1097018 – bijlage 16 – bijl. mtv M.e.r.-beoordelingsnotitie
Tekst van het document
adviseurs
voor
leefomgeving
Project-mer-beoordeling Leestense
Schouw
Gemeente Zutphen
Projectnummer: 3894.02 DEE
Inhoud Inhoud
1.
Algemeen
2
Toetsing. 21
Algemeen …
22
_ De kenmerken van het project
23
_ De plaats waar het project wordt verricht…
24
_ De kenmerken van het potentiële effect 241
Luchtkwaliteit .
242 243
Waterhuishouding en klimaat Archeologie..
_
244
Verkeer
245
246 247 3
Akoestiek..
_
Beschermde natuurgebieden.. Cumulatie met andere projecte:
Conclusie..
WNONuswuw
Project-mer-beoordeling 1.
Buro Ontwerp & Omgeving
Algemeen Gemeente Zutphen is voornemens om op een locatie langs de Leestense Rondweg (N314) agrarische gronden te herontwikkelen tot nieuwe woonwijk met maximaal 425 woningen. Om te bepalen of voor het project een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld, is het van belang om te kijken of de ontwikkeling is opgenomen in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In Bijlage V bij het Omgevingsbesluit staat in de eerste kolom de omschrijving van projecten. In de vierde kolom staan de besluiten waarvoor de merverplichtingen gelden. Dit zijn besluiten zoals: e e
een omgevingsvergunning; een projectbesluit;
«
het omgevingsplan (incl. buitenplanse omgevingsplanactiviteiten).
Indien het project voldoet aan de omschrijving in kolom 1, en het besluit in de laatste kolom staat, dient er te worden gekeken naar kolom 2 en vervolgens naar kolom 3. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, dan is er een project-mer-plicht. Als het project voldoet aan de voorwaarden in kolom 3, dan is er een project-mer-beoordelingsplicht. Voor een project waar in kolom 2 geen voorwaarden zijn opgenomen, en waar volgens kolom 3 een project-mer-beoordeling verplicht is, dient altijd een project-mer-beoordeling te worden uitgevoerd, voordat duidelijk is of er voor het project een MER moet worden opgesteld. Nr. | Projecten
Gevallen waarin de mer- | Gevallen waarin de mer- | Bestuiten als bedoeld
plicht
geldt
(artikel | beoordelingsplichtgeldt | artikel 11.6,
derde
in
lid,
16.43, eerste lid, aanhef | (artikel 16.43, eerste lid, | onder c‚ van dit besluit enondera,vandewet) | aanhef en onder b, van de wet) T
| Stedeljk ontwikkelings- | Niet van toepassing project met inbegrip van de
bouw
van
Aanleg, wijzEmnE uitbreiding
of | Hetomgevingsplan
winkel-
centra en de aanleg van parkeerterreinen
Indien een project project-mer-beoordelingsplichtig is, wordt door het bevoegd gezag getoetst of er bij het project aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. Er zijn twee uitkomsten mogelijk: e
aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een mer-procedure, waarbij een milieueffectrapport (MER) moet worden gemaakt;
«
aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen mer-procedure geen MER te worden gemaakt.
nodig en er hoeft
Project-mer-beoordeling 2
Toetsing
21
Algemeen
Buro Ontwerp & Omgeving
Gemeente Zutphen is voornemens om op een locatie langs de Leestense Rondweg (N314) agrarische gronden te herontwikkelen tot nieuwe woonwijk met maximaal 425 woningen. De wijk komt aan de zuidoostzijde van Zutphen tussen Leesten Oost, de N314, de Vordenseweg en de Kerkhofweg. Het programma van de Leestensche Schouw bestaat uit sociale huur, goedkope koop, betaalbaar laag, betaalbaar hoog en vrije sector. De realisatie van het hiervoor omschreven initiatief kan worden gekwalificeerd als “Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen” als genoemd in onderdeel J11 in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit (zie hoofdstuk 1). Bij deze projecten is er geen sprake van een directe MER plicht. Bij het bepalen van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu wordt, conform de Bijlage II van de Europese Richtlijn, ingegaan op de volgende onderdelen: « «
de kenmerken van het project; de plaats van het project;
e _ de kenmerken van de potentiële effecten. 22
De kenmerken van het project Het projectgebied ligt aan de oostelijke rand in het buitengebied van Zutphen tussen Leesten Oost, de N314, de Vordenseweg en de Kerkhofweg. Het projectgebied wordt aan de westkant en een gedeelte aan de noordkant begrensd door de ontsluitingsweg ‘Kerkhofweg’. Dit vormt een afscheiding tussen het projectgebied en de aanwezige begraafplaats. Aan de oostkant
wordt
het projectgebied
begrensd
door
de
Leestense
Rondweg
(N314).
Dit vormt
een
afscheiding tussen het projectgebied en de overige agrarische percelen. Tot slot grenst de zuidkant en een gedeelte van de westkant aan reeds bestaande bebouwing. Het projectgebied staat kadastraal bekend als gemeente Zutphen, Sectie O, nummers 4131, 4077. 4132, 4133 en 4134 Ook staat het kadastraal bekend als gemeente Warnsveld, Sectie M, nummer 818. De herontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van maximaal 425 diverse type woningen. Naast de woningen is er ruimte voor wegen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen,
watervoorzieningen (wadi’s en greppels) en een park.
Project-mer-beoordeling 23
Buro Ontwerp & Omgeving
De plaats waar het project wordt verricht Het projectgebied ligt op een afstand van circa 3,5 km en ruim 7 km tot respectievelijk de Natura 2000-gebieden “Rijntakken” en “Landgoederen Brummen”. Andere Natura 2000gebieden bevinden zich op meer dan 10 km afstand tot het projectgebied. Voor een weergave van de Natura 2000-gebieden rondom het projectgebied zie onderstaand figuur.
Ie
Ligging
projectgebied
in
relatie
tot
het
Natura
2000-gebied
(groen
gestreept
gearceerd)
“Rijntakken”
en
“Landgoederen Brummen”.
Het projectgebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied betreft de Rijntakken, dat gelegen is op een afstand vanaf ca. 3,5 km van het projectgebied. De Rijntakken zijn georiënteerd van het noorden tot aan het zuiden, ten westen van het projectgebied. Verder ligt het Natura 2000-gebied Landgoederen Brummen op een afstand vanaf ca. 7 km ten zuidwesten van het projectgebied. Andere Natura 2000gebieden liggen op meer dan 10 km afstand van het projectgebied.
24
De kenmerken van het potentiële effect Er geldt geen directe mer-plicht voor het project. Om aan te tonen dat het niet noodzakelijk is een MER voor onderhavig project op te stellen, wordt in navolgende paragrafen van dit hoofdstuk aangetoond dat voor dit project geen sprake is van negatieve effecten op het milieu. Op grond van de kenmerken van het initiatief en de ligging kan het project in potentie de volgende milieueffecten hebben:
«
verslechtering van de luchtkwaliteit in de omgeving; invloed op waterhuishoudkundige- en klimaatsituatie ter plaatse; invloed op archeologische waarden; verslechtering van de verkeerssituatie in de omgeving van het projectgebied; verslechtering akoestisch woon- en leefklimaat in de omgeving van het projectgebied; invloed op omliggende beschermde natuurgebieden.
241
Luchtkwaliteit
Bij het toelaten van activiteiten of werken in zijn op grond van 5.53 Bkl activiteiten en werken
die niet in betekenende
mate
(NIBM) bijdragen aan
de luchtverontreiniging
in beginsel
Project-mer-beoordeling
Buro Ontwerp & Omgeving
vrijgesteld van toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor NO: en PM Er is sprake van NIBM wanneer de toename van de concentratie NO: en PM in de buitenlucht niet hoger is dan 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentratie. Voor specifieke functies zijn als vuistregel grenswaarden vastgesteld waarmee een berekening bespaard kan blijven. Zo geldt er voor woningbouwprojecten dat deze NIBM zijn als het gaat om maximaal: e _ 1.500 woningen bij 1 ontsluitingsweg; e _ 3.000 woningen bij 2 of meer ontsluitingswegen. Onderhavig project voorziet n de realisatie van maximaal 425 woningen. Het initiatief draagt daarmee niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. 242
Waterhuishouding en klimaat Door Arcadis s in september 2024 een waterhuishoudingsplan voor het initiatief opgesteld’.
Ontwatering (grondwater) Uit de inventarisatie van de huidige situatie blijkt dat rekening gehouden
moet worden met
een gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) rond NAP+7.80 m. Dat betekent (nagenoeg) het hele te bebouwen gebied ophoging van het maaiveld nodig is.
dat
in
Om aan de reguliere ontwateringseisen te voldoen is voor de woonstraten in het gebied een minimale maaiveldhoogte van NAP+8.60 m vereist en worden vloerpeilen van woningen op minimaal NAP+8.90 m gerealiseerd. Omdat het projectgebied door een bosrand en waterbergingen gescheiden is van de Looer Enk en het Looerwoud vergt het hoogteverschil met de iets hoger naastgelegen wijken geen probleem Om aan te sluiten bij de principes van ‘bodem- en watersturend’ worden groenzones in het gebied zo min mogelijk opgehoogd, waar mogelijk wordt het bestaande maaiveldpeil gehandhaafd. Waar wadi's worden aangelegd wordt de bestaande grondslag verbeterd door grondverbetering toe te passen tot minimaal 0,5 m onder het bestaande maaiveld. De wadi's
worden voorzien van een drain die helpt om een teveel aan geborgen water (vertraagd) af te voeren richting oppervlaktewater. De drains worden uitgevoerd met een afvoer op NAP+7.80 m, om zo de bestaande GHG niet te verlagen.
De wens bestaat om een deel van het projectgebied (aangeduid als ‘het erf) zo minimaal mogelijk op te hogen. De woningen in dit gebied worden kruipruimteloos aangelegd, in het gebied worden geen wegen voor autoverkeer aangelegd, de woningen zijn bereikbaar via fiets-
en voetpaden. Voor dit gebied wordt een minimaal vloerpeil van NAP+8.70 m (0,90 m ontwatering) en een minimaal peil voor fiets- en voetpaden van NAP+8.40 m. Groenzones tussen kavels en paden liggen zoveel mogelijk hol, zodat de woningen altijd een vloerpeil van minimaal30 cm boven het omringende gebied hebben. Om te voorkomen dat de minimale ontwatering in dit lagere deel tot grotere risico's leidt,
worden de laagtes/wadi’s die hemelwater afvoeren naar de bestaande greppels voorzien van een drain. De bestaande greppelstructuur wordt gebruikt om het grondwater in het gebied op het bestaande peil te handhaven. Het laaggelegen deel is qua waterhuishouding zo solitair mogelijk uitgevoerd, alleen vanuit het noorden kunnen hogere delen naar het lage gebied afstromen.
Afwatering (hemelwater) In het waterhuishoudingsplan wordt aangegeven dat het projectgebied in de huidige situatie te omschrijven is als een laag gelegen vrij nat gebied. Bij hevige neerslag heeft het gebied een duidelijk waterbergingsfunctie voor de omgeving. Deze waterbergingsfunctie blijft in de toekomst belangrijk. Door de gebiedsontwikkeling wordt de berging geconcentreerd op een
kleinere locatie (de lage zones in het park in plaats van alle lage gebieden in het projectgebied), de goede werking van deze bergingszones is daardoor van groot belang voor Arcadis, 25 september 2024, Waterhuishoudingsplan 806585092-240:1.0
Leesten Schouwbroek, referentie:
YZPUIS2RM7DZ-
Project-mer-beoordeling
Buro Ontwerp & Omgeving
de omgeving. In het park is, ook na invulling van de bergingseisen voor de planontwikkeling, voldoende ruimte over om water uit het omliggende gebied op te kunnen vangen. Inundatie (oppervlaktewater) De Leestense Laak heeft een waterpeil van NAP+7.60 m. De waterstand in de Laak stijgt alleen door (hevige) neerslag, in een T=100 situatie kan het waterpeil oplopen tot NAP+8.30 m. In de huidige situatie wordt in de Laak bij extreme neerslag water uit de omgeving opgevangen, een deel van het water blijft ook op het huidige maaiveld staan. In het ontwerp is rekening gehouden met deze opvang van water. Wanneer het peil in de Laak stijgt zullen de natuurvriendelijke oever, het rabattenbos en de met de Laak verbonden greppels vol kunnen stromen
met water uit de Laak.
In extreem natte omstandigheden kan het daarbij voorkomen dat alle bergingsvoorzieningen volledig gevuld zijn. Mocht er dan alsnog meer water door de Laak verwerkt moeten worden, dan zal allereerst een groter deel van het park inunderen, ook weilanden rondom de Laak (boven en benedenstrooms) zullen eerder inunderen dan dat de waterstand het maaiveld van
wegen bereikt. Er is ook in een T=100 situatie geen inundatie van het bebouwde gebied te verwachten. Bij het laaggelegen erfis de drooglegging van de paden rondom de woningen dan wel beperkt.
Klimaatadaptatie Voor het waterhuishoudingsplan is uitgegaan van uitgangspunten en doelstellingen die horen bij het realiseren van een klimaatrobuust watersysteem. Het plangebied wordt daarmee klimaatadaptief ingericht. Conclusie
Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het initiatief geen negatief effect op de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse heeft. Door een klimaatadaptieve inrichting is het initiatief klimaatbestendig. 243
Archeologie Voor het initiatief is archeologisch onderzoek uitgevoerd:. Uit dit onderzoek komt naar voren dat het grootste deel van het plangebied kan worden vrijgegeven voor verdere planontwikkeling zonder archeologische beperkingen. Er zijn nog vier deelgebieden waar (aanvullend) archeologisch onderzoek noodzakelijk is (rood op navolgende kaart). Er is voor gekozen om dit onderzoek uit te voeren als een (aanvullend) proefsleuvenonderzoek met de mogelijkheid voor een doorstart als ‘Opgraven’. Navolgend is aangegeven om welke gebieden het gaat.
? Gemeente Zutphen Team Archeologie, 2024, Van zoepekolk tot rabat. Proefsleuvenonderzoek LeestenSchouwbroek (gemeente Zutphen), Zutphense Archeologische Publicaties 169
Project-mer-beoordeling
Buro Ontwerp & Omgeving
Selectieadvies Leesten-Schouwbroek (LESB2023) 147
214750
[L] Plangebied Leesten-Schouwbroek Inventariserend Veldonderzoek - Proefsleuven (TVO-P met doorstart Opgraven) Vrijgeven
B
Vrijgeven (ziet onderzocht)
T
Deelgebied
Kaart selectieadvies archeologisch onderzoek
Op basis van het voorgaande blijkt dat een groot deel van het onderzoeksgebied kan worden vrijgegeven voor bodemingrepen. Daar waar dit niet het geval is, zal nader onderzoek worden
Project-mer-beoordeling
Buro Ontwerp & Omgeving
uitgevoerd. Mocht uit het nader onderzoek blijken dat er archeologische waarden aanwezig zijn, dan zullen deze middels ‘opgraven' veilig worden gesteld. 244
Verkeer
Voor wat betreft het te verwachten aantal verkeersbewegingen is uitgegaan van de kengetallen van het CROW!. Navolgend is een overzicht van een representatieve invulling van het projectgebied opgenomen, met het bijbehorende aantal verkeersbewegingen per dag. [Stedelijkheidsgraad CBS
ligging
[Sterk stedeïijk
Rest bebouwde kom
[Type woning |omschrijving CROW) Bociale
Wonen
Kengetal
(aantal woningen)
huur
[Huur. apportement. socigie huur. >100m:bvo
_T
100
Bewegingen
{per woning)
I
37
(mvt per etmaal)
!
370
[Goedkope koop [Koop. apportement, <75m: bvo
18
33
154
Koop. apportement ‚ <75m? bvo
2
53
1146
7 EA
75 53
1275 1219
EI2 EJ
7575 40
378 150 180
4%
77027 -
Betaalbaar laag Koop. huis. tussen/hoek [Koop. appartement, <75m? bvo
Betaalbaar hoog
Koop. huis. tusen/hoek Koop. huis, tusen/hoek [Koop. appartement. 75-100m? bvo zector E
'huis.
sen/noek
E4
K
‘hus.
ussen/noek
E
E
'hus.
wee-ondereenk
4
E
u
v
D
* In dî onderzoek i uilgegaan van een overcapacteif van 25 woringen
[Totaal aantal bewegingen totaal woningen [Gemiddeld kengetar
125
* gehanteerd voor verkeenbidrage opgeleverde woningen tdens oonlegtase
Alle woningen worden in noordelijke richting ontsloten in de hoek van de Kerkhofweg en de
Vordenseweg (N319). Vanaf hier kan het verkeer snel op de rondweg Warnsveld (N314) worden afgewikkeld. De genoemde ontsluitingswegen hebben voldoende toekomstige aantal extra verkeersbewegingen te kunnen verwerken. 245
capaciteit
om
het
Akoestiek
Voor het initiatief is door adviesbureau de Haan een akoestisch onderzoek uitgevoerd*. Door de ontwikkeling van het plan neemt het verkeer in de omgeving toe, waardoor het geluid op
(bestaande)
woningen
in de omgeving
ook
kan toenemen.
De Kerkhofweg wordt fysiek
gewijzigd om de aansluiting van het plan mogelijk te maken. De bestaande woningen liggen op ongeveer 100 meter tot 150 meter aan de noordzijde en op circa 400 meter ten zuiden van deze aansluiting. Wijziging weg De Kerkhofweg heeft een aandachtsgebied van 200 meter. Binnen deze afstand vanaf de locatie waar de nieuwe weg op de Kerkhofweg aantakt, zijn twee woningen aanwezig
(Vordenseweg 11 en Vordenseweg 18). Het geluid van de gemeentewegen in de toekomstige
+ CROW, juni 2024, Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering, publicatie 744 + Adviesbureau de Haan, 3 juli 2025, Leesten Schouwbroek te Zutphen, rapportnr. AH.2022.0958.03.R001
Project-mer-beoordeling
Buro Ontwerp & Omgeving
situatie inclusief het extra verkeer (2040 met plan) is bij deze woningen (veel) lager dan de standaardwaarde
van
53 dB.
Een toename tot 1,5 dB (ten opzichte van de 2040 referentie) is bij deze woningen daarmee niet aanwezig. Indirect effect - Gemeentelijke wegen Voor de woningen aan de Kerkhofweg zijn de indirecte akoestische effecten van veranderend verkeer door het plan bepaald. In navolgende tabel staat het geluid door de gemeentelijke wegen (onder andere Kerkhofweg) voor de toekomstsituatie zonder en met plan weergegeven.
Kerkhofweg & Kerkhofweg 7 Kerkhofweg S Kerkhofweg 13 Kerkhofweg 15
2040 met plan
555 556 565 555 568
560 56.1 360 560 873
Toename
Indirect effect gemeentewegen
Indirect effect - Provinciale wegen
In navolgende tabel staat het geluid in de referentiesituatie (op basis van het geluidregister (CvG6)) en in de plansituatie (CVGG inclusief toename verkeer door plan). Het geluid door de provinciale wegen neemt op de bestaande woningen langs de provinciale weg (Vordenseweg) met 1.3 dB toe.
e
e
E
Vordenseweg 11
578
59.1
+13
Vordenseweg 18
548
55.9
+1.1
Indirect effect provinciale wegen (Lden in dB)
Het menselijke oor kan een toename van het geluidsniveau van 3 dB net waarnemen. De optredende toename van het geluidsniveau van maximaal13 dB is dan ook niet waarneembaar voor het menselijke oor. De optredende toename van de geluidsbelasting bij de omliggende
woningen kan dan ook als acceptabel worden gezien. Eventuele bronmaatregelen (toepassen stiller wegdek) zou de toename in geluid geheel kunnen wegnemen. 2.4.6
Beschermde natuurgebieden Voor het initiatief is door Bureau Waardenburg in november 2022 een quickscan natuurtoets uitgevoerd:. In dit onderzoek is ingegaan op de effecten van het voorgenomen initiatief op omliggende beschermde natuurgebied. Natura 2000-gebieden Het onderzoeksgebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid door de voorgenomen plannen zijn, gezien de afstand tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden niet te verwachten. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn op basis van de voorgenomen ingreep op voorhand niet uit te sluiten. Om die reden is door SPA WNP in november 2024 een afzonderlijk onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd:. Hieruit is gebleken dat er zowel tijdens de aanlegfase als gebruiksfase sprake Ís van extra stikstofdepositie vanuit het project op omliggende Natura 2000-gebieden. Om na te
gaan of de extra depositie leidt tot (mogelijke) aantasting van de instandhoudingsdoelen van
* Bureau Waardenburg, 2 november 2022, toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. ontwikkeling Leesten Schouwbroek, rapportnummer 22-268
©SPA WNP, 5 november 2024, Woningbouw Schouwbroek Gemeente Zutphen, rapportnummer 2400487.4200.101
Project-mer-beoordeling
Buro Ontwerp & Omgeving
de beschermde natuurgebieden is een Ecologische beoordeling op het gebied van stikstof noodzakelijk. Deze is in april 2025 uitgevoerd door Ecochore’. Uit de Ecologische beoordeling is gebleken dat significant negatieve effecten ten gevolge van de zeer geringe deposities zijn uitgesloten voor de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000gebieden en gestelde instandhoudingsdoelstellingen voor stikstofgevoelige habitattypen of de soorten die hiervan afhankelijk zijn. De depositiebijdrage vanuit het project heeft, als gevolg van de verwaarloosbare omvang, met zekerheid geen invloed op de huidige situatie of de mogelijkheden om een verbetering van de instandhouding te bereiken. Het kunnen behalen van de instandhoudingsdoelstellingen wordt derhalve ook niet bemoeilijkt of onmogelijk gemaakt door de bijdrage van het project. Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Het projectgebied ligt niet in of grenst niet aan het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast. 247
Cumulatie met andere projecten Er zijn geen cumulatie-effecten met andere projecten in de omgeving van het initiatief. Er worden, voor zover bekend, geen nieuwe projecten in de directe omgeving van het onderzoeksgebied opgestart.
7 Ecochore, april 2025, Ecologische beoordeling stikstof, Woningbouwproject Leesten Schouwbroek in Zutphen, rapportnummer: 252152
Project-mer-beoordeling 3.
Buro Ontwerp & Omgeving
Conclusie Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief kunnen worden uitgesloten. Voor het initiatief hoeft geen mer-procedure te worden doorlopen.
adviseurs voor
leefomgeving