visie Aa of Weerijs definitief
Tekst van het document
Visie Pilotgebied Aa of Weerijs Zundert
doe je samen
Deze visie is tot stand gekomen in de Pilot Vitaal Buitengebied Zundert, en dan vooral de pilot Klimaatrobuust Beekdal Aa of Weerijs. Het document is opgesteld met medewerking van collega's van de Provincie Noord Brabant, Gemeente Zundert, Waterschap Brabantse Delta, Treeport, ZLTO, Dorpsraad Wernhout, PRET en initiatiefnemers van 'bouwstenen langs de beek'. Voor nadere informatie kunt u zich wenden tot Rene Rijken (m.rijken@brabantsedelta.nl), gebiedsadviseur. Datum 10 juni 2021.
1
Visie Pilotgebied Aa of Weerijs Zundert v-şŵfc S3*-
D^e beek in Corsoland
■v'ŵ-: t.aSÍIL'W’
TC».
ľ:'ŵ' -ç
Het Beekdal is een omgeving die dringend regie nodig heeft om te zorgen dat de gevolgen van de klimaatverandering geen al te grote schade toe brengen aan ondernemers en natuur. Het is een levensader waar vele agrariërs en boomkwekers hun bestaan aan ontlenen en tevens opgaven liggen voor versterking van natuur en invulling van een leefbare omgeving. Uitdagingen die collectief met alle stakeholders te lijf worden gegaan. Voor alleen eigenbelang en kortetermijndenken is geen tijd en ruimte meer: wateroverlast afgewisseld door droogte komt steeds vaker voor en beperkt zich niet tot één perceel. Er is een hoofdrol weggelegd voor de Beek als collectieve waterbuffer, ondersteund door natuurlijke en kunstmatige bergingen. Een staaltje Brabants watermanagement, bestuurd door een innovatief hydraulisch systeem. De Hollandse Deltawerken beschermen Nederland, een klimaatrobuust Beekdal beschermt de economische belangen en leefbaarheid van de gemeente Zundert. Het Beekdal is een uniek landschap wat bewaard moet worden als vitale leefomgeving voor mens en dier, met mogelijkheden om die beleving - nog meer dan nu het geval is - te delen met anderen. Opgetekend door Gerda Geerts (2021) bewoner, belever en gebruiker van het gebied
Het grotere plaatje De pilot Vitaal Buitengebied Zundert heeft als doel om in de geest van de Omgevingswet, in een nieuw samenspel met een prominente rol voor inwoners en ondernemers tot een gebiedsgerichte aanpak te komen van particuliere initiatieven en maatschappelijke opgaven. De Pilot Aa of Weerijs is op dit moment (2021) onderdeel van deze ontwikkeling in het Zundertse buitengebied waar verschillende grote uitdagingen samenkomen. Groeiende agrarische leegstand, demografische veranderingen, klimaatverandering en de omschakeling naar duurzame energie en landbouw vragen om een nieuw toekomstperspectief. Vooral omdat het buitengebied van Zundert tegelijkertijd een economisch belangrijk gebied is voor West-Brabant. De provincie Noord-Brabant, Waterschap Brabantse Delta, gemeente Zundert en de dorpsraden van Achtmaal, Wernhout, Klein Zundert en Rijsbergen hebben de handen ineengeslagen om met deze uitdagingen gezamenlijk aan de slag te gaan. Niet veel later sloten andere partijen zich aan zoals Treeport, ZLTO, Brabants Landschap, PRET en veel inwoners en ondernemers. De pilot Aa of Weerijs is één van de zeven casus-gebieden waarin met het samenwerken "van onderop" invulling gegeven worden aan de eisen en wensen van de toekomst voor een veilige, evenwichtige en werkbare leefomgeving.
Het opwerken met de ervaringen uit de zeven casusgebieden moet bijdragen aan een gezamenlijke richting voor een Vitaal buitengebied Zundert. Specifiek voor de Aa of Weerijs en de rol van water als ordenend principe beperkt deze visie zich dus uiteindelijk niet tot de beek en het beekdal maar strekt de uitdaging zich mede ook uit naar de flanken, Zundert e.o.. We streven naar een herstel van het natuurlijke bodem- en watersysteem waarmee het toekomstig gebruik van het gebied niet conflicteert en bij voorkeur duurzaam bijdraagt aan hoe we er gezamenlijk in willen leven en werken met versterking van de natuurlijke en landschappelijke waarden. Of wel een klimaatbestendig en waterrobuust beek(dal)landschap dat we in deze visie voor de leesbaarheid als klimaatrobuust beeklandschap opschrijven. 2
Visie Pilotgebied Aa of Weerijs Zundert Keuze van het gebied, eerst inzoomen Het beeklandschap is gekozen omdat het waterschap eerder in samenwerking met provincie Noord Brabant en de andere Brabantse waterschappen een reisgids heeft opgesteld "Op weg naar klimaatrobuuste beeklandschappen". In deze reisgids (juli 2018) is het gebied van de Aa of Weerijs opgenomen als één van de voorbeeldgebieden. De Reisgids is tot stand gekomen uit werkateliers samen met de provincie, waterschappen, gemeenten, ondernemers, boeren en burgers rond het thema beeklandschappen en specifiek over de vraag : Hoe ziet het klimaatrobuuste Brabantse beekdallandschap van de toekomst eruit?. Kader: De klimaatrobuuste beeklandschappen van "bron tot monding en rug tot rug" Nu: De huidige inrichting van het bekensysteem is gericht op het afvoeren van water ten gunste van landbouw en verstedelijking. De matig tot slechte bodemgesteldheid van Brabantse landbouw en natuurbodems draagt in hoge mate bij aan de versnelde afvoer van water en een slechte waterkwaliteit. Duurzaam bodembeheer loont nog onvoldoende. De houdbaarheid van de huidige inrichting van het bodem-watersysteem staat met toenemende klimaatverandering steeds meer onder druk.
Bij de huidige inrichting zullen wateroverlast door piekbuien en lange perioden van droogte afwisselend zorgen voor aanzienlijke economische schade in vele sectoren waaronder de mobiliteits- en de gezondheidssectoren. In de toekomst: De toekomstige inrichting van het bekensysteem sluit aan bij de geomorfologie van het beeklandschap. Er is aandacht voor omgevingskwaliteit, leefbaarheid en aanwezige natuur- en cultuurhistorische waarden. Ondiepe, slingerende beken in de dalen, infiltratie van water in gezonde vitale bodems op de flanken, en bovenstroomse waterbergingsgebieden die zoveel mogelijk water vasthouden, zorgen gezamenlijk voor de nodigde buffercapaciteit zowel bij droogte als wateroverlast. Tevens worden er nieuwe teeltsystemen gebruikt die beter bestand zijn tegen weersextremen; gewassen die weinig gevoelig zijn voor ziektes en plagen en die bijdragen aan duurzaam bodembeheer, zowel bij nattere als bij drogere, zoutere omstandigheden. Bovendien vergroten vergaande implementatie van principes van circulaire economie en slimme benutting van grondstoffen en duurzaam gewonnen energie er de volhoudbaarheid van het land- en water gebruik.
In de Pilot Vitaal buitengebied Zundert willen we gaan bekijken hoe we deze reisgids concreet in het gebied kunnen gaan uitwerken in samenwerking met alle belanghebbenden. De focus ligt nu even niet op het totale stroomgebied maar als pilot op een behapbaar deel waar bewoners en ondernemers zich direct verbonden bij voelen. Er is ook bewust gekozen om het gebied waar enkele jaren geleden de Herinrichting Weerijs Zuid heeft gelopen niet op te nemen in het gebied om te voorkomen dat mensen weer het gevoel gaan krijgen dat er van alles veranderd zal worden in het gebied.
3
Visie Pilotgebied Aa of Weerijs Zundert Figuur 1: Globaal pilotgebied Aa of Weerijs
We zoomen dus eerst in op dit pilotgebied om later op te schalen met de ervaring in de verschillende gebieden. Op de kaart is het pilotgebied Aa of Weerijs globaal weergegeven. Doel van de visie In de pilot Aa of Weerijs wordt samen met bewoners en ondernemers bekeken hoe er invulling kan worden gegeven aan het inrichten van een klimaatrobuust beeklandschap. Hoe dat er precies uit gaat zien, zal werkende weg duidelijk moeten worden. Er is immers nu geen blauwdruk te maken. We maken geen gebiedsfoto 2040 maar een uitnodigend perspectief met een ontwikkelrichting naar een vitaal en klimaatrobuust beeklandschap. We hebben te maken met een reeds ingericht gebied en bestaande belangen waar rekening mee gehouden moet worden. Anderzijds moeten we niet weglopen van wat ons te doen staat, er zijn ook eisen en opgaven waar bij het gebruik en vanuit Europese en Nederlandse wetgeving aan voldaan moet worden. Het doel van de visie is het verkrijgen van een gezamenlijk beeld en perspectief voor de toekomst van het gebied. Deze visie is niet alleen hoe de overheden het zien maar met name ook bedoeld voor mensen in het gebied. Waarom: zodat zij weten waar ze aan toe zijn met een duidelijk perspectief, waar eventuele kansen (en bedreigingen) liggen, welke initiatieven een bijdrage leveren zodat het klimaatrobuust beeklandschap op termijn vorm krijgt.
De focus ligt in deze visie misschien meer op klimaatadaptatie maar nodigt uit om gezamenlijk het gebied vorm te geven, ook op ruimtelijke ordening en/of op thema's als agrarische leegstand en demografische veranderingen. Om te komen tot de stip op de horizon is de afgelopen periode input gevraagd van veel verschillende partijen uit het gebied zoals dorpsraad Wernhout, PRET, Treeport en ZLTO Zundert-Rijsbergen. Uiteindelijk heeft dat geleid tot "Zundert Floreert" als stip op de horizon voor 2040 met daarbij een procesvoorstel hoe we dat samen kunnen doen. Uitgangspunt is dat we nooit een grote verandering gaan krijgen als we doorgaan wat we aan het doen zijn, dat we steeds blijven reageren op de problemen die ontstaan en dat we nooit goed zijn voorbereid op de toekomstige situatie. Door een gezamenlijk doel te stellen en een proces af te spreken, kunnen we alle toekomstige initiatieven in het gebied gaan toetsen of het een bijdrage levert aan het klimaatrobuuste beeklandschap. Deze toetsing vindt kwalitatief plaats door aan te geven welke initiatieven gewenst zijn.
4
Visie Pilotgebied Aa of Weerijs Zundert Zundert Floreert (1) Droom: Zundert Floreert Ons beekdallandschap maken we steeds 'gezonder' door de manier waarop we ondernemen, wonen, werken, recreëren en beheren. Water is ons gedeeld kapitaal. Zundert is world leading duurzame boomteelt. Elke plant uit Zundert draagt bij aan meer schoon water, meer biodiversiteit en meer schone energie. Het gebied maakt gezamenlijk spelregels. (2) We blijven doen wat we doen We reageren op de klimaatverandering, de markt en de regelgeving en merken dat we telkens 'te laat' zijn. We proberen risico's te vermijden en te verminderen, leder doet z'n eigen ding: ondernemen, wonen, werken en recreëren. Elke partij hanteert eigen regels. We sturen niet op samenhang.
Niet iedereen verandert tegelijk en in dezelfde mate. De twee beelden: (2) de beek als autonoom gegeven en (1) een natuurlijk stroomgebied met de beek als levensader van een gezonde leef-, woonen werkomgeving bestaan naast elkaar. Elk initiatief dat beweegt van 'zo werken we altijd aľ naar 'nu maken we een robuust beekdaľ is een samenwerking van de gemeenschap, de ondernemers de overheid en experts. Hierin nemen en geven we ruimte èn we leren steeds beter wat goed werkt. Zo maken we samen steeds betere spelregels: welke functies op welke plek thuis horen. Praktijkvoorbeelden inspireren: hoe de inrichting van een stroomgebied, een sloot, een perceel of een activiteit bijdraagt aan de droom en welke voordelen dat oplevert. Bij het jaarlijkse Corso delen we wat we hebben geleerd èn wat we nog in petto hebben.
Vitaal Buitengebied Zundert — Klimaatrobuust beekdal Aa of Weerijs. Concept 120321
Figuur 2 : Zundert Floreert, het perspectief van én de weg naar een klimaatrobuust beeklandschap
Deze visie moet er voor zorgen dat droom "Zundert floreert" verder wordt uitgewerkt en dat een initiatief dat zich gaande weg ontwikkeld, op een onafhankelijke manier getoetst kan worden. We bedenken daarvoor met elkaar de spelregels om ook op de reis er naar toe in te kunnen spelen wat we van elkaar nodig hebben. Breed, diep en rond kijken De provincie Noord Brabant heeft in de Brabantse Omgevingsvisie als centrale gedachte "het streven naar meerwaarde" opgenomen. De meerwaarde ontstaat door doelen te verweven en slimme combinaties mogelijk te maken. Bij het zoeken naar oplossingen voor maatschappelijk opgaven is het belangrijk om vanuit meerdere richtingen naar een ontwikkeling te kijken. Zij hanteert hiervoor het principe breed, diep en rondkijken. We zijn eigenwijs in Zundert door te beginnen met "breed" te kijken met de gemeenschap als vertrekpunt. Natuurlijk kijken we tegelijkertijd "diep" naar de eisen en randvoorwaarden om vervolgens met elkaar de ontwikkelingen vanuit de verschillende opgaven over het gebied te leggen. In deze visie is onderstaand principe toegepast. «ļd
ocr.pOA«bos netoofktiDg
«nÒWpOad EO 5.
‘diep’ kijken: aandacht voor de diverse lagen Kijk niet alleen naar korte ter mijn effecten op de bovenste laag, maar ook naar de effecten op de onderste lagen (bijvoorbeeld bodemvruchtbaarheid, drinkwatervoorraad door het grondwater) en het effect in de tijd. ‘rond’ kijken bekijk de ontwikkeling vanuit verschillende opgaven en stel de vraag hoe de ontwikkeling zo kan worden vorm gegeven dat deze maximaal bijdraagt aan een circulair en sterk Brabant waarin alle Brabanders zich prettig kunnen voelen. Dus bijvoorbeeld welke vorm van landbouw is passend in het landschap waarin ook gerecreëerd wordt. ‘breed’ kijken: betrek partijen met verschillende gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen. Dit is noodzakelijk om ‘diep’ en ‘rond’ te kunnen kijken.
Figuur 3 Breed, diep en rond kijken
5
Visie Pilotgebied Aa of Weerijs Zundert Waar provincie en waterschappen zich, bij het thema water en klimaat, tot voor kort vooral richtten op de beken en beekdalen, verbreedt het aandachtgebied zich met de opgave klimaatadaptatie naar de beeklandschappen. Met het grotere schaalniveau wordt ook het oplossingsgebied vergroot en kan in de toekomst gezocht worden naar de ruimte (en de tijd) die nodig is om het landschap veerkrachtig en robuust te laten zijn voor de gevolgen van klimaatverandering. Robuust en veerkrachtig
Břk#n '•"dschap
Verbonden Beekdallandschap
Samenhangend
Btekdal
Versnipperd Beet
Figuur 4 : Dimensionering van het beeklandschap aangevuld naar inzichten van Brown, Keath & Wong, 2009
Water als ordenend principe Water is belangrijk in het stroomgebied van de Aa of Weerijs. Niet alleen om het water van Vlaanderen af te voeren maar water is ook één van de belangrijkste productiefactoren van de boomkwekerij en de zachtfruitsector in het gebied. Daarnaast heeft water een ecologische functie voor de versterking van natuurwaarden en heeft het een aantrekkingskracht op mensen die gaan ontspannen of sporten in het buitengebied. De focus op waterbeheer vereist vanwege de klimaatveranderingen en het landgebruik een nadrukkelijke koerswijziging. Lange droge periodes worden afgewisseld met piekbuien. Hoe houden we het water vast terwijl we de tijdelijke wateroverlast beheersbaar maken. De kerngedachte hierbij is dat als het bodem- en watersysteem in het stroomgebied (dalen-flanken of laag-hoog) op orde is, de wateroverlast bij piekbuien minder is en tegelijkertijd direct bijdragen aan de buffer voor de droge periodes. De laatste decennia is er nagenoeg altijd gestuurd op vasthouden-bergen-afvoeren. Terwijl we nu meer moeten sturen op besparen-vasthouden-bergen-aanpassen-afvoeren. In het huidige beleid is al duidelijk rekening gehouden met de Aa of Weerijs. Er is namelijk een zone langs de beek aangewezen als groen-blauwe mantel welke grotendeels ook een aanduiding ('reservering waterberging') heeft om het water bufferend vermogen niet verder af te laten nemen.
Activiteiten (zoals kassenbouw of blijvende teeltondersteunende voorzieningen) die een negatieve invloed kunnen hebben op de waterhuishouding, zijn daarmee veelal onmogelijk. Water is dus nu al een ordenend principe in Zundert. Het waterschap wil het gebied langs de beek zeker niet verder intensiveren en zelfs waar mogelijk extensiveren. Dit om ruimte voor de beek te houden om extra water te kunnen bergen bij zware neerslag en om extra water te bufferen voor drogere perioden. Dit heeft ook een hoger peil en daarmee ook hogere grondwaterstanden tot gevolg. Het eindbeeld is "teelt volgt peil" hetgeen ook vraagt om klimaatbestendige landbouw en/of gewassen.
6
Visie Pilotgebied Aa of Weerijs Zundert
y w-ì
.yShm
Figuur 5: Aa of Weerijs met gecombineerde functies groen-blauw
De opschaling naar de flanken ligt voor de hand. Niet alleen vanuit het bodem- en watersysteem om water op hogere delen te conserveren maar ook voor een toekomstige herpositionering van de bedrijfsactiviteiten. Het beleid van het waterschap is er op gericht om bestaande intensieve functies/verstening langs de beek niet actief uit te gaan kopen. Er wordt wel bekeken waar er mogelijk kansen benut kunnen worden in het gebied om functies op een betere plek te krijgen. Bijvoorbeeld graslanden langs de beken en intensieve teelten op hoger gelegen percelen. Vanuit deze visie zou het punt op de horizon uitnodigend moeten werken en daarmee gezamenlijk bijdragen aan het gezonde perspectief. Er wordt gewerkt aan een perspectievenkaart als (ruimtelijke) indicatie voor ontwikkelings mogelijkheden/initiatieven en 'status'/robuustheid van het gebied. Daar voegen we afhankelijk van het handelingsperspectief en de ligging op de flank, intermediair of in het dal operationele doelen aan toe, die passen bij een klimaatrobuust beeklandschap om zo ook naar de toekomst toe duidelijk richting te geven. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om deze kaart te gebruiken om activiteiten wel of niet toe te staan maar meer om aan te geven of een activiteiten gericht moeten zijn op infiltreren (vasthouden), zoveel mogelijk bufferen of zoveel mogelijk gericht op het afvoeren van water.
Later kun je hier meer op gedetailleerd niveau naar gaan kijken of welke activiteiten waar worden toegestaan.
7
Visie Pilotgebied Aa of Weerijs Zundert PERSPECTIEVEN KAART Schaal 1:35.000 Deze kaart laat zien hoe gevoelig een plek is voor de effecten van droogte of wateroverlast, en in hoeverre het mogelijk is om daar effectieve maatregelen te nemen om daarmee om te kunnen gaan.
O Dorpskernen O
Stuwen Aa of Weerijs 1940
-------Waterlopen 2021 HB Gevoelig voor overstroming
Nut maatregelen droogte
mi roer gevoelg «oor droogt». rwi/BnvOhoW maarregelen gering
■ |iee«| gevoeřg *cct drccgie. maatregelen nultig/tkwcl
I Kilometers
Kadaster Es'n HERE. Garmin, INCREMENT P. METI/NASA. USGS. Esri. EsriNL Rijkswaterstaat Intermap, NASA. NGA. USGS
Figuur 6: perspectievenkaart Zundert
In deze visie wordt nu ingegaan op een viertal handelingsperspectieven, namelijk de agrarische sector, landschap en natuur, recreatie en de stedelijke omgeving. Dit is waar nu de nadruk ligt, waar concreet aan gewerkt wordt en de energie zit. Het is niet uitputtend omdat ook andere waarden zoals cultuurhistorie, allerlei vormen van (be)leefbaarheid en ook stedelijke functies of bedrijvigheid (industrie) een plek in het gebied hebben. Waterbergingen Langs de Aa of Weerijs is in het verleden een zestal waterbergingen aangelegd om het water zoveel mogelijk vast te kunnen houden op momenten met veel neerslag. Deze waterbergingen hebben primair geen functie voor de wateroverlastsituatie in Zundert maar zijn bedoeld om het beneden liggende stedelijk gebied van Breda droog te houden. Voor het draagvlak in de streek én om de doelstelling van klimaatadaptatie concreet in te vullen wordt in de pilot vitaal buitengebied onderzocht of de twee grootste waterbergingen ook ingezet kunnen worden voor lokale wateroverlast op het moment dat er veel neerslag is. Tegelijkertijd wordt het vasthouden en conserveren van water naar de ondergrond onderzocht. Omdat ze inmiddels al jaren deze functie hebben, is in sommige bergingen spontaan begroeiing ontstaan waarbij inmiddels ook een duidelijke ecologische waarde is ontstaan.
Het lopend onderzoek moet duidelijk maken welke aanpassingen er nodig zijn aan de bergingen en/of er mogelijke meekoppelkansen liggen voor recreatie of natuurontwikkeling
8
EÇĽTM CtfetruvrtOH
Visie Pilotgebied Aa of Weerijs Zundert Agrarische sector De agrarische sector is een hele belangrijke sector in het gebied. Ze zijn de grootste grondgebruiker in het gebied én zijn erg afhankelijk van water aan- en afvoer. De boomkwekerij is de grootste sector. Daarnaast is in het gebied zachtfruit aanwezig en ook nog wat veehouderij. De agrarische sector staat voor een grote verandering. Door de schaalvergroting en gebrek aan bedrijfsopvolging zullen veel agrarische bedrijfslocaties hun functie verliezen. De voormalige agrarische bedrijfslocaties dienen een passende herbestemming te krijgen waarbij de overtollige bebouwing wordt gesloopt. Vaak vindt er een transformatie naar een woonbestemming plaats maar ook tal van andere functies passend binnen de plattelandseconomie en de omgevingskarakteristiek zijn denkbaar. Landelijke en provinciale wetgeving zorgt er voor dat veehouderij verder zal afnemen. Dit heeft grote gevolgen voor het grondgebruik. Er zijn namelijk minder graslanden nodig terwijl de intensievere teelt zoals boomteelt en zachtfruit behoefte hebben aan extra gronden om in de schaalvergroting mee te kunnen. Er is op dit moment een enorme behoefte aan boomkwekerijproducten en de verwachting is dat de markt ook de komende jaren, zowel in kwantiteit als in kwaliteit zal toenemen. Hier spelen veel ondernemers op in.
Deze wijziging van het grondgebruik heeft op zichzelf grote gevolgen voor landschap, de waterkwaliteit en waterverbruik. Tenminste als we ons de vraag niet stellen "Hoe gaan we het anders doen" in plaats van "blijven we doen wat we altijd deden". De sector is hier ook zelf aan zet. Kwaliteit en/of kwantiteit binnen de systeemvoorwaarden van het gebied. Blijven we doen zoals we het deden dan zal de waterkwaliteit extra onder druk komen te staan omdat er in de intensievere teelten zoals de boomkwekerij en de zachtfruitsector meer gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen dan op grasland. Daarnaast is ook bekend dat de uitspoeling op bouwland in de winterperiode hoger is dan van grasland. Het waterverbruik is bij de intensievere teelten hoger dan bij graslanden. Het tekort zal de komende jaren alleen maar toenemen wanneer de ingezette trend van intensivering en zonder nadrukkelijke innovatie in waterreductie doorgaat. De afgelopen jaren waren met name de zomers erg droog. Dit heeft de afgelopen jaren er al toe geleid dat er onttrekkingsverboden voor beregening zijn afgekondigd voor oppervlaktewater. Beregening vanuit grondwater is nog wel mogelijk maar het is wel van belang, dan wel een voorwaarde, dat in de winterperiode het grondwater aangevuld is. Eén van de 5 principes van de visie Klimaatadaptatie van de provincie Noord-Brabant.
9
Visie Pilotgebied Aa of Weerijs Zundert Wat is een klimaatbestendig en robuust watersysteem? Uitgangspunt: we benaderen het
watersysteem ook echt als een systeem, wat moet voldoen aan de volgende principes: Principe 1
Principe 2
Er wordt aan het oppervlaktewater, ondiepe en diepe grondwater níet meer onttrokken dan er ook Ís aangevuld. Omdat er op dit moment dalende trends zijn, betekent dat dat er meer moet worden aangevuld dan onttrokken, tot de gewenste klimaatbestendige grondwaterstand is bereikt.
Het (regen)water in hoger gelegen gebieden wordt niet afgevoerd, maar wordt vastgehouden in de bodem en infiltreert naar het grondwater. Elke druppel telt!
Principe 3
Principe 4
Lager gelegen terreinen en gebieden zijn structureel natter en hebben hogere peilen of grondwaterstanden dan hoger gelegen gedeelten. Ontwatering zorgt immers voor de afvoer van water van hoger gelegen gebieden en is daarom níet wenselijk.
Als er extreme weersituaties zijn (piekbuien, droogte) ontstaat minder, mínder snel of minder ernstige overlast of schade, omdat het systeem "ruimte" biedt om de pieken op te vangen. Dit kan gaan om ruimte in oppervlakte, ruimte in de bodem en ruimte in de tíjd.
Principe 5 Waterkwaliteit is overal op orde, om geschikt te zijn voor de functies die water nodig hebben,
Figuur 7: uit de visie klimaatadaptatie provincie Noord-Brabant
Dit besef is de laatste jaren vooral binnen de boomkwekerij- en zachtfruitsector sterk binnen gekomen. Er zal nadrukkelijk moeten worden bespaard als eerste stap in de eerder genoemde schakeling van aspecten. Er zijn veel initiatieven ontwikkeld om water vast te houden (drempels of stuwen in de sloten) of te besparen(druppelirrigatie en aanleg van peilgestuurde drainage). Hierdoor wordt het water minder snel afgevoerd uit het gebied en hoeft er minder snel beregend te worden. Het waterschap houdt het water in het beheersgebied ook langer vast door de stuwen in de winterperiode zo lang mogelijk op zomerniveau te houden om zoveel mogelijk water te sparen. Voor 95 % van de grondgebruikers levert dat geen problemen op, voor een kleine groep kan het wel wat natter worden. Dit zijn vaak de plekken direct langs de beek of in het beekdal. Hogere peilen in lage gebieden zorgen ook voor minder snelle ontwatering vanuit hogere gebieden. Maar ook op de hogere plaatsen dient er gekeken te worden om het water langer vast te houden door bijvoorbeeld sloten te dempen (afvoer vertragen) en het water vast te houden in de bodem (sponswerking) en natuur op hogere delen te vernatten.
Wellicht liggen er kansen om het overtollige water wat in de winterperiode op kassen of containervelden valt op te vangen en te infiltreren in de bodem om het grondwater aan te vullen door middel van diepte-infiltratie. Wat hier de mogelijkheden van zijn moet nog verder worden onderzocht. Nu wordt dit water (als de bassins vol zijn) afgevoerd via de watergangen naar de Aa of Weerijs. Samenvattend gaat het om het voorkomen van snelle afvoer en het laten infiltreren in de bodem om het grondwater aan te vullen. Naast het langer vasthouden van het water wordt er door de koplopers in de sector veel energie gestoken in het verminderen van het gebruik van beregeningswater. Er wordt sterk gekeken om andere manieren van watergeven te ontwikkelen waardoor er minder water nodig is. Een voorbeeld hiervan is het beregenen via druppelbevloeiing in plaats van via een haspel. De eerste resultaten laten zien dat er tot wel 50 % op water bespaard kan worden. Naast de verandering van het gebruik van de hoeveelheid water staat de boomteeltsector de komende jaren nog voor grote veranderingen. De verwachting is namelijk dat met name de eerste fase van de teelt steeds vaker los van de ondergrond zal worden opgekweekt. Op dit moment wordt de zaadjes vaak in de grond gezaaid en als de plantjes groot genoeg zijn dan worden ze verplant om verder uit elkaar te staan.
De verwachting is dat het zaaien en het opkweken steeds vaker uit de grond zal gaan plaatsvinden. Dit heeft gevolgen voor de teeltomstandigheden. Er zal steeds meer 10
Visie Pilotgebied Aa of Weerijs Zundert behoefte zijn aan teeltondersteunende voorzieningen, ook om jaarrond planten af te kunnen leveren.
*V\' ''ĩ’ \ 4.' ’ '
tVA,
İÜM r.
’ V'»-*
rw |.; - ‘T -1.
r.
âfiîSS
d .'
. -'W-.
ŵŕ* :
/Yolande
____
fig. 8 verschillende vormen van teeltondersteunende voorzieningen.
Teeltondersteunende voorzieningen kunnen in sommige gevallen helpen het gebruik van water en gewasbeschermingsmiddelen verder te beperken maar kunnen er ook voor zorgen dat er geen hemelwater meer in de grond kan treden. Er zijn zoveel verschillende soorten van teeltondersteunende voorzieningen, het gaat te ver voor deze visie om hiervoor een eenduidig beeld te vormen. Onderdeel van de nadere uitwerking van de visie is dat we met de sector een inventarisatie doen en juist in verband met de genoemde kwalitatieve toets vooraf bedenken "wat we waar willen hebben en juist ook wat waar niet". Belangrijk hierbij is dat in de brede afweging van (bedrijfs) belangen en ruimtelijke ordening het vasthouden-bergen-afvoeren van water een plaats krijgt. Landschap en natuur Het landschap in het gebied is erg kenmerkend. De boomteelt in het gebied zorgt er voor dat het landschap uniek is. In het beekdal is het landschap erg open met relatief weinig bebouwing. Het beekdal vormt daarmee een open lijn te midden van het intensive productielandschap. Het is belangrijk dat het kenmerkend beeld behouden blijft en dat er geen extra bebouwing zal plaatsvinden in het beekdal. Het is daarom van belang bij bebouwingswensen te kijken of de locatie daarvoor geschikt is en of het initiatief een passende toegevoegde waarde aan het gebied geeft.
In gevallen kan dat ook de afbraak van leegstaande objecten elders in het beekdal zijn om de totale hoeveelheid bebouwing niet te laten toenemen.
11
Visie Pilotgebied Aa of Weerijs Zundert
t-vi
Deelgebieden Intensieve productielandschappen Extensieve productielandschappen Beekdalen Natuurgebieden S landgoederen
Figuur 9 Uitsnede structuurvisie
De natuur heeft de afgelopen jaren erg veel te lijden gehad onder de droogte. De gebieden rondom de natuurgebieden worden intensief beteeld en ook is het waterbeheer afgestemd op de landbouw. Zowel landbouw als natuur is er bij gebaat als het water in periodes van overschot wordt vastgehouden. De natuurgebieden kunnen hier bij uitstek voor worden gebruikt. De natuuropgave in dit pilotgebied van de Aa of Weerijs is op te spitsen in het Natuur Netwerk Brabant (NNB) deel en de Ecologische Verbindingszone (EVZ). De uitdaging zit er de komende jaren in om het NNB volledig af te maken en waterhuishoudkundig zodanig in te richten dat er water kan worden vastgehouden in perioden van overvloed. De NNB opgave is in het pilotgebied vooral aanwezig rondom de Krochten en is voor het grootste deel eigendom van Staatsbosbeheer. Deze strook loopt door tot aan de Belgische grens. Hiervan is een groot deel bos. De Krochten is een uitnodigingsgebied. Dat wil zeggen dat wanneer nog niet tot natuur afgewaardeerde en/of ingerichte natuurgronden te koop komen er nog gezocht moet worden naar een eindbeheerder/eigenaar. Staatsbosbeheer heeft geen verdere uitbreidingsambities in dit gebied. De Werkeenheid is aanspreekpunt voor deze Uitnodigingsgebieden en zal een rol willen spelen bij gronden die te koop worden aangeboden.
12
Visie Pilotgebied Aa of Weerijs Zundert N2G
i
1 Zundert
AtNmMisevwg
Z und Dnetioek
Wikíert Zund ert
Wernhout We rn h 0111
Weimeren
N263 De Lent
MailDergen
Figuur 10 EVZ opgave, groen gerealiseerd, rood nog niet volledig Figuur 11 NNB opgave, Groen is ingericht, blauw moet nog worden ingericht.
De Ecologische verbindingszone ligt langs de Aa of Weerijs en is een opgave van de gemeente Zundert en het waterschap. Voor een groot deel is deze ingericht middels stapstenen langs de beek. Tussen Wernhout en Zundert is nog een deel waar nog een opgave ligt, net als op het deel bij de Meirseweg. Ook hier moeten kansen pro-actief worden benut om deze opgave verder te vervolmaken of te versterken. Deze versterking zou mogelijk gemaakt kunnen worden door de bestaande stapstenen robuuster aan elkaar te verbinden. Met name grondposities en de financiële bijdrage van de gemeente Zundert kunnen beperkende factoren zijn. Wellicht zijn er kansen om op basis van de pilot de ambitie te vergroten. Kader Richtlijn Water (KRW) Voor de Aa of Weerijs zet het waterschap in op voortzetting van de huidige maatregelen, die met name gericht zijn op het terugdringen van nutriëntenbelasting en gewasbeschermingsmiddelen, in samenwerking met de agrarische sector en Vlaanderen. Inrichtingsmaatregelen zullen in dit waterlichaam voor waterkwaliteit/ecologie pas renderen wanneer de basiscondities(stroming en nutriënten) op orde zijn. Daarom wordt eerst ingezet op het op orde brengen van de basiscondities, en daarna pas op inrichtingsmaatregelen.
Tenzij er zich voor inrichtingsmaatregelen eerder combinatiekansen voordoen met aanpak droogte en/of wateroverlast (en het dan doelmatiger is om ze meteen mee te nemen). Inzet KRW 2022-2027 - Verminderen nutriënten, zowel in Nederland als in Vlaanderen; - Administratief: agenderen van verschil in N-norm NL en Vlaanderen (dossiervorming) - Administratief: agenderen van maatregelen in Vlaanderen voor voorkomen van afwentelen (dossiervorming) - Verminderen gewasbeschermingsmiddelen, zowel in NL als Vlaanderen - 1,85 km EVZ aanleg - Extensief maaibeheer 24,5 km 13
Visie Pilotgebied Aa of Weerijs Zundert
Recreatie, beleving en cultuurhistorie In de grote bewonersbijeenkomsten van de Pilot Vitaal Buitengebied aan het begin van de pilot is door heel veel bewoners aangegeven dat ze het beekdal ook graag meer beleefbaar zouden willen zien in de vorm van fiets- en/of wandelpaden kronkelend langs de beek en door de bebouwde kommen. Vanuit het perspectief van Cultuurhistorie liggen er een ambitiedocument "Van Nassau tot Van Gogh" voor het compleet maken van de route vanuit Breda tot aan de Belgische grens. Vanuit Breda is inmiddels een fietspad aangelegd tot aan de Bakkebrug. Het laatste stuk vanuit Rijsbergen is enkele jaren geleden aangelegd. Hier wordt erg veel gebruik van gemaakt. De gemeente heeft in haar structuurvisie de wens opgenomen om de fietspad door te trekken naar Zundert en Wernhout. Corona heeft laten zien dat de behoefte om kort bij huis te recreëren erg is toegenomen. Mensen zoeken allerlei paden op om te wandelen Niet alle grondeigenaren zijn enthousiast om langs hun percelen een recreatieve route te hebben. Een vaak gehoord argument is de vervuiling die recreanten met zich meebrengen of het zich niet houden aan de paden. Ook loslopende honden kunnen buiten lopend vee ernstig verstoren. Het op één lijn brengen van wensen en belangen schreeuwt spreekwoordelijk om een gezamenlijk levendig droombeeld zoals we dat zien met "Zundert Floreert".
Het droombeeld voor het thema recreatie zou zijn als er een aantal paden zouden worden toegevoegd aan de bestaande paden waar wandelaars en fietsers zich welkom voelen in het gebied en waar zij worden verleidt door de aangrenzende eigenaren om te genieten van alles wat er in en om Zundert groeit op en in de Zundertse bodem. De Zundertse ondernemer ziet het pad als promotie pad waar zij doorlopend reclame kunnen maken voor hun producten en het brengt levendigheid in de bebouwde kom. De recreanten zien zich als gast en gedragen zich daar ook naar. Om bovenstaande droom te verwezenlijken is nog veel nodig. Wellicht kunnen er kleine stapjes gezet worden en kan er bij één van de kernen begonnen worden met een recreatieve route.
Figuur 12: Wandelroute langs de Aa of Weerijs
Vanuit PRET (platform recreatie en toerisme) is al vaker aangegeven dat ze in Zundert graag een waterspeeltuin zouden ontwikkelen. Een dergelijke speeltuin is vooral bedoeld om kinderen op een 14
Visie Pilotgebied Aa of Weerijs Zundert spelende manier van alles rondom water te leren. Een concrete plaats is nog niet in beeld maar bij één van de kernen is het meest voor de hand liggend. Het is zeker niet de bedoeling om extra horeca te gaan ontwikkelen maar aan te sluiten bij bestaande horeca. Ook een laarzenpad waar de natte natuur kan worden beleeft, zou een mooie aanvulling zijn op het geheel. Cultuurhistorie kan in het gebied makkelijk aangehaakt worden. Er liggen kansen rondom het idee van de Napoleonsroute die dwars door Zundert en Wernhout loopt. Een voorbeeld is om op bepaalde stukken de wegen te voorzien van bomen waardoor de wegen in de schaduw komen te liggen. Dit is erg kenmerkend voor de Napoleonsroute. Toen om de soldaten niet in de zon te laten lopen nu om het landschap te accentueren. Ook langs het water van de Aa of Weerijs liggen kansen rondom dit onderwerp. In Wernhout is zelfs een vermoeden dat er een oude schans met grachten eromheen heeft gestaan. Buiten de Napoleonroute staat Zundert vooral bekend als geboortedorp van Vincent van Gogh en het jaarlijkse bloemencorso. Culturele parels die ook in het beekdal nadrukkelijker naar voren mogen komen. Hiervoor werd al het ambitiedocument "Van Nassau tot Van Gogh" genoemd als kans en waar het zich voordoet zullen wij andere kansen moeten benutten.
Ook die voor het bloemencorso van Zundert dat wereldwijd bekendheid heeft. Binnen het beeklandschap liggen enkele corsobuurtschappen die jaarlijks een corsowagen bouwen op de voor Zundert zo herkenbare corsobouwplaatsen. Het corso geeft de buurtschappen letterlijk en figuurlijk kleur. We moeten ze koesteren, ruimte geven maar misschien ook wel prominenter in beeld brengen en gebruikmaken van de gemeenschapszin die een buurtschap genereerd. Deze aspecten kunnen zeker extra aandacht krijgen in dit gebied.
Stedelijk water Zundert. Ook het stedelijk water is van invloed op een klimaatrobuust beeklandschap. Op dit moment wordt het overgrote deel van het hemelwater wat valt in het stedelijk gebied opgevangen in het vuilwaterriool en afgevoerd naar de rioolzuivering. Dit geeft een verstoring van de rioolwaterzuivering (verdunning) en een onnodige belasting op de capaciteit van de riolering. Met als gevolg dat bij zware buien er overstortingen vanuit de riolering op het oppervlaktewater plaatsvinden omdat de capaciteit onvoldoende is. Het zou beter zijn om het hemelwater voordat het zich mengt met vuil water los te koppelen van de riolering en ter plaatse de grond in te laten trekken. Op deze manier draagt het tegelijkertijd bij om het grondwater aan te vullen. Deze ondergrondse (grond)waterstromen zijn met de verstedelijking drooggevallen maar door infiltratie is het zeker weer mogelijk om de grondwaterstromen weer onderdeel te maken van het klimaatrobuuste beeklandschap. De bodemstructuur van de gemeente Zundert e.o. biedt daarvoor voldoende kansen om eenvoudig te infiltreren en de bodem zijn functie als "spons", ook weer te herstellen. Technisch is dit geen grote uitdaging en door te monitoren kunnen we dit proces in goede banen leiden. Onderdeel van deze aanpak is dat de gemeente waar mogelijk de riolering opknipt in gescheiden stelsels van vuilwater- en hemelwaterafvoer.
De laatste blijft eveneens in het gebied en waarbij deze waterstroom de rioolwaterzuivering niet meer verstoord. De vuilwaterafvoer zal niet meer overstorten waardoor watergangen niet meer worden vervuild met rioolwater.
15
Visie Pilotgebied Aa of Weerijs Zundert Draagkracht binnen de komgrenzen. Binnen de komgrenzen zijn onze inwoners zich veel minder bewust wat een klimaat robuust beekdal voor hen betekent. Waterschap Brabantse Delta en de gemeente Zundert gaan samen optrekken om deze boodschap te verspreiden. De komende periode (vanaf voorjaar 2021) zal er een campagne opgestart worden om het afkoppelen van hemelwater in de bebouwde kom te stimuleren. Daarnaast zal er voor worden gezorgd dat het afgekoppelde regenwater ook daadwerkelijk zal worden geïnfiltreerd in de bodem in bijvoorbeeld Wadi's om daarmee het grondwaterniveau weer aan te vullen
Bedrijvigheid - Industrie Bedrijven en dan meer de industrie voor dit gebied, omdat de agrarische sector al genoemd is, speelt eveneens een rol in het klimaatrobuust zijn van het beeklandschap. Dat kan beginnen met de afvoer van hemelwater vanaf verhard oppervlak maar kan ook gaan over proces- of productiewater. De afvoer van hemelwater op bedrijfsterreinen en fabriekscomplexen is al enige tijd aan verandering onderhevig. Middels verbeterd gescheiden rioolstelsels worden de waterstromen van elkaar gescheiden en geloosd op riolering of op oppervlaktewater. Vanuit de optiek van water is het water dat al in de sloot zit ook "verloren water". We zijn dan al te laat, het water is al op weg naar de beek, rivier of de zee. Dus ook voor bedrijfsterreinen is er veel winst te behalen om bij te dragen aan het vasthouden van het water in het bodem- en watersysteem om het zo beschikbaar te laten zijn voor droge periodes. Kwalitatief gezien wordt afstromend hemelwater van daken, wegen en parkeerterreinen geschikt geacht voor infiltratie in de bodem. Dat geldt niet zondermeer voor productie- en proceswater. Daar zijn specifieke regels voor in het leven geroepen om de bodem en het grondwaterpakket te beschermen. Het productie- en proceswater van bedrijven of industrie is eveneens sterk gebonden aan regels. Niet alleen kwantitatief maar met name ook kwalitatief.
Echter de eerste genoemde is nu dus van groter belang. Drinkwater is verhoudingsgewijs goedkoop en grondwater uit waterbronnen kost feitelijk niets. Echter zowel qua beschikbare hoeveelheden als de kwaliteit ervan is niet onuitputtelijk. We moeten zuinig met die bronnen en ons diepe grondwater omgaan. Nadat alle mogelijkheden van reduceren in het bedrijfsproces zijn uitgeput, zien we een parallel met stedelijk water, namelijk om het in de wijk of het gebied te houden. Dit nadat is onderzocht of doormiddel van diepinfiltratie het (gezuiverd) weer teruggebracht wordt in het betreffende grondwaterpakket. De rol van bedrijven is om in overleg met de beheerders van water te kijken naar kansen om het water nuttig te gebruiken en bij te dragen aan vernatting (natuur) of voorkomen van verdroging (bergen, buffers) van het gebied. Er zijn ook voorbeelden waar de keten van bedrijven (fruit/ groenten) onderling afspraken maakt en middels een leidingnetwerk het bedrijfswater ingezet wordt in de teelt. Een dergelijke maatregel voorkomt het gebruik van (diep) grond- en oppervlaktewater. Een voorbeeld van bedrijvigheid op industrieel niveau is ARDO bv in Zundert dat als groenten en fruitverwerker veel (diep) grondwater verbruikt (ongeveer 450.000 m3 op jaarbasis).
ARDO heeft haar ambities vertaald in ons MIMOSA-programma, dat staat voor Minimum Impact & Maximum Output Sustainable Agriculture ^ duurzame landbouw met minimale impact en maximale opbrengst). Onderdeel van duurzaamheid is een circulaire bedrijfsvoering waar water ook onder valt. Met ARDO wordt in het kader van het klimaatrobuuste beeklandschap nagedacht over het inzetten van deelstromen van het "bedrijfswater" in het gebied, zowel in berging als terug in de keten (grondwater of begieting). 16