179294RH 2021_BW_00082
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders Besluit
2021_BW_00082
GOEDGEKEURD
Vergadering van 16 februari 2021 Team Veiligheid
Wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011 (8e wijziging) Besluitvormend
Zaaknummer: 179294 Portefeuillehouder: Annemieke Vermeulen Openbaar Ja Embargo Nee
Samenstelling Aanwezig: mevrouw Annemieke Vermeulen, Burgemeester; de heer Harry Matser, Wethouder; de heer Mathijs ten Broeke, Wethouder; mevrouw Annelies de Jonge, Wethouder ; mevrouw Laura Werger, Wethouder; de heer Michiel Wasser, Adjunct-secretaris; mevrouw Monique Stouten, gemeentesecretaris
Besluit Besluitpunt 1 De raad voor te stellen de Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011 (8e wijziging) vast te stellen conform bijlage.
Motivering Aanleiding en context De Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen wordt regelmatig herzien en aangepast, zodat deze actueel blijft. Het betreft dan enerzijds regeltechnische verbeteringen, anderzijds kan het gaan om beleidsinhoudelijke veranderingen. Dit voorstel betreft onder andere technische wijzigingen en enkele inhoudelijke aanpassingen van de APV, waarbij het zowel gaat om de artikelen als de toelichting bij de artikelen. Voor de duidelijkheid zijn de wijzigingen in de bijlage vet weergegeven. Beoogd effect Actualisatie van de APV. Argumenten Zie het raadsvoorstel. Kanttekeningen N.v.t.
1/38
Communicatie / vervolgtraject / uitvoering Zie het raadsvoorstel. Rapportage / evaluatie N.v.t. Financiële consequenties N.v.t. Risico’s N.v.t. Personele consequenties N.v.t.
Bijlagen 1. 2.
Bijlage 1 - Raadsvoorstel wijziging APV (pdf) Bijlage 2 - Wijzigingsverordening APV.pdf
2/38
VOORBLAD
Griffienummer:
ONTWERP RAADSVOORSTEL Onderwerp Programma Forum Portefeuillehouder Inlichtingen bij
Soort bevoegdheid Beleidsvrijheid Programmabegrotingswijziging
Wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011 (8e wijziging) 2. Veilige stad keuzelijst technisch blok (hamerstuk) Annemieke Vermeulen Lisette Senger 06-81 42 59 04 l.senger@zutphen.nl kaderstellend geen ja
controlerend beperkt
budgetrecht ruim nee
overig
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor: De Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011 (8e wijziging) vast te stellen conform bijlage.
3/38
1 van 4
TOELICHTING
Inleiding/aanleiding De Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen wordt regelmatig herzien en aangepast, zodat deze actueel blijft. Het betreft dan enerzijds regeltechnische verbeteringen, anderzijds kan het gaan om beleidsinhoudelijke veranderingen. Dit voorstel betreft onder andere technische wijzigingen en enkele inhoudelijke aanpassingen van de APV, waarbij het zowel gaat om de artikelen als de toelichting bij de artikelen. Voor de duidelijkheid zijn de wijzigingen in de bijlage vet weergegeven. Beoogd effect Actualisatie van de APV. Argumenten 1. De aanpassing van de APV betreft verbeteringen als gevolg van wijzigingen in andere regelgeving, actuele juridische inzichten en tekstuele aanpassingen. De aanpassing als gevolg van wijzigingen in andere regelgeving betreft bijvoorbeeld de artikelen 2:24 (Begripsbepaling), 2:79 (Aanpak woonoverlast) en 5:1 (Begripsbepalingen). Daarnaast is een aantal hoofdstukken en afdelingen herbenoemd en in verband daarmee zijn enkele titels geschrapt. Dit heeft te maken met het feit dat de plaatsing van een artikel in een hoofdstuk of afdeling mede bepaalt hoe het gelezen moet worden. Bij deze wijzigingen is de modelverordening van de VNG gevolgd. 2. Een aantal artikelen is inhoudelijk aangepast.
Het betreft onder andere de volgende artikelen: - Artikel 2.59 Gevaarlijke honden Er wordt uitdrukkelijker aangegeven dat de eigenaar of houder van de hond zich moet houden aan een opgelegd aanlijn- of muilkorfgebod in plaats van een omschrijving te geven van wat een aanlijn- resp. muilkorfgebod inhoudt. Omdat in de feitcodes van het Openbaar Ministerie ‘kort aangelijnd’ staat, is ‘kort’ toegevoegd aan het tweede lid. - Artikel 2:74 Drugshandel op straat Door artikel 3 van de Opiumwet toe te voegen aan het tweede lid geldt er niet alleen een verbod op het gebruik van harddrugs (artikel 2 van de Opiumwet) maar ook voor softdrugs (artikel 3 van de Opiumwet). Door de toevoeging “daarop gelijkende waar” kan worden opgetreden tegen bijvoorbeeld nieuwe middelen die al wel worden gebruikt, maar nog niet op de lijst voorkomen. - Artikel 2:79 Aanpak woonoverlast Door het schrappen van de zinsnede ‘aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven’ kan ook opgetreden worden tegen een verhuurder als sprake is van verhuur aan een ingezetene van de gemeente. Daarnaast is een toelichting bij het artikel opgenomen.
- Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving Door aan dit artikel leden- of donateurwerving toe te voegen is duidelijk dat ook in die situatie sprake is van een collecte waarvoor een vergunning vereist is. 3. Er zijn twee nieuwe artikelen opgenomen. Het betreft de volgende artikelen: - Artikel 2:59a (Gevaarlijke honden op eigen terrein). In dit artikel is bepaald dat het de eigenaar of houder van een gevaarlijke hond verboden is die hond zonder muilkorf op zijn terrein los te laten lopen tenzij bepaalde voorzieningen zijn getroffen. Dit voorkomt dat mensen geconfronteerd worden met bijtincidenten op vrij toegankelijk privéterrein. 4/38
2 van 4
-
Artikel 2:77 Cameratoezicht Cameratoezicht kan plaatsvinden op openbare plaatsen in het belang van de handhaving van de openbare orde. Door dit artikel in de APV op te nemen is de juridische grondslag aanwezig om dit instrument toe te passen in situaties, waarin zich openbare orde verstoringen voordoen op bepaalde plaatsen of in een bepaald gebied. De daadwerkelijke inzet van cameratoezicht is pas aan de orde wanneer dit noodzakelijk is in het belang van de openbare orde.
4. Aanpassing is noodzakelijk in verband met de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen 2021 (Vfl). Artikelen in de APV die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving worden overgeheveld naar de Vfl. De intrekking van deze artikelen wordt geregeld in de Vfl. Hiervoor is een apart voorstel ingediend. Er zijn enkele artikelen in de APV waarbij in het artikel zelf of in de bijbehorende toelichting verwezen wordt naar een artikel of verordening die overgaat naar de Vfl. Deze verwijzingen zijn in het artikel zelf en/of in de toelichting aangepast. Dit geldt voor de artikelen 2:24 (Begripsbepaling), 2:75 (Bestuurlijke ophouding) en 5:22 (Begripsbepaling). Kanttekeningen n.v.t. Risico’s n.v.t. Communicatie/Vervolgtraject/Uitvoering De wijziging van de verordening wordt bekend gemaakt in het Gemeenteblad (www.overheid.nl). Na bekendmaking treedt de wijziging in werking. Daarnaast komt een korte vermelding te staan in Contact Zutphen-Warnsveld. Rapportage/evaluatie n.v.t. Financiën n.v.t. Bijlage Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011 (Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011 (8e wijziging)). Stukken die ter inzage liggen n.v.t.
5/38
3 van 4
ONTWERP BESLUIT Griffienummer:
De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
met nummer 179294;
overwegende dat het gewenst is de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011 te actualiseren gelet op artikel 149 van de Gemeentewet besluit: vast te stellen:
de Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011 (8e wijziging) conform bijlage. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op:
De voorzitter,
de griffier,
6/38
4 van 4
Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011 (Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011 (8e wijziging)) Ons kenmerk: 179294 De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 februari 2021 met nummer 179294; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011 (Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011 (8e wijziging))
Artikel I Wijziging verordening De Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011 wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1:1 wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:1 Begripsbepalingen
Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
Deze verordening verstaat onder:
-
-
bebouwde kom: het gebied binnen de
a. bebouwde kom: het gebied binnen de
grenzen die zijn vastgesteld op grond
grenzen die zijn vastgesteld op grond
van artikel 20a van de
van artikel 20a van de
Wegenverkeerswet 1994;
Wegenverkeerswet 1994;
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat
b. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat
bevoegd is tot het nemen van een
bevoegd is tot het nemen van een
besluit ten aanzien van een
besluit ten aanzien van een
omgevingsvergunning als bedoeld in
omgevingsvergunning als bedoeld in
artikel 2.1 van de Wet algemene
de Wet algemene bepalingen
bepalingen omgevingsrecht of ten
omgevingsrecht;
7/38
aanzien van een al verleende -
c. bouwwerk: wat in artikel 1.1 van de
omgevingsvergunning;
Bouwverordening Zutphen daaronder
bouwwerk: hetgeen in artikel 1.1 van
wordt verstaan;
de Bouwverordening Zutphen
d. college: het college van burgemeester
daaronder wordt verstaan; -
en wethouders;
college: het college van burgemeester en wethouders;
van de Woningwet daaronder wordt
gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste
verstaan;
lid, onder c, van de Woningwet -
f.
aanprijzing van goederen of diensten,
handelsreclame: iedere openbare
waarmee kennelijk beoogd wordt een
aanprijzing van goederen of diensten,
commercieel belang te dienen; g. openbaar water: wateren die voor het
commercieel belang te dienen;
publiek bevaarbaar of op andere wijze
openbaar water: wateren die voor het
toegankelijk zijn;
publiek bevaarbaar of op andere wijze -
de Wet openbare manifestaties
openbare plaats: hetgeen in artikel 1
daaronder wordt verstaan; i.
rechthebbende: degene die over een
daaronder wordt verstaan;
zaak zeggenschap heeft krachtens
rechthebbende: degene die over een
eigendom, bezit, beperkt recht of
zaak zeggenschap heeft krachtens
persoonlijk recht;
een zakelijk of persoonlijk recht; -
h. openbare plaats: wat in artikel 1 van
toegankelijk zijn; van de Wet openbare manifestaties -
handelsreclame: iedere openbare
daaronder wordt verstaan;
waarmee kennelijk beoogd wordt een -
e. gebouw: wat in artikel 1, eerste lid,
j.
weg: wat in artikel 1, eerste lid, onder
weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid,
b van de Wegenverkeerswet daaronder
onder b van de Wegenverkeerswet
wordt verstaan.
daaronder wordt verstaan.
B.
In artikel 1:8 wordt na het eerste lid toegevoegd een nieuw tweede lid, onder
vernummering van de daaropvolgende leden: Nieuwe tekst 2. Een vergunning of ontheffing kan voorts worden geweigerd als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat ter verkrijging daarvan in de aanvraag onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt óf als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke situatie niet in overeenstemming zal zijn met hetgeen in de aanvraag is vermeld.
8/38
C.
Het opschrift van artikel 1:9 wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:9
Artikel 1:9 Lex silencio positivo
D.
Het opschrift van hoofdstuk 2 wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Hoofdstuk 2 Openbare orde
Hoofdstuk 2 Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
E.
Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 1 wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling 1 Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
F.
Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 2 en afdeling 3 komt te vervallen.
G.
Het opschrift van artikel 2:6 wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van
Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of
geschreven of gedrukte stukken of
gedrukte stukken of afbeeldingen
afbeeldingen
H.
Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 4 komt te vervallen.
I.
Het opschrift van artikel 2:9 en het eerste lid worden gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:9 Straatartiest e.d.
Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen
1. Het is verboden ten behoeve van
1. Het is verboden voor publiek als
publiek als straatartiest,
straatartiest, straatfotograaf,
straatfotograaf, tekenaar,
tekenaar, filmoperateur of gids op te
9/38
filmoperateur of gids op te treden op
treden op door de burgemeester in
door de burgemeester in het belang
het belang van de openbare orde, de
van de openbare orde, de openbare
openbare veiligheid, de
veiligheid, de volksgezondheid en het
volksgezondheid of het milieu
milieu aangewezen openbare
aangewezen openbare plaatsen.
plaatsen.
J.
Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 5 wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de
Afdeling 2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en
weg
veilig gebruik van openbare plaatsen
K.
Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 6 komt te vervallen.
L.
Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 7 wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 7 Evenementen
Afdeling 3 Evenementen
M.
Artikel 2:24, eerste lid, onder d. wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
d. markten als bedoeld in artikel 160,
d. markten als bedoeld in artikel 160,
eerste lid, onder h, van de
eerste lid, aanhef en onder g, van de
Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
Gemeentewet en artikel 5:22;
verordening;
N.
Artikel 2:25, vijfde lid, komt te vervallen onder vernummering van de daaropvolgende
leden. O.
Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 8 wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling 4 Toezicht op openbare inrichtingen
10/38
P.
Artikel 2:27, onder a. wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
a. openbare inrichting: de voor het
Q.
a. openbare inrichting: de voor het
publiek toegankelijke, besloten ruimte
publiek toegankelijke, besloten ruimte
waarin bedrijfsmatig of in een omvang
waarin bedrijfsmatig of in een omvang
alsof zij bedrijfsmatig was logies
alsof zij bedrijfsmatig was logies
wordt verstrekt of dranken worden
wordt verstrekt of dranken worden
geschonken of rookwaren of spijzen
geschonken of rookwaren of spijzen
voor directe consumptie worden
voor directe consumptie worden
verstrekt of bereid. Onder een
verstrekt of bereid. Onder een
openbare inrichting wordt in ieder
openbare inrichting wordt in ieder
geval verstaan: een hotel, restaurant,
geval verstaan: een hotel, restaurant,
pension, café, cafetaria, snackbar,
pension, (waterpijp)café, cafetaria,
discotheek, buurthuis of clubhuis.
snackbar, discotheek, buurthuis of
Onder openbare inrichting wordt
clubhuis. Onder openbare inrichting
tevens verstaan een bij deze inrichting
wordt tevens verstaan een bij deze
behorend terras en andere
inrichting behorend terras en andere
aanhorigheden;
aanhorigheden;
Artikel 2:28, zesde lid komt te vervallen onder vernummering van de daaropvolgende
leden. R.
Artikel 2:28, achtste lid wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Het bepaalde in het vijfde en zesde lid geldt
Het bepaalde in het vijfde lid geldt niet voor
niet voorzover in het daarin geregelde
zover in het daarin geregelde onderwerp
onderwerp wordt voorzien door de Wet
wordt voorzien door de Wet beheer
beheer rijkswaterstaatwerken of het
rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal
Provinciaal wegenreglement.
wegenreglement.
S.
Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 8A wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
11/38
Afdeling 8A Bijzondere bepalingen over
Afdeling 5 Regulering paracommerciële
horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en
rechtspersonen en overige aangelegenheden
Horecawet
uit de Drank- en Horecawet
T.
Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 9 wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het
Afdeling 6 Toezicht op inrichtingen tot het
verschaffen van nachtverblijf
verschaffen van nachtverblijf
U.
Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 10 wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling 7 Toezicht op speelgelegenheden
V.
Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 10A wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 10A Tegengaan onveilig, niet
Afdeling 7A Tegengaan onveilig, niet leefbaar
leefbaar en malafide ondernemersklimaat
en malafide ondernemersklimaat
W.
Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 11 wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en
Afdeling 8 Maatregelen ter voorkoming van
baldadigheid
overlast, gevaar of schade
X.
Artikel 2:57, eerste lid, aanhef wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
1. Het is de eigenaar, houder of
1. Het is de eigenaar, houder of
verzorger van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op de weg:
12/38
verzorger van een hond verboden die
hond te laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats:
Y.
Artikel 2:59, tweede lid en derde lid, aanhef worden gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
2. Een aanlijngebod houdt in dat de
2. De eigenaar of houder van de hond
eigenaar of houder verplicht is de
aan wie een aanlijngebod is opgelegd,
hond aangelijnd te houden met een
is verplicht de hond kort aangelijnd te
lijn met een lengte, gemeten van hand
houden met een lijn met een lengte,
tot halsband, van ten hoogste 1,50
gemeten van hand tot halsband, van
meter.
ten hoogste 1,50 meter.
3. Een muilkorfgebod houdt in dat de
3. De eigenaar of houder van de hond
eigenaar of houder verplicht is de
aan wie een aanlijn- en
hond voorzien te houden van een
muilkorfgebod is opgelegd, is naast
muilkorf die:
de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die:
Z.
Na artikel 2:59 wordt ingevoegd een artikel 2:59a:
Nieuwe tekst Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk. 2. Het in het eerste lid vermelde verbod geldt niet als: a. op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht; b. het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden, en c. het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.
13/38
AA.
Artikel 2:65 wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:65 Bedelarij
Artikel 2:65 Bedelarij
Het is verboden in door het college
Het is verboden in door het college
aangewezen gebieden op of aan de weg of in
aangewezen gebieden op een openbare
een voor het publiek toegankelijk gebouw te
plaats te bedelen om geld of andere zaken.
bedelen om geld of andere zaken.
AB.
Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 12 wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van
Afdeling 9 Bestrijding van heling van
heling van goederen
goederen
AC.
Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 13 wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 13 Vuurwerk
Afdeling 10 Consumentenvuurwerk en carbidschieten
AD.
Artikel 2:71 wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:71 Begripsbepalingen
Artikel 2:71 Begripsomschrijvingen
In deze afdeling wordt verstaan onder
Deze afdeling verstaat onder
consumentenvuurwerk:
consumentenvuurwerk: wat daaronder wordt
Consumentenvuurwerk waarop het Besluit
verstaan in het Vuurwerkbesluit.
van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.
14/38
AE.
Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 14 wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 14 Drugsoverlast
Afdeling 11 Drugsoverlast
AF.
Artikel 2:74 wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:74 Handel in en gebruik van
Artikel 2:74 Handel in en gebruik van
verdovende middelen
verdovende middelen
1. Onverminderd het bepaalde in de
1. Onverminderd het bepaalde in de
Opiumwet is het verboden op een
Opiumwet is het verboden zich op een
openbare plaats post te vatten of zich
openbare plaats op te houden, met
daar heen en weer te bewegen en zich
het kennelijke doel om middelen als
op of aan wegen in of op een voertuig
bedoeld in artikel 2 of 3 van de
te bevinden of daarmee heen en weer
Opiumwet, of daarop gelijkende waar,
of rond te rijden, met het kennelijke
al dan niet tegen betaling af te
doel om middelen als bedoeld in
leveren, aan te bieden of te verwerven,
artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of
daarbij behulpzaam te zijn of daarin
daarop gelijkende waar, al dan niet
te bemiddelen.
tegen betaling af te leveren, aan te
2. Het is verboden op of aan de weg, op
bieden of te verwerven, daarbij
een andere openbare plaats of in een
behulpzaam te zijn of daarin te
voor publiek toegankelijk gebouw
bemiddelen.
middelen bedoeld als in de artikelen 2
2. Het is verboden op een openbare
of 3 van de Opiumwet of daarop
plaats middelen bedoeld als in artikel
gelijkende waar te gebruiken, toe te
2 van de Opiumwet, te gebruiken, toe
dienen, dan wel voorbereidingen
te dienen, dan wel voorbereidingen
daartoe te verrichten of ten behoeve
daartoe te verrichten of ten behoeve
van dat gebruik voorwerpen of stoffen
van dat gebruik voorwerpen of stoffen
voorhanden te hebben.
openlijk voorhanden te hebben.
AG.
Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 15 wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
15/38
Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding en
Afdeling 12 Bijzondere bevoegdheden van de
veiligheidsrisicogebieden
burgemeester
AH.
Artikel 2:75 wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding
Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan overeenkomstig artikel
De burgemeester kan overeenkomstig artikel
154a Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk
154a Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk
doen ophouden van door hem aangewezen
doen ophouden van door hem aangewezen
groepen van personen op een door hem
groepen van personen op een door hem
aangewezen plaats indien deze personen het
aangewezen plaats indien deze personen het
bepaalde in de artikelen 2:1, 2:10, 2:11,
bepaalde in de artikelen 2:1, 2:16, 2:19,
2:16, 2:19, 2:20a, 2:26a, 2:47, 2:47a, 2:48,
2:20a, 2:26a, 2:47, 2:47a, 2:48, 2:49, 2:50,
2:49, 2:50, 2:73 van de Algemene Plaatselijke
2:73 of de artikelen 10:1, 10:2 van de
Verordening Zutphen 2011 niet naleven.
Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen niet naleven.
AI.
Artikel 2:77 wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:77 (Gereserveerd)
Artikel 2:77 Cameratoezicht 1. De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats. 2. De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van parkeerterreinen en andere plaatsen die vanwege het doelgebonden verblijf niet onder de definitie van openbare plaats vallen.
16/38
AJ.
Artikel 2:79, eerste lid wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:79 Aanpak woonoverlast
Artikel 2:79 Aanpak woonoverlast
1. Degene die een woning of een bij die
1. Degene die een woning of een bij die
woning behorend erf gebruikt, of
woning behorend erf gebruikt, of
tegen betaling in gebruik geeft aan
tegen betaling in gebruik geeft, draagt
een persoon die niet als ingezetene
er zorg voor dat door gedragingen in
met een adres in de gemeente in de
of vanuit die woning of dat erf of in de
basisregistratie personen is
onmiddellijke nabijheid van die
ingeschreven, draagt er zorg voor dat
woning of dat erf geen ernstige en
door gedragingen in of vanuit die
herhaaldelijke hinder voor
woning of dat erf of in de
omwonenden wordt veroorzaakt.
onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
AK.
Artikel 3:5, eerste, tweede en vierde lid worden gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
1. De exploitant en de beheerder:
1. De exploitant en de beheerder:
a. staan niet onder curatele en
a. staan niet onder curatele;
zijn niet ontzet uit de
b. zijn niet onherroepelijk
ouderlijke macht of de voogdij; b. zijn niet in enig opzicht van
veroordeeld voor een geweldsof zedendelict of voor
slecht levensgedrag; en
mensenhandel, of in enig
c. hebben de leeftijd van
ander opzicht van slecht
eenentwintig jaar bereikt.
levensgedrag; en
2. Onverminderd het bepaalde in het
c. hebben de leeftijd van
eerste lid, zijn de exploitant en de
eenentwintig jaar bereikt.
beheerder niet:
2. Onverminderd het bepaalde in het
a. met toepassing van de artikel
eerste lid, zijn de exploitant en de
37 van het Wetboek van
beheerder niet:
Strafrecht in een psychiatrisch
a. met toepassing van de artikel
ziekenhuis geplaatst of met
37 van het Wetboek van
toepassing van artikel 37a van
Strafrecht in een psychiatrisch
17/38
het Wetboek van Strafrecht ter
ziekenhuis geplaatst of met
beschikking gesteld;
toepassing van artikel 37a van
b. binnen de laatste vijf jaar
het Wetboek van Strafrecht ter
onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
beschikking gesteld; b. binnen de laatste vijf jaar
vrijheidsstraf van zes maanden
voorafgaand aan de dag dat de
of meer door de rechter in
vergunning wordt aangevraagd
Nederland, inclusief de drie
onherroepelijk veroordeeld tot
openbare lichamen Bonaire,
een onvoorwaardelijke
Saba en Sint-Eustatius, Aruba,
vrijheidsstraf van zes maanden
Curaçao en Sint Maarten, dan
of meer door de rechter in
wel door een andere rechter
Nederland, inclusief de drie
wegens een misdrijf waarvoor
openbare lichamen Bonaire,
naar Nederlands recht een
Saba en Sint-Eustatius, Aruba,
bevel tot voorlopige hechtenis
Curaçao en Sint Maarten, dan
ingevolge artikel 67, eerste lid
wel door een andere rechter
van het Wetboek van
wegens een misdrijf waarvoor
Strafvordering is toegelaten;
naar Nederlands recht een
c. binnen de laatste vijf jaar bij
bevel tot voorlopige hechtenis
ten minste twee rechterlijke
ingevolge artikel 67, eerste lid
uitspraken onherroepelijk
van het Wetboek van
veroordeeld tot een
Strafvordering is toegelaten;
onvoorwaardelijke geldboete
c. binnen de laatste vijf jaar
van 500 euro of meer of tot
voorafgaand aan de dag dat de
een andere hoofdstraf als
vergunning wordt
bedoeld in artikel 9, eerste lid,
aangevraagd, bij meer dan één
onder a van het Wetboek van
rechterlijke uitspraak of
Strafrecht, wegens dan wel
strafbeschikking
mede wegens overtreding van:
onherroepelijk veroordeeld tot
-
-
bepalingen gesteld bij of
een onvoorwaardelijke
krachtens de Drank- en
geldboete van € 500,- of meer
Horecawet, de Opiumwet,
of tot een andere hoofdstraf
de Vreemdelingenwet en
als bedoeld in artikel 9, eerste
de Wet arbeid
lid, onder a. van het Wetboek
vreemdelingen;
van Strafrecht, wegens dan wel
de artikelen 137c tot en
mede wegens overtreding van:
met 137g, 140, 240b, 242
i.
bepalingen gesteld bij
tot en met 249, 252, 250a
of krachtens de Drank-
(oud), 273a, 300 tot en
en Horecawet, de
18/38
-
met 303, 416, 417,
Opiumwet, de
417bis, 426, 429quater en
Vreemdelingenwet, de
453 van het Wetboek van
Wet arbeid
Strafrecht;
vreemdelingen en
de artikelen 8 en 162,
hoofdstuk 3 van deze
derde lid, alsmede artikel
verordening;
6 juncto artikel 8 of juncto
-
-
ii.
de artikelen 137c tot
artikel 163 van de
en met 137g, 140, 416,
Wegenverkeerswet 1994;
417, 417bis, 420bis tot
de artikelen 1, onder a, b
en met 420quinquies,
en d, 13, 14, 27 en 30b
426 en 429quater van
van de Wet op de
het Wetboek van
Kansspelen;
Strafrecht;
de artikelen 2 en 3 van de
iii.
artikel 69 van de
Wet op de weerkorpsen;
Algemene wet inzake
de artikelen 54 en 55 van
rijksbelastingen;
de Wet wapens en munitie.
iv.
de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994;
v.
de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;
vi.
de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
4. De periode van vijf jaar, genoemd in
4. De periode van vijf jaar, vermeld in
het tweede lid, wordt:
het tweede lid, onder b en c, wordt bij
a. bij de weigering van een
de intrekking van een vergunning
vergunning teruggerekend
teruggerekend vanaf de datum van de
vanaf de datum van beslissing
intrekking van deze vergunning.
op de aanvraag van de vergunning; b. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de
19/38
intrekking van deze vergunning.
AL.
In artikel 3:5 wordt na het vierde lid toegevoegd een nieuw vijfde lid, onder vernummering
van het daaropvolgende lid: Nieuwe tekst 5. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, vermeld in het tweede lid, onder b en c, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee.
AM. Artikel 5:1 wordt gewijzigd als volgt: Oude tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5:1 Begripsbepalingen
Artikel 5:1 Begripsomschrijvingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
Deze afdeling verstaat onder:
a. voertuigen: voertuigen als bedoeld in
AN.
a. voertuigen: voertuigen als bedoeld in
artikel 1, onder al, van het Reglement
artikel 1 van het Reglement
verkeersregels en verkeerstekens (RVV
verkeersregels en verkeerstekens
1990) met uitzondering van kleine
1990 met uitzondering van kleine
wagens zoals kruiwagens,
wagens zoals kruiwagens en
kinderwagens en rolstoelen;
kinderwagens, en rolstoelen;
b. parkeren: parkeren als bedoeld in
b. parkeren: parkeren als bedoeld in
artikel 1, onder ac, van het Reglement
artikel 1 van het Reglement
verkeersregels en verkeerstekens (RVV
verkeersregels en verkeerstekens
1990).
1990.
Artikel 5:13 wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen
Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving
1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
1. Het is verboden zonder vergunning
inzameling van geld of goederen te
van het college een openbare
houden of daartoe een intekenlijst aan
inzameling van geld of goederen te
te bieden.
houden of daartoe een intekenlijst aan
20/38
2. Onder een inzameling van geld of
te bieden, dan wel in het openbaar
goederen wordt mede verstaan: het
leden of donateurs te werven als
bij het aanbieden van goederen,
daarbij te kennen wordt gegeven of de
waartoe ook worden gerekend
indruk wordt gewekt dat de opbrengst
geschreven of gedrukte stukken, dan
geheel of ten dele voor een liefdadig
wel bij het aanbieden van diensten
of ideëel doel is bestemd.
aanvaarden van geld of goederen,
2. Onder een inzameling als bedoeld in
indien daarbij te kennen wordt
het eerste lid wordt mede verstaan:
gegeven of de indruk wordt gewekt
het aanvaarden van geld of goederen
dat de opbrengst geheel of ten dele
bij het aanbieden van diensten of
voor een liefdadig of ideëel doel is
goederen, waartoe ook worden
bestemd.
gerekend geschreven of gedrukte
3. Het verbod geldt niet voor een
stukken, als daarbij te kennen wordt
inzameling die in besloten kring
gegeven of de indruk wordt gewekt
gehouden wordt.
dat de opbrengst geheel of ten dele
4. Het college kan vrijstelling verlenen
voor een liefdadig of ideëel doel is
van het verbod als bedoeld in het
bestemd.
eerste lid.
3. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die in besloten kring gehouden wordt. 4. Het college kan vrijstelling verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.
AO.
Artikel 5:14, tweede lid, onder b. wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
b. het te koop aanbieden, verkopen of
b. het te koop aanbieden, verkopen of
afleveren van goederen dan wel het
afleveren van goederen dan wel het
aanbieden van diensten op
aanbieden van diensten op
jaarmarkten en markten als bedoeld in
jaarmarkten en markten als bedoeld in
artikel 160, eerste lid, onder h, van de
artikel 160, eerste lid, aanhef en
Gemeentewet of op snuffelmarkten als
onder g, van de Gemeentewet of op
bedoeld in artikel 5:22;
snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;
21/38
AP.
Artikel 5:22, tweede lid, onder a. wordt gewijzigd als volgt:
Oude tekst
AQ.
Nieuwe tekst
a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in
a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in
artikel 160, eerste lid, aanhef en
artikel 160, eerste lid, aanhef en
onder h, van de Gemeentewet;
onder g, van de Gemeentewet;
In de toelichting wordt artikel 1:8 gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Tweede lid
Derde lid
Derde lid
Vierde lid
AR.
In de toelichting wordt het opschrift van hoofdstuk 2 gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Hoofdstuk 2. Openbare orde
Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
AS.
In de toelichting wordt het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 1 gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 1: Bestrijding van
Afdeling 1: Voorkomen of bestrijden van
ongeregeldheden
ongeregeldheden
AT.
In de toelichting komt het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 2 en 3 te vervallen.
AU.
In de toelichting wordt het opschrift van artikel 2:6 gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van
Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of
geschreven of gedrukte stukken of
gedrukte stukken of afbeeldingen
afbeeldingen
22/38
AV.
In de toelichting komt het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 4 te vervallen.
AW. In de toelichting wordt het opschrift van artikel 2:9 gewijzigd als volgt: Oude tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:9 Straatartiest
Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen
AX.
In de toelichting wordt het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 5 gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 5: Bruikbaarheid en aanzien van de
Afdeling 2: Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en
weg
veilig gebruik van openbare plaatsen
AY.
In de toelichting komt het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 6 te vervallen.
AZ.
In de toelichting wordt het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 7 gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 7: Evenementen
Afdeling 3: Evenementen
BA.
In de toelichting bij artikel 2:24, eerste lid, wordt punt 4. gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
4. Daarnaast gelden de bepalingen niet
4. Daarnaast gelden de bepalingen niet
voor waren- en snuffelmarkten.
voor waren- en snuffelmarkten. Als
Indien het college op grond van
het college op grond van artikel
artikel 160, eerste lid, aanhef en
160, eerste lid, aanhef en onder g.
onder h, van de Gemeentewet een
van de Gemeentewet een (waren-
(waren-)markt heeft ingesteld, kan
)markt heeft ingesteld, kan de
de gemeenteraad hiervoor regels
gemeenteraad hiervoor regels
vaststellen in een marktverordening.
vaststellen in een verordening.
Snuffelmarkten zijn specifiek
Snuffelmarkten zijn specifiek
geregeld in artikel 5:22 van de APV.
geregeld in artikel 5:22. Uitgebreide
Uitgebreide informatie over markten
informatie over markten is te vinden
is te vinden onder de toelichtingen
onder de toelichtingen bij artikel
bij artikel 5:22 en de
5:22 en de Verordening fysieke
Marktverordening Zutphen 2006.
leefomgeving gemeente Zutphen.
23/38
BB.
In de toelichting wordt het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 8 gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 8: Toezicht op openbare
Afdeling 4: Toezicht op openbare
inrichtingen
inrichtingen
BC.
In de toelichting wordt het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 8A gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 8A: Bijzondere bepalingen over
Afdeling 5: Regulering paracommerciële
horecabedrijven als bedoeld in de Drank-
rechtspersonen en overige
en Horecawet
aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet
BD.
In de toelichting wordt vóór de tekst “Afdeling 9: Toezicht op inrichtingen tot het
verschaffen van nachtverblijf” de volgende tekst ingevoegd: Nieuwe tekst
Afdeling 5: Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet Oneerlijke mededinging De op basis van artikel 4 van de DHW door gemeenten te stellen regels met betrekking tot de paracommerciële horecabedrijven dienen ter voorkoming van oneerlijke mededinging. Uit de MvT (Kamerstukken II 2008/09, 32 022, nr. 3, p. 10) blijkt dat de regering ervan uitgaat dat de gemeenten de belangrijke maatschappelijke functie van de verschillende paracommerciële instellingen in acht zullen nemen en geen onnodige beperkingen zullen opleggen daar waar de mededinging niet in het geding is en er geen sprake is van onverantwoorde verstrekking van alcohol, met name aan jongeren. Concreet komt het er op neer dat de gemeentelijke uitwerking moet leiden tot regels die op z’n minst in enige mate bijdragen aan het voorkomen van oneerlijke mededinging. Of in bepaalde gevallen sprake zal zijn van oneerlijke mededinging is sterk afhankelijk van de lokale situatie. Bij de aanzienlijke ruimte die dit uitgangspunt biedt zal de gemeentelijke uitwerking verder overeenkomstig de algemene beginselen van behoorlijk bestuur plaats moeten vinden.
Er is dus aanzienlijke ruimte voor een afweging van belangen, die enerzijds niet tot het volledig uitbannen van oneerlijke mededinging hoeft te leiden en anderzijds niet tot het volledig ongemoeid laten van oneerlijke mededinging mag leiden.
Artikel 2:34a Begripsbepaling
24/38
De definities uit de DHW werken door in de op de DHW gebaseerde regelgeving. Ter verduidelijking is een uitdrukkelijke verwijzing opgenomen, waaruit tevens blijkt dat deze definities enkel voor afdeling 5 gelden. Het gaat om de volgende definities. -
alcoholhoudende drank: de drank die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor meer dan een half volumeprocent uit alcohol bestaat;
-
horecabedrijf: de activiteit in ieder geval bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse. In afdeling 4 (Toezicht op openbare inrichtingen) wordt de term horecabedrijf niet gebruikt, maar de term openbare inrichting. Uit de definitie in artikel 2:27 blijkt dat onder openbare inrichtingen niet alleen horecabedrijven als bedoeld in de DHW vallen, maar ook bedrijven waar alleen alcoholvrije drank wordt geschonken, of rookwaar voor gebruik ter plaatse wordt versterkt (coffeeshops), of zwakalcoholhoudende drank om mee te nemen wordt verkocht (snackbars en dergelijke). Op de horecabedrijven in de zin van de DHW is dus zowel afdeling 4 als afdeling 5 van toepassing.
-
horecalokaliteit: een van een afsluitbare toegang voorziene lokaliteit, onderdeel uitmakend van een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, in ieder geval bestemd voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse.
-
inrichting: de lokaliteiten waarin het slijtersbedrijf of het horecabedrijf wordt uitgeoefend, met de daarbij behorende terrassen voor zover die terrassen in ieder geval bestemd zijn voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, welke lokaliteiten al dan niet onderdeel uitmaken van een andere besloten ruimte.
-
paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf.
-
sterke drank: de drank, die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor vijftien of meer volumenprocenten uit alcohol bestaat, met uitzondering van wijn.
-
slijtersbedrijf: de activiteit bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet aan particulieren verstrekken van sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse, al dan niet gepaard gaande met het bedrijfsmatig of anders dan om niet aan particulieren verstrekken van zwak-alcoholhoudende en alcoholvrije drank voor gebruik elders dan ter plaatse of met het bedrijfsmatig verrichten van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen andere handelingen.
-
zwak-alcoholhoudende drank: alcoholhoudende drank, met uitzondering van sterke drank.
Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen
25/38
Artikel 4 van de DHW verplicht gemeenten ter voorkoming van oneerlijke mededinging regels te stellen waaraan paracommerciële rechtspersonen zich te houden hebben wanneer zij alcoholhoudende drank verstrekken. Op grond van artikel 4, eerste lid en derde lid, onder a, van de DHW moet geregeld worden gedurende welke tijden in de betrokken inrichting alcoholhoudende drank mag worden verstrekt. Met andere woorden, de schenktijden voor alcoholhoudende dranken moeten geregeld worden. Op grond van artikel 4, eerste lid en derde lid, onder b en c, van de DHW moeten regels gesteld worden met betrekking tot door paracommerciële rechtspersonen in de inrichting te houden bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. Uiteraard alleen voor zover er tijdens deze bijeenkomsten alcoholhoudende drank wordt verstrekt door de paracommerciële rechtspersoon. Zoals in het algemeen deel van deze toelichting al is aangegeven betekent dit dat de gemeentelijke uitwerking moet leiden tot regels die op z’n minst in enige mate bijdragen aan het voorkomen van oneerlijke mededinging.
Op grond van artikel 4, vierde lid, van de DHW heeft de burgemeester de bevoegdheid om voor ten hoogste twaalf aaneengesloten dagen ontheffing te verlenen van de hier door de raad gestelde regels voor schenktijden en voor de verschillende soorten bijeenkomsten. Het gaat om bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard. Uit deze bewoordingen van de wet blijkt dat hier zeer terughoudend mee moet worden omgegaan. Te denken valt aan kampioenschappen en dergelijke grotendeels onvoorziene gebeurtenissen, maar het kan ook gaan om feestelijkheden die wel te voorzien zijn, zoals carnaval en Koningsdag. Omdat de burgemeester deze bevoegdheid rechtstreeks aan de wet ontleent, kan de raad hier verder geen beperkingen aan stellen. De burgemeester kan hiervoor zelf uiteraard wel beleidsregels opstellen (artikel 4:81 van de Awb).
Artikel 2:34c Beperking verstrekking drank Deze bepaling is een uitwerking van artikel 25a van de DHW. Het verbiedt de verstrekking van sterke of alcoholhoudende drank in inrichtingen van een bepaalde aard.
BE.
In de toelichting wordt het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 9 gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 9: Toezicht op inrichtingen tot het
Afdeling 6: Toezicht op inrichtingen tot het
verschaffen van nachtverblijf
verschaffen van nachtverblijf
26/38
BF.
In de toelichting wordt het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 10 gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 10: Toezicht op
Afdeling 7: Toezicht op speelgelegenheden
speelgelegenheden
BG.
In de toelichting wordt het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 10A gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 10A: Tegengaan onveilig, niet
Afdeling 7A: Tegengaan onveilig, niet
leefbaar en malafide ondernemersklimaat
leefbaar en malafide ondernemersklimaat
BH.
In de toelichting wordt het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 11 gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 11: Maatregelen tegen overlast en
Afdeling 8: Maatregelen ter voorkoming van
baldadigheid
overlast, gevaar of schade
BI.
In de toelichting wordt vóór de tekst “Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke
dieren” de volgende tekst ingevoegd: Nieuwe tekst
Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein Het aanlijn- en/of muilkorfgebod dat de burgemeester kan opleggen voor het laten verblijven of laten lopen van een gevaarlijke hond op een openbare plaats of op het terrein van een ander (artikel 2:59), is niet in alle gevallen voldoende om bijtincidenten te voorkomen. Deze maatregel voorkomt niet dat mensen geconfronteerd worden met bijtincidenten op privéterrein. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan postbezorgers en koeriers, maar ook aan bijtincidenten die plaatsvinden binnen een huishouden. Om hier enigszins aan tegemoet te komen is artikel 2:59a opgenomen. Artikel 2:59a bepaalt dat het de eigenaar of houder van een gevaarlijke hond verboden is die hond zonder muilkorf op zijn terrein los te laten lopen. Het verbod geldt niet als er drie, cumulatieve, voorzieningen zijn getroffen waardoor gevaar voor derden in de openbare en vrij toegankelijke privéruimte niet aanwezig is. Deze bepaling is gericht op de veiligheid in de openbare ruimte en voorkomt dat gevaarlijke honden op de openbare weg komen doordat ze van het terrein ontsnappen. Het verplicht
27/38
plaatsen van een waarschuwingsbord zorgt ervoor dat mensen die een terrein willen betreden gewaarschuwd worden.
BJ.
In de toelichting wordt het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 12 gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 12: Bepalingen ter bestrijding van
Afdeling 9: Bestrijding van heling van
heling van goederen
goederen
BK.
In de toelichting wordt het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 13 gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 13: Vuurwerk
Afdeling 10: Consumentenvuurwerk en carbidschieten
BL.
In de toelichting wordt het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 14 gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 14: Drugsoverlast
Afdeling 11: Drugsoverlast
BM.
In de toelichting bij artikel 2:74 wordt de tekst gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:74 Drugshandel op straat
Artikel 2:74 Handel in en gebruik van verdovende middelen
Om niet in de sfeer van de Opiumwet te treden is de passage “onverminderd het
Afbakening met de Opiumwet
bepaalde in de Opiumwet” opgenomen. De
Om niet in de sfeer van de Opiumwet te
Opiumwet is een strafrechtelijk instrument
treden is de passage “onverminderd het
waarin onder meer de verbodsbepalingen
bepaalde in de Opiumwet” opgenomen. De
staan van middelen die worden genoemd op
Opiumwet is een strafrechtelijk instrument
lijst I (“harddrugs”) en II (“softdrugs”) die
waarin onder meer de verbodsbepalingen
behoren bij deze wet. Zo wordt verboden
staan van middelen die worden genoemd op
deze middelen te bereiden, te bewerken, te
lijst I (“harddrugs”) en II (“softdrugs”) die
verwerken, te verkopen, af te leveren, te
behoren bij deze wet. Zo wordt verboden
verstrekken, te vervoeren en aanwezig te
deze middelen te bereiden, te bewerken, te
hebben. In de Opiumwet wordt geen
verwerken, te verkopen, af te leveren, te
aandacht besteed aan overlast ten gevolge
verstrekken, te vervoeren en aanwezig te
28/38
van drugshandel op straat. Om hiertegen te
hebben. In de Opiumwet wordt geen
kunnen optreden is het noodzakelijk in de
aandacht besteed aan overlast ten gevolge
APV een artikel op te nemen dat het
van drugshandel op straat. Om hiertegen te
voorkomen van de aantasting van de
kunnen optreden is het noodzakelijk in de
openbare orde en van strafbare feiten tot
APV een artikel op te nemen dat het
doel heeft. Artikel 2:74 is opgenomen om
voorkomen van de aantasting van de
de overlast op straat tegen te gaan. De
openbare orde en van strafbare feiten tot
straathandel in drugs kan leiden tot een
doel heeft.
verstoring van de openbare orde. Om daartegen op te treden is het noodzakelijk
Drugshandel op straat en coffeeshopbeleid
in de APV een bepaling op te nemen, die tot
Artikel 2:74 is opgenomen om de overlast
doel heeft het voorkomen van de aantasting
op straat tegen te gaan. De straathandel in
van de openbare orde en van strafbare
drugs kan leiden tot een verstoring van de
feiten. In praktijk gaat het met name om
openbare orde. Om daartegen op te treden
harddrugs.In dit artikel zijn zowel de
is het noodzakelijk in de APV een bepaling
aanbieders als ontvangers en bemiddelaars
op te nemen, die tot doel heeft het
(“drugsrunners”) strafbaar gesteld. Het
voorkomen van de aantasting van de
“kennelijk doel” kan blijken uit
openbare orde en van strafbare feiten. In
ervaringsfeiten en concrete
praktijk gaat het met name om harddrugs.
omstandigheden zoals het aanspreken van
In dit artikel wordt gesproken over
voorbijgangers, het waarnemen van
middelen uit lijst 2 en 3 van de Opiumwet,
transacties enz.
dus zowel hard- als softdrugs en “daarop gelijkende waar”. Bij “daarop gelijkende
In het tweede lid wordt het gebruik van
waar” kan bijvoorbeeld worden gedacht aan
harddrugs op straat verboden gesteld.
nieuwe middelen die al wel worden
Omdat dit voor overlast kan zorgen en het
gebruikt, maar nog niet op de lijst
gebruik niet strafbaar is op grond van de
voorkomen en waartegen wel moet worden
Opiumwet is dit tweede lid toegevoegd,
opgetreden. Het is dan van belang dit goed
zodat tegen openlijk harddrugsgebruik kan
te motiveren. In dit artikel zijn zowel de
worden opgetreden.
aanbieders als ontvangers en bemiddelaars (“drugsrunners”) strafbaar gesteld. Het “kennelijk doel” kan blijken uit ervaringsfeiten en concrete omstandigheden zoals het aanspreken van voorbijgangers, het waarnemen van transacties enz. Het “zich ophouden op een openbare plaats’ moet ruim worden uitgelegd. Hieronder kan bijvoorbeeld worden begrepen het postvatten op een openbare plaats of zich daar heen en weer bewegen, zich op of aan wegen in of op een voertuig
29/38
bevinden of daarmee heen en weer of rond rijden. In het tweede lid wordt het gebruik van drugs op een openbare plaats verboden gesteld. Omdat dit voor overlast kan zorgen en het gebruik niet strafbaar is op grond van de Opiumwet is dit tweede lid toegevoegd, zodat tegen drugsgebruik kan worden opgetreden.
BN.
In de toelichting wordt het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 15 gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 15: Bestuurlijke ophouding en
Afdeling 12: Bijzondere bevoegdheden van
veiligheidsrisicogebieden
de burgemeester
BO.
In de toelichting bij artikel 2:75 wordt de derde alinea gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
De bepaling vereist een nadere invulling van
De bepaling spreekt overeenkomstig de wet
specifieke voorschriften die zich bij
van “door hem (de burgemeester)
groepsgewijze niet-naleving voor het
aangewezen groepen”. Dit verplicht de
overgaan tot bestuurlijke ophouding lenen.
burgemeester concreet de groep te
Dit zijn de volgende bepalingen::
benoemen waarop bestuurlijke ophouding
-
artikel 2:1 (samenscholingsverbod);
wordt toegepast. Dit kan bijvoorbeeld
-
artikel 2:10 (voorwerpen of stoffen
gebeuren door de formulering “degenen die
op, aan of boven de weg);
zich door kleding, uitrusting of gedraging
artikel 2:11 (aanleggen, beschadigen
manifesteren als supporter van ... of
en veranderen van een weg);
deelnemer aan de actie tegen ...”. Verder
artikel 2:16 (openen straatkolken en
kan de groep nader worden aangeduid door
dergelijke);
de plaats aan te geven waar de groep zich
artikel 2:19 (gevaarlijk of hinderlijk
bevond op het moment dat het besluit tot
voorwerp);
ophouding werd genomen, de handelingen
artikel 2:20a (gevaarlijke
die de leden van de groep op dat moment
voorwerpen);
verrichtten, de grootte van de groep of door
artikel 2:26a (gedrag bij
vermelding van de taal, herkomst of
evenementen);
nationaliteit van de leden van de groep.
-
30/38
artikel 2:47 (hinderlijk gedrag op of
De bepaling vereist een nadere invulling van
aan de weg);
specifieke voorschriften die zich bij
-
artikel 2:47a (verplichte route)
groepsgewijze niet-naleving voor het
-
artikel 2:48 (hinderlijk
overgaan tot bestuurlijke ophouding lenen.
drankgebruik);
Dit zijn de volgende bepalingen:
-
-
artikel 2:49 (hinderlijk gedrag in of
-
artikel 2:1 (samenscholingsverbod);
bij gebouwen);
-
artikel 2:16 (openen straatkolken en
artikel 2:50 (gedrag in voor publiek
dergelijke);
toegankelijke ruimten); -
-
artikel 2:73 (bezigen van vuurwerk).
artikel 2:19 (gevaarlijk of hinderlijk voorwerp);
-
artikel 2:20a (gevaarlijke voorwerpen);
-
artikel 2:26a (gedrag bij evenementen);
-
artikel 2:47 (hinderlijk gedrag op of aan de weg);
-
artikel 2:47a (verplichte route)
-
artikel 2:48 (hinderlijk drankgebruik);
-
artikel 2:49 (hinderlijk gedrag in of bij gebouwen);
-
artikel 2:50 (gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten);
-
artikel 2:73 (bezigen van vuurwerk);
-
artikel 10:1 (voorwerpen op of aan een openbare plaats) van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen;
-
artikel 10:2 (het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg) van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen.
BP. In de toelichting wordt vóór de tekst “Hoofdstuk 3. Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d” de volgende tekst ingevoegd: Nieuwe tekst
Artikel 2:77 Cameratoezicht Eerste lid Op grond van artikel 151c van de Gemeentewet kan de raad aan de burgemeester bij verordening de bevoegdheid verlenen tot het uitvoeren van cameratoezicht op openbare
31/38
plaatsen in het belang van de handhaving van de openbare orde. De raad kan daarbij bepalen tot welke openbare plaatsen de bevoegdheid zich uitstrekt en voor welke duur de inzet van camera’s ten hoogste mag geschieden. Volgens de wetgever is hierdoor de toekenning van de bevoegdheid tot de inzet van camera’s met democratische waarborgen omkleed. Het besluit van de burgemeester tot plaatsing van camera’s op een openbare plaats is een besluit van algemene strekking waartegen op grond van de Awb voor belanghebbenden bezwaar en beroep openstaat. Het kan voorkomen dat beelden worden gemaakt van personen die een pand binnengaan of verlaten. De eigenaren van dergelijke panden zijn aan te merken als belanghebbenden in de zin van de Awb, evenals bijvoorbeeld degenen die in zo’n pand werken of wonen (huurders) of anderszins regelmatige bezoekers van zo’n pand zijn. Niet alleen toezicht met vaste camera’s is mogelijk, maar ook met mobiele camera’s. De reden is met name dat vaste camera’s in de praktijk vaak niet adequaat blijken bij het bestrijden van zich snel en gemakkelijk verplaatsende criminaliteit, hinder en vandalisme. Doel van het cameratoezicht Gemeentelijk cameratoezicht op grond van artikel 151c van de Gemeentewet mag uitsluitend plaatsvinden voor het handhaven van de openbare orde.
Dat betekent niet dat er op voorhand al sprake moet zijn van een verstoring van de openbare orde of een concrete dreiging daarvan. Onder handhaving van de openbare orde valt immers ook de algemene bestuurlijke voorkoming van strafbare feiten die invloed hebben op de orde en rust in de gemeentelijke samenleving. Dit hoofddoel laat onverlet dat deze vorm van cameratoezicht ook subdoelen mag dienen. Zo biedt artikel 151c, zevende lid, van de Gemeentewet de mogelijkheid om de opgenomen beelden te gebruiken voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Daarnaast mogen camera’s worden gebruikt om de politie en andere hulpdiensten efficiënter en effectiever in te zetten. De preventieve werking van cameratoezicht vergroot bovendien hun veiligheid. Kenbaarheid In artikel 151c, vierde lid, van de Gemeentewet is vastgelegd dat het gebruik van camera’s kenbaar moet zijn. Burgers moeten in elk geval in kennis worden gesteld van de mogelijkheid dat zij op beelden kunnen voorkomen zodra zij het gebied betreden dat valt binnen het bereik van de camera’s. Aan het kenbaarheidsvereiste moet niet alleen worden voldaan als er beelden worden vastgelegd, maar ook als sprake is van monitoring en er dus geen opnames worden gemaakt.
Door het goed zichtbaar plaatsen van borden, waarop wordt aangeven dat in het betrokken gebied sprake is van cameratoezicht, kan het publiek op deze mogelijkheid worden geattendeerd. Overigens houdt het kenbaarheidsvereiste niet in dat camera’s altijd zichtbaar moeten zijn of dat de burgers op de hoogte moeten worden gesteld van de precieze opnametijden. In artikel 441b van het WvSr is de niet-kenbare toepassing van cameratoezicht op voor het publiek toegankelijke
32/38
plaatsen strafbaar gesteld. De straf kan een hechtenis van ten hoogste twee maanden inhouden of een geldboete van € 4.500. Tweede lid De raad heeft op grond van artikel 151c, eerste lid, van de Gemeentewet de bevoegdheid om ook andere plaatsen, die zonder enige vorm van beperking publiek toegankelijk zijn, aan te wijzen als openbare plaats en zo onder de reikwijdte van de wet te brengen. Het gaat dan om plaatsen, zoals parkeerterreinen, die vanwege het doelgebonden verblijf niet onder de definitie van openbare plaats uit de Wom vallen. De wetgever heeft hiermee beoogd dat gemeenten snel kunnen inspelen op gebleken lokale behoeften. Het uitgangspunt blijft te allen tijde dat het cameratoezicht noodzakelijk moet zijn met het oog op de handhaving van de openbare orde.
Artikel 2:78 (gereserveerd)
Artikel 2:79 Aanpak woonoverlast Artikel 151d van de Gemeentewet regelt dat de raad bij verordening kan bepalen dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, er zorg voor draagt dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 125, eerste lid, van de Gemeentewet ter zake van overtreding van het door de raad bij verordening gestelde voorschrift. Ultimum remedium Uit de wet volgt dat dit instrument is bedoeld als een ultimum remedium. Artikel 151d, tweede lid, van de Gemeentewet regelt dat het instrument van de last onder bestuursdwang (wat impliceert dat de burgemeester ook een last onder dwangsom kan opleggen) alleen wordt ingezet als er geen andere geschikte manier voorhanden is om de overlast aan te pakken. Bij een besluit om op grond van deze bepaling een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te leggen moet de burgemeester dus motiveren dat er geen andere geschikte instrumenten waren om de woonoverlast tegen te gaan. Alleen al daarom moet er aan zo’n besluit een stevig dossier ten grondslag liggen.
Het meest overtuigend is als uit het dossier blijkt dat andere instrumenten als buurtbemiddeling al zijn geprobeerd zonder het gewenste resultaat. Het ultimum remedium karakter geldt in nog sterkere mate als sprake is van een huisverbod als bedoeld in het derde lid van artikel 151d van de Gemeentewet. Een zo zware maatregel, die een inbreuk betekent op het grondwettelijk beschermde woonrecht,
33/38
is alleen mogelijk wanneer de ernst van de situatie dat eist en er werkelijk geen andere optie meer open staat. Eerste lid Dit lid is geformuleerd als een zorgplichtbepaling. Een bewoner hoort zich zo te gedragen dat zijn of haar buren daar geen ernstige hinder van ondervinden. Bij ernstige en herhaaldelijke hinder kan ook de verhuurder worden aangesproken. Derde lid In het derde lid regelt de raad in welke gevallen de burgemeester in ieder geval toepassing kan geven aan de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom. In het artikel is niet expliciet bepaald dat de burgemeester een last onder dwangsom kan opleggen, omdat dit reeds volgt uit de artikel 5:32 van de Awb juncto artikel 125 van de Gemeentewet. Welke herstelsanctie het meest geëigend is in een specifieke situatie moet steeds door de burgemeester worden afgewogen. De burgemeester kan in beleidsregels vastleggen hoe hij invulling geeft aan deze bevoegdheid. Eén van de vermelde gevallen is “ernstige vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf”. Artikel 7.21 van het Bouwbesluit 2012 regelt de facto hetzelfde, ook met het tegengaan van overlast als motief. Dit artikel zal naar verwachting met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervallen.
De last onder bestuursdwang of dwangsom die de burgemeester kan opleggen kan bestaan uit gedragsaanwijzingen waaraan de overtreder zich te houden heeft (tweede lid).
BQ.
In de toelichting bij artikel 3:5 wordt de laatste alinea gewijzigd als volgt:
Oude tekst
Nieuwe tekst
Net als in de Drank- en Horecawet kan de
Net als in de Drank- en Horecawet kan de
aanduiding “in enig opzicht slecht
aanduiding “in enig opzicht van slecht
levensgedrag” in het eerste lid onder b.
levensgedrag” in het eerste lid onder b.
méér omvatten dan wat gesteld is in de
méér omvatten dan wat gesteld is in de
navolgende leden. Anders gezegd: lid 2 tot
navolgende leden. Anders gezegd: het
en met 5 geven aan wanneer in elk geval
tweede lid tot en met het zesde lid geven
sprake is van “in enig opzicht slecht
aan wanneer in elk geval sprake is van “in
levensgedrag”. Dat het niet als een
enig opzicht slecht levensgedrag”. Dat het
limitatieve opsomming dient te worden
niet als een limitatieve opsomming moet
opgevat blijkt uit het gebruik van het woord
worden opgevat blijkt uit het gebruik van
“naast” aan het begin van het tweede lid.
het woord “onverminderd” aan het begin van het tweede lid.
34/38
BR.
In de toelichting bij artikel 5:1 worden het opschrift, de alinea “Onder a”, de tweede zin,