Rv Wijzigingsverordening OZB en RZB 2025 R25.000003
Tekst van het document
*R25.000003*
Raadsvoorstel
onderwerp
registratienummer
Definitieve verordening OZB en RZB 2025
R25.000003
raadsvergadering
portefeuillehouder
behandelend ambtenaar
22/01/2025
J.W. Schuurman
J.F. van der Stelt
datum
Bijlagen
openbaar of geheim
7-1-2025
4
Openbaar
Aan de raad van de gemeente Zuidplas Toelichting op de beslispunten Dit voorstel behelst een voorstel aan de raad tot het vaststellen van de wijze waarop de tarieven van onroerende-zaakbelastingen geldend voor 2025 moet plaatsvinden, het vaststellen van deze tarieven en het vaststellen van de wijzigingsverordeningen waarin deze tarieven en wijzigingen op grond van de aanpassingen door de VNG van de modelverordeningen zijn opgenomen. De raad is hiertoe bevoegd. Dit betreft het definitief vaststellen van het tarief (on)roerende zaakbelasting voor de aanslagoplegging in 2025. Dit tarief is op 10 december 2024 in eerste instantie te hoog vastgesteld (conform toezegging aan de raad) en wordt met dit voorstel naar beneden bijgesteld. Daarbij is rekening gehouden met de nu bekende woz-waarden en de begrote ozb opbrengst 2025. Beslispunten 1. de door de VNG voorgestelde wijzigingen en aanbevelingen in de modelverordeningen onroerende en roerende-zaakbelastingen over te nemen in de verordeningen onroerende- en roerendezaakbelastingen. 2. het tarief van de eigenarenbelasting voor onroerende- en roerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen, vast te stellen op 0,1010 %; 3. het tarief van de eigenarenbelasting voor onroerende- en roerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen, vast te stellen op 0,2050 %; 4.
het tarief van de gebruikersbelasting voor onroerende- en roerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen, vast te stellen op 0,1384 %; 5. de 11e wijziging van de verordening onroerende-zaakbelastingen 2016 en de 11e wijziging van de verordening roerende-zaakbelastingen 2016 vast te stellen. Inhoud voorstel Aanleiding In de raadsvergadering van 10 december 2024 zijn de voorlopige ozb tarieven voor 2025 vastgesteld. Het toen vastgestelde tarief is fictief en hoog omdat de totale WOZ-waarde van alle objecten in de gemeente nog niet bekend is. Dat is gedaan om de begrote opbrengst van de OZB 2025 zeker te stellen. Een tarief mag altijd met terugwerkende kracht lager worden vastgesteld omdat dit gunstig is voor de belastingplichtige. In dit raadsvoorstel worden de definitieve ozb tarieven 2025 vastgesteld, gebaseerd op de nu bekende totale WOZ-waarde ten opzichte van de begrote ozb opbrengst 2025.
Pagina 1 van 4
onderwerp
registratienummer
Verordening OZB en RZb 2025
R25.000003
Daarnaast moeten de verordeningen worden aangepast aan de wijzigingen in de modelverordeningen van de VNG. Argumenten 2.1, 3.1, 4.1 en 5.1 De activiteiten als gevolg van de controle Waarderingskamer Naar aanleiding van de controle van de Waarderingskamer, waarbij de gemeente is opgeroepen om de waardering van de niet-woningen marktconform te waarderen, heeft er een algehele (her)inventarisatie plaatsgevonden. Met deze (her)inventarisatie zijn veel niet-woningen opnieuw ingemeten aan de hand van bouwtekeningen, gegevens opgevraagd middels inlichtingenformulieren en is in voorkomende gevallen een opname ter plaatse gedaan. Tegelijkertijd met de (her)inventarisatie is ook de marktanalyse voor 2025 uitgevoerd waarbij niet alleen verkoopcijfers geanalyseerd worden maar ook verhuurcijfers van eigenaren en gebruikers van nietwoningen. Dit draagt zorg voor een marktconforme waardering. In combinatie met de (her)inventarisatie van de objectkenmerken heeft dit gezorgd dit voor een aanzienlijke toename van het waardeareaal van de niet woningen. Dit nieuwere (hogere) waardeareaal heeft tot gevolg dat met de eerste stap naar het aanpassen van de ozb tarieven niet-woningen naar het regionaal en landelijk gemiddelde deze niet stijgen maar dalen. Daarbij is rekening gehouden met de begrote meeropbrengst ozb niet-woningen van 904.000 in 2025.
De effecten voor de belastingplichtigen zijn uiteraard wel zo dat deze een stijging van hun aanslagbedrag zullen zien. Hierdoor wordt het volgende bereikt: 1. met de berekeningswijze wordt tegemoet gekomen aan de in het raadsvoorstel (R24.000099) opgenomen werkwijze met ingang van belastingjaar 2025. 2. de tarieven van de roerende-zaakbelastingen voldoen aan het gestelde in artikel 221, derde lid van de Gemeente, welk artikel stelt dat de tarieven van de roerende-zaakbelastingen gelijk moeten zijn aan de tarieven van de onroerende-zaakbelastingen. 3. De in de begroting 2025 geraamde inkomsten aan onroerende- en roerende-zaakbelastingen kunnen in 2025 door middel van belastingaanslagen rechtsgeldig van de inwoners en ondernemers worden geïnd. Tariefberekeninq onroerende-zaakbelastingen 2025 Geraamde opbrengsten 2025 Onroerende-zaakbelastingen Onroerende-zaakbelastingen niet-woningen eigenaar Onroerende-zaakbelastingen niet-woningen gebruiker Totaal afgerond Benodigde tarieven om geraamde opbrengsten te realiseren Onroerende-zaakbelastingen woningen Onroerende-zaakbelastingen niet-woningen eigenaar Onroerende-zaakbelastingen niet-woningen gebruiker
€ 9.241.000 € 2.811.000 € 1.898.000 € 13.950.000 2024 0,1021 % 0,2378 % 0,1754 %
2025 0,1010 % 0,2050 % 0,1384 %
Beoogd effect Het in 2025 rechtsgeldig heffen van de inwoners en ondernemers van algemene financiële bijdragen in de vorm van onroerende- en roerende-zaakbelastingen en daardoor de in begroting 2025 geraamde opbrengsten van deze belastingen te realiseren op een wijze die overeenkomt met de uitgangspunten zoals benoemd in het raadsvoorstel (R24.000099) waarbij met ingang van 2025 ervoor gekozen is om de woningen en niet-woningen als aparte categorieën te behandelen. Daarnaast vindt er bij meer- of minderopbrengsten geen verrekening meer plaats in een daaropvolgend jaar. Daarmee wordt de rekenmethode zuiverder, maar er kunnen wel meer fluctuaties ontstaan.
Pagina 2 van 4
onderwerp
registratienummer
Verordening OZB en RZb 2025
R25.000003
Wettelijk kader Volgens artikel 216 van de Gemeentewet is de raad bevoegd tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening. Beleidskader De door de raad via de P&C cyclus vastgestelde financiële- en politieke kaders. Financiën Het voorstel heeft geen gevolgen voor ICT en heeft ook geen personele gevolgen. De berekening van de tarieven van de onroerende-zaakbelastingen heeft plaatsgevonden volgens de door de raad in de vergadering van 8 oktober 2024 vastgestelde berekeningswijze (R24.000099). Communicatie/ participatie De vaststelling van de belastingverordeningen wordt openbaar bekend gemaakt in het elektronisch gemeenteblad (www.officiële bekendmakingen.nl en www.overheid.nl), de gemeentelijke website (www.zuidplas.nl) en op de gemeentelijke voorlichtingspagina van het gratis-huis-aan-huisblad “Hart van Holland”. Aanpak Op basis van de vastgestelde en openbaar bekendgemaakte belastingverordeningen worden de aanslagenbiljetten gemeentelijke belastingen in 2025 eind februari 2025 verstuurd. Aan iedere belastingplichtige die zich daarvoor heeft aangemeld wordt hun aanslagbiljet in hun Berichtenbox van Mijn Overheid geplaatst. Zij krijgen daarvan bericht per Email van Mijn Overheid.
Belastingplichtigen die zich niet hebben aangemeld bij Mijn Overheid ontvangen het aanslagbiljet gemeentelijke belastingen 2024 per reguliere post in hun brievenbus. Inclusie De overheid int belastingen en investeert deze vervolgens in een inclusieve samenleving. De inspanningen hiervoor zijn in de programmabegroting uitgewerkt. Bijlagen 1. A25.000027 11e wijziging van de verordening onroerende-zaakbelastingen 2016; 2. A25.000028 11e wijziging van de verordening roerende-zaakbelastingen 2016; 3. R24.000099 herijking manier van berekenen van de tarieven OZB 2025 e.v. 4. A25.000116 berekening tarieven 2025 OZB en RZB
Met vriendelijke groet, college van burgemeester en wethouders,
J.F. Weber Burgemeester
M. Burgmans Gemeentesecretaris
Pagina 3 van 4
onderwerp
registratienummer
Verordening OZB en RZb 2025
R25.000003
Raadsbesluit De raad van de gemeente Zuidplas; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 januari 2024; gelet op artikel / artikelen van 220 tot en met 220h en artikel 221 van de Gemeentewet; besluit: 1.
2. 3. 4. 5.
De door de VNG voorgestelde wijzigingen en aanbevelingen in de modelverordeningen onroerende en roerende-zaakbelastingen over te nemen in de verordeningen onroerende- en roerende zaakbelastingen; Het tarief van de eigenarenbelasting voor onroerende- en roerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen, vast te stellen op 0,1010 %; Het tarief van de eigenarenbelasting voor onroerende en roerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen, vast te stellen op 0,2050 %; Het tarief van de gebruikersbelasting voor onroerende en roerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen, vast te stellen op 0,1384 %; De 11e wijziging van de verordening onroerendezaakbelastingen 2016 en de 11e wijziging van de verordening roerende-zaakbelastingen 2016 vast te stellen;
Aldus besloten in de openbare vergadering van 22/01/2025 De raad voornoemd, De griffier,
De voorzitter,
M.L. Engelsman
J.F. Weber
Pagina 4 van 4