CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Oplegnotitie inf. reg. afstemmingsoverleg soc. domein mbt Jeugd en Wmo (incl. bijlagen)

Gemeenteraad 5 oktober 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Regiovisie jeugd en Wmo3.245 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oplegnotitie vanuit het informeel regionaal afstemmingsoverleg sociaal domein over de regionale visie Jeugd en Wmo vrijdag 3 september 2021

20:05

In het informeel regionaal afstemmingsoverleg sociaal domein is donderdag 2 september een eerste inventarisatie gedaan van eventuele onderwerpen waarop gezamenlijke actie wellicht mogelijk/nodig is. Bij deze oplegger zijn bijlagen gevoegd van drie gemeenten met daarin ook een aantal aandachts-/gesprekspunten die vanuit deze gemeenten zijn aangedragen. In het afstemmingsoverleg van 2 september zijn daarboven nog de volgende onderwerpen besproken. De vraag aan de raden luidt: bespreek de onderwerpen uit de bijlagen en onderstaande onderwerpen, kleur ze in en laat weten voor welk van deze onderwerpen is draagvlak is. Het resultaat van die bespreking in de raden komt dan via de vertegenwoordigers terug in het afstemmingsoverleg van 16 september ter nadere afstemming. Onderwerpen in afstemmingsoverleg van 2 september besproken: 1. Positie raden bij: - Proces verkenning normaliseren - Uitwerking samenwerkingsafspraken - Nieuwe inkoop: hoe te sturen op kwaliteit? - Voorbereiding GR: welke invloed willen we hebben tegen welke prijs? 2. Governance en inkoop: - Visie meegeven om waar mogelijk nu al te sturen op output en outcome op kwaliteit - Kwaliteitsindicatoren ontwikkelen om het samen monitoren en sturen te kunnen richten - De inzet en werking van budgetplafonds - Inzet ervaringsdeskundigheid in BOSD 3.

Uitwerken in periode ’21/’24: - Aanpassingen contractbeheer zoeken vanaf heden - Toegang beschut en beschermd wonen - Samenwerking jeugdbeschermingstafel + mandaat gemeente bij deze tafel - Toegang op elkaar afstemmen voor meer samenhang in de regio - Visie op afschalen - Visie op ouder worden in Midden-Holland - Samenwerking verplichten om te werken volgens 1 gezin 1 plan 1 regisseur, zo ook gebruik van Jeugdmatch 4. Uitwerken naar de toekomst: - Effect van de woonopgave op de zorg - Verkenning verbinding werk en inkomen in de regio 5. Ambitieniveau positieve gezondheid - Welke ambities zijn er wat betreft positieve gezondheid en moet daarmee iets op regionaal niveau gebeuren? Bijlagen 1. Overwegingen Bodegraven-Reeuwijk bij regiovisie jeugd-wmo 2. Overwegingen Krimpenerwaard bij regiovisie jeugd-wmo 3. Overwegingen Zuidplas bij regiovisie jeugd-wmo 4. Overwegingen Gouda bij regiovisie jeugd-wmo

RMH Pagina 1

Opmerkingen opgehaald uit de raadscommissie Samenleving van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk over de regionale visie op Jeugdzorg en WMO

1. Duidelijke focus aanbrengen in wat precies de regionale taak is.

“Het geheel van ondersteuning dient een dekkend palet te zijn om de juiste zorg en ondersteuning op het juiste moment te kunnen leveren. Vanuit de regionale samenwerking dienen voldoende diensten ontwikkeld en ingekocht te zijn om dit mogelijk te maken. Dit is volgens ons de kern van de taak van de regio.

2. Aanbieders zijn lang niet altijd meer dan een ingekochte dienstverlener.

Juist door de dienstverlening bijzonder te maken, wordt een nuchtere benadering belemmerd en worden de kosten opgedreven. Differentieer beter: geef aan bij welk soort cliënten je met welke dienstverlener meer dan een zakelijke (contractuele) of meer structurele relatie wilt hebben en waarom. Dat moet alleen gelden voor de partijen waar je echt niet omheen kunt (monopolisten). Veel diensten zijn vrij recht toe recht aan, ook al willen soms aanbieders beweren dat dit niet zo is.

3. Het is wezenlijk te weten welke kwaliteit aanbieders leveren..

Dat betekent dat zichtbaar moet worden in welke mate de behandeling of de hulp de cliënt heeft geholpen. We verwachten niet per se dat aanbieders samen met ons optrekken om de ambities te realiseren en de betaalbaarheid van het stelsel te borgen. Wel dat ze meewerken aan het in kaart brengen van de effecten van hun handelen op de cliënt. Onze ambities zijn niet dezelfde als de ambities van de aanbieders. Dat zal zo blijven. Als je niet beseft dat er ten principale tegengestelde belangen zijn, is de uitgangspositie voor een productief gesprek met de aanbieders ongunstig. Het is bijvoorbeeld belangrijk om bespreekbaar te kunnen maken dat het belang van continuïteit en bestaanszekerheid bij de aanbieder soms op gespannen voet staat met het publieke belang om de zorg te vernieuwen.

4. Normaliseren in het sociaal domein

Dit zou de kern moeten zijn van de regiovisie: hoe doe je dat? Wat betekent dit voor verwijzers? Wat betekent dat voor de regio? Welke zorg moet hiervoor worden ingekocht? Hoe weten we welke aanbieders de gewenste diensten leveren? Wat is de kwaliteit van die dienstverlening? Hoe

kan dat gemonitord worden? Op dit moment is de regiovisie overigens nog weinig concreet en daarmee is moeilijk te monitoren/evalueren of het succesvol is.

5. De focus van het NSDMH moet niet liggen op zaken als doorlooptijd en tarieven, maar op het verkrijgen van inzicht in de geleverde kwaliteit.

Door steeds naar tarieven en doorlooptijden te kijken, kijk je naar de verkeerde dingen, waardoor de kans reëel is dat je niet krijgt wat je wil: namelijk een cliënt die goed geholpen is (en natuurlijk het liefst tegen zo min mogelijk kosten). De weg die lijkt te worden ingeslagen, lijkt helaas een bureaucratische: “Om goede kwaliteit te waarborgen in de toekomst is het nodig om regionaal op te trekken richting zorgaanbieders. Hiervoor werken we aan harmonisering van verordeningen en nadere regels ten aanzien van kwaliteitseisen, toezicht, rechtmatigheid en handhaving.”.

6. Budgetplafonds zonder inzicht in de kwaliteit van geleverde diensten van een aanbieder is het paard achter de wagen spannen. Inzicht in de kwaliteit van geleverde diensten is een voorwaarde voor het instellen van een plafond. Als blijkt dat de kwaliteit van een bepaalde aanbieder onder de maat is, kun je met een plafond cliënten naar een andere, betere aanbieder leiden. Logisch zou dan niet een budgetplafond zijn, maar plafond in het aantal cliënten. Zo kun je minder goede aanbieders langzaam de markt uit drukken. Nu wordt waarschijnlijk op geld gestuurd. In de praktijk betekent dit dat gekeken wordt hoe duur een bepaalde dienst is bij een aanbieder of hoeveel de aanbieder omzet. Dat leidt er in de praktijk vaak toe dat cliënten van succesvolle aanbieders gedwongen worden naar andere aanbieders te gaan, die wellicht slechter zijn.

Opgehaalde overwegingen bij regiovisie jeugd/wmo vanuit de Krimpenerwaard tbv RASD-overleg op 2-9-2021 (tot nu toe input vanuit twee partijen CDA, SGP) De regiovisie Jeugd en Wmo raakt veel punten die belangrijk zijn voor de uitvoering en inkoop van de jeugdhulp en de wmo-zorg. A. De uitwerking over de samenwerking tussen de gemeentes/regio/bovenregionaal is vrij compleet, wat van belang is voor de Norm van Opdrachtgeverschap (NvO). B. De uitwerking van wat wij verwachten over de samenwerking tussen de gecontracteerde aanbieders is niet compleet. C. Qua inhoudelijke visie is het oppervlakkig en zal dit concreet gemaakt moeten worden in het gemeentelijk beleid D. Qua contractering/inkoop is het alleen voor de korte termijn, want de uitwerking voor de volgende contracteringsronde volgt in 2022/2023 Wat zouden sommige partijen in de Krimpenerwaard graag anders zien in deze regiovisie? Uitgewerkt per bullet: A. De uitwerking over de samenwerking tussen de gemeentes/regio/bovenregionaal is vrij compleet, wat van belang is voor de Norm van Opdrachtgeverschap (NvO). 1. Prima dat de maatschappelijke opvang (MO) en beschermd wonen (BW) ook in de toekomst regionaal georganiseerd blijft, maar het voortnemen om de toegangsfunctie ook bij Gouda te leggen wijkt af van het stramien om de toegangsfunctie lokaal te beleggen.

Wij zouden de toegangsfunctie voor MO/BW ook lokaal willen beleggen, zodat het goed aansluit bij het lokale beleid en werkwijze. (mogelijk amendement blz 22) 2. Blz 28 onder het besluit: financiering organisatie regionale taken, 3e bullet staat nu zodanig geformuleerd dat de raad eerst moet vragen naar onderbouwing e.d. Dit berust hopelijk op een misverstand. Het is logischer als het college een dergelijk besluit altijd voorlegt aan de raad, voorzien van een onderbouwing waarbij ook de alternatieven zijn benoemd en uitgewerkt en dit voorstel ook een verkenning bevat van het regionale draagvlak voor het besluit en de alternatieven. Dus niet eerst de raad ernaar laten vragen. (mogelijk amendement blz 28) B. De uitwerking van wat wij verwachten over de samenwerking tussen de gecontracteerde aanbieders is niet compleet. 1. Op blz 14 staat bovenaan dat de gemeente met de jeugdbeschermingstafel beoogt te sturen op het aansluiten van het vrijwillig kader op het gedwongen kader en het volledig benutten van de mogelijkheden in het vrijwillig kader. Dat lukt nu onvoldoende: de gemeente heeft niets in handen om hierin de betreffende organisatie aan te spreken op het niet volgen van deze lijn. Bovendien worden de cases nauwelijks meer besproken op de JB-tafel zodra zorg vanuit het gedwongen kader wordt ingezet (zeker als de GI de voogdij heeft).

Nu houden GI’s de jongeren vaak (te) lang in zorg en indiceren zij maatwerkvoorzieningen zonder overleg cq. afstemming met de gemeente over andere mogelijkheden. Afspraken zijn nodig om integrale zorg aan een gezin/huishouden te bevorderen. (mogelijk motie over samenwerking ) 2. Ook op blz 11 in het schema is het wenselijk dat de zorg vanuit lokaal/regionaal en bovenregionaal een verplichting kent om samenwerking te zoeken tussen deze soorten van zorg (en ook de GI’s) om daadwerkelijk met 1 gezin, 1 plan 1 regisseur te werken. Er zijn nu tal van voorbeelden waarin bijv de voogdij van uithuisgeplaatste kinderen verspreid is over meerdere hulpverleners en en er dus geen sprake is van één regisseur voor het héle gezin. De gevolgen laten zich raden. (mogelijke amendement blz 11)

3. Op blz 15 staat in de laatste alinea hier iets over en staat dat de werkgroep vereenvoudiging Jeugdbeschermingsketen van invloed zal zijn, maar het zou goed zijn om Midden Holland aan te sporen om daar niet op te wachten en nu al het heft in handen te nemen door daar afspraken over te maken. C. Qua inhoudelijke visie is het oppervlakkig en zal dit concreet gemaakt moeten worden in het gemeentelijk beleid 1. De regiovisie jeugd en wmo is qua (zorg)inhoudelijke visie erg oppervlakkig. Wat er in staat is zal waarschijnlijk op een breed draagvlak rekenen, want het is moeilijk om er tegen te zijn. De visie, uitgangspunten en toekomstgericht opgaven voor de toekomst laten namelijk erg veel ruimte voor interpretatie en bijbehorende uitwerking. Het ambitieniveau is onvoldoende om de huidige problemen op te lossen (zie ook reactie adviesraad). De visie geeft te weinig sturing. Het is aan de individuele colleges om daaraan uitwerking te geven. En juist die uitwerking kan de vormgeving van de zorg voor jeugd/wmo maken of breken. ‘The devil is in the detail’.

Het lijkt daarom verstandig dat in iedere gemeente afspraken worden gemaakt tussen college en raad op welke wijze het college de gemeenteraad betrekt bij de uitwerking van deze algemeen geformuleerde visie, uitgangspunten en tekomstgerichte opgaven (mogelijk amendement blz 27 als extra bullet onder het kopje besluit democratische legitimering). 2. Belangrijke punten worden slechts aangestipt, maar daar zal veel meer aandacht voor moeten zijn in de komende tijd en verdient dus extra nadruk: zoals bijvoorbeeld *de doorstroom naar lokale huisvesting, *afstemming met het beleid t.a.v werk en inkomen, *uitwerking positieve gezondheid, *grenzen aan inzet jeugdhulp (wat is normaal en waar is echt zorg nodig: minder geld naar lichte problematiek), e.d. 3. Blz 17 punt 5 over samenwerking bij toezicht: Het is beter om ook een frase op te nemen dat bij het toezicht indien nodig/nuttig samen gewerkt wordt met de IGJ en het IKZ (Mogelijk amendement blz 17) 4. Qua contractering/inkoop is het alleen voor de korte termijn, want de uitwerking voor de volgende contracteringsronde volgt in 2022/2023 1. Het gebruik en doorontwikkeling van budgetplafonds is een ongewenste ontwikkeling. Het zorgt alleen maar voor wachttijden en gedurende de wachttijd krijgt de bijv.

de jongere niet de zorg die passend is (hiermee voldoet de gemeente dus niet aan de jeugdwet) en zal dit invloed hebben op de ontwikkeling van het kind. Dit leidt tot hogere kosten en minder resultaat in de toekomst, aangezien de zorg niet tijdig was. Het gebruik van budgetplafond kan er uit verwijderd worden of benoemd worden als een soort ‘laatste optie’.(mogelijk amendement blz 28) 2. Het is veel logischer om de beperking te zoeken in minder diversiteit in het maatwerk-aanbod in te kopen. Beperk dat tot de zorg die gedefinieerd is in de jeugdwet en waarvoor sterke aanwijzingen zijn datr die effectief is. dus bijv. geen therapie mbv paarden, knuffelen van koeien e.d., want daar is geen enkel bewijs van effectiviteit. Maar als (groeps)dagbesteding kan dat natuurlijk wel prima gebruikt worden. Daar hangt dan ook een heel ander tarief aan. (mogelijk amendement blz 28) 3. Blz 28: het gebruik van jeugdmatch (Verwijs Index Risicojongeren): er staat nu dat de organsiaties in de regio geactiveerd moeten worden om dit te gebruiken. Het is beter om dit dwingend op te nemen als eis in de contracteringsvoorwaarden en daar ook op toezien (mogelijk amendement blz 28) 4. Blz 28 2e alinea staat dat de colleges de verantwoordelijkheid hebben om de wisselwerking tussen lokale en regionale taken zodanig te organiseren dat de gestelde doelen gerealiseerd worden.

het college kan dat echter alleen afdwingen als daarover voorwaarden zijn opgenomen in de contractering. Anders staat het college met lege handen. Dus ook in de contractering van de GI’s, zoals JB-west

Beeld van het document vanuit Zuidplas: Het is in onze ogen eerlijk gezegd een weinig inspirerend document en zal waarschijnlijk niet veel verandering teweegbrengen. Het zicht op hoe deze visie de huidige problemen aan gaat pakken is mager. De stap hierna, vanaf ’25 zal interessanter worden omdat we dan waarschijnlijk toe moeten zijn gegroeid tot een GR en een nieuwe inkoopsystematiek kunnen implementeren. De vraag voor nu is waar gaan we voor de komende jaren de vinger bij leggen? We zien 3 grote spanningsvelden: 1. normaliseren vs vroegsignaleren 2. keuzevrijheid vs bestuurbaarheid 3. eigen stuur vs efficiëntie in samen Ad1: Het eerste thema wordt gelukkig na reacties uit de raden steviger beetgepakt. Wel zouden we graag zien dat de raden aan de voorkant geïnformeerd worden over het proces.  Motie of toezegging? Ad2: We kunnen weinig wijzigen totdat de nieuwe inkoopsystematiek van de grond komt. Deze voorbereiding begint in '22. Belangrijk om de raden tijdig mee te nemen in het woud van inkoop en sturing.  Motie of toezegging? Ad3: Er lijkt een schroom te zitten om samenwerken in de regio. Midden-Holland is een van de weinige regio's waar er geen solidariteitsafspraken voor jeugdhulp worden gemaakt. Ws bewegen we richting een GR. Goed om ook hierover tijdig het gesprek te voeren welke invloed we als raden willen hebben en wat hiervan ook de prijs is.

Ik denk bijvoorbeeld aan organisaties die regionaal werken en bij moeten houden hoe alles werkt en heet in elke gemeente.  Motie of toezegging? Met deze spanningsvelden in het achterhoofd zien we 3 overkoepelende thema's waar we invloed kunnen uitoefenen: 1. schuring lokaal/regionaal 2. governance 3. toekomst Ad1: Doordat samenwerking altijd ergens snijverlies geeft zal het ook altijd ergens blijven schuren in de verantwoordelijkheid tussen lokaal en regionaal. Wonen is zo’n onderdeel, werk en inkomen, de toegang en het onderwijs. Het risico is bij deze thema's groot om

verantwoordelijkheid af te schuiven of op elkaar te wachten. Daarbij is het voor regionale aanbieders een oerwoud geworden hoe elke gemeente ingericht is. Midden-Holland is qua regio een mooie omvang om veel meer op elkaar te kunnen afstemmen dan we nu doen. Alleen al door bijvoorbeeld in de toegang dezelfde termen te gebruiken of een vergelijkbare route af te spreken. In Gouda moet je bijvoorbeeld eerst naar het Sociaal Team voordat je cliëntondersteuning kan krijgen. In Waddinxveen via de Wadwijzer en in Zuidplas kan dat juist weer direct. Deze verschillen kosten veel tijd. Als we de krachten bundelen vanuit de raden zouden we hierin verschil kunnen maken verwachten wij. Een ander voorbeeld is de samenwerking met Werk en Inkomen. Voor ons gevoel hapert het gesprek over de plek van werk en inkomen omdat de consequenties groot zijn. Ondanks dat zouden we het gesprek en/of een verkenning hoe werk en inkomen regionaal te betrekken van belang zijn.  Motie samenhang in de regio?  Motie verkenning werk en inkomen? Ad2: De raden en colleges blijven in het gekozen model aanzet. De lokale beleidsplannen zijn leidend. Tegelijk kijken we dus allemaal door onze eigen bril naar de regio, zonder dat het gesprek gevoerd is wanneer we tevreden zijn. Sturing door gemeenteraden zonder gezamenlijk beeld, wordt hagel schieten.

We zouden graag zien dat we in elk geval gelijke indicatoren afspreken waarlangs we ieder lokaal en soms regionaal de vordering bekijken en beoordelen. Zo kijken we in elk geval naar dezelfde zaken. Wij zijn overigens niet zo huiverig voor het doorontwikkelen naar een GR. De huidige vorm is de meest minimale vorm van samenwerken. De huidige vorm wordt uitgewerkt in samenwerkingsafspraken. We zijn benieuwd naar de rol van de raden hierbij. Verder merken we op dat er in de visie weinig ambitie leesbaar is over de inzet van ervaringsdeskundigheid. Er wordt aangegeven dat er in de uitwerking wel het eea mee gedaan wordt. We zouden het mooi vinden als de regio een manier vindt om ervaringsdeskundigheid ook van invloed te laten zijn op de governance, niet als onderdeel maar als spiegel bij besluitvorming en niet alleen in uitvoerende projecten.  Motie door dezelfde bril kijken?  Motie of toezegging rol van de raden (evt bundelen met de eerste 3 punten van dit schrijven)?  Motie ervaringsdeskundigheid? Ad3: We beseffen ons dat niet alles in deze visie kan komen te staan wat we wellicht gehoopt hadden. We willen kijken of we nog een aantal thema's mee kunnen geven om binnen de periode van deze visie verder uit te werken.

Wij missen bijvoorbeeld zicht op afschalen, van zware regionale naar lichtere lokale zorg, maar ook een Midden- holland regionaal geluid op hoe nu verder met het abonnement tarief binnen de WMO? Dit zou wat ons betreft ontwikkeld mogen worden. Een ander voorbeeld is ouderenzorg. Er gaat veel aandacht naar jeugd in deze visie, dat staat ook in de inleiding. We missen echter wel de visie op ouder worden in Midden-Holland. De druk op de ouderzorg gaat de komende 5 tot 10 jaar extreem toenemen. Wat kunnen we daar in dit verband nog mee?

 Motie uit te werken in deze periode: ouderzorg en afschalen.

Opgehaalde overwegingen bij regiovisie jeugd/ WMO vanuit de commissie Samenleving gemeente Gouda op 21 april en 19 mei 2021 De volgende punten van aandacht ten aanzien van de regiovsie Jeugd en WMO. Onderstaande punten worden breed gedeeld in de commissie samenleving. De overwegingen zijn gegroepeerd. Na de bespreking op 15 september 2021 in commissie Samenleving volgt een tweede versie. Visie/ missie/ doelstelling  Er ontbreken een visie, missie en strategisch plan in de regionale visie.  Er ontbreken concrete doelstellingen. SMART. Stip op de horizon voor 2024, inclusief resultaten. Betrokkenheid raad  De raad wil meer betrokken worden bij de uitwerking van het regionaal kader.  De tekst over de betrokkenheid van de raden in hoofdstuk 6 is erg smal. Dit mag breder uitgeschreven worden in het hoofdstuk. Democratische legitimiteit is breder dan alleen inkoop.  Handvaten om keuzes te maken in de WMO en jeugdzorg worden gemist. Solidariteit  Solidariteit in regioverband.  Solidariteit in de zorg. Jeugd  Doorstroming jeugdhulp naar WMO.  Aansluiting jeugdhulp en passend onderwijs.  Behoefte aan meer verdieping over jeugdbescherming en de crisis in de jeugdzorg.  Uithuisplaatsing en terugplaatsing. Ouderen  Relatie langer thuiswonend en zorg ontbreekt lijkt te ontbreken in de regiovisie. Kwetsbare groepen  Aandacht voor Kwetsbare groepen.

 Er zijn zorgen om kwetsbare groepen zonder netwerk. Wonen  Woningtekort voor jongeren.  Knarrenhoven voor ouderen.  De link met de huidige wooncrisis en onze Goudse WoonZorgvisie wordt gemist. Commerciële aanbieders  Aandacht voor commerciële aanbieders. Scherp naar kijken, verhouding omzet winst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10510078/1