CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Interpellatieverzoek NEZ Gronddepot april 26

Gemeenteraad 21 april 2026, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Vaststelling agenda760 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Interpellatieverzoek van de fractie van NEZ, ingediend 16 april 2026 Tot onze spijt voelt de fractie van NEZ zich genoodzaakt om een verzoek tot interpellatie in te dienen, gezien het spoedeisende karakter voor aanstaande raadsvergadering. Ondanks dat zowel NEZ als Pro Zuidplas en het CDA veelvuldig aan de bel getrokken hebben over serieuze overlast en schade die ontstaan is bij omwonenden van het gronddepot op de hoek Verbindingsweg – Parallelweg Zuid in Nieuwerkerk aan den IJssel, blijkt nu dat de overlast nog altijd voort duurt, terwijl de verleende tijdelijke vergunning voor het gronddepot inmiddels is verlopen. . De overlast en schade is de afgelopen jaren meermaals door omwonden gemeld en inmiddels ook vastgesteld door de Omgevingsdienst Midden-Holland en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Daarbij is sprake van verslechterde afwatering, dichtgedrukte en gedempte sloten, stofoverlast, houten constructie in watergang en wateroverlast in tuinen als gevolg van de werkzaamheden op het terrein. Daarnaast bleek uit beantwoording op schriftelijke vragen van september 2025 dat er destijds door de gemeente, los van alle uurloonkosten voor alle ambtenaren, er al een bedrag van circa € 65.000 was uitgegeven voor het herstel van schade aan wegdek en berm die zijn veroorzaakt door het gronddepot, en dat deze kosten in de praktijk niet te verhalen zijn.

Door het niet oplossen van de huidige serieuze problemen en overlast voor omwonenden en het opstapelen van de kostenpost voor de gemeente (onze inwoners) voelen wij ons genoodzaakt deze vragen in te dienen. 1. Deelt het college de constatering dat er sinds 4 april 2026 sprake is van een illegale situatie, nu zonder geldige vergunning het bedrijf nog steeds op deze locatie werkzaamheden uitvoert? 2. Is hier sprake van een (expliciet of impliciet) gedoogbeleid? Zo ja, op basis van welk besluit en welke juridische onderbouwing? 3. Indien geen formeel gedoogbesluit is genomen, erkent het college dat er feitelijk sprake is van onrechtmatig gedogen? 4. Deelt het college dat op grond van vaste jurisprudentie de Beginselplicht tot handhaving geldt, inhoudende dat bij een overtreding in beginsel moet worden gehandhaafd? En dat er slechts bij uitzonderlijke omstandigheden van handhaving kan worden afgezien?

5. Omwonden hebben in een gesprek met de gemeente en afgevaardigde van het ODMH op 15 april 2026 te horen gekregen dat er geen handhaving mogelijk is. Kan het college limitatief en juridisch onderbouwd aangeven welke uitzonderingsgrond om handhavend op te treden hier van toepassing zou zijn? 6. Hoe verhoudt het standpunt van het college dat niet kan worden gehandhaafd zich tot artikel 18.12 van de Omgevingswet, waarin het college expliciet de bevoegdheid krijgt om een last onder bestuursdwang of dwangsom op te leggen bij overtredingen? 7. Erkent het college dat deze bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete in dit geval toepasbaar is, nu sprake is van een vastgestelde en voortdurende overtreding en het veroorzaken van hinder zonder vergunning? 8. Indien deze bevoegdheid niet wordt ingezet, kan het college exact motiveren waarom dit niet onevenredig zou zijn in de verhouding tot de ernstige en aantoonbare schade bij omwonenden? 9. Door het afwijzen van een (verlenging) Vergunning om de werkzaamheden na 4 april 2026 voor te zetten, is er geen zicht op legalisatie. Waarom wordt er niet over gegaan tot het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang nu er duidelijk geen sprake is van concreet zicht op legalisatie? 10.

Hoe verhoudt het uitblijven van handhaving zich tot de zorgplicht uit de Omgevingswet, nu schade aan eigendommen en verstoring van de leefomgeving aantoonbaar plaatsvinden? 11. Deelt het college dat het laten voortduren van deze situatie kan worden aangemerkt als onrechtmatig nalaten? 12. In hoeverre acht het college de gemeente aansprakelijk voor geleden en toekomstige schade als gevolg van het niet handhavend optreden? 13. Is het college bereid per direct: -

een last onder dwangsom of bestuursdwang op te leggen de illegale werkzaamheden/vestiging te beëindigen herstel van de waterhuishouding af te dwingen herstel of compensatie van de schade voor omwonenden af te dwingen af te dwingen dat de locatie terug wordt teruggebracht in de oorspronkelijke staat

14 Zo nee, kan het college per onderdeel concreet en juridisch aangeven: - waarom niet wordt ingegrepen - welke maatregelen er dan wel genomen worden - binnen welke harde termijn de overtreding wordt beëindigd.

15. Deelt het college dat het laten voortduren van deze situatie het vertrouwen van de inwoners in de gemeente schaadt? En dat het juridisch en maatschappelijk onhoudbaar is dat bij een verlopen vergunning, vastgestelde schade, aanzienlijk oplopende kostenpost voor de gemeente/inwoners en een voortdurende overtreding geen gebruik wordt gemaakt van de beschikbare handhavingsinstrumenten? Namens de fractie van NEZ Pien Meppelink

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16847799/1