1106916 - Bijlage 24 - Bijlage 10 bij Vormvrije mer - update ecologie
Tekst van het document
Memo
Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel Telefoon: 0314-641910 E-mail: info@staringadvies.nl
Memo stand van zaken aanvullend soortgericht onderzoek Sprabanenweg in Zutphen de Hoven
Onderwerp:
Stand van zaken aanvullend soortgericht onderzoek Sprabanenweg in Zutphen (de Hoven)
Ter attentie van:
De heer GEANONIMISEERD contactpersoon opdrachtgever Bloemkwekerij Wim bv / Wimaplant
Locatie:
Sprabanenweg in Zutphen De Hoven
Memonummer:
2947-5528
Datum:
23 september 2025
Opgesteld door:
Ing. GEANONIMISEERD
1
Inleiding
In het voorjaar van 2025 voerde Staring Advies een quickscan natuurtoets uit om na te gaan of er in het plangebied aan de Sprabanenweg in de Hoven Noord/ Hoveniersweg in Zutphen sprake kan zijn van negatieve effecten op beschermde flora, fauna en natuurgebieden. Dit in verband met het voornemen om op deze locatie een glastuinbouwbedrijf te bouwen. Uit de quickscan bleek dat negatieve effecten als gevolg van de beoogde nieuwbouw niet kunnen worden uitgesloten op diverse beschermde soorten. Daarom wordt in 2025 aanvullend soortgericht onderzoek uitgevoerd om vast te stellen of deze beschermde diersoorten aanwezig zijn en of deze soorten door het beoogde plan negatieve effecten kunnen ondervinden. De quickscan en aanvullende onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging. Aangezien de gemeente Zutphen binnenkort het bestemmingsplan wil vaststellen, en enkele onderzoeken nog lopen, wordt er hierbij een update gegeven van de stand van zaken. Hierin wordt weergegeven welke conclusies er reeds kunnen worden getrokken en welke vragen nog onbeantwoord zijn.
Pagina 1 van 7
2
Quickscan natuurtoets
Uit de quickscan natuurtoets kwam naar voren dat er op het plangebied mogelijk enkele beschermde diersoorten voorkomen, die negatieve impact kunnen ondervinden van het beoogde bouwplan. Het betreft de volgende beschermde diersoorten: Vleermuizen; Roofvogels, uilen, overige broedvogels; Das; Kleine marterachtigen; Teunisbloempijlstaart. Ten aanzien van bovenstaande diersoorten zijn vervolgstappen noodzakelijk. Hieronder wordt per soort(-groep) een voorlopige conclusie beschreven.
3
Aanvullend soortgericht onderzoek
Om vast te stellen of deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden en daarmee een vergunningsaanvraag noodzakelijk is, wordt aanvullend onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen, roofvogels/uilen met jaarrond beschermde boomnesten en de das. Alle onderzoeken worden uitgevoerd door deskundige ecologen die werken óf in dienst van Staring Advies óf in opdracht van Staring Advies. Staring Advies is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). De onderzoeken zijn ten tijde van het verschijnen van deze memo (23 september 2025) nog niet afgerond, dus alle conclusies vertegenwoordigen de stand van zaken op deze datum. Het is mogelijk dat de definitieve conclusies, die verschijnen in de definitieve rapportages in Q4 2025, afwijken van de conclusies in deze memo. Verder moet worden vermeld dat de in onderstaande beschrijvingen voorgestelde compensaties nog moeten worden goedgekeurd door het bevoegd gezag (provincie Gelderland). Indien het bevoegd gezag dit nodig acht, wordt extra compensatie toegepast.
3.1 Vleermuizen Ten aanzien van het onderzoek naar vleermuizen zijn nog geen verblijfplaatsen vastgesteld in het plangebied. Wel werd (opnieuw) vastgesteld dat de oude populierenlaan die dwars over het plangebied loopt wordt gebruikt als foerageergebied door de gewone dwergvleermuis. Ook wordt er nog onderzocht of deze bomenlaan wordt gebruikt als foerageergebied voor de grootoorvleermuis en eventueel andere vleermuissoorten. Door het vellen van een deel van de populierenlaan (circa 650 meter) gaat er foerageergebied verloren van één of meerdere vleermuissoorten. Het verlies van dit foerageergebied wordt voornamelijk opgevangen door reeds aanwezige groene elementen, zoals het deel van de oude populierenlaan ten oosten van het plangebied, dat niet wordt geveld. Verder is er de jongere populierenlaan op het deel van de Sprabanenweg ten noorden en oosten van het plangebied, dat circa 1200 meter lang is. Deze dubbele rij populieren is aangeplant in circa 2012 en heeft inmiddels een omvang bereikt die voldoende is om te kunnen dienen als foerageergebied voor vleermuizen, wat ook is vastgesteld tijdens het vleermuisonderzoek. Uit het gedeelde landschappelijk inpassingsplan wordt bovendien opgemaakt dat er een nieuwe populierenlaan is gepland ter compensatie van de te vellen bomen op het plangebied.
De overige groene inrichtingselementen vormen eveneens geschikt foerageergebied voor deze soort. Het inrichtingsplan biedt derhalve voldoende compensatie voor de gewone dwergvleermuis.
Pagina 2 van 7
Voor de gewone grootoorvleermuis worden extra maatregelen genomen. Deze soort is namelijk veel kritischer ten opzichte van lichteffecten, wind, etc. en verkiest de huidige populierenlaan waarschijnlijk vooral vanwege de duisternis. Daarom moet bij de compensatie ook rekening worden gehouden met deze factor. De uitstraling van licht naar de landschappelijke inpassingszone dient dan ook te worden beperkt. Zoals gecommuniceerd, wordt er in de nieuwe kas geen gebruik gemaakt van assimilatiebelichting. Mocht dit besluit nog worden gewijzigd, dan dient wel duidelijk te worden onderbouwd dat assimilatiebelichting geen negatieve effecten heeft op vleermuizen. Niet alleen de foerageergebieden moeten voldoende duisternis bieden, maar dit geldt ook voor de route naar de foerageergebieden toe. Het is op basis van het plan te verwachten dat dit geen probleem zal vormen. Op basis van hetgeen tot zover is onderzocht, lijkt het erop dat de bomenrij op het plangebied geen verblijfplaats is voor vleermuizen. Mogelijk is wel een omgevingsvergunning nodig inzake foerageergebieden. In het landschappelijk inpassingsplan zijn diverse maatregelen opgenomen die een positief effect op de aanwezige vleermuizenpopulatie zullen hebben.
3.2 Roofvogels, uilen, overige broedvogels Bij een ecologisch vooronderzoek zijn 8 nesten vastgesteld. In het vervolgonderzoek is onderzocht of deze nesten werden bezet door vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn (categorie 1). Hierbij is ook gelet op vogelsoorten van de Rode Lijst en soorten waarvan de nesten alleen jaarrond beschermd zijn als er geen alternatief is (categorie 2). Tijdens het onderzoek naar roofvogels, uilen en overige broedvogels zijn geen jaarrond beschermde nesten van categorie 1 vastgesteld binnen het plangebied of de verstoringszone rond het plangebied. Wel zijn er bezette nesten (vastgesteld of sterke indicaties) van de volgende vogelsoorten binnen het plangebied: boomkruiper, kneu, zwarte kraai. Binnen de verstoringszone is sprake van bezette nesten (vastgesteld of sterke indicaties) van grote bonte specht, spreeuw en zwarte kraai. Van de bovengenoemde vogelsoorten behoren in de provincie Gelderland tot categorie 2: boomkruiper, grote bonte specht, spreeuw en zwarte kraai. Dit betekent dat de nesten alleen jaarrond beschermd zijn als er onvoldoende alternatieven zijn. De meeste van deze nesten zijn aangetroffen buiten het plangebied, maar binnen het verstoringsgebied. Deze nesten zullen behouden blijven door tijdens de werkzaamheden rekening te houden met deze nesten, bijvoorbeeld door de planning aan te passen.
In totaal zijn er 3 nesten van categorie 2 soorten aangetroffen in het plangebied: een nest van de boomkruiper en twee nesten van de zwarte kraai. Voor deze soorten zijn er in de omgeving van het plangebied voldoende geschikte alternatieve nestlocaties te vinden. De overige nesten betreft alleen een nest van de kneu, welke op de rode lijst staat. Naast dat er in de omgeving voldoende alternatieve nestlocaties voor de kneu aanwezig zijn, biedt het landschappelijk inpassingsplan ook alternatieve nestlocaties voor de kneu. In overleg met de provincie Gelderland zal worden vastgesteld of het aanvragen van een Omgevingsvergunning voor de buizerd, kneu of andere van de bovengenoemde soorten noodzakelijk is.
Pagina 3 van 7
Figuur 1: Vastgestelde nesten, waarvan alleen nesten 1, 5 en 6 gebruikt zijn in het broedseizoen 2025 (alle drie door zwarte kraai).
3.3 Das Voor het soortgericht onderzoek naar de aanwezigheid van de das in het plangebied, wordt gebruik gemaakt van wildcamera’s. Hiermee is veel fotomateriaal verzameld, dat nog geanalyseerd moet worden. Daarom is het nog lastig om hierover conclusies te trekken. Bij de sporenonderzoeken vinden we tot nu toe weinig resultaten. Het lijkt erop dat de percelen ten zuiden van de populierenlaan zeer weinig worden gebruikt door de das. Ten noorden van de populierenlaan zijn er wel percelen waar sporen gevonden zijn van de das. De aanwezigheid van dassennesten in het plangebied lijkt wel te kunnen worden uitgesloten. Het lijkt namelijk zeer aannemelijk dat evt. dassennesten zich in de naastgelegen spoortalud bevinden. Rond 1 oktober worden de camera’s opgehaald, en wordt het laatste sporenonderzoek uitgevoerd. De uiteindelijke resultaten zullen naar verwachting per medio november kunnen worden gedeeld. In het landschappelijk inpassingsplan zijn diverse maatregelen genomen om dit gebied als foerageergebied van de das te kunnen laten fungeren, zoals kort bemest grasland, de aanplant van fruit- en notenbomen, etc. Het lijkt erop dat deze maatregelen op deze wijze juist zijn ingepland. Voor de das dient een vergunning bij de Provincie te worden aangevraagd.
Pagina 4 van 7
4
Omgevingsvergunning
Zoals in hoofdstuk 3 aangegeven, wordt voor een aantal soorten een Omgevingsvergunning aangevraagd op basis van de resultaten van het soortgericht onderzoek. Voor de kleine marterachtigen en de teunisbloempijlstaart wordt geen soortgericht onderzoek uitgevoerd, maar wordt een omgevingsvergunning aangevraagd op basis van de aanname dat deze soorten aanwezig zijn en dat de benodigde maatregelen worden uitgevoerd.
4.1 Kleine marterachtigen In het plangebied is geschikt leefgebied voor kleine marterachtigen aanwezig langs greppels, paden en singels. De provincie Gelderland biedt de mogelijkheid om voor deze soorten een Omgevingsvergunning aan te vragen zonder hiervoor eerst aanvullend onderzoek uit te voeren. Uitgangspunt is dat er voldoende compensatie wordt gerealiseerd voor kleine marterachtigen. Het meest geschikte leefgebied betreft struweel langs de oude populierenlaan. Deze structuren worden verwijderd, maar worden ruimschoots gecompenseerd in het inrichtingsplan. Zowel de landschappelijke hagen als de bospercelen en het struweel vormen goede compensatie als nieuw leefgebied voor kleine marterachtigen. Ook het kruidenrijke graslandschap en mogelijke elzensingel dragen bij aan de compensatie voor deze soort. Ten aanzien van kleine marterachtigen dient er een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Echter met het oog op de geplande compensatie, zal deze wel kunnen worden verleend.
4.2 Steenmarter De steenmarter is niet opgenomen in het soortgericht onderzoek, maar uit de onderzoeken (met name de wildcamera’s) is wel gebleken dat deze voorkomt in het plangebied. De verblijfplaatsen bevinden zich waarschijnlijk in het spoortalud, maar omdat niet kan worden uitgesloten dat de steenmarter een verblijfplaats heeft in het plangebied wordt deze ook meegenomen in de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Voor deze soort worden twee alternatieve verblijfplaatsen gerealiseerd in het compensatiegebied. Zowel de landschappelijke hagen als de bospercelen en het struweel vormen goede compensatie als nieuw leefgebied voor de steenmarter. Ook het kruidenrijke graslandschap en mogelijke elzensingel dragen bij aan de compensatie voor deze soort. Daarnaast profiteert de steenmarter van de aanplant van fruitbomen.
4.3 Teunisbloempijlstaart In het plangebied zijn waardplanten en daarmee geschikt leefgebied aanwezig voor de teunisbloempijlstaart. De provincie Gelderland biedt de mogelijkheid om voor deze soort een omgevingsvergunning aan te vragen zonder hiervoor eerst aanvullend onderzoek uit te voeren. Uitgangspunt is dat er bij de planning van de werkzaamheden rekening wordt gehouden met deze soort en/of er ecologische begeleiding plaats vindt om te voorkomen dat individuen (rupsen) van deze soort worden gedood of verwond. Daarnaast wordt er voldoende compensatie gerealiseerd in de vorm van het inzaaien van waardplanten (teunisbloemachtigen), dit is in het landschappelijk inpassingsplan opgenomen.
Pagina 5 van 7
4
Conclusie
Ter verduidelijking, geldt voor het plangebied aan de Sprabanenweg, in De Hoven Noord/Zutphen dat de volgende beschermde diersoorten zijn waargenomen. In de tabel is opgenomen voor welke diersoorten de verwachting is dat er een Natura 2000activiteit/ontheffing bij de Provincie dient te worden aangevraagd.
Nr.
Soort
Type aanwezigheid
Mitigerende maatregel in plan
Aanvraag Provincie?
1
Roofvogels/uilen (met jaarronde beschermde nesten)
Nesten in bomen en struweel
Weidepalen, diverse boomsoorten, struweel
Mogelijk
2
Das
Foerageergebied
Kruidenrijk grasland, waterplas, pad langs kas om zich voort te bewegen
Ja
3
Boombewonende vleermuizen
In bomenlaan
Diverse boomsoorten
Mogelijk
4
Foerageergebieden vleermuizen
In en om oude populierenlaan
Aanleg diverse groenstructuren
Mogelijk
4
Kleine marterachtigen
Greppels en struweel langs bomenlaan
Elzensingel, kruidenrijk grasland en struwelen
Ja
5
Steenmarter
Foerageergebied in plangebied
Nestkasten en aanleg diverse groenstructuren
Ja
6
Teunisbloempijlstaart
Rupsen in waardplanten
Zaaien van teunisbloemen
Ja
Tabel 1: Overzicht soortgerichte onderzoeken/soorten. Bron: Staring Advies.
Op basis van de huidige ecologische situatie en de ervaringen van de betrokken deskundige ecologen, alsmede het eerder gevoerde overleg met de provincie Gelderland en de geplande compensatie (zie landschappelijk inpassingsplan), is de verwachting dat de provincie Gelderland, al dan niet met aanvullende eisen, de omgevingsvergunning voor de flora- en fauna-activiteit ten aanzien van de beschreven soorten zal verlenen.
Pagina 6 van 7
Zie voor een weergave van het landschappelijk inpassingsplan onderstaande figuur.
Figuur 2: Landschappelijk inpassingsplan. Bron: Gemeente Zutphen.
Pagina 7 van 7