CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Rv Definitieve verordening OZB-RZB 2024 R23.000148

Gemeenteraad 23 januari 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Definitieve verordening OZB/RZB 20241.364 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

*R23.000148*

Raadsvoorstel

registratienummer

onderwerp

R23.000148

Definitieve verordening OZB/RZB 2024 portefeuillehouder

behandelend ambtenaar

J.W. Schuurman

H. van der Stelt

datum

Bijlagen

Openbaar, besloten of geheim

09/01/2024

3

Openbaar

raadsvergadering 23/01/2024

Aan de raad van de gemeente Zuidplas Toelichting op de beslispunten Bijgaande raadsstukken bevatten een voorstel aan de raad tot het vaststellen van de wijze waarop de tarieven van (on)roerende zaakbelastingen geldend voor 2024 moet plaatsvinden, het vaststellen van deze tarieven en het vaststellen van de wijzigingsverordeningen waarin deze tarieven en wijzigingen op grond van de aanpassingen door de VNG van de modelverordeningen zijn opgenomen. De raad is hiertoe bevoegd. Dit betreft het definitief vaststellen van het tarief (on)roerende zaakbelasting voor de aanslagoplegging in 2024. Dit tarief is op 12-12-2023 in eerste instantie te hoog vastgesteld (conform toezegging aan de raad) en wordt met dit voorstel naar beneden bijgesteld. Beslispunten 1. De berekening van de tarieven van de onroerendezaakbelastingen plaats te latenvinden volgens de door de raad in de vergadering van 7 juli 2015 vastgestelde variant B; 2. De door de VNG voorgestelde wijzigingen en aanbevelingen in de modelverordeningen onroerende en roerende-zaakbelastingen over te nemen in de verordeningen onroerende- en roerende zaakbelastingen; 3. Het tarief van de eigenarenbelasting voor onroerende- en roerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen, vast te stellen op 0,1021 %; 4.

Het tarief van de eigenarenbelasting voor onroerende en roerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen, vast te stellen op 0,2378 %; 5. Het tarief van de gebruikersbelasting voor onroerende en roerende zaken die niet in hoofdzaak dienen, vast te stellen op 0,1754 %; 6. De 9e wijziging van de verordening onroerendezaakbelastingen 2016 en de 9e wijziging van de verordening roerende-zaakbelastingen 2016 vast te stellen; 7. Het positieve verschil tussen de gerealiseerde en de begrote OZB-opbrengst 2023 (woningen) terug te geven aan de woningeigenaren door deze meeropbrengst zichtbaar in mindering te brengen op de OZB-aanslag 2024. Inhoud van het voorstel Aanleiding Zoals voor ieder nieuw belastingjaar moeten ook voor het belastingjaar 2024 verordeningen onroerende en roerende zaken geldend voor 2024 door de raad worden vastgesteld met tarieven die aansluiten op door de raad gemaakte keuzes en moeten de verordeningen worden aangepast aan de wijzigingen in de modelverordeningen van de VNG. Bij het berekenen van de tarieven voor de pagina 1 van 4

onderwerp Definitieve verordening OZB/RZB 2024

registratienummer R23.000148

onroerendezaakbelastingen 2024 is ervan uitgegaan dat de tarieven een opbrengst genereren die gelijk is aan de begroting 2024 (vastgesteld op 7 november 2023). Argumenten 1.1 De berekening van de tarieven van de onroerendezaakbelastingen moet plaats vinden door middel van een door de raad op 1 juli 2015 vastgestelde variant B. Hierdoor wordt voorkomen dat in vergelijking tot het vorige belastingjaar de lasten van een bepaalde categorie belastingplichtigen (eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen) te sterk toe- of afnemen. 2.1,3.1,4.1,5.1,6.1 Vasstellen van de tarieven van de onroerendezaakbelastingen en de wijzigingsverordeningen Hierdoor wordt het volgende bereikt: 1. Aan de keuzes van de raad aangaande de tarieven van de onroerendezaakbelastingen 2024 wordt gevolg gegeven. Deze keuzes houden in dat deze tarieven een opbrengst genereren die gelijk is aan de begrotingsuitgangspunten 2024. 2. De tarieven van de roerende-zaakbelastingen voldoen aan het gestelde in artikel 221, derde lid van de Gemeente, welk artikel stelt dat de tarieven van de roerende zaakbelastingen gelijk moeten zijn aan de tarieven van de onroerendezaakbelastingen. 3. De in de begroting 2024 geraamde inkomsten aan onroerende- en roerende-zaakbelastingen kunnen in 2024 door middel van belastingaanslagen rechtsgeldig van de burgers worden geïnd.

7.1 Om invulling te geven aan motie ‘2023M020 Motie vreemd teruggave meeropbrengst OZB 2024’ is dit beslispunt toegevoegd. Het positieve verschil tussen de gerealiseerde en de begrote OZB-opbrengst in jaar 2023 is bij de Budgetoverheveling 2023 gereserveerd en bedraagt afgerond €600.000. Dit bedrag wordt op de aanslag van 2024 zichtbaar in mindering gebracht. Dit betreft een afzonderlijke korting naar rato van de WOZ-waarde van 2023 en is daarmee geen onderdeel van het vast te stellen tarief 2024. Kanttekeningen Tariefberekeninq onroerende-zaakbelastingen 2024 Geraamde opbrengsten na correctie op basis van Variant B Onroerende-zaakbelastingen Onroerende-zaakbelastingen niet-woningen eigenaar Onroerende-zaakbelastingen niet-woningen gebruiker Totaal afgerond Benodigde tarieven om geraamde opbrengsten te realiseren Onroerende-zaakbelastingen woningen Onroerende-zaakbelastingen niet-woningen eigenaar Onroerende-zaakbelastingen niet-woningen gebruiker

€ 8.525.155 € 2.318.791 € 1.563.053 € 12.407.000 2023 0,1022 % 0,2157 % 0,1589 %

2024 0,1021 % 0,2378 % 0,1754 %

Beoogd effect Het in 2024 rechtsgeldig heffen van de burger van algemene financiële bijdragen in de vorm van onroerende- en roerendezaakbelastingen en daardoor de in begroting 2024 geraamde opbrengsten van deze belastingen te realiseren op een wijze die voorkomt dat in vergelijking tot het vorige belastingjaar de lasten van een bepaalde categorie belastingplichtigen (eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen) te sterk toe- of afnemen. pagina 2 van 4

onderwerp Definitieve verordening OZB/RZB 2024

registratienummer R23.000148

Wettelijk kader Volgens artikel 216 van de Gemeentewet is de raad bevoegd tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening. Beleidskader De door de raad via de P&C cyclus vastgestelde financiële- en politieke kaders. Financiën Het voorstel heeft geen gevolgen voor ICT en heeft ook geen personele gevolgen. De berekening van de tarieven van de onroerendezaakbelastingen (A23.001981) heeft plaatsgevonden volgens de door de raad in de vergadering van 7 juli 2015 vastgestelde variant B (R15.000063). Communicatie/ participatie De vaststelling van de belastingverordeningen wordt openbaar bekend gemaakt in het elektronisch gemeenteblad (www.officiëlebekendmakingen.nl en www.overheid.nl), de gemeentelijke website (www.zuidplas.nl) en op de gemeentelijke voorlichtingspagina van het gratis-huis-aan-huisblad “Hart van Holland”. Aanpak Op basis van de vastgestelde en openbaar bekendgemaakte belastingverordeningen worden de aanslagenbiljetten gemeentelijke belastingen in 2024 eind februari 2024 verstuurd. Aan iedere belastingplichtige die zich daarvoor heeft aangemeld wordt hun aanslagbiljet in hun Berichtenbox van Mijn Overheid geplaatst. Zij krijgen daarvan bericht per Email van Mijn Overheid.

Belastingplichtigen die zich niet hebben aangemeld bij Mijn Overheid ontvangen het aanslagbiljet gemeentelijke belastingen 2024 per reguliere post in hun brievenbus. Inclusie De overheid int belastingen en investeert deze vervolgens in een inclusieve samenleving. De inspanningen hiervoor zijn in de Programmabegroting uitgewerkt. Bijlagen 1. 9e wijziging van de verordening onroerendezaakbelastingen 2016 - A23.001979 2. 9e wijziging van de verordening roerende-zaakbelastingen 2016 - A23.001980 3. Berekening tarieven 2024 OZB en RZB – A23.001981

Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders,

J.F. Weber, Burgemeester

A.R. de Graaf gemeentesecretaris

pagina 3 van 4

onderwerp Definitieve verordening OZB/RZB 2024

registratienummer R23.000148

Raadsbesluit

De raad van de gemeente Zuidplas; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 december 2023; gelet op artikel / artikelen van 220 tot en met 220h en artikel 221 van de Gemeentewet; besluit: 1. De berekening van de tarieven van de onroerendezaakbelastingen plaats te latenvinden volgens de door de raad in de vergadering van 7 juli 2015 vastgestelde variant B; 2. De door de VNG voorgestelde wijzigingen en aanbevelingen in de modelverordeningen onroerende en roerende-zaakbelastingen over te nemen in de verordeningen onroerende- en roerende zaakbelastingen; 3. Het tarief van de eigenarenbelasting voor onroerende- en roerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen, vast te stellen op 0,1021 %; 4. Het tarief van de eigenarenbelasting voor onroerende en roerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen, vast te stellen op 0,2378 %; 5. Het tarief van de gebruikersbelasting voor onroerende en roerende zaken die niet in hoofdzaak dienen, vast te stellen op 0,1754 %; 6. De 9e wijziging van de verordening onroerendezaakbelastingen 2016 en de 9e wijziging van de verordening roerende-zaakbelastingen 2016 vast te stellen; 7. Het positieve verschil tussen de gerealiseerde en de begrote OZB-opbrengst 2023 (woningen) terug te geven aan de woningeigenaren door deze meeropbrengst zichtbaar in mindering te brengen op de OZB-aanslag 2024.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 23/01/2024

De raad voornoemd, De griffier,

De voorzitter,

M.L. Engelsman

J.F. Weber

pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13657356/1