Notitie PvdA-GL - Vragen met betrekking tot het agendapunt uitbreiding van der Spek Tuincentrum
Tekst van het document
Vragen: agendapunt tijdens de raadsvergadering van 2 maart a.s., over de uitbreiding van tuincentrum van der Spek. Onderstaande vragen zijn gedistilleerd uit de brief van de ondernemingsverenigingen derhalve voeg ik als bijlage deze brief toe omdat in mijn vragen verwezen wordt naar de bijlagen in de oorspronkelijke brief. Als fractie van de PVDA/GroenLinks willen we graag een helder beeld over de vragen die de ondernemingsverenigingen ons stelt met betrekking tot de uitbreiding van van Spek. Dit willen we omdat in de infonota B 1206 en B 1124 hierover op geen enkele wijze gerept wordt. Zoals u gewend bent van ons doen wij ook navraag bij de initiatiefnemer. We willen deze informatie en het debat hierover uitdrukkelijk nu doen omdat de informatie voor ons mogelijkerwijs consequenties heeft voor de bespreking van het door de initiatiefnemer in te brengen bestemmingsplanwijziging. Vragen: 1. Rond het jaartal 2009 werd de ‘verswinkel’ van Van der Spek het onderwerp van een gemeentelijke en wellicht haast planologische discussie. Waarom? Welnu, Van der Spek (Spek) verkocht vanaf zijn locatie aan de Bredeweg tal van producten die hij daar eigenlijk niet mocht verkopen. Het ging daarbij niet alleen om groente en fruit maar ook om kaas en andere zuivelproducten.
De gemeente was héél duidelijk: het mocht daar niet en dat is onder andere terug te lezen in de van toepassing zijnde (gemeentelijke) stukken. Is er sprake van gedogen? En gaan we de situatie niet formaliseren? Wat is de relatie van deze bevindingen in relatie tot de infonota. De ‘Nota van beantwoording en wijziging inspraakreacties en vooroverlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Het Nieuwe Midden’ (1) van februari 2009 geeft op pagina 35 blijk van de navolgende gemeentelijke conclusie: Spek zit er op basis van een gedoogbeleid. Voorts wordt aangegeven dat betrokkene meerdere malen is aangegeven dat van formele legalisering c.q. uitbreiding geen sprake kan zijn!
2. Op 16 juni 2009 volgt de ‘Nota van beantwoording en wijziging Het Nieuwe Midden’ (1). De gemeente is in haar reactie – aanvankelijk – weer heel duidelijk en stellig. Zo geeft de gemeente op pagina 26 aan dat er nooit “toezeggingen” zijn gedaan en dat er geen enkele medewerking kan en zal worden gegeven aan een formalisering van de bestemming c.q. het creëren van uitbreidingsmogelijkheden t.b.v. detailhandel. Ook stelt de gemeente dat Provinciaal en gemeentelijk beleid detailhandel op deze locatie niet toestaan (pagina 29). Uiteindelijk stemt het college toch maar in met de legalisering indien dit beperkt wordt tot de (toen) bestaande 440m² ? Klopt het dat hetgeen hier gebeurt niet is toegestaan en is er een begrenzing is tot 440m² ? Is dit door de ODMH gecontroleerd? Op welke momenten heeft er controle plaatsgevonden en is er gehandhaafd graag willen wij de betreffende rapportages.
1
3. Het college heeft de omvang van de winkel tot 440m² begrensd Een paar jaar later – we leven dan in het jaar 2013 – doet Spek bij de gemeente een aanvraag om een verkoopkas te mogen bouwen t.b.v. tuinartikelen. Op 29 april 2014 wordt er door het college een raadsvoorstel ingebracht dat begint met de conclusie dat de gewenste ontwikkeling eigenlijk niet past binnen het vigerende bestemmingsplan (2). Op pagina 2 van het raadsvoorstel lezen we onder 1.3 dat de door Spek gewenste ruimtelijke ontwikkeling (het bouwen van een kas) een positieve bijdrage geeft aan het actief opruimen en tegengaan van verrommeling. Het college stelt dan ook dat: De op dit moment in de open lucht gestalde onderdelen kunnen netjes inpandig worden opgeslagen, wat voor een kwalitatief beteraanzicht vanaf de snelweg zal zorgen. Er wordt dan ook medewerking verleend onder uitdrukkelijke voorwaarde dat de uitgestalde goederen vanaf de rijksweg, maar ook aan de voorzijde van de verkoopruimte worden verwijderd. Daarnaast geeft het college aan dat het plan c.q. de aanvraag van Spek voorzien is van een ‘goede ruimtelijke onderbouwing van de gewenste ontwikkeling’. Vrij vertaald zegt het college hier dat Spek - ter onderbouwing van zijn plannen - alles onderbouwd heeft en dat ‘we’ dus weten waar we aan toe zijn en dus weten wat Spek gaat doen. De onderbouwing en dus de toezegging van Spek is heel duidelijk.
Immers, als we naar de tekening (3) kijken dan zien we dat er een kas wordt gebouwd, dat er een parkeer terrein wordt aangelegd, dat de boomgaard blijft bestaan en dat er geen verkoop meer buiten plaatsvindt. Wat is er van deze toezeggingen terecht gekomen? Wéér gelooft het college Spek en weer wordt er afgeweken. Ook de provincie werkt mee en deze verleent op 28 april 2014 de ontheffing op basis van de door Spek gedane toezegging dat alle ‘nu aanwezige opslag’ opgeruimd zal worden (4). Voor iedereen in Nederland geldt dat je je moet houden aan afspraken en dat je wettelijke regels niet mag overtreden. Als ‘we’ verkeerd parkeren in bijvoorbeeld Zevenhuizen dan krijgen we al rap een bekeuring (gemeentelijke belastingheffing), als ‘we’ een schutting te hoog bouwen dan staat handhaving zo op de stoep om nog maar niet te spreken van die illegaal gebouwde tuinhuisje van 2 bij 2 meter. Regels zijn er om nageleefd te worden.En als ‘we’ die regels dan overtreden dan is het aan de gemeente om te handhaven en om te zeggen: we hebben afspraken gemaakt….dus…. . Is er sprake geweest van handhaving van het onder vraag 3 beschreven situatie? 4. Anno 2021 weten we dat het anders is gelopen. De gedane toezeggingen en gemaakte afspraken worden niet nagekomen, de gemeente is daarvan op de hoogte maar doet niets ondanks meerdere verzoeken en ondanks haar beginselplicht tot handhaven.
Ambtenaren komen niet verder dan teksten als ‘…..tja we weten het…..’, er wordt gezegd dat er niets aan de hand is….maar hoe kan dat toch? Is het dan toch een kwestie van ‘ons kent ons’? Mag de één dan toch meer dan de ander? Kloppen deze conclusies?
2
5. Omdat het allemaal onduidelijk en troebel blijft wordt er toch maar een lijntje gelegd naar de Omgevingsdienst (ODMH). Na veel vijven-en-zessen komen de eerste haast beschamende bevindingen van deze dienst naar boven (5). - Er bevinden zich tuinmaterialen in de openlucht (buiten zone “detailhandel toegestaan 2” en dat mag niet [voor de goede orde: als we naar de tekening kijken die bij de ruimtelijke, onderbouwing uit 2013 hoort dan zien we dat Spek aangeeft dat daar fruitbomen komen]. - De ODMH concludeert tevens dat bovenbedoelde verkoop in strijd is met de ruimtelijke onderbouwing. Ook verwijst de ODMH hierbij naar het raadsvoorstel van 28/4/2014 (R14.000048) - Ook worden vraagtekens gesteld bij de opslagloods (die nu deels als verkoopruimte wordt gebruikt hetgeen niet mag). - Ook concludeert de ODMH dat er een illegale overkapping is gebouwd. - De ODMH stelt vervolgens vast dat bij perceel 110 en 112 aan de Bredeweg een deel van de agrarische gronden - tegen de regels van de agrarische bestemming in – wordt gebruikt als parkeerterrein. Veel opmerkelijker is het feit dat dit reeds in 2016, 2017 en 2018 geconstateerd is. - Om de reeks aan overtredingen te completeren concludeert de ODMH voorts dat er op gronden van de gemeente, Rijkswaterstaat en het Hoogheemraadschap reclameobjecten staan zonder dat daarvoor vergunningen zijn verleend.
- Als klap op de vuurpijl stelt de ODMH dat dit laatste aspect reeds eerder is vastgesteld maar dat er in overleg met de gemeente Zuidplas ‘geen vervolgstappen’ zijn ondernomen. Voorts kan nog opgemerkt worden dat de thans op het buitenterrein verkochte artikelen daar helemaal niet verkocht mogen worden omdat dit in strijd is met het vigerende bestemmingsplan, maar dit terzijde. Kloppen deze conclusies? 6. Andere bevindingen van de ODMH van 12 november 2020 (6). Zo als bekend was er t.b.v. de verswinkel 440m² vergund onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat het daartoe wel beperkt moest blijven. Maar wat concludeert de ODMH anno 2020 aan meters? Geen 10% meer, ook geen 25%, ook geen 75% nee….Spek heeft ruim 911m2 in gebruik en dat is ruim meer dan het dubbele van het toegestane aantal meters. Kloppen deze conclusies? 7. Blijkens de Informatienota (7) aan de raad van de gemeente Zuidplas van de dato 14 juli 2020 heeft het college besloten om in principe haar medewerking te verlenen om het tuincentrum van Van der Spek weer uit te breiden. Dit alles ondanks het gegeven dat de gemeente en dus ook het college weet dat de huidige situatie bij Spek op tal van fronten niet deugt en dus ook weet heeft van het feit dat de indertijd met de gemeente en de provincie gemaakte afspraken totaal niet nagekomen worden.
De toelichting aan de Raad is redelijk standaard en conformeert zich voor een deel aan de ruimtelijke onderbouwing (deels van de STEC Groep). Vervolgens wordt onder het kopje ‘Consequenties’ gesteld dat: …Dit principebesluit heeft als gevolg dat het tuincentrum Van der Spek geadviseerd wordt om een bestemmingsplan aan te leveren, maar pas nadat de Adviescommissie Detailhandel Zuid-Holland van de provincie een positief advies heeft uitgebracht en er een anterieure overeenkomst is afgesloten…. Vervolgens luidt de tekst dat: Er zal een advies gevraagd worden aan de Adviescommissie 3
Detailhandel Zuid-Holland. Als deze een positief advies hebben uitgebracht kan er een anterieure overeenkomst worden afgesloten en gestart worden met het bestemmingsplan…. en ondanks de toch heel duidelijke redactie van raadsinformatienota – slechts bij een positief kan er gestart worden met bestemmingsplan – besluit het college van de gemeente Zuidplas toch weer anders. Vorenbedoelde beslissing werd enkele (bezwaar-) makende ondernemers medegedeeld door Wethouder Schuurman van de CU/SGP. In een met enkele van hen gevoerd telefoongesprek deelde Schuurman mede dat het college toch haar medewerking zal gaan verlenen aan hat nieuwe plan van Spek. Als motivatie gaf Schuurman aan dat er een gedegen ruimtelijke onderbouwing (STEC-Groep) onder het plan ligt.
Hoe komt het dat het uitgangspunt niet wordt gevolgd dat bij een positief advies van de Adviescommissie Detailhandel Zuid-Holland kan er toch gestart worden met het bestemmingsplan.
8. De meest recente informatienota aan de raad – die van 21 januari jongsleden – is in al haar onderdelen, geschreven richting het ‘gewenste’ resultaat. Zo geeft de opsteller van de notitie (bijvoorbeeld) niet alleen aan dat er een regionale afstemming heeft plaatsgevonden maar bovenal dat de meeste gemeenten, met uitzondering van de gemeente Waddinxveen, eigenlijk wel positief waren en zijn. Immers, de letterlijk tekst luidt: ‘…..Er zijn 6 gemeenten die positief hebben gereageerd op het initiatief en 3 gemeenten die kritische vragen hadden maar niet positief of negatief waren. Eén gemeente, gemeente Waddinxveen, heeft negatief gereageerd en is duidelijk tegen de uitbreiding van het tuincentrum….’. Maar hoe verhoudt dit zich tot de opmerking van de heer Vente, wethouder van de gemeente Krimpenerwaard, die aangeeft dat hij mondeling zijn zorgen heeft geuit richting de heer Schuurman? (10). En hoe moeten we zijn opmerking lezen dat ‘het onderwerp’ op de agenda van het Overleg Economie, Onderwijs en Arbeidsmarkt Midden-Holland is gezet? En dat er tijdens dit overleg zorgen zijn geuit over ‘dit proces’. Kloppen bovenstaande constateringen?
Namens de fractie van de PVDA/GroenLinks, Martin Damen
4