Rv Vaststellen 1e wijziging van de verordeningen (on)roerendezaakbelasting Zuidplas 2026 R25.000128
Tekst van het document
*R25.000128*
Raadsvoorstel
onderwerp
registratienummer
Vaststellen van de 1e wijziging van de
R25.000128
verordeningen (on)roerendezaakbelasting Zuidplas 2026
raadsvergadering
portefeuillehouder
behandelend ambtenaar
13/01/2026
J.W. Schuurman
J.F. van der Stelt
datum
Bijlagen
openbaar of geheim
06-01-2026
4
Openbaar
Aan de raad van de gemeente Zuidplas Toelichting op de beslispunten In dit raadsvoorstel treft u gewijzigde tarieven 2026 aan voor de onroerendezaakbelastingen (OZB) en voor de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten (RZB). Het betreft wijzigingen in de tarieven voor de categorie woningen als ook niet-woningen. Deze tarieven zijn op 9 december 2025 in eerste instantie te hoog vastgesteld conform toezegging aan de raad. Deze tarieven worden met dit voorstel naar beneden bijgesteld Beslispunten 1. het tarief van de eigenarenbelasting voor onroerende- en roerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen, vast te stellen op 0,0947%; 2. het tarief van de eigenarenbelasting voor onroerende- en roerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen, vast te stellen op 0,2432%; 3. het tarief van de gebruikersbelasting voor onroerende- en roerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen, vast te stellen op 0,1968%; 4. de “1e Wijziging van de verordening op de heffing en invordering van onroerendezaakbelastingen 2026” A25.004406 vast te stellen; 5. de “1e Wijziging van de verordening op de heffing en invordering van belastingen op roerende woonen bedrijfsruimten 2026” A25.004407 vast te stellen. Inhoud voorstel • Aanleiding In de raadsvergadering van 9 december 2025 zijn de voorlopige OZB en RZB tarieven voor het jaar 2026 vastgesteld.
Het toen vastgestelde tarief is te hoog vastgesteld omdat de totale WOZ-waarde van alle objecten in de gemeente nog niet bekend was. Dat is gedaan om de begrote opbrengst van de OZB 2026 zeker te stellen. Een tarief mag altijd met terugwerkende kracht lager worden vastgesteld omdat dit gunstig is voor de belastingplichtige. In dit raadsvoorstel worden de definitieve OZB en RZB tarieven 2026 vastgesteld. • Argumenten 1.1, 2.1, 3.1, 4.1 en 5.1 De activiteiten als gevolg van de controle Waarderingskamer
Pagina 1 van 5
onderwerp
registratienummer
Verordening OZB en RZB 2026
R25.000128
Het OZB tarief voor woningen is bepaald met de WOZ-waarde van woningen en de begrote opbrengst OZB woningen zoals opgenomen in de programmabegroting 2026, als uitgangspunt, vermeerderd met de verwachte waardeontwikkeling. Voor de bepaling van de WOZ-waarde van de niet-woningen is er rekening gehouden met de aanbevelingen vanuit de controle van de Waarderingskamer ten aanzien van de herwaardering 2025; daarin is de gemeente opgeroepen om de waardering van de nietwoningen marktconform te waarderen. Hiervoor vindt er een algehele (her)inventarisatie plaats. Met deze (her)inventarisatie worden veel niet-woningen opnieuw ingemeten aan de hand van bouwtekeningen, worden er gegevens opgevraagd middels inlichtingenformulieren en wordt in voorkomende gevallen een opname ter plaatse gedaan. Tegelijkertijd met de (her)inventarisatie wordt ook de marktanalyse voor 2026 uitgevoerd waarbij niet alleen verkoopcijfers geanalyseerd worden maar ook verhuurcijfers van eigenaren en gebruikers van niet-woningen. Dit draagt bij aan een marktconforme waardering. De tarieven zijn gebaseerd op de WOZ-waarden en begrote opbrengst OZB en RZB opgenomen in de programmabegroting 2026, vermeerderd met de verwachte waardeontwikkeling.
Deze WOZ-waarden zijn ook gebruikt ter berekening van de korting op de algemene uitkering welke is opgenomen in de programmabegroting 2026 en gebaseerd is op de septembercirculaire 2025. Hierdoor wordt het volgende bereikt: 1. met de berekeningswijze wordt tegemoetgekomen aan de in het raadsvoorstel (R24.000099) opgenomen werkwijze met ingang van belastingjaar 2025. 2. de tarieven van de roerende woon en bedrijfsruimte (RZB) voldoen aan het gestelde in artikel 221, derde lid van de Gemeente. Dit artikel stelt dat de tarieven van de RZB gelijk moeten zijn aan de tarieven van de OZB. 3. De in de begroting 2026 geraamde inkomsten aan OZB en RZB kunnen in 2026 door middel van belastingaanslagen rechtsgeldig van de inwoners en ondernemers worden geïnd. Tariefberekeninq onroerendezaakbelastingen 2026 Geraamde opbrengsten 2026 Onroerendezaakbelastingen Onroerendezaakbelastingen niet-woningen eigenaar Onroerendezaakbelastingen niet-woningen gebruiker Totaal geraamde opbrengst OZB 2026 Benodigde tarieven om geraamde opbrengsten te realiseren Onroerendezaakbelastingen woningen Onroerendezaakbelastingen niet-woningen eigenaar Onroerendezaakbelastingen niet-woningen gebruiker •
€ 9.510.893 € 3.500.562 € 2.363.026 € 15.374.481 2025 0,1010 % 0,2302 % 0,1554 %
2026 0,0947% 0,2432% 0,1968%
Kanttekeningen
2.1 en 3.1 Bij de vaststelling van het tarief voor niet-woningen is geen rekening gehouden met de waardestijging als gevolg van de verbeterslag in de WOZ-administratie De afgelopen jaren zijn de tarieven eerst fictief en daarna definitief vastgesteld. Voor deze werkwijze is gekozen omdat er dan een beter beeld is van de daadwerkelijke waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen. Nu is er bij het berekenen van de definitieve tarieven voor 2026 duidelijk geworden dat de totale WOZwaarde van niet-woningen circa € 1,6 miljard bedraagt. Dit is circa 160 miljoen meer dan de inschatting van de WOZ-waarde die als uitgangspunt is opgenomen in de begroting 2026. Deze stijging wordt maar beperkt veroorzaakt door een waardeontwikkeling. Belangrijkste reden voor de stijging is de verbeterslag die het afgelopen jaar is gemaakt in de WOZ-administratie. Bij een
Pagina 2 van 5
onderwerp
registratienummer
Verordening OZB en RZB 2026
R25.000128
substantieel aantal niet-woningen waren de objectkenmerken niet juist - waardoor de eigenaren en gebruikers voor een onjuist (veelal te laag) bedrag aangeslagen werden. In de begroting 2026 is uitgegaan van een totale WOZ-waarde van circa € 1,4 miljard op peildatum 1-12024. Door de verbeterslag in de administratie is nu duidelijk dat de totale WOZ-waarde op peildatum 1-1-2024 circa € 1,55 miljard is. Aangevuld met de waardeontwikkeling komt de totale WOZ-waarde niet-woningen op peildatum 1-1-2025 uit op circa € 1,6 miljard. Als het college de werkwijze van de afgelopen jaren had gevolgd en uit was gegaan van nu bekende WOZ-waarde niet-woningen van circa € 1,6 miljard, dan had dit namelijk meerdere (ongewenste) effecten gehad: 1. De tarieven zouden lager zijn vastgesteld, waarbij de totale opbrengst OZB weliswaar zou worden gehaald, maar waarbij in de begroting een tekort ontstaat van circa € 600.000, welke niet gecompenseerd gaat worden met extra opbrengsten 2026. Dit tekort ontstaat doordat de Algemene Uitkering vanuit het Rijk lager wordt nu de totale WOZ-waarde van alle nietwoningen, door de verbeterslag in de administratie, fors hoger is dan eerder ingeschat. 2. Voor met name eigenaren van niet-woningen zou (gemiddeld genomen) sprake zijn van een daling van de aanslag.
Dit is in strijd met de afspraak om voor het tarief OZB niet-woningen toe te groeien naar het regionaal gemiddelde. Daarbij komt ook dat richting eigenaren en gebruikers van niet-woningen reeds is gecommuniceerd dat het bedrag op de aanslag in 2026 (gemiddeld genomen) met circa 10% zal stijgen. 3.2 Het tarief voor gebruikers van niet-woningen stijgt meer doordat rekening is gehouden met vrijstellingen. Een deel van de gebruikers van niet-woningen is vrijgesteld van OZB. Het gaat met name om agrariërs. Deze vrijstellingen zijn in het verleden ten onrechte niet meegenomen in de berekeningen waardoor het tarief voor gebruikers niet-woningen te laag werd vastgesteld. Dit verklaart mede de grotere toename van het tarief voor gebruikers niet-woningen ten opzichte van de toename van het tarief voor eigenaren niet-woningen. In de berekening voor het tarief gebruikers niet-woningen zijn de vrijstellingen verwerkt waardoor we dit jaar éénmalig een grotere toename hebben op het gebruikers tarief. Vanaf nu zullen de vrijstellingen jaarlijks verwerkt worden in de berekening van het tarief; hierdoor zal de tariefsaanpassing voor eigenaren en gebruikers niet-woningen meer synchroon gaan lopen. Beoogd effect Het in 2026 rechtsgeldig heffen van algemene financiële bijdragen in de vorm van OZB en RZB bij de inwoners en ondernemers.
Daarmee worden de in de begroting 2026 geraamde opbrengsten van deze belastingen gerealiseerd op een wijze die overeenkomt met de uitgangspunten zoals benoemd in het raadsvoorstel (R24.000099). In dat raadsvoorstel is met ingang van 2025 besloten om de woningen en niet-woningen als aparte categorieën te behandelen. Daarnaast vindt er bij meer- of minderopbrengsten geen verrekening meer plaats in een daaropvolgend jaar. Daarmee wordt de rekenmethode zuiverder, ook al kunnen er wel meer fluctuaties ontstaan. Wettelijk kader Volgens artikel 216 van de Gemeentewet is de raad bevoegd tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening. Beleidskader De door de raad via de P&C cyclus vastgestelde financiële- en politieke kaders. Financiën Het voorstel heeft geen gevolgen voor ICT en heeft ook geen personele gevolgen. De berekening van de tarieven van de onroerendezaakbelastingen heeft plaatsgevonden volgens de door de raad in de vergadering van 8 oktober 2024 vastgestelde berekeningswijze (R24.000099).
Pagina 3 van 5
onderwerp
registratienummer
Verordening OZB en RZB 2026
R25.000128
Communicatie/ participatie De vaststelling van de belastingverordeningen wordt openbaar bekend gemaakt in het elektronisch gemeenteblad (www.officiëlebekendmakingen.nl en www.overheid.nl), de gemeentelijke website (www.zuidplas.nl) en op de gemeentelijke voorlichtingspagina van het gratis-huis-aan-huisblad “Hart van Holland”. Aanpak Op basis van de vastgestelde en openbaar bekendgemaakte belastingverordeningen 2026 worden de aanslagbiljetten gemeentelijke belastingen 2026 eind februari 2026 door de Regionale Belasting Groep opgelegd en verzonden. Inclusie De overheid int belastingen en investeert deze vervolgens in een inclusieve samenleving. De inspanningen hiervoor zijn in de programmabegroting uitgewerkt. Bijlagen 1. A25.004406 1e Wijziging van de verordening op de heffing en invordering van onroerendezaakbelastingen 2026 2. A25.004407 1e Wijziging van de verordening op de heffing en invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2026 3. A25.004408 Berekening tarieven 2026 OZB en RZB 4. R24.000099 Herijking manier van berekenen van de tarieven OZB 2025 e.v.
Met vriendelijke groet, college van burgemeester en wethouders,
J.F. Weber Burgemeester
M. Burgmans Gemeentesecretaris
Pagina 4 van 5
onderwerp
registratienummer
Verordening OZB en RZB 2026
R25.000128
Raadsbesluit De raad van de gemeente Zuidplas; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 januari 2026; gelet op artikel / artikelen van 220 tot en met 220h en artikel 221 van de Gemeentewet; besluit: 1. 2. 3. 4. 5.
Het tarief van de eigenarenbelasting voor onroerende- en roerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen, vast te stellen op 0,0947%; Het tarief van de eigenarenbelasting voor onroerende- en roerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen, vast te stellen op 0,2432%; Het tarief van de gebruikersbelasting voor onroerende- en roerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen, vast te stellen op 0,1968%; De “1e Wijziging van de verordening op de heffing en invordering van onroerendezaakbelastingen 2026” A25.004406 vast te stellen; De “1e Wijziging van de verordening op de heffing en invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2026” A25.004407 vast te stellen.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 13/01/2026 De raad voornoemd, De griffier,
De voorzitter,
L.J. Ligtenburg
J.F. Weber
Pagina 5 van 5