CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Reactienota zienswijzen gecoordineerde ontwerpbesluiten voor het project Noorderhaven veld 15 16 17, d.d. 5 januari 2021

Raadsvergadering 1 maart 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Bestemmingsplan Noorderhaven veld 15 - 173.157 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactienota zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten voor het project Noorderhaven veld 15 – 16 – 17 Hoofdstuk 1. Inleiding Achtergrond Een deel van voormalig bedrijventerrein de Mars ten noorden van het station Zutphen wordt geherstructureerd naar een woon-werkgebied (plangebied ‘Noorderhaven’). Voor het volledige plangebied is op 22 april 2013 het bestemmingsplan ‘Noorderhaven’ vastgesteld en is een stedenbouwkundig plan opgesteld. In samenwerking met Heijmans worden de velden 15, 16 en 17 in Noorderhaven ontwikkeld. Deze velden zijn gelegen aan het Statenbolwerk en de Noorderhavenstraat te Zutphen. Op deze locatie worden appartementen gerealiseerd. Ter inzage gelegde ontwerpbesluiten Ten behoeve van de realisatie van de woningen in veld 15, 16 en 17 Noorderhaven hebben vanaf donderdag 3 september 2020 tot en met woensdag 14 oktober 2020 de volgende stukken ter inzage gelegen: - Ontwerpbestemmingsplan Noorderhaven veld 15 - 17, gemeente Zutphen (NL.IMRO.0301.bp0219Veld15tm17-on01), inclusief ‘MER-beoordeling Noorderhaven veld 15-17’, d.d. 10 maart 2020 (zaaknummer 159167); - Ontwerpbesluit omgevingsvergunning (zaaknummer 161981); - Ontwerpbesluit hogere waarde geluid (zaaknummer 159167). Tijdens de ter inzage periode kon een ieder mondeling (op afspraak) of schriftelijk een zienswijze indienen op deze ontwerpbesluiten.

De bevoegde gezagen zijn voor: - Bestemmingsplan: de gemeenteraad van Zutphen; - Omgevingsvergunning en besluit hogere waarde geluid: het college van burgemeester en wethouders van Zutphen. Er is een zienswijze ontvangen tegen het ontwerpbestemmingsplan. De zienswijze is tijdig ontvangen en dus ontvankelijk. In hoofdstuk 2 wordt de inhoud van de zienswijze samengevat en beantwoord. In hoofdstuk 3 worden ten slotte in paragraaf 3.1 de ambtshalve wijzigingen en in paragraaf 3.2 de wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen op de ontwerpbesluiten aangegeven.

Hoofdstuk 2. Zienswijzen Indiener 1. Prorail

Datum 13 oktober 2020

Ontvangen op 14 oktober 2020

Zaaknummer 159167

Inhoud en beantwoording zienswijzen a.

In het voorliggende ontwerpbestemmingsplan is het aspect industrielawaai niet opgenomen. Indiener verzoekt de invloed en de aanwezigheid van het emplacement “Zutphen” te verantwoorden in het bestemmingsplan.

Beantwoording Naar aanleiding van deze zienswijze is het akoestisch onderzoek aangepast, de Haan ‘akoestisch onderzoek veld 15-16-17 Noorderhaven’, d.d. 26 november 2020. Het onderdeel industrielawaai is hierin opgenomen. Hieruit blijkt dat vanwege het emplacement de geluidsbelasting maximaal 56

1

dB(A) is. Daarnaast is sprake van cumulatie zoals omschreven in hoofdstuk 2, bijlage van het Reken en meetvoorschrift geluid 2012 vanwege rail- en industrielawaai (emplacement). De cumulatie bedraagt hoogstens 59 dB. Deze waarde voldoet aan de grenswaarde door railverkeer en kan hiermee aanvaardbaar worden geacht. Het akoestisch onderzoek d.d. 26 november 2020 is beoordeeld door de Omgevingsdienst Achterhoek (zie bijlage) en conclusie is dat op basis van de vigerende vergunning het spoorwegemplacement niet wordt belemmerd door de woningbouw op veld 15, 16, 17. In het akoestisch onderzoek is het spoorweglawaai van rijbewegingen op de rangeersporen meegenomen. De berekende geluidniveaus op de gevels van de woningen op veld 15,16,17 zijn derhalve correct. b.

De conclusie van het aspect trillingen is naar mening van de indiener niet volledig. Indiener verzoekt de aanbevelingen van het rapport van Witteveen+Bos op te nemen in de toelichting en als voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan.

Beantwoording Naar aanleiding van deze zienswijze is door Witteveen+Bos de notitie ‘Ontwerptoets trillingsgevoelige bebouwing veld 15-17’ d.d. 13 november 2020 opgesteld. Hieruit blijkt dat uit een vergelijking tussen het uitgevoerde trillingsonderzoek, de uitgewerkte bestekstekeningen en aanvullende berekeningen voor de opslingering in vergelijkbare gebouwen trillingsgevoeligheid van de bouwwerken op veld 15-17 aan de Noorderhaven in Zutphen in de lijn van de eerder aangehouden richtlijnen ligt. Daarmee blijft de conclusie uit het eerder uitgevoerde trillingsonderzoek geldig, namelijk dat de verwachte trillingsniveaus voor Vmax en Vper voldoen aan de grenswaarden van de SBR-richtlijn, deel B. De notitie van Witteveen+Bos is beoordeeld door de Omgevingsdienst Achterhoek (zie bijlage) en conclusie is dat de aanbeveling met een trillingsonderzoek op basis van het beschikbare bouwontwerp is uitgevoerd en leidt tot de conclusie dat voldaan wordt aan de trillingsnormen. De aanbeveling dat onderzoek wordt gedaan naar horizontale trillingen moet worden gezien als een breder onderzoek en staat niet in verband met de verticale trillingen van het spoor de zijn onderzocht en beoordeeld. Omdat zonder maatregelen wordt voldaan aan de normen bestaat er geen aanleiding om de aanbevelingen (als voorwaardelijke verplichting) in de regels op te nemen. c.

In de conclusie van paragraaf 5.11 van de toelichting en in paragraaf 5.2 sub 1 “Aanbevelingen” in het rapport van Witteveen+Bos is aangegeven dat een toetsing heeft plaatsgevonden. Indiener ontvangt graag ter toetsing deze gegevens.

Beantwoording De notitie ‘Ontwerptoets trillingsgevoelige bebouwing veld 15-17’ d.d. 13 november 2020 bevat de toetsing van het uitgewerkte ontwerp op trillingsgevoeligheid in overeenstemming met de in het trillingsonderzoek aangehouden uitgangspunten. Kortheidshalve wordt naar deze notitie verwezen. Conclusie De zienswijze wordt niet overgenomen. Naar aanleiding van de ingediende zienswijze wordt het volgende aangepast: - De toelichting in hoofdstuk 5.5 Geluid is aangevuld op het onderdeel industrielawaai en hoofdstuk 5.11 Trilling onderzoek is aangevuld met de notitie ‘Ontwerptoets trillingsgevoelige bebouwing veld 15-17.

Hoofdstuk 3. Wijzigingen in besluiten In dit hoofdstuk worden in paragraaf 3.1 de ambtshalve wijzigingen per ontwerpbesluit en in paragraaf 3.2 de wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen per ontwerpbesluit aangegeven.

2

3.1 Ambtshalve wijzigingen/addenda (per besluit): Bestemmingsplan: Paragraaf 5.8 (Externe veiligheid) van de toelichting is aangevuld.

Omgevingsvergunning: Geen.

Besluit hogere waarde: Het aangevulde akoestisch onderzoek d.d. 26 november (met de toevoeging van het onderdeel industrielawaai) is verwerkt in het besluit.

3.2 Wijzigingen op grond van ingediende zienswijzen ten aanzien van de ontwerpbesluiten: Bestemmingsplan: Het aangepaste akoestisch onderzoek d.d. 26 november 2020 en de notitie ‘Ontwerptoets trillingsgevoelige bebouwing veld 15-17’ zijn verwerkt in de toelichting en als bijlage toegevoegd.

Omgevingsvergunning: Geen.

Besluit hogere waarde: Geen.

Conclusie De volgende zienswijzen worden overgenomen: - De zienswijze van inspreker 1 welke ziet op trillingen en het opnemen van de voorwaardelijke verplichting in de regels is overgenomen. De overige zienswijzen geven geen aanleiding het plan aan te passen. Voorgesteld wordt het bestemmingsplan “Noordenhaven veld 15 - 17” ten aanzien van de regels en toelichting gewijzigd en de verbeelding ongewijzigd vast te stellen.

5 januari 2021 Team Ruimte, Economie en Duurzaamheid

3

Vooradvies geluid bestemmingsplanprocedure

Aan Zaaknummer Onderwerp Behandeld door Datum

: Gemeente Zutphen, t.a.v. : 2019EA1256 : Noorderhaven Veld 15-16-17 Zutphen : : 22 december 2019

Advies 1. De aanbeveling met een trillingsonderzoek op basis van het beschikbare bouwontwerp is uitgevoerd en leidt tot de conclusie dat voldaan wordt aan de trillingsnormen. De aanbeveling dat onderzoek wordt gedaan naar horizontale trillingen moet worden gezien als een breder onderzoek en staat niet in verband met de verticale trillingen van het spoor de zijn onderzocht en beoordeeld. Omdat zonder maatregelen wordt voldaan aan de normen bestaat er geen aanleiding om de aanbevelingen in de regels op te nemen. 2. Op basis van de vigerende Omgevingsvergunning wordt het spoorwegemplacement niet belemmerd door de woningbouw op veld 15,16,17. In het akoestisch onderzoek is het spoorweglawaai van rijbewegingen op de rangeersporen meegenomen. De berekende geluidniveaus op de gevels van de woningen op veld 15,16,17 zijn derhalve correct. 3. Wanneer er een scherm langs het spoor over een lengte van circa 200 meter met een hoogte van 3 meter wordt aangelegd wordt binnen de verleende hogere waarden gebleven en is een nieuw besluit hogere grenswaarden niet nodig. Is dit scherm niet zeker dan moeten de hogere waarden opnieuw worden vastgesteld omdat de nieuw berekende waarden hoger zijn de vastgestelde hogere waarden.

Inleiding Voor het plangebied Noorderhaven Veld 15-16-17 (gelegen aan de Dreef en Statenbolwerk in Zutphen) is een wijzigingsplan in de maak.

Figuur 1: situering plangebied

Figuur 2: plangebied

ProRail heeft een zienswijze ingediend over trillingen. Witteveen en Bos heeft hierop de notitie 'Ontwerptoets trillingsgevoelige bebouwing veld 15-17' van 13 november 2020 opgesteld. De gemeente Zutphen verzoek om een beoordeling van de notitie en input voor een inhoudelijke reactie op de zienswijze voor het onderdeel trillingen. Is deze notitie voldoende en/of moet alsnog de voorgestelde voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan worden opgenomen? In dit advies komen de volgende onderwerpen aan de orde. 1. Trillingen spoorweg naar aanleiding van de zienswijze ProRail. 2. Rangeergeluid spoorwegemplacement naar aanleiding zienswijze ProRail. 3. Aanpassing akoestisch onderzoek en vaststellen hogere waarde.

1. Trilling Zienswijzen ProRail 13 oktober 2020 kenmerk LJV/PLA/ZW/#5946 Aspect Trillingen In de toelichting van het bestemmingsplan is het aspect trillingen (paragraaf 5.11) verwoord. Echter is naar mening van ProRail de conclusie niet volledig. In het rapport van Witteveen+Bos (115217/19-100.593 | Concept 01 d.d. 26 juni 2019) worden conclusies en aanbevelingen gedaan die hinder niet uitsluiten. ProRail verzoekt u de gestelde aanbevelingen “als randvoorwaarden worden meegenomen in het ontwerp” op te nemen in de toelichting en door te laten werken als voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan. Onderzoek van 26 juni 2019 van Witteveen en Bos. Vernieuwing trillingsonderzoek Noorderhaven Zutphen Velden 15-17

Op basis van trilling metingen zijn de verticale trillingen die worden veroorzaakt door het railverkeer berekend in de verschillende gebouwen A t/m E.

Predictie Vmax voor appartementencomplex veld 15/17 meetrichting verticaal Gebouw Vmax Vmax Vmax A1 A2 maaiveld fundering vloer streefwaarde grenswaarde gebouw A/B 0,2 0,088 0,088 0,1 0,2 gebouw C 0,14 0,045 0,045 0,1 0,2 gebouw D 0,32 0,083 0,083 0,1 0,2 gebouw E 0,7 0,18 0,18 0,15 0,6 Gebouw E is geen woongebouw maar betreft een commercieel gebouw en fietsenstalling. Bij dit gebouw wordt niet voldaan aan de streefwaarde maar wel aan de grenswaarde. Het niveau van het periodieke trillingsniveau Vper voldoet ruimschoots aan de grenswaarde A3 van de SBR-richtlijn voor onderwijs en kantoor. De verwachte trillingsniveaus in de geplande gebouwen zijn berekend door een overdrachtsfactor van 0,7 van bodem naar fundering te gebruiken afhankelijk van het type bouwwerk en fundering. De resulterende verwachte maximale trillingsniveaus Vmax in de gebouwen zijn lager dan de grenswaardes volgens SBR-richtlijn deel B behorend bij de functie van de gebouwen. Het verwachte periodieke trillingsniveau ligt zonder correctie onder de grenswaarde A3 van 0,05. Er is rekening gehouden met eventuele opslingering van de vloeren, waarbij er met een opslingeringsfactor van 1,4 gerekend is. Hierbij wordt verwacht dat de berekende trillingsniveaus aan de richtlijnen van de SBR voldoen, zolang de opslingering van de vloeren binnen de opslingeringsfactor van 1,4 blijft.

Aanbevolen wordt om het ontwerp, wanneer beschikbaar, te toetsen op trillingsgevoeligheid en om te bepalen of de aangenomen factoren en eigenschappen overeenkomen met de hierboven genoemde aannames. Opmerking De berekening en beoordeling is gebaseerd op de verticale trillingen die zijn gemeten. De horizontale trillingen zijn hoger, maar kunnen volgens het onderzoek niet toegerekend worden aan het spoorweglawaai. Toch wordt in het onderzoek aanbevolen dat de oorzaak van de hoge horizontale niveaus wordt bepaald. Hieraan wordt verder geen aandacht besteed. Notitie 'Ontwerptoets trillingsgevoelige bebouwing veld 15-17' van 13 november 2020 Witteveen en Bos. In de notitie van 13 november 2020 is uitgevoerd naar aanleiding van de aanbeveling om het beschikbare ontwerp te toetsen op trilingsgevoeligheid. Uit een vergelijking tussen het uitgevoerde trillingsonderzoek, de uitgewerkte bestekstekeningen en aanvullende berekeningen voor de opslingering in vergelijkbare gebouwen blijkt dat de trillingsgevoeligheid van de bouwwerken op veld 15-17 aan de Noorderhaven in Zutphen in de lijn van de eerder aangehouden richtlijnen ligt. Daarmee blijft de conclusie uit het eerder uitgevoerde trillingsonderzoek geldig, namelijk dat de verwachte trillingsniveaus voor Vmax en Vper voldoen aan de grenswaarden van de SBR-richtlijn, deel B.

Reactie op zienswijze De aanbeveling met een trillingsonderzoek op basis van het beschikbare bouwontwerp is uitgevoerd en leidt tot de conclusie dat voldaan wordt aan de trillingsnormen. De aanbeveling dat onderzoek wordt gedaan naar horizontale trillingen moet worden gezien als een breder onderzoek en staat niet in verband met de verticale trillingen van het spoor de zijn onderzocht en beoordeeld. Omdat zonder maatregelen wordt voldaan aan de normen bestaat er geen aanleiding om de aanbevelingen in de regels op te nemen.

2. Industrielawaai. Zienswijzen ProRail 13 oktober 2020 kenmerk LJV/PLA/ZW/#5946 Aspect Industrielawaai In het bestemmingsplan Noorderhaven (Moederplan), vastgesteld 22-04-2013, is onderstaande opgenomen: “Voor industrielawaai geldt een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar geluidsbelasting. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in nieuwe geluidgevoelige functies. Voor het bestemmingsplan zijn wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai relevant.” In het nu voorliggende ontwerp bestemmingsplan “Noorderhaven veld 15 -16 -17” is het aspect Industrielawaai niet opgenomen. ProRail verzoekt u de invloed en aanwezigheid van het emplacement “Zutphen" te verantwoorden in het ontwerpbestemmingsplan. De inrichting van het emplacement van ProRail ligt in de nabijheid van het plan en zou een rol van betekenis spelen. In de omgevingsvergunning van het emplacement zijn beoordelingspunten met beoordelingsniveaus opgenomen.

Beoordelingspunt Omschrijving referentiepunt Mars 1 referentiepunt Mars 5

Beoordelingshoogte (m) 7,5 12,5

Dagperiode (07.00-19.00) 46 46

Avondperiode (19.00-23.00) 47 45

Nachtperiode (23.00-07.00 ) 48 48

Doordat er referentiepunten zijn opgenomen en geen geluidwaarden bij woningen is er geen sprake van belemmering van de vergunde bedrijfsvoering. (in de volgende figuur zijn de rekenpunten aangegeven).

Rekenpunt Mars 5 ligt op enige afstand van de woningen op Veld 15,16,17 zoals uit onderstaande figuur blijkt.

In blauwe cirkel beoordelingspunt Mars 5 van de vergunning (ongeveer) Akoestisch Onderzoek adviesbureau De Haan Veld 15-16-17 Noorderhaven 25 februari 2020, AH.2017.0110.05.R001 Uit de figuur blijkt duidelijk het spoorweglawaai op de rangeersporen in de berekening is meegenomen. Overigens is een de Aanvullingswet geluid opgenomen dat rangeerterreinen onder het spoorweglawaai komen te vallen. Het geluid wordt net als bij spoor met geluidplafonds naast het emplacement/spoor aangegeven. De aanvullingswet kan binnenkort in werking treden, deze hoeft niet te wachten op de Omgevingswet. Vanaf dat moment zijn de beoordelingsniveaus op de beoordelingspunten van de Omgevingsvergunning dus niet meer van toepassing. Reactie op zienswijze Op basis van de vigerende vergunning wordt het spoorwegemplacement niet belemmerd door de woningbouw op veld 15,16,17. In het akoestisch onderzoek is het spoorweglawaai van rijbewegingen op de rangeersporen meegenomen. De berekende geluidniveaus op de gevels van de woningen op veld 15,16,17 zijn derhalve correct.

3. Hogere waarde Wet geluidhinder naar aanleiding van aangepast akoestisch onderzoek. Verkeerslawaai In de omgeving van het plan bevinden zich geen wegen met een wettelijk zone. Voor wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt geen wettelijke geluidzone. De 30 km/uur wegen hebben een gevelbelasting op de woningen in Veld 15,17,17 van hooguit 51 dB. De voorkeurswaarde van 48 dB wordt overschreden maar een hogere waarde is niet aan de orde omdat het 30 km/uur wegen betreft waarvoor de Wet geluidhinder niet van toepassing is.

Uit figuur 3 volgt dat voor de woningen aan de west- en noordzijde (aan het Statenbolwerk en de Noorderhavenstraat) sprake is van een geluidsbelasting tot 51 dB. Deze waarden hoeven formeel niet getoetst te worden aan de Wet Geluidhinder: als dat wel wordt gedaan, is er sprake van een overschrijding van de voorkeurswaarde van 3 dB. Vanuit het geluidbeleid moet gekeken worden naar geluidluwe gevels en buitenruimten. Voor wegverkeerslawaai is geen hogere waarde aan de orde. Railverkeerslawaai

Voor de geel gemarkeerde gevelbelastingen moet een hogere waarde worden aangevraagd. Er is bij deze woningen sprake van een geluidluwe gevel omdat de gevelbelasting van het wegverkeer lager is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai uit de Wet geluidhinder.

Na het treffen van een schermmaatregel wordt op de meeste gevels voldaan aan de voorkeurswaarde. Er is enkel sprake van een overschrijding op de zuidgevels van de meest zuidelijke woningen in blok 1.1 en blok 3. Hiervoor is een hogere waarde van 57 dB nodig. Als deze gevel doof wordt uitgevoerd, is deze hogere waarde niet meer nodig. Als deze schermmaatregel op bezwaren stuit, zijn voor de zuidelijke woningen van blok 1.1 en blok 3 hogere waarden nodig om het voorgenomen plan uit te voeren. In tabel 2 zijn de benodigde waarden voor het weg- en railverkeer weergegeven. Deze zijn hoger dan de vastgestelde hogere waarden. (ONTWERP)BESLUIT Vaststelling hogere waarden Wet geluidhinder voor het plan Noorderhaven, veld 15-16-17 in Zutphen. Voor het plan Noorderhaven, veld 15-16-17 is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (adviesbureau de Haan, kenmerk: AH.2017.0110.05.N001, gedateerd: 20 juni 2019). Geen maatregelen. Omschrijving objecten Vast te stellen hogere in dB waarde railverkeer Zuidgevel van het westelijk bouwblok

57

Zuidgevels van het oostelijk bouwblok Zuidgevel van het zuidelijk bouwblok

58 58

Voor de situering van de waarneempunten wordt verwezen naar figuur 2 van het akoestisch onderzoek (adviesbureau de Haan, kenmerk: AH.2017.0110.05.N001, gedateerd: 20 juni 2019). De betreffende waarneempunten waarvoor de hogere waarde geldt zijn per verdieping aangegeven en in geel gemarkeerd (zie ook de figuur in bijlage 1 van dit besluit).

Overzicht rekenresultaten/waarneempunten (bron akoestisch onderzoek). De waarneempunten waarvoor de hogere waarde wordt verleend zijn per verdieping aangegeven en in geel gemarkeerd.

Herberekende waarde Akoestisch Onderzoek Veld 15-16-17 Noorderhaven (adviesbureau de Haan, kenmerk: AH.2017.0110.05.R001, gedateerd: 25 februari 2020)

De zuidelijke hoekappartementen van blok 1.1 en blok 3 hebben een geluidsbelasting boven de voorkeurswaarde door het spoor, maar onder de maximale waarde. De geluidsbelasting van ten hoogste 57 en 59 dB op blok 1.1 en blok 3 is wel onder de maximale grenswaarde. Voor deze hoekappartementen moet door de gemeente Zutphen een hogere waarde worden vastgesteld. Omschrijving objecten Veld 16 Blok 1.1 (westelijk bouwblok) Zuidgevel

Vast te stellen hogere in dB waarde railverkeer 57

Veld 16 Blok 3 (oostelijk bouwblok) Zuidgevel Veld 16 Blok 3 (oostelijk bouwblok) Westgevel 57

59 57

De zuidelijke hoekappartementen van blok 1.1 en blok 3 hebben een geluidsbelasting boven de voorkeurswaarde door het spoor, maar onder de maximale waarde. De geluidsbelasting van ten hoogste 57 en 59 dB op blok 1.1 en blok 3 is wel onder de maximale grenswaarde. Voor deze hoekappartementen moet door de gemeente Zutphen een hogere waarde worden vastgesteld.

Het plaatsen van een brengt de geluidsbelastingen op de meeste gevels terug tot de voorkeurswaarde. Op de bovenste verdieping van de zuidgevel van blok 3 blijft met 57 dB een overschrijding van de voorkeurswaarde aanwezig.

Conclusie Wanneer er een scherm langs het spoor over een lengte van circa 200 meter met een hoogte van 3 meter wordt aangelegd wordt binnen de verleende hogere waarden gebleven en is een nieuw besluit niet nodig. Is dit scherm niet zeker dan moeten de hogere waarden opnieuw worden vastgesteld omdat de nieuw berekende waarden hoger zijn de vastgestelde hogere waarden. Nieuw vast te stellen hogere waarden. Omschrijving objecten Veld 16 Blok 1.1 (westelijk bouwblok) Zuidgevel

Vast te stellen hogere in dB waarde railverkeer 57

Veld 16 Blok 3 (oostelijk bouwblok) Zuidgevel Veld 16 Blok 3 (oostelijk bouwblok) Westgevel 57

59 57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=26aabf21-5f97-436c-9379-4656686f76fd