CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Toelichting bestemmingsplan Snippergroen Zuidwijken

Raadsvergadering 29 maart 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "Snippergroen Zuidwijken"8.488 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan | Toelichting

Snippergroen, Zuidwijken Zutphen

Gemeente Zutphen

Datum: 29 maart 2021 Projectnummer: 200263 ID: NL.IMRO.0301.bp0903Snippergroen-vs01

INHOUD TOELICHTING

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding voor het bestemmingsplan Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

3 3 10 10

2

Planbeschrijving

11

2.1 2.2 2.3

Huidige situatie Toekomstige situatie Juridische plantoelichting

11 11 11

3

Beleidskader

12

3.1 3.2 3.3

Rijks-, provinciaal en regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie beleidskader

12 12 14

4

Omgevingsaspecten

15

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Milieukwaliteitseisen Verkeer en parkeren Ecologie Archeologie en cultuurhistorie Water

15 17 17 18 20

5

Wijze van bestemmen

27

5.1 5.2

Algemeen Dit bestemmingsplan

27 28

6

Uitvoerbaarheid

31

6.1 6.2 6.3

Inleiding Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid

31 31 32

1 1.1

Inleiding Aanleiding voor het bestemmingsplan De gemeente Zutphen heeft snippergroen verkocht en is daarna gestuit op de problematiek van strijdigheid van gebruik ten aanzien van het bestemmingsplan. De gemeente wenst een bestemmingsplan dat betrekking heeft op alle verkochte en verjaarde snippergroen percelen in de wijk Zuidwijken in Zutphen. Enerzijds betreft het groene percelen die verkocht zijn aan grondeigenaren. In totaal gaat het hierbij om circa 180 percelen. Anderzijds heeft dit bestemmingsplan betrekking op percelen snippergroen waarbij het in gebruik nemen van de percelen verjaard is en als zodanig erkend door de gemeente. Dit betreft circa 95 percelen. Sommige perceeleigenaren hadden (onbewust) snippergroen in gebruik zonder hier officieel eigenaar van te zijn. Door beide situaties ontstond in het huidige bestemmingsplan onduidelijkheid, doordat de gronden de bestemming 'groen' hebben en toebehoorden aan de gemeente. Om de daadwerkelijke situatie van het gebruik van het snippergroen juridischplanologisch te verankeren wordt middels dit document een nieuw bestemmingsplan van kracht, welke het reeds bestaande bestemmingsplan ‘Zuidwijken’ partieel vervangt. Hierdoor wordt de door de verkoop en verjaring ontstane onjuiste planologische situatie in het bestemmingsplan hersteld.

1.2

Ligging plangebied Het plangebied bestaat uit circa 275 percelen die verspreid liggen over de wijk Zuidwijken te Zutphen. In onderstaande tabellen is een overzicht van de betreffende adressen opgenomen. Ook is/zijn de nieuwe bestemming(en) voor ieder perceel vermeld. Er is onderscheid gemaakt tussen verkochte percelen en verjaarde percelen. Verkochte percelen (181) Straat Huisnr. Braamkamp 1

Huisletter

Toekomstige bestemming Tuin

Braamkamp

23

Tuin

Stokebrand

325

Tuin

Stokebrand

375

Wonen

Braamkamp

25

Tuin

Braamkamp

26

Tuin

Braamkamp

28

Tuin

Stokebrand

377

A: Tuin B:Wonen

Stokebrand

379

Wonen

Braamkamp

29

Tuin

Braamkamp

30

Tuin

Braamkamp

31

Tuin (voor en achter)

De Waarden

1

Tuin

3

Straat Stokebrand

Huisnr. 391

Huisletter

Toekomstige bestemming

De Moesmate

1

Tuin

Weerdslag

4

Wonen

De Waarden

18

Tuin

De Moesmate

7

Wonen

De Moesmate

8

Wonen

De Moesmate

9

Wonen

Braamkamp

85

Tuin

Stokebrand

431

Wonen

De Moesmate

10

Wonen

Braamkamp

143

Wonen

Stokebrand

433

Wonen

De Moesmate

11

Wonen

Stokebrand

435

Wonen

Weerdslag

5

Wonen

De Waarden

26

Tuin

De Waarden

222

Wonen

De Waarden

224

Wonen

De Waarden

226

Wonen

Stokebrand

437

Wonen

De Waarden

230

Wonen

Stokebrand

439

Wonen

De Waarden

232

Wonen

Stokebrand

441

Wonen

Tichelkuilen

106

Tuin

Stokebrand

443

Wonen

De Moesmate

12

Wonen

Weerdslag

68

Wonen

Stokebrand

472

A: Tuin B:Wonen

Stokebrand

478

Tichelkuilen Weerdslag

121 69

Wonen A: Tuin B:Wonen

De Waarden

234

Wonen

Braamkamp

144

Wonen

Tichelkuilen

122

Wonen

De Moesmate

13

Wonen

De Moesmate

14

Wonen

Braamkamp

162

Wonen

Braamkamp

163

Wonen

De Waarden

241

Wonen

Weerdslag

91

Wonen

Braamkamp

173

A Tuin B Wonen

De Waarden

243

Wonen

Wonen

Wonen

4

Straat De Waarden

Huisnr. 247

Huisletter

Toekomstige bestemming

Weerdslag

92

Wonen

De Waarden

306

Wonen

De Waarden

308

A: Tuin B:Wonen

De Waarden

310

Wonen

Weerdslag

108

Wonen

De Waarden

312

Wonen

Weerdslag

109

Wonen

Braamkamp

191

Tuin

Weerdslag

113

Wonen

Stokebrand

480

Wonen

De Waarden

314

Wonen

Braamkamp

193

A: Tuin B:Wonen

Braamkamp

194

A: Tuin B:Wonen

Braamkamp

196

A: Tuin B:Wonen

Weerdslag

114

Wonen

Weerdslag

130

Wonen

De Waarden

316

Wonen

Weerdslag

168

A: Tuin B:Wonen

De Waarden

318

Wonen

De Waarden

319

A: Tuin B:Wonen

De Waarden

321

Wonen

De Waarden

322

A: Tuin B:Wonen

Braamkamp

198

A: Tuin B:Wonen

De Moesmate

15

Wonen

Braamkamp

200

Tuin

Braamkamp

202

Tuin

Weerdslag

176

A: Tuin B:Wonen

Braamkamp

203

Tuin

Stokebrand

482

Wonen

Braamkamp

301

Wonen

Braamkamp

305

A: Tuin B:Wonen

Stokebrand

490

Wonen

Braamkamp

318

A: Tuin B:Wonen

Stokebrand

492

Wonen

Stokebrand

494

Wonen

Stokebrand

496

Wonen

Stokebrand

538

Tuin

De Moesmate

16

A: Tuin B:Wonen

Braamkamp

319

Wonen

Stokebrand

540

Tuin

Stokebrand

560

Wonen

Braamkamp

322

Tuin

A: Tuin B:Wonen

5

Straat Braamkamp

Huisnr. 326

Huisletter

Toekomstige bestemming

Braamkamp

328

Wonen

Stokebrand

578

Tuin

Braamkamp

329

Wonen

Stokebrand

584

A: Tuin B:Wonen

De Moesmate

23

Tuin

Braamkamp

330

Wonen

Braamkamp

335

Wonen

Stokebrand

598

Tuin

Braamkamp

336

Wonen

Stokebrand

600

Tuin

Stokebrand

602

Tuin

Het Zwanevlot

57

Tuin

Braamkamp

337

Wonen

Braamkamp

338

Wonen

Braamkamp

342

Wonen

Braamkamp

349

Tuin

Braamkamp

350

Tuin

Braamkamp

351

Tuin

Tichelkuilen

123

Wonen

Tichelkuilen

124

Wonen

De Moesmate

59

Tuin

De Waarden

407

Wonen

De Waarden

411

Wonen

Stokebrand

604

Wonen

Stokebrand

608

Tuin

Stokebrand

610

Tuin

De Moesmate

60

Tuin

De Moesmate

246

Tuin

Braamkamp

413

A: Tuin B:Wonen

Het Zwanevlot

21

Tuin

Stokebrand

618

Tuin

Stokebrand

632

Wonen

Braamkamp

414

Wonen

De Moesmate

255

Wonen

Tichelkuilen

125

Wonen

Stokebrand

634

Wonen

Tichelkuilen

127

Tichelkuilen Het Zwanevlot

128 11

Wonen Wonen

Tichelkuilen

134

Wonen

Tichelkuilen

135

Wonen

Tichelkuilen

198

Wonen

Wonen

Tuin

6

Straat Braamkamp

Huisnr. 415

Huisletter

Toekomstige bestemming

Stokebrand

636

Wonen

Braamkamp

416

A: Tuin B:Wonen

De Moesmate

256

Wonen

Stokebrand

638

Wonen

Stokebrand

642

A: Tuin B:Wonen

Tichelkuilen

200

Wonen

Tichelkuilen

201

Wonen

Weerdslag

185

A: Tuin B:Wonen

Tichelkuilen

202

Wonen

Braamkamp

419

Tuin

Braamkamp

424

Tuin

Tichelkuilen

203

Wonen

De Moesmate

258

Wonen

Tichelkuilen

204

Wonen

Weerdslag

186

Tichelkuilen Weerdslag

217 187

Wonen Wonen

Tichelkuilen De Moesmate

218 260

De Moesmate

289

Tuin

De Moesmate

293

Wonen

Braamkamp

425

Tuin

Braamkamp

448

Tuin

Braamkamp

498

Tuin

Braamkamp

538

Tuin

De Waarden

425

Tuin

Braamkamp

539

Wonen

Weerdslag

188

Wonen

Stokebrand

652

Tuin

De Moesmate

298

Wonen

Braamkamp

540

Wonen

het Zwanevlot

75

Tichelkuilen Braamkamp

219 555

Tuin Wonen

Braamkamp

417

Tuin

Braamkamp

418

Tuin

Tichelkuilen

133

Wonen

Stokebrand

576

Tuin

Wonen

Wonen Wonen Wonen

b

Tuin

7

Verjaarde percelen (95) Straat Huisnr. Stokebrand 359 Braamkamp 21 Stokebrand 445 Stokebrand 447 Stokebrand 449 Weerdslag 1 Tichelkuilen 107 Tichelkuilen 108 Tichelkuilen 109 Tichelkuilen 110 Tichelkuilen 111 Weerdslag 2 Weerdslag 3 Weerdslag 6 Weerdslag 15 Weerdslag 63 De Waarden 237 Stokebrand 451 Stokebrand 453 Stokebrand 455 Stokebrand 474 Stokebrand 476 Stokebrand 504 Weerdslag 64 Braamkamp 61 Weerdslag 65 Stokebrand 506 Stokebrand 508 De Waarden 245 De Waarden 401 Weerdslag 66 Stokebrand 510 Tichelkuilen 112 Tichelkuilen 113 Weerdslag 67 De Waarden 403 De Waarden 405 Weerdslag 118 Braamkamp 107 Weerdslag 133 Weerdslag 148 De Waarden 409 De Waarden 413 Braamkamp 117 Weerdslag 169

Huisletter

Toekomstige bestemming Tuin Tuin Wonen Wonen Wonen Wonen A: Tuin B:Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Tuin A Wonen B Tuin Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Tuin Wonen Wonen Wonen Tuin Wonen Wonen Tuin Tuin Wonen Tuin Wonen Wonen Wonen Wonen

8

Straat De Waarden Weerdslag De Waarden Weerdslag Weerdslag Braamkamp Weerdslag Weerdslag De Waarden De Waarden Braamkamp Stokebrand Braamkamp Tichelkuilen Braamkamp Braamkamp Stokebrand Stokebrand Stokebrand Stokebrand Weerdslag Braamkamp Braamkamp Stokebrand Braamkamp Stokebrand Stokebrand Weerdslag Tichelkuilen Stokebrand Stokebrand Stokebrand Tichelkuilen Tichelkuilen Tichelkuilen Tichelkuilen Tichelkuilen Weerdslag Stokebrand Stokebrand Stokebrand Stokebrand Stokebrand Stokebrand Stokebrand Tichelkuilen

Huisnr. 415 175 419 184 185 118 189 190 421 423 339 512 501 114 509 553 514 516 518 520 191 554 555 522 556 524 526 192 115 528 530 532 116 117 118 119 120 193 534 566 568 592 616 640 644 136

Huisletter

Toekomstige bestemming Wonen Wonen Wonen Tuin A: Tuin B:Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen A: Tuin B:Wonen Wonen Tuin Wonen Tuin A: Tuin B:Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen A: Tuin B:Wonen Wonen Tuin Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen A: Tuin B:Wonen A: Tuin B:Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen A: Tuin B:Wonen A: Tuin B:Wonen Wonen Tuin Wonen Wonen Tuin Wonen Wonen Wonen

9

Straat Stokebrand Stokebrand Stokebrand De Moesmate

1.3

Huisnr. 646 648 650 262

Huisletter

Toekomstige bestemming Wonen Wonen A: Tuin B:Wonen Tuin

Geldend bestemmingsplan Dit bestemmingsplan, ‘Snippergroen, Zuidwijken Zutphen’, vervangt voor de genoemde percelen partieel het bestemmingsplan ‘Zuidwijken’, zoals op 1 juli 2017 door de Raad van de gemeente Zutphen vastgesteld.

1.4

Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plan. In hoofdstuk 3 komt het beleidskader aan bod. In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het van toepassing zijnde rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijkbeleid. De randvoorwaarden die hieruit volgen, worden getoetst aan het plan. Hoofdstuk 4 bevat een toets ten aanzien van de omgevingsaspecten. Hieruit blijkt welke waarden er in het plangebied aanwezig zijn en of deze worden aangetast door de ontwikkeling. In hoofdstuk 5 wordt het aspect archeologie beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 een korte toelichting gegeven op de juridische aspecten en op de planverantwoording. In hoofdstuk 7 wordt tot slot ingegaan op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

10

2 2.1

Planbeschrijving Huidige situatie Recent zijn circa 180 snippergroenpercelen, grenzend aan particulier grondeigendom, verkocht aan deze aangrenzende perceeleigenaren. Vaak werd dit snippergroen reeds (onbewust) als eigen grond gebruikt, terwijl het openbare/gemeentelijke grond betreft waarop een groenbestemming rust. De percelen zijn geen onderdeel van de hoofdgroenstructuur en konden om die reden verkocht worden. De verkochte snippergroenpercelen zijn nu eigendom geworden van de aangrenzende grondeigenaren, voornamelijk woningbezitters. Ook zijn circa 97 snippergroenpercelen veelal onbewust in gebruik door aangrenzende perceeleigenaren. Deze 97 percelen zijn als verjaard verklaard en als zodanig erkend door de gemeente Zutphen. Op de gronden rest nu nog een groenbestemming. De gemeente wil de groenbestemming wijzigen in een tuin- dan wel woonbestemming.

2.2

Toekomstige situatie Door middel van onderhavig bestemmingsplan vindt er een bestemmingswijziging plaats van verkochte dan wel in gebruik genomen maar verjaarde snippergroenpercelen. Hierbij wijzigt de voormalige groenbestemming in één of meerdere van de volgende bestemmingen:  Tuin  Wonen  Al dan niet met een al aanwezige en gehandhaafde dubbelbestemming:  Waarde - Laag Verwachte Archeologische Waarde (dubbelbestemming)  Waarde - Middelhoog Verwachte Archeologische Waarde (dubbelbestemming)

2.3

Juridische plantoelichting In de planopzet is ervoor gekozen om geen bouwvlakken op te nemen, waardoor het realiseren van bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning is vereist niet mogelijk wordt gemaakt middels dit bestemmingsplan. Afhankelijk van de situatie zijn vergunningsvrije bouwwerken wel mogelijk binnen deze bestemmingen. Daarnaast is ervoor gekozen zoveel mogelijk aan te sluiten bij het bestemmingsplan ‘Zuidwijken’, waarin bijvoorbeeld de bestemming ‘Tuin’ veelal langs de volledige zijgevel is weergegeven. Redeneerlijn bij het kiezen van de enkelbestemming ‘Tuin’ dan wel ‘Wonen’ is geweest dat het snippergroen aan de achterzijde van woningen is voorzien van een woonbestemming en het snippergroen aan de voorzijde of zijkant van een woning is voorzien van een tuinbestemming. Hierbij sluit de voor- en/of

zijkant aan op openbare wegen of ruimten.

11

3

Beleidskader In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.

3.1

Rijks-, provinciaal en regionaal beleid Bij het vaststellen van dit bestemmingsplan zijn geen rechtstreekse nationale, provinciale of regionale ruimtelijke belangen betrokken. Het gaat om het herbestemmen van zeer kleine percelen behorend bij bestaande woningen. Alle percelen zijn gelegen binnen het stedelijk gebied.

3.2

Gemeentelijk beleid

3.2.1

Ontwikkelingsvisie Zutphen 2020 De Ontwikkelingsvisie Zutphen 2020 behelst de vertaling van de gemeentelijke ambities in een ruimtelijk functioneel toekomstperspectief tot 2020. In de visie wordt gesteld dat Zutphen zijn bestaande identiteit wil behouden en versterken, maar zich tegelijkertijd verder wil ontwikkelen als een moderne stad, waarin historie en dynamiek hand in hand gaan. De gemeente wil zich profileren als een duurzame gemeente, met een sterke sociale en economische structuur en burgers die tevreden zijn over het woon- en leefklimaat. Daarvoor zijn in de ontwikkelingsvisie negen actiegebieden aangewezen die gezamenlijk het ruimtelijk programma voor de hele stad vormen. Toetsing Op de ontwikkelingskaart is het bestemmingsplangebied als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied aangeduid. Onderhavig plan draagt bij aan de kwaliteit van openbare (groene) ruimte in de gemeente Zutphen, doordat er een beter en efficiënter beheer en onderhoud kan plaatsvinden van het structuurbepalend openbaar groen. Het plan is daarmee in lijn met de ontwikkelingsvisie.

3.2.2

Groenatlas Verder heeft de gemeente in 2012 de Groenatlas ‘Samenwerken aan een duurzame groenstructuur’ vastgesteld. Hierin is de visie verwoord op de groenstructuur vanuit natuur, milieu en ruimte met daarin een heldere beschrijving van eindbeelden, beheerkaders en ontwikkelingsstrategieën. De groenatlas omvat een uitwerking voor het groen langs randen en de overgangszone van de kernen naar het landelijk gebied en de belangrijkste hoofdstructuren van wegen-, water- en landschapsstructuren in het landelijk gebied. Het doel van de Groenatlas is onder meer het opstellen van een samenhangende groenstructuur en het ontwikkelen van een visie op de groenstructuren en het vastleggen van de groene ambitie. Verder biedt het een toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen.

12

Toetsing In de Groenatlas is de bestaande groenstructuur (2009) neergelegd, alsmede het eindbeeld (2025) opgenomen en beschreven. Raadpleging van de Groenatlas (zie navolgende afbeelding) wijst uit dat enkele percelen onderdeel uitmaken van de primaire groenstructuur, zoals de groensnipperpercelen aan de Stokebrand 445, 447, 449, 451 etc. Deze structuur bestaat uit bepalend groen (voor ecologie en beleving) met een functie voor heel Zutphen. Dit bestemmingsplan verhoogt de kwaliteit van de (primaire) groenstructuur. De verkochte snippergroenpercelen maken geen onderdeel uit van de (primaire) groenstructuur. De percelen behoren bij de aangrenzende perceeleigenaar, welke verantwoordelijk is voor het onderhoud van het groen. Hiermee is het groen vanuit gemeentelijk perspectief vanaf heden onderhoudsarm, terwijl het groene karakter van de wijk in stand blijft en zelfs kan worden versterkt doordat de aandacht voor resterend openbaar groen kan worden behouden. Onderhavig plan sluit derhalve aan bij de gemeentelijke visie zoals opgesteld in de Groenatlas.

Uitsnede kaart ‘Streefbeeld groenstructuur 2025’ (Bron: gemeente Zutphen). 3.2.3

Wijkontwikkelingsplan In het Wijkontwikkelingsplan Zuidwijken worden de kenmerken van de wijk Zuidwijken beschreven. De analyse van de Zuidwijken als geheel en de individuele buurten heeft een aantal sterke en zwakke punten aan het licht gebracht. Mensen wonen met heel veel plezier in de Zuidwijken. Ze waarderen zowel het groen als de nabijheid van de binnenstad zeer. De kwaliteit van de woningen is redelijk en de voorzieningen zijn goed. Toch vertoont de wijk hier en daar ‘versleten’ plekken. De uitstraling is erg jaren ’70-’80 en de leefbaarheid begint een probleem te worden. Kortom: er is zowel sociaal als fysiek enig onderhoud nodig om de wijk toekomstbestendig te maken. De gemeentelijke visie hierbij is die van een wijk op menselijke maat, tussen stad en

13

landschap. Vertaald naar vier thema’s komt de gemeente tot de volgende visie voor de Zuidwijken: 1 Sociaal sterk; 2 Duurzame woningen en een omgeving waar je groen en water beleeft; 3 Met voldoende uitnodigende en toegankelijke voorzieningen; 4 En ruimte voor formele en informele economie. Per ambitie zijn speerpunten vermeld. Navolgend vindt een toetsing plaats aan de ambities en de speerpunten, zoals opgenomen in het Wijkontwikkelingsplan. Toetsing Onderhavig plan sluit aan op de ambitie om een omgeving te creëren waarin groen en water worden beleefd. De percelen behoren bij de aangrenzende perceeleigenaar, welke verantwoordelijk is voor het onderhoud van het groen. Hiermee is het groen vanuit gemeentelijk perspectief vanaf heden onderhoudsarm, terwijl het groene karakter van de wijk in stand blijft en zelfs kan worden versterkt doordat de aandacht voor resterend openbaar groen kan worden behouden. 3.2.4

Conclusie Het plan sluit aan bij het gemeentelijk beleid van de gemeente Zutphen.

3.3

Conclusie beleidskader Uit bovenstaande blijkt dat het plan in overeenstemming is met geldend beleid.

14

4

Omgevingsaspecten Voor het plangebied en de omgeving kunnen (wettelijke) belemmeringen en/of voorwaarden een rol spelen. Het uitgangspunt voor het bestemmingsplan is dat er een goede omgevingssituatie ontstaat. In de volgende paragrafen is een onderbouwing met betrekking tot de omgeving en omgevingsaspecten gegeven en zijn de randvoorwaarden die voortvloeien uit de milieu- en omgevingsaspecten gegeven.

4.1

Milieukwaliteitseisen

4.1.1

Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. Het plan betreft geen stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Er is immers geen sprake van een aanleg, ontwikkeling of uitbreiding van een stedelijke ontwikkelingsproject. Het gaat om een juridische regeling voor snippergroen die na verkoop of verjaring noodzakelijk is. Er is geen vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig.

4.1.2

Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. Dit bestemmingsplan regelt de herbestemming van openbaar groen naar gronden behorende bij een bestaande bestemming, voornamelijk tuin en wonen. Het plan biedt geen mogelijkheid tot het vestigen van nieuwe bedrijfsmatige activiteiten of het oprichten van nieuwe gevoelige functies. Dit plan heeft daarmee geen invloed op de ontwikkelingsmogelijkheden van eventueel bestaande omliggende bedrijven en dus ook niet voor nieuwe, hinderveroorzakende bedrijfsactiviteiten. Het aspect bedrijven- en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.1.3

Bodem Voor zover bekend zijn de locaties niet verdacht voor een ernstig geval van bodemverontreiniging. Tevens bevinden zich geen bouwvlakken op de desbetreffende percelen. Voor de ruimtelijke procedure is geen aanvullend bodemonderzoek nodig. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

15

4.1.4

Geluid De Wet geluidhinder regelt de mate waarin geluid bepaalde functies mag belasten. Indien geluidgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wet geluidhinder de verplichting een akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van wegen en spoorwegen. De voorgenomen planologische wijzigingen maken geen nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk. In dit kader is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek voor de percelen niet noodzakelijk. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.1.5

Luchtkwaliteit De voorgenomen planologische wijzigingen hebben geen invloed op het aantal verkeersbewegingen en is daarmee niet van nadelige invloed op de luchtkwaliteit. Het uitvoeren van luchtkwaliteit onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Om vanuit een goede ruimtelijke ordening ook iets te kunnen zeggen over de mate van blootstelling aan luchtverontreinigingen, is de lokale situatie beoordeeld in de NSL-monitoringstool. Op basis van deze tool blijkt dat ter plaatse van de percelen in het plangebied ruimschoots aan de normstelling voor luchtkwaliteit wordt voldaan. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.1.6

Externe veiligheid De regelgeving op het gebied van externe veiligheid beoogt een minimaal veiligheidsniveau te garanderen voor de burger voor wat betreft risico's van opslag en transport van gevaarlijke stoffen. Hiervoor zijn normen en richtwaarden opgenomen in de wetgeving in de vorm van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico is de plaatsgebonden kans per jaar dat een onbeschermd persoon komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans van éénmaal in de miljoen jaar op een dergelijk ongeval is als norm in de regelgeving opgenomen. Het plaatsgebonden risico (PR) is weer te geven met een contour rondom een activiteit. Het groepsrisico geeft de kans per jaar aan dat een groep personen van een bepaalde grootte (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico (GR) wordt weergegeven in een curve waarin het aantal personen is afgezet tegen de kans per jaar op (tegelijk) overlijden. Het groepsrisico is echter geen harde norm, maar een oriënterende waarde. Op de percelen worden geen nieuwe bouwvlakken opgenomen. Door het ontbreken van een bouwvlak kunnen hier geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten worden opgericht en vergroot en is het plan daarmee niet van invloed op de hoogte van het groepsrisico.

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

16

4.2

Verkeer en parkeren Op de percelen worden geen nieuwe verkeersaantrekkende functies mogelijk gemaakt. Wel kunnen de percelen ingezet worden voor parkeren op eigen terrein. Ten aanzien van het herbestemmen van de percelen vormt het aspect ‘verkeer en parkeren’ derhalve geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.3

Ecologie Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebiedsen soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming en de NNN. Bij soortenbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming.

4.3.1

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming (2017) richt zich op de bescherming van soorten. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient onderzocht te worden of/in hoeverre natuurbelangen worden geschaad. Dit plan voorziet niet in een ruimtelijke ontwikkeling, daar bestaand huidige gebruik wordt voortgezet en slechts functiewijzigingen plaatsvinden waarbij geen bouwvlakken worden gecreëerd. Het aspect soortenbescherming vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.3.2

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Natura 2000 bestaat uit natuurgebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/43/EEG) en de gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). De percelen in onderhavig bestemmingsplan zijn allemaal gelegen binnen de bebouwde kom van Zutphen. Geen van de percelen maakt deel uit van een Natura2000-gebied. Het plangebied bestaat uit meerdere kleinschalige percelen waardoor effecten op Natura 2000 gebieden kunnen worden uitgesloten. Er is van directe aantasting van de Natura 2000 gebieden dan ook geen sprake. Natuurnetwerk Voor wat betreft het NNN (Natuur Netwerk Nederland) is er alleen bij directe aantasting sprake van vervolgstappen in de vorm van compensatie. Binnen de verschillende percelen van het plangebied is geen NNN-gebied aanwezig. Er is van directe aantasting van de NNN dan ook geen sprake.

4.3.3

Conclusie Het aspect gebiedsbescherming vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

17

4.4

Archeologie en cultuurhistorie

4.4.1

Archeologie Wettelijk kader Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag voor de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend. Het Nederlandse parlement heeft dit verdrag van Malta in 1998 goedgekeurd. Het verdrag ziet toe op de bescherming van het Europees archeologisch erfgoed. Inmiddels is de Erfgoedwet van kracht. Een belangrijk uitgangspunt van het verdrag, en de nieuwe wet, is dat het archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in de bodem (“in situ”) bewaard blijft. Alleen als het ongestoord bewaard blijven van de archeologische resten in de bodem niet mogelijk is, moet de in de bodem aanwezige informatie door middel van opgravingen worden veiliggesteld. Een belangrijk uitgangspunt van het verdrag is de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening. In de wet is onder meer opgenomen dat de gemeenteraad bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening houdt met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Voor zover deze verplichting voor de gemeente leidt tot kosten als gevolg van het doen van opgravingen, kunnen deze kosten worden verhaald op degenen ten behoeve van wie medewerking wordt verleend (“deveroorzaker-betaalt”).

Van de aanvrager van een aanlegvergunning, een reguliere bouwvergunning, ontheffingsbesluit of bestemmingsplanherziening wordt verlangd dat hij/zij een rapport overlegt, waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag wordt verstoord, wordt vastgesteld en waarin duidelijk wordt gemaakt wat de gevolgen van de geplande bodemingreep zullen zijn voor het eventueel aanwezige bodemarchief. Dit advies dient te worden opgesteld door een gecertificeerd archeologisch bureau. Dat bureau dient zich te conformeren aan de Kwaliteitsnorm Archeologie (KNA). De aanvrager mag daarvoor zelf een keuze maken uit de erkende marktpartijen. Conform het veroorzakerprincipe zijn de kosten voor de bodemverstoorder c.q. aanvrager van vergunning, ontheffingsbesluit of bestemmingsplanherziening. In zijn algemeenheid geldt dat het bevoegd gezag bepaalt of met het rapport voldoende informatie is verzameld om een afgewogen oordeel te nemen over het vervolgtraject. Dit oordeel kan zijn dat geen verder onderzoek nodig is (vergunning kan worden verleend), behoud van archeologische waarde in situ (geen vergunning of aanpassing van het bouwplan) of verder onderzoek middels proefsleuven/boringen en/of opgraving. Toetsing In 2012 (actualisatie 2017) heeft Zutphen een archeologische waarden- en verwachtingskaart opgesteld met bijbehorende toelichting.

Op deze kaarten zijn de tot nu toe bekende archeologische waarden en verwachtingen van de gemeente weergegeven. In het plangebied zijn zowel terreinen met een lage trefkans als een middelhoge trefkans aanwezig.

18

In geen van de percelen zijn bodemwerkzaamheden te verwachten. Er is gelet hierop geen archeologisch onderzoek nodig. Wel geldt de zorgplicht zoals vastgelegd in de Erfgoedwet. Deze plicht houdt zoveel in dat eventuele vondsten die worden gedaan tijdens werkzaamheden gemeld moeten worden bij de verantwoordelijk minister. Het belang van het aspect archeologie is in dit bestemmingsplan gewaarborgd door de overname van de bestaande archeologische dubbelbestemmingen:  Waarde - Laag Verwachte Archeologische Waarde (dubbelbestemming)  Waarde - Middelhoog Verwachte Archeologische Waarde (dubbelbestemming) Afhankelijk van de hoogte van de trefkans, dient vanaf een bepaalde oppervlakte en diepte archeologisch onderzoek verricht te worden. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. 4.4.2

Cultuurhistorie Wettelijk kader Op grond van de 1 juli 2016 overgegaan in de Erfgoedwet die per 1 juli 2016 van kracht is geworden, moet een goede ruimtelijke onderbouwing een beschrijving bevatten van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Toetsing Gemeentelijke en/of Rijksmonumenten Binnen het plangebied zijn geen gemeentelijke en/of rijksmonumenten aanwezig. Een nadere beoordeling van dit aspect kan buiten beschouwing worden gelaten. Cultuurhistorische waarden Zuidwijken is een groene, ruim opgezette wijk. Vlak bij de monumentale binnenstad én grenzend aan de uiterwaarden van de IJssel, het recreatiegebied Bronsbergen en het stadspark. De Zuidwijken zijn ontstaan in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw. De wijk bestaat overwegend uit laagbouwwoningen en is ontworpen als reactie op de (middel)hoogbouwwijken van de jaren ’60. Met de stijging van inkomens bestond behoefte aan eengezinswoningen met een tuin. In Engeland en de Verenigde waren al omvangrijke laagbouwwijken gerealiseerd. Nederland volgde en vanaf de jaren ’70 zijn in Nederland tientallen wijken zoals de Zuidwijken gerealiseerd.

Deze wijken staan inmiddels bekend als ‘bloemkoolwijken’: door de hoofdstructuur met afzonderlijke buurtjes in het groen, met warrige woonerfjes, oogt de wijk van bovenaf als een stronk met roosjes. De stedenbouwkundige structuur van de Zuidwijken is aangepast aan de landschappelijke structuur die er al was voordat de wijk is gebouwd. Dat kenmerkt daarom ook dat er veel groen en waterlopen in de wijk zijn gelegen. Dat was er namelijk al en is behouden. Met onderhavig plan blijft deze landschappelijke structuur behouden. De verkochte snippergroenpercelen maken vanaf heden onderdeel uit van het perceel van de aangrenzende perceeleigenaar, welke verantwoordelijk is voor het onderhoud van het groen. Hiermee is het groen vanuit gemeentelijk perspectief vanaf

19

heden onderhoudsarm, terwijl het groene karakter van de wijk in stand blijft en zelfs kan worden versterkt doordat de aandacht voor resterend openbaar groen kan worden behouden. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.5

Water Rijksbeleid Het Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is op 10 december 2015 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal:  Nederland blijft de veiligste delta in de wereld.  Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater.  Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht.  Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement.  Nederlanders leven waterbewust. Het kabinet zet de veranderingen in het waterveiligheidsbeleid voort en zal hiertoe een wetsvoorstel met nieuwe normen voor de primaire keringen voorbereiden. Nieuwe normen zijn nodig, omdat de huidige eisen aan primaire keringen grotendeels uit de jaren zestig van de vorige eeuw dateren. Sindsdien zijn het aantal mensen en de economische waarde achter de dijken toegenomen. Ook is nieuwe kennis beschikbaar gekomen over de werking van de keringen en de gevolgen van overstromingen. De doelen op het gebied van waterveiligheid zijn omgerekend naar normspecificaties voor de keringen.

Deze zijn niet meer gebaseerd op dijkringen, maar op dijktrajecten. Elk dijktraject krijgt een norm-specificatie die past bij de gevolgen in dat specifieke gebied. De normspecificaties zijn ingedeeld in zes klassen, waarbij de overstromingskans varieert van 1/300 per jaar tot 1/100.000 per jaar. Het Rijk onderkent het belang van verbinden van ruimte en water. Bij het aanpakken van wateropgaven en de uitvoering van watermaatregelen vindt daarom afstemming plaats met andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied, zodat scope, programmering en financiering zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of, beter nog, elkaar versterken. Het kabinet streeft daarbij ook naar integrale combinaties, waarbij ruimtelijke inrichting een belangrijke rol speelt bij het oplossen van wateropgaven. Omgekeerd is het van belang om bij ruimtelijke opgaven vroegtijdig rekening te houden met wateropgaven en de veerkracht van watersystemen. De gewenste betere verbinding tussen water en ruimte geldt voor alle opgaven op het gebied van waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit.

20

Provinciaal beleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De provincie onderschrijft de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water dat uiterlijk in 2027 het grond- en oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik en voert deze uit. De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programma’s of in kaders in de verordening. Er worden condities gesteld voor effectief en zuinig gebruik van drinkwater, speciale waterecologie (Hoogst Ecologisch Niveau wateren en Specifiek Ecologische Doelstelling wateren), (grond)waterafhankelijke landnatuur plus de beschermingszones natte landnatuur en grondwateronttrekkingen voor drinkwater en 3 industrie, groter dan 150.000 m /jaar.

De provincie stelt via uitvoerend beleid de doelen voor de regionale wateren voor de Kaderrichtlijn Water vast en geeft daarbij ook invulling aan de voorzieningenniveaus. Met de Gelderse waterschappen en de landbouw geeft de provincie invulling aan het vasthouden van water in de bodem, het grondwater en de haarvaten van het watersysteem. Bescherming tegen overstromingen vindt primair plaats op basis van preventie, waar nodig aangevuld met maatregelen in de ruimtelijke ordening en evacuatie. Deze bescherming gebeurt bij voorkeur in combinatie met het ontwikkelen en versterken van karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden. Beleid Waterschap Rijn & IJssel Waterbeheerplan 2016-2021 In november 2015 heeft het Waterschap Rijn & IJssel het waterbeheerplan vastgesteld. Het waterbeheerplan beschrijft op welke wijze de volgende zaken in de periode 2016-2021 gedaan worden:  het zorgen voor een goede bescherming tegen hoog water;  het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem;  en het zorgen voor het zuiveren van afvalwater. Het waterbeheerplan zoekt verbinding met het werk van andere overheden: de provincies, gemeenten, Rijkswaterstaat en het Rijk.

Het waterbeheer schept vaak randvoorwaarden voor gebruikers van het water, maar biedt ook mogelijkheden en meerwaarde voor maatschappelijke gebruikers, zoals burgers, agrariërs en terreinbeheerders, ondernemers en (drinkwater)bedrijven, recreanten en de naburige Duitse waterbeheerders. Vanuit de omgevingsverkenning is het beleid voor de planperiode 2016-2021 beschreven voor de primaire taakgebieden van het waterschap.  Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: Veilig water.

21

 Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: Voldoende water.  Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: Schoon water.  Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: Afvalwater.  Zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel: Vaarwegbeheer. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in lage gebieden zoekt het waterschap naar compensatie van het verlies aan bergingscapaciteit, om een toename van problemen met wateroverlast te voorkomen. De rekening voor de compensatie is voor de initiatiefnemers van de ruimtelijke ontwikkeling. Watervisie 2030 De Watervisie geeft aan hoe het waterschap aankijkt tegen de gewenste ruimtelijke inrichting van het beheersgebied, om de wateropgaven waarvoor ze staan duurzaam op te lossen. Er moet daartoe een betere afstemming worden gevonden tussen de waterwensen van de verschillende grondgebruiksvormen en het watersysteem zelf. Omdat ruimtelijke oplossingen op langere termijn duurzamer zijn, krijgen deze de voorkeur boven technische oplossingen. Bij het zoeken naar ruimtelijke oplossingen geldt het natuurlijk watersysteem als ideaalbeeld. Een dergelijk watersysteem heeft onder meer de mogelijkheid om (in geval van veel neerslag) voldoende water op te vangen en water (in geval van te zware belasting) voldoende te reinigen.

Water moet richtinggevend zijn bij toekomstige stedelijke uitbreiding. Bij overschot wordt regenwater in de bodem geïnfiltreerd of naar het oppervlaktewater geleid. Het waterschap streeft ernaar regenwater niet meer via de riolering af te voeren. Het rioleringsstelsel wordt aldus minder zwaar belast, waardoor de kans op overstorten van rioolwater op oppervlaktewater kleiner wordt. Keur Waterschap Rijn en IJssel legt de eigen regels vast in de zogeheten Keur. Dat is de traditionele benaming voor de verordening waarmee de veiligheid van dijken, watergangen en kades wordt geregeld. Maar ook het al dan niet toestaan van activiteiten of bouwwerken nabij het water en de dijken, lozingen op het oppervlaktewater en het oppompen van grond- en oppervlaktewater zijn erin geregeld. Gemeentelijk beleid Waterplan Zutphen Het Waterplan Zutphen geeft een visie op het watersysteem (watergangen, grondwater, riolering) in de stad. Het Waterplan is in 2008 vastgesteld. Voor de stedelijke watergangen in Zutphen zijn vier verschillende streefbeelden opgesteld. De gebruikte streefbeelden voor de verschillende watergangen zijn: basiswater, gebruikswater, kijkwater en natuurwater. Naast de categorisering van de verschillende watergangen zijn een aantal aandachtsthema’s opgesteld. Een van de speerpunten is watergerelateerde cultuurhistorie.

Het doel is om inwoners bewust te maken van de geschiedenis van Zutphen en de rol die het water(beheer) daarin heeft gespeeld. Hierbij vormen de voormalige grachten in de binnenstad van Zutphen een belangrijk onderdeel. Deze grachten worden weer watervoerend gemaakt. Oude elementen,

22

zoals bruggen en watermolens, worden opgeknapt en weer zichtbaar gemaakt voor bewoners. Restanten en waardevolle groene en blauwe parels in de stad (Grote Gracht, Vispoortgracht, Cabinetsgracht) blijven behouden en een nieuwe samenhang tussen deze restanten wordt gecreëerd. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt altijd een watertoets-procedure gevolgd. Nieuwe gebieden worden in principe afgekoppeld (niet aangekoppeld) en in de inrichting moet voldoende ruimte zijn gereserveerd voor waterberging, bij voorkeur in combinatie met groen. Ook moet worden getoetst of de capaciteit van het bestaande rioleringssysteem voldoende is om nieuwe uitbreidingen op het bestaande systeem aan te sluiten. Ook de afvoerstructuur voor het geïnfiltreerde water dient voldoende aandacht te krijgen. Toetsing In het kader van het Nationaal Bestuursakkoord Water moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de waterhuishouding niet negatief wordt beïnvloed door de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Dit is vastgelegd in het procesinstrument de Watertoets. Watertoetstabel Waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel ontwikkeld waarmee met een aantal vragen in beeld te brengen is welke wateraspecten relevant zijn en met welke intensiteit het watertoetsproces doorlopen dient te worden.

De vragen zijn gericht op de locatie van de ruimtelijke ontwikkeling en welke veranderingen er mogelijk worden gemaakt. In de navolgende tabel is deze tabel weergegeven. Als erop een categorie 2 vraag een ‘ja’ is geantwoord, is een uitgebreide watertoets noodzakelijk. Is er op geen van de categorie 2 vragen een ‘ja’ geantwoord, dan kan een verkorte watertoets doorlopen worden. Als er alleen met ‘nee’ is geantwoord, dan is het RO-plan waterhuishoudkundig niet van belang en hoeft er geen wateradvies bij het waterschap gevraagd te worden. Thema

Toetsvraag

Veiligheid

1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een

Relevant

Intensiteit#

Ja

2

Nee

2

Nee

2

Nee

1

Nee

1

Nee

2

Nee

1

Nee

1

Nee

1

waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier? Riolering en Afvalwaterket en

1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1m3/uur? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van het waterschap?

Wateroverlast (oppervlaktewater)

1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2500m2? 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500m2? 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?

23

Oppervlaktewaterkwaliteit Grondwateroverlast

1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd?

Nee

1

Nee

1

Nee

1

Nee

1

Nee

1

Ja

1

Nee

2

Nee

1

Ja

1

Nee

2

Nee

2

Nee

1

Nee

1

Nee

1

Nee

2

Nee

1

1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 2. Is in het plangebied sprake van kwel? 3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren?

Grondwaterkwaliteit Inrichting en beheer

1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking? 1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

Volksgezondh eid

1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico’s met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?

Natte natuur

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000gebied?

Verdroging

1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied?

Recreatie

1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

Cultuurhistori e

1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?

24

Uitsnede legger waterschap Rijn en IJssel (Bron: Waterschap Rijn en IJssel).

Invulling van de watertoetstabel wijst uit dat de ontwikkeling waterhuishoudkundig van belang is, namelijk vanuit waterveiligheid. Onder andere het plangebied ter hoogte van de Stokebrand 504 ligt binnen 20 meter afstand van een waterkering. Echter geldt dat er met onderhavige ontwikkeling geen bouwvlakken worden opgenomen. Ook worden er geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt met dit bestemmingsplan. Voor elke activiteit van de eigenaar ter afwijking van het bestemmingsplan zal een omgevingsen/of watervergunningprocedure moeten worden doorlopen. Waterveiligheid Het voorgenomen plan heeft geen gevolgen voor de waterveiligheid, omdat er geen bouwvlakken worden toegevoegd en het plangebied niet is gelegen binnen de beschermingszone van de waterkering. Wel bevindt een deel van het plangebied (zoals de gronden aan de Stokebrand 504) zich binnen de buitenbeschermingszone van de waterkering. In de Keur (artikel 3.1, onder 5) is vastgelegd dat het zonder vergunning verboden is om:  afgravingen en seismische onderzoeken te verrichten;  werken met een overdruk te plaatsen en te hebben;  explosiegevaarlijk materiaal of explosiegevaarlijke inrichtingen te hebben. Bij de uitvoering van de herontwikkeling van het plangebied zal waarschijnlijk dan ook een vergunning moeten worden aangevraagd.

Verder heeft raadpleging van de digitale legger van het waterschap Rijn en IJssel aangetoond dat er geen andere waterbelangen spelen waar bij de herontwikkeling rekening mee moet worden gehouden.

25

Riolering en Afvalwaterketen Het functioneren van de riolering wordt niet nadelig beïnvloed en het milieu wordt niet zwaarder belast dan in de huidige situatie. Wateroverlast (oppervlaktewater) De af te voeren hoeveelheid regenwater in het plangebied zal zeer beperkt zijn. Er is geen aanleiding om af te koppelen of waterberging te realiseren. Conclusie Aangezien in dit plan geen bouwvlakken worden mogelijk gemaakt en de gemeente geen graaf- of bouwwerkzaamheden voorziet, wordt op voorhand geen belemmering gezien. Hierbij opmerkend dat de te bestemmen situatie feitelijk al bestaat. In het kader van vooroverleg vindt advisering bij het waterschap plaats.

26

5

Wijze van bestemmen

5.1

Algemeen

5.1.1

Wat is een bestemmingsplan? Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft, uit te oefenen. Dit houdt in dat:  de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en  de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (de overgangsbepalingen zijn hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van ‘werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden’ (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ). Een bestemmingsplan regelt derhalve:  het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor:  het bebouwen van de gronden;  het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden.

Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument. Andere ruimtelijke wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en het Bouwbesluit zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van ruimtelijk beleid.

5.1.2

Over bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: 1 Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één ‘enkel’ bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen.

27

2 Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding. Dat teken kan bestaan uit een lijn, een figuur, of een lettercode etc. Via een aanduiding wordt in de regels ‘iets’ geregeld. Dat ‘iets’ kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben. 5.1.3

Hoofdstukindeling van de regels De regels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1 Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 2 Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsregels met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden.

Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. 3 Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een antidubbeltelregel, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels. 4 Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk is het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

5.2

Dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen moeten in onderlinge samenhang worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels over het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de 28

beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 5.2.1

Bijzonderheden in dit bestemmingsplan De regels in dit bestemmingsplan zijn opgezet aan de hand van wat hiervoor is beschreven. Er is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij het bestemmingsplan ‘Zuidwijken’. Dit bestemmingsplan kent enkelbestemmingen (Tuin en Wonen) en dubbelbestemmingen (ten aanzien van archeologie). Deze bestemmingen worden hierna kort toegelicht. Tuin Deze gronden behoren bij de op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Wonen Aan een deel van het plangebied is de bestemming ‘Wonen’ toegekend. De bestemming voorziet onder andere in de realisatie van aan- en bijgebouwen behorende bij de woning. Er worden geen bouwvlakken opgenomen waardoor hoofdgebouwen niet zijn toegestaan. In de regels is er rekening mee gehouden dat de gronden met de bestemming wonen onderdeel uitmaken van percelen die deels buiten dit bestemmingsplan liggen. Voor de regelingen waarbij er maten voor het perceel zijn opgenomen moet het gehele perceel betrokken worden. Dus zowel het deel van het perceel in het bestemming Zuidwijken als het deel van de perceel in dit bestemmingplan. Dit voor bijvoorbeeld de regeling voor bijgebouwen. Met deze situatie is rekening gehouden door regels op te nemen dat bebouwing met een woonbestemming buiten dit bestemmingsplan mee kan tellen voor de toepassing van de regels.

Waarde - Laag Verwachte Archeologische Waarde (dubbelbestemming) De bestemming Waarde- Archeologie lage trefkans is opgenomen ter bescherming van aanwezige archeologische sporen in het plangebied. Het verstoren van de gronden in het plangebied is dan ook alleen mogelijk na toestemming van burgemeester en wethouders (afwijking of aanlegvergunning) waarbij het eventuele archeologische belang afgewogen moet worden tegen het belang van de voorgenomen grondverstoring. In de praktijk kan dit betekenen dat er eerst archeologisch onderzoek moet plaats vinden alvorens er ontwikkelingen kunnen plaats vinden. Een uitzondering 2 is gemaakt voor kleine tot relatief grote bouwplannen (tot 10.000 m ) of 2 werkzaamheden kleiner dan 10.000 m of die niet dieper reiken dan 50 cm beneden maaiveld.

29

Waarde - Middelhoog Verwachte Archeologische Waarde (dubbelbestemming) De bestemming Waarde- Archeologie middelhoge trefkans is opgenomen ter bescherming van aanwezige archeologische sporen in het plangebied. Het verstoren van de gronden in het plangebied is dan ook alleen mogelijk na toestemming van burgemeester en wethouders (afwijking of aanlegvergunning) waarbij het eventuele archeologische belang afgewogen moet worden tegen het belang van de voorgenomen grondverstoring. In de praktijk kan dit betekenen dat er eerst archeologisch onderzoek moet plaats vinden alvorens er ontwikkelingen kunnen 2 plaats vinden. Een uitzondering is gemaakt voor kleine bouwplannen (tot 500 m ) of 2 werkzaamheden kleiner dan 500 m of die niet dieper reiken dan 50 cm beneden maaiveld. 5.2.2

Algemene regels Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht.

30

6 6.1

Uitvoerbaarheid Inleiding In artikel art. 3.1.6 lid 1, Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat onderzocht moet worden of een bestemmingsplan uitvoerbaar is en beschreven moet worden hoe burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening. Aangegeven is dat tussen de gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd, voordat een ontwerpbestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing (zienswijzenprocedure). Na het voorontwerp wordt het bestemmingsplan in ontwerp ter inzage gelegd. Tegen dit ontwerpplan kunnen zienswijzen worden ingediend. Hierna beoordeelt de gemeente de zienswijzen en stelt de gemeenteraad vervolgens het bestemmingsplan (al dan niet gewijzigd) vast.

6.2.1

Inspraak De gemeentelijke inspraakverordening bepaalt dat het bestuursorgaan zelf kan besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. De gemeente heeft met betrekking tot het voorliggende plan besloten dat het plan niet op grond van de inspraakverordening ter inzage wordt gelegd en dat gelijk de ontwerpfase start.

6.2.2

Vooroverleg Volgens artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening moet het bestemmingsplan worden voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Er zijn vooroverlegreacties ingediend bij de gemeente.

6.2.3

Ontwerp Op de procedure van het bestemmingsplan is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. In navolging hiervan moet het ontwerpbestemmingsplan voor zes weken ter inzage worden gelegd. Een ieder kan in die periode zienswijzen indienen. Het ontwerpbestemmingsplan lag vanaf 3 december 2020 tot en met 14 januari 2021 ter inzage. Er zijn binnen deze periode geen zienswijzen bij de gemeente ingediend.

31

6.3

Economische uitvoerbaarheid Op basis van artikel 3.1.6, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkelingen die concreet mogelijk worden gemaakt door het bestemmingsplan moeten (economisch) uitvoerbaar zijn, omdat er anders sprake is van een oneigenlijke bestemming. Voorliggend bestemmingsplan staat geen nieuwe ontwikkelingen (bij recht) toe. Het opstellen van een exploitatieplan overeenkomstig artikel 6.12, lid 2 onder a. van de Wet ruimtelijke ordening is derhalve niet nodig. De kosten voor het opstellen van het paraplubestemmingsplan worden gedragen door de gemeente. De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is hiermee aangetoond.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=b0cd1807-35ba-4e35-8dd5-32101fa66269