183225RH 2021_BW_00234
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders Besluit
2021_BW_00234
GOEDGEKEURD Vergadering van 20 april 2021 Team Inkomen
Vaststellen beleidsnota Passende schuldhulp, 2021-2024; vaststellen Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Zutphen 2021 Besluitvormend
Zaaknummer: 183225 Portefeuillehouder: Laura Werger Openbaar Ja Embargo Nee
Samenstelling Aanwezig: mevrouw Annemieke Vermeulen, Burgemeester; de heer Harry Matser, Wethouder; de heer Mathijs ten Broeke, Wethouder; mevrouw Annelies de Jonge, Wethouder ; mevrouw Laura Werger, Wethouder; mevrouw Anja de Rouw, Adjunct-secretaris; mevrouw Monique Stouten, gemeentesecretaris
Besluit Besluitpunt 1 Het college besluit de raad voor te stellen de beleidsnota ‘Passende schuldhulp. Beleidsplan voor een brede integrale schuldenaanpak in Zutphen, 2021-2024’ vast te stellen conform bijgevoegd concept (bijlage 1).
Besluitpunt 2 Het college besluit de raad voor te stellen om voor de toekomst de benodigde extra dekking voor de uitvoering van de beleidsnota taakstellend te vinden binnen programma 4.
Besluitpunt 3 Het college besluit de raad voor te stellen de Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Zutphen 2021 vast te stellen conform bijgevoegd concept (bijlage 2).
Besluitpunt 4 Het college besluit om de bijgevoegde schriftelijke reactie op het advies van de Brede Adviesraad Sociaal Domein (BASD) te verzenden naar de BASD (bijlage 4).
1/98
Motivering Aanleiding en context Uw college heeft op 2 maart 2021 besloten de beleidsnota ‘Passende schuldhulp. Beleidsplan voor een brede integrale schuldenaanpak in Zutphen, 2021-2024’ voorlopig vast te stellen. De beleidsnota is ter advisering naar de Brede Adviesraad Sociaal Domein (BASD) verzonden. Het advies van de BASD heeft geleid tot enkele tekstuele wijzigingen. De (gewijzigde) beleidsnota kan nu ter vaststelling naar de gemeenteraad gezonden worden. In een van de kanttekeningen bij het collegevoorstel van 2 maart 2021 is gemeld dat de Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Zutphen 2021 nog vastgesteld moet worden door de gemeenteraad. De in die verordening voorgestelde maximale beslistermijn van acht weken is ook in de beleidsnota opgenomen en is op die manier betrokken bij het advies van de BASD. Beoogd effect Optimalisering van de schuldhulp van de gemeente Zutphen door een brede integrale schuldenaanpak. Deze aanpak is gericht op het voorkomen van (beginnende en problematische) schulden via preventie en financiële educatie, vroegsignalering, een schuldhulp zonder drempels bij de toegang en tijdens het schuldhulptraject en het inzetten van passende, minst ingrijpende voorzieningen. Argumenten
1.1 Zie raadsvoorstel. 2.1 Zie raadsvoorstel. 3.1 Zie raadsvoorstel. 4.1 De Brede Adviesraad Sociaal Domein (BASD) heeft een advies uitgebracht. De BASD heeft op 5 april 2021 advies uitgebracht over de beleidsnota. De BASD is positief over de uitgangspunten en speerpunten van het beleid en de opzet van de beleidsnota. De BASD stelt een aantal vragen op enkele onderdelen en benoemt een aantal aspecten dat volgens haar sterker benadrukt mag of moet worden in de nota. Dat laatste vormt aanleiding om de nota op enkele onderdelen aan te vullen en/of aan te scherpen. De aanvullingen gaan onder andere over de relatie tussen laaggeletterdheid en schuldenproblematiek, vroegsignalering bij huurachterstanden en de communicatie-aanpak. De nota wordt door deze aanvullingen completer. In de bijlage bij de antwoordbrief (bijlage 4), staat aangegeven op welke plekken de nota is aangepast. In deze bijlage zijn tevens de (verduidelijkende) antwoorden op de vragen van de BASD opgenomen. Kanttekeningen Zie raadsvoorstel. Communicatie / vervolgtraject / uitvoering Zie raadvoorstel. Rapportage / evaluatie Zie raadvoorstel. Financiële consequenties Zie raadsvoorstel. Risico’s Zie het raadsvoorstel.
2/98
Personele consequenties Het nieuwe schuldenbeleid vertaalt zich vooral in personele consequenties, zoals beschreven in de financiële paragraaf van het raadsvoorstel. Deze paragraaf is conform het collegevoorstel van 2 maart 2021. Programmadoelen Programma 4. Een vitale samenleving, iedereen doet mee Toelichting programmadoelen Schuldhulp draagt bij aan een inclusieve samenleving, waarin iedereen meedoet, door problematische schulden te verminderen en de financiële zelfredzaamheid van inwoners van Zutphen te bevorderen.
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Raadsvoorstel vaststellen beleidsnota Passende schuldhulp + verordening (versie 20-4-2021).pdf Bijlage 1 Beleidsnota Passende schuldhulp 2021 - 2024 def.pdf Bijlage 2 Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Zutphen 2021 def.pdf Bijlage 3 Advies Passende schuldhulp BASD 2021.pdf Bijlage 4 Antwoordbrief college aan BASD inzake Passende schuldhulp.pdf Bijlage 5 Digitaal afschrift collegebesluit Passende schuldhulp.pdf
3/98
VOORBLAD
Griffienummer:
ONTWERP RAADSVOORSTEL Onderwerp Programma Forum Portefeuillehouder Inlichtingen bij
Soort bevoegdheid Beleidsvrijheid Programmabegrotingswijziging
Vaststellen beleidsnota Passende schuldhulp, 2021-2024; vaststellen Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Zutphen 2021. 4. Een vitale samenleving, iedereen doet -- mee oordeelsvormend Laura Werger Charles Verkuylen 0614334065 kaderstellend geen ja
c.verkuylen@zutphen.nl controlerend beperkt
budgetrecht ruim nee
overig
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor:
4/98
1 van 8
1. De beleidsnota ‘Passende schuldhulp. Beleidsplan voor een brede integrale schuldenaanpak in Zutphen 2021-2024’ vast te stellen conform bijlage 1. 2. Om voor de toekomst de benodigde extra dekking voor de uitvoering van de beleidsnota taakstellend te vinden binnen programma 4. 3. De Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Zutphen 2021 vast te stellen conform bijlage 2.
5/98
2 van 8
TOELICHTING
Inleiding/aanleiding
Op basis van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) moet er tenminste één keer in de vier jaar een beleidsplan schuldhulpverlening worden vastgesteld door de gemeenteraad. De looptijd van het vorige beleidsplan Armoede en schulden (2017-2020) is inmiddels verstreken. Daarnaast is er aanleiding om het beleid te actualiseren vanwege een aantal wetswijzigingen op het gebied van schulden met ingang van 1 januari 2021: wijziging van de Wgs, de invoering van het gemeentelijke adviesrecht bij schuldenbewind en de invoering van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet. Voorliggende beleidsnota ‘Passende schuldhulp’ legt het schuldenbeleid van de gemeente Zutphen voor de jaren 2021-2024 vast in lijn met deze nieuwe wetgeving. In de gewijzigde Wgs is (voor het eerst) een verordeningsplicht opgenomen voor de beslistermijn. In dit voorstel worden zowel de beleidsnota als de verordening ter vaststelling aan uw raad voorgelegd. In het beleidsplan is er voor gekozen om de term schulddienstverlening los te laten en de steeds meer gangbare term schuldhulp te introduceren. Met deze term wordt het nieuwe beleid ook gemarkeerd. In het raadsvoorstel wordt in lijn hiermee verder gesproken over schuldhulp. In de verordening wordt, in overeenstemming met de Wgs, de term schuldhulpverlening gehanteerd. Beoogd effect
Optimalisering van de schuldhulp van de gemeente Zutphen door een brede integrale schuldenaanpak. Deze aanpak is gericht op het voorkomen van (beginnende en problematische) schulden via preventie en financiële educatie, vroegsignalering, een schuldhulp zonder drempels bij de toegang en tijdens het schuldhulptraject en het inzetten van passende, minst ingrijpende voorzieningen. Argumenten
1.1 De nieuwe schuldenwetten bieden kansen om het Zutphense schuldenbeleid te optimaliseren. In de jaren 2017-2020 is de schuldhulp in Zutphen toegankelijker geworden. Er zijn nauwelijks selectiecriteria voor de toelating tot schuldhulp en er zijn nieuwe producten geïntroduceerd, waardoor er meer mensen met schulden geholpen kunnen worden. Een aantal beleidsvoornemens is echter minder uit de verf gekomen, vooral preventie en vroegsignalering. De nieuwe schuldenwetten bieden kansen om de schuldhulp vooral op deze gebieden te optimaliseren. Door de in de gewijzigde Wgs vastgelegde verplichting voor de gemeente om bij signalen van betalingsachterstanden bij huur, gas, water, licht en de zorgverzekering een gesprek voor schuldhulp aan te bieden, kunnen we méér inwoners in een eerder stadium bereiken. Het adviesrecht bij schuldenbewind geeft de gemeente een instrument om te voorkomen dat mensen met problematische schulden onnodig instromen in beschermingsbewind. Daardoor kan de gemeente beter sturen op het inzetten van een passende voorziening en het stimuleren van de financiële zelfredzaamheid van de inwoner.
6/98
3 van 8
1.2 De beleidsnota vormt een vertaling van de strategische visie voor het sociaal domein naar de gemeentelijke schuldhulp. De beweging die de gemeente wil maken in het sociaal domein, van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’, is ook de beweging die gemaakt moet worden om de schuldenproblematiek in Zutphen duurzaam te verminderen. Door te stimuleren dat de inwoner – waar mogelijk - de regie heeft over zijn eigen financiële huishouding, levert schuldhulp een belangrijke bijdrage aan een inclusieve samenleving, waarin iedereen meedoet. De uitgangspunten van schuldhulp sluiten nauw aan bij de strategische visie voor het sociaal domein: focus op preventie; schuldhulp is dichtbij; schuldhulp is effectief, efficiënt en heeft een duurzaam effect; schuldhulp is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen. 1.3 In het nieuwe schuldenbeleid staat de mens centraal, niet de schulden en het proces. In het nieuwe beleid zetten we versterkt in op een mensgerichte schuldhulp, waarin de menselijke maat centraal staat. We houden rekening met de drempels die mensen ervaren om schuldhulp aan te vragen en schuldhulp te doorlopen. Zowel in de communicatie als de dienstverlening sluiten wij zoveel mogelijk aan bij de belevingswereld van de mensen met schulden. Schaamte en argwaan richting overheid zijn belangrijke redenen om geen schuldhulp in te roepen.
Onze communicatie- en preventie-activiteiten zijn erop gericht dit te overwinnen en de weg naar schuldhulp te vinden. Onze dienstverlening is nog meer dan nu al het geval is gericht op het zo snel mogelijk bieden van perspectief, het wegnemen van de stress die de schuldensituatie veroorzaakt en het voorkomen van uitval tijdens én na het schuldhulptraject. Daarbij willen wij vooral voorkomen dat schuldenproblematiek negatieve gevolgen heeft voor gezinnen met jonge kinderen. 1.4 Met het nieuwe beleid willen we schuldhulp slimmer organiseren. Door het proces van schuldregelen slimmer te organiseren spelen we ruimte vrij om beter invulling te kunnen geven aan met name preventie en vroegsignalering en ook aan schuldhulp voor ondernemers. We doen dit onder andere door meer saneringskredieten in te zetten, collectieve schuldregelingen te treffen met de belangrijkste schuldeisers en uitwisseling van gegevens over schulden via een ‘schuldenknooppunt’. Dat zorgt ervoor dat schuldregelingen sneller tot stand komen, waardoor de uitvoeringkosten (per regeling) lager zijn. De mensen die schuldhulp hebben aangevraagd, weten daardoor sneller waar ze aan toe zijn, wat de kans op uitval weer verkleint. De financiële situatie in Zutphen maakt het ook noodzakelijk om de schuldhulp zo efficiënt en effectief mogelijk te organiseren.
1.5 De Brede Adviesraad Sociaal Domein (BASD) heeft een positief advies uitgebracht De BASD heeft op 5 april 2021 advies uitgebracht aan het college over de beleidsnota. De BASD is positief over de uitgangspunten en speerpunten van het beleid en de opzet van de beleidsnota. De BASD stelt een aantal vragen over enkele onderdelen en benoemt een aantal aspecten dat volgens haar sterker benadrukt mag of moet worden in de nota. Dat laatste vormt aanleiding om de nota op enkele onderdelen aan te vullen en/of aan te scherpen. De aanvullingen gaan onder andere over de relatie tussen laaggeletterdheid en schuldenproblematiek, vroegsignalering bij huurachterstanden en de communicatie-aanpak. De nota wordt door deze aanvullingen completer. In de bijlage bij de antwoordbrief (bijlage 4) staat aangegeven op welke plekken de nota is aangepast. In deze bijlage zijn tevens de (verduidelijkende) antwoorden op de vragen van de BASD opgenomen.
7/98
4 van 8
2.1 De kost gaat voor de baat uit Vroegsignalering leidt in eerste instantie tot een (fors) hoger beroep op schuldhulp, omdat hierdoor problematische schulden zichtbaar worden. Paradoxaal genoeg leidt vroegsignalering op termijn juist tot een afnemend beroep op schuldhulp. Dit omdat betalingsachterstanden niet meer escaleren tot problematische schulden, waardoor minder schuldregelingen nodig zijn. Daarnaast levert investeren in schuldhulp een besparing op van maatschappelijke kosten. Denk hierbij aan kosten voor ontruimingen, extra uitkeringen, inzetten maatwerkvoorzieningen en criminaliteit etc. Uit onderzoek blijkt dat elke euro die geïnvesteerd wordt in schuldhulp een besparing van twee euro aan maatschappelijke kosten oplevert. Het inzetten van passende schuldhulp leidt tot meer maatwerk waardoor er op termijn minder kosten gemaakt worden in het brede sociale domein. Inwoners die geen geldzorgen en schuldenstress hebben, voelen zich beter en zijn daardoor in staat om weer deel te nemen aan de samenleving. 3.1 In de nieuwe Wgs is een verordeningsplicht opgenomen voor de beslistermijn. In de gewijzigde Wgs is (voor het eerst) een plicht opgenomen om in een verordening de beslistermijn vast te leggen. Dit is gedaan om de rechtspositie van de aanvrager te versterken.
In de verordening wordt aangesloten bij de maximale termijn van 8 weken, zoals die in het algemeen bestuursrecht van toepassing is. We kiezen voor deze wettelijke termijn om de uitvoeringsorganisatie voldoende ruimte te bieden om zorgvuldig een plan van aanpak op te stellen. Dat plan moet recht doen aan de persoonlijke situatie van de aanvrager én moet houvast bieden voor het verdere traject. De verordening wordt vastgesteld met terugwerkende kracht naar 1 januari 2021. Kanttekeningen
Het college stelt na vaststelling van de beleidsnota nieuwe beleidsregels vast. De huidige beleidsvoorschriften schulddienstverlening die onder hoofdstuk 10 zijn opgenomen in de Beleidsvoorschriften werk, inkomen en participatie gemeente Zutphen 2019 zijn door de wetswijzigingen en het nieuwe beleid niet meer actueel. Zodra de raad de nota en de verordening heeft vastgesteld worden de gewijzigde beleidsregels ter vaststelling aan het college voorgelegd. De uitvoeringspraktijk anticipeert op de wijziging van de beleidsregels door de aanvraagprocedure conform de Wgs uit te voeren en zelfstandige ondernemers niet meer uit te sluiten van schuldhulp zolang zij hun bedrijf niet beëindigd hebben. Risico’s
1. Afbreukrisico. Met dit beleid wordt vooral geïnvesteerd in een preventieve, laagdrempelige en outreachende schuldhulp. Communicatie en dienstverlening zijn erop gericht dat inwoners met schulden zich eerder bij de gemeente melden en erop kunnen vertrouwen dat zij goed geholpen worden. Er dreigt
8/98
5 van 8
een fors afbreukrisico als dit niet waargemaakt kan worden omdat schuldhulp onvoldoende bemenst is om tegemoet te komen aan de (toenemende) vraag naar schuldhulp. 2. Toename van verzoeken tot schuldhulp. De gevolgen van de Coronacrisis leiden volgens landelijke prognoses tot een toename van ongeveer 30% van verzoeken tot schuldhulp. Dit effect komt boven op de toename als gevolg van wettelijke verplichtingen en nieuw beleid, al is het waarschijnlijk lastig om dit onderscheid in de praktijk aan te brengen. De gemeente heeft extra gelden ontvangen in verband met de gevolgen van Covid 19. Die worden eventueel ingezet bij een forse toename van verzoeken tot schuldhulp. Communicatie/Vervolgtraject/Uitvoering
De communicatie over schuldhulp is vooral gericht op het wegnemen van de door inwoners met schulden ervaren drempels om schuldhulp te vragen en sluit zo veel mogelijk aan bij de belevingswereld van deze inwoners. In het kader van de (verplichte) vroegsignalering wordt deze aanpak reeds gehanteerd bij de uitnodigingen voor een gesprek. Ook is er extra aandacht voor zelfstandige ondernemers met schulden, niet alleen bij de communicatie over schuldhulp maar ook in de communicatie over regelingen voor ondernemers en regelingen in het kader van corona, zoals TONK. Vanaf 1 januari 2021 wordt de schuldhulp uitgevoerd conform de vereisten van de Wgs met betrekking tot de aanvraag en de vroegsignalering. Waar mogelijk is geanticipeerd op de invoering van de beleidsnota. Daarbij ligt de focus primair op de vroegsignalering en de schuldhulp voor ondernemers. In de komende maanden worden andere onderdelen van het beleid, zoals het adviesrecht bij schuldenbewind, verder uitgewerkt en geïmplementeerd. Rapportage/evaluatie
Jaarlijks wordt aan uw raad gerapporteerd over de voortgang van het beleid. Zo nodig wordt het beleid op basis van deze voortgangsrapportages bijgesteld.
Financiën
Het beschikbare budget voor schuldhulp binnen de programmabegroting bestaat uit vier budgetten. Ten eerste de personele kosten voor schuldhulp. Ten tweede het budget Schulddienstverlening, bestaande enerzijds uit inkomsten uit financieel beheer en budgetbeheer (ten behoeve van schuldregelingen) en anderzijds uitgaven voor noodzakelijke lidmaatschappen en abonnementen. Ten derde de extra gelden van de Rijksoverheid voor intensivering van het armoede- en schuldenbeleid, die op incidentele basis kunnen worden ingezet. Ten slotte zijn er subsidiegelden in het kader van de Thematafel Armoede en schulden beschikbaar voor de financiering van budgetcoaching door Schuldhulpmaatje. Voor 2021 zijn de beschikbare budgetten toereikend om het nieuwe beleid vorm te geven. Naast het genoemde intensiveringsbudget wordt een deel van het verwachte incidentele voordeel binnen het minimabeleid in 2021 hiervoor aangewend. Hierdoor is in 2021 in totaal € 193.000,- incidenteel beschikbaar voor de uitvoering van het nieuwe beleid. 9/98
6 van 8
Om volledig uitvoering te kunnen geven aan het nieuwe beleid is naar verwachting ongeveer 3 ton nodig voor extra personele uitgaven. Vanwege de stapsgewijze invoering van het nieuwe beleid is dit bedrag naar verwachting niet nodig in 2021 en kan volstaan worden met de genoemde (incidentele) dekking ter hoogte van € 193.000,-. Voor de jaren daarna moet extra dekking worden gevonden. De dan beschikbare intensiveringsgelden bedragen maximaal € 137.000,-. De overige middelen worden taakstellend binnen programma 4 gevonden. De berekening van de extra benodigde formatie is vooral gebaseerd op de geprognosticeerde signalen in het kader van vroegsignalering (ruim 3000 per jaar) en de daaruit voortvloeiende stijging van dossiers schuldhulp (ruim 500). In de loop van 2021 ontstaat op basis van opgedane ervaringen een duidelijker en nauwkeuriger beeld van wat echt nodig is. Tot slot. Het nieuwe beleid vraagt om een investering in digitale ondersteuning bij het slimmer schuldregelen en het inzetten van algemene voorzieningen. De daarmee gepaarde abonnementskosten bedragen (ongeveer) € 28.000,- en kunnen structureel gedekt worden uit het (werk)budget Schulddienstverlening. Bijlagen
1. Beleidsnota Passende schuldhulp. Beleidsplan voor een brede integrale schuldenaanpak in Zutphen, 2021-2024. 2. Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Zutphen 2021. 3. Advies BASD inzake beleidsnota Passende schuldhulp. 4. Antwoordbrief college naar aanleiding van het advies BASD. Stukken die ter inzage liggen
10/98
7 van 8
ONTWERP BESLUIT Griffienummer:
De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 april 2021 met nummer 183225; gelezen het advies van de Brede Adviesraad Sociaal Domein (BASD) van 5 april 2021; gelet op artikel(en) 108, tweede lid juncto artikel 147 van de Gemeentewet, 4a, derde lid van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit:
1. De beleidsnota ‘Passende schuldhulp. Beleidsplan voor een brede integrale schuldenaanpak in Zutphen 2021-2024’ vast te stellen conform bijlage 1. 2. Om voor de toekomst de benodigde extra dekking voor de uitvoering van de beleidsnota taakstellend te vinden binnen programma 4. 3. De Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Zutphen 2021 vast te stellen conform bijlage 2. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op:
De voorzitter,
de griffier,
11/98
8 van 8
PASSENDE SCHULDHULP Beleidsplan voor een brede integrale schuldenaanpak in Zutphen 2021-2024
Zutphen, april 2021 1 12/98
Inhoudsopgave Voorwoord Leeswijzer Samenvatting (infographic) Hoofdstuk 1. Kansen voor schuldhulp in Zutphen. Bouwstenen voor het beleidsplan 1.1 Problematische schulden in Zutphen 1.2 Schuldenwetten bieden kansen om schuldhulp verder te verbeteren 1.3 De mens centraal, niet de schulden en het proces Hoofdstuk 2. Financieel gezond weer meedoen en meetellen. Ambitie en uitgangspunten van de schuldhulp 2.1 Ambitie schuldhulp: minder schulden en meer financieel gezonde inwoners in Zutphen 2.2 Uitgangspunten schuldhulp: focus op preventie, dichtbij, effectief, gezamenlijke verantwoordelijkheid Hoofdstuk 3 Passende schuldhulp. Speerpunten van beleid 2021-2024. Wat gaan we doen? 3.1 Speerpunt 1: Schuldpreventie en financiële educatie- voorkomen dat schulden ontstaan 3.2 Speerpunt 2: Vroegsignalering van geldproblemen – voorkomen dat schulden problematisch worden 3.3 Speerpunt 3: Schuldhulp zonder drempels – schuldhulp is toegankelijk voor iedereen 3.4 Speerpunt 4: Inzetten passende voorziening – licht als het kan, zwaar als het moet, aansluitend bij situatie inwoner Hoofdstuk 4 Resultaten 5.1 Maatschappelijke effecten 5.2 Prestatie-indicatoren schuldhulp Bijlagen: 1. 2. 3. 4. 5.
Financiën en planning Kwaliteitsborging Cijfers schuldhulp Zutphen 2017-2020 Overzicht wettelijke verplichtingen en keuzes Publicaties
2 13/98
Voorwoord De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) verplicht gemeenten om tenminste één keer in de vier jaar een beleidsplan vast te stellen waarin de hoofdzaken staan van het gemeentelijke schuldenbeleid. Het beleidsplan dat voor u ligt is een vervolg op het beleidsplan Armoede en schulden voor wat betreft het schuldenbeleid. Dit beleidsplan uit 2017 brak met het restrictieve toelatingsbeleid van de jaren daarvoor en zette in op een breed toegankelijke schuldhulpverlening met een focus op financiële zelfredzaamheid, versterking van preventie en vroegsignalering, aandacht voor de gevolgen van ‘geldstress’ en samenwerking met maatschappelijke partners. Het voorliggende plan is niet zo zeer een breuk met dit beleid maar een versterkte voortzetting ervan, met nieuwe accenten. Insteek hierbij is om voort te zetten wat goed werkt, te verbeteren wat beter moet en slimmer te organiseren waar mogelijk. De wijziging van de Wgs per 1 januari 2021 biedt kansen om de onderdelen die voor verbetering vatbaar zijn goed op te pakken en verder door te ontwikkelen. Dat geldt met name voor vroegsignalering, die als verplichting is opgenomen in de Wgs. De nieuwe bepalingen met betrekking tot de inlichtingen- en medewerkingsplicht dwingen om het aanvraagproces mensgerichter te organiseren. Ook andere nieuwe ‘schuldenwetten’ bieden kansen voor verbetering.
Het adviesrecht bij schuldenbewind bijvoorbeeld vergroot de mogelijkheid om de financiële zelfredzaamheid van inwoners te bevorderen bij problematische schulden. Hoewel er ogenschijnlijk geen groot inhoudelijk verschil is met het oude beleid, is het effect van het nieuwe beleid, waarin de nieuwe wettelijke opdrachten en mogelijkheden zijn vertaald, aanzienlijk. Kwalitatief vindt er een omslag plaats van een re-actieve naar een pro-actieve en outreachende schuldhulp, van een meer procesgerichte naar een mensgerichte schuldhulp. Kwantitatief heeft dit tot gevolg dat veel meer inwoners met schulden in beeld komen voor schuldhulp. Preventie en vroegsignalering zorgen er voor dat het inzetten van schuldregelingen op termijn afneemt. Daaraan vooraf gaat echter een periode waarin onvermijdelijk sprake is van een fors stijgend beroep op schuldhulp, los van de verwachte toeloop als gevolg van de Corona-crisis. Het nieuwe beleid is bovenal een investering in een toekomst met minder inwoners met problematische schulden en meer inwoners die financieel gezond zijn en kunnen bijdragen aan een inclusieve Zutphense samenleving. De opbrengsten moeten in de tweede helft van de beleidsperiode 2021-2024 zichtbaar worden.
Daar waar we in 2017 ervoor hebben kozen om armoedebeleid en schuldenbeleid samen te brengen in één beleidsplan, kiezen we nu voor een aangescherpte focus op schuldenbeleid in een aparte beleidsnota. In 2019 is het minimabeleid van Zutphen genormaliseerd en meer in lijn gebracht met het minimabeleid in de regio. De noodzaak om het tekort in het sociaal domein terug te dringen heeft geleid tot een versobering van het minimabeleid: van een ruimhartig verstrekkingenbeleid naar een focus op wat echt nodig is. Daarmee is een deel van de beleidsnota Armoede en schulden als het ware geactualiseerd. Het voorliggende beleidsplan actualiseert het schuldenbeleid van de gemeente en maakt daarbij een beweging naar optimalisering van de schuldhulpverlening. Daartoe dwingt de nieuwe wetgeving, maar het is bovenal een weloverwogen keuze die voortvloeit uit de uit de strategische visie voor het sociaal domein voortvloeiende keuze voor een sterke inclusieve lokale samenleving. Schulden staan die in de weg, en de uitdaging is dat obstakel met behulp van een duurzame schuldenaanpak weg te nemen. De cijfers laten zien dat het om een forse uitdaging gaat. Hoewel het aantal huishoudens met problematische schulden onder invloed van de economische voorspoed van de afgelopen jaren licht gedaald is, gaat het in Zutphen – volgens de CBS-statistiek – om bijna 2000 huishoudens die schulden 3 14/98
hebben die ze zelf niet meer kunnen oplossen. De discrepantie met het aantal mensen dat zich jaarlijks meldt bij schuldhulpverlening is groot, dat aantal bedraagt slechts zo’n 200 tot 250. De uitdaging voor de gemeente is om mensen met problematische schulden te bereiken en te overtuigen van de noodzaak om hulp te vragen. Belangrijk is vooral ook om ze in een eerder stadium in beeld te krijgen en te bereiken, wanneer een betalingsachterstand nog niet is opgelopen naar een problematische schuld. Die uitdaging is des te groter in de context van de huidige financiële situatie in Zutphen. Die situatie dwingt om scherpe keuzes te maken in beleid en uitvoering, maar vooral ook slimme keuzes. Alleen dan kunnen we met beperkte financiële middelen een brede schuldenaanpak – van preventie tot nazorg – voor alle inwoners in Zutphen neerzetten. Tegen de achtergrond van deze uitdaging willen we voortaan de term schuldhulp gebruiken. In 2012 is er voor gekozen om te spreken van schulddienstverlening. Daarmee wilde de gemeente toen aangeven dat ze geen hulpverleners maar - meer zakelijk - dienstverleners zijn. De laatste tijd is de term schuldhulp steeds gebruikelijker, ook in stukken van de Rijksoverheid. Schuldhulp klinkt toegankelijker en is meer uitnodigend dan schulddienstverlening.
Het gebruik van deze term draagt er wellicht aan bij dat mensen schuldenproblematiek eerder bespreekbaar maken en sneller, inderdaad, hulp inroepen. Schuldhulp als centraal begrip maakt het makkelijker deze boodschap te communiceren. De nieuwe naamgeving markeert tevens de genoemde omslag naar een pro-actieve, outreachende en mensgerichte gemeentelijke schuldhulp. Schuldenproblematiek veroorzaakt in de eerste plaats persoonlijk leed. Het kan een ontwrichtende werking hebben op het gezinsleven. Niet alleen de ouders maar ook de kinderen gaan gebukt onder de (chronische) stress, schaamtegevoel, frustratie en uitzichtloosheid, heftige emoties die vaak worden opgeroepen door schuldenproblematiek. De ondersteuning bij schulden die de gemeente biedt, moet niet bijdragen aan deze emoties, laat staan deze versterken. Schuldhulp moet als het ware deze gemoederen tot bedaren brengen en perspectief bieden op een financieel gezonde toekomst. Het is mooi als op het einde van de beleidsperiode 2021-2024 Schuldhulp Zutphen een ingeburgerd begrip wordt, waar inwoners van Zutphen met schulden zich vol vertrouwen tot kunnen wenden.
4 15/98
Leeswijzer Hoofdstuk 1 draagt de bouwstenen aan voor het nieuwe schuldenbeleid. In de eerst paragraaf wordt de schuldensituatie in Zutphen geschetst en geduid. In de tweede paragraaf wordt kort teruggeblikt op de voornaamste resultaten van het schuldenbeleid in de afgelopen jaren. We laten zien dat de nieuwe wetgeving op het gebied van schulden kansen biedt om de schuldhulp verder te verbeteren, te optimaliseren, vooral op de onderdelen die minder goed uit de verf zijn gekomen. In de laatste paragraaf wordt ingezoomd op de hobbels die mensen met (beginnende en geëscaleerde) schuldenproblematiek moeten nemen op weg naar een schuldenvrije toekomst. We willen zo meer oog voor de mens achter de schulden hebben, omdat vooral daarin de sleutel voor de oplossing van schuldenproblematiek ligt. Hoofdstuk 2 vertaalt de strategische visie, missie en leidende principes van het sociaal domein in Zutphen naar de ambitie en uitgangspunten voor schuldhulp voor de jaren 2021-2024. Het schuldenbeleid krijgt daardoor richting en focus. Preventieve, outreachende en effectieve schuldhulp, waarbij alle betrokken partijen hun rol nemen, draagt bij aan een inclusieve samenleving waarin iedereen meedoet, in het eigen levensonderhoud en dat van het gezin kan voorzien, zelf regie voert over het leven en bijdraagt aan het welbevinden van anderen.
Hoofdstuk 3 benoemt vier speerpunten van beleid voor de periode 2021-2024, op basis van de bouwstenen uit hoofdstuk 1 en de geformuleerde ambitie van schuldhulp. De volgorde wordt bepaald door de cyclus van schuldenproblematiek die mensen doorlopen: van vrij van geldzorgen, via betalingsachterstanden en problematische schulden, naar duurzaam schuldenvrij. Het belang van schuldpreventie en vroegsignalering wordt onderstreept door twee afzonderlijke speerpunten. Een laagdrempelige en toegankelijke schuldhulp staat centraal in speerpunt 3, ‘schuldhulp zonder drempels’. Speerpunt 4 ten slotte, benadrukt het belang van het inzetten van een passende voorziening, waarbij het uitgangspunt is: licht als het kan, zwaar als moet, altijd aansluitend bij de situatie van de inwoner. Bij elk speerpunten wordt een drietal beleidslijnen uitgezet, die het beleid concreet maakt. Hoofdstuk 4 benoemt een aantal prestatie-indicatoren aan de hand waarvan de resultaten van beleid afgelezen worden. Het gaat hierbij zowel om maatschappelijke effecten, zoals het verminderen van het aantal huishoudens met problematische schulden, als om indicatoren die de effectiviteit van de interventies als vroegsignalering, schuldregelen en budgetcoaching moeten aantonen.
Op het eind van de beleidsperiode zijn de effecten duidelijk merkbaar geweest voor de inwoners van Zutphen door een zichtbare en breed toegankelijke schuldhulp. In bijlagen treft de lezer belangrijke aanvullende informatie. Bijlage 1 laat de financiële dekking en de planning van de beleidsvoornemens zien. In bijlage 2 is de kwaliteitsborging (een verplichting van de Wgs) ogenomen. Bijlage 3 geeft een cijfermatig overzicht van onder andere meldingen en de diverse trajecten van schuldhulp in de periode 2017-2020. Bijlage 4 geeft een overzicht van de wettelijke verplichtingen en keuzemogelijkheden (wat moet, wat kan, wat gaan we doen). In bijlage 5 ten slotte een overzicht van de voornaamste publicaties die geraadpleegd zijn voor deze beleidsnota. De beleidsnota begint met een samenvatting in de vorm van een infographic.
5 16/98
6 17/98
Hoofdstuk 1. Kansen voor schuldhulp in Zutphen. Bouwstenen voor het beleidsplan 1.1 Problematische schulden in Zutphen Het aantal huishoudens in Nederland met problematische schulden neemt al jaren toe. Van de 7,9 miljoen huishoudens in Nederland hebben ruim 550.000 een problematische schuld. Schulden zijn problematisch als ze zo ernstig zijn dat mensen ze niet meer zelf kunnen oplossen en dat schuldhulpverlening nodig is. Het aantal huishoudens dat zich meldt bij schuldhulpverlening is echter zeer beperkt. Landelijke schattingen gaan uit van ongeveer 10-15%. Gemiddeld wacht een huishouden vijf jaar voordat ze hulp inschakelen. De gemiddelde schuld is dan inmiddels opgelopen tot bijna € 40.000,-, verdeeld over gemiddeld 14 schuldeisers. Maatschappelijk gezien is dit om meerdere redenen een ongewenste situatie:
Schulden veroorzaken meer schulden waardoor de situatie escaleert en een oplossing steeds lastiger (en duurder) wordt. Niet alleen is een schuldregeling noodzakelijk, vaak moet er ook flankerend beleid en bijbehorende voorzieningen worden ingezet. Schulden veroorzaken schaamte en chronische stress, waardoor mensen minder productief worden en hun arbeidsdeelname daalt. Uit onderzoek blijkt dat schuldenproblematiek remmend werkt op het arbeidsvermogen en het ziekteverzuim doet toenemen en dat werkzoekenden gemiddeld langer gebruik maken van een uitkering. Schulden, en vooral de chronische stress die daarmee gepaard gaat, hebben een negatief effect op opvoeding, gezondheid, werk en maatschappelijke participatie. De stress die schulden (en geldproblemen in het algemeen) bij ouders teweeg brengt, zorgt ook bij kinderen voor een mentale belasting en een gevoel van onveiligheid. Dit alles vergroot de kans op een toename in het gebruik geïndiceerde zorg en inzet van voorzieningen, waardoor de gemeentelijke lasten stijgen. Huishoudens met probleemschulden hebben relatief vaker te maken geestelijke gezondheidszorg en jeugdzorg. Schulden vormen een grote kostenpost voor het MKB omdat bij een schuldregeling slechts een klein percentage van de schulden wordt terugbetaald. In tegenstelling tot grote bedrijven kunnen kleine ondernemers dit niet ondervangen.
Uit de recente CBS-monitor blijkt dat het percentage huishoudens met geregistreerde problematische schulden in Zutphen op 8,9% ligt, dat is 0,6 % hoger dan het landelijk gemiddelde. Van de gemeenten in de regio scoort alleen Deventer hoger (10,1%), voor omliggende gemeenten als Brummen (6,3%), Voorst (4,4%) en Lochem (4,7%) ligt dit percentage beduidend lager. Ook Apeldoorn scoort lager met 7,9%. Tabel 1 Percentage huishoudens met geregistreerde problematische schulden Nederland
Zutphen
2015
8,6
9,3
2016
8,6
9,1
2017
7,8
8,4
2018
8,3
8,9
7 18/98
In absolute aantallen gaat het (in 2018) om 1940 huishoudens met (geregistreerde) problematische schulden in Zutphen. In dat jaar hebben zich 291 inwoners gemeld bij de schuldhulp. Er is dus sprake van een potentieel grote groep inwoners met problematische schulden die zich niet bij schuldhulpverlening meldt, dan wel die de gemeente niet weet te bereiken. Daar ligt de grootste uitdaging voor de komende jaren, om deze groep beter in beeld te krijgen, te bereiken en te overtuigen van de noodzaak om hulp in te schakelen. En vooral ook in een vroegtijdig stadium te bereiken, als de schulden nog niét problematisch zijn. Dat kan voorkomen dat er een schuldregeling of bewindvoering nodig is.
1.2 Nieuwe wetten bieden kansen om schuldhulp verder te verbeteren Schuldhulp is sinds 2012 een wettelijke taak voor de gemeenten. Dat is vastgelegd in de wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Hoe die schuldhulp er uit ziet, bepaalt de gemeente goeddeels zelf, waarbij de wet een beperkt aantal kaders stelt. De effectiviteit van schuldhulp wordt dus in hoge mate bepaald door het gemeentelijke schuldenbeleid. Vanaf 2021 worden de wettelijke kaders uitgebreid en scherper geformuleerd door de wetgever. De Wgs wordt gewijzigd op onderdelen en er komt nieuwe wetgeving die de schuldhulp raakt. Doel hiervan is om de schuldhulp in Nederland toegankelijker en effectiever te maken en de grote verschillen die er zijn tussen de gemeenten kleiner te maken. De gemeenten krijgen hiervoor een wettelijk instrumentarium aangereikt. De nieuwe wetten bieden kansen om het schuldenbeleid van onze gemeente verder door te ontwikkelen en te verbeteren. Wanneer we terugkijken op de schuldhulp in Zutphen in de periode 2017-2020, zien we dat we in die jaren belangrijke stappen hebben gezet wat betreft beleid en uitvoering. Dit zijn de grootste: 1. De toegankelijkheid van de schuldhulp is vergroot. De strenge selectiecriteria van de periode daarvoor zijn verlaten. Uitgangspunt is maatwerk. Schuldhulp is voor iedere inwoner van Zutphen mogelijk, zonder beperkende voorwaarden.
Alleen wanneer er in de laatste twee jaar sprake is geweest van eerdere schuldhulp, is weigering van schuldhulp mogelijk. Voor zelfstandige ondernemers was schuldhulp alleen mogelijk in het kader van de Bbz (bijstand van ondernemers), wat in de praktijk meestal neerkwam op bedrijfsbeëindiging. 2. Er zijn nieuwe producten geïntroduceerd om deze brede toegankelijkheid mogelijk te maken. De trajecten stabilisatie en duurzame financiële dienstverlening (DFD) zorgen er voor dat mensen die voorheen buiten de boot vielen bij schuldhulpverlening vanwege hun financieel en persoonlijk instabiele situatie, nu binnen boord worden gehouden. Na afloop van een schuldregeling wordt er bovendien gedurende een half jaar nazorg aangeboden. 3. Samen met Stichting Schuldhulpmaatje, Perspectief en MEE is Budgetondersteuning op maat (Boom) ontwikkeld, een combinatie van budgetbeheer door schuldhulpverlening en budgetcoaching door genoemde samenwerkingspartners. Dit om de financiële zelfredzaamheid van inwoners te versterken (als een vorm van schuldpreventie) en om een alternatief te kunnen aanbieden voor beschermingsbewind. Door deze samenwerking is er ook sprake van korte lijnen naar elkaar. Via deze partners is een laagdrempelige toeleiding naar schuldhulp mogelijk. 4. In de dienstverlening is er meer oog voor de persoonlijke situatie van de inwoner.
Bij de schuldhulpverleners is er het besef dat schuldenproblematiek vaak stress veroorzaakt en dat zij hiermee rekening moeten houden in de benadering van de inwoners. Uit een enquêteonderzoek uit 2019, dat onderdeel uitmaakte van de audit van de branche-organisatie NVVK, blijkt dat de klanttevredenheid hoog is: 7,9 gemiddeld. 8 19/98
Dat neemt niet weg dat er ook zaken zijn die minder goed uit de verf zijn gekomen. Niet alle beleidsvoornemens zijn gerealiseerd en ook in de uitvoering zijn er zaken die voor verbetering vatbaar zijn. De verklaring hiervoor ligt vooral in de samenloop van twee ontwikkelingen, de opheffing van Het Plein en het terugdringen van het enorme tekort in het sociaal domein. Dat zorgde ervoor dat de focus bij management en beleid vooral bij deze twee zaken lag. Het leidde bovendien tot veel wisselingen in het (leidinggevende en uitvoerende) personeel, wat de uitvoering van het schuldenbeleid evenmin ten goede kwam. Belangrijk is om hier te constateren waar de gaten zijn gevallen in beleid en uitvoering, zodat we in het nieuwe beleid daarop kunnen inzetten. 1. Versterking van preventie en vroegsignalering was een belangrijk focuspunt in de beleidsnota Armoede en schulden. In het kader van schuldpreventie zijn voorlichtingsactiviteiten voor maatschappelijke partners georganiseerd, zijn er incidentele contacten met het onderwijs geweest en is de cursus Omgaan met geld ontwikkeld. In het kader van vroegsignalering zijn brieven gestuurd naar mensen die betalingsachterstanden bij energie- en waterbedrijven hadden, met een zeer beperkte respons (ongeveer 5%). Preventie en vroegsignalering hebben echter niet de aandacht gekregen die nodig is.
Zo is de vroeg-er-op-af aanpak van woonbedrijf Ieder1 en Perspectief bij huurachterstanden (die geleid heeft tot substantieel minder ontruimingen) niet structureel uitgebreid naar andere sectoren. De verwachting dat het aantal meldingen met name als gevolg van de vroegsignalering zou stijgen naar 500 per jaar, is niet uitgekomen. 2. Ondanks de ontwikkeling van Budgetondersteuning op maat (Boom) als alternatief voor beschermingsbewind zijn de uitgaven van bijzondere bijstand voor bewindvoerderskosten niet gedaald. De verwachting was dat deze uitgaven op termijn met € 150.000,- zouden teruglopen. Dat bleek echter een niet realistische verwachting gezien de beperkte mogelijkheid van de gemeente om hierop te sturen. Wel is de alsmaar stijgende trend nu al drie jaar op rij gestabiliseerd op ruim 1,1 miljoen. De Boomtrajecten hebben een dempend effect gehad op de stijging van de kosten, omdat vrijwel alle trajecten anders tot bewindvoering hadden geleid. Intern onderzoek naar de mogelijkheden om zelf beschermingsbewind uit te voeren, heeft laten zien dat dit in de Zutphense situatie niet haalbaar is omdat hiervoor een solide juridische grondslag ontbreekt. Daarnaast ontbreekt het in Zutphen aan ervaring en expertise op dit terrein.
Een aantal wetswijzigingen, die met ingang van 1-1-2021 zijn ingevoerd, biedt kansen om ons schuldenbeleid te verbeteren en met name op de hierboven genoemde punten aan te scherpen. 1. In de gewijzigde Wgs is de gemeente verplicht om een gesprek aan te bieden aan inwoners met betalingsachterstanden bij huur, energie, water en zorgverzekering. Deze betalingsachterstanden vormen significante signalen van mogelijke problematische schuldenproblematiek. De signaalpartners –woningbouwverenigingen, particuliere verhuurders, water- en energiebedrijven en zorgverzekeraars – zijn verplicht deze signalen door te geven. De gemeente maakt met elke signaalpartner hierover afspraken. De gemeente (schuldhulp) moet een gesprek aanbieden uiterlijk vier weken nadat de gemeente een signaal van een betalingsachterstand heeft ontvangen. In de wet is vastgelegd dat in verband met deze vroegsignalering gegevens mogen worden uitgewisseld tussen gemeente en de signaalpartners. Daardoor kunnen we méér inwoners met schulden sneller te bereiken, zodat beginnende schulden niet verder oplopen. Schuldhulp wordt zo pro-actief, outreachend en meer gericht op preventie.
9 20/98
2. De tweede belangrijke wijziging van de Wgs is dat het aanvraagproces duidelijk omschreven is. Uiterlijk vier weken nadat de inwoner zich gemeld heeft bij de gemeente moet een gesprek hebben plaatsgevonden waarin de hulpvraag wordt vastgesteld. Daarna moet binnen uiterlijk 8 weken een besluit zijn genomen of iemand schuldhulpverlening krijgt. In een plan van aanpak, dat onderdeel van het besluit uitmaakt, wordt vastgelegd hoe de schuldhulpverlening eruit ziet. De schuldhulpverlener concentreert zich in deze fase op de verduidelijking van de hulpvraag en mogelijke achterliggende problematiek en haalt noodzakelijke gegevens (zo veel mogelijk) uit bestaande systemen. In deze fase ligt de nadruk op het ontzorgen van de inwoner met schulden en het verminderen van de stress. De kans op het succesvol opstarten en doorlopen van een schuldregeling wordt hierdoor vergroot. 3. De wet Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind geeft de gemeente de mogelijkheid om de rechtbank te adviseren bij het instellen van schuldenbewind. De gemeente kan een (lichter) alternatief voorstellen door het inzetten van producten als stabilisatie, budgetbeheer en budgetcoaching in het kader van de schuldhulpverlening. Op basis van dit advies kan de rechtbank een genuanceerde(re) afweging maken wat in de situatie van de inwoner ‘de meest passende en de minst ingrijpende voorziening’ is.
De gemeente heeft zo meer invloed op de instroom in beschermingsbewind, waardoor de uitgaven voor bijzondere bijstand naar verwachting op termijn structureel afnemen. 4. De wet Vereenvoudigde beslagvrije voet moet waarborgen dat beslagleggers de juiste (vereenvoudigde) beslagvrije voet hanteren. Voordeel is dat de inwoner de gegevens niet meer zelf moet aanleveren bij de beslaglegger. Die haalt de gegevens via een rekentool geautomatiseerd op uit diverse administraties. Daardoor is de berekening van de beslagvrije voet eenvoudiger controleerbaar en worden inwoners beter beschermd in hun bestaansminimum. De gemeente moet deze beslagvrije voet opnemen in het plan van aanpak van schuldhulpverlening. 5. De wet Stroomlijning keten voor derdenbeslag verbreedt de toegang tot het beslagregister. Wanneer alle beslagleggende partijen zijn aangesloten op het register – dat gebeurt in fasen - kan samenloop van beslagleggingen en verrekeningen worden voorkomen en de beslagvrije voet correct worden gehanteerd. Door een beter inzicht in de afloscapaciteit worden extra incassokosten voorkomen. Dat is een grote verbetering met de huidige situatie en maakt de schuldhulpverlening makkelijker uitvoerbaar en efficiënter. De invoering van de wet was aanvankelijk gepland voor 2021, maar is verschoven naar 2022.
1.3 De mens centraal, niet de schulden en het proces De afgelopen jaren zijn er vele onderzoeksrapporten verschenen waaruit naar voren komt dat schuldhulp, de weg daarnaartoe en het schuldhulptraject zelf, door inwoners vaak worden ervaren als een hindernisbaan met veel obstakels. Belangrijk uitgangspunt van dit beleidsplan is om deze ervaren drempels zo veel mogelijk te slechten. We willen de mens achter de schulden centraal stellen, en niet de schulden en het schuldentraject. Waar lopen mensen met schulden vooral tegen aan? En hoe bieden wij ze een perspectief op een toekomst zonder schulden? Rondkomen lukt niet Mensen hebben problemen om inkomsten en uitgaven in balans te houden. Daaraan liggen uiteenlopende oorzaken ten grondslag. Voor mensen met een laag inkomen maken de alsmaar oplopende vaste lasten het steeds lastiger om de eindjes aan elkaar te knopen. Deze groep is sterk 10 21/98
afhankelijk van diverse vormen van inkomensondersteuning, met name belastingtoeslagen en heffingskortingen, als ook gemeentelijke minimaregelingen en kwijtscheldingen. De complexiteit van het stelsel van inkomensondersteuning maakt dat de financiële gevolgen hiervan lastig te overzien zijn, zeker bij tijdelijke, laagbetaalde contracten op flexibele basis. Beide zaken, een laag inkomen en afhankelijkheid van inkomensondersteuning, maken mensen kwetsbaar voor het ontstaan van schulden. De recente CBS-monitor laat zien dat er een duidelijke samenhang is tussen het hebben van problematische schulden en een zwakkere economische positie. Diezelfde monitor laat ook een duidelijk verband zien tussen het ontstaan van schulden en ingrijpende life-events, zoals verlies van een baan en daarna in de bijstand terecht komen, stoppen met onderwijs zonder een startkwalificatie en uit elkaar gaan of scheiden. De kans op het ontstaan van schulden is in deze situaties ongeveer tien keer zo groot als voor mensen die niet in deze situaties terecht komen. Mensen overzien onvoldoende de gevolgen van deze life-events en slagen er niet (tijdig) in om hun bestedingspatroon aan te passen aan de nieuwe werkelijkheid. Begrijpen is moeilijk Daarnaast zijn er meer in de persoon gelegen factoren die er voor zorgen dat rondkomen niet lukt.
Bij mensen met een licht verstandelijke beperking komen schulden bovengemiddeld voor. Dat heeft te maken met hun doorgaans zwakke arbeidspositie, maar vooral ook met hun inschattingsvermogen. Zij schatten hun situatie vaak rooskleuriger in dan dat die feitelijk is. Ook mensen die moeite hebben met lezen en schrijven komen vaak in financiële problemen. Dat kan te maken hebben met laaggeletterdheid, analfabetisme of onvoldoende taalbeheersing (b.v. bij vergunninghouders). Deze mensen begrijpen brieven vaak niet en hebben moeite met rekenen en digitale vaardigheden, waardoor de financiële zelfredzaamheid onvoldoende is. Uit een gevoel van schaamte, ongemak of onzekerheid zwijgt men hierover of wordt er juist geëmotioneerd gereageerd op verzoeken of opmerkingen van professionals. Schaamte en argwaan Schaamte is een belangrijke reden waarom mensen veel te lang blijven rondlopen met schulden. Dat blijkt uit veel studies (zie bijlage 5) en komt ook naar voren in het klanttevredenheidsonderzoek uit 2019 van de schuldhulp in Zutphen. Schuldenproblematiek is lastig bespreekbaar, zowel privé als in contacten met hulpverlening. De neiging om uit schaamte geen hulp in te roepen wordt bovendien nog eens versterkt door de argwaan die veel mensen hebben naar de overheidsinstanties. Dat maakt dat de stap naar de gemeentelijke schuldhulp voor veel mensen moeilijk te zetten is.
Stress in het gezin door geldzorgen Geldproblemen (schulden, langdurige armoede) zijn van invloed op het gedrag van mensen. Zij zorgen voor (vaak chronische) stress. Mensen leggen de focus op wat nu urgent is en verliezen daardoor het lange termijn perspectief. Je laat een sollicitatie lopen omdat het vervoer geld kost dat je die week nodig hebt om te eten. Je leent onderhands van vrienden of kennissen om snel een schuld te voldoen terwijl de andere schulden blijven en er een nieuwe bijkomt. Naast de focus op de korte termijn dragen financiële problemen er ook aan bij dat de kwaliteit van de besluiten minder wordt (letterlijk, doordat het IQ daalt) en het ‘doenvermogen’ afneemt. De executieve functies (plannen, monitoren, verlangens reguleren) zijn in die situatie minder goed ontwikkeld. Dat vergroot het risico op verdere financiële problemen of terugval. De geldzorgen veroorzaken stress in het gehele gezin en gaan het gezinsleven domineren.
11 22/98
Gevolgen voor kinderen Als er thuis geldproblemen zijn, heeft dat ook invloed op hoe kinderen zich voelen. Ze schamen zich, maken zich zorgen over hun ouders en/of hun toekomst. Door dat gepieker kunnen ze flink last hebben van stress. Ook op school kan het minder goed gaan. Kinderen kunnen zich niet goed concentreren en thuis huiswerk maken lukt vaak ook niet. Soms denkt de school daardoor dat deze kinderen minder goed kunnen leren. Thuis hebben de ouders soms minder tijd en aandacht voor hun kinderen, omdat ze worden opgeslokt door hun eigen problemen. Geldproblemen van ouders kunnen het leven van kinderen een stuk moeilijker maken. Bijvoorbeeld als gas, water en licht worden afgesloten omdat ouders de rekening niet meer kunnen betalen. Of omdat de ouders hun huis kwijtraken, tijdelijk ergens anders moeten wonen of naar de opvang moeten. Geldproblemen kunnen er ook toe leiden dat er geen geld is voor dingen die kinderen nodig hebben, zoals een fiets of een laptop. Of dat kinderen niet met de bus of de trein kunnen reizen. Of niet naar de sportclub gaan. Of niet met vrienden afspreken, omdat ze geen geld meer hebben om samen iets leuk te doen. Er is ook geen geld voor gezond eten, waardoor er mogelijk gezondheidsproblemen ontstaan. Chronische stress laat sporen na in het brein.
Omdat bij kinderen de hersenen nog volop in ontwikkeling zijn, kan chronische stress op de lange termijn extra schadelijk zijn. Het vermogen tot zelfregulatie, doelgericht handelen en verantwoordelijkheid nemen, kan blijvend minder worden. Dat kan leiden tot een negatief zelfbeeld en gevoelens van uitzichtloosheid. Die gevoelens kunnen weer in verband worden gebracht met zaken als drugsgebruik, criminaliteit en psychische ziektebeelden zoals depressie en angststoornissen. In Zutphen willen we dat kinderen gezond en veilig opgroeien, onder een positief ouderschap, dat ze hun talenten kunnen ontplooien en dat ze volwaardig meedoen in de samenleving. Door te voorkomen dat schuldenproblematiek het gezinsleven gaat overheersen, leveren we een belangrijke bijdrage aan deze doelstelling. (Gebaseerd op website van de Kinderombudsman, de publicatie ‘Mobility Mentoring (2017) en de beleidsnota van de gemeente Zutphen ‘Echt doen wat nodig is’. Aan de slag met preventie, 2019)
Volhouden is moeilijk Schuldhulp biedt een perspectief op een schuldenvrije toekomst. Het is belangrijk dat mensen dit perspectief zien en voor ogen blijven houden. Het beeld rondom schuldhulp is niet zelden negatief: ingewikkelde procedures, veel onduidelijkheid in het proces, het duurt lang voordat er een schuldregeling is opgestart en je ‘mag niets meer’. Dat is deels realiteit en deels beeldvorming. Ook in het klanttevredenheidsonderzoek van de schuldhulp blijkt dat mensen – ondanks de algehele tevredenheid over de dienstverlening – op deze punten verbetermogelijkheden zien. Het is zaak om de schuldhulp zo in te richten dat er zo min mogelijk bureaucratische drempels zijn en de motivatie om de schulden op te lossen overeind blijft. Al deze zaken hebben gemeen dat het belangrijk is om de mens achter de schulden te zien, omdat daar de sleutel tot een oplossing voor de schuldenproblematiek ligt. Uiteraard is bij de schuldhulpverleners kennis van zaken vereist over schulden en alles wat daarmee te maken heeft. Daarnaast is uit bedrijfsmatig oogpunt een efficiënt werkproces noodzakelijk. Maar wil je als schuldhulpverlener effectief zijn, dan is het van essentieel belang om te weten wat er speelt bij de inwoner, hoe hij of zij de schuldenproblematiek ervaart.
Dat betekent voor de schuldhulp dat je toegankelijk bent, outreachend, schulden- en andere problematiek bespreekbaar maakt en in het gesprek vooral kijkt naar de (gezins-)situatie en de mogelijkheden van de inwoner en daarop je plan (en handelingen afstemt). Daarmee is er meer oog voor de menselijke maat in de schuldhulp en wordt de effectiviteit van de schuldhulp vergroot.
12 23/98
Hoofdstuk 2. Financieel gezond weer meedoen en meetellen. Ambitie en uitgangspunten schuldhulp 2.1 Ambitie schuldhulp: minder schulden en meer financieel gezonde inwoners in Zutphen In de strategische visie voor het sociaal domein in Zutphen staat een ‘sterke, inclusieve samenleving’ centraal. Dat is een samenleving waarin inwoners met elkaar verbonden zijn, naar elkaar omkijken en waarin iedereen van betekenis is en meetelt. De gemeente ziet het als haar missie om te stimuleren dat inwoners, verenigingen en buurten actief oppakken wat zij zelf kunnen. Zij ondersteunt waar dit tijdelijk niet lukt. Daarmee wil de gemeente een beweging maken van zorgen voor naar zorgen dat. Schuldenproblematiek en geldzorgen vormen een belemmering voor zo’n inclusieve samenleving, het belemmert dat mensen meedoen en van betekenis kunnen zijn voor anderen. Financiële problematiek raakt mensen in hun bestaanszekerheid en levert daardoor voortdurende stress op. Dat zorgt er weer voor dat mensen zich terugtrekken op zichzelf en gericht zijn op overleven. Het vermogen om hun (geld)probleem echt aan te pakken neemt door deze (geld)stress juist af. Het is daarom van vitaal belang om schuldenproblematiek te verminderen en geldzorgen weg te nemen. Beter nog is het om te voorkomen dat ze ontstaan.
De beweging die de gemeente in het sociaal domein wil maken, van zorgen voor naar zorgen dat, is bij uitstek ook de beweging die gemaakt moet worden om schuldenproblematiek duurzaam op te lossen. Dat betekent dat we zo veel mogelijk moeten stimuleren dat inwoners financieel gezond zijn. Waar mogelijk sturen we op financiële zelfredzaamheid, waarbij de inwoner de regie heeft over zijn of haar financiële huishouding. We bieden daarbij tijdelijke ondersteuning in de vorm van bijvoorbeeld budgetbeheer in combinatie met budgetcoaching. Waar nodig bieden we bescherming door het laten instellen van bewind en financieren we de kosten hiervoor. We kijken steeds wat in de situatie van de inwoner het meest passend, het minst ingrijpend is en de grootste kans biedt om de regie weer in eigen handen te nemen. Zo creëren we een financieel gezonde samenleving waarin de inwoners voldoende rust en ruimte hebben om mee te doen. De ambitie van schuldhulp is om de schuldenproblematiek in Zutphen sterk te verminderen. Inwoners met (kleine en grote) schulden bieden wij financiële rust en perspectief op een financieel gezonde en duurzaam schuldenvrije toekomst, waarin zij in staat zijn zelf hun financiën te regelen. Door het ervaren van financiële rust wordt de chronische stress, die schuldenproblematiek met zich meebrengt, opgeheven.
Dat vergroot de kans op arbeidsdeelname en maatschappelijke participatie en vermindert de kans op het inzetten van voorzieningen en op financiële en maatschappelijke schade. Schuldhulp levert daarmee een belangrijke bijdrage aan het realiseren van een inclusieve lokale samenleving. 2.2 Uitgangspunten schuldhulp Om deze ambitie te realiseren kent de schuldhulp in Zutphen vier uitgangspunten, die nauw aansluiten bij de leidende principes van de strategische visie voor het sociaal domein. Schuldhulp in alle fasen van de schuldenproblematiek, met focus op preventie Schuldenproblematiek kan in vier fasen worden opgedeeld: zorgenvrij zijn en blijven, tijdelijke disbalans, betalingsproblematiek en problematische schulden. Schuldhulp richt zich op al deze fasen. De focus ligt hierbij steeds op preventie: het voorkomen dat schulden ontstaan, oplopen en uitgroeien tot problematische schulden en opnieuw ontstaan na schuldhulp.
13 24/98
Schuldhulp is dichtbij, letterlijk en figuurlijk Mensen met schulden weten schuldhulp vaak niet te vinden of ervaren het als lastig om de stap naar schuldhulp te maken. Daarom moet schuldhulp dichtbij zijn: de weg er naar toe is kort en goed aangeven. Schuldhulp is ook dichtbij in figuurlijke zin. De schuldhulpverlener staat naast de persoon met schulden. Hij begint met een persoonlijk gesprek en stuurt niemand weg. Hij maakt schuldenproblematiek bespreekbaar en geeft heldere informatie. Hij biedt rust en overzicht en biedt de ondersteuning stapsgewijs aan, in een behapbaar tempo. Schuldhulp is effectief en efficiënt en heeft een duurzaam effect Schuldhulp kijkt wat mensen echt nodig hebben. Schuldhulp biedt een passende voorziening aan, licht waar het kan, zwaar waar nodig. We kijken daarbij vooral ook naar een duurzaam effect van de ingezette schuldhulp. Als we schulden oplossen is de schuldhulp er óók op gericht om te voorkomen dat mensen weer in de schulden komen. Schuldhulp is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen Het verminderen van de schuldenproblematiek in Zutphen kan de gemeente niet alleen. Dat vraagt van alle betrokken partijen dat zij zich achter deze ambitie scharen en hun verantwoordelijkheid nemen.
De gemeente voert uit hoofde van haar wettelijke taak regie over het proces van schuldhulp en is verplicht aan elke inwoner schuldhulp aan te bieden. Van de maatschappelijke partners in het sociaal domein wordt gevraagd alert te zijn op signalen en mensen met financiële problematiek aan te sporen actie te ondernemen en naar de goede plek te verwijzen;. Van bewindvoerders wordt gevraagd bij schuldenproblematiek tijdige afstemming met de gemeente te zoeken, waarbij het belang van de inwoner voorop staat. Van schuldeisers vraagt het een sociaal incassobeleid - persoonlijk contact, betalingsregeling aanbieden, doorverwijzing naar schuldhulp - en de bereidheid om op een coulante manier mee te werken aan een schuldregeling, onder andere door het opschorten van incassomaatregelen. Ten slotte vraagt het van mensen met schulden om inzet en motivatie om de schulden op te lossen en zich daarbij te houden aan gemaakte afspraken met schuldhulp. Schuldhulp ondersteunt de inwoner hierbij door de dienstverlening zo in te richten dat de motivatie van de betrokkene overeind blijft tijdens het gehele schuldhulptraject.
Hoofdstuk 3. Passende schuldhulp Speerpunten van beleid 2021-2024. Wat gaan we doen? In dit hoofdstuk benoemen we een viertal speerpunten van schuldenbeleid voor de komende jaren. Bij elk speerpunt zetten we drie beleidslijnen uit die aangeven wat we gaan doen om dit speerpunt inhoud te geven. Daarmee worden de speerpunten concreet voor de uitvoering. Op hoofdlijnen komen de speerpunten overeen met de focuspunten in de nota Armoede en schulden. In dit beleidsplan kiezen we voor een aanscherping van beleid dat meer in lijn is met de nieuwe wetgeving (wat moet, wat kan) en de strategische visie in het sociaal domein van Zutphen en dat beter inspeelt op de door inwoners ervaren drempels bij schuldenproblematiek. Daarbij kijken we naar wat de afgelopen jaren goed is gegaan en wat we voort willen zetten. Zaken die onvoldoende uit de verf zijn gekomen, pakken we waar nodig actief op. Er is steeds een scherp oog voor hoe we zaken slimmer kunnen organiseren. 14 25/98