1106916 - Bijlage 28 - Bijlage 14 bij Vormvrije mer- Bodemonderzoek plangebied
Tekst van het document
DE KLINKER MILIEU
VERKENNEND BODEMONDERZOEK, WATERBODEMONDERZOEK en ASBESTONDERZOEK volgens NEN 5740, NEN 5720 en NEN 5707 Hoveniersweg / Sprabanenweg De Hoven (Zutphen)
Datum:
29 juni 2020
Adviesbureau:
De Klinker Milieu Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ Zutphen 0575-517298
Rapportnummer:
K182881-V2
Opdrachtgever:
Wima Plant Hoveniersweg 15 7205 DA Zutphen
Auteur: Geanonimiseerd
Paraaf
Gecontroleerd door Geanonimiseerd
Paraaf
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING .........................................................................................................................................3 2 VOORONDERZOEK ............................................................................................................................4 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie...................................................................................4 2.2 Potentiële bronnen van bodemverontreiniging........................................................................4 2.3 Verwachte bodemkwaliteit .......................................................................................................7 2.4 Bodemopbouw en geohydrologie .............................................................................................7 2.5 Beïnvloeding vanuit de omgeving .............................................................................................7 2.6 Vooronderzoek waterbodem ....................................................................................................8 2.6.1 Kwaliteit waterbodem ...................................................................................................... 8 2.6.2 Locatiebezoek ...................................................................................................................
9 2.6.3 Conclusie .......................................................................................................................... 9 2.7 Bodemonderzoek noodzakelijk? ...............................................................................................9 2.8 Hypothese en strategie .............................................................................................................9 3 ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN ......................................................... 10 3.1 Onderzoeksopzet.................................................................................................................... 10 3.2 Veldonderzoek........................................................................................................................ 10 3.3 Chemisch onderzoek .............................................................................................................. 11 4 ONDERZOEKSRESULTATEN ............................................................................................................ 14 4.1 Globale bodemopbouw .......................................................................................................... 14 4.2 Zintuiglijke waarnemingen .....................................................................................................
14 4.3 Veldmetingen ......................................................................................................................... 14 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest ................................................... 15 4.5 Toetsingskader ....................................................................................................................... 15 4.5.1 Wet bodembescherming ................................................................................................ 15 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit................................................................................................... 16 4.5.3 Asbest ............................................................................................................................. 17 4.6 Analyseresultaten grond, asbest en grondwater ................................................................... 17 4.7 Resultaten waterbodem ......................................................................................................... 19 4.8 Plangebied .............................................................................................................................. 19 4.9 Uitsplitsing ..............................................................................................................................
20 4.10 Halfverharding ........................................................................................................................ 20 4.11 Gedempte watergangen......................................................................................................... 20 4.12 Stort puin op maaiveld ........................................................................................................... 20 4.13 Watergangen .......................................................................................................................... 20 4.14 Toetsing hypothese ................................................................................................................ 20 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 21 5.1 Samenvatting resultaten, concusies en advies ...................................................................... 21 5.1.1 Plangebied ...................................................................................................................... 21 5.1.2 Uitsplitsing ...................................................................................................................... 21 5.1.3 Halfverharding ................................................................................................................
21 5.1.4 Gedempte watergangen................................................................................................. 22 5.1.5 Stort puin op maaiveld ................................................................................................... 22 5.1.6 Watergangen .................................................................................................................. 22 5.2 Algemeen................................................................................................................................ 22
Rapportnummer: K182881
1
Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:
Ligging onderzoekslocatie Boorstaten en zintuiglijke waarnemingen Analyseresultaten Toetsingstabellen Situering monsterpunten Checklist vooronderzoek
Rapportnummer: K182881
2
1 INLEIDING In opdracht van Wima Plant is door De Klinker Milieu een bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5720 op de locatie Hoveniersweg / Sprabanenweg te De Hoven (Zutphen). Het perceel is kadastraal bekend als: gemeente Zutphen; sectie E; perceelsnummers 2196, 2130, 2131, 2054 en 2052. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 32 ha. In bijlage 1 is de regionale ligging opgenomen en bijlage 5 voor een overzicht van de onderzoekslocatie. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen herinrichting van het gebied tot glastuinbouw. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. Deze rapportage vervangt de rapportage van 10 oktober 2019. In onderhavige rapportage (K182881) is de volgende wijziging aangebracht: - aanvulling paragraaf 5.2: Toegevoegd 1e alinea m.b.t. geschiktheid voorgenomen gebruik. Het door De Klinker Milieu gehanteerde kwaliteitssysteem en de toepassing daarvan voldoet aan NENEN-ISO 9001 (2008). Tussen De Klinker Milieu en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit zou kunnen beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren.
In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek. In hoofdstuk 2 worden de tijdens het vooronderzoek verzamelde informatie, de globale bodemopbouw, de geohydrologische gegevens en de hypotheses weergegeven. Hoofdstuk 3 presenteert de onderzoeksopzet en de uitgevoerde werkzaamheden. Vervolgens worden de onderzoeksresultaten weergegeven in hoofdstuk 4. Tot slot worden de conclusies en aanbevelingen gepresenteerd in hoofdstuk 5.
Rapportnummer: K182881
3
2
VOORONDERZOEK
Onderstaand wordt de informatie gepresenteerd die tijdens uitvoering van het vooronderzoek is verzameld. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 (2017) en NEN 5717 (2017). Hierbij is getracht uit diverse bronnen de voorgeschreven onderzoeksvragen te beantwoorden. In bijlage 6 is de tabel uit de NEN 5740 met de diverse aanleidingen voor bodemonderzoek weergegeven, alsmede een checklist van de verplichte vooronderzoeksaspecten. De gekozen aanleiding van het vooronderzoek is ‘Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’ (optie A uit de NEN 5725). In onderstaande alinea’s worden de te beantwoorden onderzoeksvragen weergegeven en beantwoord. Hierbij is (indien van toepassing) tevens de bron van de informatie weergegeven. 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft het perceel, kadastraal bekend als gemeente Zutphen, sectie E, nummer 2196, 2130, 2131, 2054 en 2052 (bron: Kadaster). Voor het vooronderzoek zijn gegevens van zowel de onderzoekslocatie als de direct aangrenzende percelen bekeken. 2.2 Potentiële bronnen van bodemverontreiniging De onderzoekslocatie betreft een terreindeel ten westen van Zutphen en wordt begrensd door de spoorlijn Apeldoorn-Deventer en de Sprabanenweg. De omgeving van de locatie wordt gekarakteriseerd door agrarisch gebruik. De locatie is voor zover bekend niet opgehoogd.
In het kader van het vooronderzoek heeft op 26 maart 2019 een locatiebezoek plaatsgevonden. Het terrein is in agrarisch gebruik (foto 5 en6). Binnen het gebied bevinden zich diverse watergangen (foto 1 en 2). Op de locatie is een weg (puinpad) aanwezig (foto 3). Op het zuidelijk deel van het terrein is een waterbasin gesitueerd (foto 4).
foto 1, watergang
Rapportnummer: K182881
foto 2, watergang, begroeid
4
foto 3, weg, halfverharding
foto 4, waterbasin
foto 5, grasland
foto 6, akkerland
Uit de themakaart bodemverontreinigingen van de provincie Gelderland blijkt dat op een deel van de locatie in het verleden een verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd (Integraal bodemonderzoek bodem Hofweg 3 e.o. in Zutphen). Het onderzoeksrapport is niet beschikbaar. Tevens is op de themakaart aangegeven dat op een deel van de locatie ‘puinhoudende grond’ aanwezig is (locatiecode AA030100207). In onderstaande afbeelding is de locatie weergegeven:
*2 *1
Uitsnede themakaart bodemverontreiniging (*1: bodemonderzoek Hofweg, *2: ‘puinhoudend grond’)
Rapportnummer: K182881
5
Uit historische topografische kaarten blijkt dat het terrein altijd in agrarisch gebruik is geweest. Eind jaren 50 is de Sprabanenweg doorgetrokken naar de Hoveniersweg. Er zijn in de loop van de jaren enkele sloten gedempt. Hieronder zijn enkele kaarten weergegeven (bron: topotijdreis.nl), op de kaart van 2015 zijn de gedempte sloten aangegeven.
kaart met gedempte sloten (groen)
Uit deze informatie blijkt dat er op de locatie potentiële bronnen van bodemverontreiniging zijn: stort puinhoudende grond, gedempte watergangen en lokale weg (halfverharding). Tevens is het gehele
Rapportnummer: K182881
6
terrein, gezien het gebruik als gewasbeschermingsmiddelen (OCB).
landbouwgebied
verdacht
op
het
voorkomen
van
2.3 Verwachte bodemkwaliteit De locatie is volgens de bodemkwaliteitskaart ingedeeld in zone ‘buitengebied’ met de volgende bodemkwaliteitsklassen: - Ontgravingskwaliteit: natuur en landbouw - Bodemfunctieklasse: natuur en landbouw - Toepassingseis: natuur en landbouw (bron: bodemkwaliteitskaart Stedendriehoek) De locatie is volgens de provinciale asbestkansenkaart niet gelegen in een gebied met een kans op verontreiniging met asbest in de bodem. Uit deze informatie wordt geen bodemverontreiniging verwacht. 2.4 Bodemopbouw en geohydrologie Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B33E0264 van het Dinoloket gekozen. Deze boring is in de nabijheid van de locatie uitgevoerd. De bodemopbouw laat zich globaal als volgt beschrijven:
De regionale grondwaterstroming is Noord-Oost (bron: Atlas Gelderland). 2.5 Beïnvloeding vanuit de omgeving Uit de gegevens van provincie Gelderland (themakaart bodemverontreiniging) en het bodemloket blijkt dat op de locatie Hofweg 3 in 2007 een bodemonderzoek is uitgevoerd. Tevens is op deze locatie een bovengrondse en ondergrondse dieseltank geregistreerd. Tevens is nabij het plangebied een voormalige stortplaats bekend ‘VOS Vlietbergweg’. Deze is gesaneerd in 2010. Het terrein is voldoende gesaneerd (afgedekt), voor het terrein is wel nazorg van toepassing
Rapportnummer: K182881
7
Gezien de afstand tot de onderzoekslocatie wordt niet verwacht dat de bodemkwaliteit door de bovengenoemde locaties beïnvloed is. 2.6 Vooronderzoek waterbodem Onderstaand wordt de informatie gepresenteerd die tijdens uitvoering van het vooronderzoek is verzameld. Zie bijlage 6 voor de ingevulde checklist vooronderzoek. Voor het vooronderzoek is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: Bodemloket.nl; -
Topotijdreis.nl
-
Keur waterschap Vallei en Veluwe 2013;
-
Nota Bodembeheer (voor gemeenten Epe, Apeldoorn, Voorst, Brummen, Zutphen en Lochem, 20 januari 2011);
In de Nota Bodembeheer is met betrekking tot het dempen van watergangen een bijlage opgenomen (zie bijlage). Hierin staat aangegeven dat dempen van sloten een handeling is in het kader van de Wet Bodembescherming, de Waterwet, het Besluit Bodemkwaliteit, de Wet Ruimtelijk ordening en de Keur van het Waterschap. De sloten staan vermeld op de legger van het Waterschap Veluwe IJssel (zie afbeelding). Het dempen van de sloten is hierdoor vergunningplichtig conform de Waterwet, de waterbeheerder (Waterschap Vallei en Veluwe) is het bevoegd gezag.
uitsnede legger Waterschap Vallei en Veluwe
2.6.1 Kwaliteit waterbodem Uit het vooronderzoek blijkt dat ter plaatse van de watergangen geen locaties voorkomen die verdacht zijn van bodemverontreiniging.
Rapportnummer: K182881
8
2.6.2 Locatiebezoek De locatie is bezocht door Geanonimiseerd van De Klinker Milieu op 26 maart 2019. De foto’s in paragraaf 2.2 geven een geven een algemene indruk van de onderzoekslocatie. Bij de inspectie zijn geen waarnemingen gedaan, die kunnen duiden op een waterbodemverontreiniging. Opgemerkt dient te worden dat tijdens de locatie inspectie enkele sloten erg begroeid waren.
2.6.3 Conclusie Uit het vooronderzoek blijkt dat de sloten voldoen aan het watertype ‘overig water, lintvormig, onbelast”. 2.7 Bodemonderzoek noodzakelijk? De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is niet afdoende bekend. De uitgevoerde onderzoeken zijn gedateerd en er is geen waterbodem en asbestonderzoek uitgevoerd. 2.8 Hypothese en strategie De hypotheses en onderzoeksstrategiën zijn weergegeven in tabel 2.2. Tabel 2.2: Geselecteerde deellocaties en hypothese Deellocatie
Oppervlakte / lengte
Verdachte stoffen
Plangebied Weg halfverharding
32 ha 475 m / 1425 m2
onverdacht verdacht met diverse stoffen en asbest
Gedempte watergangen Stort puin op maaiveld
365+115+285 m
verdacht met diverse stoffen
0-1,5 m-mv
630 m2
verdacht met diverse stoffen en asbest
0-0,5 m-mv
Watergangen 330+530+285+230+570+175 onverdacht *VED-HE-L = verdachte locatie met heterogeen verdeelde verontreiniging, lijnvormig VED-HE-L = verdachte locatie met heterogeen verdeelde verontreiniging, niet lijnvormig ONV-GR-NL = grootschalige, onverdachte, niet lijnvormige locatie OLN = overig water niet lijnvormig
Verdachte bodemlaag 0-0,5 m-mv
-
Strategie* ONV-GR-NL VED-HE-L paragraaf 6.5.2 uit NEN 58971 VED-HE-L
VED-HE-NL paragraaf 6.4.5 uit NEN 57072 OLN uit NEN 57203
Indien in de geanalyseerde monsters geen van de onderzochte stoffen aanwezig zijn in een concentratie boven de streefwaarde uit de “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en of de achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop) wordt de hypothese onverdacht aangenomen.
1 NEN 5897: Bodem-inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat 2 NEN 5707: Bodem-inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond 3 NEN 5720: Bodem – waterbodem – strategie voor uitvoeren van verkennend onderzoek
Rapportnummer: K182881
9
3
ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN
3.1 Onderzoeksopzet De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 32 ha. Het aantal boringen, gaten en peilbuizen en het aantal te analyseren grond-, waterbodem en grondwatermonsters is omschreven in NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5720 en is afhankelijk van de verdachtheid en de oppervlakte van de locatie. In tabel 3.1. worden de uit te voeren veld- en laboratorium werkzaamheden weergegeven. Tabel 3.1: Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden Veldwerk: Plangebied (32 ha) 116 boringen tot 0,5 m-mv, en 17 boringen tot 2,0 m-mv en 33 peilbuizen
Halfverharding (475 m / 1425 m2) 12 gaten tot 0,5 m-mv waarvan 2 doorboren tot 2 m-mv Gedempte watergangen (765 m) 16 boringen tot 1,5 m-mv (grondwater in combinatie met overig terrein) Stort puin op maaiveld (630 m2) 6 gaten tot 0,5 m-mv waarvan 1 doorboren tot 2 m-mv (grondwater in combinatie met overig terrein) Watergang (2120 m) 50 boringen in de waterbodem tot 0,5 m-wb
Analyses
17 Standaardpakket grond (laag 0,0-0,5 m-mv) 17 Standaardpakket grond (laag 0,5-2,0 m-mv) 34 Organische stof en Lutum 33 Standaardpakket grondwater 17x OCB in bovengrond 1 Standaardpakket grond (laag 0,0-0,5 m-mv) 1 Standaardpakket grond (laag 0,5-2,0 m-mv) 2 asbest in puin 2 Standaardpakket grond (laag 0,0-0,5 m-mv) 2 Standaardpakket grond (laag 0,5-1,5 m-mv)
3 Standaardpakket grond 1 asbest in grond
5 Standaard pakket A waterbodem
De opgeboorde grond wordt in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd, of anders afhankelijk van de veldwaarnemingen en bodemlagen. 3.2 Veldonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform Tabel 3.1. De veldwerkzaamheden zijn deels uitbesteed aan GWTR en zijn uitgevoerd op 27 mei t/m 4 juni (boorwerkzaamheden) door Geanonimiseerd van GWTR en 12 juni (monsterneming grondwater) en 13 juni (waterbodemonderzoek en asbestonderzoek puinpad) door de heren Geanonimiseerd van GWTR en Geanonimiseerd van De Klinker Milieu. Zowel GWTR en De Klinker Milieu als de heren Geanonimiseerd zijn erkend voor het uitvoeren van deze werkzaamheden (certificaat EC-SIK-20291 en K25343/14). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de normen van het Nederlands Normalisatie Instituut. Tevens is gewerkt conform de Beoordelingsrichtlijnen "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek" (BRL-SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018.
Tijdens het uitvoeren van het veldwerk is de grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en is het opgeboorde materiaal gekarakteriseerd en vastgelegd in boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Verder wordt door middel van de "olie-op-water"proef een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olie-achtige verontreinigingen. De zintuiglijke waarnemingen en boorprofielen zijn vermeld in bijlage 2.
Rapportnummer: K182881
10
3.3 Chemisch onderzoek De geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling staan weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3: Geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling Deellocatie
Monster
Plangebied (grondmonsters)
MM01
G
MM02
G
MM03 MM04 MM05
G G G
MM06
G
MM07
G
MM08
G
MM09
G
MM10
G
MM11 MM12
G G
MM13 MM14
G G
MM15
G
MM16 MM17
G G
MM18
G
MM19
G
MM20 MM21
G G
MM22
G
MM23
G
MM24
G
MM25
G
MM26 MM27
G G
MM28
G
MM29
G
MM30
G
MM31
G
MM32
G
Rapportnummer: K182881
Samenstelling
Traject (m-mv)
Analysepakket (zie tabel 3.4)
DL01-1-1, DL01-11-1, DL01-15-1, DL01-09-1, DL01-2-1, DL01-16-1, DL01-17-1, DL01-18-1, DL01-6-1, DL01-3-1 01-5-1, 01-7-1, 01-8-1, 01-12-1, 01-10-1, 01-13-1, 01-14-1, 01-4-1, 02-8-1, 02-7-1 DL01-3-3, DL01-3-4, DL01-2-3, DL01-2-4, DL01-1-4, DL01-9-3 DL01-1-3, DL01-2-2, DL03-1-2, DL01-4-2, DL01-9-2 DL01-4-3, DL01-4-4, DL01-5-2, DL01-5-3, DL01-8-3, DL01-10-2, DL01-10-4 DL03-3-1. DL03-4-1, DL03-8-1, DL03-09-1, DL03-10-1, DL03-11-1, DL03-13-1, DL03-15-1, DL03-16-1 DL03-10-2, DL03-10-3, DL03-10-4, DL03-11-2, DL03-11-3, DL03-132, DL03-13-3 DL03-1-1, DL03-5-1, DL03-12-1, DL03-6-1, DL03-7-1, DL03-14-1, DL03-18-1, DL03-17-1 DL03-12-2, DL03-12-03, DL03-14-2, DL03-14-3, DL03-14-4, DL03-52, DL03-5-3, DL03-5-4 DL05-1-1, DL05-2-1, DL05-3-1, DL05-4-1, DL05-5-1, DL05-6-1, DL057-1, DL05-8-1, DL05-9-1, DL05-10-1 DL05-1-3, DL05-1-4, DL06-2-4, DL06-2-5 DL04-1-1, DL04-2-1, DL04-9-1, DL04-10-1, DL02-2-1, DL02-4-1, DL02-5-1, DL02-6-1, DL02-15-2, DL02-15-4, DL02-2-2, DL02-2-2), Dl04-1-2, Dl04-1-3 DL04-3-1, DL04-4-1, DL04-5-1, DL04-7-1, DL04-8-1, DL04-11-1, DL04-12-1, DL04-13-1, DL04-14-1 DL07-2-1, DL07-3-1, DL09-1-1, DL09-2-1, DL09-4-1, DL09-5-1, DL096-1 DL04-14-2, DL04-14-4, DL04-15-3, DL04-15-4, DL04-16-2, DL04-16-3 DL05-11-1 DL05-12-1, DL05-13-1 DL05-14-1, DL06-12-1, DL06-13-1, DL06-14-1, DL06-15-1 DL05-15-3, DL05-15-4, DL05-16-3 DL05-16-4, DL06-1-2, DL06-1-3, DL06-1-4, DL06-10-3, DL06-10-4 DL06-3-1,
DL06-4-1, DL06-5-1, DL06-6-1, DL06-7-1, DL06-8-1, DL069-1, DL07-12-1, DL07-13-1 DL06-2-4, DL06-2-5, DL06-3-3,DL06-3-4, DL06-4-3,DL06-4-4 DL08-10-1, DL08-11-1, DL08-3-1, DL08-4-1, DL08-5-1, DL08-6-1, DL08-7-1, DL08-8-1, DL08-9-1 DL08-1-2, DL08-1-4, DL08-1-2, DL08-1-3, DL08-3-3, DL08-3-4, DL084-2, DL08-4-4 DL07-10-1, DL07-11-1, DL07-14-1, DL07-15-1, DL07-5-1, DL07-6-1, DL07-7-1, DL07-9-1 DL07-1-3, DL07-1-4, DL07-2-2, DL07-2-4, DL07-3-2, DL07-3-4, DL078-2, DL07-8-3 DL09-10-1, DL09-11-1, DL09-12-1, DL09-14-1, DL09-16-1, DL09-171, DL09-18-1, DL09-7-1, DL09-8-1, DL09-9-1 DL11-01-3, DL11-01-4, DL11-01-2, DL11-02-2, DL11-02-3, DL11-02-4 DL11-01-1, DL11-02-1, DL11-06-1, DL11-08-1, DL11-09-1, DL11-101, DL11-11-1, DL11-13-1 DL09-1-2,DL09-1-3, DL09-1-4, DL09-2-2, DL09-2-3, DL09-2-4, DL094-2, DL09-4-3, DL09-4-4 DL10-09-1, DL10-10-1, DL10-11-1, DL11-14-1, DL11-15-1, DL11-161, DL11-17-1, DL11-19-1, DL11-20-1 DL10-10-2, DL10-10-3 (1,00 - 1,50), DL11-19-2, DL11-19-3, DL11-194, DL11-20-2, DL11-20-3, DL11-20-4 DL10-13-1, DL10-14-1, DL10-15-1, DL10-16-1, DL10-17-1, DL10-181, DL10-19-1, DL10-20-1, DL10-21-1, DL10-22-1 DL10-20-2, DL10-20-3
0,0 - 0,5
3
0,0 - 0,5
3
1,0 - 2,0 0,5 - 1,30 0,5 - 2,0
1 1 1
0,0 - 0,5
3
0,5 - 2,0
1
0,0 - 0,5
3
0,5 - 2,0
1
0,0 - 0,5
3
1,0 - 2,0 0,0 - 0,5
1 3
0,5 - 2,0 0,0 - 0,5
1 3
0,0 - 0,5
3
0,5 - 2,0 0,0 - 0,5
1 3
0,5 - 2,0
1
0,0 - 0,5
3
1,0 - 2,0 0,0 - 0,5
1 3
0,5 - 2,0
1
0,0 - 0,5
3
0,5 - 2,0
1
0,0 - 0,5
3
0,5 - 2,0 0,0 - 0,5
1 3
0,5 - 2,0
1
0,0 - 0,5
3
0,5 - 2,0
1
0,0 - 0,5
3
0,5 - 1,5
1
11
Deellocatie
Plangebied (watermonsters)
Uitsplitsing6
Halfverharding
Gedempte watergangen
Stort puin op maaiveld Watergang
Monster
Samenstelling
Traject (m-mv)
Analysepakket (zie tabel 3.4)
MV14 MV25
G G
DL02-1-2 DL09-3-3, DL09-3-4
0,2 - 0,5 1,0 - 2,0
1 1
DL01-1 DL01-2 DL01-3 DL01-4 DL02-1 DL02-2 DL03-5 DL03-10 DL03-14 DL04-1 DL04-14 DL04-15 DL05-1 DL05-15 DL04-16 DL06-1 DL06-2 DL06-3 DL07-1 DL07-2 DL07-3 DL07-4 DL08-1 DL08-2 DL08-3 DL09-1 DL09-2 DL09-3 DL09-4 DL09-5 DL09-6 DL11-01 DL11-02 DL11-03 DL07-2-1 DL07-3-1 DL09-1-1 DL09-2-1 DL09-4-1 DL09-5-1 DL09-6-1 MMH1 MMH2 MMHA1 MMHA2 MMG1 MMG2 MMG3 MMG4 MMP1 MMP2 MMPA MMW1K
W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W W G G G G G G G G G A A G G G G G G A S
DL01-1 DL01-2 DL01-3 DL01-4 DL02-1 DL02-2 DL03-5 DL03-10 DL03-14 DL04-1 DL04-14 DL04-15 DL05-1 DL05-15 DL04-16 DL06-1 DL06-2 DL06-3 DL07-1 DL07-2 DL07-3 DL07-4 DL08-1 DL08-2 DL08-3 DL09-1 DL09-2 DL09-3 DL09-4 DL09-5 DL09-6 DL11-01 DL11-02 DL11-03 DL07-2-1 DL07-3-1 DL09-1-1 DL09-2-1 DL09-4-1 DL09-5-1 DL09-6-1 DL12-1,DL12-10, DL12-3, DL12-7 ( DL12-12, DL12-12, DL12-4 DL12-1, DL12-4 DL12-10, DL12-7 DL01-5-1, DL01-9-1, DL03-11-1, DL03-12-1 DL01-8-2, DL01-9-3, DL03-11-2, DL03-12-2 DL10-1-1, DL10-3-1, DL10-7-1, DL11-4-1 DL10-4-2, DL10-07-2, DL11-4-3, DL11-7-4 DL02-10-2, DL02-11-2 DL02-12-1, DL02-13-1, DL02-14-1, DL2-9-1 DL02-9-1, DL02-11-1, DL02-12-1, DL02-13-1, DL02-14-1 Wb101-2, WB102-2, WB103-2, WB104-2, WB105-2, WB106-1, WB107-1, WB108-1, WB109-1, WB110-1
2,0 - 3,0 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 2,0 - 3,0 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,55 - 2,55 1,4 - 2,4 1,4 - 2,4 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,5 - 1,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,5 - 1,5 0,0 - 0,5 0,5 - 1,5 0,5 - 1,0 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,7
2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 lood lood lood lood lood lood lood 1 1 4 4 1 1 1 1 1 1 4 1
4 verdachte puinlaag in weiland 5 sliblaag in ondergrond 6 naar aanleiding van de resultaten zijn de monsters van MM15 separaat geanalyseerd op lood (uitsplitsing)
Rapportnummer: K182881
12
Deellocatie
Monster MMW1S MMW2K MMW2S MMW2Z MMW3K
S S S S S
MMW3S MMW4K
S S
MMW4S MMW5K MMW5S MMW13Z MMW45Z
S S S S S
Samenstelling
Traject (m-mv)
Analysepakket (zie tabel 3.4)
WB101-1, WB102-1, WB103-1, WB104-1, WB105-1 WB201-1, WB202-1, WB203-1, WB204-1, WB205-1 WB206-1, WB207-1, WB208-1, WB209-1, WB210-1 WB206-2, WB207-2, WB208-2, WB209-2, WB210-2 WB301-2, WB302-2, WB303-2, WB304-1, WB305-1, WB306-1, WB307-2, WB308-2, WB309-1, WB310-1) WB301-1, WB302-1, WB303-1, WB307-1, WB308-1 WB401-1, WB402-1, WB403-1, WB404-1, WB405-2, WB406-2, WB407-2, WB408-2 WB405-1, WB406-1, WB407-1, WB408-1, W409-1, W410-1 W504-2, W505-2, W506-2, W507-1, W508-1, W509-1, W510-1 W501-1, W502-1, W503-1, W504-1, W505-1, W506-1 WB106-2, WM107-2, WB301-3, WB304-2, WB305-2, WB306-2 W409-2, W410-2, W501-2, W502-2, W503-2
0,0 - 0,2 0,0 - 0,5 0,0 - 0,2 0,2 - 0,7 0,0 - 0,65
1 1 1 1 1
0,0 - 0,2 0,0 - 0,6
1 1
0,0 - 0,1 0,0 - 0,6 0,0 - 0,15 0,2 - 0,7 0,1 - 0,65
1 1 1 1 1
G=grond W=grondwater A=grondmonsters i.k.v. asbestonderzoek S = slib waterbodem
Het samenstellen van de mengmonsters en de grond- en grondwateranalyses is uitgevoerd door Eurofins Analytico Milieu te Barneveld (Raad voor de Accreditatie (RvA)- erkend laboratorium (NEN-ENISO/IEC 17025). Tevens is Eurofins Analytico Milieu ISO 14001 (2004) gecertificeerd en AS 3000 erkend. In de onderstaande tabel worden de samenstelling van de analysepakketten weergegeven Tabel 3.4: Samenstelling analysepakketten. metalen: Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK (10 van VROM)) PCB (7) minerale olie vluchtige aromaten, incl. naftaleen en styreen vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (incl. vinylchloride, chloorpropanen en bromoform) geleidbaarheid, pH en troebelheid OCB Asbest in grond/puin
Rapportnummer: K182881
1 * * * *
2 *
* * *
3 * * * *
4
* * *
13
4
ONDERZOEKSRESULTATEN
4.1 Globale bodemopbouw De bodem bestaat over het algemeen uit een halve meter klei (zwak zandig) met daaronder (zeer grof tot matig fijn) zand. Ter plaatse van enkele boringen is de kleilaag dikker of ontbreekt. Ter plaatse van 1 boring is slib in de ondergrond aangetroffen. 4.2 Zintuiglijke waarnemingen De tijdens de veldwerkzaamheden waargenomen zintuiglijke afwijkingen in de bodem zijn weergegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1: Zintuiglijke afwijkingen Boring
Traject (m-mv) Zintuiglijke afwijking
DL02-1
0,20-0,50
sterk metselpuinhoudend, resten baksteen, resten kolengruis,
DL02-9
0,0-0,50
matig metselpuinhoudend
DL02-11, DL02-12, DL02-13, DL02-14
0,0-0,50
brokken puin
DL12-1, DL12-2, DL12-3, DL12-5, DL12-6
0,0-0,50
sterk puinhoudend
DL12-4
0,0-0,70
sterk puinhoudend
DL12-7, DL12-8, DL12-9, DL12-10, DL12-11
0,0-0,50
sterk puinhoudend, matig metselpuinhoudend
DL12-12
0,0-1,00
sterk puinhoudend, matig metselpuinhoudend
4.3
Veldmetingen
Bij bemonstering van het grondwater uit de peilbuizen is de grondwaterstand, de zuurgraad (pH), geleidbaarheid en de troebelheid gemeten. De meetresultaten zijn opgenomen in tabel 4.2. Tabel 4.2: Grondwaterstand, zuurgraad, geleidbaarheid en de troebelheid grondwater Peilbuis
Plaatsingsdatum
Bemonsteringsdatum
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad pH
Geleidbaarheid EGV (µS/cm)
Troebelheid (ntu)
DL01-1 DL01-2 DL01-3 DL01-4 DL02-1 DL02-2 DL03-5 DL03-10 DL03-14 DL04-1 DL04-14 DL04-15 DL05-1 DL05-15 DL04-16 DL06-1 DL06-2 DL06-3 DL07-1 DL07-2 DL07-3 DL07-4
27-5-19 27-5-19 27-5-19 27-5-19 12-6-197 12-6-197 29-5-19 29-5-19 29-5-19 29-5-19 29-5-19 12-6-197 29-5-19 29-5-19 12-6-197 3-6-19 3-6-19 12-6-197 3-6-19 3-6-19 3-6-19 3-6-19
12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19
2.00 - 3.00 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 2.00 - 3.00 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50
0,78 0,88 0,75 0,65 0,83 0,81 1,28 1,16 1,33 1,08 1,18 1,55 1,02 1,11 1,4 1,18 1,28 1,26 1,32 1,33 1,33 1,42
7,33 7,09 7,13 7,18 6,87 6,7 7,18 7,16 7,17 7,3 7,25 7,02 6,73 6,61 6,99 6,95 7,66 7,02 7,09 7,05 6,99 6,95
510 760 840 680 810 710 810 820 780 740 930 780 1080 780 920 1000 870 870 850 800 870 810
<10 <10 10,7 15 107 <10 11 11 <10 <10 <10 <10 <10 <10 17 <10 12 25 <10 <10 <10 <10
7 Enkele peilbuizen zijn na het plaatsen beschadigd door werkzaamheden op de percelen. Derhalve zijn deze peilbuizen opnieuw geplaatst en
vervolgens, in afwijking van de BRL2002 direct bemonsterd om opnieuw vernieling tegen te gaan. Omdat de wachttijd niet in acht is genomen kunnen concentraties zware metalen hoger zijn dan de daadwerkelijke waarde in het grondwater.
Rapportnummer: K182881
14
Peilbuis
Plaatsingsdatum
Bemonsteringsdatum
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad pH
Geleidbaarheid EGV (µS/cm)
Troebelheid (ntu)
DL08-1 DL08-2 DL08-3 DL09-1 DL09-2 DL09-3 DL09-4 DL09-5 DL09-6 DL11-01 DL11-02 DL11-03
4-6-19 4-6-19 4-6-19 3-6-19 3-6-19 4-6-19 4-6-19 4-6-19 4-6-19 5-6-19 5-6-19 5-6-19
12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19 12-6-19
1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.55 - 2.55 1.40 - 2.40 1.40 - 2.40 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50 1.50 - 2.50
1,30 1,25 1,26 1,27 1,36 1,11 1,12 1,05 1,06 1,11 1,18 1,18
6,99 7,02 7,11 6,94 6,97 6,87 7,35 7,19 7,11 7,42 7,69 7,45
910 920 960 790 860 850 820 946 850 760 670 820
<10 <10 <10 6 <10 <10 <10 <10 <10 <10 <10 <10
Het gebied kent een hoge grondwaterstand. De troebelheid van het grondwater is plaatselijk hoger dan 10 NTU. Een hoge troebelheid kan invloed hebben op de analyseresultaten. Geen van de overige gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden. 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest Ten tijde van het veldonderzoek heeft een visuele beoordeling van asbest op de bodem plaatsgevonden (maaiveld inspectie). Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De grond uit de gegraven gaten is geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. In de grond uit de gaten is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. 4.5 Toetsingskader De analyseresultaten van de onderzochte monsters worden vergeleken met de waarden van de toetsingstabel uit de circulaire “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en achtergrondwaarden en maximale waarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). 4.5.1 Wet bodembescherming De in deze tabel genoemde toetsingswaarden hebben de volgende betekenis: achtergrond-/streefwaarde8 tussenwaarde9
= =
interventiewaarde
=
referentiewaarde referentiewaarde voor nader onderzoek grond: 1/2(AW+I-waarde) grondwater: 1/2(S+I-waarde) toetsingswaarde voor sanering of saneringsonderzoek
De achtergrond-, tussen- en interventiewaarden voor een aantal stoffen in de bodemmonsters zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof en lutum. Deze gehalten zijn in het laboratorium bepaald en verwerkt in de toetsingstabel (zie bijlage 3 voor de analyseresultaten en bijlage 4 voor de toetsing).
8
Voor grond wordt de achtergrondwaarde en voor grondwater wordt de streefwaarde als referentiewaarde gehanteerd.
9 De term tussenwaarde is niet meer in de wet verankerd maar wordt landelijk nog wel op deze wijze gebruikt.
Rapportnummer: K182881
15
Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel, ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: kleiner dan de achtergrond-/streefwaarde tussen achtergrondwaarde en tussenwaarde tussen tussenwaarde en interventiewaarde groter dan de interventiewaarde
= = = =
niet verontreinigd licht verontreinigd matig verontreinigd sterk verontreinigd
De locatie wordt als verontreinigd beschouwd, indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde. Overschrijding van de tussenwaarde houdt in dat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat en dat een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Als voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde is het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bevestigd. Het bovenstaande toetsingskader is alleen van toepassing voor “bestaande” gevallen van bodemverontreiniging (ontstaan voor 1987). Recente gevallen van bodemverontreinigingen vallen onder de “zorgplicht”. De aantasting van de bodem dient dan gesaneerd te worden of de aantasting en de directe gevolgen daarvan dienen beperkt en zoveel mogelijk ongedaan gemaakt te worden. Dit staat los van de ernst en urgentie van de verontreiniging. 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit Voor het toetsen van de kwaliteit van grond en baggerspecie aan de verschillende normen van het Besluit en voor het indelen van de (water)bodem in kwaliteitsklassen kent het Besluit als uitgangspunt dat de rekenkundige gemiddelden moeten voldoen aan de gestelde maximale waarden. Deze maximale waarden zijn landelijk (generiek) vastgesteld. Daarnaast mogen gemeenten gebiedsspecifieke maximale waarden hanteren.
Deze dienen te worden vastgelegd in een bodembeheernota. Bij de toetsing geldt een rekenregel voor het standaardiseren van de gemeten concentraties met de daadwerkelijk gemeten concentraties lutum en organische stof. Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de achtergrondwaarde en voor de indeling in de bodemkwaliteitsklasse wonen. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: Kleiner dan de achtergrondwaarde(a) Kleiner dan maximale waarde wonen(b) Kleiner dan maximale waarde industrie (a)
(b)
= = =
Bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde Wonen Industrie
De kwaliteit van de grond en baggerspecie overschrijdt niet de achtergrondwaarde als bij meting van X stoffen in de grond of baggerspecie het rekenkundige gemiddelde van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde. De verhoging mag per stof maximaal 2x de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen van de betreffende stof. X
2
7
16
27
37
Y
1
2
3
4
5
De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wanneer bij meting van X stoffen maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen. De verhoging mag per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen vermeerderd met de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de gehalten van de gemeten stoffen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse industrie van de betreffende stof. X
7
16
27
Rapportnummer: K182881
37
16
Y
2
3
4
5
4.5.3 Asbest In de circulaire Streef/ en interventiewaarden bodemsanering (Staatscourant 2000, 39) is voor asbest een interventiewaarde opgenomen van 100 mg/kg (gewogen: serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Bij concentraties asbest beneden de 100 mg/kg gewogen zijn geen risico’s aanwezig en wordt vastgehouden aan de benadering dat beneden deze norm het materiaal als asbestvrij beschouwd mag worden. Echter bij een verkennend asbestonderzoek kan door de lage intensiteit van het onderzoek niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde, maar dient deze waarde gecorrigeerd te worden met factor 2. Indien het asbestgehalte groter is dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. In de circulaire bodemsanering is aangegeven dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging, wanneer er asbest wordt aangetroffen in een concentratie boven de interventiewaarde (onafhankelijk van het volume). 4.6 Analyseresultaten grond, asbest en grondwater In tabel 4.3 zijn de analyseresultaten van de grond, grondwater en asbest weergegeven en wordt per analysemonster het eindoordeel met betrekking tot de Wet bodembescherming en een indicatieve toetsing ten aanzien van het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4, de toetsingsresultaten in bijlage 5.
Tabel 4.3: Analyseresultaten
Plangebied (32 ha)
Monster (traject)
Traject m-mv
MM01 MM02 MM03 MM04 MM05 MM06 MM07 MM08 MM09 MM10 MM11 MM12 MM13 MM14 MM15
0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 1,0 - 2,0 0,5 - 1,30 0,5 - 2,0 0,0 - 0,5 0,5 - 2,0 0,0 - 0,5 0,5 - 2,0 0,0 - 0,5 1,0 - 2,0 0,0 - 0,5 0,5 - 2,0 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5
MM16 MM17 MM18 MM19 MM20 MM21 MM22 MM23
0,5 - 2,0 0,0 - 0,5 0,5 - 2,0 0,0 - 0,5 1,0 - 2,0 0,0 - 0,5 0,5 - 2,0 0,0 - 0,5
Rapportnummer: K182881
Beoordeling + + + + + ++ + + + +
Toetsing Wbb Kritieke parameter Nikkel Nikkel, cadmium Kobalt, nikkel Nikkel
nikkel
lood kobalt, nikkel, kwik en PAK (10 VROM)
kobalt, nikkel kwik, lood
nikkel
Toetsing Bbk Beoordeling AW AW AW AW AW AW AW AW AW AW AW AW AW AW Ind AW AW AW AW AW AW AW AW
17
Monster (traject)
Traject m-mv
MM24 MM25 MM26 MM27 MM28 MM29 MM30 MM31 MM32 MV1 MV2
0,5 - 2,0 0,0 - 0,5 0,5 - 2,0 0,0 - 0,5 0,5 - 2,0 0,0 - 0,5 0,5 - 2,0 0,0 - 0,5 0,5 - 1,5 0,2 - 0,5 1,0 - 2,0
+ + -
Uitsplitsing
DL07-2-1 DL07-3-1 DL09-1-1 DL09-2-1 DL09-4-1 DL09-5-1 DL09-6-1
0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5
-
Halfverharding (475 m / 1425 m2)
MMH1 MMH2 MMHA1 MMHA2 MMG1 MMG2 MMG3 MMG4 MMP1 MMP2 MMPA DL01-1 DL01-2 DL01-3 DL01-4 DL02-1 DL02-2 DL03-5 DL03-10 DL03-14 DL04-1 DL04-14 DL04-15 DL05-1 DL05-15 DL04-16 DL06-1 DL06-2 DL06-3 DL07-1 DL07-2 DL07-3 DL07-4 DL08-1 DL08-2 DL08-3 DL09-1 DL09-2 DL09-3
0,0 - 0,5 0,5 - 1,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,5 - 1,5 0,0 - 0,5 0,5 - 1,5 0,5 - 1,0 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5
+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +
Gedempte watergangen (765 m) Stort puin op maaiveld (630 m2) Grondwater
Rapportnummer: K182881
2,0 - 3,0 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 2,0 - 3,0 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,55 - 2,55 1,4 - 2,4 1,4 - 2,4
Beoordeling
Toetsing Wbb Kritieke parameter
kobalt en nikkel koper, kwik, lood, PAK (10 VROM)
Toetsing Bbk Beoordeling AW AW AW AW AW AW AW AW AW Ind AW n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
nikkel, PAK (10 VROM) kobalt, nikkel
lood
barium, kwik barium barium barium barium barium barium barium barium barium barium barium barium barium barium barium barium barium barium barium barium barium barium barium barium barium barium barium
AW AW n.v.t. n.v.t. AW AW AW AW AW AW n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
18
Monster (traject)
Traject m-mv
DL09-4 DL09-5 DL09-6 DL11-01 DL11-02 DL11-03
1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5 1,5 - 2,5
Beoordeling
Toetsing Wbb Kritieke parameter
Toetsing Bbk Beoordeling
+ + + + + +
barium barium barium barium barium barium
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
+ ++ +++
< Achtergrond-/streefwaarde > Achtergrond-/streefwaarde > Tussenwaarde > Interventiewaarde
Ind AW n.v.t.
Industrie Achtergrondwaarde niet van toepassing
4.7 Resultaten waterbodem In tabel 4.5 zijn de analyseresultaten van het waterbodemonderzoek weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4, de toetsingsresultaten in bijlage 5. Tabel 4.5: Resultaten waterbodem Watergang
Mengmonster bodemsoort
Toetsing als landbodem (BBK T1)
1 1 1+3 2 2 2 3 3 4 4 4+5 5 5
MMW1S MMW1K MMW13Z MMW2S MMW2K MMW2Z MMW3S MMW3K MMW4S MMW4K MMW45z MMW5S MMW5K
slib klei zand slib klei zand slib klei slib klei zand slib klei
aw ind aw ind NT aw aw ind aw aw aw ind NT
NT Ind AW n.v.t.
Niet toepasbaar Industrie Achtergrondwaarde niet van toepassing
A B V NV
Toetsing als waterbodem (BBK T3) aw B aw A B aw A B aw aw aw aw B
Verspreidbaar op perceel (T5) V V V V NV V V V V V V V NV
Verspreidbaar in zoet oppwater (T6) V NV V V NV V V NV V V V V NV
Klasse A Klasse B Verspreidbaar Niet verspreidbaar
4.8 Plangebied In de bovengrond is in één mengmonster een matig verhoogd gehalte lood aangetroffen (MM15), dit mengmonster is tevens licht verontreinigd met kobalt, nikkel, kwik en PAK (10 VROM). Het betreft een mengmonster van zand. In enkele overige bovengrondmonsters (allen klei) zijn plaatselijk licht verhoogde concentraties nikkel, kwik, lood en kobalt aangetroffen. In de ondergrond zijn tevens plaatselijk licht verhoogde concentraties nikkel, cadmium en kobalt aangetroffen. Dit betreft zowel zand als kleilagen. Het slib in de ondergrond is apart geanalyseerd. Hierin zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen. In het grondwater is in alle peilbuizen barium verhoogd aangetroffen. Tevens is in één peilbuis (DL011) kwik aangetroffen net boven de streefwaarde.
Rapportnummer: K182881
19
4.9 Uitsplitsing Op basis van de resultaten zijn de deelmonster van MM15 separaat geanalyseerd op lood. In geen van de deelmonsters is lood aangetroffen boven de achtergrondwaarde. 4.10 Halfverharding In het puin uit het pad is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetroffen. In de uitgezeefde bovengrond is nikkel en PAK (10 VROM) aangetroffen boven de streefwaarde. In de laag onder de verharding is een licht verhoogde concentratie kobalt en nikkel aangetoond. 4.11 Gedempte watergangen In zowel de ondergrond als de bovengrond zijn geen van de onderzochte componenten aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde. 4.12 Stort puin op maaiveld Zowel analytisch als zintuiglijk is geen asbest aangetroffen. In de bovengrond is geen verontreiniging aangetroffen, de ondergrond is licht verontreinigd met lood. In de verdachte bodemlaag van boring 021 is een licht verhoogde concentratie koper, kwik, lood en PAK (10 VROM) aangetroffen. 4.13 Watergangen In watergang 2 en 5 is in de kleilaag een concentratie nikkel boven de interventiewaarde aangetroffen. De klei voldoet aan klasse B bij toepassing als waterbodem, deze mag echter niet verspreidt worden op de kant. Het slib voldoet aan klasse A of achtergrondwaarde. Het zand voldoet aan achtergrondwaarde. 4.14 Toetsing hypothese In de onderstaande tabel staan de hypotheses weergegeven.
Tevens wordt aangegeven of deze aangenomen of verworpen kan worden. Tabel 4.6: Toetsing hypotheses Deellocatie Plangebied Weg halfverharding
Oppervlakte/lengte 32 ha 475 m / 1425 m2
Gedempte watergangen Stort puin op maaiveld Watergangen
365+115+285 m 630 m2 330+530+285+230+570+175
Hypothese onverdacht verdacht met diverse stoffen en asbest verdacht met diverse stoffen verdacht met diverse stoffen en asbest onverdacht
Bodemlaag 0-0,5 m-mv 0-1,5 m-mv 0-0,5 m-mv -
Toetsing verworpen asbest: verworpen overig: aangenomen verworpen asbest: verworpen overig: aangenomen veworpen
Door de aangetroffen lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater dient de hypothese ‘onverdachte locatie’ verworpen te worden. De aangetroffen gehalten zijn van dien aard dat de onderzoeksinspanning niet hoeft te worden herzien.
Rapportnummer: K182881
20
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van Wima Plant is door De Klinker Milieu een bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5720 op de locatie Hoveniersweg / Sprabanenweg te De Hoven (Zutphen). De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen herinrichting van het gebied tot glastuinbouw. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. 5.1 Samenvatting resultaten, concusies en advies 5.1.1 Plangebied Voor het plangebied zijn in de weilanden en akkers, 133 boringen en 33 peilbuizen geplaatst. Er zijn totaal 17 mengmonsters geanalyseerd van de bovengrond (0-0,5 m-mv) op het standaard pakket aangevuld met OCB en 17 mengmonsters van de ondergrond geanalyseerd op het standaard pakket grond. Het grondwater uit de peilbuizen is geanalyseerd op het standaard pakket grondwater. De bodem bestaat over het algemeen uit een halve meter klei (zwak zandig) met daaronder (zeer grof tot matig fijn) zand. Ter plaatse van enkele boringen is de kleilaag dikker of ontbreekt. Ter plaatse van 1 boring is slib in de ondergrond aangetroffen. In de bovengrond is in één mengmonster een matig verhoogd gehalte lood aangetroffen (MM15), dit mengmonster is tevens licht verontreinigd met kobalt, nikkel, kwik en PAK (10 VROM).
Het betreft een mengmonster van zand. In enkele overige bovengrondmonsters (allen klei) zijn plaatselijk licht verhoogde concentraties nikkel, kwik, lood en kobalt aangetroffen. In de ondergrond zijn tevens plaatselijk licht verhoogde concentraties nikkel, cadmium en kobalt aangetroffen. Dit betreft zowel zand als kleilagen. Het slib in de ondergrond is apart geanalyseerd. Hierin zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen. In het grondwater is in alle peilbuizen barium verhoogd aangetroffen. Tevens is in één peilbuis (DL011) kwik aangetroffen net boven de streefwaarde. 5.1.2 Uitsplitsing Op basis van de resultaten zijn de deelmonster van MM15 separaat geanalyseerd op lood. In geen van de deelmonsters is lood aangetroffen boven de achtergrondwaarde. Mogelijk werd de verhoogde concentratie lood veroorzaakt door de heterogeniteit van het monster, of het meeanalyseren van bodemvreemd materiaal. 5.1.3 Halfverharding In het pad zijn 12 gaten gegraven in de aanwezige puinverharding. De verharding van het pad is sterk puinhoudend en matig metselpuinhoudend. In het puin uit het pad is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetroffen. In de uitgezeefde bovengrond is nikkel en PAK (10 VROM) aangetroffen boven de streefwaarde. In de laag onder de verharding is een licht verhoogde concentratie kobalt en nikkel aangetoond.
Rapportnummer: K182881
21
5.1.4 Gedempte watergangen In het gebied zijn enkele gedempte watergangen aanwezig. Deze zijn apart bemonsterd en geanalyseerd op het standaard pakket voor bodem. Zintuiglijk zijn geen bijzonderheden waargenomen. In zowel de ondergrond als de bovengrond zijn geen van de onderzochte componenten aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde. 5.1.5 Stort puin op maaiveld In het oostelijk deel van het plangebied is een gebied als verdacht aangemerkt, omdat daar puin op het maaiveld gestort zou zijn. Hierin zijn een 6-tal gaten gegraven. Ter plaatse van de gaten zijn inderdaad brokken puin aangetroffen. Nabij deze plek is in één boring tevens metselpuin, baksteen en kolengruis aangetroffen (boring 02-1). Zowel analytisch als zintuiglijk is geen asbest aangetroffen. In de bovengrond is geen verontreiniging aangetroffen, de ondergrond is licht verontreinigd met lood. In de verdachte bodemlaag van boring 021 is een licht verhoogde concentratie koper, kwik, lood en PAK (10 VROM) aangetroffen. 5.1.6 Watergangen In watergang 2 en 5 is in de kleilaag een concentratie nikkel boven de interventiewaarde aangetroffen. De klei voldoet aan klasse B bij toepassing als waterbodem, deze mag echter niet verspreidt worden op de kant. Het slib voldoet aan klasse A of achtergrondwaarde. Het zand voldoet aan achtergrondwaarde.
Bij grond en baggerspecie met gehalten boven de interventiewaarde is de Provincie Gelderland in het kader van de Wet bodembescherming bevoegd gezag. In de bijlage van de bodemnota staat tevens aangegeven dat bij een te dempen sloot met baggerspecie boven de interventiewaarde alle baggerspecie moet worden verwijderd en afgevoerd naar een erkende verwerker. Ook klasse B-specie moet worden verwijderd. Dit betekend dat, in ieder geval, ook de kleilagen uit sloten 1 en 3 moet worden verwijderd. Bovendien is het om civieltechnische redenen vaak noodzakelijk om de bodem uit de watergangen, voorafgaand aan de demping te verwijderen. Dit om hemelwaterafvoer of draagkracht van de bodem te behouden. Het dempen van de sloten in het gebied kan niet zondermeer. Er dient een vergunning aangevraagd te worden en een plan opgesteld hoe om te gaan met de verontreinigde waterbodem. 5.2 Algemeen Op basis van de resultaten is het terrein ons inziens op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt voor het voorgenomen gebruik (kassen t.b.v. tuinbouw). Alleen bij het dempen van de bestaande watergangen dient rekening te worden gehouden met extra verhoogde kosten met betrekking tot de afvoer van de vrijkomende baggerspecie. Ten behoeve van de verwerking van vrijkomende grond buiten de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de uitgangspunten van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk).
Rapportnummer: K182881
22
De conclusies hebben uitsluitend betrekking op de geselecteerde deellocaties en de geanalyseerde componenten. Gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.
Rapportnummer: K182881
23
BIJLAGE 1: LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE
Rapportnummer: K182881
BIJLAGE 2: BOORSTATEN EN ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN
Rapportnummer: K182881
D L0 1 -1
1
D L0 1 -1 2
gras, m aaiveld
0
0 1
gras, m aaiveld
0
0
klei, zwak zandig, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an
1
50
50 2
100 3 -130 150
4
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs, beige, edelm an
-50
t ype dat um boorm eest er x y
g r on d b or in g 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 1 2 4 .8 1 4 6 2 7 2 8 .4 2
D L0 1 -1 3 200
200
gras, m aaiveld
0
5
0 1
250
6
300
-300
t ype dat um boorm eest er x y
klei, zwak silt ig, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an -50
50
7 300
klei, zwak silt ig, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 1 7 2 .9 0 4 6 2 7 0 6 .1 0 0
t ype dat um boorm eest er x y
g r on d b or in g 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 0 8 2 .7 0 4 6 2 7 4 2 .4 4
D L0 1 -1 4
gras, m aaiveld
0
D L0 1 -1 0
1
gras, m aaiveld
0
0 1
-80
t ype dat um boorm eest er x y
-150
0
-50 2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, bruin, edelm an
3
zand, m at ig fijn, st erk silt ig, pid: 0, neut raal grijs, bruin, sporen roest , edelm an
gras, m aaiveld 0 1
g r on d b or in g 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 1 7 6 .3 1 4 6 2 7 3 7 .2 9
klei, zwak silt ig, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an
50
D L0 1 -1 1
-50
t ype dat um boorm eest er x y
gras, m aaiveld
0
g r on d b or in g 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 1 3 9 .3 0 4 6 2 7 0 5 .4 2
0 1
klei, zwak silt ig, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an
D L0 1 -1 6 -50
50
t ype dat um boorm eest er x y
g r on d b or in g 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 0 4 1 .9 6 4 6 2 7 4 4 .8 5
D L0 1 -1 5
4 150
t ype dat um boorm eest er x y
-50
50
klei, zwak zandig, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an
50
100
0
klei, zwak silt ig, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an
0 1
g r on d b or in g 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 1 5 7 .9 9 4 6 2 7 1 5 .5 0
t ype dat um boorm eest er x y
H ove n ie r sw e g ( d e h ove n ) Z u t p h e n K1 8 2 8 8 1 0 4 -0 9 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 1 va n 2 8
klei, zwak silt ig, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an -50
50
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina
gras, m aaiveld
0
g r on d b or in g 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 0 9 3 .2 5 4 6 2 6 7 3 .9 2
D L0 1 -1 7
gras, m aaiveld
0 1
0 1
-50
50
100
50
-100
100 3
D L0 1 -1 8
4 200
0 1
klei, zwak silt ig, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an
5 -50
50
g r on d b or in g 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 0 1 7 .1 3 4 6 2 6 4 7 .8 3
250
250
-250
t ype dat um boorm eest er x y
D L0 1 -1 9
0 1
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 1 0 0 .1 3 4 6 2 6 8 0 .0 1
D L0 1 -2 0
gras, m aaiveld
0
-50 2
klei, zwak zandig, neut raal bruin, bruin, edelm an
3
zand, m at ig grof, zwak silt ig, donker grijs, edelm an
-100
100
150
gras, m aaiveld
0
0
klei, zwak zandig, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an
50
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs, grijs, edelm an
150
gras, m aaiveld
0
1
klei, zwak zandig, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an
2
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal bruin, bruin, edelm an
3
zand, m at ig fijn, st erk silt ig, donker grijs, edelm an
-50
50
-100
100
150 4
4 -200
200
t ype dat um boorm eest er x y
klei, zwak silt ig, pid: 0, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an
2
g r on d b or in g 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 0 5 2 .6 2 4 6 2 6 5 7 .1 8
150
t ype dat um boorm eest er x y
gras, m aaiveld
0
klei, zwak silt ig, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an
50
t ype dat um boorm eest er x y
D L0 1 -2
1 0
g r on d b or in g 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 0 4 4 .0 6 4 6 2 6 7 7 .0 7
t ype dat um boorm eest er x y
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina
H ove n ie r sw e g ( d e h ove n ) Z u t p h e n K1 8 2 8 8 1 0 4 -0 9 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 2 va n 2 8
-200
200
g r on d b or in g 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 1 6 7 .7 0 4 6 2 7 4 0 .2 8
D L0 1 -3
1
D L0 1 -6
gras, m aaiveld
0
0 1
1
-100
100 3
zand, zeer fijn, st erk silt ig, neut raal grijs, grijs, edelm an
t ype dat um boorm eest er x y
-50
g r on d b or in g 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 0 0 0 .1 7 4 6 2 6 5 6 .9 1
150
150
D L0 1 -7
4 200
0
5
1 -250
t ype dat um boorm eest er x y
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 7 9 9 1 .6 7 4 6 2 6 0 1 .8 9
1
D L0 1 -4 1
-50
g r on d b or in g 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 0 2 2 .0 6 4 6 2 7 0 4 .1 6
D L0 1 -8
gras, m aaiveld 0
0 1
-50 2
-100
100 3
3
150
-150
150
t ype dat um boorm eest er x y
200 5
g r on d b or in g 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 0 6 0 .2 8 4 6 2 7 0 6 .8 4
-250
250
t ype dat um boorm eest er x y
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, pid: 0, neut raal grijs, bruin, sporen roest , edelm an
100
zand, zeer fijn, uit erst silt ig, neut raal grijs, grijs, edelm an
4
250
klei, zwak zandig, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an
50 2
150
gras, m aaiveld
0
klei, zwak silt ig, pid: 0, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an
50
klei, zwak silt ig, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an
50
t ype dat um boorm eest er x y
0
100
gras, m aaiveld
0
250
250
50
klei, zwak silt ig, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an
50 2
100
0
klei, zwak silt ig, pid: 0, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an
50
50
gras, m aaiveld
0
D L0 1 -9
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 7 9 9 7 .9 1 4 6 2 7 6 0 .4 4
gras, m aaiveld
0
0 1
klei, zwak zandig, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an
50
D L0 1 -5
2
gras, m aaiveld
0
0 1
3 -50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, pid: 0, neut raal grijs, bruin, sporen roest , edelm an
3 -150
150
g r on d b or in g 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 7 9 8 3 .1 1 4 6 2 6 6 8 .9 9
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina
150
t ype dat um boorm eest er x y
100
t ype dat um boorm eest er x y
-100
klei, zwak zandig, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an
50 2
100
H ove n ie r sw e g ( d e h ove n ) Z u t p h e n K1 8 2 8 8 1 0 4 -0 9 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 3 va n 2 8
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, pid: 0, neut raal grijs, bruin, sporen roest , edelm an -150
g r on d b or in g 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 1 0 2 .4 2 4 6 2 6 9 6 .7 5
D L0 2 -1
1
0 1 2
50 3 100
D l0 2 -1 2
gras, m aaiveld
0
150
-50
-50
t ype dat um boorm eest er x y
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 1 3 8 .6 1 4 6 2 7 6 0 .3 9
-150 5
200
klei, m at ig zandig, neut raal grijs, grijs, edelm an
150
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, grijs, edelm an
D l0 2 -1 3
200
0
6
1 2
30x30cm , klei, st erk zandig, bv: 13.0%, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, brokken puin, schep -50
50 7
300
t ype dat um boorm eest er x y
gras, m aaiveld
0
250
300
30x30cm , klei, st erk zandig, bv: 13.0%, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, brokken puin, schep
50
-100 4
1 2
-20
klei, zwak zandig, neut raal bruin, bruin, edelm an
100
0
klei, zwak zandig, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an zand, m at ig grof, m at ig silt ig, pid: 0, neut raal bruin, grijs, ow: geen, st erk m et selpuin, rest en bakst een, rest en kolengruis, edelm an
gras, m aaiveld
0
-300
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 1 3 8 .1 4 4 6 2 7 8 3 .0 7
t ype dat um boorm eest er x y
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 1 3 3 .7 8 4 6 2 7 6 7 .9 5
D l0 2 -1 4
gras, m aaiveld
0
D l0 2 -1 0
0 1 2
gras, m aaiveld
0
0 1
30x30cm , klei, zwak zandig, bv: 13.0%, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, schep
50
-50 2
30x30cm , klei, zwak zandig, bv: 13.0%, neut raal bruin, bruin, brokken puin, schep -50
50
t ype dat um boorm eest er x y
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 1 3 1 .4 7 4 6 2 7 6 2 .0 7
100
D L0 2 -1 5
3 150
0
4 200
t ype dat um boorm eest er x y
gras, m aaiveld
0 1
klei, zwak zandig, neut raal bruin, bruin, edelm an
2
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal bruin, bruin, edelm an
3
klei, zwak silt ig, donker grijs, edelm an
4
zand, zeer fijn, st erk silt ig, donker grijs, grijs, edelm an
50
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 1 4 0 .9 8 4 6 2 7 7 2 .7 3
-50
-100
100
150
D l0 2 -1 1
gras, m aaiveld
0
0 1
30x30cm , klei, zwak zandig, bv: 13.0%, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, brokken puin, schep -50
50 2 100
t ype dat um boorm eest er x y
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 1 3 4 .4 1 4 6 2 7 7 3 .2 0
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina
-150
H ove n ie r sw e g ( d e h ove n ) Z u t p h e n K1 8 2 8 8 1 0 4 -0 9 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 4 va n 2 8
-200
200
t ype dat um boorm eest er x y
g r on d b or in g 0 3 -0 6 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 0 6 7 .6 3 4 6 2 7 7 8 .0 8
D L0 2 -2
1
50
100
D L0 2 -6
gras, m aaiveld
0
0 1
klei, zwak zandig, neut raal bruin, bruin, edelm an
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin, sporen roest , edelm an
50
0 1
-50
-50
g r on d b or in g 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 0 7 7 .6 6 4 6 2 7 7 4 .9 3
150
D L0 2 -7
4 200
0 1
250
t ype dat um boorm eest er x y
-250
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 0 1 7 .2 3 4 6 2 8 4 5 .7 6
D L0 2 -3 1
g r on d b or in g 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 0 3 4 .8 2 4 6 2 8 1 7 .4 6
0
g r on d b or in g 2 7 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 0 3 1 .6 2 4 6 2 7 8 6 .0 1
0
D L0 2 -5
-50
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 5 -2 0 1 9 E. Rit se m a 2 0 8 1 4 0 .0 3 4 6 2 7 6 6 .0 6
akker, m aaiveld
0
0
klei, zwak zandig, neut raal bruin, bruin, rest en wort els, edelm an
1 -50
50
Verhoging in het veld.. vlak verdeling voor de inspect iegat en asbest 21m bij 18 m . In vlak verdeeld van 7 bij 6 m.