CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

1004919 - bijlage 1 - Ruimtelijke Onderbouwing Rietbergstraat 87 tm 141en Rietbergstraat 143 tm 201

Raadsvergadering 26 mei 2025, gemeente ZutphenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Rietbergstraat 87 tm 141 te Zutphen appartementencomplex Heeckeren11.739 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

25

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing • •

Arbeidsveiligheid: Het voorkomen van ongevallen met gevaarlijke stoffen en het beperken van de gevolgen daarvan en het voorkomen van blootstelling van werknemers aan gevaarlijke stoffen; Brand- en rampenbestrijding: Het beperken van de gevolgen van een brand of ramp en het borgen van een doelmatige rampenbestrijding.

De GAP-analyse is wel uitgevoerd en getoetst nadat de PGS 37-1 definitief werd vastgesteld. De energieopslagsystemen zijn daardoor getoetst aan de voorschriften/maatregelen uit de definitieve versie van de PGS 37-1 (versie 1.0, december 2023). 4.2.3

Risico’s EOS

In de Handreiking Elektriciteit Opslag Systemen (EOS > 25 kWh Li-ION) zijn twee (brand)scenario’s beschreven voor incidenten met een EOS. In het eerste scenario is er sprake van een lithium-ion accu die te veel opwarmt en in een ‘thermal runaway’ raakt, met als gevolg een zichzelf in stand houdende brand. In geval van monitoring van het EOS als geheel en in het bijzonder het accugedeelte, kan er bijtijds worden ingegrepen door de betrokken accu te verwijderen. Mocht dit niet tot het gewenste resultaat leiden dan kan brand worden voorkomen door gebruik te maken van een doeltreffend (automatisch) blussysteem. Het tweede scenario dat in de bovengenoemde handreiking wordt beschreven, is het ‘worst case’ scenario. Wanneer één van de accu’s tot ontbranding komt (thermal runaway) is het lastig om een dergelijke brand te blussen. Als gevolg van de duur van de brand of van de constructie en montage van de accu’s kunnen andere accu’s ook betrokken raken of tot een thermal runaway overgaan. Een dergelijke brand kan gedurende lange tijd (meerdere uren tot dagen) woeden en herontsteken. Bij dergelijke branden komen naast hitte ook giftige stoffen vrij (onder andere waterstoffluoride, lithiumoxide en zoutzuur). Het effectgebied is afhankelijk van de meteorologische omstandigheden, de grootte van de brand en de bereikbaarheid van het EOS voor hulpdiensten.

Het kan tot enkele kilometers ver reiken. 4.2.4

Risico’s van EOS op een dak

Een EOS op een dak van een collectief woongebouw brengt ten opzichte van een EOS op de grond extra risico’s met zich mee, omdat bij plaatsing op een dak de beheers- en bestrijdbaarheid van brand verslechteren. Als het EOS zich op een dak bevindt, wordt de bereikbaarheid van het incident aanzienlijk bemoeilijkt en neemt de lengte van de aanvalsweg van de brandweer toe. Ook nemen de complexiteit van de aanvalsweg en de logistiek toe, omdat het EOS zich op hoogte bevindt en de brandweer zich toegang moet verschaffen tot het dak. Daarnaast loopt brandpersoneel het risico te vallen door het werken op hoogte. Naast deze extra risico’s brengt het plaatsen van een EOS op het dak van een collectief woongebouw vanuit risico-oogpunt ook een tweetal voordelen met zich mee. 1. Doordat het EOS zich op het dak bevindt, is de kans op vernieling aanzienlijk lager dan wanneer het ‘buiten op de stoep’ is geplaatst. 2. Door de hoge plaatsing van het EOS zal - in geval van een brand - de rookwolk zich boven leefniveau bevinden. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat er - afhankelijk van de weersomstandigheden - minder hinder van de rook wordt ondervonden in de directe omgeving en de bewoners van het wooncomplex. 4.2.5

Situatie plangebied

In bijlage 4 is een handreiking opgenomen ten aanzien van de veiligheid van zonnepanelen in combinatie met EOS. In deze handreiking wordt aangetoond dat ten aanzien van de EOS wordt voldaan aan de meeste voorschriften uit de PGS 37-1, dit blijkt uit de beoordeling van de GAP-analyse welke is bijgevoegd in bijlage 5. Uit de beoordeling van de GAP-analyse blijkt tevens dat aan de voorschriften M32 en M48 niet wordt voldaan. Ten aanzien van deze voorschriften worden maatregelen getroffen om hier wel aan te kunnen voldoen. Deze maatregelen worden genomen binnen de geldende implementatietermijnen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

26

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing De beoogde Energie Opslag Systemen zijn getest en goedgekeurd volgens de UL9540A norm. In de PGSrichtlijn staat benoemd dat wanneer wordt voldaan aan deze norm er geen extra veiligheidssystemen geïnstalleerd hoeft te worden. De EOS is daarmee aantoonbaar beveiligd tegen brandpropagatie. In paragraaf 4.4.1 wordt nader ingegaan op de risico’s en het aspect brandveiligheid. De Energie Opslag Systemen worden in de technische ruimte geplaatst. In afbeelding 4.1 en 4.2 zijn de locaties van de EOS (rode contour) op het dak van de flatgebouwen ‘Hackfort’ en ‘Heeckeren’ weergegeven.

Afbeelding 4.1:

Locatie EOS (rode contour) flat ‘Hackfort’ (Bron: Architect Direct)

Afbeelding 4.2:

Locatie EOS (rode contour) flat ‘Heeckeren’ (Bron: Architect Direct)

4.3

Ecologie

4.3.1

Algemeen

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

27

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 4.3.2

Gebiedsbescherming

4.3.2.1 Algemeen Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet Natuurbescherming beschermd. Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van de NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. 4.3.2.2 Situatie projectgebied Natura 2000-gebieden Het projectgebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied betreft ‘Rijntakken’ en is gelegen op een afstand van circa 125 meter van het projectgebied. Om de mogelijke stikstofdepositie op dit gebied te onderzoeken is door BJZ.nu een stikstofberekening ten aanzien van de aanlegfase uitgevoerd met behulp van de AERIUS-calculator. In bijlage 6 is dit onderzoek met de resultaten opgenomen. In onderstaande tekst worden de onderzoeksresultaten kort beschreven. Onderzoeksresultaten Geconcludeerd wordt dat voor de aanlegfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr.

Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied is niet gelegen binnen de grenzen van het NNN. Het dichtstbijzijnde NNN aangewezen gebied is gelegen op een afstand van circa 25 meter. Gelet op de afstand tot het NNN kunnen negatieve effecten op het NNN worden uitgesloten. 4.3.3

Soortenbescherming

4.3.3.1 Algemeen Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. 4.3.3.2 Situatie projectgebied In voorliggend geval is door Ecofect een natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Hierna wordt op de belangrijkste onderzoeksresultaten ingegaan. Het volledige onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 7 van deze toelichting. Onderzoeksresultaten Soortbescherming Flora BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

28

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing Geen overtreding wet natuurbescherming. Vleermuizen Geen overtreding wet natuurbescherming. Zoogdieren Geen overtreding wet natuurbescherming. Vogels Geen overtreding wet natuurbescherming. Overige soorten Geen overtreding wet natuurbescherming. Uit het natuurwaardenonderzoek is gebleken dat bij het uitvoeren van de geplande werkzaamheden in beide scenario’s de Wet Natuurbescherming niet wordt overtreden mits er zorgvuldig wordt gehandeld. 4.3.4

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden of het NNN. De Wet natuurbescherming vormt eveneens geen belemmering.

4.4

Water

4.4.1

Beleid

In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt er gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico’s op wateroverlast of watertekorten. Een belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 4.4.2

Watertoets

Het Waterschap Rijn en IJssel is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen en na overleg met het waterschap is geconstateerd dat er geen waterschapsbelang is. Er is geen waterschapsbelang omdat de zonnepanelen en de warmtepompen op de bestaande bebouwing worden gerealiseerd. Dit heeft geen invloed op het water. In bijlage 8 is het watertoetsresultaat opgenomen. Het projectgebied is gelegen nabij een waterkering. De plaatsing van de zonnepanelen, warmtepompen en EOS op het dak van de flatgebouwen zullen geen gevolgen hebben voor de waterveiligheid.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

29

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

4.5

Technische uitvoerbaarheid

4.5.1

Brandveiligheid

4.5.1.1 Algemeen Een EOS op het dak van een collectief woongebouw kan, overigens net als de bijbehorende zonnepanelen, de brandveiligheid van dat gebouw beïnvloeden. Zo kan het de oorzaak zijn van een brand, bijdragen aan een ‘reguliere’ brand (door de brandlast te vergroten) en zorgen voor specifieke risicovolle verbrandingsproducten. 4.5.1.2 Situatie projectgebied Ten aanzien van het aspect brandveiligheid zijn de volgende maatregelen getroffen: • •

• • • • • • •

•

•

•

Alle onderdelen van de technische ruimte zijn 60 minuten EI en brandwerend. Alle verbindingen tussen de verschillende elementen voldoen aan de eisen van de fabrikanten hierover; Onder de technische ruimte zal steenwol als isolatie worden toegepast zodat er geen brandoverslag via die weg plaats kan vinden. De rest van het dak zal worden bij geïsoleerd met PIR isolatie. Echter ook hier is het risico extreem klein omdat de huidige situatie een betonplaat is als dakconstructie en daarover heen nog 5 tot 18 cm schuimbeton voor het afschot. Dus niet brandbaar materiaal allemaal; QR code tem behoeve van de IP camera’s zal worden verstrekt aan de brandweer en boven in het lifthuis aanwezig zijn; Een droge blusleiding wordt doorgetrokken en direct gekoppeld aan de technische ruimte. De locatie van de afsluiter en de instructie zal in overleg met de brandweer worden uitgevoerd; Geluids- en lichtalarm zit aan de buitenkant van de technische ruimte zodat in geval van calamiteit de buurt geïnformeerd wordt; Kabeldoorvoeren AC en DC zullen brandwerend worden uitgevoerd De installatie wordt in zijn geheel Scope 12 gekeurd en voldoet aan de eisen van de handreiking zonnepanelen en EOS in collectieve woongebouwen (Zie bijlage 2); Alles is temperatuur gestuurd; Het systeem schakelt in fases af als ruimte te warm wordt.

Eerst meer koeling, daarna iets minder opwek (dus minder nieuwe warmte), daarna het legen van de batterijen tot 20% (minder energie bij een brand), vervolgens gaat alle opwek uit en wordt er wel gekoeld. Indien nodig komen de batterijbakken die boven de 70% graden komen (is nog 10 graden voor dat een batterij begint met Thermal runaway) onder water te staan waardoor er in principe al geen brand meer kan ontstaan. Als laatste rukt de brandweer uit; Alle data (ruim 2500 velden per minuut) worden lokaal verwerkt en bij twijfel gaat het systeem altijd op veilig of zelfs uit. Preventie en veiligheid staan altijd voorop. Op afstand worden de velden ook continue geanalyseerd ten behoeve van big data om te zien of er tendensen ontstaan die niet wenselijk zijn zodat preventief onderhoud zorgt voor langere levensduur als ook hogere veiligheid; De bewoners krijgen een eigen inlog in het systeem qua opwek en verbruik maar niet in de aansturing in verband met de veiligheid. Een hack van buiten is eigenlijk uitgesloten omdat je daarvoor in de container moet en je dan al op camera staat (2x) en het systeem uit gaat als code wordt aangepast zonder juiste inlog en codes; De brandweer zal vooraf betrokken worden bij de aanleg zoals besproken en tevens achteraf bij oplevering zodat de situatie inzichtelijk is.

Naast de bovenstaande risico-reducerende maatrelgen zijn de energieopslagsystemen getoetst aan de PGS 37-1. In deze PGS zijn eveneens maatregelen voor brandveiligheid opgenomen. De energieopslagsystemen voldoen aan deze specifieke maatregelen. Tot slot bevindt de energieopslag zich om veiligheidsredenen niet in de woning of het gebouw maar veilig op de vloer van de technische ruimte. Elke batterij bevindt zich tevens nog in een eigen bak die ook weer afzonderlijk onder water gezet kan worden. Zoals genoemd zit rondom de bakken één uur brandwerende

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

30

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing isolatie zodat de overslag van de brand naar een andere batterij bijna onmogelijk is. Geconcludeerd wordt dat de genoemde maatregelen leiden tot een brandveilige situatie. 4.5.2

Constructie

4.5.2.1 Algemeen Als een EOS op het dak van een collectief woongebouw geplaatst wordt, dient het ten minste te voldoen aan de technische eisen van het Bouwbesluit 2012 op het gebied van onder meer constructieve veiligheid. 4.5.2.2 Situatie projectgebied Voor onderhavig voornemen is een constructieberekening uitgevoerd die aantoont dat het EOS in combinatie met zonnepanelen en het bluswater in geval van calamiteit gedragen kan worden door het dak. Recent is de wapening van het dak inzichtelijk gemaakt waarbij twee lagen wapening in het dak is gevonden. In eerste instantie was de constructieberekening gemaakt op uitsluitend de dragende muren, de constructie is reeds aangepast waarbij het dak ook is meegenomen in deze berekening. Het voornemen voldoet aan de eisen zoals gesteld in het Bouwbesluit en aan het Instituut Fysieke Veiligheid. Door het Instituut Fysieke Veiligheid is een handreiking opgesteld. In de handreiking worden zijn mogelijke maatregelen opgesomd ten aanzien van de bouwkundige, installatietechnische en organisatorische aspecten. De genoemde maatregelen worden uitgevoerd. De handreiking is als bijlage 2 bijgevoegd bij de ruimtelijke onderbouwing. 4.5.3

Schaduw

In het kader van de beoogde plaatsing van zonnepanelen is door Zonnestudie.nl een drietal zonnestudies uitgevoerd. In de zonnestudies is de bestaande situatie en de nieuwe situatie met zonnepanelen op de daken weergegeven. De toetsdata zijn 21 maart, 21 juni en 21 december. Het onderzoek is bijgevoegd als bijlage 9 bij de ruimtelijke onderbouwing. Onderzoeksresultaten Bij het vergelijken van de illustraties van de zonnestudie wordt geconcludeerd dat de beoogde opstelling van de zonnepanelen op het dak van de appartementencomplexen nagenoeg geen gevolgen heeft voor de bezonning van de andere woningen aan de Rietbergstraat. Ter illustratie is in afbeelding 4.3 de zonnestudie van toetsdata 21 maart om 17.00 uur opgenomen. Dit toetsmoment betreft het worst-case scenario waarbij de meeste schaduw op de omliggende woningen valt.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

31

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 4.3

Zonnestudie huidige situatie en beoogde situatie Rietbergstraat (Bron: Zonnestudie.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

32

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 5 5.1

UITVOERBAARHEID

Economische uitvoerbaarheid

Planschade overeenkomst Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad naar aanleiding van een omgevingsvergunning moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk plan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan of omgevingsvergunning geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico van planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten worden verhaald middels de legesverordening, waardoor het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven. Financiële haalbaarheid De VvE voorziet zelf in de financiering van het voornemen. Het businessmodel richt zich op het opwekken van energie waardoor de financieringslasten gedragen kunnen worden. De bewoners van het appartementencomplex betalen in de beoogde situatie minder energiekosten en meer servicekosten, de maandelijkse lasten blijven gelijk.

Beide appartementencomplexen zijn daarmee woonlastenneutraal verduurzaamd en klaar voor 2050. Het voornemen waarin deze ruimtelijke onderbouwing is financieel haalbaar en zorgt tevens voor het behalen van de doelstelling 2030/2050.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1

Participatie

Het project dat begon met een inventarisatie voor verbetering van het woongenot van alle bewoners van de flats Hackfort en Heeckeren groeide gaandeweg uit tot een groot duurzaamheidsproject. Op het moment dat het duidelijk was dat het om een groot project ging werd een bijeenkomst gepland met buurtbewoners. Deze zou plaatsvinden na de besluitvorming door beide ledenvergaderingen van beide VVE’s om door te gaan met het project. Op 13 april 2023 was de goedkeuring voor de duurzaamheidsmaatregelen door beide Algemene Ledenvergaderingen een feit. Participatiemomenten waren: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Informatiefolder persoonlijk huis aan huis overhandigd met mondelinge toelichting op 3, 4 en 5 mei bij 70 huisadressen in de buurt; Inloopochtend op 13 mei 2023 met uitleg en mogelijkheid tot discussie. Aanwezig waren besturen van de beide VVE’s en een adviseur van EnergieAdvies Zutphen; Openstellen van een website met alle informatie over het project met de mogelijkheid tot reageren; Openstellen van e-mailadres voor correspondentie; Beantwoording en bestuurlijke reactie naar aanleiding van verzonden brieven door buurtbewoners; Informatiebrief huis aan huis bezorgd op 13 juni.

Naar aanleiding van de participatie uit de buurt is extra onderzoek uitgevoerd en zijn de volgende veranderingen aangebracht: • • •

Uitvoering zonnestudie om de schaduwwerking te bepalen, naar aanleiding van opmerkingen over vermeende verminderde zonneopbrengst; Aanpassing kleur onderzijde van het zonnepanelen/frame; Onderzocht wordt of de buffervaten inpandig geplaatst kunnen worden (uit het zicht); BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

33

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing •

Twee, respectievelijk drie warmtepompen in plaats van één per flat. Deze zijn kleiner, maken minder geluid en worden achter de liftschachten (uit het zicht) geplaatst.

Bij de verdere uitvoering van het duurzaamheidsproject zal de buurt regelmatig worden geïnformeerd. Hiermee wordt voldaan aan het door de gemeente gegeven advies over participatie (checklist participatie) bij “van idee tot plan”. Website met brieven en informatie: https://rbzutphen.nl Inloggegevens: gebruikersnaam: gast wachtwoord: Rietberg2023 5.2.2

Planologische procedure

Voor deze ontwikkeling is de uitgebreide planologische procedure van toepassing. Het is in beginsel voor een ieder mogelijk om met een zienswijze te reageren op het ontwerpbesluit, dat gedurende zes weken ter inzage ligt. Met bovenstaande procedures wordt de maatschappelijke betrokkenheid afdoende gewaarborgd.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

34

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 6

VOOROVERLEG EN INSPRAAK

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

6.1

Het Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke plannen. Geoordeeld wordt dat de voorgenomen ontwikkeling geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

6.2

Provincie Gelderland

Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is vooroverleg met de provincie niet noodzakelijk.

6.3

Waterschap

In paragraaf 4.4 is het aspect ‘Water’ nader behandeld. Voor onderhavig voornemen is een digitale watertoets uitgevoerd. Na overleg met het waterschap is geconstateerd dat er geen waterschapsbelang is ten aanzien van onderhavig voornemen. Het aspect ‘Water’ vormt daarmee geen belemmering voor het plan.

6.4

Omwonenden

De omwonenden zijn geïnformeerd over het plan. In paragraaf 4.6 is dit nader uitgewerkt.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

35

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

BIJLAGE BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Bijlage 1

Projectboek ‘Hackfort’

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

36

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

Bijlage 2

Projectboek ‘Heeckeren’

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

37

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek warmtepompen

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

38

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

Bijlage 4

Handreiking IFV

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

39

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

Bijlage 5

Beoordeling GAP-analyse

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

40

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

Bijlage 6

AERIUS-berekening

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

41

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

Bijlage 7

Natuurwaardenonderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

42

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

Bijlage 8

Watertoetsresultaat

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

43

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

Bijlage 9

Zonnestudie Rietbergstraat

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=87660716-461a-4b5a-bec9-db84759b80d5