2021-M0030
Tekst van het document
MOTIE GEMEENTERAAD Motie nummer:
2021-M0030
Datum indiening
20 september 2021
Onderwerp: Anti-speculatiebeding voor betaalbare woningen
De raad van de gemeente Zutphen, in vergadering bijeen
Constaterende dat: a. De druk op de woningmarkt groter dan ooit is; b. Investeerders nieuwbouwhuizen opkopen, zonder er zelf in te wonen om deze vervolgens snel en met hoge winsten door te verkopen of te verhuren; c. Veel jongeren in de gemeente Zutphen een koopwoning zoeken, maar er op dit moment weinig betaalbare woningen beschikbaar zijn; d. Er nog geen sprake is van een zelfbewoningsclausule en anti-speculatiebeding voor de gemeente Zutphen.
Overwegende dat: A. De gemeente Zutphen jongeren in de gemeente wil behouden om de stad vitaal en aantrekkelijk te maken; B. De gemeente Zutphen wil dat er betaalbare woningen gebouwd worden die beschikbaar blijven voor specifieke doelgroepen; C. De gemeente Zutphen inwoners aan zich kan binden doordat zij een woning daadwerkelijk moeten gaan bewonen voor een aantal jaar.
Roept het college op: 1. Bij nieuwbouwprojecten a. Een zelfbewoningsplicht te introduceren (artikel A). b. Een anti-speculatiebeding vast te stellen waarbij er de koper het gedurende 5 jaar niet is toegestaan om de woning door te verkopen (artikel B). c. Een boetebepaling op te stellen. Een ontheffing van de verplichting is slechts mogelijk in bijzondere gevallen (artikel A3 en B3); 2. Te onderzoeken of zelfbewoningsplicht en anti-speculatiebeding ook toepasbaar zijn voor woningen die in de gemeente Zutphen verkocht worden door woningcorporaties; 3. De gemeenteraad voor 1 december 2021 over de voortgang te informeren. en gaat over tot de orde van de dag.
Indiener: Rick Verschure (Burgerbelang) Mede-indiener(s): Artikel A: Zelfbewoningsverplichting 1. Koper is verplicht de (op de) onroerende zaak (te bouwen woning) uitsluitend te gebruiken om die zelf met zijn of haar eventuele gezinsleden daadwerkelijk te bewonen. 2. Het in A1 bepaalde vervalt, nadat de koper de (te bouwen) onroerende zaak gedurende vijf (5) jaar daadwerkelijk heeft bewoond en de koper gedurende laatst bedoelde periode als hoofdbewoner van het betreffende adres in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens is/was ingeschreven. 3. De gemeente kan koper, al dan niet onder het stellen van voorwaarden, schriftelijk toestemming verlenen om van het bepaalde in A1 af te wijken, indien zij dit op grond van redelijkheid en billijkheid en met het oog op gerechtvaardigde belangen van kopen verantwoord acht. Artikel B: Anti-speculatiebeding 1.
Het is de koper niet toegestaan om binnen vijf (5) jaar na overdrachtsdatum van de onroerende zaak tot gehele of gedeeltelijke vervreemding- verlening van een zakelijke recht daaronder begrepen- van de onroerende zaak aan derden over te gaan, tenzij hij schriftelijke toestemming heeft verkregen van de gemeente en hij voldoet aan de volgende betalingsverplichtingen: A- Tot en met één (1) jaar na de overdrachtsdatum is koper aan de gemeente vergoeding beschuldigd van 100% van de meerwaarde; B- Gedurende het tweede (2e) jaar is de koper een vergoeding verschuldigd van 80% van de meerwaarde; C- Gedurende het derde (3e) jaar is de koper een vergoeding verschuldigd van 60% van de meerwaarde; D- Gedurende het vierde (4e) jaar is de koper een vergoeding verschuldigd van 40% van de meerwaarde; E- Gedurende het vijfde (5e) jaar is de koper een vergoeding verschuldigd van 20% van de meerwaarde. De meerwaarde is gelijk aan het verschil tussen de koopsom van die koper van de hem opvolgende eigenaar ontvangt en de koopprijs die koper voor de onroerende zaak en de woning heeft betaald, waarbij laatstgenoemde koopsom wordt geïndexeerd aan de hand van het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie categorie inkomens laag over de periode tussen beide notariële overdrachten.
Het college van burgermeester en wethouder heeft de bevoegdheid deze bedragen jaarlijks aan het actuele prijspeil aan te passen. 2. Het bepaalde in voorgaande artikelen is niet van toepassing bij verkoop ingevolge het bepaalde artikel 3:268 of artikel 3:174 Burgerlijk Wetboek. 3. De gemeente kan koper, al dan niet onder het stellen van voorwaarden, schriftelijke toestemming verlenen om zonder betalingsverplichting aan de gemeente over te gaan tot gehele of gedeeltelijke vervreemding van het perceel en/ of woning aan derden in het geval van: A. Echtscheiding, verbreken van een samenlevingscontract of geregistreerd partnerschap; B. Noodzaak tot verhuizing als gevolg van werkomstandigheden; C. Overlijden van de koper, diens (echtgeno(o)t)e), geregistreerde partner of degene met wie koper volgens samenlevingscontract samenwoont;
D. Noodzaak tot verhuizing in verband met de gezondheid van koper en/of zijn gezinsleden. In andere dan in 3A t/m D genoemde gevallen kan de gemeente deze toestemming verlenen indien zij op dit op grond van redelijkheid en billijkheid en met het oog op gerechtvaardigde belangen van koper verantwoord acht. Aan deze toestemming wordt steeds verbonden de voorwaarde dat de verkregen partij dit artikel via kettingbeding in zijn geheel wordt opgelegd voor de resterende periode van de in eerste instantie geldende periode van vijf (5) jaar. 4. Indien koper handelt in strijd met het in dit artikel gestelde, verbeurt koper een direct opeisbare boete van vijftigduizend euro (€ 50.000,00) per kavel/woning.