1106916 - Bijlage 4 - Planregels
Tekst van het document
Bestemmingsplan Glastuinbouw De Hoven Noord Bestemmingsplanregels
Looije Agro Technics
Inhoudsopgave 1 HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 - Begrippen Artikel 2 - Wijze van meten
4 4 11
HOOFDSTUK 2: FUNCTIES – AGRARISCH Artikel 3 - Agrarisch Artikel 4 - Agrarisch - glastuinbouw
14 14 14
HOOFDSTUK 3: FUNCTIES – BEDRIJVEN Artikel 5 – Bedrijven
18 18
HOOFDSTUK 4 FUNCTIES – INFRASTRUCTUUR Artikel 6 – Verkeer Artikel 7 – Water
19 19 19
HOOFDSTUK 5 FUNCTIES – NATUUR Artikel 8 - Groen – landschappelijke versterking
21 21
HOOFDSTUK 6 FUNCTIES – WONEN Artikel 9 – Wonen
23 23
HOOFDSTUK 7 GEBIEDSKWALITEIT – ARCHEOLOGIE Artikel 10 - Waarde - Archeologie lage verwachtingswaarde Artikel 11 - Waarde – Archeologie middelhoge verwachtingswaarde
25 25 28
HOOFDSTUK 8 GEBIEDSKWALITEIT – LANDSCHAP Artikel 12 - Waarde - Kronkelwaarden
32 32
HOOFDSTUK 9 OVERIGE REGELS - ENERGIE Artikel 13 - Windturbines Artikel 14 - Zonne-energie
33 33 33
HOOFDSTUK 10 OVERIGE REGELS – LEIDINGEN Artikel 15 - Leiding - Buisleidingenstrook Artikel 16 - Leiding - Gas Artikel 17 - Leiding - Hoogspanningsverbinding Artikel 18 - Leiding - Riool Artikel 19 - Leiding - Water
35 35 35 36 37 37
HOOFDSTUK 11 – ALGEMENE REGELS – AANDUIDINGSREGELS Artikel 20 - Veiligheidszone – nutsvoorziening
39 39
HOOFDSTUK 12: ALGEMENE REGELS - BOUWEN Artikel 21 - Algemene bouwregels Artikel 22 - Anti-dubbeltelregel Artikel 23 - Welstand Artikel 24 - Parkeren
40 40 41 41 41
© Looije Agro Technics BV, 2025
2
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
HOOFDSTUK 13 ALGEMENE REGELS – FLEXIBILITEIT Artikel 25– Algemene belangenafweging Artikel 26 - Nadere eisen
46 46 46
HOOFDSTUK 14 ALGEMENE REGELS – GEBRUIK Artikel 27- Algemene gebruiksregels
47 47
HOOFDSTUK 15 ALGEMENE REGELS – MILIEUREGELS Artikel 28 - Stikstof
48 48
HOOFDSTUK 16 ALGEMENE REGELS – UITVOEREN WERKEN/WERKZAAMHEDEN Artikel 29 - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden Artikel 30 - Kapverbod Artikel 31 - Bestrijding van boomziekten
49
HOOFDSTUK 17 ALGEMENE REGELS - VERBLIJFSGEBIED Artikel 32 - Bruikbaarheid en aanzien van de weg Artikel 33 - Veiligheid op de weg Artikel 34 - Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Artikel 35 - Vuurwerk Artikel 36 - Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Artikel 37 - Kamperen buiten kampeerterreinen Artikel 38 - Parkeerexcessen Artikel 39 - Venten Artikel 40 - Standplaatsen Artikel 41 - Openbaar water Artikel 42 - Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Artikel 43 - Oplaadpalen Artikel 44 - Bescherming gemeentelijke houtopstanden
54 54 55 55 56 57 57 57 58 59 59 60 60 62 63
HOOFDSTUK 18: OVERGANGSRECHT Artikel 45 - Overgangsrecht Artikel 46 - Slotregel
64 64 65
© Looije Agro Technics BV, 2025
3
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
49 51 52
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 - Begrippen 1.1 plan Het bestemmingsplan Glastuinbouw De Hoven Noord met identificatienummer NL.IMRO.0301.bp0104Glastuinbouw-on01 van de gemeente Zutphen; 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten als met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 verbeelding De analoge en digitale voorstelling van de in het bestemmingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie; 1.4 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 afwijken van de bouwregels en/of gebruiksregels Een afwijking als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c van de Wet ruimtelijke ordening; 1.7 agrarisch bedrijf, niet zijnde een veehouderij Een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen; 1.8 archeologisch onderzoek Onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst of instelling dat beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid van de Erfgoedwet; 1.9 archeologische deskundige De gemeentelijk (beleids)archeoloog of een andere door het college van burgemeester en
wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg; 1.10 archeologische verwachting De toegekende hoge, middelmatige of lage archeologische verwachting in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;
© Looije Agro Technics BV, 2025
4
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
1.11 archeologische waarde Een toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden; 1.12 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.13 bebouwingspercentage een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bestemmingsvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd, tenzij in de regels anders is bepaald; 1.14 bed & breakfast een overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, geen verblijf in verband met seizoensgebonden werkzaamheden of tijdelijke werkzaamheden; 1.15 bedrijf Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.16 bedrijfsplan Een plan waarin de gewenste ontwikkeling en doelstellingen van een onderneming voor een bepaalde periode zijn vastgelegd en onderbouw; 1.17 bedrijfsgebouw Een gebouw dat in functie staat voor de uitoefening van een bedrijf.
Bedrijfsgebouwen kunnen worden gebruikt voor teelt-gerelateerde werkzaamheden, techniekruimtes, laad- en losvoorzieningen, administratieve werkzaamheden, of sociale voorzieningen (hieronder vallen bijvoorbeeld kantine, toiletten, douches, kleedruimtes, etc.); 1.18 bedrijfswoning Een woning die een functionele binding heeft met het bedrijf, de instelling of de inrichting, ten behoeve van beheer van en/of toezicht op het bedrijf, de instelling of de inrichting; 1.19 bemestingsvrije zone Een zone rondom een burgerwoning van 30 meter waarin geen dierlijke mest mag worden uitgereden. Dit om te voorkomen dat er geuroverlast ontstaat in/rondom de woningen. Dit verbod geldt niet voor kunstmest; 1.20 bestaand a. Bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een
© Looije Agro Technics BV, 2025
5
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding van het plan is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. Bij gebruik: het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldende planologische regime waarbij uitgegaan wordt van bijlage 1 van deze planregels; 1.21 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak; 1.22 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.23 bijgebouw Een gebouw ten dienste van een groter genot van het gebruik van het hoofdgebouw, zoals garages, hobbyruimten, schuurtjes, bergingen, hobbykasjes, tuinhuisjes en huisdierenverblijven; 1.24 bomeneffectanalyse Een beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg van een houtopstand; 1.25 boom Een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een stamomtrek van minimaal 55 cm gemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamomtrek van de dikste stam.
In afwijking van deze minimale stamomtrek van 55 cm geldt geen minimale stamomtrek indien het bomen zijn, geplant op grond van de voorgeschreven herplantplicht en bij bomen als waarvoor algemene regels gelden op grond van dit plan; 1.26 boomgaard Stuk grond, hobbymatig beplant met fruitbomen; 1.27 boomwaarde De monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen; 1.28 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergoten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.29 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.30 bouwperceelsgrens De grens van een bouwperceel; © Looije Agro Technics BV, 2025
6
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
1.31 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.32 bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.33 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.34 diepploegen Het omzetten van de grond, gemeten vanaf peil met een diepte van minimaal 0,80 meter ten behoeve van agrarisch gebruik; 1.35 duurzaam opwekken van energie Het opwekken van energie door middel van energiebronnen die onbeperkt beschikbaar zijn door het gebruik van het leefmilieu, zoals windenergie, zonne- energie, warmte-energie; 1.36 erf a. Ter plaatse van de aanduiding 'erf': een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; b.
Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.37 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.38 gebruiken Gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.39 gevoelige functie (Recreatie)woningen en terreinen ten behoeve van bedrijfsvoeringen waarbij sprake is van biologische teelt van gewassen overeenkomstig de regels van de biologische productiemethoden. 1.40 glastuinbouwbedrijf Een agrarisch bedrijf, niet zijnde een veehouderij waarbij het telen van gewassen (nagenoeg) volledig in kassen plaatsvindt; © Looije Agro Technics BV, 2025
7
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
1.41 grondgebonden veehouderijbedrijf Een veehouderijbedrijf dat gericht is op het ontwikkelen van activiteiten, waarbij de productie van meer dan 50% afhankelijk is van het producerend vermogen van de grond waarover het bedrijf in de omgeving van de bedrijfsgebouwen kan beschikken; 1.42 grondgebonden veehouderijtak Onderdeel van een agrarisch bedrijf waarvoor het bedrijf over voldoende agrarische cultuurgrond in de omgeving van de bedrijfsgebouwen om de dieren binnen de veehouderijtak voor meer dan 50% zelf te kunnen voeren; 1.43 herplant • Het opnieuw (elders) planten van een te verplanten boom; • Het vervangen van een gevelde boom door nieuwe aanplant; 1.44 hobbymatig agrarisch gebruik Het gebruik van grond ten behoeve van agrarische activiteiten in een omvang die niet als bedrijfsmatig kan worden beschouwd; 1.45 hoofdgebouw Een gebouw dat, gelet op de bestemming, als belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.46 houtopstand Één of meer bomen, boomvormers, houtwal, hakhout of ander houtig gewas; 1.47 houtproductie Het voortbrengen van hout op bedrijfsmatige wijze door een mee daarop afgestemd duurzaam beheer van bos; 1.48 inwoning Het bewonen van één bestaande woning door twee of meer huishoudens met een gemeenschappelijk gebruik van één of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de
voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn en de woning het karakter van één woning in visueel opzicht behoudt; 1.49 kantoor Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi)overheidsinstellingen, het bankwezen en naar de aard daarmee gelijk te stellen instellingen/het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het afnemers niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen;
© Looije Agro Technics BV, 2025
8
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
1.50 kas Een agrarisch gebouw waarvan de wanden en het dak voornamelijk bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal; 1.51 kavel Een stuk cultuurgrond (grond in gebruik voor akkerbouw en-of veeteelt) toebehorend aan een agrarisch bedrijf en omgeven door de grond van een ander; 1.52 kelder Een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,5 m boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel is gelegen; 1.53 landschapselement Een vast onderdeel van het landschap, dat bepalend is voor de structuur van het landschap, zoals bijvoorbeeld houtsingel, sloot; 1.54 nadere eis Een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder d van de Wet ruimtelijke ordening; 1.55 nevenactiviteit binnen agrarische bedrijfsbestemming Activiteit die in ruimtelijk en bedrijfseconomisch opzicht een ondergeschikt bestanddeel vormen van de totale agrarische bedrijfsactiviteiten; 1.56 niet-grondgebonden veehouderijbedrijf Een veehouderijbedrijf dat hoofdzakelijk is gericht op veehouderij waarvan het voer voor de landbouwhuisdieren voor het grootste gedeelte niet geteeld wordt op de gronden die in de nabijheid van het erf zijn gelegen, en waarop de veehouderij rechten heeft; 1.57 niet-grondgebonden veehouderijtak Onderdeel van een agrarisch bedrijf dat is gericht op niet-grondgebonden veehouderij; 1.58 normaal onderhoud, gebruik en beheer Een
gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten tenminste het bestaande kwaliteitsniveau bereikt; 1.59 omgevingsvergunning Een vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.60 omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Een vergunning als bedoeld in artikel 3.3. onder b van de Wet ruimtelijke ordening; 1.61 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder b van de Wet ruimtelijke ordening; © Looije Agro Technics BV, 2025
9
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
1.62 overkapping Een overkapt bouwwerk, bestaande uit maximaal twee al dan niet tot de constructie behorende wanden; 1.63 peil a. Voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. Voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw. In het kader van deze specifieke aanvraag, wordt het maaiveld verhoogd tot 5,82 meter + NAP; c. Indien in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabij gelegen punt waar het water grenst aan het vaste land; 1.64 teeltondersteunende voorzieningen Bouwwerken, niet zijnde kassen, die door grondgebonden agrarische bedrijven toegepast worden om de teelt van fruit, bomen, groente of potplanten te bevorderen en te beschermen, hieronder mede begrepen afdekfolies; 1.65 teeltoppervlak Oppervlakte waarop in de kas gewassen worden geteeld. Overige zones die in kasconstructie of mogelijk onder glas worden gebouwd (zoals techniekruimtes, loodsen, corridors, etc.) vallen hier niet onder. 1.66 uitvoeren Uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren of in uitvoering geven; 1.67 veehouderij Een bedrijf, geheel landbouwhuisdieren;
of
gedeeltelijk
bestemd
voor
het
fokken
en
houden
van
1.68 vellen (vellen, doen vellen of laten vellen) • Rooien, kappen, of verplanten of het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; • Het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben; 1.69 voorgevel De naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel(s) van een hoofdgebouw, (doorgaans) gekeerd naar de weg of het openbaar gebied; 1.70 warmtebuffertank Een bouwwerk dat wordt gebruikt voor de opslag van warmte (warm water) in het kader van een glastuinbouwbedrijf. Dit bouwwerk wordt verticaal geplaatst tot een hoogte van max. 12 meter. Wordt ook wel aangeduid als ‘warmteopslagtank’ of ‘warmtesilo’. © Looije Agro Technics BV, 2025
10
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
1.71 weg Zoals verstaan onder artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994; 1.72 wijziging Een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 1.73 windmolen Een bouwwerk met wieken, die worden ingezet ten behoeve van het opwekken van elektriciteit of warmte. De term kan worden vervangen door ‘windturbine’; 1.74 wonen Het gehuisvest zijn in (een) woning(en); 1.75 woning Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.76 zaak Een tastbaar object.
Artikel 2 - Wijze van meten 2.1 Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: De afstand tot de perceelsgrens De kortste afstand tussen de perceelsgrens van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk; De bebouwde oppervlakte Het gezamenlijk oppervlak op een bouwperceel van de gebouwen en uitsluitend die bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die een overdekte ruimte vormen tenminste 1 meter boven peil. Het oppervlak van de laatstgenoemde bouwwerken wordt gemeten door middel van projectie en wel 1 meter boven peil; De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; De hoogte van een drijvend bouwwerk De afstand gemeten vanaf het peil tot het hoogste punt van het bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte onderdelen, zoals masten, schoorstenen, antennes, mastkoker en naar aard daarmee gelijk te stellen onderdelen, mits de maximale toegestane bouwhoogte voor
© Looije Agro Technics BV, 2025
11
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
de ondergeschikte onderdelen met niet meer dan een meter wordt overschreden. Deze beperking geldt niet voor masten. De dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; De oppervlakte van een overkapping Tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping; De tiphoogte van een windturbine Vanaf peil tot aan de uiterste punt van de wiek in hoogste positie; Ondergronds bouwen Vanaf het bouwkundige peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.
2.2 Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 2.3 Bij de toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen buiten beschouwing gelaten, behoudens dakkapellen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de goot van de dakkapel.
© Looije Agro Technics BV, 2024
12
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
2.4 Daar waar op de verbeelding twee of meer bestemmingsvlakken dan wel bouwvlakken dan wel aanduidingsvlakken door middel van de figuur 'relatie' met elkaar zijn verbonden, gelden die bestemmingsvlakken dan wel bouwvlakken dan wel aanduidingsvlakken bij de toepassing van deze regels als één bestemmingsvlak dan wel één bouwvlak dan wel één aanduidingsvlak.
© Looije Agro Technics BV, 2024
13
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
Hoofdstuk 2: Functies – Agrarisch Artikel 3 - Agrarisch 3.1 Bestemmingsgebruik De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mogen gebruikt worden voor: a. Grondgebonden agrarisch of grondgebonden veehouderijbedrijven, met dien verstande dat het gebruik in overeenstemming is met artikel 28; b. Niet-grondgebonden veehouderijbedrijven uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'niet grondgebonden', met dien verstande dat het gebruik in overeenstemming is met artikel 28; c. Hobbymatig agrarisch gebruik; d. Het behoud, het herstel en /of de ontwikkeling van landschapselementen; e. Extensieve dagrecreatie; f. Water en voorzieningen voor de waterhuishouding; 3.2 Specifieke gebruiksregels 3.2.1 Spuitafstand Het is verboden om: Binnen een afstand van 50 m ten opzichte gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.
van
gevoelige
functies
chemische
3.2.2 Bemestingsvrije zone Het is verboden om: Binnen een afstand van 30 m ten opzichte van burgerwoningen dierlijke mest uit te rijden. Dit verbod geldt niet voor: a. Het uitrijden van kunstmest; b. De zone rondom agrarische bedrijfswoningen; 3.3 Flexibiliteit - Afwijken 3.3.1 Kortere spuitafstand Met omgevingsvergunning kan afgeweken worden van de afstand in artikel 3.2.1, mits: a. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd blijft; b. Uit deskundig onderzoek blijkt dat er geen negatieve effecten zijn voor gevoelige functies door chemische gewasbestrijdingsmiddelen.
Artikel 4 - Agrarisch - glastuinbouw 4.1 Bestemmingsgebruik De voor 'Agrarisch - Glastuinbouw' aangewezen gronden mogen gebruikt worden voor: a. Glastuinbouwbedrijven, met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, waaronder: - Kassen; - Loodsen; © Looije Agro Technics BV, 2024
14
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
-
b. c. d. e. f.
Andere bedrijfsgebouwen ten behoeve van sociale voorzieningen, administratie, onderhoud, etc.; - Nutsvoorzieningen; - Verkeersvoorzieningen voor op het bedrijventerrein (incl. parkeervoorzieningen vrachtverkeer), waarbij minimaal 20 parkeerplaatsen voor vrachtwagens en minimaal 20 - 60 parkeerplaatsen voor overige voertuigen worden gerealiseerd; - Laad-en losvoorzieningen, waarbij minimaal 8 laad- en losplaatsen worden gerealiseerd; - Hemelwaterbassins; - Voorzieningen voor warmteafvang, warmtetransport en warmteopslag voor levering aan kassen of derden; - Gasontvangststation; - Voorzieningen ten behoeve van het opslaan, distribueren en in druk verhogen en/of verlagen van CO₂ en perslucht, al dan niet door middel van hogedrukleidingen; - Transformatorstation ten behoeve van een distributienetwerk voor elektriciteit, zonder bovengrondse kabels buiten het station; - Zonnepanelen met bijbehorende kabels, leidingen, omvormers, transformatorstations, etc.; - Watervoorzieningen ten behoeve van de publieke waterhuishouding, zoals watergangen, vijvers/poelen, wadi’s, etc.; - Landschappelijke inpassing in de vorm van bomenrijen, struwelen, kruidenrijk landschap, braakakker/ruigte, (loof)bossen, waterberging, etc.; Nevenactiviteiten; Hobbymatig agrarisch gebruik; Het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van landschapselementen; Extensieve dagrecreatie; Water en voorzieningen voor
de waterhuishouding.
4.2 Spuitafstand Het is verboden om: Binnen een afstand van 50 m ten opzichte gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.
van
gevoelige
functies
chemische
4.3 Verplichtingen ten aanzien gebruik glastuinbouw Het terrein met de aanduiding Agrarisch – Glastuinbouw mag worden gebruikt voor glastuinbouw, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. Binnen maximaal twee jaar na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan wordt de landschappelijke inpassing en de versterking van de gebiedskwaliteiten gerealiseerd. Deze wordt beheerd en in stand gehouden overeenkomstig bijlage 2, Landschappelijke inpassing op kosten van de gemeente Zutphen.
© Looije Agro Technics BV, 2024
15
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
2. Onverminderd het bepaalde in 4.1 moeten onderstaande glastuinbouwbedrijven worden gesloopt, uiterlijk conform bijbehorende tijdspaden, gemeten vanaf de dag waarop de omgevingsvergunning voor het nieuw te bouwen glastuinbouwbedrijf op deellocatie 1 onherroepelijk wordt verklaard. Adres
Plaats
Voorste Overmarsweg 3T
Zutphen
Deellocatie Toelichting 2B/2C
Hoveniersweg 11A
Zutphen
2A
Tijdspad tot sloop 1 jaar na onherroepelijkheid Omgevingsvergunning bouw fase 1 3 jaar na onherroepelijkheid Omgevingsvergunning bouw fase 1
4.4 Bij recht – bouwen 4.4.1 Bouwen van kassen Het bouwen van kassen is slechts toegestaan binnen het bouwvlak, met een maximale oppervlakte van kassen tot 20 ha. Met dien verstande dat: a. De bouwhoogte van kassen bedraagt maximaal 7,5 m; b. De goothoogte van kassen bedraagt maximaal 6,5 m; 4.4.2 Bedrijfsgebouwen Het bouwen van bedrijfsgebouwen is toegestaan met onderstaande voorwaarden in acht nemende: a. Het bouwen van bedrijfsgebouwen is niet toegestaan binnen het bouwvlak; b. Het bouwen van bedrijfsgebouwen buiten het bouwvlak is uitsluitend toegestaan binnen de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - bedrijfsgebouwen’; c. De bouwhoogte van overige bedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 9 m; d. De goothoogte van overige bedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 8 m; e. Binnen de functieaanduiding Bedrijfsgebouwen is het niet toegestaan een warmtebuffertank en/of een windturbine te bouwen. 4.4.3 Bouwwerk geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag vóór de voorgevelrooilijn niet meer bedragen dan 1 m en elders niet meer dan 2 meter, met dien verstande dat terreinafscheidingen bij zonnepanelen een bouwhoogte mogen hebben van maximaal 2,5 meter; b. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met reclame-uitingen mag niet meer bedragen dan 1,50 meter; c.
De bouwhoogte van gietwaterbassins mag, inclusief grondwal, niet meer bedragen dan 6,5 meter;
© Looije Agro Technics BV, 2024
16
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
4.4.4 Bouw van warmtebuffertanks Het bouwen van warmtebuffertanks is toegestaan met onderstaande voorwaarden in acht nemende: a. Het bouwen van warmtebuffertanks binnen het bouwvlak is niet toegestaan; b. Het bouwen van warmtebuffertanks buiten het bouwvlak is uitsluitend toegestaan binnen de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - warmtebuffertank’; c. Het bouwen van warmtebuffertanks is toegestaan tot een hoogte van maximaal 12 meter. 4.4.5 Plaatsing van zonnepanelen Ten aanzien van de plaatsing van zonnepanelen geldt het volgende: a. Binnen de bestemmingen 'Agrarisch - Glastuinbouw' zijn zonnevelden buiten het bouwvlak toegestaan; b. Het plaatsen van zonnepanelen op bedrijfsgebouwen (incl. kassen) en hemelwaterbassins is toegestaan. 4.4.6 Windturbines Het bouwen van windmolens en windturbines is toegestaan met onderstaande voorwaarden in acht nemende: a. Het bouwen van windturbines binnen het bouwvlak is niet toegestaan, ongeacht hetgeen beschreven in art. 13.; b. Het bouwen van windmolens en windturbines buiten het bouwvlak is uitsluitend toegestaan binnen de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch windturbines’; c. Het bouwen van windmolens en windturbines is toegestaan tot een tiphoogte van maximaal 25 meter; d.
Het bouwen van windmolens en windturbines is slechts toegestaan mits dit vanuit het oogpunt van externe veiligheid en vanuit flora en fauna/ ecologie is verantwoord; e. Het maximaal aantal windturbines dat mag worden gebouwd is 2 stuks.
4.5 Flexibiliteit – Afwijken 4.5.1 Kortere spuitafstand Met omgevingsvergunning kan afgeweken worden van de afstand in artikel 4.2, mits: a. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd blijft; b. Uit deskundig onderzoek blijkt dat er geen negatieve effecten zijn voor gevoelige functies door chemische gewasbestrijdingsmiddelen.
© Looije Agro Technics BV, 2024
17
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
Hoofdstuk 3: Functies – Bedrijven Artikel 5 – Bedrijven 5.1 Bij recht - Gebruiken De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden mogen gebruikt worden voor onderstaande activiteiten en activiteiten zoals opgenomen in bijlage 3 van de regels: a. een nutsvoorziening als bedoeld in bijlage 3 kolom 'aard van bedrijvigheid', uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening'. Met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voorzieningen als ontsluitings-, parkeer- en groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen en erven.
5.2 Specifieke gebruiksregels 5.2.1 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan een gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel. 5.3 Bij recht - Bouwen 5.3.1 Bedrijfsgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. de bouwhoogte bedraagt maximaal de bestaande bouwhoogte, met dien verstande dat binnen het bouwvlak de bouwhoogte 10 m bedraagt; b. de goothoogte bedraagt maximaal de bestaande goothoogte, met dien verstande dat binnen het bouwvlak de goothoogte maximaal 5 m bedraagt; c. de oppervlakte bedraagt maximaal de in bijlage 3 "oppervlakte bebouwing in m2 toegestaan bij recht" per bedrijf aangegeven oppervlakte.
© Looije Agro Technics BV, 2024
18
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
Hoofdstuk 4 Functies – infrastructuur Artikel 6 – Verkeer 6.1 Bij recht - Gebruiken De voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen gebruikt worden voor: a. Wegen en straten, wandel- en fietspaden met een functie voornamelijk gericht op de afwikkeling van het verkeer; b. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke van vorm van verkeer - onverharde weg' zijn uitsluitend onverharde wegen toegestaan; c. Parkeer-, groen- en speelvoorzieningen; d. Nutsvoorzieningen en ondergrondse leidingen; e. Water en voorzieningen voor de waterhuishouding; f. Geluidwerende en/of geluidafschermende voorzieningen; g. Het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van natuur en landschap van de bermen. Met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 6.2 Specifieke gebruiksregels 6.2.1 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan: a. Het verharden van onverharde wegen; b. Het gebruik ten behoeve van de agrarische functie. 6.3 Bij recht - Bouwen 6.3.1 Gebouwen mogen niet worden gebouwd. 6.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende kenmerken: a. De bouwhoogte bedraagt maximaal: 1. Bouwwerken geen gebouwen zijnde, maximaal 4 m; 2. Geluidwerende en/of geluidafschermende voorzieningen 3,5 m; 3. Lichtmasten maximaal 6 m; 4. Overige bouwwerken, geen bouwwerken zijnde 2,5 m.
Artikel 7 – Water 7.1 Bij recht - Gebruiken
De voor 'Water' aangewezen gronden mogen gebruikt worden voor: a. Waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen; b. Het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van natuurwaarden in zijn algemeenheid en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - SED wateren' specifiek gericht op de specifiek ecologische doelstelling voor deze wateren; c. Extensieve dagrecreatie; © Looije Agro Technics BV, 2024
19
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
Met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, dammen en/of duikers, wegen en paden. 7.2 Bij recht - Bouwen 7.2.1 Gebouwen mogen niet worden gebouwd. 7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voldoen aan de volgende kenmerken: a. De bouwhoogte bedraagt maximaal: 1. Bruggen en viaducten 8 m; 2. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 4 m
Artikel 8 - Groen – landschappelijke versterking 8.1 Bij recht – Gebruiken Landschappelijke versterking als gevolg van de realisatie van de gebouwen en bouwwerken en dergelijke die zijn aangeduid met de bestemming “glastuinbouw”. De voor 'Groen – Landschappelijke versterking' aangewezen gronden mogen gebruikt worden voor: a. Het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van groenstructuren; b. Groenvoorzieningen; c. De bescherming van de bestaande houtsingel, ter plaatse van de aanduiding 'houtsingel'; d. De bestaande inritten; e. Water en voorzieningen voor de waterhuishouding; f. Een mogelijke (wandel)pad en/of koepad; g. Extensief agrarisch beheer. Met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, paden en verhardingen en voorzieningen 8.2 Bij recht – Bouwen Gebouwen Gebouwen mogen niet worden gebouwd. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende kenmerken: a. De bouwhoogte bedraagt maximaal 2 m.
© Looije Agro Technics BV, 2024
20
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden 8.3.1 Verbod Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 8.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. Het verwijderen van beplanting en het vellen van houtopstanden; b. Aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van vijvers, poelen, kolken en waterlopen; c. Aanleggen en verharden van wegen, paden en oppervlakteverhardingen; d. Het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of telefooncommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.
8.3.2 Uitzondering Geen omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 8.3.1 is nodig voor: a. Ten behoeve van de landschappelijke versterking zoals bedoeld in bijlage 2; b. Werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; c. Werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde na wel verleende vergunning.
© Looije Agro Technics BV, 2024
21
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
Hoofdstuk 6 Functies – Wonen Artikel 9 – Wonen 9.1 Bestemmingsgebruik De voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen gebruikt worden voor: a. Het bestaande aantal woningen op de bestaande locatie, waarbij inwoning is toegestaan, dan wel het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangeduide aantal en met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' uitsluitend vrijstaande of twee-aaneen gebouwde woningen zijn toegestaan; b. Aan huis verbonden beroepen dan wel consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat maximaal 50 m2 van de bestaande gebouwen mag worden ingericht ten dienste van het aan huis verbonden beroep dan wel de consumentverzorgende bedrijfsactiviteit, waarbij geldt dat maximaal 40% van de oppervlakte van de bestaande gebouwen hiervoor mag worden benut, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf consumentverzorgende bedrijfsactiviteit' de gebruiksoppervlakte van de consumentverzorgende bedrijfsactiviteit maximaal 165 m2 mag bedragen; c. Een bed & breakfast met dien verstande dat maximaal 50 m2 van de bestaande gebouwen mag worden ingericht ten dienste van de bed & breakfast met maximaal 4 slaapplaatsen waarbij geldt dat maximaal 40% van de oppervlakte van de bestaande gebouwen hiervoor mag worden benut; d. Detailhandel in eigen vervaardigde en/of voortgebrachte producten; e.
Horeca-activiteiten, geen café of restaurant of daaraan gelijk te stellen horecabedrijf, waarbij dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt gelieerd aan de ter plaatse geproduceerde wijnen, zoals proeverijen en feesten en partijen met een besloten en overwegend kleinschalig karakter (minder dan 60 personen en max 5x per jaar max 150 personen) gehouden tussen 12:00 uur en 00:00 uur en waarbij in voldoende parkeerruimte is voorzien wat niet op de openbare weg plaatsvindt; f. Bestaande bedrijfsmatige activiteiten; g. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - hobbymatig agrarisch gebruik': het hobbymatig houden van paarden met bijbehorende rijbak; h. Bestaande paardenbakken; i. Water en voorzieningen voor de waterhuishouding. Met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voorzieningen als ontsluitings-, parkeer- en groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen en erven. 9.2 Bouwregels 9.2.1 Nieuw te bouwen woningen voldoen aan de volgende kenmerken: b. Wanneer een bouwvlak is opgenomen moet(en) de woning(en) binnen het bouwvlak worden gerealiseerd; c. Het bebouwingspercentage bedraagt 100% dan wel de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage; © Looije Agro Technics BV, 2024
22
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
d. De bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m, dan wel de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; e. De goothoogte bedraagt maximaal 4,5 m, dan wel de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte; f. De inhoud bedraagt bovengronds maximaal 750 m3, met dien verstande dat; a. De inhoud van gesplitste woningen maximaal de bestaande inhoud mag bedragen; b. De inhoud van de woningen ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume (m3)' maximaal de aangegeven inhoud mag bedragen; g. Ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' moeten de woningen aan de volgende aanvullende bepalingen voldoen: a. De voorgevels van de woningen verspringen minimaal 3 m, met dien verstande dat dit niet geldt voor de woningen die twee-aaneen worden gebouwd; b. De woningen hebben een wisselende kaprichting; h. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geluidsmuur': een geluidsmuur met een maximale bouwhoogte van 3 m. 9.2.2 Bijgebouwen en overkappingen voldoen aan de volgende kenmerken: a. Gebouwd achter het verlengde van de voorgevel van de woning; b. De bouwhoogte bedraagt maximaal 5,5 m; c. De goothoogte bedraagt maximaal 3 m; d. De gezamenlijke oppervlakte bedraagt maximaal 150 m2 per woning, met dien verstande dat: 1.
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende maten 1' de gezamenlijke oppervlakte maximaal 150 m2 mag bedragen; 2. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende maten 2' de gezamenlijke oppervlakte maximaal 375 m2 mag bedragen; 3. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - imkerij met educatie' is een imkerij met educatie toegestaan met een maximale oppervlakte van 150 m2. 9.2.3 Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal 2 m. 9.2.4 Onverminderd het bepaalde in artikel 9.2.1 is herbouw van het hoofdgebouw uitsluitend toegestaan ter plaatse van de bestaande fundering.
© Looije Agro Technics BV, 2024
23
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
Hoofdstuk 7 Gebiedskwaliteit – Archeologie Artikel 10 - Waarde - Archeologie lage verwachtingswaarde 10.1 Bij recht - Gebruiken De voor 'Waarde - Archeologie lage verwachtingswaarde' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden. 10.2 Voorwaarden bouwen conform onderliggende bestemming 10.2.1 Voorwaarden Ten aanzien van het oprichten van nieuwe bebouwing gelden de volgende regels: a. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 10.000 m2 dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. Indien uit het in onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: 1.
De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht of; 2. De verplichting tot het doen van opgravingen of; 3. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige en/of; 4. De verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c. Het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door een archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld, waarbij het bepaalde onder b van overeenkomstige toepassing is. 10.2.2 Afwijken van Bouwen Er mag afgeweken van het onder artikel 10.2.1 bepaalde indien: a. Op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn of; b.
Het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte met maximaal 10.000 m2 wordt vergroot en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders of; © Looije Agro Technics BV, 2024
24
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
c. Gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot, mits de uitbreiding niet meer bedraagt dan 10.000 m2, met uitzondering van nieuwe kelders. 10.2.3 Archeologisch deskundige Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in artikel 10.2.1 onder a wint het bevoegd gezag advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning geen onevenredige afbreuk wordt kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja of de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 10.2.1 onder b sub 1 tot en met 4 dienen te worden gesteld. 10.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bouwwerken en de inrichting van gronden, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat er plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische momenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden. 10.4 Uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1 Verbod Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 10.2.1 genoemde gronden de volgende werken, geen gebouwen zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. Het ophogen egaliseren en ontginnen van gronden; b.
Grondwerkzaamheden dieper dan 0,5 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 10.000 m2, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diep-ploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, het graven of vergraven, ver-ruime of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en/of het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; c. Het aanleggen van overbeschoeiingen; d. Het verlagen of afgraven van de bodem; e. Het verlagen van het waterpeil; f. Het aanbrengen of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; g. Het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; h. Rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; i. Het aanbrengen van diepwortelende beplanting; j. Het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatielei-dingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; k. Alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden in het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik van het terrein. 10.4.2 Weigeringsgronden Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.4.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend © Looije Agro Technics BV, 2024
25
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waar-en van het gebied en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen.
10.4.3 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.4.1 is nodig voor: a. Werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. Werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk, mits deze niet meer bedragen dan 10.000 m2; c. Werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; d. Werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden waarvoor een vergunning ingevolge de Erfgoedwet nodig is, dan wel waarvoor overige bepalingen van de Erfgoedwet van toepassing zijn. 10.4.4 Toelaatbaarheid
Ten aanzien van de in artikel 10.4.1 genoemde omgevingsvergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a. De vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een vergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een erkend archeoloog zo nodig een opgraving plaats te vinden; b. Het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 10.4.5 Voorschriften bij omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.4.1. Voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning, waaronder: a. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht of; b.
De verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen of; c. De verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen. © Looije Agro Technics BV, 2024
26
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
10.4.6 Deskundig advies Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.4.1 wint het bevoegd gezag advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 10.5 Flexibiliteit - Wijzigen Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen door het geheel of gedeeltelijk verwijderen van de bestemming 'Waarde - Archeologie lage verwachtingswaarde', indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.
Artikel 11 - Waarde – Archeologie middelhoge verwachtingswaarde 11.1 Bij recht - Gebruiken De voor 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachtingswaarde' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden. 11.2 Voorwaarden bouwen conform onderliggende bestemming 11.2.1 Voorwaarden Ten aanzien van het oprichten van nieuwe bebouwing gelden de volgende regels: a. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 500 m2 dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. Indien uit het in onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: 1. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht of; 2.
De verplichting tot het doen van opgravingen of; 3. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige en/of; 4. De verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c. Het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door een © Looije Agro Technics BV, 2024
27
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld, waarbij het bepaalde onder b van overeenkomstige toepassing is. 11.2.2 Afwijken van Bouwen Er mag afgeweken van het onder artikel 11.2.1 bepaalde indien: a. Op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn of; b. Het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte met maximaal 500 m2 wordt vergroot en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders of; c. Gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot, mits de uitbreiding niet meer bedraagt dan 500 m2, met uitzondering van nieuwe kelders.
11.2.3 Archeologisch deskundige Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in artikel 11.2.1 onder a wint het bevoegd gezag advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning geen onevenredige afbreuk wordt kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja of de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 11.2.1 onder b sub 1 tot en met 4 dienen te worden gesteld 11.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bouwwerken en de inrichting van gronden, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat er plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische momenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden. 11.4 Uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden 11.4.1 Verbod Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 11.1 genoemde gronden de volgende werken, geen gebouwen zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. Het ophogen egaliseren en ontginnen van gronden; b.
Grondwerkzaamheden dieper dan 0,5 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 500 m2, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en/of het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; c. Het aanleggen van overbeschoeiingen; d. Het verlagen of afgraven van de bodem; e. Het verlagen van het waterpeil; f. Het aanbrengen of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; g. Het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; h. Rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; i. Het aanbrengen van diepwortelende beplanting; © Looije Agro Technics BV, 2024
28
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
j.
Het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatielei-dingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; k. Alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden in het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik van het terrein. 11.4.2 Weigeringsgronden Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.4.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waar-en van het gebied en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. 11.4.3 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.4.1 is nodig voor: a. Werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. Werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk, mits deze niet meer bedragen dan 500 m2; c. Werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; d.
Werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden waarvoor een vergunning ingevolge de Erfgoedwet nodig is, dan wel waarvoor overige bepalingen van de Erfgoedwet van toepassing zijn. 11.4.4 Toelaatbaarheid Ten aanzien van de in artikel 11.4.1 genoemde omgevingsvergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a. De vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een vergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een erkend archeoloog zo nodig een opgraving plaats te vinden; b. Het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 11.4.5 Voorschriften bij omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.4.1 voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning, waaronder: a.
De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen © Looije Agro Technics BV, 2024
29
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht of; b. De verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen of; c. De verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen. 11.4.6 Deskundig advies Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.4.1 wint het bevoegd gezag advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 11.5 Flexibiliteit - Wijzigen Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen door het geheel of gedeeltelijk verwijderen van de bestemming 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachtingswaarde', indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.
© Looije Agro Technics BV, 2024
30
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
Hoofdstuk 8 Gebiedskwaliteit – Landschap Artikel 12 - Waarde - Kronkelwaarden 12.1 Bij recht - Gebruiken De voor 'Waarde - Kronkelwaarden' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en verdere ontwikkeling van de gebiedsDNA landschap, bestaande uit de volgende landschappelijke waarden: a. grootschalig karakter met grote blokvormige kavels; b. lanen van bomen en beplantingsingels langs ontsluitingswegen en paden; c. natuurzone rondom kronkelwaard met oude meander IJssel met wilgenbossen en natte graslanden; d. contrast tussen open agrarische karakter en het meer kleinschalige landschap. 12.2 Voorwaarde bouwen conform onderliggende bestemming Bij aanvraag om omgevingsvergunning bouwen dient middels een erfinrichtingsplan te worden aangetoond dat de bebouwing waarop de aanvraag ziet past binnen het gebiedsDNA erven: a. erf is regelmatig van vorm; b. situering gebouwen in strak stramien; c. bebouwing in lengterichting; d. grootschalige bebouwing; e. grens tussen erf en landschap is hard; f. voorgevel zichtbaar vanaf de weg; g. zijkant erf aanzetten met hoge dichte beplanting; h. beplanting aan windzijde voor beschutting; i. hagen aan voorzijde erf. 12.3 Voorwaarden flexibiliteitsbepalingen In afwijking van het bepaalde bij de andere ter plaatse voorkomende bestemmingen, wordt een besluit tot: a.
het bouwen buiten de gronden ter plaatse van de aanduiding 'erf'; of b. het verlenen een omgevingsvergunning met afwijking van de bouw- of gebruiksregels; of c. een wijziging van het plan; niet eerder genomen dan dat met een erfinrichtingsplan is aangetoond dat: 1. er sprake is van versterking en ontwikkeling van het gebiedsDNA landschap als beschreven in artikel 12.1; 2. de nieuwe bebouwing past binnen het gebiedsDNA erven als beschreven in artikel 12.1.
© Looije Agro Technics BV, 2024
31
bestemmingsplanregels Heuterman Vastgoed bv bestemmingsplanwijziging
Hoofdstuk 9 Overige regels - Energie Artikel 13 - Windturbines 13.1 Binnen de bestemming 'Agrarisch' ter plaatse van de aanduiding 'erf', en 'Agrarisch Glastuinbouw', zijn windturbines toegestaan met een tiphoogte van maximaal 25 m, mits dit vanuit het oogpunt van externe veiligheid en vanuit flora en fauna/ ecologie is verantwoord. 13.2 Op gebouwen zijn windturbines toegestaan, welke als ondergeschikte bouwdelen als bedoeld in artikel 2.2 zijn te kwalificeren.