CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

184079RH 021_BW_00455

Raadsvergadering 11 oktober 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Adviesstelsel voor omgevingskwaliteit onder de Omgevingswet10.731 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De wet schrijft voor dat binnen de commissie enkele leden deskundig moeten zijn op het gebied van de monumentenzorg, en dat die in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument. Volgens de Memorie van Toelichting moet de commissie ten minste over deskundigheid op het gebied van cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap en stedenbouw beschikken (Kamerstukken II 2014-2015, 33962 nr. 3, p. 581). Het is mogelijk dat één persoon meerdere disciplines in zich verenigt. Artikel 5 Benoeming, schorsing en ontslag Het eerste tot en met het derde lid hebben betrekking op de benoemingstermijn als bedoeld in artikel 17.7, eerste lid van de wet. Het eerste lid regelt de benoeming voor de eerste termijn. Het tweede lid ziet toe op de herbenoeming. In het derde lid is de mogelijkheid opgenomen om leden drie jaar na hun aftreden opnieuw te benoemen. De vraag kan worden gesteld of het benoemen van leden en instellen van de commissie RKC een bevoegdheid is die overgedragen kan worden aan het college.

Uit de algemene delegatiebevoegdheid op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 10.3) en artikel 156 van de Gemeentewet volgt dat de raad een bevoegdheid mag overdragen aan het college, tenzij de aard van de betreffende bevoegdheid zich daartegen verzet. Dat laatste is bijvoorbeeld het geval bij het vaststellen van een verordening of van de begroting en jaarrekening. De benoeming van een gemeentelijke adviescommissie is niet een geval waarbij de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet. Deze bevoegdheid kan dus overgedragen worden. Artikel 6 De rayonarchitect Dit artikel geeft de rol van de rayonarchitect weer. Het tweede lid biedt de mogelijkheid om de advisering namens de commissie RKC (in mandaat) over te laten aan de rayonarchitect (mandaatcommissie). De commissie RKC blijft verantwoordelijk voor het advies. Een goede omschrijving van het mandaat is nodig om aan het advies betekenis toe te kunnen kennen. De commissie RKC kiest ervoor het mandaat te beperken tot de plannen met relatief geringe ruimtelijke betekenis, of plannen waar, gelet op meerdere vergelijkbare gevallen, de opvatting van de commissie RKC als bekend mag worden verondersteld. Dit wordt daarom ook vastgelegd in deze verordening. Zie hiervoor ook artikel 10.

23/28

Artikel 7 De voorzitter Dit artikel geeft de vereisten van de voorzitter weer. Artikel 8 Voorbereiding en vooroverleg Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 9 Ondersteuning van de commissie Dit artikel regelt wie secretaris is bij de zogeheten mandaatcommissie en de grote commissie RKC. Artikel 10 Gemandateerde behandeling en advies Dit artikel betreft de adviesfrequentie met betrekking tot het gemandateerde advies van de rayonarchitect (mandaatcommissie). Artikel 11 Vorm waarin het advies van de commissie RKC wordt uitgebracht Dit artikel geeft de wijze en vorm van advisering weer. Artikel 12 Termijn van adviseren In de wet is geen termijn gesteld waarbinnen de commissie moet adviseren. Daarom kan het college op grond van het eerste lid aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. Deze termijn mag volgens artikel 3:6 van de Awb niet zodanig kort zijn, dat de commissie zijn taak niet meer kan vervullen. Als er geen termijn is gesteld, bedraagt de termijn voor advies maximaal vier weken. Artikel 13 Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting Het eerste lid is een nadere regeling van uitwerking van de wettelijke eis van openbaarheid als bedoeld in artikel 17.9, vijfde lid van de wet.

Bij het derde lid wordt opgemerkt dat uit artikel 4:7 van de Awb de beperkte verplichting volgt dat de mogelijkheid tot toelichting van een plan ten overstaan van de commissie moet worden geboden aan de aanvrager van de omgevingsvergunning. Daarnaast hebben andere belanghebbenden spreekrecht. De kring van spreekgerechtigden is beperkt tot belanghebbenden (als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb). Daarmee wordt voorkomen dat allerlei personen tijdens de vergadering van de commissie kunnen inspreken, terwijl die in een eventuele rechterlijke procedure tegen de omgevingsvergunning voor het bouwen geen recht van spreken hebben, omdat zij geen belanghebbenden zijn. Het spreekrecht is van invloed op het tijdstip waarop de vergadering van de commissie wordt aangekondigd. Dat tijdstip moet dan zodanig worden gekozen dat eventuele sprekers voldoende tijd hebben om zich op de vergadering voor te bereiden. De verplichting tot openbaar vergaderen heeft betrekking op de vergaderingen waarin het advies op de aanvraag voor een omgevingsvergunning of op een voorgenomen beschikking formeel wordt vastgesteld. Het is niet verplicht voor informeel vooroverleg of bij de beleidsgerichte, opgavegerichte of ontwerpgerichte advisering. De potentiële initiatiefnemer kan in het stadium van vooroverleg gebaat zijn met beslotenheid.

Openbaarheid zou dan remmend op het vooroverleg kunnen werken, terwijl uit oogpunt van de korte planprocedure vooroverleg stimulering verdient. Met het bepaalde in het zevende lid wordt verstrengeling van belangen tegengegaan. Het achtste lid verwijst naar de Awb die uitvoerders van wetten een geheimhoudingsplicht oplegt ten aanzien van gegevens waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden. Op grond van artikel 2:5, tweede lid Awb is de plicht tot geheimhouding ook van toepassing op instellingen die een wettelijke taak uitvoeren. Daaronder vallen ook adviesorganen. Dit lid plaatst

24/28

buiten twijfel dat de geheimhoudingsplicht ook op de commissie RKC en de daarvoor werkzame personen van toepassing is. Artikel 14 Second opinion Het eerste lid ziet toe op het vragen van een second opinion aan een gemeentelijke adviescommissie van een andere gemeente als het college zich niet kan verenigen met het advies van de commissie RKC. Om oneindig ‘shoppen’ te voorkomen is dit slechts één keer per activiteit toegestaan. Een advies van de commissie RKC dat voldoet aan de wettelijke eisen van zorgvuldigheid en motivering als bedoeld in artikel 17.9, derde lid van de wet, behoeft in beginsel geen nadere motivering. Een nadere motivering is wel vereist als een aanvrager of een derde-belanghebbende een contra-advies heeft overgelegd, dan wel gemotiveerd aanvoert dat het advies in strijd is met de geldende beoordelingscriteria (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 6 mei 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI2952). Het vierde lid is opgenomen met het oog op een goede vervulling van de adviestaak. Daarvoor is nodig dat de commissie RKC voortdurend inzicht heeft in hoe het college omgaat met de uitgebrachte adviezen. Artikel 15 Jaarverslag Het jaarverslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid van de wet kan voor de raad aanleiding zijn voor bijstelling van het gemeentelijk beleid. De commissie RKC kan naar aanleiding van de verrichte werkzaamheden beleidsaanbevelingen doen.

Bijvoorbeeld over de in het omgevingsplan op te nemen beoordelingscriteria voor de omgevingskwaliteit. Om die reden verschijnt het jaarverslag tijdig vóór de jaarlijkse beleids- en begrotingscyclus in de gemeente. De specifieke bepalingen over het jaarverslag van het college zijn onder de wet vervallen. In verband met de politieke verantwoordelijkheid voor de omgevingskwaliteit heeft het college het voornemen om de bestaande praktijk van verantwoording en terugkoppeling voort te zetten en deze mee te nemen in de verplichte evaluatierapportage over de uitvoering van het omgevingsrecht aan de raad. In de gemeentelijke evaluatierapportage kan bijvoorbeeld aandacht worden besteed aan hoe is omgegaan met de adviezen van de commissie RKC en aan het (tijdig) inwinnen en ontvangen van advies binnen de afdoeningstermijn. Daarnaast wordt de werking van deze verordening ten minste éénmaal in het jaar samen met de commissie RKC geëvalueerd. Hoofdstuk 3 Erfgoedadviesraad Artikel 16 Adviestaak In dit artikel is bepaald waar de Erfgoedadviesraad over adviseert aan het college, op verzoek of uit eigen beweging. Dit behoeft geen nadere toelichting. Artikel 17 Samenstelling In dit artikel wordt de samenstelling van de Erfgoedadviesraad geregeld. Artikel 18 Benoeming, zittingsduur In dit artikel is bepaald dat het college de leden van de Erfgoedadviesraad benoemt.

Herbenoeming is mogelijk voor ten hoogste 3 jaar. Artikel 19 De voorzitter In dit artikel wordt het nodige over de voorzitter bepaald; dat behoeft geen nadere toelichting. Over de competenties van de voorzitter kan wel het nodige worden opgemerkt. De voorzitter moet namelijk in ieder geval over de volgende competenties beschikken: a. heeft ervaring en affiniteit met de lokale politiek, met bestuurlijke processen en met advieswerk in de ruimtelijke ordening en de gebouwde omgeving;

25/28

b. straalt een zekere mate van gezag uit in de praktijk van een vergadering en in het overleg met het gemeentebestuur; c. beschikt over inzicht in de praktijk van bouwplanprocessen en in de geschiedenis en traditie van Nederlandse ruimtelijke ordening en bouwpraktijk; d. is representatief en in staat door deskundigheid respect af te dwingen bij het gemeentebestuur; e. is bereid zich te oriënteren in de gemeente Zutphen; f. is in staat het vakinhoudelijke oordeel begrijpelijk samen te vatten en te verwoorden, als basis voor de schriftelijke uitwerking; g. kan aannemelijk maken over voldoende tijd te beschikken om de functie te kunnen uitoefenen. Voor de voorzitter wordt een vervanger aangewezen.

Artikel 20 De secretaris Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 21 Leden In dit artikel wordt het nodige over de leden bepaald. Dat behoeft geen nadere toelichting, anders dan de competenties van de leden. De leden van de erfgoedadviesraad moeten over de volgende competenties beschikken: a. aantoonbare deskundigheid en praktijkervaring op het genoemde eigen vakgebied (bijvoorbeeld de deskundige voor architectuur is geregistreerd architect en heeft een eigen, actieve beroepspraktijk); b. heeft bij voorkeur ervaring met het beoordelen van ontwerpen (bijvoorbeeld in onderwijssituaties of jury’s); c. is een voorstander van welstandstoezicht en heeft daarover uitgesproken ideeën; d. is in staat zich onpartijdig op te stellen, vervult zijn taak als lid niet met vooringenomenheid; e. is bereid zich te oriënteren in de gemeente Zutphen; f. baseert zich bij de beoordeling op relevante wet- en regelgeving; g. is in staat zijn oordeel begrijpelijk te verwoorden met respect voor alle betrokkenen; h. is representatief en is in staat door zijn kwaliteiten respect af te dwingen bij het gemeentebestuur; i. kan aannemelijk maken over voldoende tijd te beschikken om de functie te kunnen uitoefenen. Artikel 22 Aftreden leden Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 23 Agendering Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 24 Vergadering Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 25 Spreekrecht Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 26 Verslaglegging Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 27 Openbaarheid Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 28 Afwijken advies, gevallen waarin het bepaalde in hoofdstuk 3 niet voorziet Het eerste lid van dit artikel volgt eigenlijk al uit de Awb.

26/28

Het tweede lid geeft de mogelijkheid aan het college om te voorzien in die gevallen waarin het bepaalde in hoofdstuk 3 niet voorziet, als ook bij gerezen geschillen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 29 Intrekking oude regeling Dit artikel regelt de intrekking van de Verordening van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Cultuurhistorie en de Erfgoedadviesraad 2014. Artikel 30 Inwerkingtreding Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 31 Overgangsrecht Op grond van het eerste lid gaan de bestaande leden van de commissie RKC en Erfgoedadviesraad zonder aparte benoemingsbesluiten over naar de commissie. Het tweede lid regelt dat aanvragen ingediend voor het in werking treden van deze verordening volgens het oude recht door de commissie RKC worden afgedaan. Artikel 32 Citeertitel Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

27/28

28/28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=ca12cae0-4234-4ca4-815f-bd2a2d75b0c0