CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

GEWIJZIGDE Bijlage 4 Memo Beantwoording technische vragen APV Zuidplas 2021 Z21.000727

Gemeenteraad 23 maart 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Wijzigingsverordening 2021 Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zuidplas4.601 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo

*Z21.000727*

onderwerp Beantwoording technische vragen inzake Wijzigingsverordening 2021 Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Zuidplas. ter attentie van

datum 19/03/2021

kenmerk Z21.000727

kopie aan

bijlage

afzender M.Schouten R. Verwey

telefoon 0180-330300

e-mail m.schouten@zuidplas.nl r.verwey@zuidplas.nl

afdeling Bestuur, Communicatie en Veiligheid

De fracties van VVD, SP, CU/SGP en CDA hebben technische vragen gesteld naar aanleiding van agendapunt 11 op de raadsvergadering van 23 maart 2021; Wijzigingsverordening 2021 Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zuidplas, Met dit memo worden de vragen beantwoord. Vragen VVD Vraag Mbt inhoudelijke wijziging art 2:26 APV: Zichtbaar dragen van goederen van organisaties die verboden zijn verklaard. Vraag: is dit niet sowieso verboden? Is dit niet landelijk geregeld, of zou dit niet landelijk geregeld moeten worden? Antwoord: Momenteel is dit nog niet verboden. Zolang de uitspraak van de civiele rechter dat een vereniging een verboden vereniging betreft, niet onherroepelijk is geworden, kan er niet worden gehandhaafd op basis van het strafrecht. Omdat de civiele uitspraken uitvoerbaar bij voorraad zijn verklaard, hebben deze beslissingen wél een civielrechtelijk effect. En ook bestuursrechtelijk kunnen de beslissingen reeds effect hebben en kan er worden opgetreden: er is immers een verklaring voor recht dat het een verboden organisatie is. In de APV is nu een bepaling opgenomen om bestuursrechtelijke handhaving ook mogelijk te maken. Het opnemen van een bepaling in de APV betreft een landelijke lijn op verzoek van het Openbaar Ministerie. Vraag Mbt inhoudelijke wijziging artikel 2:37 APV bijhouden nachtregister Vraag: was dit niet al zo? En voor wie geldt deze verplichting?

Pagina 1 van 11

onderwerp

registratienummer

Beantwoording technische vragen inzake Wijzigingsverordening 2021 Algemene Plaatselijke

Z21.000727

Verordening

Antwoord Nee, dit was niet al zo. Op grond van artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht is het niet bijhouden van een nachtregister strafbaar gesteld. Het nachtregister geldt voor eenieder die er zijn beroep van maakt logies aan personen te verschaffen. Dit betreft niet alleen hotels en B&B’s maar bijvoorbeeld ook recreatieparken. In het kader van de aanpak van ondermijning geeft opname van dit artikel in de APV een helder signaal af dat men niet anoniem een huisje kan huren voor bijvoorbeeld criminele ontmoetingen. Verder kan de gemeente ook zelf toezicht houden op het nachtregister en is zij daarvoor niet afhankelijk van inzet van de politie. Vraag Mbt inhoudelijke wijziging artikel 2:42 APV: verbod kalk en krijt schrappen Vraag: bij eerdere besprekingen in de raad stelde men dat dit artikel niet alleen over spelende kinderen ging, maar ook om protest achtige acties. Blijven deze nu wel verboden? Antwoord: Nee, protestachtige acties waarbij een mening wordt geuit vallen niet onder het bekladdingsverbod. In de term ‘bekladden’ ligt besloten dat het daarbij niet gaat om meningsuitingen als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet, artikel 10 EVRM en artikel 19 IVBPR. Er bestaat vrijheid van meningsuiting, dit is niet verboden.

De gemeente kan als eigenaar degene die gebruik maakt van het recht op vrije meningsuiting wel aansprakelijk stellen voor de kosten die gemoeid zijn met schoonmaak en herstel Het verbod op het gebruik van kalk en krijt is niet meer van deze tijd en treft voornamelijk spelende kinderen. Als zij op openbaar terrein stoepkrijt gebruiken, maken zij zich schuldig aan schending van het verbod op kladden met krijt. Als het gaat om bekladding dan is kalk en krijt tamelijk onschuldig nu het na een regenbui wegspoelt. Kladden met verf is iets anders: de gemeente zal kosten moeten maken om de openbare ruimte te herstellen. Vraag Mbt inhoudelijke wijziging artikel 2:50a APV: Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties. Vraag: Wat is het verschil met (of verband met) art 2:26 APV Antwoord Artikel 2:26 ziet op het dragen van de clubkleuren bij evenementen waar artikel 2:50a APV meer algemeen ziet op het voorkomen van ordeverstoring op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij horende erven door het zichtbaar dragen, bij zich hebben of vervoeren van goederen die de uiterlijke kenmerken van de verboden organisatie weergeven. De tekst van deze bepalingen is in nauw overleg met het Openbaar Ministerie tot stand gekomen. Burgemeester, politie en Openbaar Ministerie willen stevig kunnen optreden tegen de zogenaamde Outlaw Motorcycle Gangs.

Vragen SP Vraag Welke artikelen zijn wel en welke niet van toepassing op het recreatiegebied Hitland? Antwoord: Op grond van artikel 125 Gemeentewet en artikel 33 van de Gemeenschappelijke Regeling Recreatieschap Hitlandbos is op 1 november 2006 een Algemene Verordening Hitland vastgesteld. De algemene Verordening Hitland bepaalt dat voor zover deze verordening voorziet in hetzelfde onderwerp als de APV Zuidplas, de gemeentelijke verordening ophoudt te gelden voor dat deel van het gemeentelijk territoir dat binnen het gebied van het Recreatieschap ligt. Feitelijk betekent dit dat bijvoorbeeld een vergunning voor een standplaats bij het Recreatieschap moet worden aangevraagd en niet bij de gemeente.

Pagina 2 van 11

onderwerp

registratienummer

Beantwoording technische vragen inzake Wijzigingsverordening 2021 Algemene Plaatselijke

Z21.000727

Verordening

Vraag Welke artikelen zijn wel en welke niet van toepassing op het recreatiegebied Rottemeren? Antwoord Op grond van artikel 125 Gemeentewet en artikel 3 van de Gemeenschappelijke Regeling Recreatieschap Rottemeren is op 1 januari 2018 de Gebiedsverordening Recreatieschap Rottemeren vastgesteld. Deze gebiedsverordening ziet toe op het gehele gebied dat onderdeel uitmaakt van en behoort tot het gebied waarvoor de gemeenschappelijke regeling van het Recreatieschap Rottemeren van toepassing is. Voor zover onderhavige gebiedsverordening voorziet in hetzelfde onderwerp als een toepasselijke verordening van een deelnemende gemeente, zal eerstgenoemde gebiedsverordening in de plaats treden van de verordening van die deelnemer. Vraag Zijn er artikelen die niet van toepassing zijn door derden door andere wetvoering? Antwoord: De APV betreft een wetgevende regeling op gemeentelijk niveau (algemeen verbindend voorschrift). Er kan veel geregeld worden in een gemeentelijke verordening, maar deze mogelijkheid is niet onbegrensd. Een bepaling kan onverbindend zijn als zij onnodig in de private sfeer ingrijpt (ondergrens) of treedt in de rechtsruimte van hogere regelingen (overschrijding van de bovengrens).

De ondergrens wordt overschreden wanneer de gemeentelijke ordening regels wil stellen die geen gemeentelijk belang te dienen, maar de bijzondere belangen van individuele burgers raken en te zeer in hun privésfeer ingrijpen. De bovengrens wordt overschreden wanneer de gemeentelijke verordening regels wil stellen op gebieden die niet aan de gemeentelijke regelgeving toekomen, omdat zij op landelijk of provinciaal niveau geregeld zijn of geregeld moeten worden. De nu voorliggende APV is gemodelleerd naar de model APV van de VNG. De bepalingen in de APV zijn allen beoordeeld op juridische houdbaarheid. Met uitzondering van de specifieke bepalingen zoals bedoeld in de antwoorden op de vorige 2 vragen, zijn er op dit moment geen APV bepalingen die (deels) niet van toepassing zijn omdat er andere regelgeving voor in de plaats treedt. Vraag Zijn de uitvoerende diensten (bijvoorbeeld politie en handhavers) betrokken bij de herziening van dit APV? Antwoord: Ja, bij het actualiseren van de APV zijn politie en handhaving betrokken. Daarnaast heeft afstemming plaatsgevonden in regionaalverband. Deze regionale afstemming heeft vooral plaatsgevonden in het kader van een regionale aanpak ondermijning.

Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden Vraag Wat is de definitie van samenscholing? Antwoord Het op straat samenkomen van groepen personen, waarbij men wegens deelneming aan samenscholing wordt gestraft als men zich (bij gelegenheid van een volksoploop) opzettelijk niet onmiddellijk verwijdert na het derde, door de politie gegeven bevel. De context is van belang bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van samenscholing. Groepen mensen mogen normaliter op straat bij elkaar komen, het gaat bij in dit artikel om verboden samenscholing bij (dreigende) ongeregeldheden.

Pagina 3 van 11

onderwerp

registratienummer

Beantwoording technische vragen inzake Wijzigingsverordening 2021 Algemene Plaatselijke

Z21.000727

Verordening

Vraag Klopt het dat in geval van hangjongeren onder overkappingen bij woonhuizen en winkelcentra, de politie en handhavers geen handvatten hebben om hiertegen op te treden? Antwoord: Nee, dit klopt niet. Het ligt aan de specifieke omstandigheden van het geval. Eenieder mag in de openbare ruimte verblijven. Ook jongeren hebben daar recht op. Het is niemand toegestaan de openbare orde te verstoren en overlast te veroorzaken. Als hiervan sprake is, dan kan daartegen worden opgetreden. Zie ook de artikelen 2:47 APV (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen), 2:49 APV (hinderlijk gedrag bij of in gebouwen) en 2:50 APV (hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten). Deze artikelen bieden eveneens handvaten tot optreden. Vraag Wat bedoeld men met de term; zonder redelijk doel, in Art. 2.49 lid 2? Antwoord: Met de term ‘zonder redelijk doel’ wordt bedoeld dat de betrokken persoon bij controle zal worden gevraagd waarom hij of zij op de locatie verblijft. Als er naar het oordeel van de toezichthouder geen redelijk doel wordt aangegeven dan kan er worden gehandhaafd. Wat een redelijk doel is hangt af van de situatie en behoort tot de professionele beoordelingsruimte van de toezichthouder. Voorbeeld: Een jongere die met vrienden in een portiek hangt is daar niet met een redelijk doel, tenzij ze staan te schuilen voor een hevige regenbui.

Vraag Bij kinderspeelplaatsen staan verbodsborden voor honden. Hoe verhoud zich dit met Art. 2.58 lid 1? Antwoord: De borden geven aan dat honden niet op kinderspeelplaatsen mogen komen. In artikel 2:58 lid 1 APV is opgenomen dat degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft verplicht is ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd (opruimplicht). Daar waar honden niet welkom zijn mogen zij ook niet worden uitgelaten. Mocht een hond onverhoopt tóch zijn uitwerpselen op een kinderspeelplaats deponeren dan geldt ook daar een opruimplicht Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen Vraag Wat is de definitie van betogingen? Antwoord: Uit jurisprudentie van de Hoge Raad komt naar voren dat er sprake kan zijn van een betoging als een aantal personen openlijk en in groepsverband optreedt, al dan niet in beweging is en de groep er is om een mening uit te dragen. Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen Vraag Wat zijn de openbare plaatsen die zijn aangewezen door het college? Antwoord Er zijn geen openbare plaatsen aangewezen waar niet mag worden geflyerd. Vraag Vallen politieke partijen hieronder?

Pagina 4 van 11

onderwerp

registratienummer

Beantwoording technische vragen inzake Wijzigingsverordening 2021 Algemene Plaatselijke

Z21.000727

Verordening

Antwoord: Het is mogelijk dat flyeren op bepaalde locaties niet wordt toegestaan. Dit geldt ook voor politieke partijen. Het verbod mag echter niet zover strekken dat er geen sprake meer kan zijn van een uitoefening ‘van enige betekenis’ van het recht op vrije meningsuiting. Een algeheel verbod voor de gemeente is daarmee niet toegestaan. Vraag In welke mate conflicteert dit artikel met Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens artikel 10 waarin de vrijheid van meningsuiting is vastgelegd? Antwoord Er is geen sprake van een conflict. Flyeren wordt niet onmogelijk gemaakt en er zit een grens aan de bevoegdheid die in het eerste lid van het artikel aan het college is toegekend. Het recht op vrije meningsuiting moet betekenisvol kunnen worden uitgeoefend; dus geen algeheel verbod op flyeren. Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaats Vraag Wat zijn de definities van straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur? Antwoord: De in het algemeen taalgebruik gangbare omschrijving. Het gaat om personen die optreden op straat, op pleinen of in publieke ruimtes, bv. een acrobaat, acteur, performer, sneltekenaar of muzikant. Maar ook fotografen en filmers.

Vraag In welke mate conflicteert dit artikel met Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens artikel 10 waarin de vrijheid van meningsuiting is vastgelegd en waarover jurisprudentie is dat straatfotografie en filmen niet verboden is? Antwoord: Er is geen sprake van een conflict. In artikel 2:9 APV is aansluiting gezocht bij de beperkingsgronden van het in artikel 7, derde lid, opgenomen grondwettelijk recht dat ziet op het ‘openbaren van gedachten of gevoelens’. De burgemeester kan op grond van het derde lid ontheffing verlenen van het verbod. Het recht mag worden uitgeoefend, maar de burgemeester dient zorg te dragen voor een ordentelijk verloop van het maatschappelijk verkeer en kan daarom beperkingen opleggen. Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Vraag Er hangt regelmatig groen over een stoep vanuit een private tuin waardoor vaak mensen in een rolstoel of scootmobiel er niet door kunnen. Valt deze overgroei ook onder dit artikel en kan dat worden gehandhaafd? Antwoord Ja, overhangend groen dat de verkeersveiligheid belemmert dient te worden verwijderd/gesnoeid. Dit kan worden afgedwongen door bijvoorbeeld een last onder dwangsom op te leggen. Artikel 2:24 Definities Vraag “vechtsport evenementen waaronder begrepen free fight, vale tudo,cage fight, kickboksen, MMA en al hun vergelijkbare varianten” < Waarom is hiervoor een uitzondering gemaakt?

Pagina 5 van 11

onderwerp

registratienummer

Beantwoording technische vragen inzake Wijzigingsverordening 2021 Algemene Plaatselijke

Z21.000727

Verordening

Antwoord In principe is er voor sportwedstrijden geen evenementenvergunning nodig, tenzij het gaat om vechtsporten. De reden hiervoor is dat bekend is dat vechtsportgala’s als dekmantel kunnen fungeren voor ondermijnende activiteiten. Door deze wedstrijden onder de vergunningsplicht te brengen kan er in ieder geval getoetst worden aan de wet Bibob, Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting Vraag In lid 1 sub a stopt het artikel na het woord of Antwoord: Vermoedelijk bedoelt de vraagsteller lid 3 sub a in plaats van lid 1 sub a. Daarbij wordt opgemerkt dat de tekstuele wijziging in dit lid 3 niet juist is. Lid 3 wordt één doorlopende bepaling, zoals hierna opgenomen: 3. De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit Vraag Zou in lid 1 sub a een negatief BIBOP onderzoek een reden reden tot afwijzing zijn? Antwoord Vermoedelijk bedoelt de vraagsteller lid 3 sub a in plaats van lid 1 sub a. In lid 7 van het artikel is opgenomen dat de burgemeester de vergunning kan weigeren dan wel intrekken in het geval en onder voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de wet Bibob. Een negatief Bibob advies is een grond tot weigering dan wel intrekking van de vergunning.

Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke Vraag Hoe zit met schilders? kleur- of verfstof of verfgereedschap is onderdeel van hun werk. Als je artikel zo leest mag het niet omdat dit niet voorkomt in artikel 2.42 Antwoord: In de toelichting op het artikel staat: ‘De opsporingsambtenaar en het OM hebben de mogelijkheid om aan de hand van de omstandigheden of verkregen indrukken na te gaan of er al dan niet sprake is van een overtreding als bedoeld in het eerste lid’. Het gaat om de context waarbinnen kleur- of verfstoffen of verfgereedschap worden aangetroffen bij een persoon. Een schilder die van een klus komt heeft een goede reden waarom hij in het bezit is van deze spullen en dit kan eenvoudig geverifieerd worden. Deze schilder valt dan niet onder het verbod. De politie maakt hierbij aan de hand van de context een professionele beoordeling. Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen of bromfietsen Vraag Vallen motorfietsen, motorscooters en Quads onder de wegenverkeerswet? Antwoord: In principe wel, maar om op de openbare weg te mogen rijden moeten deze voertuigen zijn goedgekeurd voor toelating tot het verkeer op de weg. In de wegenverkeerswet en overige regelgeving is neergelegd aan welke toelatingseisen en permanente eisen een motorrijtuig moet voldoen om in een bepaalde voertuigcategorie te vallen. Artikel 5:7 Reclamevoertuigen

Pagina 6 van 11

onderwerp

registratienummer

Beantwoording technische vragen inzake Wijzigingsverordening 2021 Algemene Plaatselijke

Z21.000727

Verordening

Vraag Vallen hier ook aanhangers en bakfietsen met reclame op de openbare weg onder? Antwoord: Nee, deze vallen er niet onder. Het artikel is opgenomen in de afdeling parkeerexcessen. Het gaat hier om voertuigen die bewust (vaak langere tijd) worden geparkeerd met als doel het maken van reclame. Het is niet de bedoeling om iedere aanhanger of bakfiets met een uiting van een bedrijf of een sticker van de garage erop, hieronder te scharen. Het moet gaan om het bewust op een plek parkeren met het kennelijke doel reclame te maken. Artikel 5:8 Grote voertuigen Vraag Wiens oordeel wordt bedoeld met “zijn oordeel” in lid 2? Antwoord: Met “zijn oordeel” wordt het oordeel van het college bedoeld. Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving Vraag Lid 1 ; waarom is hier niet opgenomen dat bezoldiging niet wordt toegestaan? Antwoord: Daar is geen reden toe omdat er een vergunning moet worden aangevraagd. Op die manier vindt een controle plaats op de betrouwbaarheid van de inzameling/werving. Vraag Lid 1 : Worden de bedrijven die studenten laten werven langs de deuren, tegen betaling, ook aangeschreven over deze wijziging? Antwoord: Nee, bedrijven dienen zelf te informeren bij de gemeente of zij over een vergunning moeten beschikken.

Vragen CU/SGP Vraag Zijn er verschillen in handhaving tussen kleine evenementen met meldingsplicht en grotere evenementen met vergunning en zo ja, wat zijn deze verschillen?” Antwoord Nee, er zit niet zozeer verschil in de handhaving, als wel in het proces van de vergunningverlening. Kleine evenementen zijn evenementen binnen bepaalde randvoorwaarden. Er kan worden volstaan met een melding hetgeen betekent dat er geen vergunning hoeft te worden aangevraagd of te worden verleend. Dit betekent een lastenverlichting voor de inwoners maar ook voor de gemeente. Grotere evenementen hebben wel een vergunning nodig omdat er getoetst moet worden of het evenement passend is, of er aan veiligheidseisen (veiligheidsplan/verkeersplan) is voldaan enz. Ook adviseren de politie en de brandweer op basis van de voorliggende plannen. Daarvoor wordt ook een advies van de brandweer en de politie gevraagd. In beide gevallen zal er handhavend worden opgetreden als er sprake is van overtreding van de vergunningsvoorwaarden dan wel van de kaders waarbinnen een meldingsplichtig evenement mag plaatsvinden. Als er sprake is van overlast zal er in beide gevallen gehandhaafd kunnen worden, zij het

Pagina 7 van 11

onderwerp

registratienummer

Beantwoording technische vragen inzake Wijzigingsverordening 2021 Algemene Plaatselijke

Z21.000727

Verordening

dat de schaalgrootte en daarbij behorende inzet natuurlijk een andere is. Bij meldingsplichtige evenementen zullen de toezichthouders over het algemeen kunnen volstaan met het brengen van een inspectiebezoek om te kijken of alles goed verloopt. Vragen CDA Vraag In het raadsvoorstel lezen wij op pagina 3 van 9 onder 2.13 APV dat het artikel m.b.t. Veroorzaken gladheid, is vervallen in het huidige APV-model. Wordt er op een andere wijze voorzien in een verbod op het veroorzaken van gladheid, zoals bijvoorbeeld het verliezen van bagger of een oliespoor op de openbare weg? Antwoord: Dit onderwerp is geregeld in hogere regelgeving, opnemen in de APV is overbodig. Volgens vaste jurisprudentie is de (rechts)persoon die op een weg een verontreiniging veroorzaakt en/of het op zich neemt een dergelijke verontreiniging op te ruimen, gehouden een dergelijke verontreiniging op zodanig wijze dient te verwijderen/verminderen dat er na afronding van de werkzaamheden een veilige situatie bestaat en blijft bestaan voor de weggebruikers: in essentie dient die (rechts)persoon er voor te zorgen dat de weg onder alle weersomstandigheden normaal bruikbaar is voor het verkeer. Vraag Wij hebben het als een gemis ervaren dat de pagina’s van de wijzigingsverordening APV niet genummerd zijn.

Is er een reden voor het ontbreken van paginanummers? Antwoord: Er is geen specifieke reden voor het feit dat er geen paginanummers zijn opgenomen. Vraag Artikel 1.1 3e - van onderen. Welk begrip wordt hier gedefinieerd? Antwoord: Het juridische begrip ‘rechthebbende’ wordt hier gedefinieerd. Overigens is per abuis een opsommingsletter vermeld. Deze dient als geschrapt te worden beschouwd. Vraag Bij diverse artikelen staat de tekst Verboden ……. op door het college aangewezen openbare plaatsen. Deze tekst verward ons een beetje. De tekst impliceert dat het hier gaat om gedeelten van de openbare plaatsen die specifiek voor het in het artikel genoemde verbod door het college via een bepaling/besluit zijn aangewezen. Hierdoor lijkt het verbod dus niet van toepassing op alle openbare plaatsten. In de definitielijst van art. 1.1 staat onder Openbare plaats: Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet Openbare manifestaties. In de Wet Openbare Manifestaties: 1.In deze wet wordt verstaan onder openbare plaats: plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek. 2.Onder openbare plaats wordt niet begrepen een gebouw of besloten plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet. Ook de toelichting van de WOM is duidelijk over de definitie van Openbare plaats.

Is het noodzakelijk om de tekst “door het college aangewezen” in deze artikelen op te nemen? Is het inderdaad het college die plaatsen als openbare plaats aanwijst of is het de gemeenteraad die dit middels bestemmingsplannen vaststelt?

Pagina 8 van 11

onderwerp

registratienummer

Beantwoording technische vragen inzake Wijzigingsverordening 2021 Algemene Plaatselijke

Z21.000727

Verordening

Antwoord: Ja, het is noodzakelijk om de tekst “door het college aangewezen” op te nemen. Het college is bevoegd tot het aanwijzen van openbare plaatsen. Deze bevoegdheid heeft geen relatie tot hetgeen wordt geregeld in bestemmingsplannen ,maar ziet op de handhaving van de openbare orde. Vraag 5 Art. 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen. Wat wordt hier exact mee bedoeld? Met welk doel staat wordt dit artikel opgenomen? Wil dit ook zeggen dat het uitdelen van bijvoorbeeld flyers niet mogelijk is zonder ontheffing? Waar kan eenieder vinden voor welke dagen en uren het college het verbod beperkt heeft of zal beperken zoals beschreven in lid 2? In de toelichting van dit artikelnummer is artikel 2.1 genoemd ipv 2.6. Antwoord In dit artikel wordt gedoeld op flyeren. Het artikel schept de mogelijkheid een bepaald gebied aan te wijzen waar niet geflyerd mag worden. Dit verbod kan beperkt worden in de tijd. De reden hiervoor ligt in het voorkomen van zwerfvuil. Zeker commerciële flyers worden al snel weggegooid, vaak ook in de openbare ruimte. De flyers mogen wel huis aan huis worden verspreid. Op het moment dat een gebied wordt aangewezen wordt dat besluit gepubliceerd zodat het voor eenieder kenbaar is. In de toelichting is inderdaad per abuis artikel 2:1 genoemd waar het artikel 2:6 moet zijn.

Vraag Bij evenementen art 2:24 lid c wordt gesproken over geluid ten opzicht van de gevels van omringende woningen. In het RV fysieke leefomgeving wordt gesproken over gevoelige gebouwen. Zijn de definities van deze begrippen gelijk? Antwoord Nee, het gehanteerde begrip woning in artikel 2:24, derde lid, onder c van de APV is beperkter dan het begrip gevoelige gebouwen, zoals opgenomen in artikel 3.73 van de Verordening Fysieke Leefomgeving. Het begrip gevoelige gebouwen komt voort uit het Activiteitenbesluit, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder en ziet naast woningen ook toe op onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven. Vraag Afdeling 8. Artikel 2:40 a lid 2. Dit is een KAN bepaling. Met het oog op extra leges en lasten voor ondernemers, is er zicht op gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten binnen onze gemeente waarvoor de burgemeester gebruik wil gaan maken van deze vergunningsplicht? Antwoord Nee, op dit moment bestaat geen concrete aanleiding om gebruik te maken van deze bevoegdheid. De bevoegdheid van de burgemeester om gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aan te wijzen zal enkel gebruikt worden indien daar uit het oogpunt van ondermijning en criminaliteitsbestrijding aanleiding toe bestaat. Vraag Art 2.46.

Rijden over bermen en dergelijke met voertuigen die NIET voorzien zijn van rubberbanden. Welke situaties heeft het college hier voor ogen? En in welke gevallen is dit artikel gebruikt de afgelopen jaren?

Pagina 9 van 11

onderwerp

registratienummer

Beantwoording technische vragen inzake Wijzigingsverordening 2021 Algemene Plaatselijke

Z21.000727

Verordening

Antwoord: Het artikel is bedoeld om schade aan het wegdek en bermen te voorkomen door bijvoorbeeld rupsbanden. De afgelopen jaren is ervoor zover bekend geen gebruik gemaakt van dit artikel. Vraag Artikel 2:57 Loslopende honden Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: Lid a; Binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat de hond aangelijnd is. Artikel 1, eerste lid onder b van de Wegenverkeerswet: wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten Even voor onze beeldvorming en ter verduidelijking. Heeft lid a van de APV ook betrekking op openbare parken (de gazons) binnen de bebouwde kom? Vallen wegen die uitsluitend bedoeld zijn voor bestemmingsverkeer ook onder wegen zoals opgenomen in art. 1 eerste lid onder b van de Weg en Verkeerswet? Antwoord: Het artikel heeft de volgende bedoelingen: Bescherming van de verkeersveiligheid, die door loslopende honden in gevaar kan worden gebracht; Het voorkomen van beschadiging aan eigendommen van derden; Het voorkomen van hinder voor voetgangers; Het bestrijden van verontreiniging; Het voorkomen van schade en dierenleed, die worden veroorzaakt doordat loslopende honden en andere dieren en wel met name schapen en kippen naar het leven staan.

De bepaling heeft ook betrekking op de openbare parken in de gemeente evenals wegen die bestemd zijn voor bestemmingsverkeer. Vraag Lid d. Buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd. Dit wil dus zeggen dat buiten de bebouwde kom honden onaangelijnd mogen verblijven/lopen. Welke plaatsen heeft het college aangewezen buiten de bebouwde kom waar dit niet mag? Antwoord Het college heeft alle speellocaties/trapveldjes gelegen buiten de bebouwde kom en de begraafplaats aan de Middelweg in Moordrecht aangewezen. Vraag Art 5.8 Grote voertuigen Lid 1. Welke plaatsen heeft het college aangewezen waar het parkeren van grote voertuigen verboden is omdat dit schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente? Antwoord Conform het besluit van de vroegere gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle zijn hiervoor binnen de gemeente Zuidplas de volgende locaties aangewezen:  Zevenhuizen: Nijverheidscentrum;  Moerkapelle: Ambachtstraat, Nijverheidstraat, Industriestraat en het parkeerterrein bij de Julianastraat.

Pagina 10 van 11

onderwerp

registratienummer

Beantwoording technische vragen inzake Wijzigingsverordening 2021 Algemene Plaatselijke

Z21.000727

Verordening

Vraag Het parkeren van de grote voertuigen met de minimaal genoemde maten is niet allen qua uiterlijk aanzien onprettig voor de gemeente maar deze geparkeerde voertuigen zorgen binnen de bebouwde kom, bijvoorbeeld in woonstraten, regelmatig voor onveilige, onoverzichtelijke verkeerssituaties. Juist hierover ontvangen wij veel melding van inwoners. Op welke wijze zou er gehandhaafd kunnen worden op het veroorzaken van onveilige situaties door het parkeren van grote voertuigen? Antwoord Handhaving kan plaatsvinden op grond van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 waarin is bepaald dat het eenieder verboden is zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd. Vraag Handhaven op parkeren binnen de aangegeven vakken lijkt, als wij het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens er op naslaan, allen te kunnen als de parkeervoorzieningen zijn aangeduid met de borden E4 tm E9 of E11 tm E13. Veel openbare parkeerplaatsen in onze dorpen zijn niet voorzien van een van deze borden. Met het oog op grote voertuigen die veelal buiten de vakken uitsteken, en mede hierdoor onveilige en hinderlijke situaties kunnen veroorzaken, vragen wij hoe het college hier mee omgaat.

Antwoord: Handhaving kan plaatsvinden op grond van artikel 65 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990), waarin is bepaald dat het parkeren van een voertuig toegestaan is op de daartoe bestemde weggedeelten. Vraag Artikel 5.9 Uitzichtbelemmerende voertuigen; Dit artikel lijkt te zijn geschrapt in de wijzigingsverordening APV. Wij kunnen geen uitleg vinden waarom dit artikel ontbreekt. Antwoord Artikel 5:8 APV in combinatie met de wegenverkeerswet biedt voldoende grondslag voor handhaving.

Het voorstel luidt (enkel) de benaming van het artikel te wijzigen van Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen naar Uitzichtbelemmerende voertuigen. De tekst van het artikel wordt niet gewijzigd en is om die reden niet opgenomen. Het artikel komt niet te vervallen.

Pagina 11 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9918218/1