CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

437017RH 2022_BW_00480

Raadsvergadering 12 december 2022, gemeente ZutphenBij agendapunt: Vaststelling belastingverordeningen gemeente Zutphen 202322.671 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders; b. dag: een periode van 24 uren, aanvangende om 00.00 uur, of een gedeelte daarvan; c. maand: een kalendermaand; d. jaar: een kalenderjaar; e. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben; f. week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen.

Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘precariobelasting’ wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of vermeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

84/149

1. De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, als van gemeentewege een vergunning is verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.

Artikel 4 Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond door de gemeente Zutphen of door haar diensten.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van hetgeen verder in deze verordening is bepaald.

Artikel 6 Berekening van de precariobelasting 1. Voor de berekening van de precariobelasting wordt bij een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. 2. Als een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 3. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4. Als van gemeentewege een vergunning is verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij

85/149

de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is. 5. Als in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. 6. In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting: a. als in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week; b. als in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand. 7. Als in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.

Artikel 7 Belastingtijdvak 1. In de gevallen waarin van gemeentewege een vergunning is verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. 2. In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

Artikel 8 Wijze van heffing 1. De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven. 2. In afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde precariobelasting geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, dan wel

86/149

gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Als de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Als de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 10 Termijnen van betaling 1. De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting worden betaald, als de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid: a. mondeling wordt gedaan: op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan: op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel bij toezending ervan, binnen 1 maand na de dagtekening van de kennisgeving. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Aangifte 1. In afwijking van artikel 237, eerste lid van de Gemeentewet geschiedt het uitnodigen tot het doen van aangifte door het uitreiken of toezenden van een

87/149

aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van aangifte, een omschrijving van de geen gevolg zijn van vraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. 2. In afwijking van artikel 237, tweede lid van de Gemeentewet wordt aangifte gedaan door het op de in de aangiftebrief aangegeven wijze, inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden. 3. De aangiftebrief kan langs elektronische weg verzonden worden.

Artikel 12 Overdracht van bevoegdheden, wijziging verordening Het college kan deze verordening wijzigen als de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde Rijkswet- en regelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant, een en ander voor zover met deze wijzigingen niet al bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 13 Datum van ingang heffing De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023.

Artikel 14 Intrekking oude regeling De Verordening precariobelasting gemeente Zutphen 2022, zoals vastgesteld bij besluit van 14 december 2021, wordt ingetrokken op 1 januari 2023, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 15 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.

Artikel 16 Citeertitel

88/149

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening precariobelasting gemeente Zutphen 2023.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op: 12 december 2022

De voorzitter,

de griffier,

Tarieventabel behorende bij de Verordening precariobelasting gemeente Zutphen 2023.

Hoofdstuk 1 Standplaatsen op openbare gemeentegrond Nr

Omschrijving

Tarief per

Tarief

Tarief per

Tarief per

dag

per

maand

jaar

week 1.1

Het tarief bedraagt:

1.1.1

voor het innemen van een

€ 10,50

bij 1 dag

commerciële standplaats

per week

voor de verkoop van

€ 19,00

waren, anders dan op

bij 2

markten gedurende de

dagen

aangewezen marktdagen

per week

per locatie per dag van de

€ 38,00

week

bij 3 dagen per week € 57,00

89/149

bij 4 dagen of meer per week € 76,00 1.1.2

voor het innemen van een standplaats door een circusbedrijf, het houden van een tentoonstelling

€ 226,50

e.d.

Hoofdstuk 2 Bouwmaterialen en dergelijke Nr

Omschrijving

Tarief per

Tarief

Tarief per

Tarief per

dag

per

maand

jaar

week 2.1

Het tarief bedraagt voor het plaatsen van bouwmaterialen, zoals een loods, een keet, een container, een steiger of een stelling, een heikar of een heistelling, een kraan, een betonmolen, een asfaltketel, trechter, of enig ander werktuig ten dienste van bouwwerken, andere dan die genoemd onder 2.2 en 2.3, indien plaatsing langer is dan 2 weken of niet wordt voldaan aan de voorwaarden uit het

90/149

Besluit vergunningvrije voorwerpen op openbare plaatsen: 2.1.1

Tot en met 25m2

€ 40,80

€ 104,00

€ 693,20

2.1.2

Vanaf 25m2, tot 100m2,

€ 5,65

€ 11,35

€ 68,00

per 5m2 2.1.3

Voor elke volgende 100m2

€ 11,30

€ 28,20

€ 113,00

2.2

Het tarief bedraagt voor

€ 1,60

€ 3,65

€ 14,10

€ 1,65

€ 3,75

€ 14,55

afschutting, per m1 2.3

Het tarief bedraagt voor een stut, schoor of paal, per voorwerp

Hoofdstuk 3 (vervallen)

Hoofdstuk 4 Installaties voor het al dan niet automatisch aftappen van motorbrandstoffen, olie, lucht of water Nr

Omschrijving

Tarief per

Tarief

Tarief per

Tarief per

dag

per

maand

jaar

week 4.1

Het tarief bedraagt

4.1.1

voor aftappunten voor

€ 249,60

levering van benzine, ruwe olie, motorolie, persgas en dergelijke met inbegrip

91/149

van daarbij behorende leidingen: 4.1.2

voor elke in een aftappunt

€ 120,00

als bedoeld in 4.1.1 aangebrachte extra gelegenheid tot levering van benzine, ruwe olie, motorolie, persgas en dergelijke 4.1.3

Water- of

€ 43,60

luchtaftappunten per stuk 4.1.4

Perrons of voetstukken per

€ 24,00

m2 4.1.5

Benzine- olie of gastanks

€ 430,80

per stuk 4.1.6

Vulputten per stuk

€ 55,20

4.1.7

Lichtmasten per stuk

€ 30,60

4.1.8

Overkappingen boven een

€ 248,40

benzine- olie of persaftappunt per stuk

Hoofdstuk 5 Aankondigingsborden Nr

Omschrijving

Tarief per

Tarief

Tarief per

Tarief per

dag

per

maand

jaar

week 5.1

Het tarief bedraagt, voor het hebben van reclameobjecten, zoals driehoeksborden,

92/149

sandwichborden en enkelvoudige borden welke zijn geplaatst aan of rond bomen, lichtmasten, straatnaampalen en dergelijke 5.1.1

Per reclameobject

€ 1,45

Hoofdstuk 6 Automaten Nr

Omschrijving

Tarief per

Tarief

Tarief per

Tarief per

dag

per

maand

jaar

week 6.1

Het tarief bedraagt voor een automatisch weeg- of verkooptoestel, een automatische verrekijker of ander dergelijk toestel, over de frontoppervlakte

6.1.1

Per m2

€ 49,20

Hoofdstuk 7 Terrassen Nr

Omschrijving

Tarief per

Tarief

Tarief per

Tarief per

dag

per

maand

jaar

week 7.1

Het tarief bedraagt voor voorwerpen onder, op of boven een terras

7.2

Per m2

€ 34,20

93/149

Hoofdstuk 8 Overige voorwerpen Nr

Omschrijving

Tarief per

Tarief

Tarief per

Tarief per

dag

per

maand

jaar

week 8.1

Het tarief bedraagt voor voorwerpen waarvoor in dit hoofdstuk en de voorgaande hoofdstukken geen afzonderlijk tarief is opgenomen:

8.1.1

Tot en met 25 m2

€ 40,80

€ 104,00

€ 693,20

8.1.2

Vanaf 26 m2, per 5 m2

€ 8,10

€ 17,55

€ 104,20

Behoort bij besluit van de gemeenteraad van Zutphen van 12 december 2022. De griffier,

94/149

Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over parkeerbelastingen 2023 (Verordening parkeerbelastingen gemeente Zutphen 2023) De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 november 2022 met nummer 437017; gelet op de artikel(en) 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h. en 225 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over parkeerbelastingen 2023 (Verordening parkeerbelastingen gemeente Zutphen 2023)

Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a.

centraal register: het register van het ServiceHuis Parkeer- en Verblijfsrechten bestemd voor de registratie van parkeerrechten;

b.

college: het college van burgemeester en wethouders;

c.

houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven;

d.

parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

e.

parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.

95/149

Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen geheven: a.

een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

b.

een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

c.

een belasting ter zake van een van gemeentewege verstrekte bezoekersvergunning, voor de in onderdeel a. van dit artikel aangegeven plaats en wijze, evenwel met uitzondering van invalidenparkeerplaatsen.

Artikel 3 Belastingplicht 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a. wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd. 2. Als degene die het voertuig heeft geparkeerd, wordt mede aangemerkt: a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; b. zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a. heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat: 1. als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren op grond van deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd; 2. als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd. 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a. wordt niet geheven van mensen die beschikken over een gehandicaptenparkeerkaart op een gehandicaptenparkeerplaats en van degene die op voet van artikel 3 tweede lid, onderdeel b. als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van

96/149

het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b. wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 5 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a. is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.

2.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b. is verschuldigd bij de aanvang van het heffingstijdvak waarover de belasting wordt geheven.

3.

De belasting als bedoeld in onderdeel 2. en onderdeel 3. van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.

4.

Als een belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in onderdeel 2. en onderdeel 3. van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting, als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

5.

Als de belastingplicht als bedoeld in onderdeel 2. en onderdeel 3. van de tarieventabel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 6 Wijze van heffing en termijnen van betaling 1.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a. wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. In afwijking hiervan moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden

97/149

betaald binnen twee maanden na het einde van het parkeren, als het parkeren aanvangt door middel van het aanmelden bij het centraal register. 2.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b. wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

3.

Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt worden opgegeven.

4.

Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 7 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a. mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college bij openbaar te maken besluit.

Artikel 8 Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a. bedragen € 72,90.

Artikel 9 Overdracht van bevoegdheden, wijziging verordening Het college kan deze verordening wijzigen als de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde Rijkswet- en regelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant, een en ander voor zover met deze wijzigingen niet al bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 10 Datum van ingang heffing De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023.

Artikel 11 Overgangsrecht

98/149

De Verordening parkeerbelastingen gemeente Zutphen 2022, zoals vastgesteld bij besluit van 14 december 2021, wordt ingetrokken met ingang 1 januari 2023, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.

Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening parkeerbelastingen gemeente Zutphen 2023.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op: 12 december 2022

De voorzitter,

de griffier,

Tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelastingen gemeente Zutphen 2023

De parkeerbelasting bedraagt voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a. op de onderstaande locaties: plaats

per

tarief

Brasseroord

uur

€ 2,30

D. Evekinkplein

uur

€ 2,30

99/149

Dieserstraat

uur

€ 2,80

Donkeresteeg

uur

€ 2,80

‘s-Gravenhof

uur

€ 2,30

Groenmarkt

uur

€ 2,80

Hagepoortplein

uur

€ 2,80

Houtmarkt

uur

€ 2,80

Vispoortplein/Houtwal

uur

€ 1,55

dagkaart

€ 9,90

uur

€ 1,80

dagkaart

€ 10,20

IJsselkade-oost

uur

€ 2,25

Isendoornstraat

uur

€ 1,75

dagkaart

€ 10,50

Laarstraat

uur

€ 2,80

Marspoortstraat

uur

€ 2,30

Martinetsingel

uur

€ 2,30

Molengracht-oost

uur

€ 2,30

Molengracht-west

uur

€ 1,80

dagkaart

€ 10,50

Nieuwstad

uur

€ 2,80

Rijkenhage

uur

€ 2,80

Roodsplein

uur

€ 1,80

dagkaart

€ 10,50

uur

€ 2,30

IJsselkade-west

(Kohnstammschool)

Rozengracht

100/149

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=26f17784-8376-461f-9417-65c4871a0d86