GEW. Bijlage 1 Nota Parkeernormen 2026 A25.004311
Tekst van het document
Zoals opgenomen in paragraaf 3.4 bevat deze nota parkeernormen een hardheidsclausule, waarmee het college van burgemeester en wethouders een gemotiveerde afwijking mogelijk kan maken.
24
Nota Parkeernormen 2026
Het college neemt een gemotiveerde afwijking alleen in overweging wanneer de initiatiefnemer het volledige stappenplan uit paragraaf 6.3 heeft doorlopen en daarmee de onmogelijkheid heeft aangetoond om de fietsen autoparkeervraag op te kunnen lossen. De initiatiefnemer draagt bij de gemeente de argumentatie aan, waarna het college mede op basis hiervan een integrale belangenafweging maakt. Het college maakt hierbij een afweging tussen het maatschappelijk-economische belang van de totstandkoming van de ontwikkeling en een goede verdeling van de beschikbare openbare parkeerruimte.
25
Nota Parkeernormen 2026
7. Vastlegging parkeeroplossing 7.1. De parkeeroplossing vastleggen Voor iedere ruimtelijke ontwikkeling wordt in de omgevingsvergunning vastgelegd welke fiets- en autoparkeereis bij de geplande functies hoort. In de omgevingsvergunning moet gemotiveerd worden hoe de parkeereis tot stand is gekomen en hoe in het minimaal benodigde aantal parkeerplaatsen wordt voorzien. Voor parkeren geldt dat in de omgevingsvergunning ten minste de volgende aspecten uitgewerkt moeten zijn: ● het aantal te realiseren parkeerplaatsen, indien nodig uitgesplitst naar functie;
●
de ligging van de parkeervoorziening(en) waar de benodigde parkeerplaatsen beschikbaar worden gesteld: op eigen terrein, in een private parkeervoorziening en/of in de openbare ruimte;
● ●
de maatvoering van de parkeervoorziening(en) en de bijbehorende (weg)inrichting; de parkeerrechten die al dan niet verbonden zijn aan de adressen of bouwnummers gelegen binnen de ontwikkeling.
7.1.1. Parkeerrechten vastleggen Bij het vastleggen van de parkeeroplossing is in het bijzonder aandacht voor het borgen van de zogeheten parkeerrechten. Met het begrip parkeerrecht wordt bedoeld of er op een adres in de toekomst wel of geen parkeervergunning of -ontheffing kan worden aangevraagd. Het parkeerrecht heeft daarmee een directe relatie met de toepassing van parkeerregulering in de openbare ruimte. Het vastleggen van de parkeerrechten is vooral met het oog op de toekomst van belang. Voor het vastleggen van parkeerrechten maken wij onderscheid tussen twee scenario’s. Scenario 1: parkeervraag volledig op eigen terrein of in private parkeervoorzieningen opgelost In dit eerste scenario is de parkeereis volledig door de initiatiefnemer opgelost. Dit kan op eigen terrein zijn of door gebruik te maken van private parkeervoorzieningen. De parkeereis is in ieder geval niet opgelost door gebruik te maken van openbare parkeercapaciteit. Dit maakt dat alle adressen die tot de ontwikkeling behoren in dit scenario zijn uitgesloten van alle parkeerrechten. Scenario 2: parkeervraag (deels) in de openbare ruimte opgelost Belangrijk onderdeel van deze nota parkeernormen is het stappenplan dat een initiatiefnemer volgt om zijn parkeervraag op te kunnen lossen.
Het stappenplan biedt de mogelijkheid om, onder gestelde voorwaarden, gebruik te maken van bestaande openbare parkeercapaciteit. In dit tweede scenario is (een deel van) de parkeervraag van een ontwikkeling in de openbare ruimte opgelost. Het in de openbare ruimte oplossen van een parkeervraag betekent dat bepaalde adressen parkeerrechten hebben. Via huisnummers of bouwnummers worden in de omgevingsvergunning de parkeerrechten vastgelegd.
26
Nota Parkeernormen 2026
7.2. Communicatie richting de eindgebruiker Iedere ruimtelijke ontwikkeling heeft eindgebruikers. Dit is de (dagelijkse) gebruiker van de parkeeroplossing die voor de ontwikkeling is gevormd. Goede en tijdige communicatie richting eindgebruikers over de manier waarop het parkeren is opgelost is van groot belang. Met de initiatiefnemer van een ontwikkeling en partijen die betrokken zijn bij de verkoop- en verhuur van woningen of andere functies maken wij afspraken over de wijze waarop over de parkeeroplossing wordt gecommuniceerd. Hierbij wordt vastgelegd wanneer de communicatie plaatsvindt en welke middelen hiervoor worden ingezet. Het opnemen van informatie over de parkeeroplossing in brochures voor de koop of verhuur vormt een basisvereiste. Uit deze brochures moet duidelijk blijken hoe het parkeren van fietsen en auto’s is opgelost.
27
Nota Parkeernormen 2026
Bijlage 1: gebiedsindeling
28
Nota Parkeernormen 2026
Gebiedsindeling uitsnede zone A (Nieuwerkerk a/d IJssel)
29
Nota Parkeernormen 2026
Gebiedsindeling uitsnede zone B (Moordrecht)
30
Nota Parkeernormen 2026
Gebiedsindeling uitsnede zone B (Zevenhuizen)
31
Nota Parkeernormen 2026
Gebiedsindeling uitsnede zone C (Moerkapelle)
32
Bijlage 2: fietsparkeernormen Hoofdgroep: wonen, bewoners (parkeernormen zijn exclusief de genoemde bezoekersparkeernormen, zie voor de bezoekersparkeernormen de tabel op de volgende pagina). Functie
Eenheid
Zone A
Zone B
Zone C
Zone D
Koop, huis, vrijstaand
per woning
5,00
5,00
5,00
5,00
Koop, huis, twee-onder-een-kap
per woning
5,00
5,00
5,00
5,00
Koop, huis, tussen/hoek
per woning
5,00
5,00
5,00
5,00
Koop, appartement, > 130 m² bvo
per woning
5,00
5,00
5,00
5,00
Koop, appartement, 80-130 m² bvo
per woning
4,50
4,50
4,50
4,50
Koop, appartement, < 80 m² bvo
per woning
3,50
3,50
3,50
3,50
Huur, huis, vrije sector
per woning
5,00
5,00
5,00
5,00
Huur, huis, sociale huur
per woning
5,00
5,00
5,00
5,00
Huur, appartement, vrije sector, > 130 m² bvo
per woning
5,00
5,00
5,00
5,00
Huur, appartement, vrije sector, 80-130 m² bvo
per woning
4,50
4,50
4,50
4,50
Huur, appartement, vrije sector, < 80 m² bvo
per woning
3,50
3,50
3,50
3,50
Huur, appartement, sociale huur, 80-130 m² bvo
per woning
5,00
5,00
5,00
5,00
Huur, appartement, sociale huur, 50-80 m² bvo
per woning
4,50
4,50
4,50
4,50
Huur, appartement, sociale huur, < 50 m² bvo
per woning
3,50
3,50
3,50
3,50
Huur, appartement, sociale huur of vrije sector,< 30 m² bvo
per kamer
2,50
2,50
2,50
2,50
Kamerverhuur, studenten, niet-zelfstandig
per kamer
1,50
1,50
1,50
1,50
Huisvesting arbeidsmigranten
per bed
1,00
1,00
1,00
1,00
Huisvesting asielzoekers en statushouders
per 10 bedden
2,00
2,00
2,00
2,00
Flexwoning
per woning
1,50
2,00
2,00
2,50
Ouderenwoning (woning zonder zorgvoorzieningen)
per woning
0,75
1,00
1,00
1,00
Aanleunwoning, serviceflat (zelfstandige woning met beperkte zorgvoorzieningen)
per woning
0,50
0,50
0,75
0,75
Kleine eenpersoonswoning (tiny house, meestal grondgebonden)
per woning
2,50
2,50
2,50
2,50
Functie
Eenheid
Zone A
Zone B
Zone C
Zone D
Bezoekersparkeernorm
per woning
0,30
0,30
0,25
0,20
Hoofdgroep: wonen, bezoekers van bewoners
33
Nota Parkeernormen 2026
Hoofdgroep: werken (parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekerspercentages). Percentage
Functie
Eenheid
Zone A
Zone B
Zone C
Zone D
Kantoor (zonder baliefunctie)
per 100 m² bvo
1,70
1,15
1,05
0,80
5%
Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)
per 100 m² bvo
3,00
2,05
1,35
1,10
20%
per 100 m² bvo
1,40
1,10
0,90
0,85
5%
per 100 m² bvo
0,60
0,45
0,40
0,40
5%
Bedrijfsverzamelgebouw
per 100 m² bvo
1,15
0,85
0,75
0,70
5%
Opslagruimte (particulier)
per 100 m² bvo
n.v.t.
n.v.t.
6,00
6,00
n.v.t.
Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats) Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)
bezoekers
Hoofdgroep: winkelen en boodschappen doen (parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekerspercentages). Percentage
Functie
Eenheid
Zone A
Zone B
Zone C
Zone D
Buurtsupermarkt
per 100 m² bvo
3,70
2,65
2,05
n.v.t.
89%
Fullservice-supermarkt
per 100 m² bvo
5,35
4,10
3,50
n.v.t.
93%
Grote supermarkt (XL)
per 100 m² bvo
5,35
4,10
3,50
n.v.t.
84%
Groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, kantoorartikelen)
per 100 m² bvo
n.v.t.
1,65
1,40
n.v.t.
80%
Groothandel algemeen
per 100 m² bvo
n.v.t.
1,65
1,40
n.v.t.
80%
Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 30.000-50.000 inwoners
per 100 m² bvo
3,20
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
82%
Buurtwinkelcentrum en dorps(winkel)centrum
per 100 m² bvo
3,35
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
72%
Wijkwinkelcentrum (klein)
per 100 m² bvo
3,65
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
76%
Wijkwinkelcentrum (gemiddeld)
per 100 m² bvo
3,75
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
79%
Wijkwinkelcentrum (groot)
per 100 m² bvo
3,45
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
81%
Stadsdeelcentrum
per 100 m² bvo
3,35
3,60
3,00
n.v.t.
85%
Weekmarkt / klein wijk-, buurt- en dorpscentrum
per 100 m² bvo
n.v.t.
4,35
3,55
n.v.t.
85%
Kringloopwinkel
per 100 m² bvo
n.v.t.
4,95
4,20
n.v.t.
89%
Bruin- en witgoedzaken
per 100 m² bvo
n.v.t.
5,55
4,65
n.v.t.
92%
Woonwarenhuis/woonwinkel
per 100 m² bvo
n.v.t.
6,15
5,05
n.v.t.
91%
Woonwarenhuis (zeer groot)
per 100 m² bvo
3,35
3,60
3,00
n.v.t.
95%
Meubelboulevard/woonboulevard
per 100 m² bvo
n.v.t.
2,45
1,60
1,25
93%
Winkelboulevard
per 100 m² bvo
0,40
0,40
0,30
0,25
94%
34
bezoekers
Nota Parkeernormen 2026
Outletcentrum
per 100 m² bvo
0,40
0,40
0,30
0,25
94%
Bouwmarkt
per 100 m² bvo
n.v.t.
n.v.t.
0,30
0,25
87%
Tuincentrum (inclusief buitenruimte)
per 100 m² bvo
n.v.t.
0,50
0,40
n.v.t.
89%
Groencentrum (inclusief buitenruimte)
per 100 m² bvo
n.v.t.
0,50
0,40
n.v.t.
89%
Zone D
Hoofdgroep: sport, cultuur en ontspanning (parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekerspercentages). Percentage
Functie
Eenheid
Zone A
Zone B
Zone C
Bibliotheek
per 100 m² bvo
4,00
4,00
3,30
2,60
97%
Museum
per 100 m² bvo
1,70
1,25
0,85
n.v.t.
95%
Bioscoop
per 100 m² bvo
9,00
7,50
3,50
1,65
94%
Filmtheater/filmhuis
per 100 m² bvo
9,00
7,50
3,50
1,65
97%
Theater/schouwburg
per 100 m² bvo
26,00
20,50
17,50
12,00
87%
Musicaltheater
per 100 m² bvo
26,00
20,50
17,50
12,00
86%
Casino
per 100 m² bvo
2,00
2,00
1,65
1,65
86%
Bowlingcentrum
per bowlingbaan
4,50
3,20
2,55
2,45
89%
Biljart-/snookercentrum
per tafel
2,50
1,85
1,55
1,15
87%
Dansstudio
per 100 m² bvo
5,85
3,70
3,00
2,00
93%
Fitnessstudio/sportschool
per 100 m² bvo
5,85
3,70
3,00
2,00
87%
Fitnesscentrum
per 100 m² bvo
5,85
3,70
3,00
2,00
90%
Wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum)
per 100 m² bvo
n.v.t.
n.v.t.
4,00
4,00
99%
Sauna, hammam
per 100 m² bvo
5,50
4,00
4,00
4,00
99%
Sporthal
per 100 m² bvo
5,50
3,90
3,00
2,45
96%
Sportzaal
per 100 m² bvo
6,70
3,90
2,70
2,10
94%
Tennishal
per 100 m² bvo
0,80
0,55
0,50
0,50
87%
Padelhal
per 100 m² bvo
1,55
1,15
0,95
0,95
87%
Squashhal
per 100 m² bvo
5,10
3,40
3,00
2,50
84%
Zwembad overdekt
per 100 m² bassin
n.v.t.
26,00
20,00
12,50
97%
Zwembad openlucht
per 100 m² bassin
n.v.t.
34,00
28,00
20,50
99%
Zwemparadijs
per 100 m² bassin
n.v.t.
n.v.t.
9,50
9,50
99%
Sportveld
per hectare netto terrein
57,50
57,50
57,50
57,50
95%
Stadion
per zitplaats
0,20
0,20
0,20
n.v.t.
99%
35
bezoekers
Nota Parkeernormen 2026
Kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter)
per 100 m² bvo
3,05
2,50
2,10
1,80
98%
Kunstijsbaan (400 meter)
per 100 m² bvo
n.v.t.
3,90
3,40
3,05
98%
n.v.t.
n.v.t.
3,45
n.v.t.
98%
Ski- snowboardhal
per 100 m² sneeuw (exclusief oefenpistes)
Jachthaven
per ligplaats
0,15
0,15
0,15
0,15
n.v.t.
Golfoefencentrum (pitch en putt)
per centrum
n.v.t.
n.v.t.
17,50
17,50
93%
Golfbaan (18 holes)
per 18 holes, 60 ha
n.v.t.
n.v.t.
17,50
17,50
98%
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner
per 100 m² bvo
1,50
1,50
1,00
0,60
97%
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot
per 100 m² bvo
1,50
1,50
1,00
0,60
98%
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot
per 100 m² bvo
1,50
1,50
1,00
0,60
98%
Kinderboerderij (stadsboerderij)
per gemiddelde boerderij
12,50
12,50
12,50
12,50
97%
Manege (paardenhouderij)
per box
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,55
90%
Dierenpark
per ha. netto terrein
10,75
10,75
10,75
10,75
99%
Attractie- en pretpark
per ha. netto terrein
n.v.t.
n.v.t.
10,75
10,75
99%
Volkstuin
per 10 tuinen
n.v.t.
1,90
1,80
1,60
100%
Plantentuin (botanische tuin)
per gemiddelde tuin
n.v.t.
19,70
14,05
10,95
99%
Hoofdgroep: horeca en (verblijfs)recreatie (parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekerspercentages). Percentage
Functie
Eenheid
Zone A
Zone B
Zone C
Zone D
Camping (kampeerterrein)
per standplaats
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,15
90%
Bungalowpark (huisjescomplex)
per bungalow
n.v.t.
n.v.t.
0,15
0,15
91%
1* Hotel
per 10 kamers
2,00
2,00
2,00
2,00
77%
2* Hotel
per 10 kamers
2,00
2,00
2,00
2,00
80%
3* Hotel
per 10 kamers
2,00
2,00
2,00
2,00
77%
4* Hotel
per 10 kamers
2,00
2,00
2,00
2,00
73%
5* Hotel
per 10 kamers
2,00
2,00
2,00
2,00
65%
Café/bar/cafetaria/lunchroom
per 100 m² bvo
11,50
11,50
11,50
n.v.t.
90%
Restaurant
per 100 m² bvo
11,50
11,50
6,50
n.v.t.
80%
Discotheek
per 100 m² bvo
12,50
12,50
10,00
5,50
99%
Evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw
per 100 m² bvo
1,00
1,00
1,00
n.v.t.
99%
36
bezoekers
Nota Parkeernormen 2026
Hoofdgroep: gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen (parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekerspercentages). Percentage
Functie
Eenheid
Zone A
Zone B
Zone C
Zone D 0,45
57%
bezoekers
Huisartsenpraktijk (-centrum)
per behandelkamer
1,35
1,35
1,05
Apotheek
per apotheek
7,00
7,00
7,00
n.v.t.
45%
Fysiotherapiepraktijk (-centrum)
per behandelkamer
1,35
1,35
1,05
0,45
57%
Consultatiebureau
per behandelkamer
1,35
1,35
1,05
0,45
50%
Consultatiebureau voor ouderen
per behandelkamer
1,35
1,35
1,05
0,45
38%
Tandartsenpraktijk (-centrum)
per behandelkamer
2,70
2,70
2,40
1,90
47%
Gezondheidscentrum
per behandelkamer
1,35
1,35
1,05
0,45
55%
Ziekenhuis
per 100 m² bvo
0,55
0,55
0,75
0,75
29%
1,10
1,00
0,95
0,75
99%
n.v.t.
n.v.t.
6,50
6,50
97%
Crematorium
per (deels) gelijktijdige plechtigheid
Begraafplaats
per (deels) gelijktijdige plechtigheid
Penitentiaire inrichting
per 10 cellen
n.v.t.
n.v.t.
6,50
6,50
37%
Religiegebouw
per zitplaats
0,45
0,45
0,45
0,45
100%
Verpleeg- en verzorgingstehuis
per wooneenheid
0,35
0,35
0,35
n.v.t.
60%
Hoofdgroep: onderwijs (parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekerspercentages). Percentage
Functie
Eenheid
Zone A
Zone B
Zone C
Zone D
Kinderdagverblijf (crèche)
per 100 m² bvo
1,00
1,00
0,75
0,75
n.v.t.
Basisonderwijs
per leslokaal
11,50
11,50
11,50
11,50
48%
Middelbare school
per 100 leerlingen
80,00
80,00
80,00
80,00
11%
ROC
per 100 leerlingen
48,00
48,00
48,00
48,00
7%
Hogeschool
per 100 studenten
64,00
64,00
64,00
64,00
72%
Universiteit
per 100 studenten
64,00
64,00
64,00
64,00
48%
Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs
per 10 studenten
3,75
3,75
3,75
3,75
95%
bezoekers
Toelichting op betekenis ‘n.v.t.’ in tabellen parkeernormen Bij bepaalde functies is in sommige zones de parkeernorm aangeduid als ‘n.v.t.’. Dit komt doordat het niet aannemelijk is dat deze functies in die zones worden gerealiseerd. Mocht dit toch het geval zijn, dan volgt de gemeente Zuidplas de werkwijze zoals beschreven in paragraaf 5.2 om een passende parkeernorm vast te stellen.
37
Bijlage 3: autoparkeernormen Hoofdgroep: wonen, bewoners (parkeernormen zijn exclusief de genoemde bezoekersparkeernormen, zie voor de bezoekersparkeernormen de onderstaande tabel). Functie
Eenheid
Zone A
Zone B
Zone C
Zone D
Koop, huis, vrijstaand
per woning
1,75
1,90
2,20
2,40
Koop, huis, twee-onder-een-kap
per woning
1,65
1,90
2,20
2,30
Koop, huis, tussen/hoek
per woning
1,45
1,55
1,65
1,75
Koop, appartement, > 130 m² bvo
per woning
1,35
1,90
2,00
2,10
Koop, appartement, 80-130 m² bvo
per woning
1,10
1,60
1,70
1,80
Koop, appartement, < 80 m² bvo
per woning
1,00
1,25
1,45
1,70
Huur, huis, vrije sector
per woning
1,00
1,60
1,70
1,80
Huur, huis, sociale huur
per woning
0,95
1,05
1,15
1,15
Huur, appartement, vrije sector, > 130 m² bvo
per woning
1,05
1,60
1,70
1,70
Huur, appartement, vrije sector, 80-130 m² bvo
per woning
0,70
1,20
1,40
1,40
Huur, appartement, vrije sector, < 80 m² bvo
per woning
0,60
1,10
1,30
1,30
Huur, appartement, sociale huur, 80-130 m² bvo
per woning
0,75
0,95
1,15
1,15
Huur, appartement, sociale huur, 50-80 m² bvo
per woning
0,65
0,75
0,95
0,95
Huur, appartement, sociale huur, < 50 m² bvo
per woning
0,55
0,65
0,85
0,85
Huur, appartement, sociale huur of vrije sector,< 30 m² bvo
per kamer
0,30
0,35
0,40
0,45
Kamerverhuur, studenten, niet-zelfstandig
per kamer
0,05
0,20
0,20
0,30
Huisvesting arbeidsmigranten
per bed
0,70
0,80
0,80
0,90
Huisvesting asielzoekers en statushouders
per 10 bedden
1,00
1,00
1,00
1,00
Flexwoning
per woning
0,80
0,90
0,90
1,00
Ouderenwoning (woning zonder zorgvoorzieningen)
per woning
0,50
1,00
1,00
1,00
Aanleunwoning, serviceflat (zelfstandige woning met beperkte zorgvoorzieningen)
per woning
0,75
1,00
1,00
1,10
Kleine eenpersoonswoning (tiny house, meestal grondgebonden)
per woning
0,25
0,40
0,50
0,50
Functie
Eenheid
Zone A
Zone B
Zone C
Zone D
Bezoekersparkeernorm
per woning
0,10
0,10
0,15
0,20
Hoofdgroep: wonen, bezoekers van bewoners
38
Nota Parkeernormen 2026
Hoofdgroep: werken (parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekerspercentages). Percentage
Functie
Eenheid
Zone A
Zone B
Zone C
Zone D
Kantoor (zonder baliefunctie)
per 100 m² bvo
1,55
2,20
2,30
2,80
5%
Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)
per 100 m² bvo
2,05
2,60
3,10
3,80
20%
per 100 m² bvo
1,55
2,20
2,60
2,60
5%
per 100 m² bvo
0,65
1,10
1,30
1,30
5%
Bedrijfsverzamelgebouw
per 100 m² bvo
1,25
1,80
2,10
2,20
5%
Opslagruimte (particulier)
per 100 m² bvo
n.v.t.
n.v.t.
15,00
15,00
n.v.t.
Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats) Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)
bezoekers
Hoofdgroep: winkelen en boodschappen doen (parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekerspercentages). Percentage
Functie
Eenheid
Zone A
Zone B
Zone C
Zone D
Buurtsupermarkt
per 100 m² bvo
1,90
3,70
4,50
n.v.t.
89%
Fullservice-supermarkt
per 100 m² bvo
3,35
5,70
6,40
n.v.t.
93%
Grote supermarkt (XL)
per 100 m² bvo
6,00
7,90
8,70
n.v.t.
84%
Groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, kantoorartikelen)
per 100 m² bvo
n.v.t.
6,40
6,90
n.v.t.
80%
Groothandel algemeen
per 100 m² bvo
n.v.t.
7,40
7,40
n.v.t.
80%
Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 20.000-30.000 inwoners
per 100 m² bvo
3,45
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
82%
Buurtwinkelcentrum en dorps(winkel)centrum
per 100 m² bvo
n.v.t.
4,10
4,70
n.v.t.
72%
Wijkwinkelcentrum (klein)
per 100 m² bvo
n.v.t.
4,70
5,50
n.v.t.
76%
Wijkwinkelcentrum (gemiddeld)
per 100 m² bvo
n.v.t.
5,40
6,10
n.v.t.
79%
Wijkwinkelcentrum (groot)
per 100 m² bvo
n.v.t.
5,80
6,70
n.v.t.
81%
Stadsdeelcentrum
per 100 m² bvo
n.v.t.
6,20
7,30
n.v.t.
85%
Weekmarkt / klein wijk-, buurt- en dorpscentrum
per 100 m² bvo
0,20
0,24
0,24
n.v.t.
85%
Kringloopwinkel
per 100 m² bvo
n.v.t.
1,50
2,10
2,50
89%
Bruin- en witgoedzaken
per 100 m² bvo
3,95
6,60
8,60
10,00
92%
Woonwarenhuis/woonwinkel
per 100 m² bvo
1,25
1,90
2,10
2,20
91%
Woonwarenhuis (zeer groot)
per 100 m² bvo
n.v.t.
n.v.t.
5,80
5,90
95%
Meubelboulevard/woonboulevard
per 100 m² bvo
n.v.t.
2,30
2,60
n.v.t.
93%
Winkelboulevard
per 100 m² bvo
n.v.t.
4,00
4,40
n.v.t.
94%
39
bezoekers
Nota Parkeernormen 2026
Outletcentrum
per 100 m² bvo
n.v.t.
10,20
11,10
11,40
94%
Bouwmarkt
per 100 m² bvo
n.v.t.
2,10
2,60
2,70
87%
Tuincentrum (inclusief buitenruimte)
per 100 m² bvo
n.v.t.
2,50
2,80
3,10
89%
Groencentrum (inclusief buitenruimte)
per 100 m² bvo
n.v.t.
2,50
2,80
3,10
89%
Zone D
Hoofdgroep: sport, cultuur en ontspanning (parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekerspercentages). Percentage
Functie
Eenheid
Zone A
Zone B
Zone C
Bibliotheek
per 100 m² bvo
0,45
1,00
1,40
1,60
97%
Museum
per 100 m² bvo
0,60
0,90
1,20
n.v.t.
95%
Bioscoop
per 100 m² bvo
3,20
9,00
12,20
14,70
94%
Filmtheater/filmhuis
per 100 m² bvo
2,60
6,30
8,90
10,90
97%
Theater/schouwburg
per 100 m² bvo
7,40
9,50
11,30
13,50
87%
Musicaltheater
per 100 m² bvo
2,90
3,90
4,50
5,60
86%
Casino
per 100 m² bvo
5,70
6,60
7,00
8,50
86%
Bowlingcentrum
per bowlingbaan
1,60
2,80
3,30
3,30
89%
Biljart-/snookercentrum
per tafel
0,85
1,40
1,60
2,00
87%
Dansstudio
per 100 m² bvo
1,60
4,40
6,00
7,90
93%
Fitnessstudio/sportschool
per 100 m² bvo
1,40
3,90
5,30
7,00
87%
Fitnesscentrum
per 100 m² bvo
1,70
5,00
6,80
7,90
90%
Wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum)
per 100 m² bvo
n.v.t.
n.v.t.
9,80
10,80
99%
Sauna, hammam
per 100 m² bvo
2,50
5,10
7,20
7,80
99%
Sporthal
per 100 m² bvo
1,55
2,40
3,10
3,70
96%
Sportzaal
per 100 m² bvo
1,15
2,20
3,00
3,80
94%
Tennishal
per 100 m² bvo
0,30
0,50
0,60
0,60
87%
Padelhal
per 100 m² bvo
0,35
0,60
0,80
0,80
87%
Squashhal
per 100 m² bvo
1,60
2,50
2,80
3,30
84%
Zwembad overdekt
per 100 m² bassin
n.v.t.
11,70
12,50
14,30
97%
Zwembad openlucht
per 100 m² bassin
n.v.t.
11,10
13,90
16,80
99%
Zwemparadijs
per 100 m² bassin
n.v.t.
n.v.t.
5,00
5,00
99%
Sportveld
per hectare netto terrein
20,00
27,00
27,00
27,00
95%
Stadion
per zitplaats
0,12
0,20
0,20
n.v.t.
99%
40
bezoekers
Nota Parkeernormen 2026
Kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter)
per 100 m² bvo
1,25
1,80
2,10
2,30
98%
Kunstijsbaan (400 meter)
per 100 m² bvo
n.v.t.
2,50
2,80
3,00
98%
n.v.t.
n.v.t.
2,80
n.v.t.
98%
0,70
0,70
n.v.t.
Ski- snowboardhal
per 100 m² sneeuw (exclusief oefenpistes)
Jachthaven
per ligplaats
0,60
0,70
Golfoefencentrum (pitch en putt)
per centrum
n.v.t.
n.v.t.
53,10
58,20
93%
Golfbaan (18 holes)
per 18 holes, 60 ha
n.v.t.
n.v.t.
106,00
128,30
98%
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner
per 100 m² bvo
3,10
6,40
7,20
7,60
97%
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot
per 100 m² bvo
3,70
7,10
8,10
8,60
98%
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot
per 100 m² bvo
3,90
6,40
7,30
7,90
98%
Kinderboerderij (stadsboerderij)
per gemiddelde boerderij
3,10
6,40
7,20
7,60
97%
Manege (paardenhouderij)
per box
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,50
90%
Dierenpark
per ha. netto terrein
8,00
12,00
12,00
12,00
99%
Attractie- en pretpark
per ha. netto terrein
n.v.t.
n.v.t.
12,00
12,00
99%
Volkstuin
per 10 tuinen
n.v.t.
1,40
1,50
1,60
100%
Plantentuin (botanische tuin)
per gemiddelde tuin
n.v.t.
10,00
13,00
16,00
99%
Hoofdgroep: horeca en (verblijfs)recreatie (parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekerspercentages). Percentage
Functie
Eenheid
Zone A
Zone B
Zone C
Zone D
Camping (kampeerterrein)
per standplaats
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
1,30
90%
Bungalowpark (huisjescomplex)
per bungalow
n.v.t.
n.v.t.
1,80
2,20
91%
1* Hotel
per 10 kamers
0,40
0,90
2,50
4,60
77%
2* Hotel
per 10 kamers
1,35
2,50
4,30
6,50
80%
3* Hotel
per 10 kamers
2,10
3,80
5,50
7,30
77%
4* Hotel
per 10 kamers
3,40
5,60
7,70
9,50
73%
5* Hotel
per 10 kamers
5,30
8,70
11,40
13,40
65%
Café/bar/cafetaria/lunchroom
per 100 m² bvo
5,00
6,00
7,00
n.v.t.
90%
Restaurant
per 100 m² bvo
5,00
6,00
8,00
10,00
80%
Discotheek
per 100 m² bvo
6,90
15,90
22,80
22,80
99%
Evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw
per 100 m² bvo
5,50
8,00
11,00
n.v.t.
99%
41
bezoekers
Nota Parkeernormen 2026
Hoofdgroep: gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen (parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekerspercentages). Functie
Eenheid
Zone A
Zone B
Zone C
Zone D
Percentage bezoekers
Huisartsenpraktijk (-centrum)
per behandelkamer
2,05
2,70
3,20
3,50
57%
Apotheek
per apotheek
2,25
3,00
3,40
n.v.t.
45%
Fysiotherapiepraktijk (-centrum)
per behandelkamer
1,25
1,70
2,00
2,20
57%
Consultatiebureau
per behandelkamer
1,35
1,80
2,10
2,40
50%
Consultatiebureau voor ouderen
per behandelkamer
1,30
1,70
2,00
2,30
38%
Tandartsenpraktijk (-centrum)
per behandelkamer
1,55
2,20
2,60
2,90
47%
Gezondheidscentrum
per behandelkamer
1,55
2,10
2,40
2,70
55%
Ziekenhuis
per 100 m² bvo
1,40
1,70
1,80
2,10
29%
n.v.t.
n.v.t.
35,10
35,10
99%
n.v.t.
n.v.t.
36,60
36,60
97%
Crematorium
per (deels) gelijktijdige plechtigheid
Begraafplaats
per (deels) gelijktijdige plechtigheid
Penitentiaire inrichting
per 10 cellen
1,65
2,40
3,50
3,90
37%
Religiegebouw
per zitplaats
0,15
0,20
0,20
n.v.t.
100%
Verpleeg- en verzorgingstehuis
per wooneenheid
0,60
0,70
0,70
n.v.t.
60%
Hoofdgroep: onderwijs (parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekerspercentages). Percentage
Functie
Eenheid
Zone A
Zone B
Zone C
Zone D
Kinderdagverblijf (crèche)
per 100 m² bvo
1,00
1,30
1,50
1,60
n.v.t.
Basisonderwijs
per leslokaal
0,75
1,00
1,00
1,00
48%
Middelbare school
per 100 leerlingen
3,70
5,50
5,90
5,90
11%
ROC
per 100 leerlingen
4,70
6,40
6,80
6,90
7%
Hogeschool
per 100 studenten
9,30
12,00
12,70
12,90
72%
Universiteit
per 100 studenten
13,20
17,20
18,50
18,80
48%
Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs
per 10 studenten
4,50
6,60
7,80
11,50
95%
42
bezoekers
Nota Parkeernormen 2026
Bijlage 4: aanwezigheidspercentages Functie Woningen bewoners
Werkdag
Werkdag
Werkdag
Werkdag
Koop
Vrijdag
Vrijdag
Zaterdag
Zaterdag
Zondag
ochtend
middag
avond
nacht
avond
middag
avond
middag
avond
middag
60%
60%
90%
100%
80%
70%
70%
75%
80%
75%
Woningen bezoekers
40%
50%
75%
0%
70%
60%
100%
100%
100%
90%
Kantoor/bedrijven
100%
100%
5%
0%
5%
60%
0%
0%
0%
0%
Commerciële dienstverlening
100%
100%
5%
0%
75%
100%
5%
0%
0%
0%
Detailhandel
30%
60%
10%
0%
75%
60%
60%
100%
0%
60%
Grootschalige detailhandel
30%
60%
70%
0%
80%
60%
70%
100%
0%
0%
Hotel
40%
50%
100%
100%
100%
50%
100%
60%
75%
40%
Supermarkt
50%
60%
40%
0%
80%
80%
80%
100%
40%
60%
Sportfuncties binnen
50%
50%
100%
0%
100%
40%
100%
100%
100%
75%
Sportfuncties buiten
25%
25%
50%
0%
50%
25%
50%
100%
25%
100%
Bioscoop/theater/ podium/enzovoort
5%
40%
50%
0%
50%
40%
100%
40%
100%
40%
Religiegebouw (afhankelijk van activiteit)
10%
30%
50%
40%
0%
30%
10%
100%
10%
100%
Sociaal medisch: arts/therapeut/consultatiebureau
100%
100%
10%
0%
10%
75%
0%
0%
0%
0%
Verpleeghuis/ verzorgingstehuis
100%
100%
50%
25%
50%
100%
50%
100%
100%
100%
Ziekenhuis patiënten (inclusief bezoekers)
100%
100%
40%
5%
40%
100%
40%
40%
40%
40%
Ziekenhuis medewerkers
100%
100%
40%
10%
40%
100%
40%
20%
20%
20%
Restaurant
30%
40%
80%
0%
80%
60%
90%
70%
100%
40%
Dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
0%
100%
0%
0%
0%
0%
Avondonderwijs
0%
0%
100%
0%
100%
0%
100%
0%
0%
0%
43
Bijlage 5: omrekenfactoren parkeren op eigen terrein Type parkeervoorziening
Praktisch aantal 1
Berekeningsaantal 1,0
2
1,0
Oprit minimaal 10 meter diep
Dubbele oprit zonder garage
2
2,0
Oprit minimaal 5 meter diep en minimaal 4,5 meter breed
Garage zonder oprit (bij woning) Garagebox (niet bij woning) Garage met enkele oprit Garage met lange oprit Garage met dubbele oprit Parkeerplaats die deel uitmaakt van een gebouwde parkeervoorziening of parkeerterrein
1 1 2 3 3
0,4 0,5 1,0 1,3 2,0
1
1,0
Enkele oprit zonder garage Lange oprit zonder garage of carport
44
Opmerkingen Oprit minimaal 5 meter diep
Oprit minimaal 5 meter diep Oprit minimaal 10 meter diep Oprit minimaal 4,5 meter breed
Nota Parkeernormen 2026
Bijlage 6: kwaliteitseisen parkeervoorzieningen Kwaliteitseisen fietsparkeren Het gebruik van een fietsenstalling hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid en het comfort van de stalling. Ook de routing binnen de stalling, de sociale veiligheid en de afmeting van de fietsparkeerplaatsen beïnvloeden het gebruik, evenals de mogelijkheid om fietsen met afwijkende afmetingen te stallen. De Leidraad Fietsparkeren (CROW-publicatie 291), het Besluit bouwwerken leefomgeving (artikel 4.5.5) en FietsParKeur gaan uitgebreid in op de kwaliteitsrichtlijnen voor fietsenstallingen. Hieronder zijn de belangrijkste kwaliteitseisen opgenomen voor het ontwerpen van een fietsenstalling in een ruimtelijke ontwikkeling. Toegankelijkheid De eisen voor de toegankelijkheid en bruikbaarheid van een collectieve fietsenstalling zijn: ● Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de stalling duidelijk zichtbaar en herkenbaar, gezien vanaf de aanrijroute richting de bestemming(en). ● De stalling heeft bij voorkeur een voetgangersuitgang in de richting van de bestemming. ● De afstand mag maximaal 25 meter zijn van de stalling tot de hoofd-/ neven-/personeelsingang van de bestemmingen en/of functies waarvoor de stalling is bestemd.
● De toegang vanaf de weg naar een stalling op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen, elektrische fietsen en fietsen met afwijkende maten. ● Het hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 5%; een trap heeft ideaal een hellingspercentage van 10%, met een aantrede van 500 mm en een optrede van 90 mm of met een aantrede van 600 mm en een optrede van 100 mm. ● Naast de trap moet een fietsgoot aanwezig zijn, minimaal 100 mm breed en 40 mm diep. Bij meer dan vijftien bergingen moet de goot aan beide zijden van de trap worden aangebracht. Onder en bovenaan de trapgoot moet een vlak plateau zijn aangebracht van minimaal 2000 mm. ● Voor een stalling waarin ook scooters, bakfietsen en andere zware fietsen in gestald worden kan geen trap worden toegepast. Het hellingpercentage moet zodanig zijn dat het hoogteverschil door bakfietsen, elektrische fietsen en scooters zonder ondersteuning kan worden overbrugd. ● Een gebruiker moet de toegang van een stalling gemakkelijk kunnen openen: automatisch, met een eenvoudig te bedienen drukknop of chipkaartlezer. Inrichting en bruikbaarheid De eisen voor de indeling en inrichting van een collectieve fietsenstalling zijn: ● De stalling moet logisch en overzichtelijk zijn ingedeeld.
Parkeerruimte voor buitenmodel fietsen is op een logische plek in de stalling gepositioneerd. ● Binnen en vanuit de fietsenstalling naar de bijbehorende bestemming is een logische, snelle en eenvoudige routing. Bij voorkeur kan men vanuit de stalling rechtstreeks (binnendoor) doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de stalling. ● Fietsparkeren bezoekers en personeel is bij voorkeur gescheiden.
45
Nota Parkeernormen 2026
● ●
● ● ● ● ● ●
● ● ●
●
Fietsparkeren voor personeel is bij voorkeur inpandig en overdekt. De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichting en bij voorkeur daglichttoetreding. Als een stalling openbaar toegankelijk is kan (camera)toezicht of bewaking overwogen worden. Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes van de stalling kunnen passeren. Stallingssystemen voor fietsen moeten voldoen aan de eisen van FietsParkeur of zijn gelijkwaardig daaraan, met voor hoog-laagsystemen een hart op hart afstand van minimaal 400 mm. De minimale vrije hoogte in een gebouwde stalling is 2900 mm. Bij het niet toestaan van dubbellaagse stallingssystemen kan de minimale plafondhoogte naar 2300 mm aangepast worden. De hart-op-hart afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een stallingssysteem op gelijk niveau is minimaal 800 mm breed. De gangpaden in de stalling zijn minimaal 2100 mm breed en 3000 mm breed bij de toepassing van dubbellaagse fietsparkeersystemen. De hoofdgang is minimaal 3000 mm breed.
De stalling moet voldoende parkeermogelijkheden bieden voor fietsen die afwijken van de standaard maten: – Minimaal 5% van de fietsparkeerplaatsen is geschikt voor bakfietsen of andere fietsen met sterk afwijkende maten (vakken minimaal 1000 mm breed); – Minimaal 15% van de fietsparkeerplaatsen is geschikt voor fietsen die niet in een standaard hooglaag systeem passen (hart-op-hart afstand minimaal 500 mm). De netto-afmetingen van een scooterparkeerplek in een gebouwde stalling zijn minimaal 750 mm breed x 1800 mm lang. De ruimtelijke positionering binnen de stalling is voor de fiets van normaal formaat het meest voordelig. Afwijkende maten moeten achter in de stalling een plaats krijgen. Een parkeersysteem waarin naast standaardfietsen ook fietsen passen met veel voorkomende afwijkende maten, heeft de voorkeur. Dan passen nagenoeg alle fietsen probleemloos op elke stallingsplek, ook die met een krat, bagagedrager vóór, breed stuur, brede banden, etc. Een andere mogelijkheid is een apart parkeervak, waarin afwijkende maten fietsen op hun standaard kunnen worden gestald. Bij een woonfunctie is per 5 fietsparkeerplaatsen minimaal 1 oplaadpunt voor elektrische fietsen aanwezig, bij overige functies per 10 fietsparkeerplaatsen minimaal 1 oplaadpunt voor elektrische fietsen.
Kwaliteitseisen autoparkeren Autoparkeerplaatsen die worden aangelegd voor een ruimtelijke ontwikkeling moeten aan kwaliteitseisen voldoen. Deze eisen waarborgen de bruikbaarheid van de parkeerplaatsen. Uitgangspunt in deze nota parkeernormen is dat de parkeervraag volledig op eigen terrein wordt opgelost. Voor parkeervoorzieningen die op eigen terrein worden gerealiseerd geldt de ontwerprichtlijn NEN 2443 als uitgangspunt. Bij toetsing van de omgevingsvergunning wordt beoordeeld of parkeervoorzieningen die op eigen terrein worden gerealiseerd voldoen aan NEN 2443 of de opvolger hiervan.
46
Nota Parkeernormen 2026
Bij de beoordeling van parkeervoorzieningen op basis van NEN 2443 toetst gemeente Zuidplas in het bijzonder of de voorzieningen op de volgende aspecten voldoen aan de ontwerprichtlijnen: ● de ligging en bruikbaarheid van de parkeervakken; ● de afmetingen van de parkeervakken in relatie tot de breedte van de parkeerweg; ● de rijcurves; ● hellingbanen en toegepaste hellingspercentages; ● de inrichting van de in- en uitrit. Wanneer in een parkeervoorziening bezoekersparkeren plaatsvindt dan gelden andere richtlijnen in vergelijking tot voorzieningen waarin alleen vaste gebruikers parkeren. De manier waarop bezoekers toegang krijgen tot de parkeervoorziening is een belangrijk criterium. Hoe passeren bezoekers een eventuele slagboom waarmee de parkeervoorziening is afgesloten? In het geval van aanleg van parkeerplaatsen in de openbare ruimte moet voldaan worden aan het Handboek Inrichting Openbare Ruimte of de opvolger hiervan. Op specifieke ontwerpaspecten kan ook de ASVV 20217 of de opvolger hiervan van toepassing zijn. Parkeervakken in de openbare ruimte moeten voldoen aan de volgende afmetingseisen (lengte x breedte parkeervak): ● haaksparkeren: 5,00 x 2,50 meter; ● langsparkeren: 6,00 x 2,00 meter; ● gehandicaptenparkeerplaats: 6,00 x 3,50 meter.
7Hyperlink naar ASVV 2021.
47
Nota Parkeernormen 2026
Bijlage 7: rekenvoorbeelden In deze bijlage is een fictief rekenvoorbeeld uitgewerkt waarmee de beoogde toepassing van de fiets- en autoparkeernormen wordt toegelicht. Verzameling van de relevante gegevens De ruimtelijke ontwikkeling in dit rekenvoorbeeld wordt gerealiseerd in zone B. In de ontwikkeling worden de volgende functies gerealiseerd: Functie koop, appartement, 80-130 m² bvo huur, huis, sociale huur buurtsupermarkt kantoor zonder baliefunctie
Aantal of oppervlakte 20 30 1.000 1.500
Eenheid woning woning m² bvo m² bvo
Naast de nieuw te realiseren functies verdwijnt er als gevolg van de ontwikkeling een bestaand café. De parkeerbehoefte van deze functie wordt in stap 3 gesaldeerd. Het bestaande café heeft de volgende eigenschappen: Functie Café/bar/cafetaria
Oppervlakte 300
Eenheid m² bvo
Stap 1: de normatieve parkeerbehoefte berekenen In de onderstaande tabellen is de normatieve fiets- en autoparkeerbehoefte van de ontwikkeling berekend. De parkeerbehoefte van vaste gebruikers (bewoners en werknemers) en bezoekers is hierbij apart berekend. De fiets- en autoparkeernorm voor een buurtsupermarkt bestaat voor 89% uit bezoekers en daarmee voor 11% uit de parkeerbehoefte van werknemers. Om te voorkomen dat de berekening in dit voorbeeld te complex wordt, is het onderscheid tussen werknemers en bezoekers alleen gemaakt voor het fietsparkeren bij de geplande buurtsupermarkt. Fietsparkeerbehoefte Functie
Aantal of oppervlakte
Parkeernorm
koop, appartement, 80-130 m² bvo
20
4,5 per woning
90,0
huur, huis, sociale huur bezoekers van bewoners
30 50
5,0 per woning 0,3 per woning
150,0 15,0
buurtsupermarkt (werknemers)
1.000 m²
0,29 per 100 m² bvo
2,9
buurtsupermarkt (bezoekers) kantoor (zonder baliefunctie)
1.000 m² 1.500 m²
2,36 per 100 m² bvo 1,15 per 100 m² bvo
23,6 17,3
-
-
298,8
Totaal
48
Normatieve parkeerbehoefte
Nota Parkeernormen 2026
Autoparkeerbehoefte Functie
Aantal of oppervlakte
Parkeernorm
Normatieve parkeerbehoefte
koop, appartement, 80-130 m² bvo
20
1,6 per woning
32,0
huur, huis, sociale huur bezoekers van bewoners
30 50
1,0 per woning 0,1 per woning
30,0 5,0
buurtsupermarkt
1.000 m²
3,7 per 100 m² bvo
37,0
kantoor (zonder baliefunctie) Totaal
1.500 m² -
2,2 per 100 m² bvo -
33,0 137,0
Stap 2: mobiliteitscorrectie In deze stap is de mobiliteitscorrectie uitgewerkt. De initiatiefnemer zet in op het aanbieden van een autodeelconcept. Conform de uitgangspunten van deze nota parkeernormen kan de inzet van deelauto’s leiden tot een reductie van de bewonersparkeerbehoefte, maximaal 10% van die behoefte. Binnen de ontwikkeling ligt de normatieve bewonersparkeerbehoefte op (32,0 + 30,0 =) 62 parkeerplaatsen. Dit betekent dat van die behoefte (62 * 10% =) 6,2 parkeerplaatsen kunnen worden ingevuld met de inzet van deelauto’s. Op basis van de vervangingswaarde dat één deelauto vijf eigen auto’s vervangt, kiest de initiatiefnemer voor het inzetten van één deelauto. In de onderstaande tabel is opgenomen wat hiervan per dagdeel het effect is op de bewonersparkeerbehoefte. Dagdeel aanw. % bewoners reductie deelauto’s parkeerplaats deelauto Totaal reductie
Werkdag-
Werkdag-
Werkdag-
Werkdag-
Koop-
Vrijdag-
Vrijdag-
Zaterdag-
Zaterdag-
Zondag-
ochtend
middag
avond
nacht
avond
middag
avond
middag
avond
middag
60%
60%
90%
100%
80%
70%
70%
75%
80%
75%
-3
-3
-4,5
-5
-4
-3,5
-3,5
-3,75
-4
-3,75
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
-2,0
-2,0
-3,5
-4,0
-3,0
-2,5
-2,5
-2,75
-3,0
-2,75
Stap 3: het salderen van een bestaande parkeerbehoefte Zoals beschreven verdwijnt als gevolg van de ontwikkeling een bestaand café. Deze functie heeft een oppervlakte van 300 m² bvo. Op basis van de autoparkeernorm van 6,0 per 100 m² bvo bedraagt de normatieve parkeerbehoefte van deze functie -18,0 autoparkeerplaatsen. Voor fietsparkeren is het salderen hier niet van toepassing. De normatieve parkeerbehoefte is met het aanwezigheidspercentage dat geldt voor horecafuncties omgerekend naar een parkeerbehoefte per dagdeel. In onderstaande tabel zijn de uitkomsten hiervan opgenomen. Uit de tabel blijkt dat op de werkdagnacht geen sprake is van een parkeerbehoefte die in mindering kan worden gebracht op de behoefte van de nieuwe functies. Op dit dagdeel kan niet worden gesaldeerd. Op andere dagdelen is wel sprake van een parkeerbehoefte die wordt gesaldeerd.
49
Nota Parkeernormen 2026
Dagdeel
Werkdag-
Werkdag-
Werkdag-
Werkdag-
Koop-
Vrijdag-
Vrijdag-
Zaterdag-
Zaterdag-
Zondag-
ochtend
middag
avond
nacht
avond
middag
avond
middag
avond
middag
30%
40%
80%
0%
80%
60%
90%
70%
100%
40%
-5,4
-7,2
-14,4
0,0
-14,4
-10,8
-16,2
-12,6
-18,0
-7,2
horeca % aanwezig. parkeerbehoefte salderen
Vaststelling fiets- en autoparkeervraag Nadat stap 1 t/m 3 van het stappenplan zijn doorlopen kan de (gereduceerde) fiets- en autoparkeervraag van de ontwikkeling worden vastgesteld. In de onderstaande tabellen is dit gebeurd. Hieruit blijkt dat de fietsparkeerbehoefte met 240 fietsparkeerplaatsen op de werkdagnacht maximaal is. De autoparkeerbehoefte is met afgerond 86 parkeerplaatsen op de werkdagmiddag maximaal. Fietsparkeren
Dagdeel woningen, bewoners woningen, bezoekers supermarkt, werknemers supermarkt, bezoekers kantoor Totaal
Werkdag-
Werkdag-
Werkdag-
Werkdag-
Koop-
Vrijdag-
Vrijdag-
Zaterdag
Zaterdag
Zondag-
ochtend
middag
avond
nacht
avond
middag
avond
-middag
-avond
middag
144,0
144,0
216,0
240,0
192,0
168,0
168,0
180,0
192,0
180,0
6,0
7,5
11,3
0,0
10,5
9,0
15,0
15,0
15,0
13,5
1,5
1,7
1,2
0,0
2,3
2,3
2,3
2,9
1,2
1,7
11,8
14,2
9,4
0,0
18,9
18,9
18,9
23,6
9,4
14,2
17,3 180,5
17,3 184,7
0,9 238,7
0,0 240,0
0,9 224,6
10,4 208,6
0,0 204,2
0,0 221,5
0,0 217,6
0,0 209,4
Werkdag-
Werkdag-
Werkdag-
Werkdag-
Koop-
Vrijdag-
Vrijdag-
Zaterdag
Zaterdag
Zondag-
ochtend
middag
avond
nacht
avond
middag
avond
-middag
-avond
middag
37,2
37,2
55,8
62,0
49,6
43,4
43,4
46,5
49,6
46,5
2,0
2,5
3,8
0,0
3,5
3,0
5,0
5,0
5,0
4,5
18,5 33,0
22,2 33,0
14,8 1,7
0,0 0,0
29,6 1,7
29,6 19,8
29,6 0,0
37,0 0,0
14,8 0,0
22,2 0,0
-2,0
-2,0
-3,5
-4,0
-3,0
-2,5
-2,5
-2,75
-3,0
-2,75
-5,4
-7,2
-14,4
0,0
-14,4
-10,8
-16,2
-12,6
-18,0
-7,2
83,3
85,7
58,1
58,0
67,0
82,5
59,3
73,2
48,4
63,3
Autoparkeren
Dagdeel woningen, bewoners woningen, bezoekers supermarkt kantoor reductie deelauto’s reductie salderen Totaal
50
Nota Parkeernormen 2026
Stap 4: aanleg parkeerplaatsen op eigen terrein Om de fietsparkeervraag op te lossen realiseert de initiatiefnemer een gemeenschappelijke fietsenstalling met hierin de benodigde fietsparkeerplaatsen. Als gevolg van dubbelgebruik is het niet nodig om in de openbare ruimte extra fietsparkeerplaatsen aan te leggen. De initiatiefnemer kan op eigen terrein 40 autoparkeerplaatsen realiseren. Deze parkeerplaatsen zijn voor bewoners bestemd. Dit betekent dat niet de volledige parkeerbehoefte van het bouwplan op eigen terrein is opgelost. In de onderstaande tabel is per dagdeel de resterende parkeerbehoefte opgenomen.
Dagdeel totaal vraag waarvan bewoners eigen terrein resterende vraag
Werkdag-
Werkdag-
Werkdag-
Werkdag-
Koop-
Vrijdag-
Vrijdag-
Zaterdag-
Zaterdag-
Zondag-
ochtend
middag
avond
nacht
avond
middag
avond
middag
avond
middag
83,3
85,7
58,1
58,0
67,0
82,5
59,3
73,2
48,4
63,3
35,2
35,2
52,3
58,0
46,6
40,9
40,9
43,8
46,6
43,8
40,0
40,0
40,0
40,0
40,0
40,0
40,0
40,0
40,0
40,0
43,3
45,7
18,1
18,0
27,0
42,5
19,3
33,2
8,4
23,3
Stap 5: gebruik bestaande private parkeercapaciteit Om de resterende parkeervraag op te lossen zoekt de initiatiefnemer contact met de eigenaar van een nabijgelegen parkeerterrein. Dit terrein ligt binnen de maximaal acceptabele loopafstand. De initiatiefnemer wil op dit terrein parkeerplaatsen huren voor het oplossen van de parkeerbehoefte van het kantoor. De eigenaar van het terrein overlegt gegevens over de bezetting van het terrein op de werkdagochtend en -middag. Dit zijn de dagdelen met de hoogste parkeerbehoefte voor een kantoorfunctie. Uit deze gegevens blijkt dat er 15 parkeerplaatsen beschikbaar zijn. De initiatiefnemer sluit een overeenkomst met de eigenaar voor het huren van deze 15 parkeerplaatsen. Dit contract voldoet aan de eisen die in deze nota parkeernormen zijn gesteld. In de onderstaande tabel is per dagdeel de resterende parkeerbehoefte opgenomen. Dagdeel totaal vraag waarvan kantoor private capaciteit resterende vraag
Werkdag-
Werkdag-
Werkdag-
Werkdag-
Koop-
Vrijdag-
Vrijdag-
Zaterdag-
Zaterdag-
Zondag-
ochtend
middag
avond
nacht
avond
middag
avond
middag
avond
middag
43,3
45,7
18,1
18,0
27,0
42,5
19,3
33,2
8,4
23,3
33,0
33,0
1,7
0,0
1,7
19,8
0,0
0,0
0,0
0,0
15,0
15,0
15,0
15,0
15,0
15,0
15,0
15,0
15,0
15,0
28,3
30,7
16,5
18,0
25,3
22,7
19,3
33,2
8,4
23,3
Toelichting toets dubbelgebruik In de bovenstaande tabel is het effect op dubbelgebruik zichtbaar als parkeerplaatsen voor één doelgroep zijn bestemd, in dit geval private parkeerplaatsen bestemd voor het kantoor. Op de werkdagochtend en
51
Nota Parkeernormen 2026
-middag heeft dit geen consequenties, omdat de parkeerbehoefte (33,0) groter is dan het aantal parkeerplaatsen (15). Voor andere dagdelen is dit effect er wel, bijvoorbeeld op de werkdagavond en koopavond. De parkeerbehoefte van het kantoor is op deze dagdelen 1,2 parkeerplaatsen en dat betekent dat het parkeerterrein dan grotendeels ongebruikt zal zijn. Zoals uit de tabel blijkt leidt dit ook tot een verschuiving van het maatgevende moment. De zaterdagmiddag is het nieuwe maatgevende moment geworden. Stap 6: gebruik bestaande openbare parkeercapaciteit Uit de bovenstaande tabel blijkt dat, met de aanleg van 40 parkeerplaatsen op eigen terrein en het huren van 15 parkeerplaatsen op een nabijgelegen parkeerterrein, nog niet de volledige parkeervraag van de ontwikkeling is opgelost. De initiatiefnemer laat, in overleg met de gemeente Zuidplas, in de openbare ruimte een parkeeronderzoek uitvoeren. Het onderzoek vindt plaats op de dagdelen met de hoogste parkeerbehoefte: werkdagochtend, werkdagmiddag en de zaterdagmiddag. In het onderzoeksgebied liggen 150 openbare parkeerplaatsen. Op basis van het uitgangspunt dat de parkeerdruk in de eindsituatie maximaal 85% mag bedragen, is de maximale bezetting 120 parkeerplaatsen. Op basis van dit uitgangspunt en de resultaten van het parkeeronderzoek kan de beschikbare restcapaciteit worden bepaald. In de onderstaande tabel is dit gebeurd.
Dagdeel
Werkdagochtend
Werkdagmiddag
Zaterdagmiddag
resterende parkeervraag
28,3
30,7
33,2
bestaande parkeerbezetting maximale bezetting eindsituatie (85%) beschikbare restcapaciteit
75 120
80 120
85 120
45
40
35
Uit de bovenstaande tabel blijkt dat de restcapaciteit in de openbare ruimte op alle dagdelen toereikend is om de resterende parkeervraag op te kunnen lossen. Hiermee is een toereikende parkeeroplossing voor de ontwikkeling gevormd.
52
Nota Parkeernormen 2026
Bijlage 8: begrippenlijst a. Aanwezigheidspercentage: een percentage waarmee voor een functie, per dagdeel, de aanwezigheid van de bijbehorende doelgroepen wordt aangegeven. Het overzicht met aanwezigheidspercentages is opgenomen in bijlage 4; b. Autobezit: het aantal voertuigen in bezit bij een inwoner, in particulier bezit of als een zakelijk geleased voertuig; c. Autogebruik: het aantal voertuigen in gebruik bij inwoners, voertuigen die niet op het woonadres van de inwoner staan geregistreerd, waaronder in ieder geval worden verstaan: – bedrijfsauto's van zelfstandigen die op naam van het bedrijf staan, waarvan het bedrijfsadres afwijkt van het woonadres van de berijder; – bedrijfsauto's die gepensioneerden of andere uitkeringsgerechtigden nog mogen gebruiken; – private lease auto's. d. Autoparkeerbehoefte: de totale behoefte naar autoparkeerplaatsen vanuit een ruimtelijke ontwikkeling, bepaald op basis van de geldende autoparkeernormen; e. Autoparkeernorm: een getal dat aangeeft hoeveel autoparkeerplaatsen nodig zijn voor een bepaalde functie per 100 vierkante meter bruto vloeroppervlak (bvo) of per eenheid; f. Bezoekersaandeel: het deel van de fiets- en autoparkeerbehoefte dat bestaat uit bezoekers; g.
Bruto vloer oppervlak (bvo): het vloeroppervlakte van de ruimte, dan wel van meerdere ruimten, van een vastgoedobject gemeten (volgens NEN 2580) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie, die de desbetreffende ruimte(n) omhullen; h. CROW: CROW is een landelijk kennisplatform voor onder andere infrastructuur, mobiliteit en parkeren; i. Deelauto: een auto, waarvan de eigenaar of houder aantoont dat deze krachtens een overeenkomst gedeeld wordt met (ten minste) één andere particuliere deler van een ander huishouden; j. Eigen terrein: grond waarover de initiatiefnemer kan beschikken ter plaatse van de ontwikkellocatie, dan wel in de directe nabijheid hiervan, binnen de in paragraaf 6.2.5 genoemde maximaal acceptabele loopafstanden; k. Fietsparkeerbehoefte: de totale behoefte naar fietsparkeerplaatsen vanuit een ruimtelijke ontwikkeling, bepaald op basis van de geldende fietsparkeernormen; l. Fietsparkeernorm: een getal dat aangeeft hoeveel fietsparkeerplaatsen nodig zijn voor een bepaalde functie per 100 vierkante meter bruto vloeroppervlak (bvo) of per eenheid; m. Initiatiefnemer: de ontwikkelaar en/of eigenaar van de grond of opstallen voor wie de aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend; n. Kwaliteitseis: een eis die gesteld wordt vanuit het oogpunt van bruikbaarheid van een nieuw te realiseren parkeervoorziening; o.
Maatgevende parkeerbehoefte: het moment waarop de verschillende functies binnen het programma gezamenlijk op basis van de aanwezigheidspercentages hun maximale parkeerbehoefte hebben, ervan uitgaande dat parkeerplaatsen voor iedere parkeerder toegankelijk zijn; p. Maximale loopafstand: de kortst mogelijke looproute, gemeten vanaf de voetgangersingang van de parkeervoorziening tot de voetgangersingang van het bestemmingsadres, gemeten door middel van een online routenavigatiesysteem (bijvoorbeeld via Google Maps);
53
Nota Parkeernormen 2026
q. NEN: Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut; r. Normatieve parkeerbehoefte: een getal dat het normatief aantal benodigde parkeerplaatsen voor een functie weergeeft; s. Parkeerdruk: het totaal aantal geparkeerde voertuigen gedeeld door de parkeercapaciteit in de openbare ruimte, uitgedrukt in een percentage; t. Parkeereis: het aantal fiets- en autoparkeerplaatsen dat beschikbaar gesteld moet worden voor een ruimtelijke ontwikkeling, inclusief de verschijningsvorm van deze parkeerplaatsen. u. Parkeerrechten: de rechten die zich op een adres bevinden voor het in aanmerking komen voor parkeervergunnings- en ontheffingsproducten; v. Openbare ruimte: de door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen de gemeente Zuidplas is gelegen; w. Oplaadpunt: een aansluiting voor het opladen van een elektrisch voertuig of wisselen van een batterij van een elektrisch voertuig; x. Ruimtelijke ontwikkeling (bouwplan): een activiteit zoals bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet; y. Salderen: het berekenen van de parkeervraag op basis van het verschil tussen de autoparkeerbehoefte in de nieuwe situatie (na realisering van de ontwikkeling) en de theoretische parkeerbehoefte van een bestaande of reeds vervallen functie in de oude situatie (vóór realisatie van de ontwikkeling).
Toelichting op functies in de parkeernormenlijst fiets (bijlage 2) a. Kamerverhuur (stallingsruimte bewoners): zelfstandige en onzelfstandige kamerverhuur met een stallingsruimte die bewoners kunnen gebruiken om hun fietsen te stallen; b. Restaurant (eenvoudig): restaurants waar over het algemeen een kortere bezoekduur per restaurantbezoek geldt, bijvoorbeeld een cafetaria of pannenkoekenrestaurant; c. Restaurant (luxe): restaurants waar over het algemeen een langere bezoekduur geldt per restaurantbezoek, bezoekers zijn bereid om een langere loopafstand af te leggen naar het restaurant. Toelichting op functies in de parkeernormenlijst auto (bijlage 3) a. Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: bedrijven met enerzijds weinig werknemers en anderzijds weinig bezoekers, bijvoorbeeld: loods, opslag, transportbedrijf; b. Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief: bedrijven met verhoudingsgewijs veel medewerkers en weinig bezoekers, bijvoorbeeld: industrie, laboratorium, werkplaats; c. Bedrijfsverzamelgebouw: een bedrijfsverzamelgebouw is een gebouw waarin verschillende bedrijven zijn gehuisvest, het gebouw biedt gedeelde faciliteiten zoals een receptie, vergaderruimtes en sanitaire voorzieningen; d. Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum: deze functie geld als gewogen parkeernorm voor veelvoorkomende detailhandelszaken; e.
Buurt- en dorpscentrum: een kleinschalige clustering van detailhandel- en horecafuncties met een buurtverzorgende functie;
54
Nota Parkeernormen 2026
f. Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie): dienstverlenende bedrijven met een winstoogmerk; g. Grote supermarkt (XL): een supermarkt met een (zeer) uitgebreid assortiment en over het algemeen een verkoopvloeroppervlakte van meer dan 2.500 m²; h. Kamerverhuur, niet-studenten: zelfstandige en onzelfstandige kamerverhuur niet bedoeld voor studenten; i. Kamerverhuur, studenten, niet-zelfstandig: onzelfstandige kamerverhuur, wooneenheden zonder eigen: toegang, keuken, toilet of wasgelegenheid (douche/bad), bedoeld voor studenten. Bij afsluiten huurcontract moet door de huurder een campuscontract worden overlegd; j. Serviceflat/aanleunwoning: een woning met zorgfaciliteiten in de nabijheid waar de bewoner gebruik van kan maken; k. Stadsdeelcentrum: een grootschalige clustering van detailhandel- en horecafuncties met een regionale functie; l. Kleine eenpersoonswoning (tiny house, meestal grondgebonden): een tiny house is een kleine, vrijstaande en verplaatsbare woning, zonder vaste fundering, met maximaal 50 m² gebruiksoppervlakte en maximaal 35 m² grondoppervlakte.
55
Nota Parkeernormen 2026
Bijlage 9: overzicht beleidsmatige wijzigingen In deze bijlage is een overzicht opgenomen van de meest noemenswaardige beleidsmatige wijzigingen tussen de Nota Parkeernormen 2019 (het oude beleid) en deze Nota Parkeernormen 2026 (het nieuwe beleid). Gebiedsindeling Het oude beleid bevat een gebiedsindeling bestaande uit drie zones; A, B en C. In het nieuwe beleid zijn in de gebiedsindeling verschillende wijzigingen aangebracht. Een extra zone is toegevoegd om rekening te houden met een enigszins hogere autoafhankelijkheid in Moerkapelle. In het nieuwe beleid kent alleen Nieuwerkerk a/d IJssel een zone A, de omvang van deze zone is vergroot. Reden hiervoor is dat in een geografisch gezien groter gebied een lagere autoafhankelijkheid wordt gezien (als gevolg van de nabijheid van het treinstation en een hoger voorzieningenniveau). In de gebiedsindeling is het Middengebied volgens de begrenzing van het bestemmingsplan uitgezonderd en als een blanco gebied ingetekend. Autoparkeernormen In de hoogte van de parkeernormen zijn meerdere wijzigingen aangebracht. De belangrijkste wijzigingen worden hieronder toegelicht, inclusief een onderbouwing op hoofdlijnen. Differentiatie parkeernormen woonfuncties Het oude beleid maakt onderscheid tussen parkeernormen voor in totaal 15 woonfuncties. Het nieuwe beleid kent parkeernormen voor 22 verschillende woonfuncties.
Het nieuwe beleid bevat meer differentiatie tussen de woonfuncties, met name binnen de sociale huur sector. Ook zijn parkeernormen toegevoegd voor enkele bijzondere woonfuncties. Bewonersparkeernorm woonfuncties De bewonersparkeernormen in het oude beleid waren gebaseerd op de CROW parkeerkencijfers uit 2018 (publicatie 381). De gehanteerde uitgangspunten waren een stedelijkheidsgraad van matig stedelijk, voor zone A een gemiddelde bandbreedtekeuze en voor zone B en C de maximum bandbreedte. In het nieuwe beleid zijn de bewonersparkeernormen gedeeltelijk gebaseerd op de provinciale gegevens over autobezit en voor een deel op de CROW parkeerkencijfers uit 2025 (publicatie 744). Reden hiervoor is dat uit het provinciale gegevensbestand niet voor alle woonfuncties een betrouwbaar autobezit cijfer naar voren komt. Ook zijn er woonfuncties die als zodanig niet in een zone voorkomen. Bezoekersparkeernorm woonfuncties Bij de actualisatie van de CROW parkeerkencijfers in juli 2025 is een belangrijke wijziging doorgevoerd in de hoogte van het bezoekersparkeerkencijfer voor woonfuncties. In het oude beleid lag de hoogte van de bezoekersparkeernorm in zone A op 0,2 parkeerplaats per woning, in zone B en C was de bezoekersnorm 0,3. In het nieuwe beleid worden bezoekersnormen gehanteerd die, uitgaande van de stedelijkheidsgraad matig stedelijk, overeenkomen met de richtlijnen van CROW.
56
Nota Parkeernormen 2026
Mobiliteitscorrectie Het oude beleid bevatte, net als het nieuwe beleid, de mogelijkheid om onder gestelde voorwaarden een correctie op de parkeerbehoefte toe te passen. Zowel in het oude als nieuwe beleid is deze correctie van toepassing wanneer een initiatiefnemer inzet op het aanbieden van een autodeelconcept. In het nieuwe beleid zijn extra eisen opgenomen waaraan het autodeelconcept moet voldoen. In het oude beleid moest in zone A 50% van de correctie worden aangebracht als ruimtelijke reservering, in de overige zones was dit 100%. In het nieuwe beleid moet in alle zones de volledige correctie in de vorm van een ruimtelijke reservering zijn aangewezen. Vrijstellingsmogelijkheid voor kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen Het oude beleid bevatte een vrijstellingsmogelijkheid bij wijziging van gebruik, sloop of uitbreiding. Wanneer de (toename van de) parkeervraag maximaal 0,5 parkeerplaatsen bedroeg, werd vrijstelling verleend van de verplichting om de parkeervraag op te lossen. Het nieuwe beleid bevat een andere vrijstellingsmogelijkheid. Wanneer de (toename van de) parkeervraag maximaal drie parkeerplaatsen bedraagt, dan vervalt in eerste instantie de verplichting om de parkeervraag op eigen terrein op te lossen. Vervolgens wordt onderzocht of de parkeervraag in de openbare ruimte kan worden opgelost.
57
Nota Parkeernormen 2026
58