1. Transitievisie Warmte 2021 Gemeente Zutphen
Tekst van het document
naar inhoudsopgave
26
TVW - Transitievisie Warmte of Transitievisie Warmte Een Transitievisie Warmte is een beleidsdocument dat een eerste richting geeft aan de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. In dit beleidsdocument wordt beschreven welke toekomstige warmtevoorziening(en) kansrijk zijn per buurt of wijk en in welke volgorde buurten aardgasvrij worden gemaakt. Wijkuitvoeringsplan Wijkuitvoeringsplannen volgen na de Transitievisie Warmte en zijn de wijkuitvoeringsplannen voor de buurten die van het aardgas afgaan. Per buurt wordt een wijkuitvoeringsplan gemaakt waarin de definitieve oplossingsrichting is uitgewerkt. Deze plannen worden gemaakt samen met bewoners en gebouweigenaren uit de buurt. Warmtenet Een warmtenet is een collectieve oplossing waarbij warmte i.p.v. gas aan een woning wordt geleverd. Deze warmte is afkomstig van een bron, zoals geothermie of restwarmte, en wordt vervolgens middels een vloeistof (water) in een buizennetwerk onder de grond naar de woningen getransporteerd.
Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen
Warmtepomp Een warmtepomp is een alternatief voor de huidige CV ketel en maakt gebruik van warmte afkomstig uit de buitenlucht of uit de bodem. Door deze warmte middels elektriciteit verder in temperatuur te verhogen is deze warmte geschikt te maken
27
Warmtetransitie De warmtetransitie is onderdeel van de energietransitie en gaat over het verduurzamen van het warmtegebruik in de gebouwde omgeving. De warmtetransitie gaat over het vinden van een duurzaam alternatief voor het aardgas dat we gebruiken om ons water te verwarmen, te koken en de woning of het gebouw warm te krijgen. WEQ Woningequivalenten is een optelling van het aantal woningen en de oppervlakte van utiliteitsgebouwen, zoals winkels en kantoren. 130m2 utiliteit telt voor één WEQ.
naar inhoudsopgave
Bijlage 1
Nadere uitwerking Warmtevraag
Warmtevraag De Transitievisie Warmte richt zich op het warmteverbruik van de gebouwde omgeving (dus exclusief industrie en landbouw). Het warmteverbruik is ca. 40% van het totale energieverbruik in de gemeente Zutphen. Het totaal bekende energie- en warmteverbruik van gebouwde omgeving (aardgas en hernieuwbare warmte) was 1471 TJ in 2019. In de toekomst wordt een afname van de warmtevraag verwacht door isolatie-maatregelen en zuinigere installaties. Energieverbruik woningen en overige gebouwen Woningen gebruiken 1.094 TJ aan energie. Het aandeel bekende hernieuwbare warmte was ca. 3% in 2018, dat moet naar 100% in 2050. Overige gebouwen (commerciële en publieke dienstverlening) gebruiken 631 TJ aan energie. Niet al deze energie wordt voor warmte gebruikt. Een deel van de elektra wordt wel als warmtebron aangewend en dit zal de komende jaren naar verwachting verder toenemen. De monitor maakt het niet inzichtelijk welk aandeel elektriciteit voor warmte wordt gebruikt. De inschatting is dat hiervan ca. 60% aan warmte (377 TJ) aan warmte is besteed. 4
Reductie warmtevraag De verwachting is dat door isolatiemaatregelen en een efficiëntere verbranding de warmtevraag in de toekomst zal dalen. De gasvraag is in de afgelopen jaren al omlaaggegaan en zal de komende jaren naar verwachting nog verder dalen, omdat woningen steeds beter geïsoleerd worden. Goed isoleren is en blijft daarom de belangrijkste eerste stap. Warmte die je niet gebruikt, hoef je ook niet te maken.
slecht geïsoleerde woning4. Periodiek zal de ontwikkeling van deze trend worden geëvalueerd op basis van de daadwerkelijke realisatie en kan deze zo nodig worden bijgesteld. In onderstaande figuur is de toekomstige warmtevraag-ontwikkeling weergegeven: 28
Warmtevraag (Tj/jaar) 1800 1600 1400
De toekomstige warmtevraag is als extrapolatie uitgewerkt van 2020 naar 2050. De besparingstrend van de afgelopen 6 jaar (periode 2012 – 2018) hebben we voor 80% geëxtrapoleerd naar de toekomst (het jaar 2050). De aanname daarbij is dat we 80% van de besparing ook daadwerkelijk waar kunnen maken. De uitkomst van deze extrapolatie is dat de warmtevraag daalt naar 1170 TJ in 2030 en 830 TJ in 2050. Dit is een afname van 45% ten opzichte van het verbruik nu. Dit lijkt een reële aanname. Ter vergelijking: Een goed geïsoleerde woning verbruikt in veel gevallen minder dan 50% van de energie dan een
1200 1000 800 600 400
2012
2017
2022
2027
2032
2037
2042
2047
Uiteindelijk zal het restant van de warmtevraag (na isolatie) door andere duurzame gedekt moeten worden. Het duurzame warmte-aanbod in 2050 moet dus overeenkomen met deze inschatting. Voor de eerste mijlpaal 2030 moeten we dan op zoek naar ruim 230 TJ/ jaar aan duurzame warmtebronnen.
Bron: Liander, Publicatie: Alternatieve warmteoplossingen, pag. 44
Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen
naar inhoudsopgave
Bijlage 2
Beschrijving alternatieve warmtebronnen
Om gebouwen te verwarmen met een alternatieve warmtebron zijn er kortweg drie oplossingsrichtingen met daarbinnen meerdere varianten: 1 Individuele oplossingen 2 Warmtenetten 3 Duurzame gassen Ook bestaat de mogelijkheid om twee technieken te combineren, dat heet een hybride alternatief voor aardgas. Elke techniek maakt gebruik van andere bronnen en heeft unieke eigenschappen die bepalen waar welke techniek in te zetten is. De verschillende oplossingsrichtingen met de voor gemeente Zutphen relevante bronnen worden hieronder toegelicht. 1
Individuele oplossingen
Woningeigenaren die op een individuele oplossing over gaan kiezen voor een alternatief voor aardgas dat in of rondom de woning wordt gerealiseerd. Ze zijn hiermee niet afhankelijk van wat hun buren doen en kunnen op een voor hen wenselijk moment over stappen van aardgas op een duurzamere techniek. Individuele oplossingen zijn: een elektrische warmtepomp, een hybride warmtepomp, houtpelletketels en mogelijke innovaties in de toekomst.
Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen
Elektrische warmtepomp (lucht of bodem) een (elektrische) warmtepomp maakt gebruik van omgevingswarmte. Omgevingswarmte uit lucht, bodem of water is overal en onbeperkt aanwezig. De warmtepomp is hiermee een veel gekozen individuele oplossing voor goed geïsoleerde (vaak relatief nieuwe) woningen. De omgevingswarmte wordt door middel van elektriciteit naar een temperatuur van ongeveer 35°C gebracht. Een bodemwarmtepomp haalt warmte uit de bodem door middel van bodemlussen. Een luchtwarmtepomp haalt door middel van een buitenunit (een soort grote omgekeerde ventilator) of PVT-panelen warmte uit lucht. Een woning duurzaam verwarmen met behulp van een warmtepomp vraagt diverse aanpassingen. Behalve goede isolatiemaatregelen is er binnen en/of buiten ruimte nodig voor het plaatsen van een warmtepomp en buffervat. De warmtepomp heeft een eigen elektrische groep nodig en er moet bekabeling worden aangelegd tussen de warmtepomp en de meterkast. Omdat dit warmte alternatief volledig op elektriciteit draait noemen we dit ook wel de allelectric (AE) oplossing
Potentie: omgevingswarmte uit lucht en bodem is overal en onbeperkt aanwezig. Als er geen bijzondere restricties gelden (ten aanzien van de bodem, geluid of beeldkwaliteit) kan deze techniek overal worden toegepast. Een aandachtspunt is wel dat warmtepompen vooral geschikt zijn voor nieuwe goed geïsoleerde woningen. In Zutphen zijn dat met name de nieuwbouwwoningen in Leesten en Scheperkamp en Overkamp interessant voor deze All-Electric oplossing.
Hybride warmtepomp - een alternatief voor de volledig elektrische warmtepomp is een hybride warmtepomp. Een hybride warmtepomp werkt op stroom (elektriciteit) en zorgt een groot deel van het jaar voor de warmte in de woning. De CV-ketel springt alleen aan als het buiten heel koud is en zorgt dan voor warm tapwater. De woning blijft bij een hybride warmtepomp aangesloten op het gasnet. Met de CV-ketel kunnen de piekvragen – bijvoorbeeld tijdens vorstperiodes - met (duurzaam) gas worden ingevuld. Een hybride warmtepomp kan ook een tijdelijke oplossing zijn in de overstap naar volledig duurzaam verwarmen. Na het verdergaand isoleren van een woning en/of het aanpassen
naar inhoudsopgave
29
van het warmte-afgiftesysteem kan de woning met alleen een warmtepomp volledig elektrisch worden verwarmd. Een aanwezige warmtepomp kan ook (tijdelijk) in gebruik blijven na het aansluiten op een warmtenet.
Deze en andere technieken houden we de komende jaren in de gaten. Indien relevant nemen we ze bij de herijking van de Transitievisie Warmte mee. 2
Potentie: een hybride warmtepomp maakt zowel gebruik van (aard)gas alsook van omgevingswarmte uit lucht en bodem. Beide moeten dus aanwezig zijn. Het is nog onzeker of er voor 2050 voldoende duurzaam gas beschikbaar is. Een hybride warmtepomp wordt vaak als goede tussenstap gezien op weg naar aardgasvrij als er geen collectieve oplossing (warmtenet) is of een overstap naar volledig elektrisch verwarmen alleen mogelijk is tegen hoge kosten. De vervanging vindt plaats bij een natuurlijk vervangingsmoment.
Houtpelletketels - in houtpelletketels worden houtpellets verbrand. Een houtpelletketel kan als alternatief dienen voor een gasgestookte CV-ketel. De duurzaamheid van deze oplossing staat ter discussie. Omdat het lang duurt voordat de CO2 die vrijkomt bij verbranding weer is opgenomen door de natuur, ook omdat het hout dat wordt verstookt vaak niet uit de regio afkomstig is en er sprake is van uitstoot van roet en fijnstof.
Potentie: er is beperkt potentie voor lokale houtige biomassa. Deze oplossingsrichting lijkt geschikt voor individuele woningen op beperkte schaal en dan met name in buitengebied van Zutphen, omdat daar weinig overlast ervaren zal worden.
Innovaties - de markt voor oplossingen staat niet stil. Er wordt op dit moment gewerkt aan andere oplossingen, zoals een volledig elektrische warmtepomp die geschikt is voor woningen die niet goed geïsoleerd kunnen worden.
Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen
Warmtenetten
Warmtenetten zijn collectieve netwerken van warm water waarmee woningen en andere gebouwen verwarmd worden. De warmte wordt via een warmtenet getransporteerd van een bron naar de individuele woningen of gebouwen. Warmtenetten komen voor in verschillende temperaturen, namelijk: • • • •
hoge temperatuur (>70°C); midden temperatuur (tussen 55°C - 75°C); lage temperatuur tussen (30°C - 55°C); zeer lage temperatuur (10°C - 30°C).
Of een warmtenet geschikt is als alternatief voor aardgas hangt af van de aanwezigheid van een warmtebron, van de bebouwingsdichtheid in een gebied en of er voldoende warmte-afnemers zijn. Het afzetgebied van een warmtenet wordt bepaald door de hoeveelheid warmte die een bron kan leveren, de temperatuur van de bron en de kosten van het verkrijgen van warmte uit de bron. Mogelijke bronnen voor warmtenetten zijn restwarmte, aquathermie en bodemenergie. Restwarmte - bij industriële processen ontstaat er soms warmte dat een bedrijf zelf niet meer nuttig kan gebruiken. Deze restwarmte kan een warmtenet van warmte voorzien. De temperatuur van een warmtenet op restwarmte is afhankelijk van de temperatuur van de bron. De betrouwbaarheid van de inzet van restwarmte voor het verwarmen van woningen kan discutabel zijn. Bedrijven moeten namelijk zelf ook verduurzamen en worden gestimuleerd om de vrijkomende restwarmte tot een minimum te beperken. Voorwaarde hierbij is dat er altijd een alternatieve bron (back-up) beschikbaar moet zijn mocht het bedrijf weggaan.
Restwarmtebron
Capaciteit in TJ
Weq.
RWZI en slibverwerker
230
4.700
Aurubis
63
Niet constant
Condenswarmte supermarkten
13,5
Complex inzetbaar
Koeltoren ziekenhuis
In onderzoek
onbekend
Totaal
303,5
4.700
Bron: Transform Zutphen, eindrapportage inbreng TREX
Potentie: onderzoekt toont aan dat er in Zutphen sprake is van één constante bron, die van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). De inzetbare restwarmte is groot. Op het industrieterrein De Mars is ook sprake van industriële restwarmte (Aurubis), maar deze wordt niet constant aangeboden. Verspreid over de gemeente heen, kunnen supermarkten theoretisch condens warmte leveren, maar het geniet de voorkeur hen in een later stadium bij een grootschalig open warmtenet te betrekken. De restwarmtepotentie van de koeltoren in Zutphen wordt nog onderzocht.
Aquathermie - is een overkoepelende term voor warmte uit oppervlakte- (TEO), afval- (TEA) en drinkwater (TED). Warmte uit drinkwater ontstaat bij het afkoelen van drinkwater, voordat het in het net gaat. Warmte uit oppervlaktewater en afvalwater kan direct uit de bron (oppervlaktewater, rioolwaterzuivering) worden gewonnen. De warmte van deze drie bronnen zorgt voor de verwarming van een lage temperatuur warmtenet. Binnen de gemeente Zutphen is er veel aanbod van warmte uit oppervlaktewater, zie tabel op de volgende pagina.
naar inhoudsopgave
30
Aquathermiebron
Capaciteit in TJ
Weq.
1. IJssel
158
3.200
2. Grote plassen
79
1.600
3. Grachtenstelsel
79
1.600
4. Twentekanaal
36
700
Totaal
352
7.100
Potentie: Een aquathermisch warmtenet is op meerdere plekken binnen de gemeente Zutphen goed mogelijk. Er zijn kansen om warmte te benutten vanuit het Twentekanaal in het noorden langs de IJssel en grachten tot aan de plassen. De wijken Centrum – De Hoven, Noordveen, Waterkwartie en Zuidwijken zijn hiervoor het best gelokaliseerd.
Diepe geothermie – Met geothermie in de warmtetransitie bedoelt men het gebruik van warmte uit diepe aardlagen die gebruikt kan worden voor de verwarming van water in een warmtenet. In diepe aardlagen (dieper dan 500 meter) wordt water verwarmd door de kern van de aarde die vaak direct bruikbaar is zonder tussenkomst van warmtepompen. Warmte met geothermie als bron heeft een hogere temperatuur en een grote potentie, maar de winning brengt ook hoge kosten met zich mee. Eén geothermisch bron (doublet) levert 179 TJ aan warmte. Deze techniek is hierdoor alleen geschikt voor gebieden met een hoge bebouwingsdichtheid en voldoende warmtevragers.
Potentie: Nu beschikbare informatie geeft aan dat er op enkele specifieke plekken een kleine potentie in de gemeente Zutphen is. Dat gaat met name op voor de Zuidwijken en mogelijk is er ook een koppeling mogelijk met de tuinbouw in de Hoven. Er is een gemiddelde indicatie (55%) dat een bron van deze grote ontgonnen kan worden (Gelderland
Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen
Warmteatlas). De potentie blijft 179 TJ per doublet, maar schatten we in op 97 TJ. Vanwege de hoge investering en het ingrijpend effect op de bodem wordt geothermievooralsnog als laatste optie gezien en wordt eerst ingezet op de ontwikkeling van andere warmtebronnen.
Ondiepe geothermie - Bij ondiepe geothermie wordt warmte op een diepte van circa 250 tot 1000 meter gewonnen. De temperatuur van deze warmte bedraagt circa 25 tot circa 50 ºC. Deze warmte kan voor ruimteverwarming (vloerverwarming) mogelijk direct ingezet worden. Of de warmte kan met behulp van warmtepompen opgewaardeerd worden naar een hoger temperatuurniveau. Deze vorm van geothermie kan in tegenstelling tot diepe, hoog-temperatuur geothermie, ook op kleinere schaal toegepast worden (vanaf circa 500 woningen). Omdat dit een lage temperatuur betreft is deze techniek niet voor alle woningen geschikt.
warmtenet naar goed geïsoleerde woningen en bedrijven gevoerd worden. Omdat dit een lage temperatuur betreft is deze techniek niet voor alle woningen geschikt.
Potentie: In de gemeente Zutphen is een gemiddelde potentie van bodemenergie voor collectieve netten. Voor een goed geïsoleerde wijk als Leesten, kunnen inwoners, als alternatieve invulling van een individuele oplossing met elkaar een collectief bodemwarmtesysteem ontwikkelen.
3
Duurzaam gas
Via bestaande of nieuwe gasnetten kunnen duurzame en hernieuwbare gassen worden vervoerd. De toekomstige beschikbaarheid van deze hernieuwbare gassen is nog grotendeels onbekend. Zo zijn duurzame gassen op dit moment schaars. Er zijn drie vormen van duurzaam gas: biogas, groengas en waterstofgas.
Potentie: Zutphen heet een gemiddelde potentie voor ondiepe geothermie van 1.5 TJ/ha/jaar. Westelijk is de potentie hoger dan oostelijk. Voor de westelijke helft geldt een gemiddelde van 30 weq per ha. Voor zowel De Hoven als de Zuidwijken kan ondiepe geothermie als warmtebron voor een warmtenet worden overwogen, mocht in de toekomst blijken dat andere bronnen tekortschieten.
Biogas en Groengas – Biogas en groengas worden beide van biomassa (zoals mest, groente, fruit en tuin -afval en slib) gemaakt. Door deze biomassa te vergisten ontstaat biogas: een gas van goede maar andere kwaliteit dan aardgas. Dit gas kan daarom niet worden gemengd met aardgas. Voor toepassing in het verwarmen van woningen kan dit gas alleen gebruikt worden voor zelfstandige gasnetwerken, die makkelijk van het hoofdnetwerk afgesloten kunnen worden.
Bodemenergie (WKO) - Ondiepere vormen van bodemwarmte zoals een warmte-koude opslag (WKO) zijn in principe in heel de gemeente mogelijk, mits de bodemgesteldheid dit toelaat. Hierbij wordt de bodem gebruikt als opslag van warmte in de zomer en als opslag van kou in de winter. Deze warmte en kou kan vervolgens ingezet worden voor het verwarmen van een bijv. een appartementencomplex of via een (klein) collectief
Als biogas opgewaardeerd wordt tot aardgaskwaliteit, wordt het groengas genoemd. Dit is een gas dat wel met aardgas gemengd kan worden en dus in het bestaande gasnet ingevoerd kan worden. Om groengas op grote schaal te produceren is er veel biomassa nodig en dient er op grote schaal vergisting plaatsen te vinden. Door het opschalen van de productie en de toepassing van innovatieve vergassingstechnieken kan de beschikbaar van groengas
naar inhoudsopgave
31
in het aardgasnet in de toekomst mogelijk worden vergroot. Een gevaar is wel dat door de inzet van biogas/groengas er geen vermindering van het energiegebruik plaatsvindt.
Potentie: De theoretische potentie voor biogas en groengas is met ca. 5 TJ per jaar (4,8 vergistbaar) laag in Zutphen. Daar komt bij dat potentie nog geen geproduceerde kuub gas is. In verband met de lage potentie ligt het niet voor de hand om als gemeente in te zetten op productie / opschaling. In verband met de beperkte beschikbaarheid wordt biogas/groengas voor geen enkele buurt in Zutphen als warmte-alternatief gezien.
Waterstofgas – waterstofgas is een product dat ontstaat door water te splitsen in een waterstofdeeltje en een zuurstofdeeltje. Waterstof kan gebruikt worden in het bestaande gasnetwerk. Uit onderzoek blijkt dat (vrijwel) geen aanpassingen nodig zijn. Waterstof is niet per definitie duurzaam, dit hangt af van de bron. Voor het splitsen van water is veel energie nodig. Grijze waterstof is waterstof die met behulp van aardgas wordt geproduceerd en waarbij CO2 in de atmosfeer terechtkomt. Als deze CO2 wordt opgeslagen spreken we van blauwe waterstof. Waterstof is echter pas echt een duurzame bron wanneer deze niet met aardgas maar met duurzaam opgewekte elektriciteit wordt gecreëerd. Dit wordt groene waterstof genoemd. Uit de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat nog veel onduidelijk is over de toekomstige toepassing van waterstof in het Nederlandse energiesysteem en in de gebouwde omgeving in het bijzonder. Het lijkt met name een interessante bron voor de verduurzaming van industrie en zwaar transport. Waterstof kán op termijn in grote hoeveelheden beschikbaar komen en de kosten kúnnen nog sterk dalen, maar veel is nog onzeker. Dat geldt zowel voor technische ontwikkelingen als voor economische, juridische en bestuurlijke zaken
Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen
die nog geregeld moeten worden. Mocht waterstof in de toekomst wel een bron zijn voor de gebouwde omgeving, dan is het een interessante warmtebron. Er is voor de toepassing van waterstof namelijk alleen een andere gasketel nodig. Het bestaande gasnetwerk kan worden benut, evenals de afgiftesystemen in de woningen.
moeten worden met omgevingswarmte uit bodem en lucht opgevangen te worden.
Match vraag en aanbod 800
Ontbrekend (dus individueel) Bestaand hernieuwbaar
700
Potentie: ZutphenEnergie onderzoekt in hoeverre de overcapaciteit aan geproduceerde elektriciteit, die vanwege capaciteitsgebrek van het netwerk, op dit moment niet volledig teruggeleverd kan worden, omgezet kan worden in waterstof. Zij hoopt daarmee enerzijds hun bestaande installaties rendabeler te maken en anderzijds een oplossing aan te kunnen bieden voor o.a. het historisch centrumgebied en Dorpskern Warnsveld. Vanwege de hoeveelheid oude en deels monumentale gebouwen zijn dit gebieden die via een collectief warmtenet of indivudeel all-electric lastig aardgasvrij te maken zullen zijn.
600
Aquathermie 500
400
300
Restwarmte en TEA 200
100
0
Match warmtevraag en aanbod
In de theoretische warmtematch is de warmtevraag en het warmteaanbod op gemeenteniveau met elkaar vergeleken, om te bepalen of er in potentie voldoende duurzame warmte voor handen is om van het aardgas af te gaan. In 2050 is ingeschat dat de totale warmtevraag 830 TJ/ jaar bedraagt (zie bijlage 1). Wanneer alle beschikbare warmtepotentie ook daadwerkelijk wordt benut is er in totaal 776 TJ/jaar aan warmtebronnen beschikbaar in de gemeente. In 2050 ontbreekt dan 54 TJ/jaar per jaar aan duurzame warmte. Dit restant moet dan worden ingevuld met omgevingswarmte uit de bodem of lucht (all-electric). Wanneer een of meer van de in hierboven beschreven warmtebronnen in de praktijk niet wordt benut of er minder warmte bespaard kan worden dan nu ingeschat zal een groter aandeel van de warmtevraag opgevuld
Geothermie Groengas en biomassa
Waarneming 1: Veel duurzame warmtepotentie voor warmtenetten beschikbaar in de vorm van restwarmte en aquathermie (mogelijk op termijn geothermie) Op basis van de verkennende onderzoeken blijkt dat er voldoende alternatieve warmte is om in de ingeschatte warmtevraag van 2050 te kunnen voorzien. Vooral de warmtebronnen restwarmte en aquathermie vormen daarin een groot aandeel. Voor geothermie is er mogelijk ook potentie, maar is gegeven het investeringskarakter pas één van de laatst aan te wenden alternatieven. Waarneming 2: Groengas en biomassa potentie beperkt Groengas en houtige biomassa hebben een theoretisch potentieel, maar de vraag is of die potentie in de praktijk ook wordt benut. Vanwege diverse negatieve milieueffecten.
naar inhoudsopgave
32
Waarneming 3: Ontbrekende warmte middels allelectric Omdat omgevingswarmte uit lucht en bodem zo goed als onbeperkt is, kan de 45 TJ ontbrekende warmte (of: meer of minder) middels individuele oplossingen die gebruik maken van omgevingswarmte worden ingevuld. Wanneer alle woningen van Leesten, Scheperkamp en Overkamp op omgevingswarmte gaan, wordt daarmee voorzien in +/- 230 TJ/jaar van het huidige verbruik. Dat is ruim meer dan het ontbrekende deel. Dit zou de druk op de andere (collectieve) bronnen verminderen. Waarneming 4: Waterstof maakt geen onderdeel uit van de match Waterstof is geen bron, maar een duurzaam gas dat eerst geproduceerd moet worden uit schone energie. Als zodanig maakt waterstof geen onderdeel uit van deze warmtematch, omdat niet duidelijk is hoeveel waterstofgas in 2026 beschikbaar is voor de gebouwde omgeving. Op dit moment wordt waterstofgas beoogd voor de industrie en de mobiliteit. Bij volgende visies verwachten we dit wel te kwantificeren.
33
Waarneming 5: Mogelijke onbalans tussen vraag en aanbod Een punt van aandacht is de mogelijke onbalans tussen vraag en aanbod jaarrrond. Als voorbeeld de RWZI Zutphen levert per jaar 230 TJ. Dat is over een gemiddeld jaar opgebouwd gedurende alle seizoenen. Logischerwijs is de warmtevraag in de zomerperiode minimaal en in de winter maximaal. Dit betekent dat de gevraagde warmte in de winter mogelijk niet geleverd kan worden en de warmte in de zomer niet gebruikt wordt, tenzij er voor opslag gekozen wordt. Dit aspect zal bij haalbaarheidsonderzoeken nadrukkelijk de aandacht moeten krijgen.
Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen
naar inhoudsopgave
Bijlage 3
Toelichting warmte-alternatief per wijk
Door geleidelijke stadsuitbreiding zijn de historische kernen van Zutphen en Warnsveld tegen elkaar aangegroeid en omsloten geraakt door bebouwde omgeving. We zien een concentratie van bebouwing in de twee onafhankelijke woonkernen -Zutphen en Warnsveld aan de oostzijde van de IJssel en de Hoven aan de westzijde van de IJssel omringd door een beperkt buitengebied. Dit alles leidt tot een relatief hoge bebouwingsdichtheid en een compacte warmtevraag (het aantal TJ per hectare). Binnen de Zutphense wijken zien we wel een groot verschil in de warmtevraag: afhankelijk van factoren als de ouderdom, type gebouwen, woningdichtheid en bijvoorbeeld de reeds gedane investeringen in energiebesparende maatregelen. Elke buurt is geanalyseerd op basis van technische en sociale criteria. Deze criteria geven inzicht in de het type alternatieve warmtebron dat kansrijk is per een wijk.
Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen
Technische criteria
Sociale criteria
• Aantal woningen • Type woningen • Bouwjaar • Woningdichtheid • Warmtevraag • Indicatie energielabel • Aandeel utiliteit • Aandeel woningcorporatie • Gasvraag • CO2-uitstoot
• Aantal inwoners • Verdeling leeftijden • Gemiddelde woningwaarde • Gemiddeld inkomen • Percentage hoog inkomen • Percentage laag inkomen • Lokale initiatieven
Op bijgevoegde kaart zijn de 6 wijken van Zutphen weergegeven:
1
2
3
4 6
5
De resultaten per wijk zijn teveel om hier volledig te duiden; we beperken ons in de visie daarom tot een typering per wijk op basis van een aantal opvallende kenmerken. Door deze beschrijving ontstaat een zeker gevoel bij de wijk.
naar inhoudsopgave
34
2 Centrum – De Hoven (wijk 2) De wijk Centrum – De Hoven bestaat uit 5 buurten, 8.690 inwoners en 4.787 gebouwen. 4.102 zijn bestemd als woning (waarvan 1.925 appartement). De wijk kent de hoogste warmtevraag per m2 in de gemeente Zutphen. Met uitzondering van het Marskwartier zijn de meeste woningen van voor 1930. Dit leidt tot een beperkte isolatiegraad en lage energielabels. De isolatieopgave is dus groot. In de stadskern met veel monumentale panden is dat echter praktisch erg lastig. De stadskern is dan ook verantwoordelijk voor verreweg de hoogste CO2-uitstoot in de gemeente. De buurten Laarstraat en Coehoornsingel zijn nummer 3 en 4 in de gemeente qua CO2 uitstoot (na het Dorp Warnsveld). In de wijk wordt een aanzienlijk aandeel van de woningen verhuurd anders dan door de corporaties (1170 woningen). De buurt De Hoven is door de IJssel afgesneden van de overige buurten en laat zich kenmerken door een divergente uiteenlopende bebouwingsdichtheid. De buurt Marswegkwartier onderscheidt zich door nieuwe woningen. De wijk ligt aan twee kanten langs de IJssel. De oude stadskern is omsloten door een grachtenstelsel.
4 Waterkwartier (wijk 4) De wijk Waterkwartier telt 7 buurten, 10.020 inwoners en 5.074 gebouwen. Het waterkwartier is een na-oorlogse wijk met een hoog aandeel woningcorporatiebezit. Tegelijk zijn veel woningen nog van voor 1965. Een groot aandeel heeft een energielabel lager dan D. In het Waterkwartier is de warmtevraag relatief hoog, dat gecombineerd met veel corporatiebezit maakt dat de warmtevraag hier een hoge robuustheid kent. Omdat de wijk Waterkwartier ligt ingeklemd tussen andere wijken en is gelegen bij de grachten, de grote vijver en door Helbergen net bij de IJssel. Daarom is het nodig alternatieve (rest) warmtebronnen volgorderlijk te ontsluiten. Het gemiddelde inkomen in het Waterkwartier is het laagste van de wijken in Zutphen. 1 Noordveen (wijk 1) De wijk Noordveen kent 4 buurten en is voornamelijk een vooroorlogse wijk, gebouwd in de eerste helft van de 20e eeuw (voor 1950). Dat zorgt voor relatief lage energielabels voor de woningen: gemiddeld is 2/3e label D of lager. Het
percentage woningcorporatiebezit over de hele wijk is hoog, maar volgt op het Waterkwartier en de Zuidwijken, met de buurten Heelraetplein en Voorsterallekwartier als koplopers. Opvallend kenmerk is dat de buurt Deventerweg gekenmerkt wordt door wat grotere vrijstaande huizen en op kleine afstand daarvan ook kleine voormalig arbeiderswoningen te vinden zijn. Hierdoor ontstaan in de wijk verschillen tussen specifieke delen met hogere en lagere inkomens. De wijk Noordveen ligt het dichtst bij de restwarmtebron RWZI. 6 Zuidwijken (wijk 6) De Zuidwijken ogen op basis van hun technische gegevens als een homogene wijk. Ze zijn gebouwd in de jaren 70 en 80, hebben allemaal ongeveer een zelfde grootte en inwonersaantal van ca. 1.250 inwoners met uitzondering van de buurt Bronsbergen (buitengebied). Het merendeel van de woningen in de Zuidwijken heeft een Label C. Woningcorporatiebezit bevindt zich grotendeels in de buurten Stokebrand en Moesmate (ongeveer 60%). Het gasverbruik is niet bijzonder hoog, maar door de
Buurt
Voorstel TVW
Voorstel PBL
Afweging / Reden voor afwijking
Voorsterallee-kwartier (Noordveen)
Collectief warmtenet
Individueel
De maatschappelijke kosten zijn vergelijkbaar. Inpassing van een MT Restwarmtenet met andere buurten, zorgt voor lagere maatschappelijke kosten.
Scheperkamp (Warnsveld)
Individueel
Collectie warmtenet (bron geothermie)
Geothermie heeft niet primair de voorkeur. Pas als Restwarmte en TEO toegepast zijn. Woningen in deze buurt lenen zich voor individuele oplossingen.
Ooyerhoek (Leesten)
Individueel
Collectief warmtenet (bron: TEO + WKO, levering 70°C)
Kosten van alternatieven liggen dicht bij elkaar. De suggestie voor een WKO kan wel meegenomen worden.
Looërenk en Woud (Leesten)
Individueel
Collectief warmtenet (bron: LT warmtebron)
Kosten van alternatieven zijn vergelijkbaar, de door PBL geslecteerde LT warmtebron (supermarkt) is niet realistisch.
Verspreide huizen Leesten
Individueel
Collectief warmtenet
De warmtevraag is te laag voor een collectieve oplossing.
Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen
naar inhoudsopgave
35
compactheid is de warmtevraag wel groot genoeg voor een collectieve oplossing. De wijk ligt ingesloten tussen een aantal aquathermische bronnen: de IJssel en de grote plassen. Op lange termijn kan ook diepe of ondiepe geothermie een bron vormen voor een collectieve warmtevoorziening in deze wijk. 3 Warnsveld (wijk 3) Net als de wijk Centrum kent de wijk Warnsveld een grote verscheidenheid tussen de 5 buurten. Er is een oude dorpskern met het op-een-na-hoogste aantal woningequivalenten. Overkamp is daarentegen een veel jongere buurt. Ook zijn er specifieke delen met meer corporatiebezit (cluster Welgelegen en Dorp) en is er een groot verschil in woningdichtheid in de wijk te vinden tussen delen met vrijstaande woningen en delen met rijtjeswoningen. Het buitengebied (Warken) is het gebied met de laagste woningdichtheid in de gemeente. Deze variatie zorgt ervoor dat er oplossingen zijn die buurtoverschreidend toegepast kunnen worden of juist voor een kleiner deel van de buurt interessant zijn. Er wonen 8.480 inwoners in 3.615 woningen in Warnsveld. 5 Leesten (wijk 5) De wijk Leesten is de jongste wijk in Zutphen. De wijk is van west naar oost gebouwd. De jongste generatie woningen die staan in een gedeelte van Looërenk en Woud zijn daarom al aardgasvrij.
De woningen in de wijk Leesten hebben over het algemeen een laag energieverbruik en een gunstig energielabel, grotendeels B of hoger. Om die reden zijn ze klaar om van het gas af te gaan. Bij een natuurlijk vervangingsmoment van de CV-ketel kan er een elektrisch of hybride alternatief geplaatst worden.
Welk warmte-alternatief past waar Om te bepalen welke warmte-alternatief waar het meest voor de hand ligt hebben we de wijken en buurten onderzocht en daarbij in hoofdzaak gekeken naar twee criteria: warmtevraag en het bouwjaar van woningen. Het criterium warmtevraag is bepalend of er al of geen collectieve oplossingsrichting (een warmtenet) mogelijk is. Het criterium bouwjaar is bepalend voor het benodigde temperatuurniveau van de alternatieve warmtebron. In onderstaande figuur is deze afweging en het daaraan gekoppelde warmte-alternatief schematisch weergegeven: Onafhankelijk van elkaar zijn via deze route door zowel de gemeente als de Zutphense woningcorporaties de gewenste warmte-alternatieven op buurtniveau in kaart gebracht. Hierover bleek tijdens het proces veel overeenstemming. Aanvullend is onderzocht of de bronnen ook daadwerkelijk beschikbaar zijn voor een specifieke wijk. Tenslotte zijn de uitkomsten vergeleken met de landelijke startanalyse van PBL.
Voor 3 buurten gaat op dat de kenmerken van de wijk pleiten voor een combinatie van verschillende warmtealternatieven. Dit zijn De Hoven, Dorp Warnsveld en Welgelegen. Hier zien we dat het warmtealternatief van PBL niet voor de hele buurt aannemelijk is. In het geval van De Hoven is er de mogelijkheid van individuele oplossingen, ondiepe geothermie en TEO uit de IJssel. Voor het Dorp Warnsveld is de wijk erg gevarieerd: monumentale panden in de dorpskern, corporatiebezig aan de zuidkant en vrijstaande huizen omgevings Rienderinklaan. Elk deel vraagt een eigen strategie. Voor Welgelegen is een collectieve oplossing denkbaar, maar wordt waarschijnlijk pas ontsloten als Waterkwartier is uitgevoerd. De buurt is van voor 1992, waardoor all electric (suggestie PBL) eerder elders aandacht krijgt.
36
Validatie PBL De warmte-alternatieven zoals hierboven gepresenteerd komen overeen met de 5 warmte-strategieën uit de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). In de startanalyse is door PBL voor iedere gemeente op basis van openbare data bepaald welke alternatief waar het meest voor de hand liggend op basis van het criterium laagst maatschappelijke kosten. Voor alle buurten gaat op dat groengas de goedkoopste oplossing is. De potentie in Zutphen voor het zelf opwekken van groengas is echter verwaarloosbaar Voor 26 van de 31 buurten zijn de warmte-alternatieven gelijk. In 5 buurten verschilt het voorgestelde warmte-alternatief met de oplossingsrichting van PBL. De reden hiervan is dat er uit onze lokale analyse met aanvullende data en inzichten van stakeholders een andere afweging is gemaakt. De afwijkende buurten en de afweging die daaraan ten grondslag ligt is in onderstaande matrix kort toegelicht.
Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen
naar inhoudsopgave
Bijlage 4
Onderbouwing startbuurten
Waar gaan we starten met warmte transitie Met een overzicht van de warmte-oplossingen per wijk dient de vervolgvraag zich aan: waar gaan we starten met het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving? Omdat het wijkniveau in veel gevallen te groot en te grof is om in een keer mee te starten (NB: het is niet uitgesloten) is ervoor gekozen om van het wijkniveau in te zoomen naar buurtniveau. Binnen de wijken hebben we afgewogen op welke plekken (buurten) het logisch is om te starten met warmtetransitie. Overeenstemming met de samenwerkingspartners over de buurtvolgorde en specifieke keuze voor startwijken geeft alle partijen houvast voor de planning.
Op elk van deze criteria is een relatieve score te behalen, uitgedrukt in een score - - tot ++ te behalen. We hanteren deze relatieve score omdat niet alle criteria kwantificeerbaar zijn. Op basis van deze scores zijn de buurten binnen een wijk gerangschikt op hun geschiktheid als “startbuurt” om voor 2030 van het aardgas af te gaan. 37
Toetsing aan criteria In onderstaande overzicht zijn de criteria per wijk beoordeeld, waaruit een volgorde van buurten per wijk volgt.
Maar wat is dan een logische volgorde van buurten? Wat maakt een buurt een geschikte startbuurt? Voor het beantwoorden van deze vragen hebben we vijf verschillende afweegcriteria gebruikt waarlangs alle buurten zijn gelegd. Dit om te bepalen of een wijk geschikt is als startbuurt. Deze criteria zijn:
Buurtvolgorde Centrum – de Hoven
Criterium
Definitie
Beschikbaarheid warmtebron
BSCHK
MTSCH KST
BTL
RBST
MKPPL
De Hoven
+
-
+/-
+/-
+
Laarstraat en omgeving
++
-
+
+
+/-
Afkorting
Marswegkwartier
+
-
-
+
-
Is er een warmtebron beschikbaar die ontsloten kan worden?
BSCH
Nieuwstad en Coehoornsingel
++
++
+
+/-
+
Robuuste warmtevraag
Is er een hoog percentage huurwoningen (WoCo bezit) en een hoge warmtevraag?
RBST
Stadskern
--
++
-
+/-
-
Maatschappelijke kosten (op basis van kosten PBL)
Wat is het gewogen gemiddelde per buurt bij de verschillende warmtestrategieën?
MTSCH KST
Betaalbaarheid inwoners
Zijn de kosten voor eindgebruikers betaalbaar? (Transform)
BTL
Starten met meekoppelkansen
Waar zijn technische en/of sociale meekoppelkansen die gecombineerd kunnen worden met warmtetransitie?
MKPPL
Transitievisie Warmte 2021 2022 - 1.0 2026| Gemeente | Gemeente Zutphen Zutphen
Op basis van de toetsing van de criteria is het voor de hand de volgende volgorde aan te houden in het Centrum. 1. Nieuwstad 2. Laarstraat 3. De Hoven 4. Marswegkwartier 5. Stadskern naar inhoudsopgave
Buurtvolgorde Waterkwartier
BSCHK
MTSCH KST
BTL
RBST
MKPPL
Helbergen
++
+
+/-
++
++
Pagemate en omgeving
+/-
-
+/-
+
+
Staatsliedenbuurt
++
+/-
-
++
++
In de Zuidwijken zijn er meerdere aanvliegroutes mogelijk. Bij de ontsluiting van een nieuwe bron (aquathermie) is het zeer wenselijk dat er wordt gezocht naar een robuuste oplossing. In dat geval zijn de buurten met een hoog aandeel corporatiebezit interessant om te beginnen: dat zijn Moesmate en Stokebrand. Bij het aansluiten van de Zuidwijken op een bestaand warmtenet ligt een aanpak voor de wijk als geheel meer voor de hand dan een aanpak per buurt. In een later stadium kan hier nog een beslissing over volgen.
Vijver en omgeving
++
-
-
++
++
Warnsveldsewegkwartier-Noord
+/-
+
+
-
+/-
Warnsveldsewegkwartier-Zuid
+/-
+
+
+
+
Buurtvolgorde Leesten
Zeeheldenbuurt
++
++
-
++
++
Op basis van de toetsing van de criteria is het voor de hand de volgende volgorde aan te houden in het waterkwartier 1. Helbergen 2. Zeeheldenbuurt 3. Staatsliedenbuurt en Vijver en omgeving, 4. Warnsveldseweg Zuid 5. Warnsveldseweg Noord, Pagemate BSCHK
Deventerweg en Polbeek
+
--
+
--
-
Helleraetplein en omgeving
+/-
+
-
+
+/-
Voorsteralleekwartier
+
--
+
+
+
Weg naar Laren en omgeving
+
--
+/-
+/-
+
MTSCH KST
BTL
RBST
BTL
RBST
MKPPL
De Enk
+/-
+/-
+
--
+/-
Eme en Broek
+/-
++
+/-
+/-
+/-
Looërenk en Woud
+/-
++
++
--
++
Ooyerhoek
+/-
+
+
+/-
+/-
Vespreide huizen Leesten
-
+
-
--
-
BSCHK
MTSCH KST
BTL
RBST
MKPPL
Dorp Warnsveld
-
+/-
+
+/-
+
Overkamp
+/-
+
++
-
+/-
Scheperkamp
+/-
--
+/-
+/-
+/-
Warken
+/-
++
++
-
-
Welgelegen
+
--
+/-
+
+/-
38
MKPPL
Volgorde van aanpak. Het ligt voor de hand om bij de ontsluiting van de RWZI naar de gehele wijk in 1 keer te kijken. De bron is namelijk groot genoeg om de hele wijk ineens op de restwarmtebron van het RWZI aan te sluiten. Wel is er ook een grote isolatieopgave. BSCHK
MTSCH KST
BTL
RBST
MKPPL
Braamkamp
+/-
+/-
+/-
-
+/-
Moesmate en Tichelkuilen
++
-
-
++
+/-
Stokebrand, Bagijnenland etc.
++
-
+/-
++
+/-
Waarden en Weerdslag
+
+/-
+
--
+
Zwanevlot en De Brink
+/-
++
+/-
+/-
+/-
Transitievisie Warmte 2021 2022 - 1.0 2026| Gemeente | Gemeente Zutphen Zutphen
MTSCH KST
Volgorde van aanpak 1. Looërenk en Woud 2. Eme en Broek, De Enk, Ooyerhoek 3. Verspreide huizen Leesten
Buurtvolgorde Noordveen
Buurtvolgorde Zuidwijken
BSCHK
Buurtvolgorde Warnsveld
Volgorde van aanpak 1. Overkamp, Scheperkamp en Warken vragen allemaal om een individuele oplossing. Hiervoor is een natuurlijk moment het meest geschikt. 2. De buurten Welgelegen en Dorp Warnsveld hebben een gemêleerd woningaanbod. Het ligt niet voor de hand hier direct te beginnen omdat er binnen de buurten een grote verscheidenheid aan oplossingen is.
naar inhoudsopgave
Bijlage 5
Rekenvoorbeelden individuele woningen
Wat stoppen met aardgas kost, hangt af van het type huis en het energielabel. De volgende illustraties en kostenweergaven zijn overgenomen uit een onderzoek van Vereniging Eigen Huis (uitgevoerd door Berenschot5) en geven de investering en de jaarlijkse besparing op de energierekening per woningtype en per energielabel weer.
Het subsidiebedrag is per woningtype hetzelfde, omdat Berenschot de aanname doet dat elke woning binnen een categorie dezelfde warmtepomp en tien zonnepanelen krijgt. Het subsidiebedrag bestaat uit de btw-aftrek voor zonnepanelen en de investeringssubsidie duurzame energie voor warmtepompen.
Omdat geen woning hetzelfde is, deed Berenschot voor de berekeningen aannames: • alle woningen, behalve de appartementen, krijgen tien zonnepanelen; woningen met energielabel A of B zijn voldoende geïsoleerd; • woningen met energielabel A of B hebben gedeeltelijk vloerverwarming; • woningen met energielabel C t/m G krijgen vloerverwarming op de begane grond; • woningen met energielabel C t/m G krijgen op de verdieping radiatoren die geschikt zijn voor lagetemperatuur verwarming; • de grootte van de warmtepomp past bij de nieuwe isolatiewaarde
5
De energiebesparende maatregelen verschillen per label: Energielabel A of B • Zelfstandige warmtepomp • Radiatoren geschikt voor lagetemperatuur-verwarming • Tien zonnepanelen Energielabel C of D • Zelfstandige warmtepomp • Radiatoren geschikt voor lagetemperatuur-verwarming • Vloerverwarming • Vloer- en spouwisolatie • HR++-glas • Tien zonnepanelen Energielabel E, F of G • Zelfstandige warmtepomp • Radiatoren geschikt voor lage-temperatuur-verwarming • Vloerverwarming • Vloer-, spouw- en dakisolatie • HR++-glas • Tien zonnepanelen
Vereniging Eigen Huis. (2018). Wat de woningbezitter betaalt als we stoppen met aardgas. Eigen Huis Magazine, juni 2018.
Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen
naar inhoudsopgave
39
40
Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen
naar inhoudsopgave