Raadsvoorstel zienswijze GR Jeugd en Wmo Zuidplas R24.000041
Tekst van het document
*R24.000041*
Raadsvoorstel
registratienummer
onderwerp Raadsvoorstel zienswijze GR Jeugd en Wmo Zuidplas
R24.000041
portefeuillehouder
behandelend ambtenaar
D.A. de Haas, F. Klovert
R. Klaar
datum
Bijlagen
Openbaar, besloten of geheim
16/04/2024
4
Openbaar
raadsvergadering 28/05/2024
Aan de raad van de gemeente Zuidplas Toelichting op de beslispunten Voor de regionale taken Jeugd en Wmo is het voornemen van de colleges om deze taken in een GR te gaan onderbrengen. Streefdatum is 1 januari 2025. De concept regeling wordt ter zienswijze aangeboden aan de gemeenteraden. Hierin staan de juridische afspraken die de vijf gemeenten met elkaar vastleggen voor de uitvoering van de taken die bij de gemeenschappelijke regeling worden belegd. In de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is vastgelegd dat de raden op twee momenten formeel worden betrokken. Als eerste is er een zienswijzeprocedure waar raden hun wensen en bedenkingen op de concept regeling kunnen geven. Als tweede is er een toestemmingsprocedure waar raden de finale toestemming wordt gevraagd. Met het voorliggende besluit van elk van de vijf colleges start het formele zienswijze proces met de vijf gemeenteraden. Deze periode duurt formeel 8 weken. In overleg met de griffiers is afgesproken dat de gemeenteraden uiterlijk 19 juni een besluit nemen over de zienswijze, zodat ook de periode van de meivakanties goed worden overbrugd en er tijd is om de zienswijzen regionaal af te stemmen.
Voorgesteld besluit De gemeenteraad van Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas wordt voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de Ontwerp Gemeenschappelijke Regeling Jeugd en Wmo Midden Holland en hierop een zienswijze in te dienen; Inhoud van het voorstel
1.
Inleiding De gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas werken al sinds 2015 samen in het sociaal domein. Dat past in de traditie van de regio om samen te werken. pagina 1 van 9
onderwerp Raadsvoorstel zienswijze GR Jeugd en Wmo Zuidplas
registratienummer R24.000041
In de Regiovisie ‘Samen Scherper aan de Wind’ die door de vijf gemeenten is vastgesteld staat de ambitie opgenomen om de regionale samenwerking in het sociaal domein beter te organiseren. De vijf gemeenten zijn er namelijk van overtuigd dat regionale samenwerking nodig is voor de wettelijke taken uit de Jeugdwet en de Wmo om de kwaliteit, continuïteit, doelmatigheid en rechtmatigheid van het zorg- en ondersteuningsaanbod te waarborgen. In de tussenperiode is de samenwerking reeds privaatrechtelijk vormgegeven via een samenwerkingsovereenkomst (2021), en de oprichting van de regionale werkorganisatie sociaal domein (2023). Met de stap naar de GR Jeugd en Wmo Midden-Holland wordt de samenwerking georganiseerd via publiekrechtelijke samenwerking, de positie van de raden beter geborgd en de bestuurlijke drukte teruggebracht. Daarbij past deze lijn in de langjarige keuze die de vijf raden in 2024 hebben gemaakt om de inkoop op de taken voor jeugd en Wmo voor de komende 10 jaar gezamenlijk te organiseren. De intensievere samenwerking past in een bredere beweging. Zo staat ook in de Hervormingagenda Jeugd, na langjarige onderhandelingen in 2023 ondertekend door de VNG, dat samenwerking op het gebied van regionale inkoop van specialistische jeugdhulp op termijn verplicht zal worden.
De verwachting is dat bij de aanstaande wetswijziging van de Jeugdwet samenwerking in de jeugdregio’s ook verplicht gaan worden.
2.
Doel De zienswijze op de ontwerpregeling is een nieuw instrument waarvan de gemeenteraden gebruik kunnen maken wanneer een regeling waarin de raden niet deelnemen wordt getroffen, gewijzigd, een deelnemer toe- of uittreedt. De zienswijzeprocedure heeft tot doel om de raden goed te betrekken. Hiervoor worden aan de raden gevraagd om wensen en bedenkingen op de concept regeling te geven. De vijf colleges wegen deze wensen en bedenkingen van de raden vervolgens af: verwerken deze of lichten toe waarom dat een andere afweging is gemaakt.
3.
Argumenten – Advies 3.1a. Een zienswijze procedure te starten Een zienswijze procedure is verplicht in de Wet gemeenschappelijke regelingen Sinds de wijziging van de Wgr (1 juli 2022) is het verplicht om bij het aangaan vaneen gemeenschappelijke regeling (welke niet mede door de raden is getroffen) de raden de mogelijkheid te bieden om een zienswijze op het ontwerp van de regeling te geven. 3.1b De GR is gebaseerd op vijf uitgangspunten • Bij het opstellen van de regeling zijn, naast de bestuurlijke kernwaarde van solidariteit, de volgende, door de vijf colleges van B&W, vastgestelde bestuurlijke uitgangspunten gehanteerd: Er wordt gekozen voor samenwerking in een regeling met een ‘Openbaar lichaam’. • De gemeenschappelijke regeling wordt opgericht met als deelnemers de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas. • De taken die ondergebracht worden in de GR zijn de taken die nu binnen de Regionale Werkorganisatie zijn ondergebracht op basis van de regiovisie ‘Samen scherper aan de wind’ en de samenwerkingsovereenkomst regionaal sociaal domein. pagina 2 van 9
onderwerp Raadsvoorstel zienswijze GR Jeugd en Wmo Zuidplas
• •
registratienummer R24.000041
De verantwoordelijkheid voor de huidige centrumtaken voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang zullen ook overgaan naar de GR. Er wordt binnen de regeling mogelijk gemaakt dat er kan worden samengewerkt met andere gemeenten en aan de voorkant zijn heldere toe- en uittredingsafspraken vastgesteld.
Bovenstaande bestuurlijke uitgangspunten hebben centraal gestaan bij de uitwerking van dit bedrijfsplan en de gemeenschappelijke regeling Jeugd en Wmo Midden-Holland. 3.1c Collegeregeling of een raadsregeling Alleen bevoegdheden van de colleges van B&W gaan over naar de gemeenschappelijke regeling. De raadsbevoegdheden gaan niet over. De gemeenteraden blijven daarmee de kaderstellende bevoegdheden behouden. Met de vorming van de GR komen daar ook wettelijke bevoegdheden bij die direct voorkomen uit de Wgr (bijvoorbeeld een zienswijze op de begroting). Bij het opstellen van de regeling is een afweging gemaakt tussen een collegeregeling en een gemengde regeling (ook wel een raadsregeling genoemd). Aangezien alleen bevoegdheden van de colleges overgaan is een collegeregeling de meest logische keuze. Daarmee kan een goed werkende governance worden ingericht waarbij de rollen van de raad en het college gescheiden blijven. 3.1d Zorgen voor de verbinding Uit de ronde langs de raden is duidelijk de zorg over het grip houden op de gemeenschappelijke regelingen naar voren gekomen. Ook is de wens naar voren gekomen om voldoende verbinding te behouden en de ‘checks and balances’ tussen de gemeente en de gemeenschappelijke regeling goed vorm te geven. Op vier aspecten zijn daarom in de regeling voorstellen gedaan om tegemoet te komen aan de zorgen en de wensen van de raad; 1.
Gemeenteraad; in de regeling is een verplichte zienswijze op de kadernota (zie artikel 27 van de GR) opgenomen. Hiermee wordt er voor gezorgd dat alle vijf de gemeenteraden aan het begin van de planning en control cyclus (begrotingsvoorbereiding) direct betrokken zijn. Het geeft de mogelijkheid om vanuit de gemeente ook kaders mee te geven. 2. Algemeen Bestuur; in de regeling is een auditcommissie (artikel 24 lid 6) opgenomen. Het betreft een commissie die bestaat uit twee tot drie leden van het Algemeen Bestuur die nauwer betrokken zijn bij de jaarrekening en de tussentijdse rapportages. Hiermee kan de controlerende rol van het algemeen bestuur krachtig worden vervuld. 3. Ambtelijke organisatie; in de regeling is een ambtelijke adviescommissie (AAC) (artikel 25) opgenomen. Deze AAC bestaat uit ambtenaren van de vijf gemeenten en vormt de schakel tussen de gemeentelijke organisaties van de vijf deelnemers en de GR. Een goed werkende AAC is een belangrijk puzzelstuk in het werkend krijgen van de governance, verbinding tussen organisatie en gemeenten en het functioneren van de ‘checks and balances’ in de governance. 4. Externe verbinding: voor het functioneren van de organisatie is het belangrijk dat de externe oriëntatie in organisatie filosofie is verankerd.
Dit geldt zowel voor de verbinding tussen de GR naar de gemeenteraden, de colleges van B&W, de ambtelijke organisatie, de aanbieders, maatschappelijke partners en de inwoners (zie ook paragraaf 6.3).
pagina 3 van 9
onderwerp Raadsvoorstel zienswijze GR Jeugd en Wmo Zuidplas
registratienummer R24.000041
3.2. Zienswijze Een zienswijze procedure is verplicht in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Sinds de wijziging van de Wgr (1 juli 2022) is het verplicht om bij het aangaan van een gemeenschappelijke regeling (welke niet mede door de raden is getroffen) de raden de mogelijkheid te bieden om een zienswijze op het ontwerp van de regeling te geven.
4.
Kanttekeningen en risico’s 4.1 Het oprichten van een GR is nu nog geen verplichting Ondanks dat in de Hervormingsagenda Jeugd afspraken zijn gemaakt over een verplichte samenwerking op het niveau van de regio’s is deze nog niet wettelijk opgelegd. De besluitvorming over de Jeugdwet heeft nog niet plaatsgevonden en de planning daarvan is nog onduidelijk. Dit kan betekenen dat als de wetgever een andere regionale indeling kiest, de GR alsnog moet worden aangepast. De regio Midden-Holland is door VWS inmiddels wel aangemerkt als robuuste regio voor de uitvoering van de taken.
5.
Financieel kader In het Bedrijfsplan is ook een eerste beeld geschetst van de organisatie en hoe deze er vanaf 1 januari 2025 uit moet gaan zien. Onderdeel daarvan is de noodzakelijke transitie die gemaakt moet worden om van RWO te komen tot de zelfstandige organisatie GR JW. In het Bedrijfsplan is ook een eerste beeld geschetst van de organisatie en hoe deze er vanaf 1 januari 2025 uit moet gaan zien. Onderdeel daarvan is de noodzakelijke transitie die gemaakt moet worden om van RWO te komen tot de zelfstandige organisatie GR JW. Hieronder staat op hoofdlijnen een overzicht van de geraamde structurele organisatiekosten opgenomen:
Tabel 1: geraamde structurele organisatiekosten
Voor het jaar 2025 worden de kosten van de GR Jeugd en Wmo Midden-Holland geraamd op €8,8 mln. In 2024 liggen deze kosten op € 7,8 mln. Dat is ongeveer € 1 mln. hoger. Ongeveer € 0,44 mln. is te verklaren door indexatie van de lonen 1. Verder is € 0,2 mln. te verklaren door de additionele bezetting van 2 fte voor de transitie. In 2027 dalen de organisatiekosten doordat de incidentele formatie niet meer is meegenomen. De totale kosten dalen dan met € 0,5 mln. Voor de bedrijfsvoeringkosten is een norm van 35% van de kosten van de totale formatie en de inhuur van de organisatie gehanteerd. In 2024 zijn deze kosten (conform de afspraak over de DVO Gouda) op € 1,8 mln. geraamd. In 2025 liggen deze kosten op € 2,1 mln. Het betreft een
1
De prijsinflatie voor 2025 is 5,4% (FKGR) pagina 4 van 9
onderwerp Raadsvoorstel zienswijze GR Jeugd en Wmo Zuidplas
registratienummer R24.000041
stijging van ongeveer € 0,35 mln. als gevolg van de prijsstijgingen en toename primaire bezetting2. De overige kosten zijn nog indicatief € 200k en hebben betrekking op de kosten in het jaarprogramma met daarbij een toename voor bijvoorbeeld accountantskosten. In de onderstaande tabel staat de wijze waarop de kosten die opgenomen staan in paragraaf 9.2 worden gedekt. Tevens zijn de kosten voor het aanvullend zorgaanbod opgenomen. Dat betreft kosten die conform afspraken via de GR lopen.
Tabel 2: Dekking geraamde Organisatiekosten en Aanvullend Zorgaanbod GR Jeugd en Wmo.
De totale organisatiekosten zijn in 2025 op € 8,8 mln. geraamd. Het aanvullend zorgaanbod is verder indicatief voor de jaren 2025 t/m 2027 op € 2,5 mln. geraamd. De totale te dekken kosten bedragen voor 2025 en 2026 een bedrag van € 11,3 mln. De totale kosten worden deels gedekt door de aanvullende uitkering die de gemeente Gouda ontvangt voor de uitvoering van de centrumtaken. Het betreft een bedrag van € 0,45 mln. Daarnaast wordt een ander deel van de kosten betaald uit de IZA Spuk gelden. De resterende kosten worden conform de verdeelsleutels verdeeld naar de vijf gemeenten. Voor de jaren 2025 en 2026 is een bijdrage vanuit de gemeenten geraamd van € 10,6 mln. en voor het jaar 2027 is dat een bedrag van € 10,1 mln. In bijlage 3 staat een overzicht van de bijdrage per gemeenten opgenomen. In 2023 is bij de totstandkoming van de RWO een inschatting gemaakt van de benodigde organisatiekosten. Er is destijds BOSD geconstateerd dat er nog verschillende onzekerheden zijn over de hoogte van de organisatiekosten. Voor een deel omdat sprake was van tijdelijke projecten (zoals inkoop en GR traject) of omdat er onduidelijkheid was ten aanzien van de hoogte van de kosten voor de bedrijfsvoering. Overheadkosten voor de RWO waren door de gemeente Gouda tot dat moment namelijk nooit volledig doorbelast.
2 De bedrijfsvoeringkosten voor 2024 liggen lager dan 35%. Deze zijn berekend op basis van een
afwijkend aantal formatieplaatsen. pagina 5 van 9
onderwerp Raadsvoorstel zienswijze GR Jeugd en Wmo Zuidplas
registratienummer R24.000041
Afspraak is geweest dat een deel van deze organisatiekosten vooralsnog incidenteel gedekt zou worden totdat er meer duidelijkheid zou zijn over de hoogte van de benodigde structurele organisatiekosten. Hiervoor is in 2024 € 1,9 mln. uit de regionale reserve van de RWO onttrokken (zie ook paragraaf 9.4). Een ander wel met het advies dat de vijf gemeenten rekening zouden houden met het structurele karakter van de overheadkosten. Bij het opstellen van het bedrijfsplan is geconstateerd dat een groot gedeelte van deze € 1,9 mln. structurele kosten zijn. Zo blijkt er ondanks dat het inkooptraject is afgerond dat hieruit ook structurele taken uit naar voren komen. Ook blijkt ten aanzien van de bedrijfsvoering dat dit structurele kosten zijn. Voor de vijf gemeenten leidt dit in 2025 tot hogere kosten dan 2024. In bijlage 3 van het bedrijfsplan staan per jaar de bijdrage per gemeenten opgenomen.
6A.
Lokaal middelen kader De organisatiekosten plus kosten aanvullend zorgaanbod (na aftrek van dekking uit bijdragen centrumtaken en IZA-Spuk) worden conform de verdeelsleutels verdeeld naar de vijf gemeenten. Voor de jaren 2025 en 2026 is een bijdrage vanuit de gemeenten geraamd van € 10,5 mln. en voor het jaar 2027 is dat een bedrag van € 10 mln. Hieronder staat een overzicht van de bijdrage per gemeenten opgenomen:
6B.
Lokaal kader - implicaties Met dit voorstel wordt de raden in staat gesteld hun zienswijze uit te brengen op het concept regeling. Als er aandachtspunten zijn vanuit het lokale perspectief kunnen deze worden ingebracht. Met dit voorstel wordt de raden in staat gesteld hun zienswijze uit te brengen op het concept regeling. Als er aandachtspunten zijn vanuit het lokale perspectief kunnen deze worden ingebracht. Lokale kanttekeningen 1. Gemeenteraad heeft door middel van een brief voorkeur uitgesproken voor een raadsregeling De gemeenteraad van Zuidplas heeft met grote meerderheid laten weten een raadsregeling te willen inrichten. Hoewel de voorgestelde organisatievorm een Collegeregeling betreft met weliswaar meer grip op de P&C cyclus (beleid en financiën) is dat niet hetzelfde is als een raadsregeling, In dit voorstel is de wens om meer betrokkenheid en grip zwaar meegenomen in het ontwerp van de GR en wordt daarmee tegemoet gekomen aan de argumenten van de gemeenteraad. Overigens kan een raadsregeling alleen worden ingericht indien alle gemeenteraden in de regio diezelfde wens eensluidend kenbaar maken. Als dat het geval zou pagina 6 van 9
onderwerp Raadsvoorstel zienswijze GR Jeugd en Wmo Zuidplas
registratienummer R24.000041
zijn, dan moet het proces voor een groot deel opnieuw worden gedaan. Qua doorlooptijd is de startdatum per 1 januari 2025 dan hoogstwaarschijnlijk niet meer haalbaar. De wijze waarop wij tegemoet denken te komen aan de wens van onze gemeenteraad, is onder meer door de volgende zaken in de GR te borgen: a. Meer invloed door opname kadernota in de P&C cyclus waar gemeenteraad zienswijze op kan geven Op basis van de taken en de bijbehorende bevoegdheden die aan de gemeenschappelijke regeling toekomen is met name voor een collegeregeling gekozen. Naar de nieuwe gemeenschappelijke regeling gaan namelijk alleen collegebevoegdheden over. Daarmee wordt de positie van de gemeenteraden ten opzichte van de huidige werkwijze (dat gebaseerd is op een samenwerkingsovereenkomst) versterkt. Dat geldt met name voor de planning en control cyclus die in de voorgestelde GR start met de kadernota die door de raad kan worden voorzien van een zienswijze. b. Gemeenteraden blijven kaderstellende rol behouden De kaderstellende rol van de gemeenteraad uit zich in verordenende bevoegdheden, beleidskaders en financiële kaders waarmee invloed wordt uitgeoefend op de beleidsmatige uitvoering van de taken en de koers van de organisatie.
c. Het oprichten van een Raadsadviescommissie willen wij als college van harte ondersteunen Het college wil de gemeenteraad helpen om samen met de partnergemeenten in deze regio te komen tot een regionale raadsadviescommissie. Een dergelijke commissie heeft de instemming nodig van alle gemeenteraden. Als een dergelijke commissie met algemeen draagvlak van alle gemeenteraden kan worden opgericht, stelt het de raad in staat om haar invloed te versterken door vanuit een gezamenlijk gremium van de betrokken gemeenteraden toezicht en controle uit te oefenen. d. De nieuwe wet biedt ook effectieve wettelijke instrumenten in geval van een collegeregeling Gemeenteraden hebben diverse instrumenten ter beschikking om invloed uit te oefenen op gemeenschappelijke regelingen. Instrumenten met een duidelijke wettelijke basis zijn: • Het recht op zienswijzen (bij het treffen van de regeling, bij de ontwerpbegroting en bij bepaalde besluiten) • Het recht van onderzoek (ook wel het enquêterecht genoemd); • De actieve informatieplicht van het AB richting de raden; • Reguliere raadsinstrumenten, zoals het vragenrecht en het indienen van moties of amendementen. 7.
Vervolgplanning De volgende 3 fasen worden doorlopen, waarbij de planning zich richt op afronding van deze fasen voor 1 januari 2025. De ontwerpfase loopt deels parallel aan deze fase, waarin de GR voor zienswijze wordt gezonden aan de colleges en raden. Fase 1 Planfase Nadat alle raden acht weken in de gelegenheid zijn gesteld om een zienswijze te geven aan de colleges over de gemeenschappelijke regeling wordt aan het BOSD een voorstel gedaan hoe deze eventuele zienswijzen te wegen en eventueel te verwerken in de definitieve regeling. Na de verwerking van de zienswijze wordt de gemeenschappelijke regeling aan de colleges gezonden voor de procedure van toestemming en instemming. De colleges vragen de raden pagina 7 van 9
onderwerp Raadsvoorstel zienswijze GR Jeugd en Wmo Zuidplas
registratienummer R24.000041
vervolgens om toestemming (besluit) om in te kunnen stemmen. Na de verkregen toestemming kan een college een instemmingsbesluit nemen. Amenderen van de regeling is in deze fase niet meer mogelijk aangezien alle colleges op een gelijkluidende regeling instemmen. Fase 2 Ontwerpfase In de ontwerpfase worden de plannen uitgewerkt tot op het detailniveau dat nodig is om het samenwerkingsarrangement te kunnen gaan implementeren. In deze derde fase wordt een inrichtingsplan, formatierapport, ontwerpbegroting en een transitietraject vormgegeven. De ontwerpfase start wanneer de GR voor zienswijze wordt gezonden aan de colleges en raden. Fase 3 Implementatiefase In de afrondende fase worden documenten opgesteld en stappen gezet die voor het implementeren van de organisatie en de werking van belang zijn. Voorbeelden hiervan zijn: 1. Mandaatregeling, organisatiestatuut, financieel statuut, reglementen van orde, archiefregeling; 2. Benoeming directeur 3. Plaatsing van medewerkers 4. Benoeming bestuur 5. Overige implementatievraagstukken 8.
`
Afgestemd met … In de periode van december 2023 tot februari 2024 is een ronde langs de vijf gemeenteraden gemaakt. Er is daarbij specifiek in gegaan op de college versus de gemengde raadsregeling, mogelijkheden om de regeling te verzwaren alsmede de client- en adviesraden. De opbrengsten van deze ronde hebben een plaats gekregen in de gemeenschappelijke regeling en in het bedrijfsplan. Het BOSD heeft op 21 maart de Ontwerp GR voor consultatie aan de colleges aangeboden. De input van de consultatie is verwerkt. Het BOSD heeft op 12 april 2024 de Ontwerp GR en het Bedrijfsplan vastgesteld en aan de colleges (16 april) aangeboden voor de zienswijzeprocedure door de gemeenteraden.
9.
Bijlage(n) Bijlage 1 Ontwerp Gemeenschappelijke regeling Jeugd en Wmo Midden Holland (Z24.000935) Bijlage 2. Concept zienswijze (U24.002833) Bijlage 3.ter informatie door colleges vastgestelde Bedrijfsplan (Z24.000942) Bijlage 4. Toelichting op de regeling (Z24.000936)
Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders,
J.F. Weber, Burgemeester
M. Burgmans gemeentesecretaris
pagina 8 van 9
onderwerp Raadsvoorstel zienswijze GR Jeugd en Wmo Zuidplas
registratienummer R24.000041
Raadsbesluit
De raad van de gemeente Zuidplas; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 april 2024; gelet op de wens om regionaal samen te werken en over het samen besturen goede afspraken te maken; besluit: 1. Kennis te nemen van de Ontwerp Gemeenschappelijke Regeling Jeugd en Wmo Midden Holland en hierop een zienswijze in te dienen. Aldus besloten in de openbare vergadering van 28/05/2024
De raad voornoemd, De griffier,
De voorzitter,
M.L. Engelsman
J.F. Weber
pagina 9 van 9