CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

1097018 – bijlage 19 – bijl. mtv quickscan flora en fauna

Raadsvergadering 13 oktober 2025, gemeente ZutphenBij agendapunt: Vaststellen omgevingsplanwijziging project Leesten Schouwbroek, Zutphen8.492 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek,

terrein omsloten

door de Kerkhofweg, Houtsingel en N314 te Zutphen Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming

(geanonimiseerd)

AA Ecologie & Landschap

ë Toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkhofweg, Houtsingel en N314 te Zutphen. Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming Status uitgave: concept

Rapportnummer: Projectnummer:

22-268 22-0589

Datum uitgave:

2 november 2022

(geanonimiseerd)

Veldwerker:

Projectleider: Tweede

lezer:

Naam en adres opdrachtgever:

Gemeente Zutphen

Referentie opdrachtgever:

Postbus

41

7200 AA

Zutphen

brief d.d. 28 juli 2022 met nummer 305916

(geanonimiseerd)

Akkoord voor uitgave:

Paraaf:

dd. 1 november 2022

(geanonimiseerd)

Graag citeren alsí 022. Toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. nieuwbouw en herbestemming, terrein omsloten door de Kerkhofweg, Houtsingel en N314 te Zutphen. Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming.

Trefwoorden:

Rapport 22-268.

Bureau Waardenburg,

Culemborg.

Wet natuurbescherming, guickscan, Leesten Schouwbroek te Zutphen

Bureau Waardenburg b is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Waardenburg bv.

Opdrachtgever hierboven aangegeven vrijwaart Bureau Waardenburg bv voor aanspraken van derden n verband met deze toepassing.

© Bureau Waardenburg bv / Gemeente Zutphen Dit rapportis vervaardigd op verzoek van Gemeente Zutphen en is zijn eigendom. Niets uit it rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze

dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Waardenburg bv, noch mag

waarvoor hetis Lid

van

de

Waardenburg

het zonder een dergelike toesternming worden gebruikt voor enig ander werk dan

vervaardigd. branchevereniging

Netwerk

Groene

Bureaus.

Het

kwaliteitsmanagementsysteem

b is gecertiiceerd door EIK Certiicering overeenkomstig

ISO 9001:2015.

van

Bureau

Bureau Waardenburg

bv hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.

A\ Bureau Waardenburg

‘

Ecologie & Landschap

7—‘ NGB

Bureau Waardenburg, Varkensmarkt 9 4101 CK Culemborg, 0345 51 27 10, info@buwa.nl, www.buwenl

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen N314 te Zutphen

2

ë Samenvatting

Mogelijk nestlocatie huismus Mogelijk

nestlocatie

vogelsoorten

categorie

$

(niet jaarrond

beschermd)

en

algemene broedvogels Leefgebied das Mogelijk Ieefgebied boommarter, eekhoor, steenmarter en kleine marterachtigen Mogelijk verblifplaats vleermuizen Ja, voor huismus, boommarter, eekhoom, steenmarter, klein marterachtigen en vleermuizen

Ja, voor das, vogelsoorten uit categorie 5 en algemene broedvogels Mogelijk voor huismus, boommarter, eekhoorn, steenmarter, kleine marterachtigen en vleermuizen Ja, voor Wnb artikel 3.10 lid 1b, vernietigen van leefgebied van das Mogelijk voor huismus, boommarter, eekhoom, steenmarter, kleine marterachtigen en vleermuizen.

Ja, mogelijk een chemisch effect als gevolg van depositie van stikstof tijdens de aanleg- en gebruiksfase Ja, stikstofdepositieberekening

Mogelijk

Quickscan

Wnb t.b.v. ontwikkeli

N314 te Zutphen

Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsir

y N w

Inhoud Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Doel

6

Toetsingskader

7

2.1

Wetnatuurbescherming

7

2.2

Planologische gebiedsbescherming (NNN)

9

Plangebied en omgeving

11

3.1

Beschrijving omgeving van het plangebied

11

3.2

Beschrijving plangebied

13

3.3

Voorgenomen ingreep

19

Onderzoeksmethodiek

20

41

Bronnenonderzoek

20

4.2

Veldbezoek

21

43

Toetsing Wnb

21

Onderdeel Soortenbescherming

22

5.1

Planten

22

5.2

Vogels

22

5.3

Vleermuizen

24

54

Grondgebonden zoogdieren

26

5.5

Amfibieën

28

56

Reptielen

28

5.7

Vissen

29

5.8

Ongewervelden (insecten en weekdieren)

29

Onderdeel gebiedsbescherming

30

6.1

Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden

31

6.2

Voorziene effect(en)

31

6.3

Beoordeling effect(en) t.a.v. Wnb

32

Onderdeel bescherming van houtopstanden

33

7.1

Ligging plangebied t.o.v. beschermde houtopstanden

33

7.2

Voorziene effect(en)

33

7.3

Beoordeling effect(en) t.a.v. Wnb

33

Planologische gebiedsbescherming (NNN)

34

8.1

Ligging plangebied t.o.v. NNN

34

8.2

Voorziene effect(en) en beoordeling

(GNN en GO

Conclusie en advies/maatregelen Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen N314 te Zutphen

34 35 4

y N w

91

Soortenbescherming

35

92

Gebiedsbescherming

36

93

Bescherming van houtopstanden

36

94

Planologische gebiedsbescherming (NNN)

36

9.5

Natuurkansen

36

Literatuur

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingel en N314 te Zutphen

38

5

Inleiding 14

Aanleiding Gemeente Zutphen is voornemens om een nagenoeg volledig agrarisch terrein (omsloten door de Kerkweg, Houtsingel en N314) te ontwikkelen tot woonwijk (Leesten Schouwbroek). Om te bepalen of deze ingreep een negatief effect kan hebben op beschermde soorten planten en dieren, natuurgebieden en/of houtopstanden, dient de herontwikkeling getoetst te worden aan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb).

12

Doel

Deze rapportage betreft een quickscan Wet natuurbescherming zoals bedoelt in de definitielijst van de NGB (netwerkgroenebureau.nl). In deze rapportage wordt verslag gedaan van een bronnen- en veldonderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde natuurwaarden (beschermde soorten, Natura 2000-gebieden en houtopstanden) binnen de invloedssfeer van de ingreep. Het doel is om aan de hand van de verzamelde literatuur en het veldbezoek te bepalen of de voorgenomen ingreep al dan niet kan leiden tot een overtreding(en) van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Daarbij is ingegaan op de volgende vragen: e Welke beschermde soorten planten en dieren komen mogelijk of zeker voor binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingreep? « Welke Natura 2000-gebieden liggen binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingreep? e Isereen houtopstand binnen het plangebied aanwezig? « Welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten/gebieden/houtopstanden? e Welke verbodsbepalingen worden (mogelijk) overtreden? e Is een ontheffing (beschermde soorten)/vergunning (Natura 2000)/kapvergunning of melding (houtopstanden) nodig? Als toevoeging hierop zal tevens aandacht worden besteed aan provinciaal/planologisch beleid (NNN).

Voorliggende rapportage kan — bij blijk van noodzaak tot een aanvraag ontheffing Wnb en/of vergunning — een essentieel onderdeel vormen van een ontheffings- en /of vergunningsaanvraag.

Quickscan Wnb N314 te Zutphen

.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen

6

y N w

Toetsingskader 21

Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) heeft als doel het behoud van de biodiversiteit en duurzaam gebruik van de bestanddelen daarvan. De wet regelt strikte bescherming van aangewezen soorten, Natura 2000-gebieden en houtopstanden binnen drie onderdelen, te weten: soortenbescherming, gebiedsbescherming en bescherming van houtopstanden Voor soorten die geen strikte bescherming genieten, geldt binnen de Wnb een zorgplicht. De regels die toezien op genoemde bescherming zijn opgenomen als verbodsbepalingen binnen de Wnb. De verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde soorten planten en dieren (aspect Soortenbescherming) zijn in de Wnb opgenomen in Hoofdstuk 3 en beschreven per beschermingsregime. De regels die toezien op bescherming van Natura 2000-gebieden (aspect gebiedenbescherming) zijn opgenomen in Hoofdstuk 2 van de Wnb en de regels voor de bescherming van houtopstanden (aspect bescherming van houtopstanden) in Hoofdstuk 4. De zorgplicht is beschreven hoofdstuk 1 van de Wnb. Voor een uitgebreide beschrijving van wat de Wnb inhoudt en welke verbodsbepalingen aan de orde zijn wordt verwezen naar wetten.overheid.nl. In voorliggende

rapportage

wordt

getoetst

aan

de

verbodsbepalingen

zoals

die zijn

opgenomen binnen de drie hierboven genoemde onderdelen: soortenbescherming, gebiedenbescherming en bescherming van houtopstanden. Als toevoeging hierop zal tevens aandacht worden besteed aan natuurwaarden binnen provinciaal/planologisch beleid (niet Wnb).

211

Soortenbescherming (planten en dieren) De bescherming

van soorten

beschermingsregimes:

is binnen de Wet

Beschermingsregime

natuurbescherming

soorten

gewaarborgd

Vogelrichtlijn

(Wnb

in drie

$

3.1).

Beschermingsregime soorten Habitatrichtijn (Wnb $ 3.2)! en Beschermingsregime andere soorten (Wnb $ 3.3).

Alle inheemse (in het wild levende) vogels zijn beschermd op grond van de Wnb. Voor de meeste soorten geldt dat hun nesten alleen beschermd zijn n de periode dat ze in gebruik

zijn tijdens het broedseizoen. Voor een aantal soorten heeft de provincie bepaald dat hun nesten in principe jaarrond beschermd zijn (provinciale “Lijst soorten met jaarrond beschermde nesten"). Hierbij maakt de provincie onderscheid tussen:

-

Categorieën 1 Um 4 soorten soorten waarvan de nesten

(honkvast en/of afhankelijk van biotoop/bebouwing): als permanente verblijfplaats kwalificeren (jaarrond

beschermde nesten).

Dit betreft soorten van de Habitatrichtljn, het Verdrag van Bem en het Verdrag van Bonn met uitzondering van vogels.

Vogels

vallen

Soortenbescherming

bij

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen

_7

uimtelijke ingrepen.

N314 te Zutphen

onder

Beschermingsregime

soorten

Vogelrichtljn.

Brochure:

Ministerie van EZ, versie 1.3 december 2018

y N w

-

Categorie 5 soorten (redelijk flexibel m.b.t. elders kunnen vestigen): soorten waarvan de nesten als permanente verblijfplaats unnen kwalificeren indien geen c.q. onvoldoende

nesten). Voor provincie provincies

alternatieve

Gelderland

opgestelde

locaties

aanwezig

betreft dit een

en goedgekeurde

zijn

conform lijst van

(mogelijk

jaarrond

het Ministerie van vogelsoorten

(bron:

beschermde

EZ en zevental Lijst beschermde

soorten Wet natuurbescherming, opgesteld door Natuurinclusief, d.d. 24-04-2022). Voor een aantal landelijk algemeen voorkomende soorten van het Beschermingsregime andere soorten heeft de provincie Gelderland een vrijstelling van verbodsbepalingen verleend voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Voor andere beschermde soorten geldt geen vrijstelling en kan een ontheffing nodig zijn als de werkzaamheden zullen leiden tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb. Voor bepaalde werkzaamheden die vaak voorkomen of voorspelbaar zijn, zoals groenonderhoud binnen een gemeente of de werkzaamheden van waterschappen, geldt vanuit de overheid (RVO) een vrijsteling en kan beroep gedaan worden op een reeds verleende ontheffing van de Wnb. Zowel de voorwaarden voor het gebruik van deze vrijstelling/ontheffing als de verplicht te treffen maatregelen staan beschreven in een door de RVO goedgekeurde gedragscode natuurbescherming. Een overzicht van alle bestaande goedgekeurde gedragscodes is te vinden op de website van de RVO. Voor enkele gemeenten geldt dat zij een soortgelijke gebiedsgerichte ontheffing hebben verkregen voor bepaalde soorten. Hierbij is in 6én keer voor de gehele gemeente een ecologisch onderzoek gedaan.

Zowel de voorwaarden voor het gebruik van deze ontheffing als de resultaten van het ecologisch onderzoek en de te treffen maatregelen op gebiedsniveau zijn uitgewerkt in een soortenmanagementplan (SMP). Om

te bepalen

of al dan

niet sprake

kan

zijn van

negatieve

effecten op beschermde

soorten, dient de voorziene ingreep/herontwikkeling getoetst te worden aan het onderdeel

soortenbescherming van de Wnb.

212

Gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden) “Natura 20007 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden waarin bepaalde

diersoorten, plantensoorten en (essentiële) onderdelen van hun natuurlijk/functioneel leefgebied beschermd worden om de biodiversiteit (soortenrijkdom) te behouden of verbeteren. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd

met daarbij behorende doelsoorten, habitats en habitat specifieke kenmerken. Als gevolg van de voorgenomen ingreep kan zowel direct als indirect (door externe werking) sprake zijn van een

al dan

niet negatief effect op (de instandhoudings-doelstellingen

van) een

Natura 2000-gebied. Om

te bepalen

of al dan

niet sprake

gebieden, dient de voorziene gebiedsbescherming van de Wnb.

kan zijn van

ingreep

getoetst

negatieve

te

effecten

worden

aan

op Natura

het

2000-

onderdeel

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen N314 te Zutphen

_8

y N w

213

Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermt houtopstanden buiten de bebouwde kom met een

oppervlakte van minimaal 10 are (1000 m?) en rijbeplantingen die bestaan uit meer dan 20 bomen (art. 1.1). Deze bescherming is gericht op alle activiteiten die een boom of andere houtopstand ontsieren, ernstig beschadigen of tot de dood van de houtopstand kunnen leiden. Dit omvat

kappen,

rooien, verplanten

en ook kandelaberen

of snoeien

van (een

gedeelte van) de kroon of het wortelstelsel. Om te bepalen of al dan niet sprake kan zijn van negatieve effecten op binnen de Wnb beschermde houtopstanden, dient de voorziene ingreep getoetst te worden aan het onderdeel bescherming van houtopstanden van de Wnb.

214

Zorgplicht Vanuit de zorgplicht geldt dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Dit betekent dat handelingen, waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze zullen leiden tot nadelige gevolgen op de hierboven genoemde natuurwaarden, op de eerste plaats achtenwege moeten worden gelaten. Als dit (redelijkerwijs) niet mogelijk is, moeten maatregelen worden getroffen om de gevolgen te beperken dan wel ongedaan te maken.

22

Planologische gebiedsbescherming (NNN) In de Nederlandse provincies zijn alle natuurgebieden (ook die niet vallen onder “Natura 2000") opgenomen in het NNN (Natuurnetwerk Nederland). Voor provincie Gelderland geldt dt zij hierin nog een onderscheid maken in het GNN en GO (Gelders Natuumetwerk

en Groene Gelderland.

Ontwikkelingszones), welke zijn uitgewerkt in de Omgevingsverordening Het GNN is een gebied met een samenhangend netwerk van binnen de

provincie Gelderland bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal (Natura 2000),

nationaal (NatuurNetwerk Nederland; NNN) en provinciaal belang dat strekt tot de veiligsteliing van ecosystemen met de daarbij behorende soorten. De GO bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan natuur, maar die wel ruimtelijk vervlochten zijn

met het GNN (bijv. voor aanleg van verbindingszones). Het NNN/GNN/GO moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten panEuropees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen.

In

de

Omgevingsverordening

kemkwaiteiten

Gelderland

zijn

per

natuurgebied

doelsteliingen/

beschreven ten einde de kwaliteit van een natuurgebied te waarborgen.

Binnen het GNN/GO moeten bestaande bestemmingen die aan locaties worden/zijn toegekend, en de bijbehorende regels zorgen voor deze waarborging. Aan locaties binnen het

GNN/GO

moet,

met

uitzondering

van

agrarische

gronden,

in

ieder

geval

de

bestemming ‘natuur of iets vergelijkbaars worden toegekend. Dit betekent dus dat wanneer een nieuwe bestemming niet vergelijkbaar is met een vigerende bestemming (bijv. een wijziging van ‘natuur' naar ‘wonen’,

'maatschappelijk’ of industrie') een (al dan

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen N314 te Zutphen

_9

y N w

niet significant) negatief effect op de kernkwaliteiten niet kan worden uitgesloten en per definitie een toetsing moet worden uitgevoerd. Op basis van die toetsing wordt bekeken of het plan het GNN/GO

aantast in bijvoorbeeld de oppervlakte van het GNN/GO, de kwaliteit

van de natuur, de wezenlijke kenmerken ervan, of de samenhang tussen natuurgebieden. Om te bepalen of al dan niet sprake kan zijn van negatieve effecten op het GNN/GO, dient

de voorziene ingreep getoetst te worden aan planologische gebiedsbescherming.

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen N314 te Zutphen

10

y N w

Plangebied en omgeving 31

Beschrijving omgeving van het plangebied Het plangebied betreft een ruim 22 ha groot agrarisch terrein dat wordt omsloten door de Kerkhofweg, de Houtsingel en de N314 (Figuur 1). Ten westen van het plangebied vindt nieuwbouw van woningen plaats. Het plangebied wordt hiervan gescheiden door een bosopstand met daarbij enkele speeltoestellen. Ten noorden van de Kerkhofweg bevindt zich een begraafplaats die wordt omringd door bos. Aan de oostkant van plangebied loopt een watergang van ongeveer 10 meter breed (verlengde van de Vierakkerse Beek), die enige watervegetatie zoals waterlelie en lisdodde bevat (Figuur 3). Doordat de watergang in verbinding staat met de agrarische percelen, is de watergang voedselrijk. Langs de watergang staan soorten als fluitenkruid en riet. Langs de oevers is geen beschoeiing aanwezig.

_

Figuur 1

Ligging plangebied (rood omkaderd). (Esri Nederland, Community Map Contributors | Esri Nederland, beeldmateriaal.nl | Esri Nederland, Kadaster | Esrí Nederland, AHN)

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen N314 te Zutphen

11

ë

Plangebied (rood omkaderd) met woningen (blauw omcirkeld), onverharde weg (geel) en het ruderale terrein met zandhopen (groen omcirkeld) (Esri Nederland, Community Map Contributors | Esri Nederland, beeldmateriaal.nl | Esri Nederland, Kadaster | Esri Nederland, AHN) .

Quickscan Wnb N314 te Zutphen

t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen

12

y N w

Figuur 3.

32

Beschi

Het

Watergang ten oosten van het plangebied.

g plangebied

plangebied

bestaat

voornamelijk

uit

agrarische

percelen.

Het

centraal-westelijke

gedeelte betreft een erf met daarop twee woningen (Kerkhofweg 1 en Kerkhofweg 3) en twee schuren. Het noordelijk gelegen agrarische perceel is grasland waarop schapen worden gehouden (Figuur 4) en het zuidelijk gelegen agrarische perceel is een maisakker (Figuur 5). De agrarische percelen worden gescheiden door een onverharde weg waarlangs struweel groeit met soorten als grauwe wilg, zomereik, riet, braam en haagwinde (Figuur 6). De twee woningen bestaan uit bakstenen muren en hebben een zadeldak met dakpannen (Figuur 7 en 8). Achter beide woningen zijn schuren aanwezig die ook een zadeldak hebben (Figuur 9). De schuur behorende bij de woning met huisnummer 1 is een dichte schuur met een golfplaten dak dat dient als opslagruimte (Figuur 10). De schuur behorende bij woning met huisnummer 3 is een open schuur (Figuur 11) en dient als opslag van voertuigen/landbouwmachines. Het dak bestaat uit golfplaten. Rondom de woningen zijn bomen aanwezig (cipres, hazelaar en wilgen) met als ondergroei voornamelijk braamstruweel (Figuur 12). Op het zuidelijke deel van het plangebied is ruderaal terrein aanwezig met ruig begroeide zandhopen (Figuur 12) en een rij jonge eikenbomen. In het plangebied zelf is geen oppervlaktewater aanwezig.

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen N314 te Zutphen

13

AA

Figuur 4.

Noordzijde plangebied met begrazing door schapen.

Figuur 5

Zuidelijk gelegen maisakker.

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen N314 te Zutphen

14

Figuur 6

'Landweg door het plangebied waarlangs 0.a. grauwe groeit.

Figuur 7.

Woning Kerkhofweg 1.

wilg, zomereik en braam

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen N314 te Zutphen

15

y N

Figuur 8.

Woning Kerkhofweg 3.

Figuur 9.

Schuren behorende bij woning Kerkhofweg 1 (rechts) en Kerkhofweg Schuur behorende bij Kerkhofweg 3 is open aan de achterkant.

3 (lnks).

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen N314 te Zutphen

16

ë

Figuur 10.

Binnenkant van schuur behorende bij woning Kerkhofweg 1.

Figuur 11.

Binnenkant open schuur behorende bij woning Kerkhofweg 3.

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen N314 te Zutphen

17

Figuur 12.

Begroeiing ten oosten de woningen met voornamelijk wilgen en n de ondergroei braamstruweel.

Figuur 13.

Ruderaal terrein met grondhopen op de zuidzijde van het plangebied.

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen N314 te Zutphen

18

y N w

3.3

Voorgenomen

ingreep

Informatie over de voorgenomen ingreep is aangeleverd door de gemeente Zutphen.

De gemeente Zutphen is voornemens 300 woningen te realiseren binnen het plangebied in de buurt 'Leesten Schouwbroek’. Er wordt van uit gegaan dat hierbij al het groen op het terrein verwijderd wordt en de woningen Kerkhofweg 1 en 3 met schuren gesloopt worden. Het is niet bekend wanneer de werkzaamheden uitgevoerd worden en wat de doorlooptijd van dit project i.

Deze

ingreep

kan

omschreven

worden

als

een

ingreep

in het kader van

ruimtelijke

ontwikkeling en inrichting. Gebruik van een door de minister goedgekeurde gedragscode voor de betreffende ingreep is niet aan de orde. Voor het uitvoeren van de ingreep geldt een vrijsteliing voor regels ten aanzien van een aantal door de provincie Gelderland aangewezen soorten uit het 'Beschermingsregime andere soorten’ van de Wnb (zie Hoofdstuk 2).

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen N314 te Zutphen

19

y N w

Onderzoeksmethodiek Voorliggende toetsing is opgesteld op basis van een eenmalig veldbezoek, de huidige ter

beschikking gestelde kennis/informatiebronnen en inschattingen van deskundige ecologen. Effecten zijn bepaald en beoordeeld op basis van de (mogelijke) functie van het plangebied

(en/of

de

directe

omgeving)

voor

beschermde

soorten,

gebieden

en

houtopstanden in relatie tot de voorgenomen ingreep.

41

Bronnenonderzoek

Soortenbescherming Voorafgaand aan een veldbezoek heeft een bronnenonderzoek plaatsgevonden. De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geeft een eerste indruk van beschermde soorten die zowel n de omgeving als binnen het plangebied kunnen voor komen. Als zoekgebied is gekozen voor een gebied met een straal van 5 tot 10 kilometer (afhankelijk van de mobiliteit van de soortgroep) rondom het plangebied, waarbij is gekeken naar de beschermde soorten van het beschermingsregime Habitatrichtlijn, vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten van de Vogelrichtlijn en soorten van de (provinciespecifieke) lijst ‘andere soorten’ die in de afgelopen 10 jaar zijn waargenomen. Indien noodzakelijk zijn voor een actueel overzicht van beschermde soorten die in de regio voorkomen tevens verspreidingsatlassen (Ravon.nl, Sovon.nl, Zoogdiervereniging.nl,

Vinderstichting.nl en Floron.nl) geraadpleegd’. Voor zover nodig en/of van toepassing, is gebruik gemaakt van achtergronddocumentatie (zie literatuurlijst). Gebiedsbescherming

In eerste aanleg is met behulp van de website www.natura2000.nl nagegaan wat de afstand van het plangebied s tot verschillende Natura 2000-gebieden. Indien noodzakelijk is

dezelfde

website

geraadpleegd

voor

een

actueel

overzicht

van

de

instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voor het bepalen van een mogelijk effect op beschermde Natura 2000-gebieden wordt — naast ecologische expertise —

eventueel

ook

gebruik

gemaakt

van

de

effectenindicator

van

synbiosys.alterra

(synbiosys.alterra.nl). Deze effectenindicator is een instrument waarmee mogelijke schadelijke effecten ten gevolge van een geplande ingreep kunnen worden verkend (de informatie

is

generiek)

en

geeft

informatie

over

de

gevoeligheid

van

soorten

en

habitattypen voor de meest voorkomende storende factoren (bron: synbiosys.alterra.nl). Bescherming van houtopstanden

In eerste aanleg is met behulp van de betreffende Interim Omgevingsverordening /provinciale website nagegaan of het plangebied is gelegen binnen een gebied/terrein dat valt

onder

de

bescherming

van

houtopstanden

zoals

bedoelt

binnen

de

Wet

Natuurbescherming. Vervolgens is bepaald of binnen de planlocatie sprake is van een houtopstand zoals gedefinieerd in de Wet natuurbescherming.

* Nationale Databank Flora en Fauna geraadpleegd 06-09-2022 Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingel en N314 te Zutphen

20

y N w

42

Veldbezoek

Het plangebied is op 7 en 21 september 2022 bezocht door een deskundig ecoloog. Tijdens de veldinspectie is zoveel mogelijk concrete

informatie verzameld

met betrekking tot de

eventuele aan- of afwezigheid van beschermde soorten en de mogelijke geschiktheid van de onderzoekslocatie (dit betreft het plangebied en het gedeelte van het omringende terrein dat binnen

de

invloedssfeer

van

de voorziene

ingreep

valt) voor overige

beschermde

natuurwaarden. De bomen zijn geïnspecteerd door middel van een verrekijker op holtes en/of loszittende schors. In het onderzoeksgebied is gezocht naar nesten, holen en/of sporen (zoals uitwerpselen, braakballen, knaagsporen aan dennenappels etc.). Op basis van terreinkenmerken en ecologische expertise is beoordeeld of het plangebied/onderzoeksgebied geschikt is voor de in de omgeving voorkomende beschermde

43

soorten.

Toetsing Wnb Op basis van het bronnenonderzoek en het veldbezoek wordt een uitspraak gedaan over of bij de voorziene ingreep rekening moet worden gehouden met het (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten planten en dieren n of direct nabij het plangebied en wordt beoordeeld of een negatief effect op beschermde soorten/natuurgebieden al dan niet kan worden uitgesloten. Soorten die in of nabij het plangebied voorkomen en waarvoor binnen de provincie

Gelderland een

vrijstelling (van

verbodsbepalingen

uit de

Wnb)

voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting,

is verleend

worden in deze

toetsing buiten beschouwing gelaten. Omdat deze soorten wel vallen onder de Zorgplicht zullen, indien van toepassing, hiervoor wel maatregelen worden beschreven. Benadrukt

wordt

Wanneer

geconcludeerd

dat

deze

quickscan

overtreden

van verbodsbepalingen

wordt

dat

Wnb

de

enkel

een

voorgenomen

uit de Wnb,

oriënterend

ingreep

wordt nagegaan

onderzoek

(mogelijk)

betreft.

leidt tot het

of dit tenietgedaan

kan

worden middels maatregelen of dat aanvullend onderzoek moet worden uitgevoerd en/of een ontheffing Wnb/vergunning moet worden aangevraagd. De onderzoeker die het onderzoek heeft uitgevoerd is door opleiding, werkervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor de door haar uitgevoerde werkzaamheden. Het project is uitgevoerd

volgens

het

kwaliteitshandboek

kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015.

van

Bureau

Waardenburg

is

Waardenburg.

gecertificeerd

door

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen N314 te Zutphen

Het

EIK

21

y N w

Onderdeel Soortenbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het (mogelijk) voorkomen

van beschermde

soorten in en/of nabij

het plangebied. Per soortgroep zijn de bevinden vanuit het veldbezoek en de te verwachten effecten — als gevolg van de voorziene ingreep — beschreven en getoetst aan de Wnb. Vervolgens is aangegeven of, en zo ja, welke vervolgstappen noodzakelijk zijn.

51

5.1.1

Planten

Beschermde soorten en functie(s) van het plangebied In de omgeving van het plangebied zijn geen waamemingen van beschermde plantensoorten bekend (NDFF). Exemplaren van beschermde plantensoorten zijn ook niet waargenomen tijdens het veldbezoek, al was de periode van inventariseren buiten de bloeitijd van de meeste beschermde plantensoorten. Op basis van verspreidingsonderzoek en het veldbezoek (waarnemingen en biotoop) wordt een functie van het plangebied voor beschermde plantensoorten uitgesloten.

512

Voorziene effect(en) Aangezien het voorkomen van beschermde plantensoorten in het plangebied kan worden uitgesloten, kunnen (negatieve) effecten op beschermde soorten — als gevolg van de voorziene ingreep — worden uitgesloten.

513

Beoordeling effect(en) t.a.v. Wnb De voorziene ingreep zal naar verwachting niet leiden tot vernietiging van exemplaren van

beschermde plantensoorten, waardoor verbodsbepalingen uit de Wnb.

52

5.21

geen

sprake

zal zijn van

een

overtreding

van

Vogels

Beschermde soorten en functie(s) van het plangebied Er zijn n

het plangebied

en de directe omgeving

waamemingen

bekend

van

diverse

vogelsoorten uit de categorieën 1 t/m 4 te weten: buizerd, gierzwaluw, huismus, ooievaar,

roek, slechtvalk en sperwer (NDFF). Tijdens het veldbezoek zijn geen waarnemingen gedaan van individuen of nesten van vogelsoorten uit categorie 1 /m 4 in of nabij het plangebied (ook niet in de bomen ten noorden van het plangebied). De huizen en schuren

zijn niet geschikt als nestplaats voor gierzwaluw, omdat de bebouwing ofwel te laag is, of omdat er geen toegangsmogelijkheden zijn in de hoge delen. In de schuren zijn geen nesten

van

veldbezoek.

huismus

aanwezig,

De met dakpannen

noch

gedekte

zijn

huismussen

waargenomen

tiijdens

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen N314 te Zutphen

het

daken van de woningen zijn wel geschikt als 22

ë nestplaats voor huismus, omdat de onderste rij pannen toegankelijk is. Mogelijk zijn hier nesten van huismus aanwezig. In de bomen zijn geen nesten aangetroffen van boombewonende soorten uit de categorieën 1 t/m 4. Een functie van het plangebied als nestplaats voor deze soorten is in de huidige situatie uitgesloten. Mogelijk wordt het plangebied wel gebruikt als foerageergebied door soorten uit de categorieën 1 U/m 4. Dit betreft geen essentieel foerageergebied, omdat er geen nesten in de directe omgeving zijn en er in de omgeving voldoende alternatief foerageergebied aanwezig is. Vogelsoorten uit de categorie 5 Binnen het plangebied zijn waarnemingen bekend van blauwe reiger, boerenzwaluw, bonte Vliegenvanger, boomkruiper, ekster gekraagde roodstaart, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, ijsvogel, kleine bonte specht, koolmees, oeverzwaluw, pimpelmees, spreeuw, tapuit, torenvalk, zwarte kraai en zwarte roodstaart (NDFF). In een van de wilgen is een holte waargenomen (Figuur 15), waar mogelijk holenbroeders zoals spechten een nest kunnen hebben. Ook zijn blauwe reiger (bij de watergang) en ekster, koolmees en zwarte kraai waargenomen. De bomen en struiken ten westen van de woningen en langs de onverharde weg zijn geschikt als nestplaats voor soorten uit deze categorie.

Algemene vogelsoorten Tijdens het veldbezoek zijn waarnemingen gedaan van merel, tftjaf in de begroeiing langs de onverharde weg en van wilde eend en meerkoet bij de ten oosten van het plangebied gesitueerde watergang. In de schuur zijn een aantal oude nesten van houtduif aanwezig (Figuur 14). Het plangebied is geschikt als broedgebied voor algemene broedvogels.

Figuur 14.

Quickscan Wnb N314 te Zutphen

Oud nest van houtduif in de open schuur.

t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen

23

y N w

522

Voorziene effect(en) Als gevolg van het slopen van de huizen en het kappen van de bomen worden mogelijk jaarrond

beschermde

nesten

van

huismus

(categorie

nesten uit categorie 5 (zoals spechtensoorten, vogelsoorten) vernietigd/verstoord.

5.2.3

2) en

ekster

niet jaarrond

en

koolmees

beschermde

en

algemene

Beoordeling effect(en) t.a.v. Wnb Met de ingreep worden mogelijk nesten van huismus (categorie 2) vernietigd, wat een overtreding is van de Wnb artikel 3.1 lid 2. Hierbij worden mogelijk ook huismussen gedood (overtreding Wnb artikel 3.1 lid 1). Om de functie van de woningen te bepalen, is nader onderzoek nodig (paragraaf 9.1). Omdat voor de te verwachten vogelsoorten uit de categorie 5 geen sprake is van zwaarwegende ecologische omstandigheden (er zijn voldoende alternatieven in de directe omgeving), geldt dat deze nesten géén jaarronde bescherming genieten. Dat betekent dat vernietiging van deze nesten en nesten van algemene vogelsoorten buiten het broedseizoen niet zal leiden tot een overtreding van de verbodsbepalingen zoals die zijn opgenomen in de Wnb. Verstoring van nesten (broedgevallen) — met kans op nestverlating/wezenlijke invloed op de staat van instandhouding van de soort — betekent een overtreding van de verbodsbepalingen zoals die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming. Door te werken buiten het broedseizoen, wordt dergelijke verstoring van broedgevallen — en daarmee een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb — voorkomen. Voor het broedseizoen wordt n het kader van de Wnb geen standaardperiode gehanteerd. De lengte en aanvang van het broedseizoen verschilt per soort. Globaal moet voor het broedseizoen

rekening

gehouden

worden

met de periode

half maart tot half augustus.

Echter, ook buiten deze periode kan sprake zijn van broedgevallen en zijn deze eveneens beschermd.

53

5.3.1

Vleermuizen

Beschermde soorten en functie(s) van het plangebied In de omgeving grootoorvleermuis,

komen

0.a. de soorten

ruige dwergvleermuis,

franjestaart,

gewone

dwergvieermuis,

gewone

laatvlieger, rosse vleermuis en watervleermuis

voor (NDFF). Hieronder staat aangegeven welke functie(s) het plangebied mogelijk heeft voor vleermuizen. Hierbij wordt een onderscheidt gemaakt tussen vaste verblijfplaatsen en vliegroutes/foerageergebied.

Vaste verblijfplaatsen De

met

dak

bedekte

daken

van

beide

woningen

hebben

openingen

onder

de

eerste

pannenrij en langs de nok van het dak. Gebouw-bewonende vleermuissoorten kunnen via Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen N314 te Zutphen

24

deze openingen gebruik maken van de spouw en de ruimte tussen de dakpannen en het dakbeschot. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de aanwezige bebouwing mogelijk de functie vervult als zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijfplaats voor diverse vleermuissoorten. Een massawinter-verblijfplaats kan, gezien de afwezigheid van geschikte bebouwing met substantiële omvang en daarmee een voldoende bufferende werking, redelijkerwijs worden uitgesloten.

In een van de wilgen is een

holte waargenomen (Figuur 15), die mogelijk een functie heeft

als verblijfplaats van boom-bewonende soorten. Wegens grote hoogtes en een dicht bladerdek waren diverse wilgen niet voldoende inspecteerbaar om de aanwezigheid van holtes/loszittende schors volledig uit te kunnen sluiten. Hierdoor kan het voorkomen van vaste verblijfplaatsen van boom-bewonende soorten zoals rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis niet met zekerheid kan worden uitgesloten.

Figuur 13.

Holte in één van de wilgen.

Vliegroutes/foerageergebied Het plangebied is mogelijk onderdeel van het foerageergebied van verschillende vleermuissoorten. Dit betreft geen essentieel foerageergebied, omdat in de omgeving voldoende alternatief foerageergebied is van betere kwaliteit (de begraafplaats, de bosopstand direct ten westen van het plangebied en aan de oostkant van de N314). Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingel en N314 te Zutphen

25

y N w

Omdat geen sprake is van een lijnvormige (verbindende) structuur kan een functie als essentiële vliegroute eveneens worden uitgesloten.

532

Voorziene effect(en)

Wanneer sprake is van verblijfplaatsen van vleermuizen in de bebouwing en bomen, kunnen de voorziene sloop- en kapwerkzaamheden leiden tot vernietiging van verblijfplaatsen en het doden van individuen. Omdat verblijfplaatsen niet kunnen worden uitgesloten, leidt de voorziene ingreep (trilling, licht en/of geluid) mogelijk ook tot verstoring van foeragerende vleermuizen en/of vleermuizen in vlucht en daarmee

indirect tot verstoring van verblifplaatsen in de directe

omgeving van het plangebied.

Beoordeling effect(en) t.a.v. Wnb Mogelijk worden bij de geplande ingreep (sloop- en kapwerkzaamheden) verblijfplaatsen van vleermuizen vernietigd/verstoord en dieren beschadigd/gedood. Zowel vernietiging/verstoring van essentiële onderdelen van het functioneel leefgebied van vleermuizen als het doden van individuen betekent een overtreding van verbodsbepalingen binnen de Wnb. Daarom dient een nader onderzoek naar vleermuizen (conform het Vleermuisprotocol 2021) uitgevoerd te worden om daarmee de aan- of afwezigheid van vaste verblijfplaatsen te kunnen vaststellen. Wanneer vaste verblijfplaatsen aanwezig zijn, moet voor de sloop- en kapwerkzaamheden een ontheffing van de Wnb worden aangevraagd. Ten einde verstoring van vleermuizen te voorkomen dienen werkzaamheden bij daglicht te worden uitgevoerd.

54

541

Grondgebonden zoogdieren

Beschermde soorten en functie(s) van het plangebied In de omgeving

van

het plangebied

zijn meldingen

bekend

van

bever,

boommarter,

bunzing, das, eekhoorn, steenmarter en wezel (NDFF).

Bever is éénmaal waargenomen (2022) bij de Berkel (een rivier) op meer dan 1 km afstand van

het

plangebied.

In

en

nabij

het

plangebied

zijn

geen

knaagsporen,

burchten,

loopsporen of andere sporen van bever aangetroffen. Een functie van het plangebied voor bever is daarmee uitgesloten. Boommarter

is op meer dan

500 mtr afstand van het plangebied

waargenomen

2022). In het plangebied zijn mogelijk geschikte holen voor boommarter aanwezig. dienen mogelijk als verblijfplaats voor boommarter.

(0.a. in

Deze

De kleine marterachtigen bunzing (0.a. in 2022} en wezel (2020) zijn respectievelijk binnen

het plangebied en op meer dan 500 mtr afstand van het plangebied waargenomen. In het plangebied is geschikt leefgebied voor kleine marterachtigen aanwezig namelijk: het struweel langs de onverharde weg, de begroeiing rondom de woningen en de begroeiingen Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingel en N314 te Zutphen

26

y N w

op het ruderale terrein in het op het zuidelijke deel van het plangebied. Hier bevinden zich mogelijk verblijfplaatsen van kleine marterachtigen. De agrarische percelen zijn vanwege het ontbreken

van dekking,

het intensieve beheer en de aanwezigheid van grazers

niet

geschikt als leefgebied voor kleine marterachtigen. Ook das is binnen het plangebied waargenomen. In 2019 is in de omgeving onderzoek gedaan naar dassen (Das & Boom, 2019). Hierbij zijn in de bosopstand ten westen van het

plangebied snuitputjes gevonden. Er zijn hier geen (oude) dassenholen gevonden. Ook zijn drie dassenburchten op ongeveer 700 meter van het plangebied aangetroffen. In het plangebied zelf is geen burcht aanwezig. Het plangebied dient wel als foerageergebied voor dassen. Omdat het plangebied volgens het onderzoek van Das & Boom een belangrijke schakel is tussen de verschillende leefgebieden en burchten van dassen, maakt het plangebied mogelijk een essentieel onderdeel uit van het functioneel leefgebied van dassen.

Steenmarter is waargenomen

langs de rand van het plangebied.

Het struweel langs de

onverharde weg, de begroeling rondom de woningen en het ruderale terrein in het zuiden van het plangebied zijn geschikt leefgebied. Hier is mogelijk een verblijfplaats van steenmarter aanwezig. In de woningen en schuren zijn geen schuilmogelijkheden voor steenmarter aanwezig. Hier zijn ook geen sporen van steenmarter aangetroffen. verblijfplaats van steenmarter in de woningen of schuren is uitgesloten.

Een

Eekhoorn is waargenomen op minder dan 50 mtr afstand van het plangebied (0.a. in 2022). In het plangebied zijn geen waarnemingen van eekhoorn of eekhoornnesten gedaan, die ondanks dat de bomen in blad stonden, zichtbaar zouden moeten zijn. De holtes in de bomen zijn wel geschikt als nestplaats voor eekhoorn. Mogelijk foerageren enkele eekhoors in het plangebied, maar dit is geen essentieel foerageergebied, omdat het slechts enkele eikenbomen betreft en er in de omgeving nog voldoende alternatief foerageergebied aanwezig is (de begraafplaats en bosopstand direct ten westen van het plangebied).

542

Voorziene effect(en)

Als gevolg van de geplande ingreep worden mogelijk essentieel foerageergebied van das en vaste rust- en verblijfplaatsen en/of individuen van boommarter, eekhoorn, steenmarter en kleine marterachtigen

(bunzing en wezel) vernietigd/gedood.

Ook kan als gevolg van

de voorziene ontwikkeling sprake zijn van verstoring (door licht, triling, verwijdering/aantasting groenstructuren) voor genoemde beschermde soorten.

543

geluid

en

Beoordeling effect(en) t.a.v. Wnb

Bij de voorziene ingreep worden mogelijk essentieel foerageergebied en vaste rust- en/of verblijfplaatsen van das, boommarter, eekhoorn, steenmarter, bunzing en wezel vernietigd/verstoord en/of individuen gedood, waardoor sprake is van een overtreding van

de verbodsbepalingen in de Wnb. Om te bepalen of, en zo ja wat de functie van het plangebied is, dient voorafgaand aan de ingreep een nader onderzoek naar genoemde soorten

te worden

uitgevoerd.

Wanneer

een

essentieel

onderdeel

van

het functioneel

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen N314 te Zutphen

27

y N w

leefgebied van genoemde soorten aanwezig is, moet voor het vernietigen/verstoren hiervan en/of het mogelijk doden van individuen een ontheffing van de Wnb worden aangevraagd.

Amfibieën

Beschermde soorten en functie(s) van het plangebied In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen poelkikker (NDFF).

bekend van kamsalamander

en

Kamsalamander is waargenomen in poelen op meer dan 1 km afstand van het plangebied (o.a. in 2022) en poelkikker is &&nmaal waargenomen (2015) op meer dan 1 km. Habitat van de kamsalamander bestaat uit matig voedselrijke rivieren, beekdalen, poelen of vijvers. Poelkikker prefereert voedselarme wateren. De watergang ten oosten van het plangebied is geen geschikt habitat voor kamsalamanders of poelkikker omdat deze te voedselrijk is. Daamaast is op de agrarische percelen die aan de watergang grenzen nauwelijks dekking aanwezig, waar de soorten kunnen schuilen, waardoor een functie van het plangebied voor kamsalamander en poelkikker uitgesloten is.

Voorziene effect(en) Aangezien het voorkomen van beschermde amfibiesoorten in het plangebied kan worden uitgesloten, kunnen (negatieve) effecten op deze soortgroep — als gevolg van de voorziene ingreep — eveneens worden uitgesloten.

5.5.3

Beoordeling effect(en) t.a.v. Wnb De voorziene ingreep zal naar verwachting niet leiden tot het verstoring/vernietiging van essentieel

leefgebied/biotoop

of het

doden

van

individuen

van

beschermde

soorten

amfibieën, waardoor geen sprake zal zijn van een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb.

56

56.1

Reptielen

Beschermde soorten en functie(s) van het plangebied Op

meer

dan

1 km

ten

oosten

van

het plangebied

zijn waamemingen

bekend

van

hazelworm (0.a. in 2022) en levendbarende hagedis (2019, NDFF).

Hazelworm komt voorin vochtige met dichte vegetatie en bladeren bedekte terreinen, waar levendbarende hagedis heide en hoogvenen prefereert. Deze habitattypen komen niet voor

in het plangebied, waardoor een functie van het plangebied reptielen kan worden uitgesloten.

voor beschermde

soorten

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingel en N314 te Zutphen

28

y N w

56.2

Voorziene effect(en) Aangezien het voorkomen van beschermde

reptielsoorten in het plangebied kan worden

uitgesloten, kunnen (negatieve) effecten op deze soortgroep — als gevolg van de voorziene

ingreep — eveneens worden uitgesloten.

Beoordeling effect(en) t.a.v. Wnb De voorziene ingreep zal naar verwachting niet Ieiden tot het verstoring/vernietiging van essentieel leefgebied/biotoop of het doden van individuen van beschermde soorten reptielen, waardoor geen sprake zal zijn van een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wb.

57

5.7.1

Vissen

Beschermde soorten en functie(s) van het plangebied In de omgeving van het plangebied komen geen beschermde vissoorten voor (NDFF). De watergang die ten oosten van het plangebied loopt afgesloten is van andere sloten of beken. De watergang staat in verbinding staat met de agrarische percelen, waardoor deze voedselrij is. Dit maakt de watergang niet geschikt voor beschermde soorten vissen. Op basis van verspreidingsgegevens en het veldonderzoek wordt een functie van het plangebied voor beschermde vissen uitgesloten.

57.2

Voorziene effect(en) Aangezien

het voorkomen

van

beschermde

vissoorten

in het plangebied

kan

worden

uitgesloten, kunnen (negatieve) effecten op deze soortgroep — als gevolg van de voorziene

ingreep — eveneens worden uitgesloten.

573

Beoordeling effect(en) t.a.v. Wnb De voorziene ingreep zal naar verwachting

niet leiden tot het verstoring/vernietiging van

essentieel eefgebied/biotoop of het doden van individuen van beschermde soorten vissen, waardoor geen sprake zal zijn van een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb.

58

581

Ongewervelden (insecten en weekdieren)

Beschermde soorten en functie(s) van het plangebied In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van beekrombout (2021), grote vos (0.a. in 2022), grote weerschijnvlinder (0.a. in 2022) en kleine ijsvogelvlinder (0.a. in 2022, NDFF).

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingel en N314 te Zutphen

29

y N w

Beekrombout is waargenomen in de Berkel (een rivier) op meer dan 1 km ten noorden van het plangebied. Het habitat van deze soort bestaat uit beken en grote rivieren. Deze zijn niet aanwezig in (of direct nabij) het plangebied, waardoor een functie van het plangebied

voor beekrombout is uitgesloten. Grote vos is waargenomen binnen 100 mtr van het plangebied. Geschikt habitat voor grote vos zijn vochtige, open

bossen,

bosranden,

boomgaarden

en andere

plekken met grote

vrijstaande bomen. Waardplanten van grote vos zijn met name verschillende soorten iepen. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen iepen of geschikt habitat aanwezig, waardoor een functie van het plangebied voor deze soort is uitgesloten. Grote weerschijnvlinder is waargenomen op meer dan 500 mtr afstand van het plangebied. Habitat van de grote weerschijnvlinder zijn oudere, vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of groepen bosjes in beekdalen. Dit is niet aanwezig binnen of in de directe omgeving van het plangebied. Een functie van het plangebied voor grote weerschijnvlinder is uitgesloten. De kleine ijsvogelvlinder is waargenomen op minder dan 50 mtr afstand van het plangebied. Waardplanten van de kleine ijsvogelviinder zijn kamperfoelie soorten, voomamelijk wilde kamperfoelie. Habitat voor kleine ijsvogelvlinder zijn bosranden, gemengde bossen of loofbossen zoals elzenbroekbossen. Binnen het plangebied is geen geschikt habitat voor kleine ijsvogelvlinder aanwezig, waardoor een functie van het plangebied voor ijsvogelvlinder is uitgesloten.

582

Voorziene effect(en) Aangezien het voorkomen van beschermde soorten ongewervelden in het plangebied kan worden uitgesloten, kunnen (negatieve) effecten op deze soortgroep — als gevolg van de voorziene ingreep — eveneens worden uitgesloten.

583

Beoordeling effect(en) t.a.v. Wnb De voorziene ingreep zal naar verwachting

niet leiden tot het verstoring/vernietiging van

essentieel leefgebied/biotoop of het doden van individuen van beschermde soorten ongewervelden, waardoor geen sprake zal zijn van een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb.

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingel en N314 te Zutphen

30

y N w

Onderdeel gebiedsbescherming 61

Ligging plangebied t.0.v. Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt op een afstand van circa 3,5 km en ruim 7 km tot respectievelijk de Natura 2000-gebieden “Rijntakken” en “Landgoederen Brummen’. Andere Natura 2000gebieden bevinden zich op meer dan 10 km afstand tot het plangebied. Voor een weergave van de Natura 2000-gebieden rondom het plangebied zie Figuur 16.

Figuur 16

6.2

Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied bron: geoportaal.gelderland.nl, geraadpleegd 12-09-2022.

(rode

ovaal)

Voorziene effect(en) In algemene zin kan als gevolg van werkzaamheden/herontwikkeling (tijdens zowel de aanlegfase als de permanente fase [gebruiksfase]) direct en indirect (door externe werking) sprake zijn van een (al dan niet) negatief effect op (de instandhoudings-doelstellingen van)

een Natura 2000-gebied. Effecten kunnen van ruimtelijke (oppervlakteverlies, versnippering), fysische (bijv. verdroging, vernatting), mechanische (bijv. verstoring door betreding, trilingen, geluid en licht) en/of chemische (bijv. stikstofdepositie, verontreiniging)

aard zijn (bron: Effectenindicator). Gezien de afstand van de planlocatie tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden kunnen

een negatief ruimtelijk, fysisch en mechanische effect redelijkerwijs worden uitgesloten. Voor Natura 2000-gebied “Rijntakken” geldt echter wel dat deze een aantal stikstofgevoelige

habitattypen

en

leefgebieden

heeft

zoals

stroomdalgraslanden,

glanshaver- en vossenstaarthooilanden en vochtige alluviale bossen, waardoor mogelijk sprake is van een negatief chemisch effect (stikstofdepositie) als gevolg van de geplande herontwikkeling tijdens zowel de aanlegfase (bouw) als de gebruiksfase (bewoning). Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen N314 te Zutphen

31

y N w

6.3

Beoordeling effect(en) t.a.v. Wnb Mogelijk vindt extra stikstofdepositie plaats op Natura 2000-gebieden in de aanlegfase en gebruiksfase. Daarom

wordt geadviseerd

om de hoeveelheid stikstofdepositie op Natura

2000-gebieden te berekenen met behulp van de AERIUS-calculator. Op basis van deze berekening kunnen effecten worden bepaald en beoordeeld.

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen N314 te Zutphen

32

ë Onderdeel bescherming van houtopstanden 71

Ligging plangebied t.0.v. beschermde houtopstanden Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom en heeft geen begroeïing met bomen/struiken, waardoor géén sprake is van een houtopstand beschermd op grond van de Wnb. De ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde houtopstanden is weergegeven in Figuur 17.

Figuur 17. 7.2

Bescherming van houtopstanden met ligging plangebied (rode ovaal) bron: geoportaal.gelderland.nl, geraadpleegd d.d. 11-10-2022

Voorziene effect(en) Als gevolg van de voorziene ingreep zullen géén houtachtige gewassen worden geveld die onderdee! uitmaken van een Wnb beschermde houtopstand.

7.3

Beoordeling effect(en) t.a.v. Wnb Aangezien er geen sprake is van ‘vellen’ (alle activiteiten bedoeld die een boom of andere houtopstand ontsieren, ernstig beschadigen of tot de dood van de houtopstand kunnen leiden) van een of meer houtachtige gewassen uit een binnen de Wnb beschermde ‘houtopstand’ kan een overtreding van de Wet natuurbescherming worden uitgesloten.

Quickscan Wnb N314 te Zutphen

t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen

33

Planologische gebiedsbescherming (NNN) 81

Ligging plangebied t.o.v. NNN (GNN en GO Het plangebied ligt niet in of grenst niet aan NNN (GNN en GO). Het dichtstbijzijnde gedeelte van het NNN betreffen de agrarische (en gedeeltelijk beboste) gronden tussen de N319

en N314

honderden

en tussen de N319 en de Rouwbroekweg

De ligging van het plangebied weergegeven in Figuur 18.

Figuur 18. 82

op een afstand van enkele

meters.

ten

opzichte

van

het GNN

en

GO

is bij benadering

GNN/GO met ligging plangebied - bij benadering (rode ovaal)

bron: geoportaal.gelderland.nl, geraadpleegd d.d. 11-10-2022

Voorziene effect(en) en beoordeling De voorziene ingreep leidt niet tot negatieve effecten (verlies/aantasting van oppervlakte, kwaliteit,

wezenlijke

kenmerken

en

waarden

en

samenhang)

van

het

NNN.

Een

aanvullende toetsing (aan het verbod op ‘onevenredig’ of ‘'significant aantasten van het NNN (“Nee, tenzij-toets”) wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

Quickscan Wnb N314 te Zutphen

t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen

34

y N w

Conclusie en advies/maatregelen 91

Soortenbescherming Op basis van dit onderzoek kan niet worden uitgesloten dat de geplande ingreep leidt tot vernietiging'doden/verstoren _ van _ individuen/vaste _ verblijfplaatsen/essentieel leefgebied/(jaarrond beschermde) vogelnesten van de volgende beschermde soorten: huismus, niet jaarrond beschermde nesten uit categorie 5, algemene broedvogels, vleermuizen, boommarter, das, eekhoorm, steenmarter en kleine marterachtigen. Verietigen/doden/verstoren betekent een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Voor huismus, vleermuizen, boommarter, eekhoorn, steenmarter en kleine marterachtigen wordt nader onderzoek geadviseerd. Voor niet jaarrond beschermde nesten uit categorie 5, algemene broedvogels en das zijn maatregelen nodig. Nader

onderzoek

Huismus

het vaststellen van de aan- of afwezigheid van broedende huismussen door twee gerichte veldbezoeken uit te voeren in de periode 1 april tot en met 15 mei. Uitvoering vindt plaats bij goede weersomstandigheden (droog, weinig wind), bij voorkeur 1 à 2 uur na zonsopkomst en 1 à 2 uur voor zonsondergang met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Hierbij wordt ook het leef- en foerageergebied onderzocht op functionaliteit. Vleermuizen

Vaststellen verblijfplaatsen van vleermuizen (gewonefruige dwergvleermuis) volgens het vleermuisprotocol (versie 2021). Dit onderzoek bestaat in totaal uit 5 ronden bij goede weersomstandigheden in de periode mei /m september. Steenmarter, eekhoormn, boommarter en kleine marterachtigen Het plaatsen van cameravallen om de aanwezigheid

van

dieren,

jongen

en

voedseltransport waarte nemen. Dit onderzoek vindt plaats in de maanden maart-mei voor

steenmarter en eekhoom. Voor kleine marterachtigen dient gebruikt worden gemaakt van cameravallen, sporenbuizen, nestkasten of marterboxen gedurende zes weken tijdens het actieve seizoen (maart /m augustus).

Maatregelen

Daamaast dienen voorafgaand/tijdens de werkzaamheden de volgende maatregelen te worden nageleefd om een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming te voorkomen: *

_ te werken

de Wnb

buiten

geen

broedseizoen

het broedseizoen.

standaardperiode

Voor het broedseizoen

wordt

gehanteerd.

en

verschilt per soort. Globaal

moet

De

lengte

in het

aanvang

voor het broedseizoen

kader van

van

het

rekening

gehouden worden met de periode half maart tot half augustus. Echter, ook buiten deze periode kan sprake zijn van broedgevallen en zijn deze eveneens beschermd.

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingel en N314 te Zutphen

35

y N w

*

Omdat essentieel Ieefgebied van das verdwijnt, dient hiervoor gecompenseerd te worden. Voor het compenseren van het leefgebied dient een dassendeskundige ingeschakeld

te

worden

en

dient

een

ecologisch

werkprotocol

te

worden

opgesteld. Tijdig voorafgaand aan de werkzaamheden moet nieuw vervangend optimaal leefgebied van minimaal gelijke kwaliteit als hetgeen verloren gaat worden

gerealiseerd.

Dit nieuwe

optimale habitat moet

functioneren voordat de

eigenlijke werkzaamheden aanvangen (BIJ12, 2017). werkzaamheden aaneengesloten, buiten de kwetsbare periode (buiten voorjaars-

*

en/of zomerperiode), bij daglicht, vanuit &&n ririchting en met beperkte snelheid uit te voeren om verstoring'doding van zowel hierboven genoemde streng beschermde soorten als vrijgestelde soorten en algemene soorten te voorkomen. Zorgplicht Omdat vanuit de zorgplicht ook algemene en vrijgestelde soorten bescherming genieten, moet met de geplande ingreep ook rekening gehouden worden met soorten zoals egel en verschillende soorten muizen die zich mogelijk binnen de planlocatie bevinden. Voor deze soorten geldt dat werkzaamheden bij voorkeur aaneengesloten, bij daglicht en vanuit één rijrichting moeten worden uitgevoerd (zodat de mogelijkheid bestaat tot vluchten).

9.2

Gebiedsbescherming Negatieve ruimtelijke, fysische en mechanische effecten op Natura 2000-gebieden zijn op voorhand uitgesloten. Wat betreft stikstofdepositie wordt geadviseerd voor de gebruiksfase en de aanlegfase een berekening op te stellen.

93

Bescherming van houtopstanden Aangezien er geen sprake is van “vellen” (alle activiteiten bedoeld die een boom of andere houtopstand ontsieren, ernstig beschadigen of tot de dood van de houtopstand kunnen leiden)

van

een

of meer

houtachtige

gewassen

uit een

binnen

de

Wnb

beschermde

‘houtopstand' kan een overtreding van de Wet natuurbescherming worden uitgesloten.

94

Planologische gebiedsbescherming (NNN) De voorziene ingreep leidt niet tot negatieve effecten (verlies/aantasting van oppervlakte,

kwaliteit, wezenlijke kenmerken en waarden en samenhang) van het NNN. Een aanvullende toetsing (aan het verbod op ‘onevenredig’ of ‘significant aantasten van het NNN

9.5

(Nee, tenzij-toets") wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

Natuurkansen

Om de natuurwaarden in het gebied te verbeteren wordt aanbevolen om bij de nieuwbouw verblijfsvoorzieningen voor vleermuizen

en vogels te realiseren. Verblijfplaatsen kunnen

0.a. gerealiseerd worden in gevels en daken. Voor meer informatie over het creëren van verblijfplaatsen in nieuwbouw wordt verwezen naar de checklist groen Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingel en N314 te Zutphen

36

ë bouwen: https://www.checklistgroenbouwen.nl/. _ Daarnaast kunnen _ kruidenrijke groenstroken worden aangelegd en eetbaar groen zoals hazelaars en fruitvomen worden geplant om de dekking en het voedselaanbod in het gebied te verhogen.

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingelen N314 te Zutphen

37

y N w

Literatuur NDFF, 2022, Nationale database Flora en Fauna, geraadpleegd op 6 september 2022 BIJ12, 2017. Kennisdocument Das Meles meles.

Versie 1.0. juli 2017.

Das & Boom, 2019. Dassen in het plangebied De Leesten/Kerkhofweg te Zutphen. Geoportaal.gelderland.nl, geraadpleegd 11 oktober 2022

Quickscan Wnb t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, terrein omsloten door de Kerkweg, Houtsingel en N314 te Zutphen

38

AA w

Bureau Waardenburg bv Onderzoek en advies voor ecologie en landschap Varkensmarkt 9, 4101 CK Culemborg Telefoon

0345-512710

E-mail info@buwa.nl, www.buwa.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=91943f90-da55-467b-837b-ce1e18770f70