198791RH 2021_BW_00532
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders Besluit
2021_BW_00532
GOEDGEKEURD
Vergadering van 9 november 2021 Team Control
Vaststelling belastingverordeningen gemeente Zutphen 2022 - Oordeelsvormend
Zaaknummer: 198791 Portefeuillehouder: Eva Boswinkel Openbaar Ja Embargo Nee
Samenstelling Aanwezig: mevrouw Annemieke Vermeulen, Burgemeester; mevrouw Eva Boswinkel, Wethouder; de heer Mathijs ten Broeke, Wethouder; mevrouw Annelies de Jonge, Wethouder ; mevrouw Laura Werger, Wethouder; mevrouw Monique Stouten, Gemeentesecretaris; mevrouw Anja de Rouw, Adjunctsecretaris
Besluit Besluitpunt 1 Het college besluit de raad voor te stellen om de volgende belastingverordeningen vast te stellen: 1. Verordening onroerende zaakbelastingen gemeente Zutphen 2022; 2. Verordening riool- en waterzorgheffing gemeente Zutphen 2022; 3. Verordening afvalstoffenheffing gemeente Zutphen 2022; 4. Verordening hondenbelasting gemeente Zutphen 2022; 5. Legesverordening gemeente Zutphen 2022; 6. Verordening precariobelasting gemeente Zutphen 2022; 7. Verordening parkeerbelasting gemeente Zutphen 2022; 8. Verordening marktgelden gemeente Zutphen 2022; 9. Verordening lijkbezorgingsrechten gemeente Zutphen 2022; 10. Verordening forensenbelasting gemeente Zutphen 2022; 11. Verordening havengeld gemeente Zutphen 2022; 12. Verordening toeristenbelasting gemeente Zutphen 2022; 13. Verordening watertoeristenbelasting gemeente Zutphen 2022; 14. Verordening tot intrekking van de Verordening precariobelasting ter zake van buizen, kabels, draden of leidingen gemeente Zutphen 2021, met dien verstande dat deze laatste verordening van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor 1 januari 2022 hebben voorgedaan.
Motivering
1/153
Aanleiding en context zie raadsvoorstel Beoogd effect zie raadsvoorstel Argumenten zie raadsvoorstel Kanttekeningen zie raadsvoorstel Communicatie / vervolgtraject / uitvoering zie raadsvoorstel Rapportage / evaluatie zie raadsvoorstel Financiële consequenties zie raadsvoorstel Risico’s zie raadsvoorstel Personele consequenties zie raadsvoorstel Programmadoelen Programma B. Algemene Dekkingsmiddelen / Financiën Toelichting programmadoelen zie raadsvoorstel
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19.
Raadsvoorstel vaststelling belastingverordeningen 2022.pdf 20210914 Verordening onroerendezaakbelastingen gemeente Zutphen 2022.pdf 20210914 Verordening riool- en waterzorgheffing gemeente Zutphen 2022.pdf 20210914 Verordening afvalstoffenheffing gemeente Zutphen 2022.pdf 20210914 Verordening hondenbelasting gemeente Zutphen 2022.pdf 20210914 Legesverordening gemeente Zutphen 2022.pdf 20210914 Verordening precariobelasting gemeente Zutphen 2022.pdf 20210914 Verordening parkeerbelastingen gemeente Zutphen 2022.pdf 20210914 Verordening marktgelden gemeente Zutphen 2022.pdf 20210914 Verordening lijkbezorgingsrechten gemeente Zutphen 2022.pdf 20210914 Verordening forensenbelasting 2022.pdf 20210914 Verordening havengelden gemeente Zutphen 2022.pdf 20210914 Verordening toeristenbelasting gemeente Zutphen 2022.pdf 20210914 Verordening watertoeristenbelasting gemeente Zutphen 2022.pdf 20211022 Verordening intrekking Verordening precariobelasting 2021.pdf 20211018 bijlage A berekening OZB tarieven 2022.pdf 20211018 bijlage B berekening tarieven rioolheffing 2022.pdf 20211018 bijlage C berekening tarieven afvalstoffenheffing 2022.pdf 20211018 bijlage D vergelijk tarieven 2021 vs 2022.pdf
2/153
3/153
VOORBLAD
ONTWERP RAADSVOORSTEL
Griffienummer:
Onderwerp Programma
Vaststelling belastingverordeningen gemeente Zutphen 2022 Algemene dekkingsmiddelen / Financiën --
Forum Portefeuillehouder Inlichtingen bij
oordeelsvormend Eva Boswinkel Gerrie Lenting 06-81426064
Soort bevoegdheid Beleidsvrijheid Programmabegrotingswijziging
kaderstellend geen ja
g.lenting@zutphen.nl controlerend beperkt
budgetrecht ruim nee
overig
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor: vast te stellen de: 1. Verordening onroerende zaakbelastingen gemeente Zutphen 2022; 2. Verordening riool- en waterzorgheffing gemeente Zutphen 2022; 3. Verordening afvalstoffenheffing gemeente Zutphen 2022; 4. Verordening hondenbelasting gemeente Zutphen 2022; 5. Legesverordening gemeente Zutphen 2022; 6. Verordening precariobelasting gemeente Zutphen 2022; 7. Verordening parkeerbelasting gemeente Zutphen 2022; 8. Verordening marktgelden gemeente Zutphen 2022; 9. Verordening lijkbezorgingsrechten gemeente Zutphen 2022; 10. Verordening forensenbelasting gemeente Zutphen 2022; 11. Verordening havengeld gemeente Zutphen 2022; 12. Verordening toeristenbelasting gemeente Zutphen 2022; 13. Verordening watertoeristenbelasting gemeente Zutphen 2022; 14. Verordening tot intrekking van de Verordening precariobelasting ter zake van buizen, kabels, draden of leidingen gemeente Zutphen 2021, met dien verstande dat deze laatste verordening van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor 1 januari 2022 hebben voorgedaan.
4/153
1 van 8
5/153
2 van 8
TOELICHTING
Inleiding/aanleiding Eenmaal per jaar worden alle belastingverordeningen opnieuw vastgesteld; dit is een bevoegdheid van de raad. Bij de vaststelling worden naast tariefsverhogingen die voortvloeien uit de programmabegroting 2022, zoals vastgesteld door de raad, tevens redactionele wijzigingen meegenomen. Om misverstanden te voorkomen worden voor alle belastingsoorten ieder jaar nieuwe belastingverordeningen vastgesteld, onder gelijktijdige intrekking van de bestaande belastingverordeningen. Dit voorstel van het college aan de raad betreft de belastingverordeningen voor het jaar 2022; het is een financiële bevestiging van de in de programmabegroting 2022 opgenomen voorstellen door de raad.
Beoogd effect De belastingverordeningen aan te passen aan de actuele situatie waardoor deze gelijke tred houden met de landelijke en plaatselijk gewenste ontwikkelingen.
Argumenten 1.1 Het vaststellen van de belastingverordeningen en het intrekken van de ene verordening is noodzakelijk om de financiële situatie, zoals deze in de programmabegroting 2022 uiteengezet en vastgesteld is, te kunnen realiseren. Als de tarieven in de verordeningen niet conform het voorstel worden vastgesteld, heeft dit directe gevolgen voor de opbrengsten. Bij het opstellen van de programmabegroting 2022 is als uitgangspunt genomen dat de opbrengst van de diverse belastingen met 1,4% (het inflatiepercentage) wordt verhoogd. Bij het opstellen van deze belastingverordeningen is rekening gehouden met deze aanpassing. Daarnaast is als een belangrijk uitgangspunt gehanteerd dat in toenemende mate gestreefd wordt naar kostendekkende tarieven. Voor het overige zijn alle beleidsmatige uitgangspunten, zoals die in de verschillende programma’s zijn vastgelegd, verwerkt in de verschillende verordeningen. 1. OZB In het kader van de jaarlijkse WOZ (Wet Onroerende Zaken)-herwaardering krijgen alle onroerende zaken in de gemeente Zutphen een nieuwe WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2021. Voor het belastingjaar 2022 heft de gemeente OZB op basis van deze waarden. Alle onroerende zaken (woningen en niet-woningen) worden voor het belastingjaar 2022 naar waardepeildatum 1 januari 2021 getaxeerd.
Het algemene beeld is dat de waarde van de woningen in onze gemeente is gestegen met 9,74% en de waarde van de niet-woningen met 3,46% is gedaald ten opzichte van de vorige waardepeildatum 1 januari 2020. Het voorstel is om de totale OZB opbrengst te verhogen van € 13.515.900 in 2021 naar € 13.725.400 in 2022. Om deze OZB opbrengst te kunnen realiseren stellen wij voor om de volgende OZB-tarieven voor 2022 te hanteren: OZB eigenaar woning OZB eigenaar niet-woning OZB gebruiker niet-woning
0,1330% 0,3977% 0,3219%
De berekening van de OZB tarieven treft u aan in bijlage A.
6/153
3 van 8
2. Riool- en Waterzorgheffing. Met de rioolheffing worden de kosten die wij noodzakelijk achten voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van het beheer van hemelwater en grondwater verhaald. Uitgangspunt bij de rioolheffing is een kostendekkende exploitatie. De gemeentelijke watertaken omvatten een breed palet. Afval-, hemel- en grondwater zorgplichten hebben een centrale plaats in de ordening van de publieke ruimte. De verwerking van hemelwater en grondwater speelt tegenwoordig een minstens zo belangrijke rol als de verwerking van afvalwater. Het principe “de vervuiler betaalt” is dan ook nauwelijks van toepassing op de rioolheffing. Klimaatverandering speelt ook een steeds grotere rol bij besluiten over waterverwerking. De klimaatverandering heeft niet alleen gevolgen vanwege de toename van hevige neerslag, maar ook vanwege uitdroging van gronden. De traditionele riolering is daarom niet de oplossing voor alle waterproblemen. De nieuwe wijze waarop onder meer gemeenten duurzamer omgaan met de verwerking van water wordt watertransitie genoemd. De traditionele naam rioolheffing roept het beeld op van een belasting op een buizenstelsel en moet worden gewijzigd in een naam die de lading wel dekt. De VNG heeft ervoor gekozen om de benaming aan te passen naar Riool- en waterzorgheffing.
Om volledige kostendekking te bereiken is het noodzakelijk dat de volgende tarieven voor 2022 worden vastgesteld: Riool- en waterzorgheffing heffing eigenaren Eigenaren garageboxen
€ 151,00 € 50,00
De berekening van de tarieven riool- en waterzorgheffing treft u aan in bijlage B.
3. Afvalstoffenheffing/ diftar Via de afvalstoffenheffing worden alle kosten doorberekend aan inwoners, die te maken hebben met het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Door hogere verwerkingskosten is het noodzakelijk dat het vaste deel van de heffing gaat stijgen, uitgangspunt is dat het tarief voor de afvalstoffenheffing geheel kostendekkend is. Om volledige kostendekking te bereiken zijn onderstaande tarieven nodig: Vast recht: € 210,50 Containers per aanbieding: 80 liter € 2,95 140 liter € 5,30 240 liter € 9,25 Ondergronds: 60 liter 30 liter
€ 2,00 € 1,05
De berekening van de tarieven afvalstoffenheffing treft u in bijlage C.
4. Woonlasten In 2020 is de macronorm OZB vervangen door de benchmark gemeentelijke belastingen. Deze benchmark geeft de gemeente meer informatie over de ontwikkeling van de lokale lasten, waarmee nog bewuster keuzes kunnen worden gemaakt over de lastenontwikkeling als het gaat om de woonlasten. De woonlasten zijn de som van de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing van een gemiddeld huishouden. 7/153
4 van 8
Gemiddelde WOZ waarde woning was in 2021 € 266.525, deze is met 9,74% gestegen naar € 292.485. Eigenaar woning, tevens gebruiker Zutphen 2021 OZB € 392 Rioolheffing € 163,50 Afvalstoffenheffing vastrecht € 203,16 Woonlasten € 758,66
€ 210,50 € 759,50
Eigenaar woning, geen gebruiker Zutphen 2021 OZB € 392 Rioolheffing € 163,50 Woonlasten € 555,50
Zutphen 2022 (voorstel) € 398 € 151 € 549
Zutphen 2022 (voorstel) € 398 € 151
Gebruiker woning Zutphen 2021 Zutphen 2022 (voorstel) Afvalstoffenheffing Vastrecht Woonlasten
€ 203,16 € 203,16
€ 210,50 € 210,50
Gemiddelde WOZ waarde niet woning was in 2021 € 337.435, deze is gedaald met 3,46% naar € 325.760 Eigenaar niet-woning, tevens gebruiker Zutphen 2021 Zutphen 2022 (voorstel) OZB € 2.278 € 2.343 Rioolheffing € 163,50 € 151 lasten € 2.441,50 € 2.494 Eigenaar niet-woning, geen gebruiker Zutphen 2021 OZB € 1.215 Rioolheffing € 163,50 lasten € 1.378,50
Zutphen 2022 (voorstel) € 1.295 € 151 € 1.446
Gebruiker niet-woning OZB lasten
Zutphen 2021 Zutphen 2022 (voorstel) € 1.063 € 1.048 € 1.063 € 1.048
5. Leges Als bijlage bij dit voorstel treft u de vast te stellen Legesverordening gemeente Zutphen 2022 en de bijbehorende tarieventabel aan. 6. Afschaffing Precariobelasting op kabels en leidingen Op 21 maart 2017 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel afschaffing precariobelasting (Stb. 2017, 196), inclusief het amendement Veldman en Fokke. Hierdoor wordt de duur van de overgangstermijn voor gemeenten voor de afschaffing van de precariobelasting voor nutsnetwerken beperkt. Om te voorkomen dat het tarief tijdens de overgangstermijn stijgt is het tarief, conform voornoemd wetsvoorstel, gemaximeerd tot het tarief dat op grond van de belastingverordening gold op 10 februari 2016. 8/153
5 van 8
De wet is per 1 juli 2017 ingegaan en gemeenten mogen tot uiterlijk 1 juli 2022 nog precariobelasting op nutsnetwerken heffen. Dit houdt in dat 2021 het laatste jaar is waarin gemeenten volledig precariobelasting op leidingen van nutsnetwerken mogen heffen. 7. Forensenbelasting Forensenbelasting is erop gericht om, net als bij de toeristenbelasting, bezoekers van onze gemeente die gebruikmaken van de voorzieningen hier ook aan mee te laten betalen. Forensenbelasting wordt geheven van mensen die niet ingeschreven staan in de gemeentelijke basisadministratie, maar hier wel meer dan negentig dagen per jaar in een woning verblijven. Uit onderzoek van Tribuut blijkt dat eigenaren van ongeveer 100 woningen in onze gemeente belastingplichtig zijn voor forensenbelasting, tegen een voorgesteld tarief van € 355,00 zou dit een opbrengst opleveren van € 35.500. 8. Parkeerbelastingen De tarieven in de Verordening parkeerbelasting gemeente Zutphen 2022 zijn verhoogd met 1,4% vanwege inflatie. Verder is het kostentarief dat alle gemeenten in rekening mogen brengen bij de naheffingsaanslag parkeerbelasting voor 2022 vastgesteld op € 66,50. 9.
Toeristenbelasting In de raadsvergadering van 31 mei 2021 heeft de raad besloten om het tarief “vakantieonderkomens en niet beroepsmatig verhuurde ruimten” en het jaartarief van een vaste standplaats op het niveau van 2020 vast te stellen en deze tarieven te bevriezen tot en met het jaar 2023. 10. Lijkbezorgingsrechten De tarieven lijkbezorgingsrechten zijn sinds 2017 niet meer verhoogd, waarbij tevens werd vastgesteld om deze tarieven gedurende 5 jaren niet meer te verhogen. Bij de voorliggende verordening 2022 is nu, conform het uitgangspunt, een verhoging met 1,4% vanwege inflatie toegepast. 11. Marktgelden Om te komen tot een volledig kostendekkende markt zijn de volgende tarieven nodig: Markt Warnsveld € 5,25 per ingenomen m2 per kwartaal. Markt Zutphen € 12,00 per ingenomen m2 per kwartaal.
Kanttekeningen Mogelijke inwerkingtreding van de Omgevingswet Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet (vermoedelijk per 1 juli 2022) moet de Legesverordening aangepast worden.
Risico’s Om rechtsgeldig belastingen te kunnen heffen is het noodzakelijk dat vóór 1 januari de verschillende belastingverordeningen zijn vastgesteld.
Communicatie/Vervolgtraject/Uitvoering 1.
Bekendmaking van het raadsbesluit tot vaststelling respectievelijk intrekking van de verordeningen respectievelijk de verordening vindt plaats in de Decentrale Regelgeving en Officiële Publicaties (DROP), enkele dagen na de besluitvorming.
9/153
6 van 8
2.
De verordeningen treden de dag na de datum van bekendmaking in werking, waarbij de datum van ingang van de heffingen op 1 januari 2022 is bepaald.
Rapportage/evaluatie Afwijkingen in de opbrengsten van belastingen worden zo nodig gerapporteerd in de verschillende bestuursrapportages.
Financiën Alle bedragen zijn in lijn met de programmabegroting 2022.
Bijlagen 1. Verordening onroerende zaakbelastingen gemeente Zutphen 2022; 2. Verordening riool- en waterzorgheffing gemeente Zutphen 2022; 3. Verordening afvalstoffenheffing gemeente Zutphen 2022; 4. Verordening hondenbelasting gemeente Zutphen 2022; 5. Legesverordening gemeente Zutphen 2022; 6. Verordening precariobelasting gemeente Zutphen 2022; 7. Verordening parkeerbelasting gemeente Zutphen 2022; 8. Verordening marktgelden gemeente Zutphen 2022; 9. Verordening lijkbezorgingsrechten gemeente Zutphen 2022; 10. Verordening forensenbelasting gemeente Zutphen 2022; 11. Verordening havengeld gemeente Zutphen 2022; 12. Verordening toeristenbelasting gemeente Zutphen 2022; 13. Verordening watertoeristenbelasting gemeente Zutphen 2022; 14. Verordening tot intrekking van de Verordening precariobelasting ter zake van buizen, kabels, draden of leidingen gemeente Zutphen 2021 Tariefberekeningen A. Berekening tarieven OZB 2022; B. Berekening tarieven Riool- en Waterzorgheffing 2022; C. Berekening tarieven Afvalstoffenheffing 2022 D. Vergelijking tarieven 2021 versus 2022.
Stukken die ter inzage liggen N.v.t.
10/153
7 van 8
ONTWERP BESLUIT Griffienummer:
De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 november 2021 met nummer 198791; gelet op artikel(en) 216 e.v. van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: 1. Verordening onroerende zaakbelastingen gemeente Zutphen 2022; 2. Verordening riool- en waterzorgheffing gemeente Zutphen 2022; 3. Verordening afvalstoffenheffing gemeente Zutphen 2022; 4. Verordening hondenbelasting gemeente Zutphen 2022; 5. Legesverordening gemeente Zutphen 2022; 6. Verordening precariobelasting gemeente Zutphen 2022; 7. Verordening parkeerbelasting gemeente Zutphen 2022; 8. Verordening marktgelden gemeente Zutphen 2022; 9. Verordening lijkbezorgingsrechten gemeente Zutphen 2022; 10. Verordening forensenbelasting gemeente Zutphen 2022; 11. Verordening havengeld gemeente Zutphen 2022; 12. Verordening toeristenbelasting gemeente Zutphen 2022; 13. Verordening watertoeristenbelasting gemeente Zutphen 2022; 14. Verordening tot intrekking van de Verordening precariobelasting ter zake van buizen, kabels, draden of leidingen gemeente Zutphen 2021, met dien verstande dat deze laatste verordening van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor 1 januari 2022 hebben voorgedaan.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op: 13 december 2021
De voorzitter,
de griffier,
11/153
8 van 8
Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over onroerendezaakbelastingen 2022 (Verordening onroerendezaakbelastingen gemeente Zutphen 2022) De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 november 2021 met nummer 198791; gelet op artikel(en) 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over onroerendezaakbelastingen 2022 (Verordening onroerendezaakbelastingen gemeente Zutphen 2022)
Artikel 1 Belastbaar feit en belastingplicht 1.
Onder de naam 'onroerendezaakbelastingen' worden voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; b. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting.
2.
Bij de gebruikersbelasting wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.
12/153
3.
Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
Artikel 2 Voorwerp van de belasting 1.
Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak.
2.
Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.
3.
Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning als de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Artikel 3 Maatstaf van heffing 1.
De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1.
2.
Als met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken, wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 4 Vrijstellingen 1.
In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de
13/153
kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voorzover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a. bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde lid, onderdeel b. van die wet bedoelde voorwaarden met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g.
waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i.
werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken;
j.
onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs;
14/153
k. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; l.
plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
m. begraafplaatsen en urnentuinen, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. 2.
De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j. van het eerste lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.
3.
In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Artikel 5 Belastingtarieven 1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting: 0,3219%; b. bij de eigenarenbelasting: 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen: 0,1330%; 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen: 0,3977%. 2. Voor belastingbedragen tot € 9,-- vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen onroerendezaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 6 Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.
15/153
Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2. In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven en wanneer het totaalbedrag van de op het aanslagbiljet vermelde aanslag (en), meer is dan € 50,- doch minder dan € 10.000,- , dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt een maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen een maand later. 3. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c. van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing, voorzover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 8 Overgangsrecht De Verordening onroerende zaakbelasting gemeente Zutphen 2021, zoals vastgesteld bij besluit van 14 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 9 Datum van ingang heffing De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.
Artikel 10 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.
16/153
Artikel 11 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening onroerendezaakbelastingen gemeente Zutphen 2022.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op: 13 december 2021
De voorzitter,
de griffier,
17/153
Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over riool- en waterzorgheffing 2022 (Verordening rioolen waterzorgheffing gemeente Zutphen 2022) De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 november 2021 met nummer 198791; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over riool- en waterzorgheffing 2022 (Verordening riool- en waterzorgheffing gemeente Zutphen 2022)
Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. garagebox: een geheel overdekte en afsluitbare ruimte om één voertuig in te stallen; b. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; c. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater.
Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam ‘riool- en waterzorgheffing’ wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater, en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
18/153
Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1.
De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel, verder te noemen: eigenarendeel.
2.
Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
Artikel 4 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, die duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b. bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b. bedoelde roerende zaken of in onderdeel c. bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b. bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c. bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d. bedoeld samenstel.
Artikel 5 Maatstaf van heffing Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.
Artikel 6 Belastingtarieven 1.
Het eigenarendeel bedraagt: € 151,00.
2.
Het eigenarendeel bedraagt voor een garagebox: € 50,00.
19/153
Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8 Wijze van heffing en termijnen van betaling 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
2.
In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven en wanneer het totaalbedrag van de op het aanslagbiljet vermelde aanslag(en), meer is dan € 50,- doch minder dan € 10.000,- , de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt een maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen een maand later.
3.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.
Het eigenarendeel is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar.
2.
Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.
Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden, wijziging verordening Het college kan deze verordening wijzigen als de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde Rijkswet- en regelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant; een en ander voor zover met deze wijzigingen niet al bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.
20/153
Artikel 11 Datum van ingang heffing De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.
Artikel 12 Overgangsrecht De Verordening rioolheffing gemeente Zutphen 2021, zoals vastgesteld bij besluit van 14 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 13 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.
Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening riool- en waterzorgheffing gemeente Zutphen 2022.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op: 13 december 2021
De voorzitter,
de griffier,
21/153
Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over de afvalstoffenheffing 2022 (Verordening afvalstoffenheffing gemeente Zutphen 2022) De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 november 2021 met nummer 198791; gelet op artikel(en) 15.33 van de Wet milieubeheer; besluit: vast te stellen de: Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over de afvalstoffenheffing 2022 (Verordening afvalstoffenheffing gemeente Zutphen 2022)
Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. aangeboden container: container die op een zodanig(e) tijdstip en/ of plaats en/ of wijze opgesteld is, dat de inzameldienst redelijkerwijs van mening kon zijn dat deze aangeboden is om huishoudelijk afval in te zamelen; b. college: het college van burgemeester en wethouders; c. container: een voor de inzameling van huishoudelijk afval door of vanwege de gemeente per perceel of per groep van percelen ter beschikking gesteld of geplaatst inzamelmiddel; d. ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer; e. groep van percelen: een groep van percelen waarvoor op grond van de Afvalstoffenverordening Zutphen 2005 gemeenschappelijk gebruik wordt gemaakt van één of meer containers; f. huishoudelijk afval: huishoudelijke afvalstoffen, als bedoeld in artikel 1.1 Wet milieubeheer; g. inworp: opening van een per groep van percelen ter beschikking gestelde of geplaatste inzamelvoorziening; h. kennisgeving: een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, nota of andere schriftuur; i.
perceel: een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt;
22/153
j.
tarieventabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.
Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit 1.
Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
2.
De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 3 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 4 Maatstaven van heffing en tarieven De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Artikel 5 Belastingjaar 1.
Bij de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
2.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, geldt voor de belasting als bedoeld in de hoofdstukken II tot en met IV van de tarieventabel als heffingstijdstip het moment waarop de dienst aangevraagd, dan wel verleend wordt.
Artikel 6 Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk I van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.
23/153
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, wordt de belasting als bedoeld in de hoofdstukken II tot en met IV van de tarieventabel geheven bij wege van een mondelinge dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving. 3. Per belastbaar feit kan afzonderlijk worden geheven.
Artikel 7 Ontstaan van belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.
De belasting als bedoeld in hoofdstuk I, onderdeel 2. van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2.
De belasting als bedoeld in hoofdstuk I, onderdeel 3. van de tarieventabel is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of, als dit eerder is, na beëindiging van de belastingplicht.
3.
De belasting als bedoeld in de hoofdstukken II, III en IV van de tarieventabel zijn verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.
4.
Als een belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk I, onderdeel 2. van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting, als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
5.
Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
6.
Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing, als de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.
7.
Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.
8.
Voor de toepassing van het bepaalde in het zevende lid wordt het totaal van de op één biljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of andere heffingen als één belastingaanslag aangemerkt.
Artikel 8 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
24/153
2. In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven en wanneer het totaalbedrag van de op het aanslagbiljet vermelde aanslag(en), meer is dan € 50,- doch minder dan € 10.000,- , de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt een maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen een maand later. 3. Bij een op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c. van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 4. De belasting als bedoeld in de hoofdstukken II tot en met IV van de tarieventabel moet worden betaald: a. bij uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van uitreiking; b. bij toezending van de kennisgeving: binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 9 Overdracht van bevoegdheden, wijziging verordening Het college kan deze verordening wijzigen als de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde Rijkswet- en regelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant, een en ander voor zover met deze wijzigingen niet al bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.
Artikel 10 Datum van ingang heffing De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.
25/153
Artikel 11 Overgangsrecht De Verordening afvalstoffenheffing gemeente Zutphen 2021, zoals vastgesteld bij besluit van 14 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 12 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.
Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening afvalstoffenheffing gemeente Zutphen 2022.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op: 13 december 2021
De voorzitter,
de griffier,
Tarieventabel behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing gemeente Zutphen 2022
Aanwijzingen 1. Voor de toepassing van de tarieventabel, wordt een gedeelte van een eenheid of hoeveelheid als een volle eenheid of hoeveelheid aangemerkt.
26/153
2. Voor de toepassing van hoofdstuk I, onderdeel 3, onder d. van de tarieventabel, wordt het totaalbedrag van het gedifferentieerde gedeelte van de afvalstoffenheffing bepaald door het aantal aanbiedingen per jaar te vermenigvuldigen met het vaste bedrag per 1100-liter-container. Dit totaalbedrag wordt vervolgens naar evenredigheid omgeslagen over de individuele huishoudens die de bewuste locatie bewonen. Bij de omslag over de individuele huishoudens worden meerpersoonshuishoudens tweemaal zo zwaar belast als eenpersoonshuishoudens. 3. Of sprake is van een eenpersoonshuishouden of een meerpersoonshuishouden, wordt beoordeeld aan de hand van de situatie aan het begin van het heffingstijdvak, dan wel bij het ontstaan van de belastingplicht als de belastingplicht later ontstaat dan aan het begin van het heffingstijdvak. 4. Als vaste inzamelmiddelen in de zin van Hoofdstuk II, onderdeel 1 van de tarieventabel, worden aangemerkt één container voor groente-, fruit- en tuinafval, één container voor huishoudelijk restafval, één container voor oud papier en karton en eventueel één zwart kratje. De in deze tabel vermelde bedragen zijn inclusief omzetbelasting, als deze verschuldigd is.
Hoofdstuk 1 Tarieven per perceel De belasting wordt per perceel per jaar berekend naar een vast tarief en één of 1.
meer gedifferentieerde tarieven.
2.
Het vaste tarief bedraagt per jaar € 210,50.
3.
Het gedifferentieerde tarief bedraagt a. als het huishoudelijk afval per perceel met behulp van containers wordt ingezameld, per aangeboden container van 80 liter
€ 2,95;
b. als het huishoudelijk afval per perceel met behulp van containers wordt ingezameld, per aangeboden container van 140 liter
€ 5,30;
c. als het huishoudelijk afval per perceel met behulp van containers wordt ingezameld, per aangeboden container van 240 liter
27/153
€ 9,25;
d. als het huishoudelijk afval per groep van percelen met behulp van containers wordt ingezameld, per aangeboden container van 1100 liter
€ 19,20;
e. als het huishoudelijk afval per groep van percelen met behulp van containers wordt ingezameld, per aangeboden container van 660 liter
€ 11,80;
f. als het huishoudelijk afval per groep van percelen ondergronds wordt ingezameld, per inworp in een opening waarin 60 liter past
€ 2,00;
g. als het huishoudelijk afval per groep van percelen ondergronds wordt ingezameld, per inworp in een opening waarin 30 liter past
€ 1,05.
Hoofdstuk II Tarieven omruilen/extra container/nieuwe afvalpas 1. Voor de ingebruikgeving van elke container boven de vaste inzamelmiddelen geldt: per container van 240 liter zonder chip een tarief van
€ 78,00;
per container van 140/80 liter zonder chip een tarief van
€ 68,40 ;
per container van 240 liter met chip een tarief van
€ 98,40;
per container van 140/80 liter met chip een tarief van
€ 88,80 .
2. Voor vervanging van een beschadigde, gestolen of anderszins verloren container of afvalpas/ combipas, alsmede voor omruiling van een container gelden per vervangen, dan wel omgeruilde container de tarieven genoemd onder hoofdstuk II, onder 1. Omruiling in verband met het in gebruik nemen van een nieuw perceel geschiedt gratis onder verstrekking van een bewijs van inschrijving, als het verzoek tot omruiling uiterlijk 2 maanden na de ingebruikneming van het nieuwe perceel gedaan wordt. Omruiling naar een kleiner formaat container, een extra GFT container of een extra papier container is gratis. 3. Voor afgifte van een nieuwe (enkelvoudige) afvalpas geldt een tarief van € 9,60; Voor afgifte van een nieuwe combipas geldt een tarief van
Hoofdstuk III Tarieven milieupark
28/153
€ 16,80.
Tarief per 100 kg/ verrekening per 20 kg: Autobanden met velg
€ 8,75
Grof huishoudelijk afval
€ 19,00
B-hout
€ 8,90
C-Hout (geïmpregneerd)
€ 19,00
Bouw- en sloopafval/ niet
€ 19,00
schoon puin Spiegel- en draadglas
€ 19,00
Dakleer
€ 19,30
vloerbedekking
€ 19,00
Matrassen
€ 19,00
Schoon puin
€ 3,20
Snoeiafval < 500 kg
€ 0,00
Snoeiafval > 500 kg
€ 3,20
Hoofdstuk IV Tarieven inzameling grof vuil aan huis Voor het ophalen van grof vuil aan huis geldt het volgende tarief: 1.
voorrijkosten per rit per adres
€ 3,40;
Behoort bij besluit van de gemeenteraad van Zutphen van 13 december 2021. De griffier,
29/153
Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over hondenbelasting 2022 (Verordening hondenbelasting gemeente Zutphen 2022) De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 november 2021 met nummer 198791; gelet op artikel 226 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over hondenbelasting 2022 (Verordening hondenbelasting gemeente Zutphen 2022)
Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam 'hondenbelasting' wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente.
Artikel 2 Belastingplicht 1.
Belastingplichtig is de houder van een hond.
2.
Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is.
3.
Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b. van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.
Artikel 3 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor honden: a. die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij te samen met de moederhond worden gehouden en niet op de openbare weg komen; b. die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden;
30/153
c. die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; d. waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma der Koninklijke Nederlandse Politiehonden Vereniging, mits de houder zich verbindt zijn hond met een geleider, aan wiens bevelen hij gehoorzaamt, op aanvraag ter beschikking van de politie te stellen; e. die verblijven in een hondenasiel; f. die uitsluitend voor de verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid van het Besluit houders van dieren; g. waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma van het hoofdcomité van het Nederlandse Rode Kruis of van de Nederlandse Vereniging van Rode Kruishonden; h. waarvan de houder geen ingezetene van de gemeente is en de hond niet langer dan 90 dagen in het belastingjaar in de gemeente verblijft; i.
waarvan de houder woonachtig is in een gebied dat niet gelegen is in de bebouwde kom, overeenkomstig de begrenzing die daaraan gegeven is volgens het besluit van Gedeputeerde Staten van Gelderland.
Artikel 4 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.
Artikel 5 Belastingtarief 1.
2.
Het tarief bedraagt: a. voor een eerste hond
€
97,80;
b. voor een tweede hond
€
148,20;
c. voor een derde hond
€
168,00;
d. voor iedere hond boven het aantal van drie
€
185,00.
In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel € 451,80. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder een kennel verstaan: een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen.
3.
Het tweede lid blijft buiten toepassing als de belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal
31/153
honden als blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag.
Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.
De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2.
Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel het aantal honden dat door de belastingplichtige wordt gehouden toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.
3.
Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 9 Termijnen van betaling 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
2.
In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven en wanneer het totaalbedrag van de op het aanslagbiljet vermelde aanslag(en), meer is dan € 50,- doch minder dan
32/153
€ 3.500,- , de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt een maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen een maand later. 3.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10 Aangifte 1. In afwijking van artikel 237, eerste lid van de Gemeentewet geschiedt het uitnodigen tot het doen van aangifte door het uitreiken of toezenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. 2. In afwijking van artikel 237, tweede lid van de Gemeentewet wordt aangifte gedaan door het op de in de aangiftebrief aangegeven wijze, inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden. 3. De aangiftebrief kan langs elektronische weg verzonden worden.
Artikel 11 Datum van ingang heffing De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.
Artikel 12 Overgangsrecht De Verordening hondenbelasting gemeente Zutphen 2021, zoals vastgesteld bij besluit van 14 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 13 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.
33/153
Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening hondenbelasting gemeente Zutphen 2022.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op: 13 december 2021
De voorzitter,
de griffier,
34/153
Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over het heffen van leges 2022 (Legesverordening gemeente Zutphen 2022) De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 november 2021 met nummer 198791; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b. van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over het heffen leges 2022 (Legesverordening gemeente Zutphen 2022)
Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a.
college: het college van burgemeester en wethouders;
b.
dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een gehele dag wordt aangemerkt;
c.
jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;
d.
kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december;
e.
maand: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand;
f.
week: een aaneengesloten periode van zeven dagen.
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a.
het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;
b.
het verrichten van handelingen voor een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument, een en ander zoals bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.
Artikel 3 Belastingplicht
35/153
Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene voor wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.
Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. het in behandeling nemen van aanvragen van verklaringen omtrent inkomen en vermogen; b. exemplaren van de raadsagenda, preadviezen, raadsbesluiten en raadsnotulen aan de in de gemeenteraad zitting hebbende politieke partijen, tot een maximum van vier exemplaren; c. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald; d. diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; e. het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover het een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht (omgevingsvergunning beperkte milieutoets).
Artikel 5 Tarieven 1. De leges worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het
36/153
projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid van de Crisis- en herstelwet. 3. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota, ander schriftuur of elektronisch bericht.
Artikel 7 Tijdstip van betaling 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald als de kennisgeving als bedoeld in artikel 6: a. mondeling of elektronisch wordt gedaan: op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan: op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 28 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
2.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 8 Teruggaaf Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van leges ter zake van een in de tarieventabel omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in de bij deze verordening behorende tarieventabel opgenomen bepaling.
Artikel 9 Overdracht van bevoegdheden, wijziging verordening Het college kan deze verordening wijzigen als de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde Rijkswet- en regelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of
37/153
onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft: onderdeel akten Burgerlijke stand; Reisdocumenten; Rijbewijzen; Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen op papier; Verklaring omtrent gedrag; Wet op de kansspelen, een en ander voor zover met deze wijzigingen niet al bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.
Artikel 10 Datum van ingang heffing De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.
Artikel 11 Overgangsrecht De Legesverordening gemeente Zutphen 2021, zoals vastgesteld bij besluit van 14 december 2020 en de daarbij behorende tarieventabel, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 20 september 2021, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 12 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.
Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening gemeente Zutphen 2022.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op: 13 december 2021
De voorzitter,
de griffier,
38/153
Tarieventabel behorende bij de Legesverordening gemeente Zutphen 2022
Titel 1
ALGEMENE DIENSTVERLENING
Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand Hoofdstuk 2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Hoofdstuk 3 Rijbewijzen Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen (BRP) Hoofdstuk 5 Vervallen Hoofdstuk 6 Vervallen Hoofdstuk 7 Bestuursstukken Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken Hoofdstuk 10 Gemeentearchief (inclusief BTW) Hoofdstuk 11 Huisvestingswet (gereserveerd) Hoofdstuk 12 Leegstandswet Hoofdstuk 13 Gemeentegarantie (gereserveerd) Hoofdstuk 14 Marktstandplaatsen (gereserveerd) Hoofdstuk 15 Vervallen Hoofdstuk 16 Wet op de Kansspelen Hoofdstuk 17 Kinderopvang Hoofdstuk 18 Telecommunicatiewet Hoofdstuk 19 Verkeer en vervoer Hoofdstuk 20 Diversen