1097018 – bijlage 13 – bijl. mtv onderzoek externe veiligheid
Tekst van het document
omgevingsveiligheid
EÈVI
& risicoanalyse
Adviesgroep AVIV BV Piet Heinstraat 12 7511
JE Enschede
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
Project
256312
Datum
15 juli 2025
/aviv.nl
Externe veiligheid / Woningbouw Schouwbroek te Zutphen
Project
256312
Datum
15juli 2025
Auteurs
m
Review
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) L ]
Versie nr.
10
Opdrachtgever
Gemeente Zutphen ’s-Gravenhof 2
7201 DN
Zutphen
Leesten
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Normstelling externe veiligheid
5
2.1 2.2
Plaatsgebonden risico Aandachtsgebied
6 6
2.3
Voorschriftengebied
6
2.4 2.5
EV-beleid gemeente Zutphen Omgevingsplan
7 7
3
4
5
6
EV-beoordeling 3.1 Planontwikkeling
8 8
3.2
8
Situatie
Hogedruk aardgasleiding 4.1 Plaatsgebonden risico 4.2 Brandaandachtsgebied
10 11 11
4.3
Fakkelbrand
12
44
Belemmeringengebied
13
Beschouwing groepsrisico
14
5.1 5.2 5.3
Algemeen Resultaten groepsrisicoberekeningen VGr conform EV-beleid Zutphen
14 14 15
5.4 5.5
Stappenplan besluitvorming groepsrisico Artikel 5.2 Veiligheidsrisico's van branden, rampen en crises
16 21
Conclusie
23
Referenties
24
Bijlage 1. Advies Veiligheidsregio
25
Bijlage 2. Notitie Gasunie
26
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
Inleiding Men is voornemens om 425 nieuwbouwwoningen en appartementen te realiseren in de nieuwe wijk Leesten Schouwbroek in Zutphen. Het planvoornemen past niet binnen het
huidige (tijdelijke) omgevingsplan waardoor er sprake is van een BOPA. In en nabij het plangebied ligt een aantal hogedruk aardgasleidingen van Gasunie. In verband met een evenwichtige toedeling van functies aan
locaties (ETFAL)
veiligheidsrisico's
van
nodig.
De
resultaten
dat onderzoek
is onderzoek naar de externe
worden
in deze
rapportage
gepresenteerd.
Figuur 1 toont de plattegrond van de planindeling zoals aangeleverd door de opdrachtgever.
Figuur1.
_ Planindeling Leesten Schouwbroek
N.B. AVIV heeft in recent onderzoek het groepsrisico van de buisleidingen berekend conform voormalige wetgeving rapportage [8].
Bevb.
De
resultaten
daarvan
zijn opgenomen
in een
separate
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
Normstelling externe veiligheid Milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen brengen risico's met zich mee doordat bij een ongeval gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen. Het risico voor personen die verblijven in de omgeving van een dergelijke buisleiding of transportroute wordt gevat onder het begrip
externe veiligheid (EV). Vanaf 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Onder de Omgevingswet worden de externe veiligheidsrisico's beoordeeld op basis van een plaatsgebonden risico (PR) en een groepsrisico (GR). Het PR is de kans op overlijden van een onbeschermd persoon die continu op één plek aanwezig is als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. In het kader van het groepsrisico moet binnen aandachtsgebieden rekening gehouden worden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval. De Omgevingswet rust op drie pijlers: 1. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bk!) [1] Beschrijft in Bijlage VIl de milieubelastende
activiteiten
met
gevaarlijke
stoffen
en
bijbehorende te berekenen of aan te houden PR-afstanden en aandachtsgebieden. 2. Besluit activiteit leefomgeving (Bal) [2] Beschrijft de activiteiten met (gevaarlijke) stoffen met een kleinere gevaarzetting dan die genoemd in het Bkl en bijbehorende aan te houden (veiligheids)afstanden. 3. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) [3] Beschrijft in hoofdstuk 4 de aanvullende bouweisen die binnen een aandachtsgebied van toepassing kunnen worden verklaard. Ad.
1)
In
bijlage
VIl
van
het
Bkl
worden
de
volgende
milieubelastende
activiteiten
onderscheiden:
A. Activiteiten met vastgestelde afstanden zonder vergunningplicht (verwijzing naar Bal). B. Activiteiten met vastgestelde afstanden met vergunningplicht (voorheen o.a. categoriale Beví-inrichtingen). C. Activiteiten met bij ministeriële regeling vastgestelde afstanden (0.a. basisnet). D. Activiteiten met te berekenen afstanden zonder vergunningplicht (0.a. buisleidingen). E. Activiteiten met te berekenen afstanden met vergunningplicht (voorheen 0.a. Beviinrichtingen).
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
21
Plaatsgebonden risico Voor zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare gebouwen
risicocontour PR 10°
(bijv. ziekenhuis, penitentiaire inrichting, kinderdagverblijf)
en locaties (bijv. woningen,
grote kantoren) is de plaatsgebonden
per jaar een grenswaarde (art. 5.7 Bk!) waar niet van afgeweken mag
worden. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties is dit een standaardwaarde (art. 5.11 Bki) waar gemotiveerd van af geweken
22
mag worden.
Aandachtsgebied Een aandachtsgebied is het gebied waarbinnen aanwezigen mogelijk kunnen overijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. Op basis van drie typen effecten die kunnen optreden bij een ongeval met gevaarlijke stoffen, worden drie verschillende aandachtgebieden bepaald: ° « °
Brandaandachtsgebied (BAG). Explosieaandachtsgebied (EAG). Gifwolkaandachtsgebied (GAG).
De gemeente moet in het omgevingsplan binnen deze aandachtsgebieden rekening houden met het groepsrisico. Hierbij gaat hetom de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied. De onder de voormalige wetgeving gehanteerde groepsrisicografiek (fN-curve) is in het Bkl vervangen door de beschouwing van de mate van bescherming binnen aandachtsgebieden. Het noemen van het aantal van tien personen betekent dus niet meer dat de kans berekend moet worden. Maar dit mag wel, bijvoorbeeld als onderbouwing voor eventuele aanvullende maatregelen binnen een aandachtsgebied. Buisleidingen Voor hogedruk (aardgas)buisleidingen is alleen een BAG van toepassing waarvan de omvang afhankelijk is van de diameter en de druk van de buisleiding (Bkl bijlage VII, D.2). De aandachtsgebieden worden getoond op het Portaal Atlas Veiligheid [4].
23
Voorschriftengebied Een gemeente kan binnen een aandachtsgebied voorschriftengebieden aanwijzen (ze is verplicht een besluit te nemen over het wel of niet aanwijzen van voorschriftengebieden binnen een aandachtsgebied (art. 5.14 Bkl). Dat kan een deel van of het gehele aandachtsgebied zijn. Een voorschriftengebied mag niet groter zijn dan een aandachtsgebied. Een gemeente kan ook besluiten geen voorschriftengebied aan te wijzen. Locaties binnen brandaandachtsgebieden waar zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten moeten altijd als voorschriftengebied aangewezen worden (art. 5.14 Bk!). In het aangewezen * De definities van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties zijn opgenomen in Bk! Bijlage VI
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
voorschriftengebied
gelden
conform
Bbl
aanvullende
bouweisen
voor
nieuwbouw
en
vervangende nieuwbouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen. Voor gedeelten van een bouwwerk buiten het voorschriftengebied gelden deze aanvullende bouweisen
231
niet.
Brandvoorschriftengebied Binnen een brandvoorschriftengebied gelden voor nieuw te bouwen gebouwen aanvullende bouweisen (art. 4.91 t/m 4.95 van het Bbl) die betrekking hebben op de brandwerendheid, de brandklasse van het buitenoppervlak en het dak, de vluchtroute en de sterkte van het bouwwerk bij brand. Deze eisen hebben tot doel om mensen in een gebouw beter te beschermen tegen de effecten van een brand.
24
EV-beleid gemeente Zutphen Het vigerende EV-beleid van de gemeente Zutphen is in 2015 opgesteld onder de voormalige wetgeving en daardoor niet toegespitst op de omgevingswet [12]. De beleidsvisie externe veiligheid gemeente Zutphen bestaat uit de volgende documenten:
25
°
Deel A: De visie -Kaders voor EV in omgevingsvergunning en bestemmingsplan
° e e
Deel B: Wat is externe veiligheid? — Toelichting, begrippen en kaders Deel C: Risico-inventarisatie - Beschrijving van risicobronnen in hun omgeving Deel D: De visie in de praktijk — Richtlijnen voor de organisatie
Omgevingsplan Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft elke gemeente één omgevingsplan voor haar grondgebied. Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke Ieefomgeving.
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
&i
EV-beoordeling 31
Planontwikkeling Het planvoornemen betreft het bouwen van ca. 425 nieuwbouwwoningen en appartementen. Woningen gebouw.
32
en
appartementen
worden
conform
Bkl
bijlage VI aangeduid
als ‘kwetsbaar
Situatie
Figuur 2 toont de ligging van het plangebied ten opzichte van hogedruk aardgasleidingen, provinciale weg N314 (Leestense Rondweg) en spoorlijn Zutphen - Vorden. Rondom de aardgasleidingen is een brandaandachtsgebied (BAG) van toepassing [4].
j
)
j e%
j
—
Buisleidingen
$ D
Plangebied
EM
AA
Figuur2.
_ Ligging plangebied ten opzichte van aardgasleidingen, N314 en spoor
N.B. Door het plangebied loopt een bovengrondse hoogspanningslijn van 380 kV (zie Atlas
Ieefomgeving). Het gaat om hoogspanningslijn Doetinchem — Langerak, deze valt buiten de scope van dit onderzoek.
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
3.21
Hogedruk aardgasleidingen
Uit figuur 2 blijkt dat het plangebied binnen het brandaandachtsgebied ligt van enkele aardgasleidingen van Gasunie [4]. De EV-contouren van deze leidingen worden nader te beschouwd
322
in hoofdstuk
4.
N314
De N314 is een provinciale weg die op ca. 40 m van het plangebied ligt. Provinciale wegen behoren niet tot het basisnet waardoor geen aandachtsgebieden gelden. Tevens is de N314
niet opgenomen in het EV-beleid van bevoegd gezag Dit betekent dat deze weg in het kader van
3.2.3
EV niet nader beschouwd
hoeft te worden.
Spoor Op ca. 1500 m van het plangebied ligt spoorlijn Zutphen — Vorden. Conform artikel 2 van de Spoorwegwet is dit spoor aangewezen als ‘hoofdspoorweg’ [9]. In Bijlage I! Tabel Basisnet Spoor van de regeling Basisnet [11] zijn alleen hoofdspoorwegen opgenomen die aangewezen zijn conform artikel 13 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen [10]. Het gaat om hoofdspoorwegen die van belang geacht worden voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Spoorlijn Zutphen — Vorden wordt niet genoemd in de regeling Basisnet en wordt derhalve niet van belang geacht voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zodat aandachtsgebieden niet van toepassing zijn. Deze spoorlijn hoeft niet nader te worden beschouwd.
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
Hogedruk aardgasleiding Alvorens in te gaan op de EV-contouren van de aardgasleidingen volgt eerst een figuur die de te beschouwen buisleidingen weergeeft (zie figuur 3) en daarna een tabel met kenmerken
en afstand van de buisleiding tot de begrenzing van het plangebied (zie tabel 1).
—
Buisleidingen
D
Plangebied
openbasiskaart.nl
Figuur3.
_ Hogedruk aardgasleidingen [4]
Leidingnr. A-522-deel 1 A-662-deel 1
Diameter Imm] 1220 1219
Druk [bar] 66.2 80
Afstand 100% letaliteit [m] 210 220
BAG Im] 540 580
A-608
914
66.2
180
430
ca.
A-506
1067
66.2
190
490
ca. 610
A-505
914
66.2
180
430
ca. 610
A-511-deel
Tabelt.
1
1067
66.2
190
490
Afstand tot 0 ca. 90
plangebied [m] 0
400
_ Kenmerken hogedruk aardgasleidingen [S]
10
AvIv
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
41
Plaatsgebonden risico Figuur4 toont de PR10:3-contouren rond de aardgasleidingen conform de Pav-kaarten [4]. Er
is geen sprake van een PR10'®-contour. Het plaatsgebonden risico (PR) vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen.
-
'ì Plangebied —
Figuur4.
42
Buisleidingen
_ PR-contouren hogedruk aardgasleidingleidingen [4]
Brandaandachtsgebied Aardgasleidingen A-505 en A-506 liggen op circa 610 m van het plangebied. Daarmee ligt het plangebied buiten het BAG van deze buisleidingen (resp. 430 en 490 m, zie tabel 1) en
kunnen deze verder buiten beschouwing blijven. Aardgasleiding A-608 ligt op ca. 400 m van het plangebied zodat een klein deel van het plangebied binnen het BAG van 430 m van deze buisleiding ligt. Verder bevindt het plangebied zich binnen het BAG van aardgasleidingen A511, A-522 en A-662.
Vanwege de ligging in het BAG dient conform
artikel 5.15 van het Bkl rekening te worden
gehouden met de kans op het overlijden van tien of meer personen in het geval van een incident (het groepsrisico). Dit wordt nader uitgewerkt in hoofdstuk 5. Aangezien
het planvoornemen
'kwetsbare
gebouwen’
betreft,
is het aanwijzen
van
een
brandvoorschriftengebied door het bevoegd gezag niet verplicht.
11
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
100%-letaliteitscontour
De 100%-letaliteitscontour geeft het gebied binnen een aandachtsgebied weer waarbij in een kwantitatieve risicoberekening wordt aangenomen dat alle aanwezigen, zowel binnen- als
buitenshuis, bij het maatgevende scenario overlijden in geval van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het maatgevende scenario voor hogedruk aardgasleidingen is fakkelbrand door leidingbreuk. Ontwikkelingen binnen de 100%-letaliteitscontour leveren daarmee een grotere
bijdrage aan het groepsrisico dan daarbuiten. Gesteld kan worden dat de afstand van de voorgenomen (aanvullende)
ontwikkeling tot de risicobron (mede) bepalend is voor de te nemen maatregelen. De 100% letaliteitscontouren van de hier beschouwde
buisleidingen zijn opgenomen in tabel 1. Geconstateerd wordt dat het plangebied grotendeels binnen de 100% letaliteitscontour van aardgasleiding A-511, A-522 en A-662 planvoornemen voorziet in woningen binnen en buiten deze contour, zie figuur 5.
ligt.
Het
EN E a
AW -
Figuurs.
43
_ Planinvuling ten opzichte van 100% letaliteitszone aardgasleidingen
Fakkelbrand
Het ongeval dat bij buisleidingen als maatgevend wordt gezien is een breuk van de aardgasleiding die ontstaat tjdens (graaf)\werkzaamheden. Het scenario dat door een dergelijk ongeval kan ontstaan is fakkelbrand: het gas stroomt onder hoge druk uit en ontsteekt. Deze fakkelbrand heeft zeer grote afmetingen en veroorzaakt een intense hittestraling waardoor gebouwen in de omgeving in brand zullen raken. De fakkelbrand neemt geleidelijk af in afmetingen (hoogte en diameter) omdat de druk in de leiding zal afnemen. De
12
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
afsluiters dienen door de leidingbeheerder zo snel mogelijk te worden dichtgestuurd. Na het afsluiten van de leiding zal de fakkel blijven branden totdat de druk in de leiding gelijk wordt aan de omgevingsdruk. Tijdens een incident is de afstand tussen het gebouw en de exacte locatie van het falen van de leiding bepalend voor de hoeveelheid hittestraling en de kans dat het gebouw binnen het
plangebied in brand raakt. Wanneer leidingbreuk optreedt en het vrijgekomen gas ontsteekt tot een fakkelbrand, dan kunnen alle personen (zowel binnen- als buitenshuis) die zich bevinden op een afstand kleiner dan de 100% letaliteitszone van de leidingbreuk komen te
overlijden. Daarnaast kan binnen deze zone door de hittestraling het gebouw gaan branden.
44
Belemmeringengebied Het belemmeringengebied dient ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding. In een belemmeringengebied
functionele binding
worden
kwetsbare
gebouwen
hebben met die buisleiding
die
een
(BkI, artikel 5.19 a.1). Ook worden
niet
toegelaten,
tenzij
zeer
kwetsbare gebouwen niet toegelaten (a.2). Voor buisleidingen met een druk tussen 16 en 40 bar geldt een belemmeringengebied van 4 m aan weerszijden van de buisleiding, gemeten vanaf het hart van de buisleiding. Voor buisleidingen met een druk hoger dan 40 bar, zoals hier het geval is, geldt een belemmeringengebied van 5 m (art. 5.18 Bk!). Aardgasleidingen A-511 en A-522 liggen in het plangebied. De planindeling is zodanig dat geen bebouwing voorzien is binnen het belemmeringengebied, zie figuur 6.
M
Figuur6.
Belemmeringengebied &
_ Belemmeringengebied aardgasleidingen
Aardgasleidingen
A-608
en A-811
liggen
op grotere
afstand
van
het plangebied.
Het
plangebied ligt buiten het belemmeringengebied van deze buisleidingen.
13
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
Beschouwing groepsrisico 51
Algemeen In een omgevingsplan wordt voor beperkt en (zeer) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties binnen een aandachtsgebied rekening gehouden met het groepsrisico (Bkl, artikel 5.15 lid 2 onder b). Hieraan wordt voldaan als gewaarborgd is dat:
1)
maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in die gebouwen
en op die
locaties of
2)
het aantal
doorgaans
aanwezige
personen
of de
tiijd dat
die aanwezig
zijn in die
gebouwen en op die locaties beperkt is. In dit hoofdstuk wordt invulling gegeven aan bovenstaand artikel. Hiervoor wordt naast het EV-beleid van de gemeente Zutphen ook het ‘Stappenplan besluitvorming groepsrisico’ van het RIVM gehanteerd [6]. De resultaten van de reeds uitgevoerde groepsrisicoberekeningen worden in de volgende paragraaf gepresenteerd en toegelicht.
52
Resultaten groepsrisicoberekeningen AVIV heeft in recent onderzoek het groepsrisico van de buisleidingen A-522, A-511, A-662 en A-608 berekend [8]. Tabel 2 toont de resultaten.
situatie
Factort.o.v.
A-522-deel
1
A-511-deel1
OW
|
Factorto.v.
OW
huidige situatie
_ toekomstige situatie
0.071
0.286
0.084
0.453
A-662-deel
1
0.0005
0.0013
A-608-deel
1
0.0004
0.0004
Tabel2.
Groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde (OW)
Figuur 7 toont de FN-curves van leidingen A-522 en A511 van de kilometer met het hoogste
groepsrisico [8]. Op de verticale as staat de cumulatieve kans per jaar F op een ongeval met N of meer slachtoffers en op de horizontale as het aantal slachtoffers.
De rode lijn is de
oriëntatiewaarde.
14
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
Figuur7.
_ Groepsrisico toekomstige situatie A-522 (links) en A-511 (rechts)
Uit de resultaten blijkt dat het GR
van A-522
en A-511
toeneemt na planrealisatie maar
ruimschoots onder de oriëntatiewaarde blift. Het GR van A-662 en A-608 is laag en neemt niet tot nauwelijks toe n planrealisatie (kleiner dan 0.1 keer de OW).
In deel A van het EV-beleid van Zutphen [12] staat het beschreven dat de oriëntatiewaarde als grenswaarde geldt voor de toename van het GR door toename van het aantal personen in het invloedsgebied. Overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico wordt dus
niet geaccepteerd. Uit de resultaten van de GR-berekeningen blijkt dat het GR ruimschoots onder de oriëntatiewaarde planontwikkeling.
5.3
blijft
en
daarmee
geen
belemmering
vormt
voor
de
VGr conform EV-beleid Zutphen Conform vigerend EV-beleid van de gemeente Zutphen zijn voor de invulling van de verantwoording groepsrisico (VGr) vijf verschillende situaties te onderscheiden, te weten A
Um E. De verplichte onderdelen waaruit de verantwoording dient te bestaan, zijn in tabel 3 opgenomen.
15
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
Tabel3.
_ Verplichte onderdelen VGr [12]
De onderdelen van de verantwoording groepsrisico zoals benoemd in tabel 3 komen aan bod in de volgende paragrafen:
54
1)
Zie paragraaf 5.4.3 (pagina 19).
2) 3)
Zie paragraaf 5.2. Zie paragraaf 5.4.3 (pagina 16).
4)
Zie paragraaf 5.4.1.
5) 6)
Zie paragraaf 5.5. Zie paragraaf 5.4.3 (pagina 19).
7)
Zie paragraaf 5.4.1.
8)
Zie paragraaf 5.4.1.
Stappenplan besluitvorming groepsrisico Voor onderhavig
project heeft de omgevingsdienst Achterhoek
invulling van artikel 5.15 het 'Stappenplan besluitvorming doorlopen [6]. Dit stappenplan kent de volgende stappen:
geadviseerd
groepsrisico’ van
om voor de het RIVM
te
« _ Afstand houden van het aandachtsgebied e _ Waarderen al bestaande bescherming o _ is de basisbescherming op orde
© e
biedt bestaande omgeving voldoende bescherming
Overwegen aanvullende bescherming © _ binnen aandachtsgebieden afstand houden
©°
aanvullende risicocommunicatie op orde
16
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
o
beperken aantal aanwezige personen
o o
voldoende vlucht- en schuilmogelijkneden meerwaarde aanvullende bouwmaatregelen
Geconstateerd is dat de planontwikkeling in het brandaandachtsgebied van hogedruk aardgasleidingen A-522, A-511, A-662 en A-608 ligt. In deze paragraaf wordt invulling gegeven aan de bescherming van personen in het BAG tegen de effecten van een fakkelbrand.
541
Afstand houden van het aandachtsgebied
De gemeente wil het gebied Leesten Schouwbroek ontwikkelen tot woongebied om zo een bijdrage te leveren aan het invullen van de woonbehoefte en de woningbouwopgave vanuit het rijk en de provincie. Het voornemen is om hier maximaal 425 woningen te realiseren. In de Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 [NL.IMRO.0301.SVBundelingZutphenva01] staat beschreven dat 'de Stedendriehoek kiest voor onverminderd doorzetten van de uitvoering van lopende stadsuitbreidingen in en aan de steden: Apeldoorn Zuidbroek, Steenbrugge en de Vijfhoek in Deventer en Leesten in Zutphen. Aangezien het volledige plangebied binnen één of meerdere brandaandachtsgebieden ligt, s het niet mogelijk om gebouwen buiten deze aandachtsgebieden te positioneren en tegelijkertijd te voldoen aan de gestelde woningbouwopgave. In de ontwikkelvisie 2020 van de gemeente Zutphen is Leesten Schouwbroek opgenomen als te ontwikkelen woonwijk, Leesten-Oost. In het nieuwe beleid is Leesten-Oost (nu Schouwbroek) benoemd als reservelocatie met 275 woningen. Hier is een bewuste keuze gemaakt om binnen de rondweg Zutphen nog uit te breiden. Andere locaties zijn niet in beeld omdat deze gebieden een hogere landschappelijke waarde hebben. Alternatieve uitleglocaties voor woningbouw, buiten de locatie De Hoven Noord, zijn er niet. (N.B.
Met De Hoven Noord en Leesten Schouwbroek wordt nog steeds niet voldaan aan de totale woningbouwbehoefte voor Zutphen). In de Omgevingsvisie Zutphen is Leesten Schouwbroek wederom opgenomen als uitleglocatie. 542
Waarderen al bestaande bescherming Is
de
basisbescherming
op
orde
(0.a.
het
PR,
organisatie
van
hulpdiensten
en
risicocommunicatie)? Voor wat betreft het plaatsgebonden risico is de basisbescherming op
orde: de buisleidingen hebben geen PR10® contour. Voor de organisatie van hulpdiensten en risicocommunicatie is advies gevraagd aan de Veiligheidsregio. Dit advies is opgenomen in bijlage 1. De bluswatervoorziening is op het moment van schrijven nog niet op orde. Er zal op worden toegezien dat dit bij de voltooïing van het project wel het geval is. In de huidige situatie is het plangebied agrarisch gebied: het is niet bebouwd en er is geen wegenstructuur aanwezig. De bestaande omgeving biedt geen bescherming.
17
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
54.3
Overwegen aanvullende bescherming Aanvullende
bescherming
bronmaatregelen,
afstand
kan
bestaan
houden
uit binnen
verschillende het
maatregelen,
bijvoorbeeld
aandachtsgebied,
aanvullende
risicocommunicatie en vlucht- en schuilmogelijkheden. Hieronder worden deze maatregelen besproken. > Aanvullende bronmaatregelen Gasunie heeft voor het Leesten Schouwbroek een notitie geschreven met betrekking tot de externe veiligheid van de aardgasleidingen. Uit de notitie blijkt dat de Gasunie het maaiveld verder gaat ophogen tot +8.60 NAP. Het verhogen van het maaiveld verkleind de kans op beschadiging bij graafwerkzaamheden (bronmaatregel). De leidingen voldoen aan wet- en regelgeving. De gehele notitie met daarin ook de genomen mitigerende maatregelen om incidenten te voorkomen is opgenomen in bijlage 2 > Afstand houden binnen aandachtsgebied De westkant van het plangebied sluit aan op een bestaande woonwijk. Vanuit deze richting begint het planvoornemen met laagbouw. In oostelijke richting, richting de N314, wordt de bebouwing hoger (vanafde houtwal bebouwing van laag naar hoog). Bijkomend voordeel van hoogbouw op korte afstand van de N314 is dat het minder geluidbelasting oplevert voor de woningen gelegen achter de appartementencomplexen (4 tot 5 bouwlagen hoog). De consequentie is dat de hoogbouw dichter op de buisleiding gesitueerd is. Hoewel dit vanuit externe veiligheid niet het optimaalst is, heeft dit in het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) wel de voorkeur.
Geluidbelasting treedt namelijk dagelijks op, terwijl de kans op een ongeval met een buisleiding klein is (GR lager dan oriëntatiewaarde). Daarnaast is uit de groepsrisicoberekeningen gebleken dat het groepsrisico ruimschoots onder de oriëntatiewaarde blijft en daardoor aanvaardbaar wordt geacht. >
Aanvullende
risicocommunicatie
De bewoners dienen zich bewust te zijn van de risico's die de nabijgelegen buisleiding met zich meebrengt en hoe zij bij een ongeval moeten handelen (vluchten/ schuilen). Daartoe wordt in de meterkast van elke woning een informatiekaart geplaatst met informatie over: - _ delligging van de hogedruk aardgasleidingen, - _ de scenario's en effecten (hittestraling, rook), - _ hoe te handelen in geval van een calamiteit (handelingsperspectief), -
vluchtwegen.
Op deze manier is geborgd dat de noodzakelijke informatie altijd aanwezig is en bewoners op de hoogte verhuizing.
zijn, ook
wanneer
een
woning
nieuwe
bewoners
krijgt door
bijvoorbeeld
Daarnaast geeft Gasunie aan dat ‘nieuwe eigenaren, als zij een perceel aankopen of woningbouwvereniging voor verhuur, zullen per brief geïnformeerd worden door de Gasunie. In deze bief wordt de ligging van de hogedrukaardgasleiding kenbaar gemaakt.’
18
Ávv
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
Indien
(graaf)werkzaamheden
aan de buisleiding gaan
plaatsvinden, worden
de bewoners
hiervan op de hoogte worden gesteld door Gasunie. Verder zullen ‘werken in de directe omgeving van de gasleidingen onder toezicht plaatsvinden, ook toekomstige na de afronding van het bouwplan' (zie bijlage 2).
>
Beperken van het aantal aanwezige personen
In de huidige situatie zijn geen personen aanwezig in het plangebied (agrarische grond). Het
aantal aanwezige personen in het brandaandachtsgebied neemt na de realisatie van woningen logischerwijs toe. Na planrealisatie zijn 510 personen overdag en 1020 personen ’s nachts aanwezig, uitgaande van 2.4 personen per woning waarvan 50% overdag en 100%
's nachts aanwezig is [7]. Het plangebied heeft een omvang van ca. 25 ha. Dit geeft een gemiddelde personendichtheid van 20 pers/ha overdag en 40 pers/ha ‘s nachts. Aangezien op enkele plaatsen een appartementencomplex wordt gerealiseerd, zal de personendichtheid n het gebied variëren van ca. 25 tot ca. 70 personen per hectare (rustige tot drukke woonwijk). De ruimtelijke afweging voor de ligging van het appartementencomplex nabij de buisleiding i toegelicht onder het kopje 'Afstand houden binnen het aandachtsgebied’. >
Vlucht en schuilmogelijkheden
Tijdens een incident is de afstand tussen het gebouw en de exacte locatie van het falen van de leiding bepalend voor de hoeveelheid hittestraling en de kans dat het gebouw in brand raakt. Wanneer leidingbreuk optreedt en het vrijgekomen gas ontsteekt tot een fakkelbrand, dan kunnen alle personen overlijden, zowel binnen- als buitenshuis, die zich bevinden op een
afstand kleiner dan 210 m, 190 m of 220 m van de leidingbreuk (de 100% letaliteitszones? van de beschouwde buisleidingen). Daarnaast kan binnen deze zone door de hittestraling het gebouw gaan branden. In geval van fakkelbrand is het daarom noodzakelijk dat de bewoners in de woningen, die gelegen zijn binnen de 100% letaliteitszone van de leidingbreuk, zo snel mogelijk het pand verlaten en eenmaal buiten dekking zoeken of vluchten van de risicobron af (zie figuur 8). In het algemeen geldt dat gebouwen buiten de 100% letaliteitscontour in geval van een fakkelbrand bescherming kunnen bieden aan personen die zich in de gebouwen bevinden, mits het gebouw niet in brand staat. Het handelingsperspectief is dan schuilen.
? De
100%
letaliteitscontour geeft het gebied
binnen
een aandachtsgebied
weer waarbij in een
berekening wordt aangenomen dat alle aanwezigen, zowel binnen- als buitenshuis, maatgevende scenario overlijden in geval van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
bij
het
19
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
&u Handelingsperspectief Fakkelbrand
Binenshuis Buitenshuis Figuur8.
Î _ Handelingsperspectief fakkelbrand hogedruk aardgasleiding (NIPV scenariokaart)
Als er een leidingbreuk optreedt in leiding A-608 dan bieden de woningen voldoende bescherming tegen de effecten van de fakkelbrand aangezien slechts een heel klein deel van plangebied in het BAG ligt (ca. 30 m), ver buiten de 100% |letaliteitszone. Het handelingsperspectief is dan schuilen. Vanuit het plangebied is er voldoende gelegenheid om effectief te vluchten van de buisleiding af in noordwestelijke richting, mocht dat noodzakelijk of wenselijk zijn. Aan de oostkant wordt het plangebied begrensd door een sloot van 10 tot 20 m breedte, maar in zuidoostelijke richting kan via het grasland van de buisleiding af worden gevlucht, zie figuur 9. De woningen zijn niet specifiek bedoeld voor minder zelfredzame personen zodat ervan uitgegaan wordt dat de bewoners zelfredzaam zijn en in staat om in geval van calamiteit van de bron af te vluchten.
20
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
BAG
Figuur9.
>
_ Vluchtwegen vanuit plangebied
Aanvullende bouwmaatregelen
Bij aanvullende
bouwmaatregelen
kan
bijvoorbeeld
gedacht
worden
aan
brandwerend
metselwerk en het gebruik van dakpannen (dakpannen houden straling tegen en zijn onbrandbaar) [{3]. Wanneer echter daadwerkelijk een fakkelbrand door leidingbreuk zou
optreden zijn dergelijke maatregelen niet toereikend om veilig in huis te kunnen schuilen, op korte afstand van de leidingbreuk (binnen de 100% letaliteitscontour). Daarnaast brengen brandwerende maatregelen (hoge) kosten met zich mee. Aangezien de basisbescherming
van de leidingen op orde is (zie notitie Gasunie in bijlage 2) en het groepsrisico laag [8], wordt het niet nodig geacht aanvullende brandwerende maatregelen te nemen. Daarmee wordt het ook niet nodig geacht een brandvoorschriftengebied aan te wijzen. De woningen worden
gebouwd conform de standaardeisen uit het Bbl. Bij de appartementencomplexen wordt er daarbij opgelet dat er nooduitgangen aanwezig zijn die van de aardgasleidingen af liggen.
55
Artikel 5.2 Veiligheidsrisico’s van branden, rampen en crises Naast artikel 5.15 dient ook rekening te worden gehouden met artikel 5.2 uit het Bkl. Dit artikel schrijft voor dat in een omgevingsplan rekening gehouden wordt met het belang van: 1°. het voorkomen, beperken en bestrijden van branden, rampen en crises;
21
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
2°. de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen: en
3°. de geneeskundige hulpverlening aan personen. Het bestuur van de veiligheidsregio kan hierover advies geven (art. 10 Wet veiligheidsregio’s).
Onderstaand zijn met betrekking tot dit artikel een aantal aandachtspunten opgenomen. Niet alle risico’'s kunnen worden weggenomen door het treffen van maatregelen. Het resterende risico heeft onder meer betrekking op bereikbaarheid voor hulpdiensten, bestrijdpaarheid en zelfredzaamheid
in verband
met fakkelbrand:
De brandweer kan pas na verloop van tijd het gebied betreden waar de gebouwen
in
brand staan. De reden i dat de stralingswarmte eerst zover moet zijn afgenomen dat het
voor de brandweer voldoende veilig is om over te gaan tot blussen van de branden. Dit geldt ook voor de hulpverlening aan slachtoffers. De mogelijkheid om direct de gevolgen te bestrijden (na aankomst bij de rampplek) is dus niet aanwezig. Pas na verloop van tijd ontstaat deze mogelijkheid. De omvang van de gevolgen is slechts grof te schatten. Gegeven deze grove schatting is het aannemelijk dat ondersteuning nodig za! zijn van omringende Veiligheidsregio's om de gewonden de eerste noodzakelijk hulp te bieden. Deze opschaling van de inzet is onderdeel van de voorbereiding op de bestrijding van een fakkelbrand van de aardgasleiding. Het is van belang dat de bereikbaarheid bluswatervoorzieningen voldoende zijn.
voor
de
hulpdiensten
en
de
22
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
Conclusie
In verband met de bouw van 425 woningen en appartementen in Leesten Schouwbroek te Zutphen is het externe veiligheidsrisico door het transport van aardgas door buisleidingen beschouwd. hoofdstuk
De belangrijkste conclusies
naar aanleiding van de beoordeling
worden
in dit
benoemd.
Plaatsgebonden risico
Voor
de beschouwde buisleidingen geldt dat er geen sprake is van een PR10%/jr contour. Het
plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling. Aandachtsgebied ° Het plangebied ligt binnen het brandaandachtsgebied van de hogedrukaardgasleidingen A-522, A-511, A-662 en A-608.
e
Een groot deel van het plangebied ligt binnen de 100% Ietaliteitscontour van A-511, A522 en A-622.
Belemmeringengebied De belemmeringengebieden blijven vrij van bebouwing. Verantwoording groepstisico « Woningen worden aangeduid als ‘kwetsbaar gebouw’. ° ° e
De woningen zijn niet specifiek bedoeld voor minder zelfredzame personen zodat ervan uitgegaan wordt dat de bewoners zelfredzaam zijn. Het groepsrisico is kleiner dan de oriëntatiewaarde en daarmee vormt het geen belemmering voor de planontwikkeling, conform EV-beleid van de gemeente Zutphen. Door de genomen maatregelen én het lage groepsrisico wordt het restrisico aanvaardbaar geacht.
° _ Het bestuur van de veiligheidsregio heeft advies gegeven over de invulling van artikel 5.2 van
het Bk.
23
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
Referenties
1
Ministerie
BZK
2018
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Stb. 2018, nr. 292. Laatst gewijzigd Stb. 2024, nr. 424
Ministerie
BZK
2018
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Stb. 2018, nr. 293. Laatst gewijzigd Stb. 2024, nr. 424
Ministerie
BZK
2088
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Stb. 2018, nr. 291. Laatst gewijzigd Stb. 2024, nr. 368
Ministerie
I&W
2025
Portaal Atlas Veiligheid, geraadpleegd juli 2025 https://www.registerexterneveiligheid.nl/pav-kaarten
RIVM
2013
Carola versie
1.0.0.52
RIVM
2025
https://www.rivm.nl/omgevingsveiligheid/handboek/st appenplannen/verantwoording-ontwerp-veilige-
omgeving/besluitvorming-groepsrisico IPO
2022
Landelijke Populatieservice Gebruikershandleiding bij versie 2.0, april 2022
AVIV
2025
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen, projectnummer 256084, versie 1, 27 maart 2025.
Ministerie
I&M
2023
Spoorwegwet. Laatst gewijzigd Stb. 2023, 113
10.
Ministerie
VWS
2023
Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Laatst gewijzigd Stb. 2023,113
11.
Ministerie
I&M
2014
Regeling Basisnet, Stcrt. 2014, 8242. Laatst gewijzigd Stort. 2024, 35567 (I&W)
12.
Omgevingsdienst
2015
Beleidsvisie
Veluwe
13.
NIPV
IJssel
externe
veiligheid
Gemeente
Zutphen,
deel A t/m D, 10 februari 2015. 2025
https://scenarioboeken.nipv.nl/hoge-druk-
aardgasleiding-fakkelbrand/
24
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
Bijlage 1. Advies Veiligheidsregio
25
‘
veiligheidsregio
Gelderland
Noord- en Oost-
Postbus
234
7300 AE Apeldoorn 088
310 4000
info@vnog.nl www.vnog.nl
Gemeente Zutphen
T.a.v. de heer (geanonimiseerd) N Postbus 7200
41
AA ZUTPHEN
Datum
:
Uw
z
kenmerk
Ons kenmerk
30 april2025
:
22-62074/25-099407/E.R./JF
Afschrift aan
:
(geanonimiseerd) Arch (geanonimiseerd)
Bijlage(n)
:
TUm
Behandeld
door
Onderwerp
: Advies plan Leesten Schouwbroekte Zutphen - Gemeente Zutphen
Geacht college, Op 9 april 2025 heeft u ons advies gevraagd over de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied ‘Leesten Schouwbroek’ te Zutphen. Op deze locatie wil men woningen en appartementen realiseren. U wilt weten of gezien de ligging van de ontwikkeling ten opzichte van risicobronnen in de omgeving, extra (bouwkundige) maatregelen noodzakelijk zijn, na de berekening van het groepsrisico. In het verleden is reeds tweemaal advies uitgebracht over deze ruimtelijke ontwikkeling. Destijds waren echter geen groepsrisicoberekening en schetsen van het plangebied beschikbaar. In deze brief en bijlage leest u ons advies.
Waar hebben wij naar gekeken Bij een ruimtelijke ontwikkeling is het bereiken en in stand houden van een veilige fysieke
leefomgeving het uitgangspunt. In dit advies hebben wij integraal gekeken naar het aspect omgevingsveiligheid. Dit omvat op de eerste plaats de risico’s die relevant zijn bij het transport, de productie, de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Tot omgevingsveiligheid rekenen we op de tweede plaats andere thema’s die invloed hebben op de veilige fysieke leefomgeving. Het gaat dan met name om de thema’s veilige energietransitie en klimaatveiligheid. Ook brandveiligheidsaspecten nemen we mee in onze advisering.
Op basis van risico’s, scenario’s en interventiemogelijkheden zijn we tot het volgende advies gekomen.
Door dit opte volgen, verkleint u de kans op calamiteiten, of - als er zich toch een
ongeluk voordoet - beperkt u de gevolgen. Het advies van de GHOR s in dit advies niet opgenomen, aangezien het is opgenomen in de eerdere uitgebrachte adviezen. Advies VNOG
2022 en 2024
VNOG heeft in zowel 2022 als 2024 reeds geadviseerd over deze ontwikkeling. In beide gevallen is geadviseerd om een groepsrisicoberekening uit te voeren. Gemeente Zutphen heeft inmiddels
gevolg gegeven aan dit advies en de berekening laten opstellen. De eerdere adviezen blijven in dit kader ongewijzigd van kracht. Wel worden in dît advies enkele aanvullende maatregelen voor-
gesteld. Advies
Wij adviseren u (nog) geen medewerkingte verlenen aan het initiatief. Daarbij verzoeken wij u onderstaande adviezen te verwerken in uw besluitvorming:
Verantwoording eerdere adviezen. Wij adviseren om de eerder uitgebrachte adviezen van VNOG, voor zover nog niet verwerkt, mee te nemen in de ruimtelijke onderbouwing. °
Ligging binnen brandaandachtsgebied. Het gehele plangebied bevindt zich binnen het
brandaandachtsgebied van meerdere hogedruk aardgasleidingen. Een aanzienlijk deel ligt binnen de eerste risicoring (160-200 meter), waar de overlevingskansen bij een incident met
fakkelbrand als gevolg van een lekkage zonder adequate bescherming of tijdige evacuatie uiterst gering zijn. Dit vormt een ernstige belemmering voor zowel de zelfredzaamheid van bewoners als de inzetbaarheid van hulpdiensten, aangezien de brandweer
vanwege
de hitte
niet in deze risicoring kan optreden. *
Positionering van functies met hoge bezettingsgraad. Gebouwen met een hoge bezettingsgraad (appartementen) dienen op een zo groot mogelijke afstand van risicobronnen te worden gesitueerd. Uit de schetsplannen
blijkt echter dat de appartementen juist op
minimale afstand (we veronderstellen net buiten het belemmeringsgebied) van de hogedruk aardgasleidingen zijn gepositioneerd. Wij adviseren deze functies verder van de risicobronnen
te plaatsen. De huidige positionering binnen de meest risicovolle zone verhoogt de kans op ernstige gevolgen bij een incident aanzienlijk. Indien verplaatsing niet mogelijk is, dienen ten minste risicobeperkende maatregelen te worden toegepast. °
Evacuatieproblematiek appartementen. De zelfredzaamheid van bewoners is van cruciaal
belang bij een calamiteit. Bij appartementencomplexen
is effectieve evacuatie doorgaans
lastiger, met name voor bewoners op hogere verdiepingen, wat hun overlevingskansen beperkt. Vrijstaande woningen bieden doorgaans meer ontsluitingsmogelijkheden en zijn
daardoor eenvoudiger te evacueren. °
Vluchtmogelijkheden. Het is belangrijk de gebouwen dusdanigte situeren dat aanwezigen bij een (dreigende) brand bij een risicobron gelegenheid hebben te vluchten. Hierbij dient minimaal één (nood)uitgang van de risicobron af gericht te zijn. Alle (nood)uitgangen dienen aan te sluiten op de infrastructuur binnen en buiten het plangebied. In het zuidoostelijke deel van het plangebied vormt het aangrenzende water echter een belemmering voor een veilige
vluchtweg. Het is daarom wenselijk om in dit gebied een brug aan te leggen, zodat een adequate vluchtroute wordt gegarandeerd.
°
Bevorderen van zelfredzaamheid. De zelfredzaamheid van aanwezigen dient zoveel mogelijk te worden vergroot, bijvoorbeeld door bewoners actief te informeren over vluchtroutes en een
handelingsperspectief bij incidenten. Bij een fakkelbrand is het voor de brandweer niet mogelijk om actiefte blussen; de inzet beperkt zich dan tot veilige afstand. Dit onderstreept het belang van individuele zelfredzaamheid. e
Toename groepsrisico en verantwoording.
Uit de groepsrisicoberekening blijkt dat het
groepsrisico toeneemt, maar nog steeds onder de oriëntatiewaarde blijft. Dit impliceert dat het risico formeel aanvaardbaar is binnen de wettelijke kaders, maar het neemt niet weg dat
de gemeente haar verantwoordelijkheid moet nemen en het groepsrisico gemotiveerd dientte verantwoorden. Het is van belangte onderbouwen waarom het groepsrisico in dit geval acceptabel wordt
geacht en in hoeverre de maatschappelijke baten van woningbouw opwegen
tegen het verhoogde risico. e
Voorkomen van incidenten met buisleidingen. Incidenten met buisleidingen kunnen grotendeels worden voorkomen door ervoor Úiggen en goed worden onderhouden.
te zorgen dat deze leidingen ongestoord blijven
. _ Afstemming met Gasunie. Wij adviseren een goede afstemming met de Gasunie. In geval van
een leidingbreuk is het essentieel dat de gemeente snel kan schakelen met de netbeheerder om de gastoevoeraf te sluiten en zo de gevolgen van een eventuele fakkelbrand te beperken. ° _ Brandwerende maatregelen. De gemeente kan overwegen om de woningen en/of
appartementen die in de tweede ring van het plangebied liggen (het noordelijke deel op een afstand van meer dan 200 meter van de hogedruk aardgasleiding) uit te voeren met brandwerende materialen. Dit kan de impact
van een brand beperken en de veiligheid van de
bewoners vergroten. Hoewel het plangebied niet is aangewezen als brandvoorschriftengebied en het geen verplichting betreft voor kwetsbare gebouwen, kan de gemeente hierin aanvullende eisen stellen. Voor de woningen en appartementen in het centrale en zuidelijke deel
van het plangebied is de toegevoegde waarde van brandwerende maatregelen beperkt, omdat bij een lekkage van de hogedruk aardgasleiding de warmtestraling zodanig intens is dat alle
materialen in de eerste ring (het centrale en zuidelijke deel van het plangebied) direct vlam zullen vatten.
°
Toepassing van het Bbl. Toe te zien op correcte toepassing van de voorschriften uit het Besluit bouwwerken
leefomgeving (Bbl bij de uitvoering van de appartementen en woningen
door de initiatiefnemer.
°
Bluswatervoorziening. De bluswatervoorziening is nog niet op orde en is sterk afhankelijk van het type bouwwerken. Wij adviseren de gemeente Zutphen daarom contact
op te nemen
met
(geanonimiseerd) Hij s bereikbaar vie (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) haar accounthouder, de heerf "
(geanonimiseerd)
In bijlage I van deze brief vindt u de bijbehorende scenario’s en effecten van deze risicobronnen en het uitgangspunt voor wat het betekent voor desbetreffende gebruiksfunctie. Daarnaast worden de voorgestelde maatregelen en het bijbehorende restrisico toegelicht.
We vertrouwen erop dat wij u met dit advies van dienst zijn geweest. Heeft u vragen over het advies of wilt u overleggen? Neem dan gerust contact op met E. Rosendaal via telefoonnummer 088-3105338 of per e-mail e.rosendaal@vnog.nl. We ontvangen graag een terugkoppeling van u over wat u met ons advies gedaan heeft. Dit is van groot belang om ons operationeel goed voor te bereiden. Mocht u afwijken van het advies, dan ontvangen wij graag een motivatie.
Met vriendelijke groet,
Namens het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland,
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
Teamleider Brandveiligheid West
Bijlage I - Advies omgevingsveiligheid Bij het beoordelen van dit plan hebben wij de veiligheidsrisico’s in beeld gebracht aan de hand van
mogelijke scenario’s. Dit doen wij op basis van risicogericht werken
en met behulp van het
kenmerkenschema. De mate van veiligheid wordt bepaald door het samenspel van de kenmerken in het schema. Door deze kenmerken te beschrijven worden scenario’s geformuleerd waarmee de
aanwezige risico’s kunnen worden vastgesteld. Repressief scenario
Viuchtscenario
Brandscenario kenmerken
kenmerken
Psychonomie
Installatie-
techniek
E
Omgevin
kenmerk
J Bedrijfshulpveriening n
brandweer
Figuur 1- Kenmerkenschema, NIPV
Omschrijving ontwikkeling Het plangebied betreft het gebied ‘Leesten Schouwbroek! te Zutphen. Op deze locatie wil men woningen en appartementen realiseren. Analyse risico
Omgevingskenmerken De geografische ligging van deze ontwikkeling is medebepalend voor de fysieke veiligheid. Voor
deze ontwikkeling zijn onderstaande omgevingskenmerken van toepassing. e _ Ten Westen van het plangebied bevindt zich een woonwijk.
e
Ten Oosten van het plangebied bevindt zich een groot groen- en agrarisch gebied.
Gebouwkenmerken
De inrichting van een gebouw, evenals de bouw- en installatietechnische voorzieningen ervan zijn van invloed op het veiligheidsniveau. Binnen dit object zijn de volgende gebouwkenmerken te onderscheiden.
e
De initiatiefnemer is voornemens appartementencomplexen en woningen te bouwen in
het plangebied. Op basis van Bijlage VI van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) worden appartementen/woningen geclassificeerd als ‘kwetsbaar gebouw’. o
De appartementencomplexen zullen naar verwachting 4 of 5 bouwlagen hoog zijn.
o _ In totaal worden er 425 woningen gerealiseerd.
Menskenmerken
Het (te verwachten) menselijk gedrag is van invloed op de mate van brandveiligheid. Het gaat hierbij om zowel sociale als persoonlijke factoren. Onderstaande menskenmerken zijn van toepassing. e
Eris niets bekend over de zelfredzaamheid van de bewoners en wat hun fysieke
gesteldheid zal zijn. Ineidentkenmerken
/
risicobronnen
Incidentkenmerken beschrijven de effecten die worden veroorzaakt door het falen van een risicobron, wat kan leiden tot brand, explosie of het vrijkomen van gevaarlijke stoffen.
Onderstaande incidentkenmerken zijn van toepassing: De ontwikkeling bevindt zich zowel binnen de eerste ring (160-200 meter) als de tweede ring (200450 meter) van de brandaandachtsgebieden van de hogedruk aardgasleidingen (NIPV). In het geval van een fakkelbrand bedraagt de warmtestraling respectievelijk 35 KW/m? in de eerste ring en 35 tot 10 kW/m:? in de tweede ring. Dit impliceert dat binnen de eerste ring onherstelbare schade optreedt en alle brandbare
materialen vlam vatten. Daarnaast zal binnen deze zone naar verwachting 100% van de aanwezigen slachtoffer
worden. In de tweede ring kunnen effecten optreden zoals vervorming van
hout en kunststof en breuk van dubbelglas bij de woningen die zich op de grootste afstand van de hogedruk aardgasleiding bevinden. Binnen deze zone wordt geschat dat ongeveer 40% van de aanwezigen slachtoffer zal worden.
Het is belangrijk om hier rekening mee
te houden.
De brandweer kan in de eerste ring geen reddings- of bluswerkzaamheden uitvoeren. De
warmtestraling van 35 KW/m? is ook voor brandweermensen te warm om veiligte opereren. Redding en brandbestrijding kunnen pas plaatsvinden nadat de leiding is afgesloten. Activiteiten met externe veiligheidsrisico's worden risicobronnen genoemd. In bijlage VIl van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl zijn specifieke activiteiten als risicobronnen aangewezen, waaronder:
e _ Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende
activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). °
Het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor).
°
Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal.
°
Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit.
Risicobronnen
Risicobronnen worden beschouwd als relevant wanneer het invloedsgebied en/of het effect van de risicobron (deels) binnen het plangebied lgt. In of nabij het plangebied zijn de volgende
risicobronnen aanwezig: Relevante hogedruk aardgasleidingen e A-522 [48 inch, 66 bar]: Deze aardgasleiding ligt in het plangebied en daarmee bijna volledig binnen 100%-letaliteitszone. Voor deze buisleiding geldt een belemmeringenstrook van 5 meter.
e
A-511 [42 inch, 66 bar]: Deze aardgasleiding Úgt in het plangebied en daarmee bijna volledig binnen 100%-letaliteitszone. Voor deze buisleiding geldt een belemmeringenstrook van
5 meter.
e
e
A-662 [48 inch, 80 bar]: Deze aardgasleiding ligt op circa 100 meter van het plangebied en daarmee gedeeltelijk binnen de 100%-letaliteitszone en nagenoeg geheel binnen het invloedsgebied (1%-letaliteitszone) ervan. A-608 [36 inch, 66 bar]: Deze aardgasleiding ligt op circa 410 meter van het plangebied en daarmee binnen het invloedsgebied (1%-letaliteitszone) ervan.
Het belemmeringengebied van 5 meter van de hogedruk aardgasleidingen A-511 en A-522 ligt binnen het plangebied, waardoor woningbouw hier niet mogelijk is. Dit moet worden meegenomen
in de planvorming. Er zijn tevens maatregelen mogelijk om het groepsrisico te
verkleinen, zoals beschermplaten, KLIC-meldingen, en beheers- en barrièrevoorstellen, waarmee rekening kan worden gehouden bij de wijkinrichting. __
Figuur2- Uitsnede Portaal Atlas Veiligheid 22-04-2025
Interventiekenmerken
De respons van de brandweer
voor
redding en brandbeheersing, evenals de inzet van een interne
hulpverleningsorganisatie, zijn van invloed op de mate van brandveiligheid. Voor dit object
zijn
onderstaande interventiekenmerken van toepassing. e
e
Erwordt een ontsluiting gerealiseerd op de Kerkhofweg, conform ons eerdere advies.
De bluswatervoorziening is nog niet op orde. Het benodigde bluswater is sterk afhankelijk van het type bouwwerken. Wij adviseren de gemeente Zutphen daarom contact opte nemen
(geanonimiseerd) Hijis bereikbaar (geanonimiseerd) haar accounthouder, de heerf vie e" (geanonimiseerd)
met
(geanonimiseerd) G
Scenario’s en bijbehorende risico’s In de aanvraag en op basis van de kenmerken uit het kenmerkenschema
zien wij de volgende
scenario’s met de bijbehorende risico’s. Scenario buisleiding: e
Fakkelbrand:
Vanwege (graaf)werkzaamheden kan een breuk ontstaan in een hogedruk aardgastransportleiding. Het aardgas stroomt onder hoge druk uit. Het brandbare gas ontsteekt waardoor een fakkelbrand optreedt. De effecten van een fakkelbrand zijn hoge warmtestraling en rook.
Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden of raken ze gewond: van zeer zwaargewond tot lichtgewond. De schade aan objecten varieert van onherstelbare schade tot lichte schade. De effectafstanden zijn van
toepassing vanaf elke willekeurig positie van de ondergrondse buisleiding. Een directe ontsteking van het uitstromende gas treedt op door statische of kinetische energie. Direct na de breuk is het uitstroomdebieten daarmee de omvang van de fakkelbrand het grootst. De eerste fase is berekend over de eerste 20 seconden na de breuk. Het uitstroomdebiet loopt binnen enkele minuten na de breuk terug totdat een stabiel uitstroomdebiet wordt bereikt. Dit stabiele
uitstroomdebiet blijft aanwezig totdat de leidingbeheerder het getroffen leidingdeel met afsluiters inblokt. Na het inblokken blijft de fakkel branden totdat de druk in de leiding gelijk is aan de omgevingsdruk.
Figuur 3- Fakkelbrand - Hogedruk aardgasteiding, NIPV
Restrisico
Het uitvoeren van de benoemde maatregelen onder het kopje ‘advies’ hebben een positief effect op de veiligheid. Veel risico’s worden met deze maatregelen verkleind of weggenomen. De huidige en toekomstige situatie vallen met het beschreven scenario binnen het repressief handelings-
perspectief van VNOG. Risico’s kunnen echter nooit geheel worden weggenomen. Bij het ergst mogelijke scenario is het effectgebied van risicobronnen vaak groter dan het plangebied. In die gevallen stijgt het incident boven de repressieve mogelijkheden van VNOG uit. De hulpbehoefte is dan groter dan hetgeen VNOG aan hulp kan bieden. Het is aan het bevoegd gezag om het belang van de ruimtelijke ontwikkelingte wegen, in combinatie met de door VNOG geadviseerde maatregelen en dan te beslissen of het restrisico geaccepteerd wordt.
Bijlage II - Wettelijk kader Omgevingswet In de Omgevingswet is een groot aantal vigerende wetten opgenomen die relevant zijn voor omgevingsveiligheid. In het kader van omgevingsveiligheid zijn het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bk!) relevant. De Omgevingswet geeft het bevoegd gezag instructieregels voor het omgevingsplan. In paragraaf 5.1.2 Bkl staan regels in relatie tot omgevingsveiligheid. Daarin staat onder andere aangegeven dat het bevoegd gezag rekening moet houden met het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. In artikel 5.14 Bkl wordt specifiek opdracht gegeven aan de gemeenten om bij het vaststellen van een omgevingsplan een keuze te maken in het aanwijzen van een
voorschriftengebied. Wet veiligheidsregio’s (Wvr) De Wet veiligheidsregio’s (Wr) beschrijft wat behoort tot brandweerzorg (Wvr, art. 3): a.
hetvoorkomen,
beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het
b.
voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt; het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand.
VNOG adviseert het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald (Wvr, art 10). De GHOR (Geneeskundige HulpverleningsOrganisatie in de Regio) is als onderdeel van de veiligheidsregio belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening en met de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied (Wvr, art. 1). De GHOR inventariseert de risico's van rampen en crisis en adviseert gevraagd en ongevraagd het bevoegd gezag hierover (Wvr, art. 10 en 14).
Bijlage II - gebruikte documenten De beoordeling heeft plaatsgevonden op basis van onderstaande aangeleverde gegevens: e
Rap256084.pdt;
°
65.10.30(2025-01-14): terugkoppeling overleg ODA-VNOG-SRO - Externe veiligheid Leesten Schouwbroek;
e _ Advies VNOG
2022 en 2024.
10
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
Bijlage 2. Notitie Gasunie Bron:
e-mailcorrespondentie
van
Gasunie
aan
gemeente
Zutphen
d.d.
11 juni
2025.
Betreft:
Externe
veiligheid
gastransportleidingen
bouwplan
Leesten
Schouwbroek
vs.
hogedruk
Gasunie.
De beide gastransportleidingen
(48 en 42 inch) voldoen
aan wet- en regelgeving
d.w.z.:
« «
Beide gasleidingen hebben voldoende gronddekking. Het maaiveld niveau neemt nog toe tot +8.60 NAP; Het plaatsgebonden risico (PR"6) ligt binnen de belemmeringengebieden;
«
De gastransportleidingen zijn/worden voorzien van bovengrondse
e
markeringen; Gasunie voldoet aan Wet- & Regelgeving. Kwetsbare gebouwen worden buiten de PR"6 contouren en belemmeringengebied gepositioneerd. Wij
zullen dan ook geen aanvullende maatregelen dan
nemen
anders
tbeschreven:
igerende
maatregelen
om
incidenten
(uitstroom
en
ontbranding)
te
voorkomen:
Vergunning en ruimtelijke ordening .
Beide gasleidingen met belemmeringengebied komen geheel op vergunning te liggen op gronden van de gemeente. Daarmee is het beheer van de
gasleidingen optimaal; «
Omgevingsplan, Artikel xx Leiding - Gas met opname planregel,
van 0.a. onderstaande
Alvorens over een (omgevings)vergunning te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of wordt voldaan aan het bepaalde in lid ---; .
Op betreffende percelen zijn zakelijk rechten gevestigd door Gasunie waarin voorwaarden zijn opgenomen. Bij de notariële overdracht zal hierop gewezen worden.
*
Wibon/CROW500
.
De gemeente heeft digitale leidingdata ontvangen zodat de aanwezige gasleidingen correct opgenomen zijn in ontwerptekeningen. Op basis daarvan
werken
derden
zal de opdrachtnemer zijn werkplan netbeheerders
.
opstellen en afstemmen
met
0.a. Gasunie;
De beide gasleidingen zijn opgenomen in het register externe veiligheid/kadaster. De grondroerder/graver (mechanische grondroeren)
is
wettelijk verplicht vooraf een graafmelding (KLIC-melding) te doen;
26
Ávv
Externe veiligheid / Woningbouw Leesten Schouwbroek te Zutphen
Alle werken
in de directe omgeving
van de gasleidingen zullen onder toezicht
plaats vinden. (ook toekomstige na de afronding van het bouwplan) Preventieve
maatregelen
Gasuni
bewaakt
de
Gasunie
veilig
ligging
van
haar
hogedruk
gastransportleidingen door meerdere preventieve beheersmaatregelen nemen met als doel omgevingsveiligheid te bevorderen: Drie wekelijkse vlieginspectie van
het landelijke
Gasunienet,
doel niet bekende grondroeractiviteiten te adresseren
met
te
als
met interventie
mandaat (heli aan de grond zetten); Satelliet inspecties; Kosteloze begeleiding bij graafmeldingen
KLIC/kadaster;
Loopinspecties in geval van No-fly zones; Bewaken
van onze juridische positie. (RO-meldingen)
Gasunie
informeert omwonenden
werkzaamheden Nieuwe
per brief in geval van Gasunie eigen
aan de gasleidingen;
eigenaren
woningbouwvereniging
als
zij
een
voor
verhuur,
perceel
zullen
per
worden door de Gasunie, In deze bief wordt hogedrukaardgasleiding kenbaar gemaakt;
aankopen,
of
brief geïnformeerd de
ligging
van
de
Gasunie inspecteert haar hoofdtransportleidingen (inline inspectie) op frequente basis vanwege het feit dat de integriteit van de gasleidingen
aantoonbaar moet worden
gemaakt.
Gasunie ziet de integriteit van de aanwezige gasleidingen voldoende
gewaarborgd tijdens de realisatie van- en woonfase van de wijk Leesten Schouwbroek en daarmee de omgevingsveiligheid.
27