D. Art. 1, vierde lid: Noodzakelijke aanpassing in verband met de komst van de Omgevingswet. E. Artikel 4, eerste lid: Noodzakelijke aanpassing in verband met de komst van de Omgevingswet. F. Artikel 5, eerste lid: Noodzakelijke aanpassing in verband met de komst van de Omgevingswet. G. Artikel 18, vierde lid: Noodzakelijke wijziging in verband met de Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren. H.
In artikel 18, vijfde lid: Noodzakelijke wijziging in verband met de Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren. I. Artikel 21 komt te vervallen.
20/49
De oude artikelen 21 en 26 zijn opgenomen met hetzelfde doel om de samenwerking tussen de omgevingsdiensten te bevorderen. Vanwege de samenloop is dit artikel samengevoegd in een artikel in een eigen hoofdstuk, te weten: samenwerking Gelders Stelsel (art. 37a). J. Artikel 26 komt te vervallen. De oude artikelen 21 en 26 zijn opgenomen met hetzelfde doel om de samenwerking tussen de omgevingsdiensten te bevorderen. Vanwege de samenloop is dit artikel samengevoegd in een artikel in een eigen hoofdstuk, te weten: samenwerking Gelders Stelsel (art. 37a). K. Artikel 30, tweede lid: Voorheen werd bij de verdeling van het saldo rekening gehouden met de gerealiseerde omzet. In de praktijk zou hierdoor een deelnemer onevenredig extra moeten bijdragen als deze in dat jaar wordt getroffen door een calamiteit. Derhalve wordt nu gerekend met een begrote omzet. M. Artikel 33, eerste lid: De Omgevingsdienst bestaat al langer dan vijf jaar. De zinssnede: ‘uittreding kan eerder dan na de eerste vijf jaar na inwerkingtreding’ is om deze reden overbodig geworden. N. Artikel 37a: De oude artikelen 21 en 26 zijn opgenomen met hetzelfde doel om de samenwerking tussen de omgevingsdiensten te bevorderen. Vanwege de samenloop is dit artikel samengevoegd in een artikel in een eigen hoofdstuk, te weten: samenwerking Gelders Stelsel (art. 37a).
Ook inhoudelijk zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd in het artikel. In de oorspronkelijke tekst werd bepaald hoe het voorzittersoverleg en het directeurenoverleg vorm moest worden gegeven (de voorzitters/directeuren wijzen uit hun midden een voorzitter aan). Dit is echter juridisch gezien niet mogelijk, aangezien deze overleggen niet onder het openbaar lichaam vallen. Het is dan ook niet mogelijk om te bepalen hoe dit overleg dient te worden georganiseerd. In de vernieuwde tekst is deze bepaling dan ook niet meer opgenomen in de regeling. O. Artikelsgewijze toelichting, artikel 1, vervalt. De beschrijving van het basistakenpaket is achterhaald door de komst van de Omgevingswet. Q. Artikelsgewijze toelichting, art. 18: De toelichting op dit artikel ontbrak. R. Artikelsgewijze toelichting, art. 33: De Omgevingsdienst bestaat al langer dan vijf jaar. De zinssnede: ‘uittreding kan eerder dan na de eerste vijf jaar na inwerkingtreding’ is om deze reden overbodig geworden. De toelichting op dit artikel is op dit punt ook aangepast. S. Artikelsgewijze toelichting, art. 37a, wordt ingevoegd na artikel 37:
21/49
De voormalige artikelen 21 en 26 zijn opgenomen met hetzelfde doel, namelijk: de samenwerking tussen de omgevingsdiensten te bevorderen. Vanwege de samenloopzijn deze artikelen samengevoegd in een artikel met een eigen hoofdstuk, te weten: samenwerking Gelders stelsel. Ook inhoudelijk zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd in het artikel. In de oorspronkelijke tekst werd bepaald hoe het voorzitters- en directeurenoverleg vorm moest worden gegeven (de voorzitters/directeuren wijzen uit hun midden een voorzitter aan). Dit is echter juridisch gezien niet mogelijk, aangezien deze overleggen niet onder het openbaar lichaam vallen. Het is dan ook niet mogelijk om in deze regeling voorschriften voor het voorzitters- en directeurenoverleg op te nemen. In de vernieuwde tekst zijn deze bepalingen dan ook geschrapt.
22/49
Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Achterhoek Bijgewerkt tot en met de 2e wijziging Januari 2018, versie 2.3 _____________________________________________________________________ Intitulé Instellingsbesluit van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen en Gedeputeerde Staten van Gelderland houdende regels omtrent de gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Achterhoek Regeling op grond van artikel 51 eerste lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen en het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft; Overwegingen: De deelnemers voeren bevoegdheden uit op grond van onder andere de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), waaronder bevoegdheden tot het beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen, het houden van toezicht en het beslissen over bestuursrechtelijke handhaving van wettelijke voorschriften.
De minister van VROM heeft aangedrongen op de vorming van uitvoeringsdiensten op regionale schaal (omgevingsdiensten) en de provincie verzocht een proces te organiseren waarin dat gestalte krijgt. Naar aanleiding daarvan hebben de colleges van alle Gelderse gemeenten en het college van gedeputeerde staten op 3 november 2009 een intentieverklaring ondertekend. In die intentieverklaring zijn als uitgangspunten opgenomen: - dat de op te richten omgevingsdiensten de vorm van een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen krijgen; - dat de omgevingsdiensten zelf geen beleidstaken uitvoeren en dat de bestuurlijke - bevoegdheden door de bevoegde gezagen zelf moeten worden uitgevoerd; - dat voor wat de omvang van het werkterrein van de omgevingsdiensten betreft de - samenwerking wordt gebaseerd op de bestaande regionale samenwerkingsverbanden in - Gelderland (de Gelderse maat). De deelnemers hebben in het licht van de Intentieverklaring gezamenlijk besloten tot oprichting van een omgevingsdienst die de juridische vorm heeft van een openbaar lichaam in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Deze omgevingsdienst is onderdeel van een stelsel van omgevingsdiensten in de provincie Gelderland, waarbij bepaalde taken op bovenregionale schaal kunnen worden belegd.
Vastgesteld hebbende: De gemeenschappelijke regeling omgevingsdienst Achterhoek welke regeling in werking is getreden op 7 november 2012, een dag nadat zij in de Provinciale registers is ingeschreven.
23/49
Gelet op: - De wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen, alsmede enkele tekstuele correcties van de regeling; - het schrappen van niet meer van toepassing zijnde artikelen uit de regeling; - het schrappen van de bijdragetabel in artikel 10 in verband met de eerste stappen richting outputfinanciering, - het wijzigen van het aantal DB leden van 3 naar 4; De toestemming als bedoeld in artikel 51, tweede lid Wet gemeenschappelijke regelingen verleend door de gemeenteraden van de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen en Provinciale Staten van Gelderland. De bepalingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Provinciewet en de Gemeentewet; Besluiten: De gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Achterhoek te wijzigen, zodat zij als volgt komt te luiden; Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsomschrijvingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. basistaken: taken bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit omgevingsrecht; b. bovenregionale taken: taken die ten behoeve van de deelnemers en van deelnemers aan andere omgevingsdiensten in Gelderland worden verricht, niet zijnde complexe taken; c. BRIKS-taken: de taken op het terrein van Bouwen, Reclame, Inrit, Kappen en Slopen. d.
burgemeester en wethouders: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten; e. complexe taken: basistaken ten aanzien van complexe bedrijven zijnde: o vergunningplichtige inrichtingen als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer die worden ingedeeld in milieucategorie 4.2 en hoger als bedoeld in de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering, editie 2009 of o inrichtingen waarop de Richtlijn industriële emissies van toepassing is als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of o overige inrichtingen onder provinciaal bevoegd gezag. f. deelnemers: de bestuursorganen die deze regeling hebben vastgesteld; g. directeur: directeur van het openbaar lichaam; h. Gedeputeerde Staten: het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland; i. gemeenteraden: de raden van de gemeenten waartoe burgemeester en wethouders behoren; j. openbaar lichaam: het openbaar lichaam Omgevingsdienst Achterhoek; k. Provinciale Staten: Provinciale Staten van Gelderland; l. regeling: de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Achterhoek; m. robuust: in overeenstemming met de KPMG Kwaliteitscriteria, versie 2.1, dan wel de daarvoor in de plaats getreden nieuwe versie of andere wet- en regelgeving; n. Wet: Wet gemeenschappelijke regelingen. 2.
Onder openbaar lichaam worden tevens de organen (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzitter) en de medewerkers van het openbaar lichaam verstaan. 24/49
3. Onder deelnemers worden tevens begrepen de rechtspersonen waarvan deelnemers bestuursorgaan zijn. 4. Uitgezonderd van de complexe taken zijn de volgende vergunningplichtige inrichtingen die worden ingedeeld in milieucategorie 4.2 en hoger als bedoeld in de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering, editie 2009: - inrichtingen, die uitsluitend onder de Richtlijn industriële emissies categorie 6.6 vallen; - inrichtingen bestemd voor cultuur, sport en recreatie (SBI 9321, 931. 1t/m 931.10, 931.B t/m 931.D en 93299); - rangeerterreinen (SBI 491,492.2); - trafostations (SBI 35.C4 en 35.C5) en de schakelstations van het 380 kV hoogspanningsnet; - agrarische inrichtingen die mest verwerken als nevenactiviteit, waarbij de mest uitsluitend afkomstig van de eigen inrichting; - inrichtingen met een helikopterlandplaats als nevenactiviteit (SBI 5223.B); - betonmortel en –waren (SBI 23611, 2363, 2364, 2365, en 2369) de vergunningplichtige niet IPPC- inrichtingen; - rioolwaterzuiveringen (SBI 3700): de vergunningplichtige niet IPPC-inrichtingen. Artikel 2. Belangen De regeling is ingesteld ter gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers ter zake van vergunningverlening, toezicht en handhaving en advisering in het kader van het omgevingsrecht.
Onder de belangen van de deelnemers wordt tevens begrepen het belang van een goede samenwerking tussen de omgevingsdiensten in Gelderland. Artikel 3. Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam, genaamd Omgevingsdienst Achterhoek, afgekort ODA. 2. Het openbaar lichaam is statutair gevestigd in de gemeente.Bronckhorst 3. Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Hoofdstuk 2. Taken, bevoegdheden en bijdragen Artikel 4. Basistaken 1. Ter behartiging van de belangen genoemd in artikel 2 brengen de deelnemers de uitvoering van de basistaken onder bij het openbaar lichaam, met dien verstande dat provincie Gelderland de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, onder a en b van het Besluit omgevingsrecht onderbrengt bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen. 2. Deelnemers kunnen ook de uitvoering van de coördinerende, adviserende en ondersteunende taken in verband met de basistaken onderbrengen bij het openbaar lichaam. 3. Over het uitvoeren van de taken bedoeld in het eerste en twee lid worden afzonderlijke dienstverleningsovereenkomsten gesloten tussen de deelnemer en het openbaar lichaam. Artikel 5. Overige taken in het omgevingsrecht 1.
Ter behartiging van de belangen genoemd in artikel 2 brengen de deelnemers de uitvoering van de basistaken onder bij het openbaar lichaam, met dien verstande dat provincie Gelderland de 25/49
uitvoering van de taken bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, onder a en b van het Besluit omgevingsrecht onderbrengt bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen. 2. Deelnemers kunnen ook de uitvoering van de coördinerende, adviserende en ondersteunende taken in verband met de overige taken onderbrengen bij het openbaar lichaam. 3. Het besluit van een deelnemer tot het deelnemen aan de regeling bevat een opgave van de taken bedoeld in het eerste en tweede lid. 4. Over het uitvoeren van de taken bedoeld in het eerste en tweede lid worden afzonderlijke dienstverleningsovereenkomsten gesloten tussen een deelnemer en het openbaar lichaam. Artikel 6. Incidentele taken 1. Op verzoek van een deelnemer voert het openbaar lichaam incidentele uitvoerende, coördinerende, adviserende en ondersteunende taken op het gebied van het omgevingsrecht uit. 2. Over de uitvoering van de incidentele taken worden afzonderlijk dienstverleningsovereenkomsten gesloten tussen de deelnemer en het openbaar lichaam. Artikel 7. Bovenregionale taken en complexe taken 1. Het openbaar lichaam is gehouden bovenregionale taken en complexe taken die niet robuust kunnen worden uitgevoerd door het openbaar lichaam, te laten uitvoeren door andere omgevingsdiensten in Gelderland aan wie de taken zijn toebedeeld. 2.
Het openbaar lichaam is gehouden de in het eerste lid genoemde taken die het openbaar lichaam toebedeeld heeft gekregen, uit te voeren voor andere omgevingsdiensten in Gelderland. 3. De taken worden uitgevoerd tegen vergoeding van de tussen de omgevingsdiensten overeen gekomen kosten. 4. Over de uitvoering van de taken genoemd in het eerste lid kunnen samenwerkingsovereenkomsten worden gesloten tussen het openbaar lichaam en andere omgevingsdiensten in Gelderland. 5. Over de uitvoering van de taken genoemd in het eerste lid kunnen in daarvoor in het bijzonder aangewezen gevallen samenwerkingsovereenkomsten worden gesloten tussen de omgevingsdienst en andere publiekrechtelijke rechtspersonen. Artikel 8. Bevoegdheden 1. De deelnemers dragen geen publiekrechtelijke bevoegdheden over aan het openbaar lichaam. 2. De deelnemers beslissen ieder afzonderlijk over de verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan het openbaar lichaam. Artikel 9. Beperking privaatrechtelijke bevoegdheden Het openbaar lichaam is behoudens instemming van de deelnemers niet bevoegd tot: a. het vestigen van opstal-, pand- en hypotheekrechten; b. het afgeven van garanties of andere waarborgen; 26/49
c. het in erfpacht aannemen of uitgeven van roerende of onroerende zaken; d. het in eigendom aannemen of uitgeven van onroerende zaken; e. commerciële dienstverlening aan private partijen. Artikel 10. Bijdragen 1. De deelnemers dragen bij aan de kosten van het goed functioneren van het openbaar lichaam en het uitvoeren van de bij hem ondergebrachte taken. als bedoeld in artikel 4 en artikel 5. 2. In de begroting wordt aangegeven de, door elke deelnemer voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage. 3. Daarenboven vergoedt een deelnemer de kosten voor het op zijn verzoek uitvoeren van taken als bedoeld in artikel 6. 4. Het algemeen bestuur stelt regels vast over de wijze waarop de door de deelnemers verschuldigde bijdragen worden bepaald. Een besluit tot vaststelling van de regels behoeft tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen. 5. De deelnemers dragen er steeds zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te voldoen. 6. De deelnemers betalen de bijdragen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel per kwartaal vooruit, te weten respectievelijk vijfentwintig, vijfendertig, twintig en twintig procent van de verschuldigde bijdrage conform de voor dat jaar vastgestelde begroting. Hoofdstuk 3. Algemeen bestuur Artikel 11. Samenstelling en stemverhouding 1.
Het algemeen bestuur bestaat uit 11leden, waaronder de voorzitter. 2. Elke deelnemer wijst uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur aan. 3. Elke deelnemer wijst uit zijn midden een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur aan. 4. De leden van het algemeen bestuur hebben elk één stem. Artikel 12. Aanwijzing, schorsing en ontslag leden algemeen bestuur 1. Als tussentijds een vacature in het algemeen bestuur ontstaat, wijst de deelnemer in zijn eerstvolgende vergadering of ten spoedigste daarna een nieuw lid aan. 2. Een lid van het algemeen bestuur kan door de deelnemer die hem heeft aangewezen ontslag worden verleend of worden geschorst als dit lid het vertrouwen van die deelnemer niet meer bezit. Het ontslag gaat onmiddellijk in. 3. Van elke aanwijzing, schorsing of ontslag geeft de deelnemer die het aangaat terstond kennis aan de voorzitter. 4. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege zodra het lid geen lid meer is van de deelnemer die hem heeft aangewezen. 5. Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangende leden. Artikel 13. Werkwijze 1. Het algemeen bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dat nodig oordeelt of twee leden van het algemeen bestuur daarom verzoeken, alsmede indien het dagelijks bestuur daarom verzoekt, doch ten minste twee maal per jaar. 2.
In de vergadering van het algemeen bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten als ten minste de helft van de leden aanwezig is.
27/49
3. Indien het vereiste aantal leden niet aanwezig is, schrijft de voorzitter een nieuwe vergadering uit waarop het tweede lid niet van toepassing is. Tussen de twee vergaderingen zit minimaal een werkdag. 4. In een vergadering als bedoeld in het derde lid kan alleen worden beraadslaagd en besloten over andere aangelegenheden dan die waarvoor de oorspronkelijke vergadering was belegd indien meer dan de helft van de leden aanwezig is, de voorzitter niet meegerekend. 5. Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden. Artikel 14. Bevoegdheden 1. Het algemeen bestuur stelt de begroting en de jaarrekening vast. 2. Het algemeen bestuur kan besluiten tot oprichting van en deelneming in rechtspersonen met inachtneming van het bepaalde in artikel 55a van de Wet. 3. Het algemeen bestuur kan, met uitzondering van de bevoegdheden tot het vaststellen van de begroting, de wijziging van de begroting, het vaststellen van de jaarrekening en het besluit tot oprichting van en deelneming in rechtspersonen, bevoegdheden overdragen aan het dagelijks bestuur, tenzij de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet. 4. Het algemeen bestuur kan instructies geven voor de werkwijze van het dagelijks bestuur. 5.
Het algemeen bestuur beslist over alle andere aangelegenheden waarvoor de bevoegdheid niet op grond van de Wet of deze regeling aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter toekomt. Hoofdstuk 4. Dagelijks bestuur Artikel 15. Samenstelling en stemverhouding 1. Het dagelijks bestuur bestaat naast de voorzitter uit drie andere leden. 2. De leden van het dagelijks bestuur hebben ieder een stem. Ingeval van het staken van de uitgebrachte stemmen is de stem van de voorzitter beslissend. Artikel 16. Aanwijzing, schorsing en ontslag leden dagelijks bestuur 1. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de andere leden van het dagelijks bestuur aan. 2. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt zodra het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt of wanneer een ontslag uit het dagelijks bestuur ingaat. 3. Als tussentijds een vacature in het dagelijks bestuur ontstaat, wijst het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering of zo spoedig mogelijk daarna een nieuw lid aan. 4. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijden een verzoek tot ontslag indienen. Een verzoek daartoe wordt schriftelijk ingediend bij het algemeen bestuur. Het ontslag gaat in zodra het algemeen bestuur het verzoek heeft ingewilligd en in zijn opvolging is voorzien. 5.
Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur, waaronder begrepen de voorzitter, ontslag verlenen of schorsen als dat lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Het ontslag gaat onmiddellijk in. Artikel 17. Werkwijze 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of een lid van het dagelijks bestuur hierom verzoekt. 2. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en zendt dat ter kennisneming aan het algemeen bestuur. 3. In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten als meer dan de helft van de leden aanwezig is. 28/49
4. Indien het vereiste aantal leden niet aanwezig is, schrijft de voorzitter een nieuwe vergadering uit waarop het derde lid niet van toepassing is. Tussen de twee vergaderingen zit minimaal een werkdag. 5. In een vergadering als bedoeld in het vierde lid kan alleen worden beraadslaagd en besloten over andere aangelegenheden dan die waarvoor de oorspronkelijke vergadering was belegd indien meer dan de helft van de leden aanwezig is. 6. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar. Artikel 18. Bevoegdheden 1. Het dagelijks bestuur is belast met en bevoegd tot het voeren van het dagelijks bestuur, waaronder in ieder geval wordt verstaan: a. het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter beraadslaging en besluitvorming wordt voorgelegd; b. het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur; c. het voorstaan van de belangen van de regeling en het openbaar lichaam bij andere overheden, instellingen en diensten waarmee, of personen met wie contact met het dagelijks bestuur van belang is; d. het beheer van activa en passiva van het openbaar lichaam; e. het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht en bezit. 2. Het dagelijks bestuur bepaalt de wijze waarop de directeur bij verhindering of ontstentenis wordt vervangen. 3.
Het dagelijks bestuur stelt voor de directeur een instructie vast die ten minste de taken van de directeur en de aansturing van het personeel betreft. 4. Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat het personeel, waaronder begrepen de directeur. Onder benoeming van personeel wordt tevens verstaan de tewerkstelling op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. 5. Het dagelijks bestuur is bevoegd regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam, alsmede de rechtspositieregelingen voor de directeur en het overige personeel. 6. Het dagelijks bestuur is bevoegd alle overige regelingen vast te stellen die noodzakelijk zijn. 7. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen met uitzondering van privaatrechtelijke handelingen als bedoeld in artikel 55a van de Wet en artikel 9 van de regeling. 8. Het dagelijks bestuur is bevoegd namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voorzover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. Hoofdstuk 5. Voorzitter Artikel 19. Voorzitter 1. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de voorzitter aan. 2.
Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter aan die de voorzitter vervangt bij diens verhindering of ontstentenis. 3. De voorzitter kan te allen tijde een verzoek tot ontslag indienen. Een verzoek daartoe wordt schriftelijk ingediend bij het algemeen bestuur. Het ontslag gaat in zodra het algemeen bestuur het verzoek heeft ingewilligd en in zijn opvolging is voorzien. 4. Het algemeen bestuur kan een aanwijzing tot voorzitter of plaatsvervangend voorzitter intrekken. 29/49
5. Als tussentijds de functie van de voorzitter vacant wordt, wijst het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering of zo spoedig mogelijk daarna de nieuwe voorzitter aan. 6. De voorzitter is lid van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Artikel 20. Bevoegdheden 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2. De voorzitter ondertekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. 3. De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde. Artikel 21. Samenwerking tussen omgevingsdiensten 1. De voorzitter voert geregeld overleg met de voorzitters van de dagelijkse besturen van de andere omgevingsdiensten in Gelderland. Het overleg heeft als doel het bevorderen van een goede samenwerking tussen de omgevingsdiensten. 2. De voorzitters wijzen uit hun midden een voorzitter van het in het eerste lid bedoelde overleg aan. 3. Het overleg doet zo nodig voorstellen aan de deelnemers voor de programmering van bovenregionale taken. Hoofdstuk 6. Informatie en verantwoording Artikel 22. Dagelijks bestuur en voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur 1.
De leden van het dagelijks bestuur zijn tezamen en ieder afzonderlijk aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven gevraagd en ongevraagd aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. 3. Zij geven tezamen en ieder afzonderlijk inlichtingen aan het algemeen bestuur wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt. Artikel 23. Algemeen en dagelijks bestuur ten opzichte van de gemeenteraden en Provinciale Staten 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de gemeenteraden en Provinciale Staten gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de gemeenteraden en Provinciale Staten alle inlichtingen die door een of meer leden van die gemeenteraden of Provinciale Staten worden verlangd. 3. Een lid van het algemeen bestuur geeft alle inlichtingen waarom is verzocht door een of meer leden van de gemeenteraad van de deelnemer die hem heeft aangewezen, respectievelijk een of meer leden van Provinciale Staten in het geval het lid is aangewezen door Gedeputeerde Staten.