171396RH 2021_BW_00180
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders Besluit
2021_BW_00180
GOEDGEKEURD Vergadering van 30 maart 2021 Team Welzijn
Actualiseren samenwerkingsconvenant beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg 2023 - Besluitvormend
Zaaknummer: 171396 Portefeuillehouder: Mathijs ten Broeke Openbaar Ja Embargo Nee
Samenstelling Aanwezig: mevrouw Annemieke Vermeulen, Burgemeester; de heer Harry Matser, Wethouder; de heer Mathijs ten Broeke, Wethouder; mevrouw Annelies de Jonge, Wethouder ; mevrouw Laura Werger, Wethouder; mevrouw Anja de Rouw, Adjunct-secretaris; mevrouw Monique Stouten, gemeentesecretaris
Besluit Besluitpunt 1 Het college besluit de raad voor te stellen om bijgevoegde zienswijze, waarin is opgenomen dat de raad zich kan vinden in het concept samenwerkingsconvenant ‘beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg gemeenten Deventer, Lochem, Olst-Wijhe, Raalte en Zutphen 2023’, in te brengen bij onze beschermd wonen regio.
Motivering Aanleiding en context Zie raadsvoorstel. Beoogd effect Zie raadsvoorstel. Argumenten Zie raadsvoorstel. Kanttekeningen Zie raadsvoorstel.
1/22
Communicatie / vervolgtraject / uitvoering Zie raadsvoorstel. Rapportage / evaluatie Zie raadsvoorstel. Financiële consequenties Zie raadsvoorstel. Risico’s Zie raadsvoorstel. Personele consequenties n.v.t. Programmadoelen Programma 4. Een vitale samenleving, iedereen doet mee Toelichting programmadoelen Het samenwerkingsconvenant gaat over beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg.Deze beleidsterreinen zijn erop gericht om ook deze kwetsbare doelgroep zo zelfstandig mogelijk mee te laten doen in de samenleving.
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
2021 Raadsvoorstel zienswijze samenwerkingsconvenant beschermd wonen concept 24 maart.pdf Concept-samenwerkingsconvenant BW MO per 2023 versie 1 maart 2021.pdf concept zienswijze samenwerkingsconvenant beschermd wonen.pdf Basis Raadsmededeling zienswijze vernieuwing regionale samenwerking BW en MO versie 1 maart 2021.pdf
2/22
VOORBLAD
Griffienummer:
ONTWERP RAADSVOORSTEL Onderwerp
Programma Forum Portefeuillehouder Inlichtingen bij
Soort bevoegdheid Beleidsvrijheid Programmabegrotingswijziging
Actualiseren samenwerkingsconvenant beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg 4. Een vitale samenleving, iedereen doet keuzelijst mee oordeelsvormend Mathijs ten Broeke C. van Amerongen 06-81425901 c.vanamerongen@zutphen.nl kaderstellend geen ja
controlerend beperkt
budgetrecht ruim nee
overig
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor:
3/22
1 van 8
1. Bijgevoegde zienswijze, waarin is opgenomen dat de raad zich kan vinden in het concept samenwerkingsconvenant ‘beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg gemeenten Deventer, Lochem, Olst-Wijhe, Raalte en Zutphen 2023’, in te brengen bij onze beschermd wonen regio.
4/22
2 van 8
TOELICHTING
Inleiding/aanleiding De gemeenten Deventer, Olst-Wijhe, Lochem, Raalte en Zutphen werken sinds 1-1-2015 samen op het gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang (op grond van de Wmo 2015). Dit om op een doeltreffende en doelmatige wijze uitvoering te geven aan de wettelijke opdracht, tot toegang, continuïteit en kwaliteit van (regionale) voorzieningen beschermd wonen en maatschappelijke opvang. In die samenwerking is de gemeente Deventer door het Rijk aangewezen als centrumgemeente. De centrumgemeente Deventer ontvangt sinds 1-1-2015 rijksuitkeringen voor enerzijds beschermd wonen en anderzijds maatschappelijke opvang ten behoeve van de hele regio. Om de bestaande samenwerkingsafspraken vast te leggen is eerder onderling een convenant aangegaan. Het Rijk heeft nu het voornemen tot ‘doordecentralisatie van de rijksmiddelen beschermd wonen’ per 1-1-2023. Vanaf 1-1-2023 worden (geleidelijk over een periode van 10 jaar) de rijksmiddelen, volgens een nieuw objectief verdeelmodel, verdeeld over alle gemeenten, in plaats van alleen over de centrumgemeenten. Regionale samenwerking blijft daarbij verplicht. Door deze landelijke veranderingen rond de financiën, is het nodig dat de samenwerkende gemeenten de regionale samenwerkingsafspraken actualiseren en vernieuwen.
Wij beogen – in afstemming met de andere betrokken gemeenten – een gedegen en tijdige regionale voorbereiding op de door het Rijk voorgenomen doordecentralisatie rijksmiddelen beschermd wonen, waarbij uw raad tijdig betrokken is. Met een vernieuwd concept-convenant, dat in samenwerking tussen de gemeenten tot stand gekomen is, bereiden we ons regionaal reeds voor op de periode vanaf 1-1-2023. De gemeenteraad wordt daarom nu al in staat gesteld om eventuele wensen en bedenkingen vroegtijdig ter kennis van ons college te brengen met het oog op de voorgenomen vernieuwing van de regionale samenwerkingsafspraken. Deze kunnen door ons dan tijdig ingebracht worden in de regionale samenwerking. (Dit cf. artikel 160 Gemeentewet.) Regionaal is daarom nu het verzoek aan de gemeenteraden om voor 24 juni 2021 alle eventuele wensen en bedenkingen met betrekking tot het vernieuwde samenwerkingsconvenant kenbaar te maken. In de bijlage is de concept zienswijze bijgevoegd, waarin is opgenomen dat de raad zich kan vinden in het concept convenant, zoals dat nu voorligt.
Beoogd effect 1. Uw raad de gelegenheid te geven wensen en bedenkingen in te brengen ten aanzien van het concept samenwerkingsconvenant. 2. Te komen tot goede regionale samenwerkingsafspraken die de basis vormen voor de uitvoering van de gemeentelijke taken op het gebied van beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg met ingang van 01-01-2023.
Argumenten 1.1. Het concept-convenant beoogt de voortzetting van de huidige samenwerking die als zeer positief wordt ervaren. In 2017 heeft uw raad de Regiovisie 2017-2022 ‘Transformatie maatschappelijke opvang, 5/22
3 van 8
verslavingszorg, openbare geestelijke gezondheidszorg en beschermd wonen ggz’ vastgesteld. Daarna is door ons college het Regionaal Actieplan en het lokaal Actieplan vastgesteld. De uitvoering van de visie en de actieplannen doen we in de regionale samenwerking. De bestaande regionale samenwerking is in 2019 geëvalueerd. Hieruit komt naar voren dat de samenwerking: zorgt voor bundeling van regionale expertise; stabiel is, en goed werkt; een doelmatige inzet van gelden mogelijk maakt; en er positieve resultaten geboekt worden. Kortom, er zijn goede ervaringen opgedaan met deze regionale samenwerking. De lichte formele vorm van samenwerking in de vorm van een convenant wordt positief gewaardeerd. Dit geldt ook voor de wijze waarop de regionale organisatie is vormgegeven. Kernbegrippen zijn: gelijkwaardige inbreng, korte lijnen, solidariteit en samen optrekken. Gemeenten zitten ‘samen aan het stuur’. In het samenwerkingsconvenant wordt beschreven dat we doorgaan met de samenwerking zoals we die als gemeenten nu hebben. Daarbij geven we gezamenlijk invulling aan de regionale toegang, subsidiering van aanbieders alsmede het accountmanagement (de contacten met deze aanbieders), aan de contacten met cliëntvertegenwoordigers, en aan monitoring, toezicht en beleidsvorming.
Hiermee wordt op regionaal niveau expertise gebundeld, die we op lokaal niveau, vanwege de kleine schaal en relatief kleine doelgroep, niet kunnen borgen. Juist door de regionale samenwerking kunnen we zorgen voor kwaliteit en continuïteit. 1.2. Het concept-convenant bereidt ons voor op de landelijke wijzigingen van de doordecentralisatie. Na de landelijke doordecentralisatie is het huidige samenwerkingsconvenant niet meer toereikend, omdat de afspraken over financiën dan verouderd zijn. Het rijk stelt een niet-vrijblijvende regionale samenwerking ook als voorwaarde. Daarom moet er een nieuw samenwerkingsconvenant komen. Het concept-samenwerkingsconvenant dat is opgesteld is toegesneden op de nieuwe situatie per 1-12023. 1.3. Het concept-convenant is tot stand gekomen in goede samenwerking tussen de gemeenten. Aan het nieuwe concept-convenant is een uitgebreide voorbereiding vooraf gegaan, met inbreng van de beleids-, juridisch- en financieel-ambtenaren van alle deelnemende gemeenten. Op bestuurlijk niveau heeft het draagvlak bij alle portefeuillehouders. 1.4. De financiële afspraken in het samenwerkingsconvenant beperken de financiële risico’s van de landelijke doordecentralisatie.
Het vernieuwde convenant betekent dat met ingang van 1-1-2023 de lokale ‘beschermd wonen’ middelen gaan bijdragen aan de regionale begroting en realisatie van de regionale samenwerking ten aanzien van beschermd wonen. Deze lokale ‘beschermd wonen’ middelen, die onze gemeente na de doordecentralisatie in 2023 voor het eerst zal ontvangen, zijn nodig om de financiële continuïteit te bieden om de regiotaken samen uit te kunnen blijven voeren, waardoor toegang tot en continuïteit en kwaliteit van beschermd wonen en maatschappelijke opvang gewaarborgd is. De bijdrage van de gemeente aan de regio is daarbij gekoppeld aan de rijksbijdrage die de gemeente ontvangt voor beschermd wonen. Op dit moment is nog niet bekend of het nieuwe verdeelmodel voor individuele gemeenten voor- of nadelig zal uitpakken. Maar door de bijdrage van elke gemeente aan de regio te koppelen aan de rijksbijdrage beschermd wonen, is het per gemeente in principe budgetneutraal. En door de regionale samenwerking wordt het risico gedeeld. Ook op de langere termijn worden de risico’s op financiële uitschieters beperkt, doordat de kosten gedeeld worden.
6/22
4 van 8
Kanttekeningen 1.1. De landelijke besluitvorming en het objectief verdeelmodel is nog niet definitief. Definitieve landelijke besluitvorming over de doordecentralisatie en het nieuwe verdeelmodel wordt in het najaar van 2021 verwacht. Het college beoogt na landelijke besluitvorming opnieuw een raadsvoorstel aan u voor te leggen (naar verwachting begin 2022). Dit raadsbesluit wordt dan met name gevraagd over het uitgangspunt om de door het Rijk toe te kennen financiële middelen beschermd wonen, in te zetten ten behoeve van de uitvoering van de regionale samenwerking. Pas na een positieve besluitvorming door uw raad over dat voorstel, zullen wij het vernieuwde convenant ondertekenen. Alhoewel de landelijke besluitvorming nu nog niet definitief is, vinden we het wel belangrijk om het proces nu al goed voor te bereiden. Door nu al aan alle gemeenteraden te vragen of zij wensen en bedenkingen hebben, verwachten we begin 2022, na de landelijke besluitvorming, tot een regionaal breed gedragen voorstel aan de gemeenteraden te kunnen komen. Risico’s Er zijn financiële risico’s verbonden aan de overgang van het landelijk historisch verdeelmodel naar het objectief verdeelmodel beschermd wonen, aan de doordecentralisatie, en aan regionale samenwerking.
De risico’s van het nieuwe landelijke verdeelmodel en de doordecentralisatie zijn echter een gegeven, waar we lokaal geen directe invloed op hebben. De voorlopige uitkomsten van het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen, zoals die onlangs door het rijk gepubliceerd zijn, zien er voor onze regio goed uit. Dit biedt nog geen garanties, omdat de cijfers niet definitief zijn, maar verkleint de risico’s wel. Regionale samenwerking brengt ook altijd een inherent risico met zich mee, maar is voor beschermd wonen ook verplicht. We verwachten dat we met de voorgestelde samenwerking op grond van het conceptsamenwerkingsconvenant, de risico’s zoveel mogelijk beperken. Deze regionale samenwerking heeft zich de afgelopen jaren stabiel bewezen, qua inhoud, samenwerking en financiën. Er is regionaal de afgelopen jaren ingezet op een inhoudelijke transformatie van beschermd wonen, waarbij bewoners worden gestimuleerd zich zo veel mogelijk te ontwikkelen, zodat zij niet onnodig lang in een instelling verblijven. Ook is er regionaal een financiële buffer opgebouwd om de eventuele schokken van het nieuwe verdeelmodel op te vangen. En de afspraken in het concept-samenwerkingsconvenant zijn opgesteld om continuïteit en kwaliteit te waarborgen en financiële risico’s in te perken.
Er zijn ook inherente risico’s aan de uitvoering van beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg. Er wordt gewerkt met een zeer kwetsbare doelgroep, die soms ingewikkeld of zorgmijdend gedrag vertoont. Dit kan in de uitvoering leiden tot risico’s voor de cliënt, medewerkers of derden. Om deze risico’s te minimaliseren werken we regionaal samen, waardoor er op regionaal niveau expertise wordt gebundeld, die we op lokaal niveau, vanwege de kleine schaal en relatief kleine doelgroep, niet kunnen borgen. Juist door de regionale samenwerking kunnen we zorgen voor kwaliteit en continuïteit.
Communicatie/Vervolgtraject/Uitvoering Na uw besluit over wensen en bedenkingen wordt dit door ons ingebracht bij de samenwerkende gemeenten. De wensen en bedenkingen vanuit alle vijf betrokken gemeenten worden door de betrokken portefeuillehouders regionaal besproken, om te bepalen op welke wijze de zienswijzen van de raden dienen te leiden tot eventuele aanpassingen van het voorgenomen vernieuwde convenant.
7/22
5 van 8
Vervolgens wordt in het najaar 2021 een landelijk besluit verwacht over de doordecentralisatie van de rijksmiddelen per 1-1-2023. Na het landelijke besluit, wordt aan de vijf betrokken gemeenteraden een formeel instemmingsbesluit gevraagd. Indien de vijf raden dit instemmingsbesluit nemen, gaan de colleges zo spoedig daarna ook formeel over tot het aangaan van het vernieuwde convenant, dat als ingangsdatum 1-1-2023 krijgt, met intrekking van het huidige convenant op dezelfde datum.
Rapportage/evaluatie Regionaal is er 4 x per jaar bestuurlijk overleg beschermd wonen, waarbij wordt gerapporteerd over de voortgang in de breedte en 2 x per jaar over de financiële stand van zaken. Eén keer per jaar wordt geëvalueerd of het samenwerkingsconvenant wordt verlengd of dat dit aanpassing behoeft. Financiële rapportage aan de gemeenteraad loopt via de reguliere gemeentelijke p&c cyclus.
Financiën Op dit moment zijn er geen concrete financiële gevolgen, omdat er nog geen definitief besluit wordt gevraagd. (Hiervoor volgt een apart raadsvoorstel, naar verwachting begin 2022, na landelijke besluitvorming in het najaar van 2021). Maar desondanks kunnen we in grote lijnen al wel beschrijven wat het samenwerkingsconvenant financieel voor gevolgen gaat hebben. Vooralsnog voorzien we geen financiële problemen. De regio is goed georganiseerd en heeft een financiële buffer voor eventuele tegenslagen. Ook heeft het rijk onlangs de voorlopige uitkomsten van het nieuwe landelijke verdeelmodel voor de beschermd wonen middelen gepubliceerd. Daarin zou onze regio er financieel op vooruit gaan ten opzichte van de huidige situatie. Het is nog lang niet zeker dat de huidige voorlopige uitkomsten uiteindelijk ook de werkelijke verdeling worden. Maar het is voor nu een goede uitgangspositie. In de afspraken voor de toekomst wordt in het convenant o.a. vastgelegd: - dat de gemeenten jaarlijks hun rijksmiddelen beschermd wonen en de rijksmiddelen maatschappelijke opvang (incl. oggz en verslavingszorg) inbrengen in de regio ten behoeve van de uitvoering van de regiotaken zoals beschreven in het convenant. - dat de rijksmiddelen beschermd wonen en de rijksmiddelen maatschappelijke opvang (incl. oggz en verslavingszorg) in beginsel taakstellend zijn voor de regionale begroting.
Hiermee verloopt de doordecentralisatie beschermd wonen in principe budgetneutraal voor onze gemeentelijke begroting. Wel worden eventuele overschotten of tekorten onderling verevend, ook conform dezelfde verdeelsleutel naar rato van de rijksmiddelen. Voor de complete en precieze formuleringen zie Art. 7 van het concept samenwerkingsconvenant (zie bijlage 1). Bijlagen 1. Concept samenwerkingsconvenant beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg gemeenten Deventer, Lochem, Olst-Wijhe, Raalte en Zutphen 2023. 2. Concept zienswijze. 3. Regionale Basisnota (raadsmededeling); Zienswijze vernieuwing regionale samenwerking beschermd wonen en maatschappelijke opvang. 8/22
6 van 8
Stukken die ter inzage liggen /
9/22
7 van 8
ONTWERP BESLUIT Griffienummer:
De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
met nummer
;
gelet op besluit: Bijgevoegde zienswijze, waarin is opgenomen dat de raad zich kan vinden in het concept samenwerkingsconvenant ‘beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg gemeenten Deventer, Lochem, Olst-Wijhe, Raalte en Zutphen 2023’, in te brengen bij onze beschermd wonen regio. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op:
De voorzitter,
de griffier,
10/22
8 van 8
Samenwerkingsconvenant beschermd wonen, maatschappelijke opvang, Oggz en verslavingszorg gemeenten Deventer, Lochem, Olst-Wijhe, Raalte en Zutphen 2023
Concept 1 maart 2021
Ondergetekenden, 1.
De gemeente Deventer, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, handelend ter uitvoering van besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d……,
2.
De gemeente Lochem, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, handelend ter uitvoering van besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d……,
3.
De gemeente Olst-Wijhe, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, handelend ter uitvoering van besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d……,
4.
De gemeente Raalte, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, handelend ter uitvoering van besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d……,
5.
De gemeente Zutphen, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, handelend ter uitvoering van besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d……,
In aanmerking nemende dat - de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) aan alle gemeenten de opdracht geeft om zorg te dragen voor de continuïteit en kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning, waaronder voorzieningen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang; - de gemeenten deze gezamenlijke verantwoordelijkheid ook onderschrijven; - voor de voorzieningen betreffende beschermd wonen en maatschappelijke opvang in overleg tussen VNG en rijksoverheid een bijzondere verantwoordelijkheid is voorzien voor de voormalig centrumgemeenten aangezien zij (met ingang van 1 januari 2023 materieel); o een afnemend deel van de rijksmiddelen ontvangen voor beschermd wonen voor een periode van 10 jaar gedurende een transitieperiode voor de regio als geheel en;1 o rijksmiddelen ontvangen voor maatschappelijke opvang. - regionale samenwerking gewenst is om doeltreffende en doelmatige uitvoering van de Wmo 2015 ten aanzien van maatschappelijke opvang en beschermd wonen mogelijk te maken.
Dit ook conform artikel 2.6.1., eerste lid Wmo 2015; - deze regionale samenwerking vanaf ook verplicht is door de rijksoverheid als het gaat om beschermd wonen en maatschappelijke opvang; - het wenselijk is de bestaande afspraken over inspanningen en verplichtingen van de gemeenten in hun samenwerking inzake beschermd wonen en maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) aan te passen; - het tevens wenselijk is financiële afspraken te maken met het oog op de doordecentralisatie van rijksmiddelen beschermd wonen vanaf 1-1-2023; - partijen daartoe dit convenant wensen aan te gaan.
1 Er is sprake van een ingroeipad 2021 - 2031: gemeenten groeien van de historische verdeling (over centrumgemeenten) naar een objectieve verdeling (over alle gemeenten).
11/22 1
Komen overeen als volgt: Artikel 1. Definities In dit Samenwerkingsconvenant wordt verstaan onder: a. Centrumgemeente: de gemeente Deventer die voor de gemeenten Deventer, Olst-Wijhe Lochem Raalte en Zutphen de regiotaken uitvoert; b. Beschermd wonen: wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving; c. Gemeenten: Deventer, Lochem, Olst-Wijhe, Raalte en Zutphen; d. Maatschappelijke opvang: onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. e.
Openbare geestelijke gezondheidszorg (oggz); het geheel van activiteiten (waaronder contactlegging, onderzoek en toeleiding, alsmede het functioneren als meldpunt voor signalen van crisis of dreiging van crisis) gericht op het signaleren en tegengaan van mijding van zorg, hulp en/of maatschappelijke ondersteuning door inwoners, specifiek daar waar die mijding zorgwekkend wordt geacht voor de gezondheid, de zelfredzaamheid, de veiligheid, de stabiliteit en/of het welbevinden van de betreffende inwoner en/of zijn of haar sociale omgeving. f. Verslavingszorg: de activiteiten gericht op enerzijds het voorkomen van gezondheidsschade en maatschappelijke uitval als gevolg van verslaving en anderzijds het bevorderen van maatschappelijk herstel, dusdanig dat (a) risicogroepen vroegtijdig preventief geïnformeerd zijn over de risico’s van middelengebruik (b) verslaafde inwoners toe geleid worden naar zorg, hulp en ondersteuning en passende hulp ontvangen (c) onnodige risico’s worden tegengaan door zorg te dragen voor veilige omstandigheden van middelengebruik door verslaafde inwoners in de regio, niet zijnde activiteiten die gefinancierd worden of kunnen worden vanuit andere financiële kaders dan de decentralisatie-uitkering maatschappelijke opvang/oggz/verslavingszorg dan wel de specifieke regeling medische heroïnebehandeling g.
Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015: wet van 9 juli 2014 houdende regels betreffende de gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang; Artikel 2. Doel Dit convenant heeft tot doel om de regionale samenwerking tussen de gemeenten te beschrijven en vast te leggen. Dit ten behoeve van de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het zorgdragen voor de continuïteit en kwaliteit van beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg (Oggz) en verslavingszorg, alsmede de toegang tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Artikel 3. Bestuursstructuur 1. De gemeenteraden zijn verantwoordelijk voor de kaders van het meerjarige beleid. Zij hebben het budgetrecht. Zij oefenen het budgetrecht uit middels de jaarlijkse planningen controlcyclus van de gemeente. Vanuit deze verantwoordelijkheid geven zij de kaders voor: o de inhoudelijke ambities; o de regionale samenwerking en de in te zetten financiële middelen. 2. De colleges van burgemeester en wethouders zijn verantwoordelijk voor de uitvoering en realisatie van het (meerjarige) beleid van de regio dat door de gemeenteraden is vastgesteld alsmede de uitvoering van dit convenant. 3. Besluitvorming aangaande het samenwerkingsconvenant vindt plaats door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.
12/22 2
4.
5. 6.
De centrumgemeente geeft uitvoering aan de regiotaken. Dit voor- en namens de gemeenten. Voor de uitvoering van de regiotaken waaronder uitoefening van bevoegdheden van de Wmo 2015 krijgt het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Deventer mandaat, volmacht, machtiging c.q. opdracht van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeenten Deventer, Olst-Wijhe, Lochem, Raalte en Zutphen. De verantwoordelijkheid voor het nemen van het mandaatbesluit ligt bij de colleges van burgemeester en wethouders van de genoemde gemeenten. Om de afstemming en samenwerking op bestuurlijk niveau te waarborgen is er een regionaal bestuurlijk overleg. Het bestuurlijk overleg bestaat uit de wethouders van de gemeenten Deventer, Olst-Wijhe, Lochem, Raalte en Zutphen. Onderdeel van het bestuurlijk overleg is een bestuurlijk opdrachtgever. De bestuurlijk opdrachtgever stuurt de ambtelijk opdrachtgever aan. De wethouder van de gemeente Deventer is de bestuurlijk opdrachtgever, omdat de gemeente Deventer als centrumgemeente de regiotaken uitvoert.
Artikel 4. Organisatiestructuur 1. De centrumgemeente draagt zorg voor een regionale programma-organisatie die de regiotaken doeltreffend, doelmatig en rechtmatig uitvoert. 2. De centrumgemeente Deventer draagt hiertoe zorg voor: a. een programma-organisatie met voldoende personele capaciteit; b. een duidelijke scheiding van regionale en lokale budgetten in de Deventer programmabegroting; c. uitvoering van de taken onder de naam van de gemeenten; d. uitvoering van alle uit dit convenant voortvloeiende werkzaamheden die nodig zijn in het belang van de uitvoering van de regiotaken. 3. De uitvoering van regiotaken door de centrumgemeente vindt gescheiden plaats van de uitvoering van de lokale taken voor de gemeente Deventer zelf. 4. Onderdeel van de regionale programma-organisatie zijn onder meer: a. Programmamanager: De programmamanager is verantwoordelijk voor de algehele uitvoering van de regiotaken, alsmede de functionele/inhoudelijke aansturing van medewerkers die regiotaken uitvoeren. De programmamanager functioneert daarnaast als secretaris en eerste adviseur van het regionaal bestuurlijk overleg en participeert in noodzakelijk landelijk overleg vanuit de regio. b. Accountmanagers: De accountmanagers functioneren als contactpersoon, sparringpartner en contractmanager voor aanbieders.
Ze maken afspraken, leggen die vast en zien toe op de uitvoering en realisatie van de afspraken. Vanuit hetzelfde vertrekpunt zijn de accountmanagers contactpersoon en sparringpartner van de gemeenten. Samen met de gemeenten zorgen de accountmanagers voor samenwerking, afstemming en concrete afspraken met bovenlokale partners, zoals zorgverzekeraars en zorgkantoren. c. Programma-assistent: de programmamanager en de accountmanagers worden ondersteund door een programma-assistent. De programma-assistent biedt secretarieeladministratieve ondersteuning. d. Medewerkers regionale toegang: de medewerkers van de regionale toegang voeren onder meer gesprekken met cliënten om de ondersteuningsbehoefte vast te stellen als het gaat om beschermd wonen en maatschappelijke opvang, bewaken de ingezette trajecten en voeren voorts alle werkzaamheden uit die behoren tot het toegang verlenen tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Artikel 5. Regiotaken 1. De centrumgemeente spant zich in de uitvoering van de regiotaken maximaal in om zorg te dragen voor continuïteit en kwaliteit van beschermd wonen en maatschappelijke opvang (alsmede de toegang daartoe), de Oggz en verslavingszorg, binnen het vastgestelde regionale beleid en de vastgestelde en beschikbare daartoe bestemde rijksmiddelen. 2. De (centrum)gemeente Deventer draagt daartoe zorg voor onder meer: a.
Initiatief nemen voor regionale beleidsvorming:
13/22 3
o het ontwerpen en uitvoeren van regionaal beleid en inspanningen op het terrein van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en Oggz en verslavingszorg; o het volgen hiervan en het rapporteren hierover; o het geïnformeerd blijven over landelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de regiotaken en de operationalisatie daarvan naar de regiotaken. b. Het zorgdragen voor continuïteit en kwaliteit van voorzieningen/activiteiten: o het doelmatig en rechtmatig subsidiëren (dan wel contracteren) van voorzieningen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang alsmede de activiteiten Oggz en verslavingszorg alsmede de bewaking van de voortgang hiervan; o het in samenhang en overleg met de gemeenten aanwijzen van (een) toezichthouder(s) voor calamiteiten en incidenten, en het toezicht houden op de kwaliteit en rechtmatigheid van in elk geval de voorzieningen beschermd wonen en maatschappelijke opvang; c.
Het zorgdragen voor de toegang tot de voorzieningen beschermd wonen en maatschappelijke opvang: o overeenkomsten met daarbij behorende prestatieafspraken met de partijen die (voldoende) personeel leveren voor de toegang tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang; o opstellen van adequate regels en verordeningen ten behoeve van de toegangsprocessen; o het vaststellen van de ondersteuningsbehoefte van cliënten beschermd wonen en maatschappelijke opvang alsmede het bewaken van de voortgang van de ingezette trajecten: o het administratief en in overleg met gemeenten beschikbaar stellen van persoonsgebonden budgetten voor cliënten beschermd wonen in de gemeenten alsmede de uitvoering richting de Sociale Verzekeringsbank (SVB) rondom trekkingsrechten in het kader van het persoonsgebonden budget; o de uitvoering richting Centraal Administratie Kantoor (CAK) omtrent de inning van de eigen bijdrage, waaronder het doorvoeren van mutaties in cliëntgegevens in overleg met de gemeenten; d. Het monitoren van gegevens: o monitoren en periodiek beschikbaar stellen van relevante en door de gemeenten te bepalen sturingsinformatie; e.
Het voeren van financieel beleid en beheer (zie verder artikel 7): o op ordentelijke wijze de boekhouding voeren waardoor periodiek inkomsten en uitgaven ten aanzien van maatschappelijke opvang, Oggz, verslavingszorg en beschermd wonen inzichtelijk worden gemaakt; o het doen van uitgaven ten behoeve van de regiotaken; o het voeren van financieel beleid, dusdanig dat inkomsten en uitgaven (meerjarig) in balans zijn (of er in elk geval geen tekort ontstaat); f. Het voeren van relevant overleg met en namens de gemeenten: o het voeren van en zorgdragen voor periodiek ambtelijk en bestuurlijk overleg omtrent het bovenstaande (zie verder artikel 8). o het vertegenwoordigen van de regio in overleg met partijen als andere regio’s, gemeenten, aanbieders, cliëntenvertegenwoordigers, de Zorgkantoren, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het CAK, de SVB alsmede het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Artikel 6. Taken van de gemeenten 1. De gemeenten spannen zich maximaal in om zorg te dragen dat inwoners zo weinig mogelijk gebruik hoeven te maken van voorzieningen op het gebied van beschermd wonen, Oggz, verslavingszorg en maatschappelijke opvang. Hiertoe dragen de gemeenten zorg voor: a.
adequate, afdoende en passende (preventieve) voorzieningen en activiteiten op onder meer het terrein van werk/inkomen/schulden, maatschappelijke ondersteuning (met name individuele begeleiding, dagbesteding, vervoer en huishoudelijke hulp) 2, jeugdhulp, en wonen die complementair zijn aan de genoemde voorzieningen; 2 Waaronder voorzieningen zoals genoemd in de artikelen 2.2.1 t/m 2.2.4 alsmede 2.3.1 t/m 2.3.6 Wmo 2015 niet zijnde opvang en beschermd wonen.
14/22 4
b.
2. 3. 4.
voldoende, adequate en betaalbare (sociale) woonmogelijkheden in de eigen gemeente, bijvoorbeeld door middel van prestatieafspraken met woningcorporaties, zodat uitstroom uit voorzieningen geen of minder belemmeringen ondervinden als gevolg van een tekort aan betaalbare, adequate en goed gespreide woonmogelijkheden; c. een lokale sociale infrastructuur die vroegtijdig signalen van mogelijk maatschappelijke uitval, Multiproblematiek alsmede psychosociale en psychische problemen herkent en van daaruit proactief handelt (daarbij indien nodig gebruik makend van ggz-expertise en/of ervaringsdeskundigheid); d. (regionale) toegang tot voorzieningen in gezamenlijkheid met de andere gemeenten alsmede in samenhang met de (lokale) toegang op het terrein van maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp, werk/participatie en inkomensondersteuning; e. uitvoeren van overig regionaal- en gemeentelijk beleid en inspanningen gericht op preventie en het voorkomen van de noodzaak voor inwoners om een beroep te doen op genoemde voorzieningen. De gemeenten dragen voorts zorg voor alle uit dit convenant voortvloeiende werkzaamheden die nodig zijn in het belang van de uitvoering van deze taken. De gemeenten dragen zorg voor voldoende personele capaciteit en overige middelen ten einde de taken en bevoegdheden zoals hierboven genoemd adequaat te kunnen uitvoeren.
Waar nodig maken de gemeenten en de centrumgemeente nadere concrete afspraken over de hierboven genoemde taken en inspanningen.
Artikel 7. Financiën 1. De gemeenten brengen jaarlijks hun rijksmiddelen beschermd wonen en de rijksmiddelen maatschappelijke opvang (incl. oggz en verslavingszorg) in ten behoeve van de uitvoering van de regiotaken zoals beschreven in dit convenant. 2. De centrumgemeente stelt jaarlijks een regionale begroting en meerjarenraming op ten behoeve van de regiotaken. 3. Deze regionale begroting wordt jaarlijks in het regionaal bestuurlijk overleg vastgesteld, bij voorkeur voor 1 juli voorafgaand aan het nieuwe begrotingsjaar. Daarna kan definitieve verwerking plaatsvinden door de afzonderlijke gemeenten in het eigen proces van het opstellen van een gemeentelijke begroting voor het nieuwe begrotingsjaar. 4. Elke gemeente draagt financieel bij aan de regionale begroting in dezelfde onderlinge verhouding als hoe de decentralisatie-uitkering beschermd wonen door de gemeenten wordt ontvangen van rijkswege. 5. De rijksmiddelen beschermd wonen en de rijksmiddelen maatschappelijke opvang (incl. oggz en verslavingszorg) zijn in beginsel taakstellend voor de regionale begroting. 6. Indien voor de regiotaken niet (in enig jaar) de volledige gezamenlijke rijksmiddelen nodig zijn, worden de resterende middelen door de gemeente ingezet voor de lokale taken zoals genoemd in dit convenant. 7.
Voor de verevening van overschotten en tekorten over een bepaald kalenderjaar is de verdeelsleutel van toepassing op basis van het meest actuele objectieve lokale deel van de decentralisatie-uitkering beschermd wonen van het betreffende jaar, zoals deze blijkt uit de rijkscirculaires. 8. De centrumgemeente beheert een regionale reserve, welke als weerstandsvermogen dient. 9. Budgettaire voor- en nadelen worden na afloop van het boekjaar zo spoedig mogelijk door de centrumgemeente berekend en verrekend met de regionale reserve. Als er tekorten zijn die niet kunnen worden gedekt uit de regionale reserve, worden die door de gemeenten verevend. Overschotten worden aan het einde van elk boekjaar gereserveerd in de regionale reserve tot het door het regionaal bestuurlijk overleg vastgestelde maximumniveau. Eventuele resterende overschotten worden uitgekeerd, tenzij er actuele zwaarwegende redenen zijn om dit (vooralsnog) niet te doen (principe: vrijval tenzij). Eventuele resterende overschotten worden bij vrijval door de gemeente ingezet voor de lokale taken zoals genoemd in dit convenant. 10. Vanuit de centrumgemeente wordt voorzien in informatie die door de gemeenten kan worden benut in de eigen reguliere planning en control-cyclus. Hierbij wordt door de centrumgemeente in elk geval op twee momenten (in het voorjaar en najaar) informatie aangeleverd. 11.
In de jaarlijkse planning- en controlcyclus wordt vanuit het betreffende college van de gemeenten aan de eigen gemeenteraad informatie verstrekt over de inhoudelijke- en financiële voortgang.
15/22 5
Artikel 8. Overleg 1. Minimaal eens per kwartaal vindt er regionaal ambtelijk en bestuurlijk overleg plaats. 2. Elk van de gemeenten draagt zorg voor een passende vertegenwoordiging in deze overleggen, waarbij oog is voor de continuïteit van deze vertegenwoordiging. 3. De centrumgemeente draagt zorg voor adequate en tijdige informatie alsmede de voorbereiding en verslaglegging van de overleggen. 4. In het bestuurlijk overleg vindt op overeenstemming gericht overleg plaats. Als er geen unanimiteit is, geldt het principe van meerderheid van stemmen (er moeten minimaal drie gemeenten voor zijn). Artikel 9. Geschillenregeling 1. Een gemeente die meent dat er een geschil over de uitvoering van het convenant bestaat, treedt hierover in overleg met de centrumgemeente. Leidt dit niet tot overeenstemming, dan deelt de gemeente dat schriftelijk mee aan de andere partijen. De mededeling bevat een aanduiding van het geschil. 2. Binnen twee weken na dagtekening van de mededeling stuurt elke partij zijn zienswijze op het geschil en een oplossingsgericht voorstel aan de andere partijen, waarna de gemeenten en de centrumgemeente zo spoedig mogelijk over (de oplossing van) het geschil overleggen. Als in een geschil niet tot overeenstemming wordt gekomen, besluit het bestuurlijk overleg bij meerderheid van de stemmen. Artikel 10. Duur van het convenant 1.
Dit samenwerkingsconvenant wordt aangegaan met ingang van 1 januari 2023. 2. Voortzetting van dit samenwerkingsconvenant vindt stilzwijgend plaats met telkens twee jaar. Artikel 11. Wijzigingen en evaluatie 1. De centrumgemeente en gemeenten bespreken jaarlijks de uitvoering van het convenant. Onderdeel hiervan is te bezien of wijzigingen dan wel aanvullingen op dit convenant wenselijk zijn en op welke wijze de uitvoering van het convenant verloopt. 2. De gemeenten besluiten tot tussentijdse wijziging of aanvulling van dit convenant als de gemeenten in meerderheid hiertoe aanleiding zien. 3. Tussentijdse wijzigingen worden schriftelijk vastgelegd en aan dit convenant gehecht. Artikel 12. Opzegging 1. Opzegging gebeurt schriftelijk en wordt door de betreffende gemeente kenbaar gemaakt aan alle deelnemende gemeenten. 2. Gemeenten kunnen dit convenant opzeggen met een opzegtermijn van 2 jaar. Een opzegging gaat in op 1 januari van het jaar volgend op het jaar na toepassing van de twee kalenderjaren. 3. Ruim voor de ingangsdatum van de opzegging worden de eventuele kosten als gevolg van de opzegging (ook wel frictiekosten genoemd) geïnventariseerd.
Daadwerkelijke effectuering van de opzegging kan pas plaatsvinden als eerder dan- of uiterlijk 1,5 jaar voor de ingangsdatum van de opzegging er unaniem overeenstemming is bereikt over de verdeling van de kosten als gevolg van de opzegging alsmede de verevening van de reserve.3 4. Als een gemeente dit convenant opzegt, bezien de resterende partijen in gezamenlijk overleg of zij het convenant wensen voort te zetten, wijzigen dan wel te beëindigen.
3
Bij kosten als gevolg van de opzegging kan het onder meer gaan om frictiekosten voor de uitvoering van regiotaken. Hierbij kan worden gedacht aan personele frictiekosten. Ook kan het gaan om frictiekosten met betrekking tot voorzieningen en aanbieders waarvoor de financiering afgebouwd of gestopt moet worden.
16/22 6
Artikel 13. Citeertitel Dit convenant wordt aangehaald als: Samenwerkingsconvenant beschermd wonen, maatschappelijke opvang, Oggz en verslavingszorg gemeenten Deventer, Lochem, Olst-Wijhe, Raalte en Zutphen 2023.
Ondertekening De gemeente Deventer, voor deze,
De gemeente Lochem, voor deze,
De gemeente Olst-Wijhe, voor deze,
De gemeente Raalte, voor deze,
De gemeente Zutphen, voor deze,
……………………………
……………………………
……………………………
……………………………
……………………………
17/22 7
Aan de portefeuillehouders beschermd wonen van de regio Midden-IJssel
Inlichtingen bij: Team: Onderwerp:
C. van Amerongen Welzijn Zienswijze Convenant
Telefoon: Zaaknummer: Datum:
14 0575 171396
Bijlage(n): Uw bericht van: Uw nummer:
Geachte regionaal portefeuillehouders beschermd wonen, Op 31 mei 2021 heeft de gemeenteraad van Zutphen het concept samenwerkingsconvenant ‘beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg gemeenten Deventer, Lochem, Olst-Wijhe, Raalte en Zutphen 2023’ behandeld. Hierbij willen we u informeren dat wij ons kunnen vinden in het concept convenant, zoals dat nu is behandeld. Vragen Als u nog vragen heeft over deze brief, neemt u dan contact op met C. van Amerongen, team Welzijn. Dit kan via telefoonnummer 14 0575 (zonder kengetal) of info@zutphen.nl. Wilt u als u een bericht stuurt het zaaknummer vermelden?
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Zutphen, de burgemeester,
de secretaris,
18/22
Bijlage 3: Regionale Basisnota (RAADSMEDEDELING) Zienswijze vernieuwing regionale samenwerking beschermd wonen en maatschappelijke opvang
1. Inleiding De gemeenten Deventer, Olst-Wijhe, Lochem, Raalte en Zutphen werken sinds 1-1-2015 samen op het gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang (op grond van de Wmo 2015). Dit met het oog op een doeltreffende en doelmatige uitvoering van de wettelijke opdracht om zorg te dragen voor de continuïteit en kwaliteit van beschermd wonen en maatschappelijke opvang (alsmede de toegang daartoe). In die samenwerking is de gemeente Deventer door het Rijk aangewezen als centrumgemeente. De centrumgemeente Deventer ontvangt sinds 1-1-2015 rijksuitkeringen voor enerzijds beschermd wonen en anderzijds maatschappelijke opvang ten behoeve van de hele regio. Om de bestaande samenwerkingsafspraken vast te leggen is eerder onderling een convenant aangegaan. Met het oog op de door het Rijk voorgenomen ‘doordecentralisatie rijksmiddelen beschermd wonen’ (inmiddels voorgenomen per 1-1-2023) beogen de gemeenten de regionale samenwerkingsafspraken te actualiseren en te vernieuwen. Hiertoe is het bestaande samenwerkingsconvenant geactualiseerd en vernieuwd. De gemeenteraden zijn juist voor de start van de coronamaatregelen via een raadsinformatiebijeenkomst op 10 maart 2020 in de gelegenheid gesteld om zich te informeren over de huidige samenwerking en de veranderingen in verband met de landelijke aangekondigde doordecentralisatie rijksmiddelen beschermd wonen.
Nu er een landelijk principe-besluit is wordt middels deze raadsmededeling aan de betrokken gemeenteraden tijdig de gelegenheid gegeven eventuele wensen en bedenkingen kenbaar te maken ten aanzien van de te vernieuwen samenwerkingsafspraken. Dit cf. artikel 160 Gemeentewet. 2. Kaders Gemeentewet, Wmo 2015 en ‘Samenwerkingsconvenant beschermd wonen en maatschappelijke opvang gemeenten Deventer, Lochem, Olst-Wijhe, Raalte en Zutphen’. 3. Kern van de boodschap Het college beoogt – in afstemming met de andere betrokken gemeenten – een gedegen en tijdige regionale voorbereiding op de door het Rijk voorgenomen doordecentralisatie rijksmiddelen beschermd wonen, waarbij uw raad tijdig betrokken is. Met een vernieuwd concept-convenant, die opnieuw in samenwerking tussen de gemeenten tot stand gekomen is, bereiden we ons regionaal reeds voor op de periode vanaf 1-1-2023, te weten de datum waarin gemeenten en Rijk beogen de doordecentralisatie rijksmiddelen beschermd wonen in te laten gaan. De gemeenteraad wordt daarom nu (dit voorjaar 2021) in staat gesteld om eventuele wensen en bedenkingen vroegtijdig ter kennis van het college te brengen met het oog op de voorgenomen vernieuwing van de regionale samenwerkingsafspraken. Deze kunnen door ons college dan tijdig ingebracht worden in de regionale samenwerking.
Verzoek is dan ook om dit voorjaar 2021 eventuele wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Eind 2021 wordt definitieve landelijke besluitvorming verwacht met betrekking tot de doordecentralisatie rijksmiddelen beschermd wonen en voor die tijd wensen de samenwerkende gemeenten gereed te zijn om ook daarna tijdig regionaal invulling te kunnen geven aan het landelijke besluit. 4. Nadere toelichting Wat ging aan de zgn. doordecentralisatie rijksmiddelen beschermd wonen vooraf? In 2015 bracht de VNG-adviescommissie toekomst beschermd wonen (zgn. “commissie Dannenberg”) in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een advies uit over de toekomst van het beschermd wonen. De commissie schreef een toekomstvisie over beschermd wonen, inclusief uitgangspunten voor een financieel (objectief) verdeelmodel en Versie: 1 maart 2021
19/22
samenwerking tussen gemeenten. In het rapport ‘Van beschermd wonen naar een beschermd thuis’ stelt de commissie de leefomgeving, behoeften en doelen van de cliënt zelf centraal. In het rapport worden randvoorwaarden en condities aangegeven om tot sociale inclusie te kunnen komen. Het rapport van de commissie mocht op veel positieve reacties rekenen en vormt de basis voor landelijk- en regionaal beleid. De beoogde transformatie is regionaal vervat in de door uw raad vastgestelde regionale visie en actieplan inzake beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Waarom dienen de samenwerkingsafspraken aangepast te worden? Vanuit de visie van de landelijke commissie transformatie beschermd wonen is recent (december 2020) landelijk in principe besloten vanaf 1-1-2023 de rijksmiddelen beschermd wonen objectief te verdelen van de centrumgemeente (t.b.v. de regio) naar iedere individuele gemeente (met daarbij een samenwerkingsplicht tussen gemeenten, dus ook t.b.v. de regio). Omdat de budgetten daarmee anders zullen gaan lopen dan nu dienen de bestaande samenwerkingsafspraken ten aanzien van de financiële middelen in elk geval aangepast te worden. Het Rijk werkt in overleg met gemeenten (via de VNG) al enige tijd aan de voorbereiding van deze doordecentralisatie rijksmiddelen beschermd wonen.
Met het oog op een zorgvuldige voorbereiding is de landelijke invoeringsdatum recent uitgesteld tot 1-1-2023. Achtergrond daarvan is de te hanteren objectieve verdeling over regio’s (en gemeenten) nog in consultatie gebracht moet worden. Landelijke besluitvorming wordt nu verwacht in het najaar 2021. Een belangrijke voorwaarde voor landelijke besluitvorming is en blijft een nietvrijblijvende vorm van regionale samenwerking. Wat zijn de ervaringen met de bestaande regionale samenwerking? De bestaande regionale samenwerking is geëvalueerd. Hieruit komt naar voren dat de samenwerking: Zorgt voor bundeling van regionale expertise; Stabiel is, en goed werkt; Een doelmatige inzet van gelden mogelijk maakt; Leidt tot positieve resultaten. Kortom, er zijn goede ervaringen opgedaan met deze regionale samenwerking. De lichte vorm van samenwerking in de vorm van een convenant wordt positief gewaardeerd. Dit geldt eveneens voor de wijze waarop de regionale organisatie is vormgegeven. Kernbegrippen zijn: gelijkwaardige inbreng, korte lijnen, solidariteit en samen optrekken. Gemeenten zitten ‘samen aan het stuur’. Welke keuze wordt nu gemaakt met dit vernieuwde convenant? Het vernieuwde convenant bouwt voort op de bestaande samenwerking.
De vijf samenwerkende gemeenten – Deventer, Olst-Wijhe, Lochem, Raalte en Zutphen– geven voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang samen vorm aan de contacten met cliëntvertegenwoordigers, dragen samen zorg voor regionale toegang, subsidiering van aanbieders alsmede het accountmanagement (contacten met deze aanbieders), monitoring en beleidsvorming. De betreffende gemeenten wensen hier mee door te gaan. Ook is er de wens om de financiële onderlinge afspraken in de toekomst op vergelijkbare wijze (als nu) vorm te geven, maar daarbij wel rekening houdend met de doordecentralisatie van rijksmiddelen beschermd wonen, te verwachten per 1-1-2023. Met de bestaande samenwerking kan voldaan blijven worden aan de verplichte regionale samenwerking. Wat verandert er waardoor een vernieuwd convenant noodzakelijk is? De gemeente Deventer vervult de rol van centrumgemeente en ontvangt tot 1-1-2023 de rijksmiddelen voor de uitvoering van de taken ten behoeve van de regio als geheel. De verandering die met ingang van 1-1-2023 effect heeft, is dat de rijksmiddelen beschermd wonen niet meer naar de centrumgemeente Deventer als geheel gaan, maar naar iedere afzonderlijke gemeente. Alle vijf gemeenten krijgen (in een geleidelijke opbouw vanaf 1-1-2023) rechtstreeks middelen voor beschermd wonen. De rijksmiddelen voor maatschappelijke opvang blijven voorlopig wel bij de centrumgemeente.
Deze verandering qua geldstromen vraagt aanpassing van het bestaande convenant. Wat is de belangrijkste wijziging ten opzichte van het bestaande convenant? Het vernieuwde convenant betekent dat met ingang van 1-1-2023 de vanaf dat moment te ontvangen lokale ‘beschermd wonen’-middelen gaan bijdragen aan de regionale begroting en realisatie van de Versie: 1 maart 2021
20/22
regionale samenwerking ten aanzien van beschermd wonen. De belangrijkste wijziging betreft dan ook artikel 7 van het convenant. Dit artikel gaat over de bijdrage vanuit de gemeenten Deventer, Lochem, Olst-Wijhe, Raalte en Zutphen aan de samenwerking. Omdat de rijksmiddelen vanaf 1-12023 stapsgewijs deels naar de vijf gemeenten gaan, is vanuit elke gemeente vanaf 1-1-2023 een bijdrage nodig om financiële continuïteit te creëren om de regiotaken (artikel 5 van het convenant) samen uit te kunnen blijven voeren, waardoor toegang tot en continuïteit en kwaliteit van beschermd wonen en maatschappelijke opvang gewaarborgd is. Een belangrijke wijziging gaat daarbij over het uitgangspunt om de door het Rijk toe te kennen financiële middelen beschermd wonen vanuit elke gemeente in te zetten ten behoeve van de uitvoering van de regionale samenwerking beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Wat zijn de verwachtingen ten aanzien van de herverdeling (objectivering) van rijksmiddelen beschermd wonen voor de regio? Met de doordecentralisatie van rijksmiddelen beschermd wonen (van centrumgemeenten naar alle gemeenten) worden deze rijksmiddelen gelijktijdig objectief landelijk herverdeeld tussen regio’s (van historische verdeling naar objectieve verdeling).
De voorlopige uitkomsten zijn recent door het Rijk gepubliceerd en worden binnenkort (ook dit voorjaar 2021) in consultatie gebracht bij de gemeenten. Deze voorlopige objectieve verdeling leidt tot een stijging van de rijksmiddelen voor de samenwerkingsregio als geheel in vergelijking met de huidige historische verdeling van de rijksmiddelen beschermd wonen die de regio nu ontvangt. Tegelijkertijd is nog verre van zeker dat tot de voorliggende objectieve verdeling landelijk ook daadwerkelijke besloten zal worden. Mocht dit najaar 2021 landelijk besloten worden tot de doordecentralisatie van rijksmiddelen beschermd wonen per 1-1-2023 middels de nu gepubliceerde voorgenomen landelijke objectieve verdeling dan betekent dit voor de gemeenten die deze samenwerkingsregio vormen dat hiermee in elk geval een positief financieel effect zal ontstaan. Alhoewel door de waarborgen die opgenomen zijn in het convenant de financiële risico’s goed zijn afgedekt, zouden daarmee de financiële risico’s met het voortzetten van de samenwerking nog verder verminderd worden. 5.
Vervolg Nadat de raden van de vijf samenwerkende gemeenten de gelegenheid is gegeven hun zienswijze, en daarmee hun eventuele wensen en bedenkingen, kenbaar te maken aan het colleges, zullen de vertegenwoordigers van de vijf colleges, deze zienswijzen bespreken in overeenstemming gericht overleg en besluiten op welke wijze de zienswijzen van de raden dienen te leiden tot aanpassingen van het voorgenomen vernieuwde convenant. Dit vindt plaats in het regionaal bestuurlijk overleg beschermd wonen en maatschappelijke opvang, zoals ook vastgelegd in het bestaande convenant. In beginsel zal dit plaatsvinden op 24 juni 2021. Resultaat hiervan is dat er voor het zomerreces 2021 een samenwerkingsconvenant gereed is voor de periode vanaf 1-1-2023, waarbij de zienswijzen van de vijf betrokken gemeenteraden zo maximaal mogelijk zijn betrokken. Vervolgens wordt in het najaar 2021 een landelijk besluit verwacht over de doordecentralisatie van rijksmiddelen per 1-1-2023. Wordt dit landelijke besluit inderdaad genomen dan wordt zo spoedig na dat landelijke besluit, een formeel instemmingsbesluit aan de betrokken gemeenteraden gevraagd.
Dit met het oog op het budgetrecht van de raden en aangezien een belangrijke wijziging van de samenwerking het uitgangspunt is om de door het Rijk toe te kennen financiële middelen beschermd wonen vanuit elke gemeente in te zetten ten behoeve van de uitvoering van de regionale samenwerking beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Indien de vijf raden dit instemmingsbesluit nemen, zullen de colleges zo spoedig mogelijk daarna ook formeel overgaan tot het aangaan van het vernieuwde convenant, wat vervolgens als ingangsdatum 1-1-2023 zal kennen, met intrekking van het huidige convenant op dezelfde datum. 6. Bijlagen Concept-samenwerkingsconvenant beschermd wonen, maatschappelijke opvang, oggz en verslavingszorg gemeenten Deventer, Olst-Wijhe, Lochem, Raalte en Zutphen 2023.
Versie: 1 maart 2021
21/22
22/22