2024-A0002 Effectiviteit Cameratoezicht gemeente Zutphen
Tekst van het document
AMENDEMENT GEMEENTERAAD Amendementnummer: Datum indiening:
2024-A0002 29 januari 2024
Onderwerp: Effectiviteit cameratoezicht gemeente Zutphen
De raad van de gemeente Zutphen gelezen: het raadsvoorstel
Wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011, toevoeging artikel Cameratoezicht
besluit: Om besluitpunt 1 van het ontwerp raadsbesluit te wijzigen: Van: “Het bijgaande Beleidskader Cameratoezicht gemeente Zutphen 2023 vast te stellen.” Naar: “Het bijgaande Beleidskader Cameratoezicht gemeente Zutphen 2023 vast te stellen met inachtneming van het volgende: De tekst onder Hoofdstuk 5, pagina 8 van het Beleidskader luidende: “Om de kaderstellende rol van de raad te faciliteren zal een jaar na de invoering van de APV artikelen op dit gebied een uitgebreide evaluatie met de raad worden besproken. Op basis van de ervaringen van het eerste jaar kan de raad zodoende beoordelen in hoeverre het beleidskader als kaderstellend document gewijzigd dient te worden. Na deze specifieke eenmalige evaluatie zal de burgemeester jaarlijks verslag uit brengen aan de raad over de toepassing van de bevoegdheid via de jaarstukken.” Wordt vervangen door: “Om de kaderstellende rol van de raad te faciliteren zal: (i) Een jaar na de invoering van de APV artikelen op dit gebied een uitgebreide evaluatie met de raad worden besproken. Op basis van de ervaringen van het eerste jaar kan de raad zodoende beoordelen in hoeverre het beleidskader als kaderstellend document gewijzigd dient te worden.
Na deze specifieke eenmalige evaluatie zal de burgemeester jaarlijks verslag uit brengen aan de raad over de toepassing van de bevoegdheid via de jaarstukken; (ii) De effectiviteit van cameratoezicht elke vier jaar geëvalueerd worden, indien cameratoezicht wordt ingezet. Dat onderzoek dient door een onafhankelijke partij te worden uitgevoerd op
tenminste niveau drie of hoger op de Maryland Scientific Methods schaal. De uitkomst dient te worden voorgelegd aan de raad.” Indiener(s): Arne Bouma (Partij van de Arbeid) Mede-indiener(s): Toelichting: Aanpassing van de Gemeentewet (toevoeging van het vijfde lid aan artikel 151c), waarin is bepaald dat camera’s moeten worden verwijderd als ze niet langer noodzakelijk zijn, heeft niet geleid tot meer en ook niet tot grondiger onderzoek. Sinds de wetswijziging in 2016 is het aantal evaluaties gedaald en is de wetenschappelijke kwaliteit een stuk lager geworden. In de afgelopen vijf jaar is het aantal evaluaties dat niet door de gemeente zelf, maar door een onafhankelijke derde partij is uitgevoerd, op de vingers van één hand te tellen. Er zijn naar schatting circa tweehonderd Nederlandse gemeenten met cameratoezicht, maar over de afgelopen vijf jaar zijn er slechts in zeventwintig gemeenten evaluaties uitgevoerd die openbaar of op verzoek toegankelijk waren. Dat betekent dat een ruime meerderheid van de gemeenten cameratoezicht inzet zonder zeker te weten dat de gestelde doelen worden bereikt. Evaluaties zijn uiterst zeldzaam en als er een evaluatie is, is deze veelal niet grondig genoeg om stevige conclusies te kunnen trekken over de effecten van de camera’s op de objectieve en subjectieve veiligheid. Dat geldt overigens voor vaste én flexibele camera’s.
Een manier om de kwaliteit van evaluaties te bepalen is met behulp van de Maryland Scientific Methods Scale (MSMS). Dat is een indeling naar vijf niveaus van validiteit.1 Een evaluatie op niveau drie of hoger is nodig om conclusies te kunnen trekken over causaliteit.2 Dat wil zeggen dat er een vergelijking in de tijd moet worden gemaakt (voor-na) en een vergelijking met een ander gebied waar geen cameratoezicht was (wel-niet). Stel dat in een evaluatierapport van cameratoezicht staat dat er per maand drie geweldsincidenten zijn in het uitgaansgebied. Dat is niveau één op de MSMS-schaal en dat is onvoldoende voor een conclusie over het effect van cameratoezicht. Het is immers onmogelijk te bepalen of drie incidenten veel of weinig is en het is ook onmogelijk om iets te zeggen over de vraag of de camera’s het gebied veiliger hebben gemaakt, of niet. Stel dat er in het evaluatierapport staat dat het uitgaansgeweld tussen 2023 en 2027 is afgenomen met veertig procent. Dat is niveau twee op de MSMS-schaal. Ook dat is niet voldoende voor een conclusie over het effect van de cameratoezicht. Het is namelijk niet mogelijk te bepalen of deze verbetering aan de camera’s te danken is, of aan een andere factor.
1 Farrington, D. P., Gottfredson, D. C., Sherman, L. W., & Welsh, B. C. (2002). The Maryland Scientific Methods Scale. In D. P. Farrington, D.
L. MacKenzie, L. W. Sherman & B. C. Welsh (red.), Evidence-Based Crime Prevention (pp. 13-21). London: Routledge. 2 Farrington, D. P. (2003). Methodological Quality Standards for Evaluation Research. The Annals of the American Academy of Political and Social Science, 587(1), 49-68.