CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Rv Herijking manier van berekenen van de tarieven OZB 2025 e.v. AANGEPAST R24.000099

Gemeenteraad 8 oktober 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Herijking manier van berekenen van de tarieven OZB 2025 e.v1.482 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

*R24.000099*

Raadsvoorstel

registratienummer

onderwerp Herijking manier van berekenen van de tarieven OZB 2025 e.v.

R24.000099

portefeuillehouder

behandelend ambtenaar

J.W. Schuurman

K. Bahida

datum

bijlagen

Openbaar, besloten of geheim

17 september 2024

-

Openbaar

raadsvergadering 8 oktober 2024

Aan de raad van de gemeente Zuidplas Toelichting op de beslispunten In dit voorstel wordt een andere rekenmethode voorgesteld voor de berekening van de OZB/RZBtarieven. De voorgestelde methode behandelt woningen en niet-woningen als twee aparte categorieën. Daarnaast vindt er bij meer- of minderopbrengsten geen verrekening plaats in een volgend jaar. Daarmee wordt de rekenmethode zuiverder, maar er kunnen wel meer fluctuaties ontstaan. Door het vaststellen van de nieuwe rekenmethodiek wordt de eerder gehanteerde “variant B” losgelaten. Beslispunten 1. Voor het berekenen van de tarieven onroerendezaakbelastingen 2025 e.v. af te stappen van de eerder gehanteerde “variant B”; 2. Voor het berekenen van de tarieven onroerendezaakbelastingen 2025 e.v. uit te gaan van een nieuwe systematiek, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen 2 categorieën, nl woningeigenaren (categorie 1) en eigenaren en gebruikers van niet-woningen (categorie 2); 3. Kosten van leegstand door de totale categorie niet-woningen (gebruikers en eigenaren) te laten compenseren; 4. De verordeningen OZB en RZB voor jaar t+1 in een twee-traps-raket jaarlijks vast te stellen in december (voorlopig) en eind januari jaar t+1 (definitief).

Inhoud van het voorstel • Aanleiding De huidige manier van berekenen van de OZB- en RZB-tarieven dateert uit 2015. Bij deze “variant B” werden de onderlinge verhoudingen tussen de verschillende belastingplichtigen (eigenaren van woningen, eigenaren van niet-woningen en de gebruikers van niet-woningen) gelijkmatig gehouden. Meer- en minderopbrengsten werden daarnaast in het volgend jaar verrekend in het tarief. Het voordeel van deze “variant B” was dat de lasten van een bepaalde groep niet te sterk toe- of afnamen. Daardoor kon een gelijkmatige verdeling van de lastendruk tussen de verschillende groepen belastingplichtigen worden gerealiseerd. Het college en de raad hebben geconstateerd dat deze methode naast voordelen ook nadelen kent. Een nadeel is dat grotere stijgingen of dalingen binnen een categorie ‘overgeheveld’ werden naar andere categorieën. Daarnaast werden niet gerealiseerde baten in een bepaald jaar verrekend in het tarief van het volgend jaar. Daardoor kan het gebeuren dat de verhoging van de OZB in een bepaald pagina 1 van 5

onderwerp Herijking manier van berekenen van de tarieven OZB 2025 e.v.

registratienummer R24.000099

jaar anders uitvalt dan de reguliere indexatie. Deze systematiek was voor uw raad aanleiding geweest om amendement ‘AM141 OZB stijgt met CPI’ aan te nemen. Het college heeft deze systematiek geëvalueerd en stelt een aangepaste rekensystematiek voor. Uw motie ‘2024M56 OZB’ aangenomen op 9 juli jl. wordt in dit voorstel van een nieuwe en duidelijke rekenmethode betrokken. Uitgangspunten nieuwe rekenmethode De nieuwe rekenmethode bestaat uit 2 verschillende categorieën belastingplichtigen die ieder apart worden behandeld: 1) Eigenaren van woningen; 2) Eigenaren en gebruikers van niet-woningen. Voor de berekening van de tarieven wordt uitgegaan van het waarde-areaal, rekening houdend met verschillende correcties: - Nieuwbouw - Aan- en bijgebouwen - Sloop - Verminderingen n.a.v. bezwaar- en beroep - Leegstand (bij niet-woningen) - Amendement Pater-van der Meer (i.e. woningdelen van niet-woningen krijgen vrijstelling van de OZB-gebruikers) Uiteraard moet het waarde-areaal ieder jaar gecorrigeerd worden voor de waardeontwikkeling. Daarnaast wordt de begrote OZB-opbrengst aangepast met de areaal veranderingen en inflatiecorrectie. Plussen en minnen van het voorafgaand jaar worden niet meegenomen in de berekeningen van het volgend jaar. Nog te realiseren inkomsten kunnen met een transitorische post in de jaarrekening meegenomen worden of vallen binnen het resultaat van de jaarrekening.

Als startpunt voor de te realiseren opbrengst per categorie wordt uitgegaan van de verdeling zoals deze door uw raad op 9 januari 2024 is vastgesteld (R23.000148), namelijk:

OZB-woningen OZB niet-woningen (eigenaren en gebruikers) Totaal

€ 8.525.155 € 3.881.845 € 12.407.000

De berekening van het tarief is als volgt: tarief = te realiseren begrote opbrengst : waarde-areaal

pagina 2 van 5

onderwerp Herijking manier van berekenen van de tarieven OZB 2025 e.v.

registratienummer R24.000099

• Argumenten 2.1 Met het knippen van het waarde-areaal is gerichte sturing per categorie mogelijk Bij het opstellen van de begroting kan uw raad de keuze maken om de opbrengst per categorie aan te passen. Hierdoor is het mogelijk om (conform motie 2024M56) de OZB-opbrengst van niet-woningen richting het regionaal gemiddelde te laten stijgen. 2.2 De jaarresultaten niet langer ‘meenemen’ in de berekening van het volgende jaar Hierdoor is het mogelijk om een zuiverdere tariefsberekening te realiseren, waarbij de indexatie duidelijk te herleiden is. 2.3 Deze berekening is eenvoudiger in opzet De WOZ-waarde is leidend. Voor de woningen eigenaren hebben we een tarief dat te relateren is aan het waarde-areaal van de woningen. Datzelfde geldt voor de eigenaren en gebruikers niet-woningen. 2.4 Deze methode doet recht aan marktontwikkeling In normale marktomstandigheden wijkt de marktontwikkelingen bij woningen behoorlijk af van de waardeontwikkeling van de niet-woningen. Dit heeft te maken met de grote diversiteit bij de nietwoningen: winkels en kantoren hebben een reguliere waardeontwikkeling, overheidsgebouwenonderwijs en dergelijke objecten daarentegen hebben een zeer gematigde of zelfs dalende waardeontwikkeling.

3.1 De fluctuaties in belastingdruk binnen de categorie niet-woningen worden beperkt Met deze methode worden in het geval van leegstand de kosten gecompenseerd door de totale categorie niet-woningen (gebruikers en eigenaren). Hierdoor worden de leegstandskosten door een grotere aantal belastingplichtigen gedeeld dan wanneer leegstandskosten worden toegerekend aan eigenaren dan wel gebruikers als aparte subcategorie. Het college is van mening dat leidt tot een evenwichtigere verdeling van de leegstandskosten. 4.1 Hoe later de vaststelling van de tarieven hoe beter de inschatting van het areaal In een reguliere situatie worden de tarieven van de onroerendezaakbelastingen in de laatste vergadering van uw raad in 2024 vastgesteld op basis van de daadwerkelijke gerealiseerde waardeontwikkeling per categorie belastbare objecten (woningen en niet-woningen). Echter, op dit moment vindt herinventarisatie en waardebepaling van de niet-woningen plaats en dat loopt door tot begin 2025. Het voorstel is daarom om de tarieven eind januari 2025 definitief vast te stellen. • Kanttekeningen Voor het toerekenen van de leegstandskosten zijn er alternatieve mogelijkheden, namelijk het toerekenen aan alleen eigenaren dan wel alleen aan gebruikers. Het college is van mening dat deze alternatieven niet leiden tot een evenwichtige verdeling van de leegstand.

Eigenaren van winkelpanden hebben weliswaar meer motivatie om leegstand te voorkomen, maar onder de categorie eigenaren nietwoningen valt meer dan alleen huurgerelateerde panden (zoals winkel- of kantoorpanden), maar ook tankstations, windmolens, objecten van maatschappelijk belang, etc. Gebruikers van niet-woningen hebben nog minder invloed op leegstand en bovendien is dit een kleinere groep belastingplichtigen. Hierdoor leidt het verrekenen van de leegstand alleen bij de gebruikers van niet-woningen tot een grotere fluctuatie in de belastingdruk voor die categorie.

pagina 3 van 5

onderwerp Herijking manier van berekenen van de tarieven OZB 2025 e.v.

registratienummer R24.000099

Beoogd effect Een duidelijke rekenmethode hanteren, die gebruikt kan worden om de uitgangspunten die in de begroting vastgesteld zijn te effectueren. Wettelijk kader Dit voorstel kan in het kader van artikel 216 van de Gemeentewet worden bezien. Volgens dit artikel is de raad bevoegd tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening en de daarbij behorende tarieven. Beleidskader De door de raad via de P&C cyclus vastgestelde financiële- en politieke kaders. Financiën Het voorstel heeft geen directe financiële gevolgen. Communicatie / participatie Niet van toepassing Aanpak Na vaststelling van dit voorstel wordt de rekenmethode gehanteerd om de tarieven in de verordeningen OZB/RZB te berekenen. Inclusie De overheid int belastingen en investeert deze vervolgens in een inclusieve samenleving. De inspanningen hiervoor zijn in de Programmabegroting uitgewerkt. Bijlagen

Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders,

J.F. Weber, Burgemeester

M. Burgmans gemeentesecretaris

pagina 4 van 5

onderwerp Herijking manier van berekenen van de tarieven OZB 2025 e.v.

registratienummer R24.000099

Raadsbesluit

De raad van de gemeente Zuidplas; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 september 2024; gelet op artikel / artikelen van 216 van de Gemeentewet; besluit: 1. Voor het berekenen van de tarieven onroerendezaakbelastingen 2025 e.v. af te stappen van de eerder gehanteerde “variant B”; 2. Voor het berekenen van de tarieven onroerendezaakbelastingen 2025 e.v. uit te gaan van een nieuwe systematiek, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen 2 categorieën, nl woningeigenaren (categorie 1) en eigenaren en gebruikers van niet-woningen (categorie 2). 3. Kosten van leegstand door de totale categorie niet-woningen (gebruikers en eigenaren) te laten compenseren; 4. De verordeningen OZB en RZB voor jaar t+1 in een twee-traps-raket jaarlijks vast te stellen in december (voorlopig) en eind januari jaar t+1 (definitief).

Aldus besloten in de openbare vergadering van 8 oktober 2024.

De raad voornoemd, De griffier,

De voorzitter,

M.L. Engelsman

J.F. Weber

pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14590146/1