CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Concept-samenwerkingsconvenant

Raadsvergadering 31 mei 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Actualiseren samenwerkingsconvenant beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg3.116 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenwerkingsconvenant beschermd wonen, maatschappelijke opvang, Oggz en verslavingszorg gemeenten Deventer, Lochem, Olst-Wijhe, Raalte en Zutphen 2023

Concept 1 maart 2021

Ondergetekenden, 1.

De gemeente Deventer, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, handelend ter uitvoering van besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d……,

2.

De gemeente Lochem, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, handelend ter uitvoering van besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d……,

3.

De gemeente Olst-Wijhe, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, handelend ter uitvoering van besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d……,

4.

De gemeente Raalte, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, handelend ter uitvoering van besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d……,

5.

De gemeente Zutphen, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, handelend ter uitvoering van besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d……,

In aanmerking nemende dat - de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) aan alle gemeenten de opdracht geeft om zorg te dragen voor de continuïteit en kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning, waaronder voorzieningen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang; - de gemeenten deze gezamenlijke verantwoordelijkheid ook onderschrijven; - voor de voorzieningen betreffende beschermd wonen en maatschappelijke opvang in overleg tussen VNG en rijksoverheid een bijzondere verantwoordelijkheid is voorzien voor de voormalig centrumgemeenten aangezien zij (met ingang van 1 januari 2023 materieel); o een afnemend deel van de rijksmiddelen ontvangen voor beschermd wonen voor een periode van 10 jaar gedurende een transitieperiode voor de regio als geheel en;1 o rijksmiddelen ontvangen voor maatschappelijke opvang. - regionale samenwerking gewenst is om doeltreffende en doelmatige uitvoering van de Wmo 2015 ten aanzien van maatschappelijke opvang en beschermd wonen mogelijk te maken.

Dit ook conform artikel 2.6.1., eerste lid Wmo 2015; - deze regionale samenwerking vanaf ook verplicht is door de rijksoverheid als het gaat om beschermd wonen en maatschappelijke opvang; - het wenselijk is de bestaande afspraken over inspanningen en verplichtingen van de gemeenten in hun samenwerking inzake beschermd wonen en maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) aan te passen; - het tevens wenselijk is financiële afspraken te maken met het oog op de doordecentralisatie van rijksmiddelen beschermd wonen vanaf 1-1-2023; - partijen daartoe dit convenant wensen aan te gaan.

1 Er is sprake van een ingroeipad 2021 - 2031: gemeenten groeien van de historische verdeling (over centrumgemeenten) naar een objectieve verdeling (over alle gemeenten).

1

Komen overeen als volgt: Artikel 1. Definities In dit Samenwerkingsconvenant wordt verstaan onder: a. Centrumgemeente: de gemeente Deventer die voor de gemeenten Deventer, Olst-Wijhe Lochem Raalte en Zutphen de regiotaken uitvoert; b. Beschermd wonen: wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving; c. Gemeenten: Deventer, Lochem, Olst-Wijhe, Raalte en Zutphen; d. Maatschappelijke opvang: onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. e.

Openbare geestelijke gezondheidszorg (oggz); het geheel van activiteiten (waaronder contactlegging, onderzoek en toeleiding, alsmede het functioneren als meldpunt voor signalen van crisis of dreiging van crisis) gericht op het signaleren en tegengaan van mijding van zorg, hulp en/of maatschappelijke ondersteuning door inwoners, specifiek daar waar die mijding zorgwekkend wordt geacht voor de gezondheid, de zelfredzaamheid, de veiligheid, de stabiliteit en/of het welbevinden van de betreffende inwoner en/of zijn of haar sociale omgeving. f. Verslavingszorg: de activiteiten gericht op enerzijds het voorkomen van gezondheidsschade en maatschappelijke uitval als gevolg van verslaving en anderzijds het bevorderen van maatschappelijk herstel, dusdanig dat (a) risicogroepen vroegtijdig preventief geïnformeerd zijn over de risico’s van middelengebruik (b) verslaafde inwoners toe geleid worden naar zorg, hulp en ondersteuning en passende hulp ontvangen (c) onnodige risico’s worden tegengaan door zorg te dragen voor veilige omstandigheden van middelengebruik door verslaafde inwoners in de regio, niet zijnde activiteiten die gefinancierd worden of kunnen worden vanuit andere financiële kaders dan de decentralisatie-uitkering maatschappelijke opvang/oggz/verslavingszorg dan wel de specifieke regeling medische heroïnebehandeling g.

Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015: wet van 9 juli 2014 houdende regels betreffende de gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang; Artikel 2. Doel Dit convenant heeft tot doel om de regionale samenwerking tussen de gemeenten te beschrijven en vast te leggen. Dit ten behoeve van de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het zorgdragen voor de continuïteit en kwaliteit van beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg (Oggz) en verslavingszorg, alsmede de toegang tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Artikel 3. Bestuursstructuur 1. De gemeenteraden zijn verantwoordelijk voor de kaders van het meerjarige beleid. Zij hebben het budgetrecht. Zij oefenen het budgetrecht uit middels de jaarlijkse planningen controlcyclus van de gemeente. Vanuit deze verantwoordelijkheid geven zij de kaders voor: o de inhoudelijke ambities; o de regionale samenwerking en de in te zetten financiële middelen. 2. De colleges van burgemeester en wethouders zijn verantwoordelijk voor de uitvoering en realisatie van het (meerjarige) beleid van de regio dat door de gemeenteraden is vastgesteld alsmede de uitvoering van dit convenant. 3. Besluitvorming aangaande het samenwerkingsconvenant vindt plaats door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.

2

4.

5. 6.

De centrumgemeente geeft uitvoering aan de regiotaken. Dit voor- en namens de gemeenten. Voor de uitvoering van de regiotaken waaronder uitoefening van bevoegdheden van de Wmo 2015 krijgt het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Deventer mandaat, volmacht, machtiging c.q. opdracht van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeenten Deventer, Olst-Wijhe, Lochem, Raalte en Zutphen. De verantwoordelijkheid voor het nemen van het mandaatbesluit ligt bij de colleges van burgemeester en wethouders van de genoemde gemeenten. Om de afstemming en samenwerking op bestuurlijk niveau te waarborgen is er een regionaal bestuurlijk overleg. Het bestuurlijk overleg bestaat uit de wethouders van de gemeenten Deventer, Olst-Wijhe, Lochem, Raalte en Zutphen. Onderdeel van het bestuurlijk overleg is een bestuurlijk opdrachtgever. De bestuurlijk opdrachtgever stuurt de ambtelijk opdrachtgever aan. De wethouder van de gemeente Deventer is de bestuurlijk opdrachtgever, omdat de gemeente Deventer als centrumgemeente de regiotaken uitvoert.

Artikel 4. Organisatiestructuur 1. De centrumgemeente draagt zorg voor een regionale programma-organisatie die de regiotaken doeltreffend, doelmatig en rechtmatig uitvoert. 2. De centrumgemeente Deventer draagt hiertoe zorg voor: a. een programma-organisatie met voldoende personele capaciteit; b. een duidelijke scheiding van regionale en lokale budgetten in de Deventer programmabegroting; c. uitvoering van de taken onder de naam van de gemeenten; d. uitvoering van alle uit dit convenant voortvloeiende werkzaamheden die nodig zijn in het belang van de uitvoering van de regiotaken. 3. De uitvoering van regiotaken door de centrumgemeente vindt gescheiden plaats van de uitvoering van de lokale taken voor de gemeente Deventer zelf. 4. Onderdeel van de regionale programma-organisatie zijn onder meer: a. Programmamanager: De programmamanager is verantwoordelijk voor de algehele uitvoering van de regiotaken, alsmede de functionele/inhoudelijke aansturing van medewerkers die regiotaken uitvoeren. De programmamanager functioneert daarnaast als secretaris en eerste adviseur van het regionaal bestuurlijk overleg en participeert in noodzakelijk landelijk overleg vanuit de regio. b. Accountmanagers: De accountmanagers functioneren als contactpersoon, sparringpartner en contractmanager voor aanbieders.

Ze maken afspraken, leggen die vast en zien toe op de uitvoering en realisatie van de afspraken. Vanuit hetzelfde vertrekpunt zijn de accountmanagers contactpersoon en sparringpartner van de gemeenten. Samen met de gemeenten zorgen de accountmanagers voor samenwerking, afstemming en concrete afspraken met bovenlokale partners, zoals zorgverzekeraars en zorgkantoren. c. Programma-assistent: de programmamanager en de accountmanagers worden ondersteund door een programma-assistent. De programma-assistent biedt secretarieeladministratieve ondersteuning. d. Medewerkers regionale toegang: de medewerkers van de regionale toegang voeren onder meer gesprekken met cliënten om de ondersteuningsbehoefte vast te stellen als het gaat om beschermd wonen en maatschappelijke opvang, bewaken de ingezette trajecten en voeren voorts alle werkzaamheden uit die behoren tot het toegang verlenen tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Artikel 5. Regiotaken 1. De centrumgemeente spant zich in de uitvoering van de regiotaken maximaal in om zorg te dragen voor continuïteit en kwaliteit van beschermd wonen en maatschappelijke opvang (alsmede de toegang daartoe), de Oggz en verslavingszorg, binnen het vastgestelde regionale beleid en de vastgestelde en beschikbare daartoe bestemde rijksmiddelen. 2. De (centrum)gemeente Deventer draagt daartoe zorg voor onder meer: a.

Initiatief nemen voor regionale beleidsvorming:

3

o het ontwerpen en uitvoeren van regionaal beleid en inspanningen op het terrein van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en Oggz en verslavingszorg; o het volgen hiervan en het rapporteren hierover; o het geïnformeerd blijven over landelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de regiotaken en de operationalisatie daarvan naar de regiotaken. b. Het zorgdragen voor continuïteit en kwaliteit van voorzieningen/activiteiten: o het doelmatig en rechtmatig subsidiëren (dan wel contracteren) van voorzieningen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang alsmede de activiteiten Oggz en verslavingszorg alsmede de bewaking van de voortgang hiervan; o het in samenhang en overleg met de gemeenten aanwijzen van (een) toezichthouder(s) voor calamiteiten en incidenten, en het toezicht houden op de kwaliteit en rechtmatigheid van in elk geval de voorzieningen beschermd wonen en maatschappelijke opvang; c.

Het zorgdragen voor de toegang tot de voorzieningen beschermd wonen en maatschappelijke opvang: o overeenkomsten met daarbij behorende prestatieafspraken met de partijen die (voldoende) personeel leveren voor de toegang tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang; o opstellen van adequate regels en verordeningen ten behoeve van de toegangsprocessen; o het vaststellen van de ondersteuningsbehoefte van cliënten beschermd wonen en maatschappelijke opvang alsmede het bewaken van de voortgang van de ingezette trajecten: o het administratief en in overleg met gemeenten beschikbaar stellen van persoonsgebonden budgetten voor cliënten beschermd wonen in de gemeenten alsmede de uitvoering richting de Sociale Verzekeringsbank (SVB) rondom trekkingsrechten in het kader van het persoonsgebonden budget; o de uitvoering richting Centraal Administratie Kantoor (CAK) omtrent de inning van de eigen bijdrage, waaronder het doorvoeren van mutaties in cliëntgegevens in overleg met de gemeenten; d. Het monitoren van gegevens: o monitoren en periodiek beschikbaar stellen van relevante en door de gemeenten te bepalen sturingsinformatie; e.

Het voeren van financieel beleid en beheer (zie verder artikel 7): o op ordentelijke wijze de boekhouding voeren waardoor periodiek inkomsten en uitgaven ten aanzien van maatschappelijke opvang, Oggz, verslavingszorg en beschermd wonen inzichtelijk worden gemaakt; o het doen van uitgaven ten behoeve van de regiotaken; o het voeren van financieel beleid, dusdanig dat inkomsten en uitgaven (meerjarig) in balans zijn (of er in elk geval geen tekort ontstaat); f. Het voeren van relevant overleg met en namens de gemeenten: o het voeren van en zorgdragen voor periodiek ambtelijk en bestuurlijk overleg omtrent het bovenstaande (zie verder artikel 8). o het vertegenwoordigen van de regio in overleg met partijen als andere regio’s, gemeenten, aanbieders, cliëntenvertegenwoordigers, de Zorgkantoren, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het CAK, de SVB alsmede het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Artikel 6. Taken van de gemeenten 1. De gemeenten spannen zich maximaal in om zorg te dragen dat inwoners zo weinig mogelijk gebruik hoeven te maken van voorzieningen op het gebied van beschermd wonen, Oggz, verslavingszorg en maatschappelijke opvang. Hiertoe dragen de gemeenten zorg voor: a.

adequate, afdoende en passende (preventieve) voorzieningen en activiteiten op onder meer het terrein van werk/inkomen/schulden, maatschappelijke ondersteuning (met name individuele begeleiding, dagbesteding, vervoer en huishoudelijke hulp) 2, jeugdhulp, en wonen die complementair zijn aan de genoemde voorzieningen; 2 Waaronder voorzieningen zoals genoemd in de artikelen 2.2.1 t/m 2.2.4 alsmede 2.3.1 t/m 2.3.6 Wmo 2015 niet zijnde opvang en beschermd wonen.

4

b.

2. 3. 4.

voldoende, adequate en betaalbare (sociale) woonmogelijkheden in de eigen gemeente, bijvoorbeeld door middel van prestatieafspraken met woningcorporaties, zodat uitstroom uit voorzieningen geen of minder belemmeringen ondervinden als gevolg van een tekort aan betaalbare, adequate en goed gespreide woonmogelijkheden; c. een lokale sociale infrastructuur die vroegtijdig signalen van mogelijk maatschappelijke uitval, Multiproblematiek alsmede psychosociale en psychische problemen herkent en van daaruit proactief handelt (daarbij indien nodig gebruik makend van ggz-expertise en/of ervaringsdeskundigheid); d. (regionale) toegang tot voorzieningen in gezamenlijkheid met de andere gemeenten alsmede in samenhang met de (lokale) toegang op het terrein van maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp, werk/participatie en inkomensondersteuning; e. uitvoeren van overig regionaal- en gemeentelijk beleid en inspanningen gericht op preventie en het voorkomen van de noodzaak voor inwoners om een beroep te doen op genoemde voorzieningen. De gemeenten dragen voorts zorg voor alle uit dit convenant voortvloeiende werkzaamheden die nodig zijn in het belang van de uitvoering van deze taken. De gemeenten dragen zorg voor voldoende personele capaciteit en overige middelen ten einde de taken en bevoegdheden zoals hierboven genoemd adequaat te kunnen uitvoeren.

Waar nodig maken de gemeenten en de centrumgemeente nadere concrete afspraken over de hierboven genoemde taken en inspanningen.

Artikel 7. Financiën 1. De gemeenten brengen jaarlijks hun rijksmiddelen beschermd wonen en de rijksmiddelen maatschappelijke opvang (incl. oggz en verslavingszorg) in ten behoeve van de uitvoering van de regiotaken zoals beschreven in dit convenant. 2. De centrumgemeente stelt jaarlijks een regionale begroting en meerjarenraming op ten behoeve van de regiotaken. 3. Deze regionale begroting wordt jaarlijks in het regionaal bestuurlijk overleg vastgesteld, bij voorkeur voor 1 juli voorafgaand aan het nieuwe begrotingsjaar. Daarna kan definitieve verwerking plaatsvinden door de afzonderlijke gemeenten in het eigen proces van het opstellen van een gemeentelijke begroting voor het nieuwe begrotingsjaar. 4. Elke gemeente draagt financieel bij aan de regionale begroting in dezelfde onderlinge verhouding als hoe de decentralisatie-uitkering beschermd wonen door de gemeenten wordt ontvangen van rijkswege. 5. De rijksmiddelen beschermd wonen en de rijksmiddelen maatschappelijke opvang (incl. oggz en verslavingszorg) zijn in beginsel taakstellend voor de regionale begroting. 6. Indien voor de regiotaken niet (in enig jaar) de volledige gezamenlijke rijksmiddelen nodig zijn, worden de resterende middelen door de gemeente ingezet voor de lokale taken zoals genoemd in dit convenant. 7.

Voor de verevening van overschotten en tekorten over een bepaald kalenderjaar is de verdeelsleutel van toepassing op basis van het meest actuele objectieve lokale deel van de decentralisatie-uitkering beschermd wonen van het betreffende jaar, zoals deze blijkt uit de rijkscirculaires. 8. De centrumgemeente beheert een regionale reserve, welke als weerstandsvermogen dient. 9. Budgettaire voor- en nadelen worden na afloop van het boekjaar zo spoedig mogelijk door de centrumgemeente berekend en verrekend met de regionale reserve. Als er tekorten zijn die niet kunnen worden gedekt uit de regionale reserve, worden die door de gemeenten verevend. Overschotten worden aan het einde van elk boekjaar gereserveerd in de regionale reserve tot het door het regionaal bestuurlijk overleg vastgestelde maximumniveau. Eventuele resterende overschotten worden uitgekeerd, tenzij er actuele zwaarwegende redenen zijn om dit (vooralsnog) niet te doen (principe: vrijval tenzij). Eventuele resterende overschotten worden bij vrijval door de gemeente ingezet voor de lokale taken zoals genoemd in dit convenant. 10. Vanuit de centrumgemeente wordt voorzien in informatie die door de gemeenten kan worden benut in de eigen reguliere planning en control-cyclus. Hierbij wordt door de centrumgemeente in elk geval op twee momenten (in het voorjaar en najaar) informatie aangeleverd. 11.

In de jaarlijkse planning- en controlcyclus wordt vanuit het betreffende college van de gemeenten aan de eigen gemeenteraad informatie verstrekt over de inhoudelijke- en financiële voortgang.

5

Artikel 8. Overleg 1. Minimaal eens per kwartaal vindt er regionaal ambtelijk en bestuurlijk overleg plaats. 2. Elk van de gemeenten draagt zorg voor een passende vertegenwoordiging in deze overleggen, waarbij oog is voor de continuïteit van deze vertegenwoordiging. 3. De centrumgemeente draagt zorg voor adequate en tijdige informatie alsmede de voorbereiding en verslaglegging van de overleggen. 4. In het bestuurlijk overleg vindt op overeenstemming gericht overleg plaats. Als er geen unanimiteit is, geldt het principe van meerderheid van stemmen (er moeten minimaal drie gemeenten voor zijn). Artikel 9. Geschillenregeling 1. Een gemeente die meent dat er een geschil over de uitvoering van het convenant bestaat, treedt hierover in overleg met de centrumgemeente. Leidt dit niet tot overeenstemming, dan deelt de gemeente dat schriftelijk mee aan de andere partijen. De mededeling bevat een aanduiding van het geschil. 2. Binnen twee weken na dagtekening van de mededeling stuurt elke partij zijn zienswijze op het geschil en een oplossingsgericht voorstel aan de andere partijen, waarna de gemeenten en de centrumgemeente zo spoedig mogelijk over (de oplossing van) het geschil overleggen. Als in een geschil niet tot overeenstemming wordt gekomen, besluit het bestuurlijk overleg bij meerderheid van de stemmen. Artikel 10. Duur van het convenant 1.

Dit samenwerkingsconvenant wordt aangegaan met ingang van 1 januari 2023. 2. Voortzetting van dit samenwerkingsconvenant vindt stilzwijgend plaats met telkens twee jaar. Artikel 11. Wijzigingen en evaluatie 1. De centrumgemeente en gemeenten bespreken jaarlijks de uitvoering van het convenant. Onderdeel hiervan is te bezien of wijzigingen dan wel aanvullingen op dit convenant wenselijk zijn en op welke wijze de uitvoering van het convenant verloopt. 2. De gemeenten besluiten tot tussentijdse wijziging of aanvulling van dit convenant als de gemeenten in meerderheid hiertoe aanleiding zien. 3. Tussentijdse wijzigingen worden schriftelijk vastgelegd en aan dit convenant gehecht. Artikel 12. Opzegging 1. Opzegging gebeurt schriftelijk en wordt door de betreffende gemeente kenbaar gemaakt aan alle deelnemende gemeenten. 2. Gemeenten kunnen dit convenant opzeggen met een opzegtermijn van 2 jaar. Een opzegging gaat in op 1 januari van het jaar volgend op het jaar na toepassing van de twee kalenderjaren. 3. Ruim voor de ingangsdatum van de opzegging worden de eventuele kosten als gevolg van de opzegging (ook wel frictiekosten genoemd) geïnventariseerd.

Daadwerkelijke effectuering van de opzegging kan pas plaatsvinden als eerder dan- of uiterlijk 1,5 jaar voor de ingangsdatum van de opzegging er unaniem overeenstemming is bereikt over de verdeling van de kosten als gevolg van de opzegging alsmede de verevening van de reserve.3 4. Als een gemeente dit convenant opzegt, bezien de resterende partijen in gezamenlijk overleg of zij het convenant wensen voort te zetten, wijzigen dan wel te beëindigen.

3

Bij kosten als gevolg van de opzegging kan het onder meer gaan om frictiekosten voor de uitvoering van regiotaken. Hierbij kan worden gedacht aan personele frictiekosten. Ook kan het gaan om frictiekosten met betrekking tot voorzieningen en aanbieders waarvoor de financiering afgebouwd of gestopt moet worden.

6

Artikel 13. Citeertitel Dit convenant wordt aangehaald als: Samenwerkingsconvenant beschermd wonen, maatschappelijke opvang, Oggz en verslavingszorg gemeenten Deventer, Lochem, Olst-Wijhe, Raalte en Zutphen 2023.

Ondertekening De gemeente Deventer, voor deze,

De gemeente Lochem, voor deze,

De gemeente Olst-Wijhe, voor deze,

De gemeente Raalte, voor deze,

De gemeente Zutphen, voor deze,

……………………………

……………………………

……………………………

……………………………

……………………………

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=697cec5d-f6c7-4082-8ccd-a18e257bf687