CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

1116354 - Bijlage 3 - Was-wordt-tabel Financiële verordening gemeente Zutphen 2025

Raadsvergadering 15 december 2025, gemeente ZutphenBij agendapunt: Financiële verordening gemeente Zutphen 2025 en Nota financieel beleid 20252.061 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel Financiële verordening gemeente Zutphen 2025

Financiële verordening gemeente Zutphen 2024 was

Financiële verordening gemeente Zutphen 2025 wordt

Artikel 2 Begroting 1. De raad kan met ingang van het eerstvolgende begrotingsjaar na aanvang van iedere raadsperiode een nieuwe programma-indeling voor die raadsperiode vaststellen. 2. De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren zoals opgenomen in het BBV. 3. De raad kan met ingang van het eerstvolgende begrotingsjaar na aanvang van iedere raadsperiode vaststellen over welke onderwerpen hij in extra paragrafen, naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken, kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. 4. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma, het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen en de post voor onvoorzien. 5. De raad geeft bij de begrotingsbehandeling aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden met het vaststellen van de begroting geautoriseerd. 6. In de begroting worden van de nieuwe investeringen het investeringskrediet en de meerjarenraming van de kapitaallasten weergegeven. 7. De meerjarenbegroting is structureel sluitend. 8. Structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Een uitzondering hierop wordt gevormd door

Artikel 2 Begroting 1. De raad kan met ingang van het eerstvolgende begrotingsjaar na aanvang van iedere raadsperiode een nieuwe programma-indeling voor die raadsperiode vaststellen. 2. Het college past met ingang van het eerstvolgende begrotingsjaar na aanvang van iedere collegeperiode een vorm van zerobasedbudgetting toe bij het opstellen van de begroting. 3. Minimaal eens per vier jaar wordt de begrotingsindeling en de wijze van presenteren geëvalueerd. 4. De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren zoals opgenomen in het BBV. 5. De raad kan met ingang van het eerstvolgende begrotingsjaar na aanvang van iedere raadsperiode vaststellen over welke onderwerpen hij in extra paragrafen, naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken, kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. 6. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma, het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen en de post voor onvoorzien. 7. De raad geeft bij de begrotingsbehandeling aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden met het vaststellen van de begroting geautoriseerd. 8.

In de begroting worden van de nieuwe investeringen het investeringskrediet en de meerjarenraming van de kapitaallasten weergegeven. 9. De begroting wordt opgesteld op basis van reële baten en lasten. 10. De meerjarenbegroting is structureel sluitend. 11. Structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Een uitzondering hierop wordt gevormd door onttrekkingen uit de reserves

toelichting Naar aanleiding van de financiële spelregels van de raadswerkgroep ‘Herijking financiële kaders (2025)’ zijn het tweede, derde, negende, twaalfde, dertiende en veertiende lid toegevoegd.

1

Financiële verordening gemeente Zutphen 2024 was

Financiële verordening gemeente Zutphen 2025 wordt

onttrekkingen uit de reserves bestemd voor kapitaallasten en door onttrekkingen uit egalisatiereserves. 9. Bij het aanbieden van de begroting rapporteert het college aan de raad over de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de adviezen van de auditcommissie. 10. Op voorstel van het college kan de raad besluiten de opbouw van de begroting op een andere manier vorm te geven. 11. In het overzicht incidentele baten en lasten in de programmabegroting worden de incidentele baten en lasten van € 100.000,00 of hoger afzonderlijk gespecificeerd.

bestemd voor kapitaallasten en door onttrekkingen uit egalisatiereserves. 12. In afwijking van het tiende en elfde lid, kan het college incidenteel de raad voorstellen om een niet-sluitende begroting vast te stellen. De raad beslist hierover bij de voorjaarsnota en in uitzonderlijke gevallen bij de begroting. 13. De meerjarenbegroting wordt opgesteld op basis van constante prijzen: alle jaren van de begroting zijn begroot op het prijspeil van het eerste begrotingsjaar. 14. De begroting wordt jaarlijks bijgesteld op basis van de actuele indexatie van prijs en loon met uitzondering van investeringskredieten. 15. Bij het aanbieden van de begroting rapporteert het college aan de raad over de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de adviezen van de auditcommissie. 16. Op voorstel van het college kan de raad besluiten de opbouw van de begroting op een andere manier vorm te geven. 17. In het overzicht incidentele baten en lasten in de programmabegroting worden de incidentele baten en lasten van € 100.000,00 of hoger afzonderlijk gespecificeerd. Artikel 4 Uitvoering begroting 1. Het college waarborgt een rechtmatige, doelmatige en doeltreffende realisatie van de bij de begroting geformuleerde doelen. 2. Het college draagt zorg voor het voorkomen van overschrijdingen van de begrote lasten of onderschrijdingen van de begrote baten. 3.

Het college vangt overschrijdingen van de begrote lasten of onderschrijdingen van de begrote baten eerst op binnen het begrotingsprogramma. Als dat niet mogelijk is, kan het college de raad voorstellen om de begroting te wijzigen. 4. Bij een motie die leidt tot extra lasten of minder baten geldt het volgende: a. een motie is bij voorkeur voorzien van een dekkings- of financieringsvoorstel, dit is echter niet verplicht;

Artikel 4 Uitvoering begroting 1. Het college waarborgt een rechtmatige, doelmatige en doeltreffende realisatie van de bij de begroting geformuleerde doelen. 2. Het college draagt zorg voor het voorkomen van overschrijdingen van de begrote lasten of onderschrijdingen van de begrote baten. 3. Een in te dienen motie die leidt tot extra lasten of minder baten, moet door de indiener ervan zijn voorzien van een dekkingsvoorstel.

toelichting

Naar aanleiding van de financiële spelregels van de raadswerkgroep ‘Herijking financiële kaders (2025)’ is een nieuwe derde lid ingevoegd onder vernummering en aanpassing van het daaropvolgende lid.

2

Financiële verordening gemeente Zutphen 2024 was

Artikel 5 Tussentijdse rapportage 1. Het college legt minimaal twee keer per jaar een tussentijdse (bestuurs)rapportage ter vaststelling voor aan de raad over de realisatie van de begroting. 2. Het college rapporteert in de tussentijdse (bestuurs)rapportages over belangrijke afwijkingen van zowel de baten als de lasten, investeringskredieten, beleidsmatige afwijkingen, risico’s, nieuwe ontwikkelingen, de prognose van het (meerjarig) begrotingssaldo en de prognose van de algemene reserve. 3. Bij de bespreking van de tussentijdse (bestuurs)rapportage in de raad doet het college, indien van toepassing, voorstellen aan de raad voor wijziging van de begroting, bijstelling van beleid of wijziging van investeringskredieten. Artikel 6 Jaarstukken 1. In de jaarstukken geeft het college per programma tenminste aan welke doelen zijn bereikt en welke niet, welke prestaties hiervoor zijn geleverd en de baten en lasten per programma. 2. In de jaarstukken worden de geautoriseerde investeringskredieten en de uitputting van de investeringskredieten weergegeven. 3. Het college rapporteert in de jaarstukken over de wijze waarop is omgegaan met door de raad aangenomen moties.

Financiële verordening gemeente Zutphen 2025 wordt b. de indiener van de motie spant zich in om de financiële consequenties van de motie in te schatten; c. een motie met een grote financiële impact moet tijdig ingediend worden, bij voorkeur voor de oordeelsvormende raadsvergadering; d. de raad is terughoudend met het steunen van een motie als er onzekerheid is over de betaalbaarheid van de motie. Artikel 5 Tussentijdse rapportage 1. Het college legt minimaal twee keer per jaar een tussentijdse (bestuurs)rapportage ter vaststelling voor aan de raad over de realisatie van de begroting. 2. Het college rapporteert in de tussentijdse (bestuurs)rapportages over belangrijke afwijkingen van zowel de baten als de lasten, investeringskredieten, beleidsmatige afwijkingen, risico’s, nieuwe ontwikkelingen, de prognose van het (meerjarig) begrotingssaldo en de prognose van de algemene reserve. 3. Bij tussentijdse (bestuurs)rapportages zijn alleen begrotingswijzigingen toegestaan die budgettair neutraal zijn en begrotingswijzigingen die betrekking hebben op het overhevelen van budgetten of kredieten naar een volgend begrotingsjaar.

Artikel 6 Jaarstukken 1. In de jaarstukken geeft het college per programma tenminste aan welke doelen zijn bereikt en welke niet, welke prestaties hiervoor zijn geleverd en de baten en lasten per programma. 2. In de jaarstukken worden de geautoriseerde investeringskredieten en de uitputting van de investeringskredieten weergegeven. 3. Het college rapporteert in de jaarstukken over de wijze waarop is omgegaan met door de raad aangenomen moties. 4. Incidentele budgetten kunnen overgeheveld worden naar het volgende begrotingsjaar als activiteiten behorend bij een budget niet of niet volledig tot uitvoering zijn gekomen in het begrotingsjaar en als de

toelichting

Naar aanleiding van de financiële spelregels van de raadswerkgroep ‘Herijking financiële kaders (2025)’ is het derde lid gewijzigd.

Naar aanleiding van de financiële spelregels van de raadswerkgroep ‘Herijking financiële kaders (2025)’ is het vierde lid gewijzigd.

3

Financiële verordening gemeente Zutphen 2024 was 4. Incidentele budgetten kunnen overgeheveld worden naar het volgende begrotingsjaar als activiteiten behorend bij een budget niet of niet volledig tot uitvoering zijn gekomen in het begrotingsjaar en als de beleidsinhoudelijke noodzaak tot uitvoering nog steeds aanwezig is en als uitvoering van de activiteiten in het volgende begrotingsjaar reëel is. 5. Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het college de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. Het college biedt dit voorstel uiterlijk in december van het betreffende jaar aan de raad aan. 6. In de eerste begrotingswijziging van het volgende begrotingsjaar wordt de raad voorgesteld om de op grond van het vijfde lid overgehevelde budgetten toe te voegen aan de begroting. 7. Ten behoeve van toetsing van doelmatigheid en doeltreffendheid van het vastgestelde beleid draagt het college zorg voor het vastleggen van gegevens over maatschappelijke effecten en de wijze waarop die gerealiseerd worden. 8. In het overzicht incidentele baten en lasten in de jaarstukken worden de incidentele baten en lasten van € 100.000,00 of hoger afzonderlijk gespecificeerd. Artikel 8 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1.

In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over fouten en onduidelijkheden met een verantwoordingsgrens van 3% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves.

Financiële verordening gemeente Zutphen 2025 wordt

5.

6.

7.

8.

toelichting

beleidsinhoudelijke noodzaak tot uitvoering nog steeds aanwezig is en als uitvoering van de activiteiten in het volgende begrotingsjaar reëel is. Het over te hevelen budget moet hoger zijn dan € 50.000. Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het college de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. Het college biedt dit voorstel uiterlijk in december van het betreffende jaar aan de raad aan. In de eerste begrotingswijziging van het volgende begrotingsjaar wordt de raad voorgesteld om de op grond van het vijfde lid overgehevelde budgetten toe te voegen aan de begroting. Ten behoeve van toetsing van doelmatigheid en doeltreffendheid van het vastgestelde beleid draagt het college zorg voor het vastleggen van gegevens over maatschappelijke effecten en de wijze waarop die gerealiseerd worden. In het overzicht incidentele baten en lasten in de jaarstukken worden de incidentele baten en lasten van € 100.000,00 of hoger afzonderlijk gespecificeerd.

Artikel 8 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over fouten en onduidelijkheden met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente, exclusief de dotaties aan de reserves. 2. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde fouten en onduidelijkheden groter dan € 100.000,00 nader toegelicht.

Naar aanleiding van de wijziging van het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) is het eerste lid gewijzigd.

4

Financiële verordening gemeente Zutphen 2024 was 2. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde fouten en onduidelijkheden groter dan € 100.000,00 nader toegelicht. Artikel 12 Nota financieel beleid Het college biedt de raad periodiek een nota financieel beleid ter vaststelling aan. Deze nota bevat het beleid over de volgende onderwerpen: a. reserves en voorzieningen; b. rentebeleid; c. activa, waardering en afschrijven; d. weerstandsvermogen en risicomanagement; e. leningen, borg- en garantstellingen; f. beleidsuitgangspunten

Financiële verordening gemeente Zutphen 2025 wordt

Artikel 12 Nota financieel beleid Het college biedt de raad periodiek een nota financieel beleid ter vaststelling aan. Deze nota bevat het beleid over de volgende onderwerpen: a. reserves en voorzieningen; b. rentebeleid; c. activa, waardering en afschrijven; d. weerstandsvermogen en risicomanagement; e. leningen, borg- en garantstellingen; f. beleidsuitgangspunten; g. overhead

toelichting

Naar aanleiding van de ‘Notitie Overhead 2023’ van de commissie BBV is ‘g. overhead’ toegevoegd.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=0714f0fb-7c2c-418b-a621-f604bb28e658