CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

172675RH 2021_BW_00089

Raadsvergadering 29 maart 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Driesteek 7, Zutphen23.790 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

8.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door het geheel of gedeeltelijk verwijderen van de bestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 3', indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

64

72/237

Driesteek 7, Zutphen

Hoofdstuk 3 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 10

Algemene bouwregels

10.1 Ondergronds bouwen 10.1.1 Algemeen Binnen het plangebied mag ondergronds worden gebouwd overeenkomstig de bouwregels die gelden voor het bovengronds bouwen, met dien verstande dat de maximale bouwhoogte van bouwwerken zoals opgenomen in het plan tevens geldt als de maximale (verticale) bouwdiepte. 10.1.2 Uitzondering ondergrondse damwandschermen In afwijking van het bepaalde in artikel 10.1.1 mogen tevens ondergrondse damwandschermen worden gebouwd ten behoeve van het tegenhouden van kwel of de bescherming van de fundering van bruggen of hoogspanningsmasten. Hiervoor geldt geen maximale bouwdiepte.

Artikel 11

Algemene gebruiksregels

Onder gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in elk geval verstaan: a. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie; d. het gebruik van recreatiewoningen ten behoeve van permanente bewoning.

Artikel 12

Algemene aanduidingsregels

12.1 Waardevol landschap 12.1.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'waardevol landschap' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het beschermen en ontwikkelen van het waardevol landschap. 12.1.2 Specifieke gebruiksregels Een besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouw- of gebruiksregels of voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden, dan wel voor het toepassen van een in het plan opgenomen wijzigingsbevoegdheid ter plaatse van de aanduiding 'waardevol landschap' wordt uitsluitend genomen voor zover dit besluit geen aantasting van de bijzondere kwaliteiten van het waardevol landschap tot gevolg heeft en geen belemmering vormt voor de doorontwikkeling van de bijzondere kwaliteiten van het waardevol landschap.

Driesteek 7, Zutphen

73/237

65

Artikel 13

Algemene afwijkingsregels

13.1 Bevoegdheid Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten, bouwhoogten, inhoudsmaten, percentages en afstandseisen met uitzondering van de genoemde oppervlaktematen van gebouwen en bouwwerken; b. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 m en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 m; c. de regels en de bouw toestaan van niet voor bewoning bestemde gebouwen met een inhoud van ten hoogste 50 m3 en een bouwhoogte van ten hoogste 3 m ten dienste van het openbaar nut, zoals schakelhuisjes, wachthuisjes, transformatorhuisjes, telefooncellen, alsmede andere bouwwerken, zoals muurtjes, standbeelden en lichtmasten; gasdrukmeetstations en verkooppunten voor motorbrandstoffen uitgezonderd. 13.2 Afweging Omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13.1 kan slechts worden verleend, mits: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.

66

74/237

Driesteek 7, Zutphen

Hoofdstuk 4 Artikel 14

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

14.1 Overgangsrecht bouwwerken 14.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 14.1.2 Afwijking Bij omgevingsvergunning kan eenmalig worden afgeweken van het bepaalde in artikel 14.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 14.1.1 met maximaal 10%. 14.1.3 Uitzondering Artikel 14.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 14.2 Overgangsrecht gebruik 14.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

14.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 14.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 14.2.3 Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 14.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 14.2.4 Uitzondering Artikel 14.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 15

Slotregel

Dit bestemmingsplan kan worden aangehaald als bestemmingsplan 'Driesteek 7, Zutphen' van de gemeente Zutphen.

Driesteek 7, Zutphen

75/237

67

68

76/237

Driesteek 7, Zutphen

Bijlagen bij de regels

Driesteek 7, Zutphen

77/237

69

70

78/237

Driesteek 7, Zutphen

Bijlage 1

Driesteek 7, Zutphen

Landschappelijke inpassing

79/237

71

72

80/237

Driesteek 7, Zutphen

Driesteek 7, Zutphen

81/237

73

74

82/237

Driesteek 7, Zutphen

Legenda Groen voorwaardelijk verplicht Type

D C

Maatvoering en aantal

Soort

A. Bakenboom

1 stuks, minimaal 12-14 cm

Gebiedseigen soort, bijvoorbeeld: Zomereik (Quercus robur) of Paardenkastanje (Aesculus) of Walnoot (Juglans regia)

B. Bomen

19 stuks, minimaal 10-12 cm

Gebiedseigen soorten, bijvoorbeeld: Veldesdoorn (Acer campestre) Gewone es (Fraxinus exselsior) Ruwe berk (Betula pendula)

C. Hoogstamfruitbomen in extensief beheerd grasland

18 stuks, minimaal 8-10 cm

(Sier)fruitbomen, bijvoorbeeld: Appel Peer Pruim

D. Laaggeschoren haag

2-rijig, plantafstand 25 cm minimaal 40 - 60 cm Max. hoogte 1 m

Gebiedseigen soort, bijvoorbeeld: Liguster (Ligustrum vulgare) of Meidoorn (Crataegus) of Veldesdoorn (Acer campestre)

E. Geschoren haag

2-rijig, plantafstand 25 cm minimaal 40 - 60 cm Min. hoogte 1 m Max. hoogte 2 m

Gebiedseigen soort: Liguster (Ligustrum vulgare) of Meidoorn (Crataegus) of Veldesdoorn (Acer campestre)

F. Vrijgroeiende haag

4-rijig, plantafstand 25 cm minimaal 40 - 60 cm Max. hoogte 2 m

Gebiedseigen soorten, bijvoorbeeld: Meidoorn (Crataegus) Veldesdoorn (Acer campestre)

F

B G

B

A

G. Extensief beheerd grasland met greppel tbv waterberging

D Overig

E

Type Tuin Grasland Bebouwing Verharding

B eplantingsplan Dries te ek 7 Geme ente Zutphen

N

meters

83/237

0 2 4 6 8 10

20

30

40

50

Schaal: Formaat: Projectnummer: Datum:

1:1000 A3 65.90.10 03-07-2020

Driesteek 7, Zutphen

gemeente Zutphen Bebouwing

Inrit / verharding

Kavel met kaveloppervlakte

Hoogstamfruitboomgaard Open voorruimte / weide met greppel t.b.v. waterberging Hagen van gebiedseigen soort

Nieuw aan te planten bomen van gebiedseigen soort

Bestaande bomen

Bakenboom

Recreatief rustpunt

Schetsontwerp

meters

0

10

20 30 84/237

40

50

s c h a a l 1:1000

O k to b e r 2019

Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van: Driesteek 7 te Zutphen projectnummer

192772

85/237

Pagina 2 van 16

TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave

Datum OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres

Verkennend bodemonderzoek Driesteek 7 te Zutphen 192772 1.0 J.R.W. Staal Mevr. Ing. S.M. Kroone

20 januari 2020 Van Kouswijk Jansen VOF Dhr. H. Kouswijk Zutphenseweg 4b, 7382 AL KLARENBEEK

UITGEVOERD DOOR

info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl

Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982

Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355

Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397

DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een verkennend bodemonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van Driesteek 7 te Zutphen, in opdracht van Van Kouswijk Jansen VOF. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien: de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2001-2002

86/237

Verkennend bodemonderzoek Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192772)

Pagina 3 van 16

INHOUD 1.

INLEIDING.................................................................................................................... 4

1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4

Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................. 4 Kwaliteitsborging algemeen .......................................................................................................... 4 Kwaliteitsborging onderzoek ......................................................................................................... 4 Normen onderzoeksstrategie ........................................................................................................... 5 Veldwerkzaamheden ........................................................................................................................ 5 Laboratoriumwerkzaamheden ......................................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 6

2.

VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017)............................................................................. 7

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek ............................................................................... 7 Stap 1; aanleiding vooronderzoek ................................................................................................. 7 Stap 2; onderzoeksvragen ............................................................................................................. 7 Samenvatting vooronderzoek ....................................................................................................... 8 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek ........................................................................ 9 Afwijkingen vooronderzoek .......................................................................................................... 9 Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NEN5740)........................................................... 9

3.

VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................ 10

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis) ..................................... 10 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater) ............................................................ 10 Bodemopbouw ............................................................................................................................ 11 Zintuiglijke waarnemingen .......................................................................................................... 11 Afwijkingen protocollen .............................................................................................................. 11 Afwijkingen strategie(ën) ............................................................................................................ 11

4.

ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING ....................................................................... 12

4.1 4.2 4.3 4.4

Analysemonsters ......................................................................................................................... 12 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ................................................................................. 12 Toetsing analyseresultaten.......................................................................................................... 12 Milieuhygiënische kwaliteit grond............................................................................................... 13

5.

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................... 15

5.1 5.2

Samenvatting .............................................................................................................................. 15 Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................................... 16

BIJLAGEN 1.1 Regionale ligging 1.2 Situatieschets onderzoekslocatie met boorpunten 2 Resultaten vooronderzoek 3 Boorprofielen 4 Analyseresultaten 5 Toetsingswaarden 6 Analysemethoden

2001-2002

87/237

Verkennend bodemonderzoek Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192772)

Pagina 4 van 16

1. INLEIDING In opdracht van Van Kouswijk Jansen VOF is door Eco Reest BV een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Driesteek 7 te Zutphen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging van de verschillende onderzoekstappen.

1.1

Aanleiding en doelstelling

Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging van het onderzoeksterrein en de daaropvolgende geplande bouw van een drietal woningen. Doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen met tuin).

1.2

Kwaliteitsborging algemeen

Eco Reest BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren: Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen.

Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen.

1.3

Kwaliteitsborging onderzoek

De bodemonderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en protocollen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en accreditatieschema. In de volgende paragrafen worden de normen, beoordelingsrichtlijnen toegelicht.

2001-2002

88/237

Verkennend bodemonderzoek Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192772)

Pagina 5 van 16

1.3.1 Normen onderzoeksstrategie In tabel 1.1 zijn de kwaliteitsnormen opgenomen, die zijn toegepast voor de bepaling van de bodemonderzoeksstrategieën. Tabel 1.1 Toegepaste onderzoeksnormen

Aspect onderzoek Strategie voor uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek Strategie voor uitvoeren van verkennend (chemisch) onderzoek

Toegepaste norm NEN 5725:2017 NEN 5740:2009 + A1:2016

Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in respectievelijk § 2.6 “Afwijkingen vooronderzoek” en § 3.6 “Afwijkingen strategie(ën)”.

1.3.2 Veldwerkzaamheden Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eco Reest BV Zuidwolde is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het certificaatnummer is K96988/01, en de certificerende instelling is KIWA te Rijswijk. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform SIKB protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” en SIKB protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters”. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers, zoals weergegeven in tabel 1.2. Tabel 1.2 Betrokken veldwerkers

Aspect onderzoek Uitvoering monsterneming grond Uitvoering monsterneming grondwater

Toegepaste protocol SIKB protocol 2001 SIKB protocol 2002

Erkend veldmedewerker Dhr. T. Bonkes Dhr. W.B. Aasman Dhr. J. Kemper

Eventuele afwijkingen op de normen en protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in § 3.5 “Afwijkingen protocollen”. De bedrijf- en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu/

1.3.3 Laboratoriumwerkzaamheden

De chemische analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en W. Eurofins Analytico B.V. is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6. De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”.

2001-2002

89/237

Verkennend bodemonderzoek Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192772)

Pagina 6 van 16

Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering van de analyses naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in § 4.2 “Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden”.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de basisinformatie weergegeven van het onderzoeksgebied en wordt een samenvatting van de relevante informatie uit het vooronderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het onderzoek beschreven, gevolgd door de toetsing van de analyseresultaten in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 tenslotte is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven.

2001-2002

90/237

Verkennend bodemonderzoek Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192772)

Pagina 7 van 16

2. VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) Het vooronderzoek is de basis voor werkzaamheden die een uitspraak vereisen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie zelf, alsmede eventuele beïnvloeding(en) vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd, zoals hierna weergegeven.

2.1

Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek

Het vooronderzoek is onderverdeeld in twee stappen. In stap 1 wordt de aanleiding voor het vooronderzoek bepaald. De mogelijke aanleidingen (A t/m G) zijn weergegeven in bijlage 2. Voor de in bijlage 2 weergegeven mogelijke aanleidingen zijn in de NEN 5725:2017 diverse onderzoeksvragen geformuleerd. In stap 2 van het vooronderzoek moet antwoord verkregen worden op een deze onderzoeksvragen. Indien naar deskundigheid van de onderzoeker alle (verplichte) onderzoeksaspecten zijn behandeld en de onderzoeksvragen (zie bijlage 2) in voldoende mate zijn beantwoord, is het vooronderzoek afgerond en worden conclusies getrokken en een hypothese opgesteld.

2.2

Stap 1; aanleiding vooronderzoek

De eerste stap in het vooronderzoek is het vaststellen van de aanleiding voor vooronderzoek (zie ook bijlage 2). In het onderhavige geval is aanleiding A geselecteerd, die onderstaand is weergegeven. - A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens 6.2.1

2.3

Stap 2; onderzoeksvragen

Uit de geselecteerde aanleiding (A) voor het vooronderzoek volgt een aantal onderzoeksvragen die zijn weergegeven in bijlage 2. Op basis van het totaal aan informatie uit het vooronderzoek moeten de onderzoeksvragen worden beantwoord, waarna een hypothese voor bodemonderzoek wordt opgesteld. In tabel 2.1 zijn de onderzoeksaspecten weergegeven, waarover bij het vooronderzoek informatie moet worden verzameld. Tabel 2.1 Onderzoeksaspecten en te verzamelen informatie

Onderzoeksaspecten

Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie

2001-2002

Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw

91/237

Aanleidingen tot vooronderzoek A B C D E 0 0     

F

G

Verkennend bodemonderzoek Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192772)

Pagina 8 van 16

Onderzoeksaspecten

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?

Aanleidingen tot vooronderzoek     

 

    

0 

 

 

 

 

0  

 

  0 

  

Terreinverkenning  Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

De verzamelde informatie benoemd in tabel 2.1 met antwoorden is weergegeven in bijlage 2. In § 2.4 (samenvatting vooronderzoek) is een beschrijving van de te onderzoeken (delen van de) locatie weergegeven met antwoorden, op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen weergegeven in bijlage 2.

2.4

Samenvatting vooronderzoek

Na het raadplegen van de verschillende bronnen zijn er voldoende gegevens bekend om antwoord te geven op de geformuleerde onderzoeksvragen (bijlage 2). De onderzoekslocatie ligt aan de Driesteek 7 in Zutphen is kadastraal bekend als gemeente Zutphen, sectie p, nr. 278 (deels) en heeft een oppervlakte van ca. 6.900 m2. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1.1. De onderzoekslocatie en ligging van monsternamepunten zijn weergegeven in bijlage 1.2. Het onderzoeksterrein bestaat uit een deel van het huidige erf van de Driesteek 7 te Zutphen. Het betreft een ten dele bebouwd terreindeel dat verder is verhard met puin (aangebracht in 2007, onverdacht voor asbest). Men is voornemens ter plaatse een drietal woonkavels voor vrijstaande woningen te realiseren. In 2016 is door ons bureau ter plaatse reeds een bodemonderzoek uitgevoerd naar aanleiding van een eerder geplande ontwikkeling. Uit dit onderzoek (Eco Reest BV, kenmerk 160717, rapportage d.d. 3 augustus 2016) blijken maximaal licht verhoogde waarden aan de onderzochte parameters. De onderzoekslocatie is reeds vanaf het begin van de vorige eeuw in gebruik. Uit informatie van topotijdreis.nl en het kadaster blijkt dat de eerste bebouwing rond 1901/1902 is gerealiseerd. Tot enkele jaren terug was ter plaatse sprake van veehouderij (vleesvee).

Er zijn geen gegevens bekend aangaande opslagen van dieselolie, afgewerkte olie of andere potentieel bodembedreigende activiteiten. In 2007 is er nieuwe loods geplaatst.

2001-2002

92/237

Verkennend bodemonderzoek Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192772)

Pagina 9 van 16

Op het erf is sprake van een oude boerderij, kapschuur en een relatief nieuwe loods (bouwjaar 2007). De bebouwing is voorzien van asbestvrije golfplaten (loods 2007), damwandplaten en riet. In de loods is sprake van een kantine en verder stalling van caravans. Op het erf is verder sprake van opslag van metalen (buizen, hekwerk, etc.), enkele landbouwmachines en bouwmaterialen. Het erf is ongeveer voor 50% verhard met puin. De loods gebouwd in 2007 is eveneens verhard met puin. Het puin is aangevoerd door de huidige eigenaar van het terrein, na aankoop van het terrein en de kwaliteit is bekend bij de gemeente Zutphen. Hiervoor wordt verwezen naar de door de opdrachtgever in het verleden aangeleverde stukken bij de gemeente Zutphen. Rond de loods is voorts deels sprake van straatwerk. Het overige terrein en het weiland zijn niet voorzien van verharding.

2.5

Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek

2.6

Afwijkingen vooronderzoek

Het vooronderzoek beschouwen wij als volledig, aangezien er voldoende relevante gegevens aanwezig zijn en er in afdoende mate antwoord kan worden gegeven op de onderzoeksvragen. Gezien het feit dat de gegevens, verstrekt door de verscheidene bronnen, in voldoende mate overeenkomen met elkaar en met de aangetroffen situatie ten tijde van de terreininspectie, achten wij het vooronderzoek tevens betrouwbaar.

Er zijn bij de uitvoering van het vooronderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725:2017 naar voren gekomen.

2.7

Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NEN5740)

Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is ter plaatse van de in het vooronderzoek beschouwde locatie bodemonderzoek noodzakelijk. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek uitgevoerd de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, § 5.1. Het onderzoeksterrein is beschouwd als een onverdachte locatie.

2001-2002

93/237

Verkennend bodemonderzoek Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192772)

Pagina 10 van 16

3. VELDWERKZAAMHEDEN In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.

3.1

Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis)

De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 11 december 2019 en het grondwater is bemonsterd op 18 december 2019. In verband met een verhoogd aangetroffen gehalte aan nikkel in het grondwater, is het grondwater herbemonsterd op 6 januari 2020. Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 12 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. 5 t/m 16) en 4 boringen tot 2,0 m-mv (nrs. 1 t/m 4). Boring 1 is vervolgens doorgezet tot 2,5 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 1,5 - 2,5 m-mv, grondwaterstand 1,0 m-mv). Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 is een situatieschets van het terrein opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten.

3.2

Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater)

Op basis van de NEN 5744 zijn bij de monstername van grondwater de volgende metingen uitgevoerd:  Geleidingsvermogen (EGV of Ec); bij monstername mag dit maximaal 10 % afwijken van de voorlaatste meting;  Indien het geleidingsvermogen (zie bovenstaand) constant is, is een NTU-waarde (troebelheid) van 0 tot 10 gewenst. Indien hier niet aan wordt voldaan moet bij de beoordeling van de analyseresultaten worden bekeken of dit van invloed is;  De zuurgraad (pH) wordt eveneens beoordeeld, de NEN5744 heeft hier echter geen normen of eisen aan verbonden. In tabel 3.1 zijn de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen weergegeven. Tabel 3.1 Resultaten grondwaterbemonstering NEN 5744

Grondwaterbemonstering Voorlaatste meting Geleidingsvermogen 125 (µS/cm) Grondwaterbemonstering (herbemonstering) Voorlaatste meting Geleidingsvermogen 149 (µS/cm) -

2001-2002

Laatste meting Zuurgraad 6,2 (pH) Geleidingsvermogen 130 (µS/cm) Troebelheid 15,7 (ntu)

Beoordeling NVT Voldoet Troebel

Laatste meting

Beoordeling

Zuurgraad 6,5 (pH) Geleidingsvermogen 145 (µS/cm) Troebelheid 51 (ntu)

NVT Voldoet Troebel

94/237

Verkennend bodemonderzoek Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192772)

Pagina 11 van 16

Op basis van tabel 3.1 blijkt het geleidingsvermogen voldoende constant te zijn om over te gaan tot bemonstering. Het grondwater is echter beschouwd als troebel, bij de beoordeling van de analyses dient te worden vastgesteld of dit van invloed is geweest op het resultaat.

3.3

Bodemopbouw

De bodemopbouw van de locatie is samengevat in tabel 3.2. Tabel 3.2 Bodemopbouw onderzoekslocatie

Diepte (m-mv)

Omschrijving

0,0 1,0

Matig fijn, plaatselijk humeus zand Matig fijn zand Diepst verkende bodemlaag

- 1,0 - 2,5 2,5

Het grondwaterniveau is tijdens de monstername van het grondwater vastgesteld op een diepte van 1,05 en 1,1 m-mv.

3.4

Zintuiglijke waarnemingen

Het terrein en het opgeboorde materiaal zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld op bijzonderheden. Zintuiglijk zijn er geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Opgemerkt wordt dat de ter plaatse aanwezige puinverharding op basis van de voorinformatie (zie ook hoofdstuk 2) is aangemerkt als onverdacht voor het voorkomen van asbest. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen.

3.5

Afwijkingen protocollen

3.6

Afwijkingen strategie(ën)

Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de geldende SIKB protocollen 2001 en 2002 naar voren gekomen.

Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740:2009/A1: 2016 naar voren gekomen.

2001-2002

95/237

Verkennend bodemonderzoek Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192772)

Pagina 12 van 16

4. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING Na bemonstering van grond en grondwater zijn de monsters gekoeld opgeslagen, en ter analyse aangeboden aan het laboratorium. Alle geanalyseerde monsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de eisen, opgesteld in het AS 3000 (Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek).

4.1

Analysemonsters

In tabel 4.1 zijn de geanalyseerd grond- en grondwatermonsters weergegeven. Tabel 4.1 Analysemonsters grond en grondwater

Grondmonster Mp. 8, 9, 13, 14 en 15

Diepte (m-mv) 0,3 - 1,1

1,0 - 2,0

Motivatie Bovengrond Matig fijn zand Bovengrond Matig fijn, humeus zand Ondergrond

Mp. 1, 2, 3, 5, 6, 7, 10, 11, 12 en 16 Mp. 1 en 2

0,0 - 1,0

Analyse Standaardpakket bodem

Standaardpakket bodem

Mp. 3 en 4

1,0 - 2,5

Ondergrond

Standaardpakket bodem

Grondwatermonster Pb. 1

Filterstelling (m-mv) 2,0 - 2,5

Motivatie Grondwater

Analyse Standaardpakket grondwater Nikkel (herbemonstering)

Standaardpakket bodem

Het analysepakket “standaardpakket bodem” genoemd in tabel 4.1 bestaat uit de paramaters droge stof, lutum en organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie GC (C10-C40). Het analysepakket “standaardpakket water” bestaat uit de paramaters zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN), vluchtige organische chloorhoudende oplosmiddelen (VoCl) en minerale olie GC (C10-C40). De zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EGV) zijn in het veld bepaald bij monsterneming.

4.2

Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden

4.3

Toetsing analyseresultaten

Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden ten opzichte van de AS 3000 en/of analysemethoden van de individuele parameters.

De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. Bij de interpretatie van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van de toetsingstabel uit de Circulaire bodemsanering 2013. Hierin zijn voor de meeste gangbare parameters verwaarloosbare risiconiveaus (achtergrondwaarden, en voor grondwater streefwaarden) en maximaal toelaatbare risiconiveaus (interventiewaarden) weergegeven. Deze verwaarloosbare en maximaal toelaatbare risiconiveaus (Achtergrond- of Streefwaarden,

2001-2002

96/237

Verkennend bodemonderzoek Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192772)

Pagina 13 van 16

respectievelijk Interventiewaarden) zijn berekend met behulp van onder meer (eco)toxicologische gegevens, en hebben betrekking op de vastgestelde Nederlandse Standaardbodem, met een organische stofgehalte van 10% en een lutumgehalte van 25 %. De toetsing van gehalten aan onder andere PAK, minerale olie en zware metalen in grond is afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten, die meestal afwijken van de gehalten in de vastgestelde Standaardbodem. Bij de BoToVa-toetsing wordt daarom, per stof, het gemeten gehalte omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Deze gestandaardiseerde gehalten worden vervolgens getoetst aan de standaard toetsingswaarden, die in bijlage 5 zijn weergegeven. De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in de tabellen in de navolgende paragrafen. Onder de tabellen wordt de interpretatie van de toets-uitslag besproken. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 4.2. Tabel 4.2 Betekenis van de toetsingswaarden

Weergave tabellen

Concentratieniveau

Betekenis

≤ AW-waarde of S-waarde (of < detectiegrens) > AW-waarde of S-waarde

Geen verhoging t.o.v. achtergrondwaarde of streefwaarde gemeten Lichte verhoging gemeten

> I-waarde

Sterke verhoging gemeten

Weergave bijlage 5 * ***

Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met factor 0,7)

(v)

Tabel 4.2 is de legenda voor de interpretatie van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters, zoals weergegeven in tabellen 4.3 en 4.4.

4.4

Milieuhygiënische kwaliteit grond

In tabel 4.3 zijn de geanalyseerde grondmonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.3 Geanalyseerde grondmonsters met toetsing

Grondmonster Mp. 8, 9, 13, 14 en 15

Diepte (m-mv) 0,3 - 1,1

Analyse -

1,0 - 2,0

Motivatie Bovengrond Matig fijn zand Bovengrond Matig fijn, humeus zand Ondergrond

Mp. 1, 2, 3, 5, 6, 7, 10, 11, 12 en 16 Mp. 1 en 2

0,0 - 1,0

Mp. 3 en 4

1,0 - 2,5

Ondergrond

-

PAK > AW -

Uit tabel 4.3 blijkt dat in de humeuze bovengrond van monsterpunten 1, 2, 3, 5, 6, 7, 10, 11, 12 en 16 een gehalte aan PAK is gemeten boven de achtergrondwaarde. Verder zijn er in de grondmonsters geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Gelet op de aard en concentratie van de aangetoonde verhoging in relatie tot de onderzoeksdoelstelling, achten wij een nader grondonderzoek niet van meerwaarde.

2001-2002

97/237

Verkennend bodemonderzoek Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192772)

Pagina 14 van 16

4.4.1.1 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater In tabel 4.4 zijn de geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.4 Geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing

Grondwatermonster Pb. 1

Filterstelling (m-mv) Motivatie 2,0 - 2,5 Grondwater

Analyse Nikkel > I

Herbemonstering nikkel

Barium, cadmium, kobalt, zink en minerale olie > S Nikkel > I

Uit tabel 4.4 blijkt dat bij de oorspronkelijke bemonstering van het grondwater een sterk verhoogd gehalte aan nikkel en licht verhoogde gehalten aan barium, cadmium, kobalt, zink en minerale olie zijn gemeten. Het sterk verhoogde gehalte aan nikkel geeft aanleiding tot nader onderzoek. Dientengevolge is het grondwater herbemonsterd en geanalyseerd op nikkel. Hierbij is wederom een sterk verhoogd gehalte aan nikkel gemeten. In 2006 is in het grondwater van 5 van de 6 peilbuizen een licht verhoogd gehalte aan nikkel gemeten. Nikkel komt vermoedelijk van nature in enige mate verhoogd voor in het grondwater ter plaatse. Hoogst waarschijnlijk betreft het nu gemeten sterk verhoogde gehalte aan nikkel en tijdelijke, lokale verhoging. Er zijn tussen 2016 en heden geen bronnen bekend ter plaatse van de locatie of in de omgeving die een antropogene oorsprong zouden kunnen zijn van de sterke verhoging. De sterke verhoging wordt dan ook (evenals de licht verhoogd aangetroffen concentraties aan overige zware metalen) beschouwd als een van nature verhoogde achtergrondconcentratie. Wat het licht verhoogde gehalte aan minerale olie in het grondwater heeft veroorzaakt is niet duidelijk. Gelet op de aard en concentratie van het gemeten gehalte wordt nader onderzoek niet van meerwaarde geacht in relatie tot de onderzoeksdoelstelling.

2001-2002

98/237

Verkennend bodemonderzoek Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192772)

Pagina 15 van 16

5. SAMENVATTING EN CONCLUSIES De doelstelling van het bodemonderzoek is bereikt. In dit hoofdstuk vindt u de samenvatting van de onderzoeksresultaten, en de conclusies en aanbevelingen die daaruit voortvloeien.

5.1

Samenvatting

In opdracht van Van Kouswijk Jansen VOF is door Eco Reest BV een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Driesteek 7 te Zutphen. Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging van het onderzoeksterrein en de daaropvolgende geplande bouw van een drietal woningen. Doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen met tuin). Vooronderzoek De onderzoekslocatie ligt aan de Driesteek 7 in Zutphen en heeft een oppervlakte van ca. 6.900 m2. Het onderzoeksterrein bestaat uit een deel van het huidige erf van de Driesteek 7 te Zutphen. Het betreft een ten dele bebouwd terreindeel dat deels verder is verhard met puin (aangebracht in 2007, onverdacht voor asbest) en straatwerk. Veldwerkzaamheden Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie opgebouwd is uit matig fijn, plaatselijk humeus zand. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op 1,05 en 1,1 m-mv. Tijdens het veldwerk zijn geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen.

Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: Grond: In de bovengrond is plaatselijk een licht verhoogd gehalte aan PAK gemeten. Grondwater: In het grondwater is een vermoedelijk van nature sterk verhoogd gehalte aan nikkel gemeten (ook bij herbemonstering). Verder zijn er licht verhoogde waarden aan barium, cadmium, kobalt zink en minerale olie gemeten.

2001-2002

99/237

Verkennend bodemonderzoek Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192772)

Pagina 16 van 16

5.2

Conclusies en aanbevelingen

Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in het grondwater een van nature sterk verhoogde waarde aan nikkel is gemeten. Verder zijn in de bovengrond en het grondwater enkele overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden aangetoond. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie, is hiermee derhalve formeel verworpen. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de woonbestemming van het terrein. Als er vragen zijn naar aanleiding van het onderzoek, kunt u contact opnemen met ons bureau. Eco Reest BV J.R.W. Staal

2001-2002

100/237

Verkennend bodemonderzoek Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192772)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=9b6cb8d5-b36b-4b58-935b-3979f764198d