CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

180825RH 2021_BW_00454

Raadsvergadering 11 oktober 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Verordening fysieke leefomgeving Zutphen 202128.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Artikel 10:12 Uitzonderingen op verbodsbepaling Het verbod is niet van toepassing: a. bij herstel of onderhoud van een al bestaande toestand in dezelfde kleur en met gebruikmaking van dezelfde materiaalsoort; b. bij het wijzigen van de kleuren van geverfde lineaire bouwkundige elementen, waaronder in ieder geval worden begrepen, kozijn- en raamhout en dakgoten voor zover het een bouwwerk betreft, dat is gelegen buiten het gebied dat is aangewezen als beschermd stadsgezicht, mits de wijziging niet in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand.

Artikel 10:13 Handhaving 1. Als bij herstel of onderhoud van een al bestaande toestand de betreffende onroerende zaak en/ of de omgeving in ernstige mate wordt/ worden ontsierd, is de eigenaar of de gebruiker van de zaak verplicht op schriftelijke last van het college

65/284

die maatregelen te treffen, die voor de opheffing van deze ontsiering worden voorgeschreven. 2. De door het college op grond van het eerste lid te geven voorschriften mogen alleen de kleur van de materialen, het materiaal zelf en de wijze van de daarmede uit te voeren bewerking betreffen. 3. Als het college bij de schriftelijke last te kennen heeft gegeven, dat het bouwwerk niet in dezelfde kleuren opnieuw mag worden geverfd, gesausd of bepleisterd, is voor het verven, sausen of bepleisteren eveneens een vergunning van het college vereist.

Afdeling 10.5 Opslag van oude materialen, caravans e.d.

Artikel 10:14 Verbodsbepaling 1. Onverminderd het bepaalde in de hoofdstukken 3 en 11 van deze verordening, het Bouwbesluit, het ter plaatse geldende bestemmingsplan, dan wel de Wet Milieubeheer is het verboden zonder vergunning van het college een onroerende zaak geheel of gedeeltelijk te gebruiken voor het opslaan, plaatsen of aanwezig hebben in de open lucht, van de volgende voorwerpen, stoffen of opslagplaatsen: a. mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, lof, pulp, ingekuilde landbouwproducten, puin, vuilnis, as, oude metalen, glas, afbraak, afval of lompen; b. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voertuigen of vaartuigen of onderdelen daarvan; c. caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere voor recreatieve doeleinden bedoelde voorwerpen, als het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; d. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan, als het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel, voor zover die voorwerpen, stoffen of opslagplaatsen zichtbaar zijn vanaf de weg of vanaf een andere voor het publiek toegankelijke plaats; e. opslag van bouwmaterialen terwijl er geen zicht is op verwerking binnen afzienbare tijd.

66/284

2. Onder vuilnis of afval wordt mede begrepen: papier, resten van levensmiddelen, flessen, blikken, kratten of andere verpakkings- en emballagemateriaal, pallets, industrieel afval, huisafval en afgedankte voorwerpen.

Artikel 10:15 Uitzonderlingen op verbodsbepaling Het verbod geldt niet voor het hebben of opslaan van: a. afbraak, puin en oude materialen op of in een onroerende zaak voor de uitvoering of het onderhoud van openbare werken; b. afbraak, puin en oude materialen op, in of in de onmiddellijke nabijheid van een onroerende zaak, waarop of waarin onderhouds-, herstel-, bouw-, of sloopwerkzaamheden worden verricht of uitgeoefend, als en voor zover deze zaken voor bedoelde werkzaamheden nodig zijn, dan wel van de onroerende zaak waarop of waaraan zij worden verricht, afkomstig zijn, doch in ieder geval niet langer dan één week na beëindiging van die werkzaamheden.

Artikel 10:16 Handhaving Als er sprake is van het op ontoelaatbare wijze ontsieren van de zaak en/ of de omgeving kan het college de rechthebbende of hoofdgebruiker van de onroerende zaak, waarop voorwerpen, stoffen of opslagplaatsen als bedoeld in artikel 10:14 zijn aangebracht, aanschrijven hetzij om deze te verwijderen, hetzij om de door hen aan te geven voorzieningen te treffen binnen de door het college gestelde termijn.

Afdeling 10.6 Rolluiken, rolhekken, markiezen, zonneschermen, vlaggen en terrassen

Artikel 10:17 Nadere regels 1. Het college kan ten aanzien van rolluiken, rolhekken, markiezen, zonneschermen en vlaggen nadere regels stellen. 2. Het college kan nadere regels stellen voor terrassen die niet op openbare weg worden geplaatst.

Afdeling 10.7 Overige bepalingen

67/284

Artikel 10:18 Afwijkingsmogelijkheden Het college kan van de in dit hoofdstuk van deze verordening opgenomen bepalingen afwijken als: a. hieraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan; b. voor tijdelijke uitingen, onder meer zoals uitverkopen, waarbij een termijn kan worden gesteld.

Artikel 10:19 Slotbepaling Het in dit hoofdstuk bepaalde geldt niet, indien en voor zover hoofdstuk 5 van deze verordening, de Woningwet, de Erfgoedwet, de Wet ruimtelijke ordening, de Wet milieubeheer, de Afvalstoffenwet, de Wet chemische afvalstoffen, de Wet bodembescherming of de Verordening Grondwaterbeschermingsgebieden Gelderland van toepassing is.

Hoofdstuk 11 Wegen en water Afdeling 11.1 Wegen

Artikel 11:1 Voorwerpen op of aan een openbare plaats 1. Het is verboden zonder voorafgaande vergunning (objectvergunning) van het bevoegd gezag een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, tenzij dit op grond van andere wet- en/ of regelgeving is toegestaan. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a. standplaatsen als bedoeld in artikel 2:14; b. evenementen als bedoeld in artikel 2:24 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zutphen; c. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. 3. Het verbod in het eerste lid geldt tevens niet voor de volgende voorwerpen, mits wordt voldaan aan het bepaalde in het vijfde lid en aan de nadere regels uit hoofde van het zesde lid: a. uitstallingen; b. bouwobjecten;

68/284

c. nader door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen. 4. Voor zover op grond van dit artikel een objectvergunning is vereist, verleent het bevoegd gezag een omgevingsvergunning in plaats van een objectvergunning, als bedoeld in het eerste lid, als het een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 5. Degene die van plan is bouwobjecten te plaatsen, doet daarvan uiterlijk 5 werkdagen tevoren een melding aan het bevoegd gezag. 6. Het bevoegd gezag stelt nadere regels voor de categorieën vermeld in het derde lid. 7. Een vergunning op grond van dit artikel kan worden geweigerd: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.

Artikel 11:2 Het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg, tenzij dit op grond van andere wet- en/ of regelgeving is toegestaan. 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Een vergunning, als bedoeld in het eerste lid, kan in ieder geval worden geweigerd als de aanleg, de beschadiging of de verandering van de weg gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan. 4. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing als in opdracht van het bevoegd gezag of openbaar lichaam publieke taken worden verricht.

Artikel 11:3 Maken, veranderen van een uitweg

69/284

1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag: a. een uitweg te maken naar de weg; b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg, tenzij dit op grond van andere wet- en/ of regelgeving is toegestaan. 2. Een vergunning, als bedoeld in het eerste lid, kan worden geweigerd in het belang van: a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.

Artikel 11:4 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar oplevert.

Artikel 11:5 Voorzieningen voor verkeer en verlichting De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd, tenzij deze verplichting al op grond van andere wet- en/ of regelgeving bestaat.

Afdeling 11.2 Water

Artikel 11:6 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen oplevert.

Artikel 11:7 Voorwerpen op, in of boven openbaar water

70/284

1. Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water, tenzij dit op grond van andere wet- en/ of regelgeving is toegestaan. 2. Degene die van plan is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren melding aan het college. 3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.

Artikel 11:8 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen 1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen buiten de door het college aangewezen gedeelten van openbaar water, tenzij dit op grond van andere wet- en/ of regelgeving is toegestaan. 2. Het college kan aan het nemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het nemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 4. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het nemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. 5. Het is verboden een ligplaats te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen in strijd met het krachtens het vierde lid bepaalde.

71/284

Artikel 11:9 Beschadigen van waterstaatswerken Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen, tenzij dit op grond van andere wet- en/ of regelgeving is toegestaan.

Hoofdstuk 12 Procedureregels Afdeling 12.1 Aanvraag

Artikel 12:1 Indiening aanvraag en melding 1. Als krachtens artikel 4:4 van de Algemene wet bestuursrecht of bij of krachtens enige wettelijke bepaling een formulier is vastgesteld voor het indienen van een aanvraag of het doen van een melding als bedoeld in deze verordening, is het gebruik van dat formulier verplicht. 2. Een aanvraag of melding, als bedoeld in deze verordening, kan in enkelvoud worden ingediend, tenzij in deze verordening of bij of krachtens enige andere wettelijke bepaling anders is bepaald. 3. Een aanvraag of melding, als bedoeld in deze verordening, kan langs elektronische weg worden ingediend, als de elektronische weg daarvoor is opengesteld.

Afdeling 12.2 Besluit

Artikel 12:2 Beslistermijn 1. Tenzij in deze verordening anders is bepaald, beslist het bevoegd gezag op een aanvraag voor een vergunning, ontheffing, of andere toestemming binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bevoegd gezag kan de termijn met ten hoogste acht weken verdagen. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een vergunning of ontheffing die ingevolge artikel 2.2, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht als een omgevingsvergunning moet worden aangemerkt.

72/284

Artikel 12:3 Weigeringsgronden 1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een zorgvuldige behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. 3. Een vergunning of ontheffing kan voorts worden geweigerd als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat ter verkrijging daarvan in de aanvraag onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt dan wel als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke situatie niet in overeenstemming zal zijn met dat wat in de aanvraag is vermeld. 4. Een vergunning of ontheffing, als bedoeld in hoofdstuk 6, kan voorts geweigerd worden als dit in het belang van de orde, de veiligheid en het milieu in of in de omgeving van de haven of de kade, of de kwaliteit van de dienstverlening in de haven of de kade nodig is.

Artikel 12:4 Voorschriften en/ of beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing, als bedoeld in deze verordening, kunnen voorschriften en/ of beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en/ of beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en/ of beperkingen na te leven.

Artikel 12:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing, als bedoeld in deze verordening, is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

73/284

2. Het eerste lid is niet van toepassing op een vergunning of ontheffing waar artikel 2.25, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op van toepassing is.

Artikel 12:6 Geldigheidsduur 1. De vergunning of ontheffing, als bedoeld in deze verordening, wordt verleend voor onbepaalde tijd, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2. In afwijking van het eerste lid wordt een vergunning voor: a. een vaste standplaats als bedoeld in Bijlage 1, artikel 1:2, onder k. voor een termijn van tien jaar verleend; b. een individuele standplaats als bedoeld in Bijlage 1, artikel 1:2, onder c. voor een termijn van één jaar verleend; c. een vergunning of ontheffing als bedoeld in hoofdstuk 6, tenzij in dat hoofdstuk anders is bepaald, voor een termijn van één jaar verleend; d. een ontheffing voor een eenmalige gedraging of handeling als bedoeld in hoofdstuk 6, voor de duur van die gedraging of handeling verleend, waarbij de ontheffing in ieder geval voor een termijn van ten hoogste zes maanden wordt verleend. 3. In afwijking van het eerste lid vervalt de vergunning of ontheffing tot vellen als bedoeld in hoofdstuk 4, als daarvan niet binnen maximaal drie jaar na het onherroepelijk zijn van de vergunning of ontheffing gebruik is gemaakt. 4.

Als het een vergunning of ontheffing, als bedoeld in hoofdstuk 4, voor het vellen van meer dan één boom betreft, is de vergunning of ontheffing voor alle te vellen bomen slechts drie jaar geldig, ook als in fasen geveld wordt of één of meer bomen al geveld zijn. 5. Het eerste lid is in ieder geval niet van toepassing op de vergunning of ontheffing, als de Dienstenwet daarop van toepassing is.

Afdeling 12.3 Intrekking of wijziging

Artikel 12:7 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing, als bedoeld in deze verordening, kan worden ingetrokken of gewijzigd als: 74/284

a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en/ of beperkingen niet zijn of worden nageleefd; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; e. de houder dit verzoekt. 2. Een vergunning, als bedoeld in hoofdstuk 5, kan voorts worden ingetrokken: a. voor zover veranderende omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de vergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen de voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteiten verzetten; b. als de vergunninghouder de aan de vergunning verbonden voorschriften en/ of beperkingen als bedoeld in artikel 5:11, vijfde lid niet naleeft of heeft nageleefd. 3. Een vergunning of ontheffing, als bedoeld in hoofdstuk 6, kan voorts worden ingetrokken als: a.

dit in het belang van de orde, de veiligheid en het milieu in of in de omgeving van de haven of de kade, of de kwaliteit van de dienstverlening in de haven of de kade nodig is; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na de verlening van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan deze is vereist. 4. Een vergunning, als bedoeld in hoofdstuk 10, kan voorts worden ingetrokken als: a. een onroerende zaak verandering ondergaat en door het handhaven van de vergunning volgens deze verordening, de onroerende zaak naar het oordeel van het college wordt ontsierd en aan dit bezwaar door het stellen van voorschriften en/ of beperkingen niet kan worden tegemoetgekomen;

75/284

b. blijkt, dat de vergunning volgens een onjuiste of onvolledige opgave is verleend, terwijl vaststaat dat de vergunning zou zijn geweigerd, als de opgave juist en volledig zou zijn geweest; c. de vergunninghouder in strijd met de verleende vergunning handelt of de aan de verleende vergunning verbonden voorschriften en/ of beperkingen niet naleeft of heeft nageleefd; d. daarvan gedurende 26 weken na dagtekening geen gebruik is gemaakt, of als - na aanvankelijk gebruik van de vergunning - hiervan gedurende een periode van tenminste 26 achtereenvolgende weken geen gebruik is gemaakt; e. hetgeen waarvoor vergunning is verleend geen betrekking meer heeft op het bedrijf of beroep dat in de onroerende zaak wordt uitgeoefend.

Hoofdstuk 13 Straf-, overgangs- en slotbepalingen Afdeling 13.1 Strafbepalingen, toezicht en handhaving

Artikel 13:1 Strafbepalingen 1. De in of op grond van deze verordening vastgestelde regels en de daarbij gegeven voorschriften en/ of beperkingen moeten worden nageleefd. Het overtreden van deze regels en voorschriften en/ of beperkingen is, met uitzondering van de regels en voorschriften en/ of beperkingen van hoofdstuk 3, een strafbaar feit. 2. Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening, evenwel met uitzondering van hoofdstuk 3 en de daarbij gegeven voorschriften en/ of beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 3. Bij overtreding van het bepaalde in hoofdstuk 4 kan bij de eis tot strafmaatbepaling rekening worden gehouden met de boomwaarde. 4. Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor zover de Wet op de economische delicten voorziet in strafbaarstelling, met dien verstande dat artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing is op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 11:1, 11:2, als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, en 11:3, eerste lid.

76/284

5. Onder overtreding van enig voorschrift van deze verordening wordt mede begrepen het handelen in strijd met een verleende vergunning of ontheffing of met enig aan een vergunning of ontheffing verbonden voorschrift en/ of beperking, dan wel in strijd met een volgens deze verordening door het daartoe bevoegd verklaard gezag, gegeven regel, aanwijzing of aanschrijving. Onder "handelen" wordt in dit verband verstaan zowel “laten handelen” als "(laten) doen", "(laten) hebben" en "(laten) nalaten".

Artikel 13:2 Toezicht 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast: a. de bijzondere opsporingsambtenaren, als bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering die werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de gemeente Zutphen; b. de door het bevoegd gezag aangewezen personen. 2. Onverminderd het eerste lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b. van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de hoofdstukken 2, 4, 8 en 11 van deze verordening gegeven voorschriften. 3. Onverminderd het eerste en tweede lid is de door het college aan te wijzen marktmeester belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 2. 4. Onverminderd het eerste en tweede lid is de door het college aan te wijzen havenmeester belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 6. 5. Zo dikwijls de zorg voor de naleving van het bij of volgens hoofdstuk 10 van deze verordening bepaalde dit vereist, wordt hierbij aan hen die met de zorg voor de naleving daarvan zijn belast, de last verstrekt al dan niet besloten ruimten, niet zijnde woningen en plaatsen, desnoods tegen de wil van de rechthebbende of gebruiker te betreden. 6.

Als de in het eerste lid bedoelde personen vaststellen dat werkzaamheden worden verricht zonder, of in afwijking van een volgens hoofdstuk 10 van deze verordening verleende vergunning, zijn zij bevoegd te gelasten, dat die werkzaamheden worden stopgezet. Deze last kan mondeling worden gegeven.

77/284

7. Op verzoek van de belanghebbende wordt de mondelinge lastgeving als bedoeld in het zesde lid door of vanwege het bevoegd gezag schriftelijk aan hem bekendgemaakt. Hij tot wie een dergelijk bevel wordt gericht, is verplicht daaraan onverwijld gevolg te geven. 8. De houder van een vergunning is verplicht deze vergunning op eerste vordering van een ambtenaar, belast met de zorg voor de naleving van een of meer bepalingen van deze verordening, ter inzage af te geven aan deze ambtenaar.

Artikel 13:3 Binnentreden van woning, gebouwen en terreinen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Zo dat de zorg voor de naleving van enig voorschrift van deze verordening dit vereist, wordt hierbij aan hen die met de zorg voor de naleving daarvan zijn belast of daaraan moeten meewerken, de last verstrekt gebouwen, niet zijnde woningen, en terreinen te betreden, desnoods tegen de wil van de rechthebbende.

Artikel 13:4 Onmiddellijke verwijdering van de markt Het college kan een vergunninghouder of iemand die hem bijstaat of vervangt gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of aan bedrog of een bij of op grond van hoofdstuk 2 gestelde bepaling heeft overtreden.

Afdeling 13.2 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 13:5 Hardheidsclausule Het college kan één of meer artikelen van hoofdstuk 2 respectievelijk hoofdstuk 6 respectievelijk hoofdstuk 10 buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang van: a. een ordentelijk verloop van de warenmarkt, respectievelijk b. de orde, de veiligheid en het milieu in of in de omgeving van de haven of de kade, of de kwaliteit van de dienstverlening in de haven of de kade, respectievelijk 78/284

c. het aanleggen, in stand houden en opruimen van ondergrondse infrastructuren, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 13:6 Intrekking oude regeling Ingetrokken worden de: a. Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI) gemeente Zutphen 2020, zoals vastgesteld bij besluit van 21 september 2020; b. Bomenverordening gemeente Zutphen 2014, zoals vastgesteld bij besluit van 10 maart 2014; c. Bouwverordening Zutphen, zoals vastgesteld bij besluit van 27 maart 2006; d. Brandbeveiligingsverordening 2010, zoals vastgesteld bij besluit van 13 september 2010; e. Erfgoedverordening gemeente Zutphen 2018, zoals vastgesteld bij besluit van 5 november 2018; f. Haven- en IJsselkadeverordening gemeente Zutphen 2020, zoals vastgesteld bij besluit van 14 december 2020; g. Marktverordening gemeente Zutphen 2019, zoals vastgesteld bij besluit van 4 november 2019; h. Verordening op het Stads- en Landschapsschoon 2006, zoals vastgesteld bij besluit van 29 mei 2006.

Artikel 13:7 Wijzigen Algemene Plaatselijke Verordening De artikelen 2:10, 2:11, 2:12, 2:15, 2:21, 4:1 tot en met 4:6, 4:9, 4:13, 4:17 tot en met 4:19, 5:17 tot en met 5:20, 5:24 tot en met 5:28 en 5:31A tot en met 5:33a van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011, inclusief de daarbij behorende artikelsgewijze toelichting, zoals vastgesteld bij besluit van 6 december 2011 en laatstelijk gewijzigd bij besluit van 10 november 2020, vervallen.

Artikel 13:8 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.

Artikel 13:9 Overgangsrecht algemeen

79/284

1. Besluiten, genomen krachtens de verordeningen, als bedoeld in artikel 13:6, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige bepalingen kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten, genomen krachtens artikelen 2:10, 2:11, 2:12, 2:15, 2:21, 4:1 tot en met 4:6, 4:9, 4:13, 4:17 tot en met 4:19, 5:17 tot en met 5:20, 5:24 tot en met 5:28 en 5:31A tot en met 5:33a van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011, zoals vastgesteld bij besluit van 6 december 2011 en laatstelijk gewijzigd bij besluit van 10 november 2020. 3. Het recht, zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, blijft van toepassing op: a. de voorbereiding en vaststelling van de beschikking op een aanvraag om een vergunning of ontheffing waarvoor deze verordening overeenkomstige bepalingen kent, of een aanvraag om een beschikking tot wijziging of intrekking daarvan, als voor dat tijdstip een aanvraag is ingediend; b. de voorbereiding en vaststelling van een ambtshalve te geven beschikking tot wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing waarvoor deze verordening overeenkomstige bepalingen kent, als voor dat tijdstip een ontwerpbesluit ter inzage is gelegd, of c.

een vergunning of ontheffing waarvoor deze verordening overeenkomstige bepalingen kent of een beschikking tot wijziging of intrekking daarvan, die nog niet onherroepelijk is. 4. In gevallen als bedoeld in het derde lid wordt: a. een vergunning of ontheffing gelijkgesteld met een vergunning of ontheffing op grond van deze verordening; b. een beschikking tot wijziging van een vergunning of ontheffing gelijkgesteld met een beschikking tot wijziging van een vergunning of ontheffing op grond van deze verordening, op het tijdstip waarop de betrokken beschikking onherroepelijk is geworden. 5. Beperkingen en/ of voorschriften waaronder een beschikking als bedoeld in het eerste of derde lid is verleend, worden gelijkgesteld met/ aan beperkingen en/ of voorschriften als bedoeld in artikel 12:4.

Artikel 13:10 Aanvullend overgangsrecht hoofdstuk 2

80/284

1. Het college kan een op grond van (het overgangsrecht van) de Marktverordening gemeente Zutphen 2019 verleende vergunning of ontheffing ambtshalve vervangen door een vergunning of ontheffing op grond van deze verordening. Ambtshalve vervanging kan gepaard gaan met een wijziging van beperkingen en/ of voorschriften. 2. Vergunninghouders aan wie een vaste standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd is verleend op grond van (het overgangsrecht van) de Marktverordening gemeente Zutphen 2019, behouden hun vergunning voor onbepaalde tijd totdat de vergunning op grond van het bepaalde in artikel 2:12 wordt ingetrokken. 3. Vaste standplaatsvergunningen die voor onbepaalde tijd zijn verleend kunnen op grond van artikel 2:8 worden overgeschreven, met dien verstande dat bij overschrijving de vergunning in afwijking van het bepaalde in artikel 2:8, vijfde lid voor een termijn van tien jaar wordt verleend. 4. De op grond van de Marktverordening gemeente Zutphen 2019 vastgestelde standplaatsverbeteringslijst geldt als lijst op grond van deze verordening. 5. Vaste standplaatsvergunningen die op basis van (het overgangsrecht van) de Marktverordening gemeente Zutphen 2019 zijn verleend voor een periode van 5 jaar kunnen eenmalig worden verlengd voor een periode van 5 jaar.

Artikel 13:11 Aanvullend overgangsrecht hoofdstuk 10 1. Als vóór het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning of ontheffing overeenkomstig hoofdstuk 10 is ingediend en op of na het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening nog niet op de aanvraag is beslist, zijn de bepalingen van de in artikel 13:6, onder e. ingetrokken verordening van toepassing, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft, dat de bepalingen van deze verordening worden toegepast. 2. Verplichtingen krachtens de in artikel 13:6, onder e. ingetrokken verordening blijven bestaan. 3. Handelsreclame-uitingen, die voordat deze verordening in werking is getreden, zijn aangebracht zonder de vereiste vergunning én waarvoor op grond van deze verordening geen vergunning kan worden verleend, moeten onmiddellijk worden verwijderd.

Artikel 13:12 Citeertitel

81/284

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen 2021.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op: [datum]

De voorzitter,

de griffier,

Bijlage 1 Begrippen en definities Artikel 1:1 Algemene begrippen Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder: a. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat terzake bevoegd is; b. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de

82/284

grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; c. college: het college van burgemeester en wethouders; d. CRKC: de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Cultuurhistorie; e. gemeente: gemeente Zutphen; f. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; g. weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b. van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan.

Artikel 1:2 Ambulante handel Voor de toepassing van hoofdstuk 2 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. aanvrager: degene die een vergunning voor een vaste of individuele standplaats, dagplaats of standwerkersplaats aanvraagt; b. dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen; c. individuele standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Onder een individuele standplaats wordt niet verstaan: i.

een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g. van de Gemeentewet;

ii. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24 APV; d. markt: de door het college op grond van artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g. van de Gemeentewet ingestelde warenmarkt; e. marktmeester: degene die als zodanig is aangewezen door het college; f. marktterrein: de openbare of voor het publiek vrij toegankelijke oppervlakte of ruimte die door het college voor de uitoefening van de markthandel is aangewezen; g. standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt op het marktterrein is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; h. standplaatsverbeteringslijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats, die in aanmerking willen komen voor een andere standplaats;

83/284

i.

standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen artikelen te kopen;

j.

standwerkersplaats: de standplaats, die per marktdag ter beschikking is gesteld om te standwerken;

k. vaste standplaats: de standplaats die voor een termijn van tien jaar ter beschikking is gesteld; l.

vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats of standwerkersplaats.

Artikel 1:3 Bodem 1. Voor de toepassing van hoofdstuk 3 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Bouwbesluit: de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 van de Woningwet; b. omgevingsvergunning voor het bouwen: vergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; c. NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm; d. NVN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven voornorm; 2. In dit hoofdstuk van deze verordening wordt mede verstaan onder: a. bouwwerk: een gedeelte van een bouwwerk; b. gebouw: een gedeelte van een gebouw.

Artikel 1:4 Bomen en houtopstanden Voor de toepassing van hoofdstuk 4 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. aangewezen aandachtsgebieden: door het college vastgestelde gebieden op gemeentelijk terrein;

84/284

b. bebouwde kom: bebouwde kom vastgesteld in het kader van artikel 4.1, aanhef en onder a. van de Wet natuurbescherming; c. beschermde bomen: bomen of gebieden met bomen die zijn vastgelegd op Groene Kaart of Bomenlijst; d. bomeneffectanalyse: een beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een houtopstand; e. bomenfonds: fonds met daarin gelden die bestemd zijn voor het herplanten van bomen; f. Bomenlijst: het door het college vastgestelde register met bomen; g. boom: een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een stamomtrek van minimaal 55 cm gemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamomtrek van de dikste stam. In afwijking van deze minimale stamomtrek van 55 cm geldt geen minimale stamomtrek als het bomen zijn, geplant op grond van de artikelen 10, 11 en bij bomen als bedoeld in de artikelen 13, 14 en 15 van deze verordening; h. boomstructuren: door het college vastgestelde structuren; i.

boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen;

j.

compensatieplan: overzicht waarin opgenomen: i.

boomwaarde van alle bomen in het plangebied behorend bij het project van de aanvraag;

ii. aantal en soort te plaatsen nieuwe bomen in het plangebied als vervanging van aantal en soort te kappen bomen in hetzelfde plangebied; iii. financiële bijdrage aan het Bomenfonds, zijnde boomwaarde van de bomen die niet binnen het plangebied behorend bij het project van de aanvraag kunnen worden vervangen; k. dunning: een velling uitsluitend bedoeld als verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van na dunning overblijvende bomen; l.

Groene Kaart: door het college vastgestelde topografische kaart met daarop aangegeven Boomstructuren en Aangewezen aandachtsgebieden;

m. herplant: i.

het opnieuw (elders) planten van een te verplanten boom;

ii. het vervangen van een gevelde boom door nieuwe aanplant; n. herstructureringsplan: een binnen een begrensd gebied te realiseren plan, dat voorziet in een aanpassing en/ of gehele dan wel gedeeltelijke vervanging van het

85/284

zich binnen dat gebied bevindende vastgoed en/ of een gehele dan wel gedeeltelijke herinrichting van de tot dat gebied behorende openbare ruimte, overeenkomstig een daarvoor vastgesteld bestemmingsplan; o. houtopstand: één of meer bomen, boomvormers, houtwal, hakhout of ander houtig gewas; p. privaat perceel: perceel of cluster van aaneengesloten percelen in eigendom bij één eigenaar; q. vellen: i.

betreft vellen, doen vellen of laten vellen. Dit is rooien, kappen, of verplanten of het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen;

ii. betreft het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Artikel 1:5 Erfgoed Voor de toepassing van hoofdstuk 5 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. archeologisch monument: terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen; b. archeologisch verwachtingswaardengebied: gebied, aangegeven op de archeologische waardenkaart, waarvan verwacht wordt dat in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen in de ondergrond aanwezig zijn: c. archeologisch waardengebied: gebied, aangegeven op de archeologische waardenkaart, waarvan bekend is dat er zich in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen in de ondergrond bevinden; d. archeologische waardenkaart: topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische waardengebieden en (bijzondere) archeologische verwachtingswaardengebieden zijn aangegeven;

86/284

e. bijzonder archeologisch verwachtingswaardengebied: gebied, aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, dat naast een onderliggende (verwachtings)waarde ook een aanvullende bijzondere waarde met bijhorende voorschriften kent; f. binnenstad: gebied, aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, waarbinnen voor de verschillende archeologische waarden- en verwachtingsgebieden van deze kaart, andere voorschriften gelden; g. Erfgoedadviesraad: de adviesraad als bedoeld in artikel 1, onder 2. van de Verordening op de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Cultuurhistorie en de Erfgoedadviesraad 2014; h. gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; i.

karakteristieke bebouwing: onroerende zaak, niet zijnde een monument, die van algemeen belang is vanwege zijn uiterlijk en als zodanig in een bestemmingsplan of omgevingsplan is aangewezen;

j.

minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

k. monument: onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed; l.

omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

m. onderzoek: een cultuurhistorisch rapport als bedoeld in artikel 5.1, aanhef en onder b. van de Regeling omgevingsrecht en een door een externe partij of door de gemeente uitgevoerd onderzoek resulterend in een schriftelijke rapportage naar: i.

de architectonische, bouwhistorische, interieurhistorische, kleurhistorische, tuinhistorische, wetenschappelijke of cultuurhistorische ontwikkeling en waarde van een rijksmonument of een gemeentelijk monument;

ii. de esthetische kwaliteiten, de ruimtelijk (bouw)historische en kleurhistorische kenmerken evenals de wetenschappelijke en cultuurhistorische ontwikkeling en waarde van een (gemeentelijk) beschermd stads- of dorpsgezicht; n. plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden; o. programma van eisen: programma dat het college vaststelt en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek; p. rijksmonument: een monument of een archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister;

87/284

q. stads- en dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn door hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden.

Artikel 1:6 Havens en kades Voor de toepassing van hoofdstuk 6 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. binnenschip: schip, niet zijnde een zeeschip; b. bedrijfsvaartuig: een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, niet zijnde een zee-, binnen- of horecaschip, hoofdzakelijk gebruikt als of bestemd voor de uitoefening van enig bedrijf of beroep dan wel voor de uitoefening van sociaalculturele activiteiten; c. bijboot: een klein vaartuig dat behoort bij een woonboot, bedrijfsvaartuig, horecaschip of historisch schip en bestemd en geschikt is voor onderhoud of het kunnen bereiken van de woonboot, bedrijfsvaartuig, horecaschip of historisch schip; d. exploitant: eigenaar, beheerder, rompbevrachter of ieder ander die zeggenschap heeft over het gebruik van het schip; e. gevaarlijke stoffen: stoffen die gevaar voor explosie, brand, corrosie, vergiftiging, bedwelming of straling kunnen opleveren, zoals vermeld in: i.

de IMO Code voor het vervoer van verpakte gevaarlijke stoffen over zee (International Maritime Dangerous Goods Code);

ii. de Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (International Bulk Chemical Code); iii. de Internationale Code voor de bouw en uitrusting van schepen die vloeibaar gemaakte gassen in bulk vervoeren (International Gas Carrier Code), en iv. het in de bijlage bij het Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over binnenwateren opgenomen Reglement (ADN), met uitzondering van eetbare oliën; f. haven: de volgende havens alsmede alle daartoe behorende kunstwerken, meergelegenheden, trappen, scheepshellingen, dokken, scheepsreparatiewerven en los- en laadplaatsen: i.

de Houthaven;

88/284

ii. de Industriehaven; iii. de Marshaven; iv. de Noorderhaven, en v. de Vispoorthaven, zoals weergegeven op de bij deze verordening behorende kaart; g. historisch schip: een vaartuig dat een positieve beoordeling van de betreffende behoudsorganisatie voor historische schepen heeft gekregen en/ of door het college eveneens als behoudenswaardig wordt beoordeeld; h. horecaschip: een vaartuig dat is ingericht en hoofdzakelijk wordt gebruikt als hotel, restaurant- en/ of café of voor aanverwante activiteiten; i.

kade: de kaden langs een haven en het kadegedeelte langs de IJssel, tot de begrenzing zoals weergegeven op de bij deze verordening behorende kaart;

j.

kegelschip: een schip dat gevaarlijke of schadelijke stoffen vervoert en volgens wettelijk voorschrift overdag één of meer blauwe kegels moet voeren;

k. ligplaatsvergunninghouders: degene aan wie het bevoegd gezag een vergunning voor een ligplaats in een haven heeft verleend; l.

openbaar water: alle wateren binnen de gemeente die voor het publiek toegankelijk of bevaarbaar zijn;

m. passagiersschip: elk schip dat is ingericht voor het vervoer van meer dan twaalf passagiers en dat in het bezit is van toereikende en geldige certificaten; n. pleziervaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding; o. schip: elk vaartuig met inbegrip van een watervliegtuig, een draagvleugelboot, een luchtkussenvoertuig, een boorinstallatie, een werkeiland of soortgelijk object, een baggermolen, een drijvende kraan, een elevator, een ponton, een drijvend werktuig, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting; p. schipper: degene die de feitelijke leiding over een schip voert; q. tankschip: schip, gebouwd of aangepast en gebruikt voor het vervoer van onverpakte vloeibare lading in zijn laadruimten; r. vaartuig: een schip, pleziervaartuig, bedrijfsvaartuig, passagiersschip, historisch schip, woonboot, horecaschip, bijboot of ponton; s. woonark: een waterwoning op een rechthoekige stalen of betonnen ponton te water dat wordt gebruikt als woonverblijf en dat uit hoofde van deze functie in grote mate plaatsgebonden is; t. woonboot: een woonschip, woonark of historisch schip waarop wordt gewoond;

89/284

u. woonschip: een vaartuig met een (metalen) scheepsromp, dat is ingericht of verbouwd voor permanente bewoning waarbij de oorspronkelijke verschijningsvorm grotendeels behouden is gebleven; v. zeeschip: vaartuig dat blijkens zijn constructie uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor de vaart ter zee.

Artikel 1:7 Hemelwaterafvoer (Gereserveerd)

Artikel 1:8 Omgevingshinder Voor de toepassing van hoofdstuk 8 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer; b. bromfiets: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e. van de Wegenverkeerswet 1994; c. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; d. gevoelige gebouwen: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Besluit; e. gevoelige terreinen: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Besluit; f. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; g. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; h. inrichting: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 7.1 tot en met 7.4 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Besluit; i.

kampeermiddel: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

j.

motorvoertuig; wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

90/284

k. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt; l.

overig Warnsveld: Warnsveld, met uitzondering van het gebied ‘Warnsveld, dorpskern’, als bedoeld onder n.;

m. overig Zutphen: Zutphen, met uitzondering van het gebied ‘Zutphen, centrum’, als bedoeld onder o.; n. Warnsveld dorpskern: gebied tussen Rijksstraatweg, Bonendaal, Vordensebinnenweg en Landweg; o. Zutphen centrum: gebied omsloten door de IJssel, het spoor, Fanny Blankers Koenweg, Coehoornsingel, Berkelsingel, Graaf Ottosingel, Tadamastraat, Houtwal, Vispoortplein en Martinetsingel.

Artikel 1:9 Ondergrondse infrastructuren Voor de toepassing van hoofdstuk 9 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. breekverbod: verbod voor het uitvoeren van breek- en graafwerkzaamheden in de grond, geldend bij een gesloten sneeuwdek en/ of vorst in de grond; b. coördinatieverplichting: de coördinerende rol van de gemeente over de aanleg, instandhouding en opruiming van alle kabels en leidingen in de gehele openbare grond binnen de gemeentelijke grenzen; c. exploitant van de kabels en/ of leidingen: de rechtspersoon die het netwerk (j) winstgevend beheert; d. gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrecht of in artikel 5.2, eerste lid van de Telecommunicatiewet; e. grondroerder: degene, waaronder de netbeheerder, onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerkzaamheden worden verricht; f. (huis)aansluiting: het gedeelte van de kabel of leiding door openbare grond dat een netwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt voor een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a. tot en met d. van de Wet Waardering Onroerende Zaken, of met een ander netwerk; g.

instemmingsbesluit: besluit van het college op een aanvraag van voorgenomen werkzaamheden (volgens artikel 5.4, vijfde lid van de Telecommunicatiewet) maar ook geldig voor overige kabels en leidingen zoals bedoeld in de onderdelen h. en j.;

91/284

h. kabels en leidingen: kabels en/ of leidingen als onderdeel van een net(werk), daaronder ook begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeelen onderstations en andere hulpmiddelen, behalve voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen liggen binnen de installatie van een producent of van een afnemer, en ook omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken; voorbeelden van deze kabels en leidingen zijn telecommunicatie- en omroepkabels, elektriciteitskabels (koppel-, transport- en distributiekabels), gasleidingen (transport-, distributie- en dienstleidingen), waterleidingen, rioleringen (buizen) en kabels en leidingen voor industriële netwerken; i.

marktconforme kosten: kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt;

j.

net of netwerk: samenstel van ondergrondse kabel(s) en/ of leiding(en), bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie (een, al dan niet openbaar, elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1, onder e. en h. van de Telecommunicatiewet);

k. netbeheerder: de rechtspersoon die is aangewezen als beheerder van een net of netwerk voor levering van elektriciteit, gas of water, dan wel aanbieder is van een (al dan niet openbaar) elektronisch communicatienetwerk; l.

niet-openbare kabels en leidingen: kabels en/ of leidingen (dan wel het netwerk waartoe deze behoren) die niet gebruikt worden om openbare diensten aan te bieden;

m. omwonenden: de bewoners en bedrijfsmatige gebruikers van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels en leidingen; n. openbare grond(en): openbare grond(en), als genoemd in artikel 1.1, onder aa. van de Telecommunicatiewet; o. registratiesysteem: geautomatiseerd systeem waarin meldingen van (graaf)werkzaamheden aan kabels en leidingen worden verwerkt door of namens de gemeente; p. spoedeisende werkzaamheden: reparatie of onderhoudswerk waarvan uitstel niet mogelijk is als een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening via het betreffende net is opgetreden; q. uitvoeringsvoorschriften: uitvoeringsvoorschriften volgens het ‘Handboek ondergrondse infrastructuren: nadere regels en uitvoeringsvoorschriften UNOG’

92/284

(voorheen: ‘Algemene voorwaarden UNOG voor het leggen, hebben en onderhouden en opruimen van kabels en leidingen van netbeheerders’); r. UNOG: Uniformiteit Netbeheerders Oostelijk Gelderland: samenwerking van vijftien gemeenten waarbinnen uniforme afspraken gelden voor netbeheerders; s. werken: een constructie, of werkzaamheden, niet zijnde een gebouw, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; t. werkzaamheden: alle stadia van werkzaamheden, die verband houden met de aanleg, het houden, in stand houden en opruimen van kabels en leidingen en het daarbij behorende herstel van de openbare grond, zoals bedoeld in onderdeel n.; u. werkzaamheden van minder ingrijpende aard: i.

het aanbrengen of verwijderen van kabels en leidingen in al aangebrachte voorzieningen (mantelbuizen);

ii. reparaties of onderhoudswerk aan kabels en leidingen met een lengte van minder dan vijfentwintig (25) meter en niet vallend onder onderdeel p.; iii. het maken van (huis)aansluitingen, waarbij geen verhardingen of groenvoorzieningen worden gekruist, tot een lengte van vijfentwintig (25) meter.

Artikel 1:10 Stads- en landschapsschoon Voor de toepassing van hoofdstuk 10 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. bedrijfsterrein: grondgebied waar geconcentreerde bedrijfsactiviteiten plaatsvinden; b. beschermd stadsgezicht: het gebied dat bij ministeriële beschikking van 16 december 1986 op grond van de Monumentenwet 1988 als zodanig is aangewezen, met in achtneming van wijzigingen in de aanwijzing sedertdien; c. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Woningwet; d. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van zaken of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.

Artikel 1:11 Wegen en water

93/284

Voor de toepassing van hoofdstuk 11 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Woningwet; b. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; c. openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties.

Bijlage 2 Groene Kaart behorend bij hoofdstuk 4 Bomen en houtopstanden

94/284

Bijlage 3 Bomenlijst 2016 behorend bij hoofdstuk 4 Bomen en houtopstanden Bomenlijst 2016 Gemeentelijke- en particuliere monumentale en bijzondere bomen ID

Wijk

Buurt

Straatnaam

Boomsoort

Plantjaar

Standplaats

3566

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Boggelaar

Fagus sylvatica

1930

3568

Leesten

Buitengebied Leesten

Boggelaar

Fagus sylvatica

1930

1938

Leesten

Ooyerhoek

Ooyerweg

Taxus baccata

1939

Leesten

Ooyerhoek

Ooyerweg

3484

Leesten

Verspreide huizen Leesten

2295

Zuidwijken

3522

Boomtype

Stamdiameter

Oud boomnummer

In berm

Leiboom

50-100cm.

2455

In berm

Leiboom

50-100cm.

2453

1930

Bolboom

30-50 cm.

1513

Taxus baccata

1930

Bolboom

30-50 cm.

1512

Hekkelerdijk

Quercus robur

1930

50-100cm.

302

Stokebrand, Balijnenland en Bronsbergen

Bronsbergen

Quercus robur

1930

30-50 cm.

1950

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Hekkelerdijk

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

473

1993

Leesten

Buitengebied Leesten

Boggelaar

Fagus sylvatica

1930

In berm

50-100cm.

2749

1995

Leesten

Buitengebied Leesten

Boggelaar

Fagus sylvatica

1930

50-100cm.

2739

1996

Leesten

Buitengebied Leesten

Boggelaar

Fagus sylvatica

1930

30-50 cm.

2729

1999

Leesten

Buitengebied Leesten

Boggelaar

Fagus sylvatica

1930

50-100cm.

2709

2715

Leesten

Buitengebied Leesten

Hekkelerdijk

Quercus robur

1920

In berm

7176

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Rouwbroekweg

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

323

7181

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Rouwbroekweg

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

315

7716

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Leestenseweg

Quercus rubra

1930

In berm

50-100cm.

1126

7660

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Rouwbroekweg

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

1323

7663

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Rouwbroekweg

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

1320

7594

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Dennendijk

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

1387

7762

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Rouwbroekweg

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

1290

6201

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Boggelaar

Quercus rubra

1930

In berm

50-100cm.

1477

95/284

Functie

In berm

Knotboom Monumentale boom

Knotwilg

9+

2692

7747

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Driesteek

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

200

7913

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Leestenseweg

Fagus sylvatica

1930

In berm

50-100cm.

1660

7562

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Boggelaar

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

1426

7517

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Dennendijk

Fagus sylvatica

1930

In berm

50-100cm.

1536

7518

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Dennendijk

Fagus sylvatica

1930

In berm

50-100cm.

1535

6296

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Boggelaar

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

1473

6297

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Boggelaar

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

1471

6301

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Boggelaar

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

1467

6305

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Boggelaar

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

1462

6194

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Boggelaar

Fagus sylvatica

1930

In berm

50-100cm.

1487

6200

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Boggelaar

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

1479

6319

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Boggelaar

Fagus sylvatica

1930

In berm

50-100cm.

1448

6322

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Boggelaar

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

1445

8007

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Boggelaar

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

696

8008

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Boggelaar

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

695

8011

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Boggelaar

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

689

8061

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Hekkelerdijk

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

653

6782

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Hekkelerdijk

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

472

6774

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Hekkelerdijk

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

482

6791

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Rouwbroekweg

Quercus robur

1930

In berm

30-50 cm.

462

6797

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Dennendijk

Quercus robur

1930

In berm

30-50 cm.

456

4703

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Dennendijk

Fagus sylvatica

1900

In berm

50-100cm.

1546

4704

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Dennendijk

Fagus sylvatica

1930

In berm

50-100cm.

1539

4444

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Dennendijk

Fagus sylvatica

1930

In berm

50-100cm.

1542

4706

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Boggelaar

Fagus sylvatica

1930

In berm

50-100cm.

1478

7436

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Boggelaar

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

1437

4708

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Leestenseweg

Quercus rubra

1930

In berm

50-100cm.

1418

96/284

Monumentale boom

7954

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Leestenseweg

Fagus sylvatica

1900

In berm

> 100 cm.

1627

7956

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Leestenseweg

Fagus sylvatica

1930

In berm

50-100cm.

1625

7957

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Leestenseweg

Fagus sylvatica

1930

In berm

50-100cm.

1624

7935

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Boggelaar

Quercus rubra

1930

In berm

50-100cm.

1649

7936

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Boggelaar

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

1648

7950

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Leestenseweg

Fagus sylvatica

1930

In berm

50-100cm.

1631

7951

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Leestenseweg

Fagus sylvatica

1930

50-100cm.

1630

7952

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Leestenseweg

Fagus sylvatica

1930

50-100cm.

1629

4249

Waterkwartier Helbergen

Emmerikseweg

Tilia europaea

1920

In verharding

50-100cm.

318

8189

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Hekkelerdijk

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

649

8304

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Dennendijk

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

185

8193

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Hekkelerdijk

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

644

8213

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Rouwbroekweg

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

1283

8235

Leesten

Verspreide huizen Leesten

Boggelaar

Quercus robur

1930

In berm

50-100cm.

244

8237

Leesten

Verspreide huizen Leesten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=a441c009-3e52-4301-8207-9cdac4320b59