CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Getekende Afvalstoffenverordening Zuidplas 2021 A21.001131

Gemeenteraad 15 september 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Te downloaden documenten:8.224 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente

Zuedplas Afvalstoffenverordening Zuidplas 2021

A21.001131

l

Besluit van de raad van de gemeente Zuidplas tot vaststelling van de Afvalstoffenverordening Zuidplas 2021

De raad van de gemeente Zuidplas; gelezen het voorstel van burgemeester en w etho ud ers van 20 juli 2021 (R21.000074); gelet op de artikelen 10.23, eerste lid, 10.24, tw eede lid, 10.25 en 10.26, eerste lid, van de W e t m ilieubeheer en artikel 2, eerste lid, van het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen; besluit vast te stellen de volgende verordening:

Afvalstoffenverordening Zuidplas 2021

§ 1. Algemeen

Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen w o r d t verstaan onder: - inzamelmiddel: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- o f bewaarmiddel, ten behoeve van een huishouden; - inzamelplaats: daartoe op grond van artikel 5 aangewezen plaats; - inzamelvoorziening: vo or de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bew aarmiddel of -plaats ten behoeve van meerdere huishoudens; - perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.

Artikel 2. Doelstelling De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelm atig beheer van afvalstoffen.

§ 2. Huishoudelijke afvalstoffen

Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst 1. Burgemeester en w etho ud ers wijzen de inzameldienst aan die is belast m et de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. 2. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften w orden verbonden en beperkingen w orden gesteld. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene w e t bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijd ig beslissen) is niet van toepassing. 3. Burgemeester en w etho ud ers kunnen nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt.

Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars 1.

Het is vo o r anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen,

tenzij de inzamelaar:

2

a. daartoe is aangewezen door burgem eester en w ethouders; b. bij nadere regels van burgemeester en w etho ud ers van het verbod is vrijgesteld; of c. ve rp lich t is t o t inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de W e t milieubeheer. 2.

Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, is artikel 3, tw eede

lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats Burgemeester en w ethouders dragen zorg v o o r ten minste één daartoe t e r beschikking gestelde plaats binnen de gemeente, waar in vold oe nd e mate gelegenheid w o r d t geboden om huishoudelijke afvalstoffen, m et inbegrip van g ro f huishoudelijk afval, achter te laten.

Artikel 6. Algemene verboden Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen: a. te r inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst o f een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; b. over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeid in artikel 4, eerste lid; of c. achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5.

Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling 1. Burgemeester en w ethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalsto ffe n die afzonderlijk door de inza m e ldie nst w o rd e n ingezameld, over de fre q u e n tie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij o f nabij elk perceel. 2. In ieder geval de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen w orden afzonderlijk ingezameld: - b io a fv a l; - p a p ie r en ka rto n ; - m e ta a l; - glas; - te x tie l; - k u n s ts to f ve rp akkin gsm ate ria a l;

Artikel 8. Gescheiden aanbieding 1. Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, anders dan afzonderlijk: a. te r inzameling aan te bieden; b. achte r te laten op een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5. 2. Burgemeester en w etho ud ers kunnen nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijste llin g inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid.

3

Artikel 9. Tijdstip van aanbieding Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen te r inzameling aan te bieden anders dan op de door burgemeester en w ethouders daartoe bepaalde dag en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend w orde n vastgesteld.

Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen te r inzameling aan te bieden anders dan in overeenstem m ing m et de door burgemeester en w e th o u d e r te stellen regels over het gebruik van: a. inzamelmiddelen vo o r het aanbieden te r inzameling bij een perceel; b. inzamelvoorzieningen vo o r het aanbieden te r inzameling nabij een perceel. 2. Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de bepaalde dag en tijde n, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan. 3. Burgemeester en w etho ud ers kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijste llin g van het verbod inhouden.

§ 3. Bedrijfsafvalstoffen

Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst Burgemeester en w etho ud ers kunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die w orden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen op grond van artikel 3, in gevallen waarin de voor deze inzameling krachtens een Verordening Gemeentelijke reinigingsheffingen verschuldigde heffing is voldaan.

Artikel 12. Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het is verboden anders dan in overeenstem m ing met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen te r inzameling door de inzameldienst aan te bieden of over te dragen, of bij een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5, achter te laten.

Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen 1. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen te r inzameling aan te bieden anders dan in overeenstem m ing m et de d oo r burgemeester en w etho ud ers te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen. 2. Burgemeester en w etho ud ers kunnen nadere regels stellen vo or het aanbieden, overdragen o f achte rlate n van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede w orden vastgesteld vo o r anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.

§ 4. Zwerfafval en overige

4

Artikel 14. Dumpingsverbod 1. Het is verboden zonder o n th effing van burgem eester en w ethouders, buiten een inrichting, hinder o f nadelige beïnvloeding van het m ilieu te veroorzaken, door een afvalstof, een sto f of een v o o rw e rp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. het aanbieden, overdragen o f achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of b edrijfsafvalstoffen in overeenstem m ing m et deze verordening; b. het composteren van huishoudelijk groente-, fr u it- o f tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan; c. het laden, lossen o f vervoeren van afvalstoffen, m et inbegrip van daarbij niet te verm ijd en plaatsing van afvalstoffen, stoffen o f vo orw e rpe n op de weg, bedoeld in artikel 1 van de W egenverkeersw et 1994; d. handelingen die zijn verboden bij o f krachtens de W et bodembescherming, de W a te rw e t o f het Besluit bodem kw aliteit. 3. Indien de o ve rtre d e r van d it artikel onbekend is, w o r d t de persoon t o t wie de aangetroffen afvalstof, s to f o f v o o rw e rp kan w orden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd m et dit artikel.

Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gew icht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruim te, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken o f andere m id delen te r inzameling van deze afvalstoffen. 2. Reclamedrukwerk, ander p ro m o tiem a teriaa l en de verpakking daarvan, die in w eerw il van het eerste lid in de openbare ruim te w o r d t w eggew orpen o f achtergelaten, w o r d t terstond opgeruimd door degene die het in de b etreffen d e omgeving onder het publiek verspreidde. 3. Het is verboden zwerfafval te veroorzaken door te r inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken o f te verspreiden, te stoten, te schoppen, o m ve r te w erpen of door deze anderszins te behandelen.

Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen 1. Degene die een inrichtin g d r ijft waar eet- o f d rinkw aren worden ve rko c ht die te r plaatse kunnen w o rde n genuttigd, draagt zorg voor de aanwezigheid in o f nabij de inrichtin g van een steeds vo o r gebruik door het publiek beschikbare en tijd ig geleegde afvalbak o f soortgelijk middel vo or het houden van afval. 2. Degene die de inrichtin g d r ijft v e rw ijd e rt zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere m aterialen, die kennelijk uit de inrichtin g a fkom stig zijn o f voor de inrichting zijn bestemd, binnen een straal van ten minste 25 m ete r van de inrichting. 3. De vorige leden gelden niet vo or situaties waarin w o r d t voorzien door het A ctivite ite n b e slu it milieubeheer.

5

Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg 1. Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de W egenverkeersw et 1994, te ve rontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorw e rpe n te laden, te lossen of te vervoeren o f andere werkzaamheden te verrichte n. 2. Degene die in strijd met het eerste lid de weg v e ro n tre in ig t of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens opdrachtgever, zorgt terston d na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag vo or het reinigen van de weg, o f zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer o f de bescherming van het wegdek te verzekeren.

Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht Het is verboden afvalstoffen op een v o o r het publiek w aarneem bare plaats in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de W et m ilieu b eh ee r op te slaan o f opgeslagen te hebben, anders dan d oo r het in overeenstem m ing m e t paragraaf 2 van deze verordening aanbieden, achterlaten o f overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.

Artikel 19. Ontdoen van autowrakken Het is verboden zich te ontd oen van een a utow rak dat afkom stig is van een perceel, anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer auto wrakken.

§ 5. Handhaving en toezicht

Artikel 20. Strafbare feiten Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 4, 6, 8 t o t en m e t 10 en 12 to t en m et 19 bepaalde en de daarbij gegeven vo orschrifte n en beperkingen, is een strafbaar fe it als bedoeld in artikel l a , onderdeel 3, van de W et op de economische delicten.

Artikel 21. Toezichthouders M et het toezicht op de naleving van h et bepaalde bij o f krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de W e t algemene bepalingen omgevingsrecht door burgemeester en w ethouders aangewezen ambtenaren.

§ 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 22. Wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet en overgangsrecht Op het tijd s tip waarop de Omgevingswet in w erking tree dt, w o r d t deze verordening gewijzigd als volgt: a. in artikel 14, tw e e d e lid, o nder d, w o r d t "W a te r w e t" vervangen door "O mgevingswet"; b. in artikel 16 vervallen de aanduiding "1." voor het eerste lid, en het tw e ed e en derde lid;

6

c. in artikel 18 vervalt "en buiten een inrichtin g als bedoeld in artikel 1.1 van de W et m ilie u b e h e e r" en na het slot van het artikel w o r d t toegevoegd "H e t verbod geldt niet als voor de opslag van afvalstoffen een omgevingsvergunning is afgegeven."; d. in artikel 19 w o r d t "anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer auto w ra kken " vervangen d oo r "anders dan d oor afgifte aan de houder van een omgevingsvergunning vo or het dem on te re n van a utow rakken o f wrakken van tw e e w ie lig e m o to rvo e rtu ig e n "; e. in artikel 21 w o rd t na "W e t algemene bepalingen omgevingsrecht" ingevoegd " o f artikel 18.6 van de Omgevingswet".

Artikel 23. Intrekking oude verordening De Afvalstoffenverordening gemeente Zuidplas 2016 w o r d t de dag na bekendmaking van de in w e rkin gtred ing van de A fvalstoffenverordening Zuidplas 2021 ingetrokken.

Artikel 24. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt een dag na bekendmaking in werking. 2. Deze ve ro rd en ing w o r d t aangehaald als: A fv alsto ffe nve ro rde nin g Zuidplas 2021.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 september 2021. De raad voornoemd, De griffier,

7

gemeente

Zusdplas Toelichting Afvalstoffenverordening Zuidplas 2021

8

TOELICHTING

Algemeen

1. Inleiding De A fvalsto ffe nve ro rde nin g d ie nt het belang van de bescherming van het milieu, m et inbegrip van een doelm atig afvalstoffenbeheer. Het belang daarvan n e e m t to e om d at te genw oordig anders naar afval w o r d t gekeken dan in het verleden. Afval w o r d t steeds m eer benaderd als grondstof. In een meer circulaire economie is afval van waarde. Dat bete ken t duurzaam omgaan met natuurlijke hulpbronnen, zuiniger zijn op g ro ndstoffen, vo orw e rpe n langer en opnieuw gebruiken en o ptim ale re reststromen. Afvalscheiding en inzam eling is daarbij van wezenlijk belang. Welke bestanddelen van het afval gescheiden dienen te w orden veranderd. Nieuwe te chnieken maken b ijvoorbeeld de scheiding van kunststof mogelijk. Gemeenten werken mee in het Uitvoeringsprogram m a VANG - Huishoudelijk Afval om te komen t o t m in de r huishoudelijk afval en t o t het beschikbaar krijgen van meer w aardevolle grond sto ffe n van de juiste kw aliteit. Deze verordening m od ernise ert de regels van de gemeente op d it terrein.

Grondslagen De verordening geeft u itvoe rin g aan de verplichting van artikel 10.23 van de W et m ilieubeheer (hierna: Wm), waarin de raad w o r d t opgedragen om in het belang van de bescherming van het milieu een A fvals to ffe nve ro rde nin g vast te stellen. De regels over het zwerfafval houden verband m et de regels van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) vo or de openbare ruim te maar zijn vanwege de samenhang m et het onderw erp van de A fv a lsto ffe nve ro rde nin g opgenomen in deze verordening. De artikelen 10.24, tw eede lid, 10.25 en 10.26, eerste lid, van de W m bevatten vo orschriften waaraan de A fvalstoffenverordening m oet voldoen. Artikel 2, eerste lid, van het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen (hierna: Besluit GIHA) biedt een grondslag voor het niet gescheiden inzamelen van bioafval of kunststoffen, metaal en glas. Deze grondslag is gebruikt vo o r artikel 7.

2. Hoofdlijnen van de Afvalstoffenverordening Scheiden van afvalstrom en begint bij huishoudens (huishoudelijke afvalstoffen) en bedrijven (kantoor-, w inke l- en dienstensector (hierna: KWD-sector)) waar die afvalstoffen ontstaan - of waar die in de openbare ru im te te re chtkom en . De A fvalsto ffe nv e ro rde nin g bevat regels over huishoudelijk afval, bedrijfsafval en afval in de openbare ruim te.

Huishoudelijke afvalstoffen Wat b e tre ft huishoudelijke afvalstoffen heeft het gem ee nteb estu u r de w e tte lijk e taak om te zorgen vo or de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen d o o r middel van de inzameldienst die daartoe krachtens deze ve ro rd en ing is aangewezen. Bij de u itvoe rin g van deze taak w o r d t de gem eente in de praktijk in toen em e nd e mate ondersteund d oo r het in itia tie f van andere inzamelaars zoals scholen, ideële instellingen of anderen die bijvoorbeeld papier, glas of andere 9

bestanddelen van het huishoudelijk afval verzamelen vo o r inzameling. Deze verordening regelt de aanwijzing van de inzameldienst en van andere inzamelaars en bepaalt welke bestanddelen gescheiden m oeten w orden aangeboden en dus ook gescheiden moeten w orde n ingezameld.

Gescheiden inzam eling van h uisho ud e lijk a fva l Scheiden van de volgende bestanddelen van huishoudelijk afval is op grond van artikel 1 van het Besluit GIHA de norm: a. bioafval; b. papier; c. metaal; d. kunststof; e. glas; f. textiel (treedt in werking met ingang van 1 januari 2025); g. gevaarlijke afvalstoffen (treedt in werking met ingang van 1 januari 2025); h. afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. De A fvalsto ffe nve ro rde nin g geeft uitvoering aan de o pd ra c ht van artikel 3 van het Besluit GIHA om de ve ro rd en ing aan te passen om te voldoen aan de artikelen 1 en 2 van het Besluit GIHA.

Bedr ijf saf valstoffen W at b e tre ft bedrijfsafvalstoffen is de afvalscheiding d oor KWD-sector binnen de gemeente van belang. De inzameling van bedrijfsafval kan plaatsvinden door de inzameldienst maar ook door anderen. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen is in belangrijke mate op Rijksniveau geregeld door de Wm en daarop gebaseerde centrale regelgeving. Deze verordening bevat enkele aanvullende regels vo o r de inzameling door de inzameldienst of de wijze van aanbieding van bedrijfsafvalstoffen in de openbare ruimte.

Afval in de openbare ruim te W at b e tre ft het afval in de openbare ruim te is het v o orkom en van zwerfafval van belang. Zwerfafval o ntstaa t niet alleen door illegale dum ping en bewuste o n td o e n in g (weggooien of achterlaten) maar kan ook ontstaan uit huishoudelijk afval, bijvoorbeeld als dat verkeerd is aangeboden of als te r inzameling gereedstaand huishoudelijk afval is doorzocht of omgeschopt, verwaaid o f aangevreten door dieren. Zwerfafval ko m t ook in de openbare ruim te te re c h t via het publiek ron do m winkels, eet- en drinkgelegenheden, evenem ente n of reclame- en promotiecampagnes. De verordening bevat regels vo o r het bestrijden van zwerfafval.

3. Wettelijke begrippen

10

In het belang van de eenvoud maakt deze verordening slechts in beperkte mate gebruik van begripsbepalingen. Ten eerste zijn geen definities van begrippen gegeven als deze begrippen al op grond van artikel 1.1 van de Wm zijn gedefinieerd. Deze begrippen gelden al o n v e rk o rt voor de toepassing van deze verordening. Er zijn daarom niet o pn ie u w definities in de verordening opgenom en. Voorbeelden van in de w e t gedefinieerde begrippen die ook in deze verordening w orde n g eb ru ikt zijn a fva lsto ffe n , huishoudelijke a fv a ls to ffe n o f b e d rijfs a fv a ls to ffe n .

Het begrip inzam eling is d oo r de Wm gedefinieerd en daarom zonder begripsbepaling opgenomen in deze verordening. Artikel 1.1 van de Wm verstaat onder inzameling: verzameling van afvalstoffen, met inbegrip van de voorlopige so rte rin g en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverw erkingsinstallatie. Dit begrip is le tte rlijk overgenomen van de Kaderrichtlijn afvalstoffen. Inzameling is het begin van het afvalstoffenbeheer. Onder afvalsto ffe nb e he er verstaat de rich tlijn immers: inzameling, vervoer, nuttige toepassing en ve rw ijd e rin g van afvalstoffen, m et inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting en m et inbegrip van activiteite n van handelaars o f makelaars.

W at b e tre ft de huishoudelijke afvalstoffen regelt deze verordening, enerzijds, dat de inzameling slechts kan geschieden d oo r aangewezen inzameldiensten. Anderzijds regelt de vero rd en ing dat deze afvalstoffen slechts mogen w orden overgedragen o f aangeboden te r inzameling aan deze inzameldienst o f overdragen aan inzamelaars, of a chterlaten op een daartoe te r beschikking gestelde plek. Inzameling door o f het aanbieden te r inzameling aan anderen dan deze personen is verboden. De verordening regelt eveneens op welke wijze de aanbieding plaats d ie nt te vinden. Er zijn regels over gescheiden inzameling van afzonderlijke bestanddelen van afval zoals groente-, f r u i t - en tu inafval (hierna: GFT-afval) o f papier en karton, over de middelen w aarmee dat dient te gebeuren. In onderstaand schema is de te rm in o lo g ie van artikel 10.24 van de Wm en artikel 1.1 van de Wm dus als volgt gebruikt ten aanzien van de huishoudelijke afvalstoffen:

De gebruiker van een perceel

De inzameldienst of inzamelaar

Overdragen (aan een inzamelaar)

Innemen (do or een inzamelaar)

Ter inzameling aanbieden (al dan niet via

Inzameling (via de betreffen d e m iddelen of

inzamelmiddelen of inzamelvoorzieningen)

voorzieningen) door de inzameldienst

Achterlaten op een te r beschikking gestelde

Inzamelplaats

plaats

De begrippen inzam eldienst en inza m e laa r behoeven geen zelfstandige d e fin itie nu uit artikelen 3 en 4 genoegzaam volgt om wie het gaat. Andere begrippen kwamen in de verordening zo weinig voor dat, een d e fin itie overbodig was en in de a rtike lte kst zelf uitsluitsel kon worden gegeven. Een voorbeeld is het begrip weg in artikel 17.

ll

4. Verhouding met ander hoger recht Verw erking van persoonsgegevens De gemeente v e rw e rk t persoonsgegevens o nder m eer vo or de inzameling en ve rw erking van huishoudelijk afval. De inzameling en verw erking van h uishoudelijk afval is een publieke taak, die verw erking van persoonsgegevens noodzakelijk maakt. De grondslag voor ve rw erking van de persoonsgegevens is artikel 6, eerste lid, onder e, van de Algemene verordening gegevensbescherm ing(2016/679/EU ).

O m gevingsw et M e t de inw e rkin gtred ing van de Omgevingswet (hierna: Ow) kunnen de gem eentelijke regels, die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, opgenomen worden in het omgevingsplan. Regels die opgenomen w o rd e n in het omgevingsplan, zullen in deze Afvalsto ffe nve ro rde nin g vervallen. Voor zwerfafval (artikel 16) is een bepaling opgenomen in het tijd e lijk deel van het omgevingsplan. Die bepaling w o r d t om die reden aangepast op het m om en t dat de Ow in w erking tr e e d t (zie artikel 22).

5. Nadere regels Uitvoeringsbesluit van het college van burgemeester en wethouders De A fvalstoffenverordening delegeert de bevoegdheid t o t het stellen van regels over de volgende onderw erpen aan het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college):

•

Nadere regels over de wijze van inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen (artikel 3).

•

Nadere regels over vrijste llin g voor categorieën personen en organisaties als inzamelaars (artikel 4, eerste lid).

•

Regels over afzonderlijke bestanddelen (geclausuleerd), freq ue n tie en locatie van inzameling (artikel 7.

•

Nadere regels inclusief vrijstelling voor gescheiden aanbieden te r inzameling van huishoudelijke afvalstoffen (artikel 8, tw eede lid), zoals het nader omschrijven van de bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen, o f over fracties waarvan verm enging is toegestaan.

•

Regels over het gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen (artikel 10, derde lid).

•

Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen (artikel 13, tweede lid).

Daarnaast is sprake van nadere besluitvorm ing d oo r het college die strikt genomen geen algemeen verbindende vo orschrifte n in h o u d t maar die samen m et de hiervoor genoemde regels opgenomen kan w orden in het uitvoeringsbesluit van het college. Deze b e sluitvo rm ing gaat over:

•

De aanwijzing van de inzameldienst (artikel 3).

•

De dagen en tijden w aarop de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen plaatsvindt (artikel 9).

12

De aanwijzing van toezich tho u de nd e ambtenaren (artikel 21).

De aanwijzing van de specifieke locaties van inzamelvoorzieningen kan ook opgenomen w orden in het uitvoeringsbesluit.

Artikelsgewijs

Enkel die bepalingen die verdere to e lich tin g behoeven zijn h ie ro n de r nader toegelicht.

Artikel 1. Definities De begrippen inzamelmiddel, inzamelplaats en inzamelvoorziening zijn opgenomen om deze van elkaar te onderscheiden. Een inzamelmiddel is bestemd voor een enkel huishouden en is bijvoorbeeld een huisvuilzak, m inicontainer, afvalemmer, kca-box o f big bag. Een inzamelplaats is aangewezen op grond van artikel 5. Meestal w o r d t de inzamelplaats gem eentelijke afvaldepot, b re ngdepot o f m ilieustraat genoemd. Een inzamelvoorziening is bestemd v o o r meerdere huishoudens. Een inzamelvoorziening is bijvoorbeeld een (ondergrondse) verzamelcontainer, w ijk c o n ta in e r o f brengdepot. Uit artikel 10 w o r d t duidelijk dat inzamelmiddelen g eb ru ikt worden vo or het aanbieden te r inzameling bij een perceel en inzamelvoorzieningen voor het aanbieden nabij een perceel.

Het begrip perceel is o m w ille van de leesbaarheid opgenomen m e t een vaste toevoeging die bij het gebruik van dit begrip in de vero rd en ing telkens m oet w ord e n meegelezen. Het gaat immers telkens om percelen w a a r huishoudelijke a fv a ls to ffe n kunnen o n ts ta a n . Deze toevoeging is opgenomen in verband m et de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wm, w aarin sprake is van de zorg van de gem eente voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen "b ij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan". W at onder perceel m o e t w orden verstaan kan niet goed op het niveau van deze verordening w orden vastgesteld. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 18 septem ber 1991, nr. 27597, BNB 1991/333, is een perceel een plaats waar huishoudelijke afvalstoffen geregeld binnen een particuliere huishouding kunnen ontstaan. Slechts dan is geen sprake van een perceel, indien het gaat om een gedeelte van een o nroerende (of roerende) zaak dat blijkens indeling en inrichting niet is bestemd voor het voeren van een particuliere huishouding waarin geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Dit zal telkens naar de feiten en het spraakgebruik bepaald moeten w orde n .

Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 10 ju li 2015 (ECU:NL:HR:2015:1773) kon ook een w o o n ru im te in een zorgcentrum een particuliere huishouding zijn waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan (zie vo o r de feiten Gerechtshof Den Haag 19 augustus 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2862).

Artikel 2. Doelstelling In d it artikel is het met de v e ro rd en ing te dienen doel vermeld. Deze volgt uit de w ettelijke grondslag van de verordening. De toepassing van bevoegdheden op basis van deze verordening

13

zullen derhalve telkens in dat kader moeten plaatsvinden. Doelmatig a fvalstoffenbeheer is onderdeel van de bescherming van het milieu. Het begrip a fvalstoffenbeheer is gedefinieerd in de Kaderrichtlijn afvalstoffen als: "inzameling, vervoer, n uttige toepassing en v e rw ijd e ring van afvalstoffen, m et inbegrip van het to ezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting en m et inbegrip van a ctiviteiten van handelaars o f makelaars".

Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst

In het eerste lid geeft de raad aan het college de opdracht om een onderdeel van de gem eentelijke inzameldienst e n /o f een ondernem ing aan te wijzen, die m e t de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen is belast. De zorg voor deze inzameling berust ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wm op de raad en het college. De aangewezen inzameldienst zal aan die zorg praktische uitvoering geven. In het derde lid w o r d t een grondslag gegeven om nadere regels te stellen over de wijze w aarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt.

Redenen van algemeen belang van milieu en gezondheid die m et de aanwijzing va n inzameldiensten zijn gemoeid, dwingen ertoe geen regeling op te nemen v o o r het van rechtswege nemen van aanwijzingsbesluiten in gevallen w aarin niet tijdig op een daartoe strekkende aanvraag zou w orde n beslist. De regeling van paragraaf 4.1.3.3 van de Al gemene w e t bestuursrecht is daarom niet van toepassing. Zo nodig kunnen bij het aanwijzingsbesluit beperkingen o f v o orschriften w orde n verbonden aan de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Het ligt in de rede dat dit alleen aan de orde is w an ne er er te n aanzien van de aan te wijzen instantie bijzondere voorschriften o f beperkingen m oeten gelden.

Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars Dit artikel regelt de mate waarin het voor anderen dan de inzameldienst m ogelijk is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. In beginsel is d it verboden. Er zijn echter drie categorieën van andere inzamelaars dan de inzameldienst, die bepaalde bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen mogen inzamelen. Ten eerste als een inzamelaar is aangewezen. Het gaat dan om een beschikking, waaraan op grond van het tw e ed e lid vo orschriften en beperkingen kunnen w orde n verbonden. Een aanwijzing w o r d t niet van rechtswege verleend als sprake zou zijn van niet tijd ig beslissen. Ten tw eede kan het college bepaalde personen o f organisaties vrijstellen bij nadere regels. In het eerste lid, o nder b, is mogelijk gemaakt dat er met generieke vrijstellingen kan w o rde n gew erkt vo or bijvoorbeeld scholen die papier inzamelen of voor andere organisaties of personen die bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen inzamelen als inzamelaar. Ten derde zijn er producenten van bijvoorbeeld witgoed vo o r wie op grond van de Wm in algemene maatregelen van bestuur verplichtingen bestaan t o t inname van afgedankte producten. Het gaat dan om de p ro du cen te n ve ra n tw o o rd e lijkh e id . Vanzelfsprekend kan daarvoor geen verbod gelden. De aanwijzing van inzamelaars verschilt qua karakter van de aanwijzing van de inzameldienst.

Het gaat bij de inzamelaars om personen o f organisaties die om

14

verschillende redenen behulpzaam willen zijn bij de taak om huishoudelijk afval in te zamelen. Deze aanwijzing heeft - anders dan de aanwijzing van de inzameldienst - het karakter van een vergunning en gaat niet gepaard m et een uitvoeringsplicht.

Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats Op deze plaats w o r d t afzonderlijk geregeld d at op ten minste een plaats ook buiten kantooruren of in het weekend (in voldoende mate dus) gelegenheid w o r d t geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten. Hiertoe is het g em eentebestuur v e rp lic h t in verband m et de in artikel 7 geboden mogelijkheid om niet telkens per week en bij elk perceel in te zamelen. Ingevolge artikel 10.26, tw eede lid, van de W m is dit verplicht. Het gaat hier om een daartoe ter beschikking gestelde plaats, waar alle besta nddelen van huishoudelijke afvalstoffen kunnen w orden achtergelaten.

Artikel 6. Algemene verboden Dit artikel regelt dat het aanbieden, overdragen o f achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen alleen mag geschieden via de kanalen die daarvoor in de artikelen 4 en 5 zijn aangewezen. Dit verbod is de keerzijde van de bij of krachtens die artikelen t o t de inzameldienst en andere inzamelaars gerichte gebod om het afval in te zamelen en het in artikel 4, eerste lid, opgenomen verbod vo o r anderen om afval in te zamelen.

Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling Dit artikel regelt welke bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk m oeten w orden ingezameld, m et welke fre q u e n tie en op welke locatie. Deze locatie kan zijn bij elk perceel, nabij elk perceel o f een van deze m et uitzondering van bepaalde gebieden van de gemeente. Het Besluit GIHA bevat ook voorschriften over de gescheiden inzameling van afvalstoffen. Deze ve rordening v u lt de verplichting t o t gescheiden inzameling aan door nader te bepalen welke bestanddelen gescheiden w orden ingezameld. Deze verordening m aakt een fijnm aziger onderscheid dan artikel 1 van het Besluit GIHA, dat vo orschrijft dat 'ten m inste' bepaalde bestanddelen gescheiden w orden ingezameld. De raad kan volgens artikel 10.21, vierde lid, van de Wm besluiten t o t het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen. De raad kan tevens een onderscheid maken binnen de genoemde bestanddelen.

Artikel 10.21 van de Wm schrijft vo or dat het g em eentebestuur, al dan niet samen m et het g e m e e nteb estu u r van andere gemeenten, e rvo or zorgt dat ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen w orden ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. Grove huishoudelijke afvalstoffen zijn daarvan uitgezonderd. De raad kan volgens artikel 10.21, vierde lid, van de Wm besluiten t o t het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen.

15

Op grond van artikel 10.26 van de Wm kan de raad in het belang van een doelm atig beheer van huishoudelijke afvalstoffen bij de A fvalstoffenverordening afw ijken: a.

van de inzameling b ij elk perceel (bepaald mag w orde n n a b ij elk perceel);

b.

van de frequentie van eenmaal per week (bepaald mag w orde n m et welke regelmaat bij de verordening);

c.

van de inzameling in het gehele grondgebied (bepaald mag w orden dat in een gedeelte van het grondgebied geen huishoudelijke afvalstoffen w o rde n ingezameld);

Artikel 2, eerste lid, van het Besluit GIHA bepaalt verder dat o nd er voorwaarden voor de volgende bestanddelen afgezien kan w orde n van de gescheiden inzameling voor: d.

bioafval (wanneer gescheiden inzameling technisch niet m ogelijk is o f buitensporig duur);

e.

metaal, kunststof o f glas (als de k w alite it voor hergebruik of recycling gelijk blijft).

De fre q u e n tie waarmee deze gescheiden inzameling plaatsvindt. Indien de fre q u e n tie lager is dan eenmaal per week, is de Inspraakverordening van toepassing en is artikel 5 verplicht. Dit vloeit v o o rt uit artikel 10.26, tw eede lid, en artikel 10.27 van de Wm.

Een A fvalstoffenverordening die een van deze m ogelijkheden benut, dient te w orden voorbereid m et toepassing van de Inspraakverordening die op grond van a rtike l 150 van de G e m eentew et is vastgesteld (artikel 10.26 van de Wm). Indien toepassing w o r d t gegeven aan de onderdelen b of c, dan m oet de gemeente zorgen vo o r een daartoe te r beschikking gestelde plaats voor het achterlaten van huishoudelijke a fvalstoffen. Dat laatste is geregeld in artikel 5.

Het regelen van de fre q u e n tie en locatie van de inzameling w o r d t in beginsel overgelaten aan het college. De raad bepaalt wel w elke bestanddelen in ieder geval afzonderlijk ingezameld dienen te worden. Dit is o nd er meer van belang o m d at artikel 8 aan burgers het verbod oplegt om die bestanddelen ongescheiden te r inzameling aan te bieden.

Artikel 8. Gescheiden aanbieding Dit artikel regelt de keerzijde van artikel 7. W at gescheiden m o e t w orden ingezameld, m oe t ook gescheiden w orden aangeboden. Concrete omschrijvingen van de bestanddelen kunnen d oor het college in de nadere regels op grond van artikel 8 w orden gegeven om discussies te slechten en om in het kader van de handhaving houvast te bieden ( 'w e l/n ie t- lijs t') . Ook kan van de vrijste llingsm ogelijkheid gebruik w orden gemaakt om te regelen dat bepaalde hoeveelheden (fracties) van de bestanddelen mogen voorkom en bij de inzameling van andere bestanddelen. Zo zal het niet verboden hoeven te zijn als er eens een papiertje tussen het GFT-afval vo orkom t. Het is niet mogelijk om bij nadere regels af te wijken van de ve rp lich tin g om gescheiden in te zamelen en aan te bieden, v o o r zover die verp lich ting v o o r tv lo e it uit artikel 1 van het Besluit GIHA.

16

Artikel 9. Tijdstip van aanbieding De tijd stip p e n voor de inzameling van huishoudelijk afval w o rde n door h et college bepaald. Het gaat hier om een besluit van algemene strekking, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift. Het besluit is daarom vatba ar v o o r bezwaar en beroep.

Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding Er is een onderscheid tussen inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen. Inzamelmiddelen dienen het te r inzameling aanbieden d o o r een huishouden, zoals een m inicontainer, afvalemmer, plastic afvalzak. Inzamelvoorzieningen, dienen het collectief t e r inzameling aanbieden door meerdere huishoudens, zoals een ve rza m e lcon tain er o f een w ijk co ntaine r, v o o r het inzamelen daarvan. Op grond van dit artikel kunnen inzamelmiddelen w orde n voorgeschreven. Ook kunnen hier regels worden gesteld over het gebruik van inzamelvoorzieningen. De regels over het gebruik van de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen zijn in beginsel algemeen verbindende voorschriften. Het college kan in deze regels ook concreet locaties aanwijzen voor de inzamelvoorzieningen. Een dergelijk onderdeel van de regels is geen algemeen verbindend vo o rsch rift dus daartegen staat bezwaar en beroep open. Het tw e ed e lid bevat een verbod om de inzamelmiddelen buiten het perceel te laten staan na afloop de bepaalde dag en tijde n. Gebruikers van een perceel zijn gehouden de inzamelmiddelen binnen het perceel te bewaren. Het verbod geldt ook voor afval dat op de ophaaldag is buitengezet, maar om w a t voor reden dan ook, niet is opgehaald.

Het derde lid bevat een grondslag v o o r nadere regels over de wijze van gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen vo o r categorieën van percelen. Te denken valt aan een onderscheid dat gemaakt kan w o rde n tussen hoogbouw en laagbouw. De regels kunnen een vrijstelling van het verbod in het eerste lid o f het verbod in het tw e ed e lid inhouden. Deze vrijstelling b lijk t dan uit de nadere regels van het college.

Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst De inzameldienst kan ook bepaalde besta nddelen van bedrijfsafvalstoffen inzamelen. Anders dan bij huishoudelijke afvalstoffen geldt v o o r bedrijfsafvalstoffen echter geen zorgplicht voor de gemeente. Inzameling van b edrijfsafvalstoffen d oor de inzameldienst is daarom een daarvan te onderscheiden a c tivite it waarbij de inzameldienst tegen vergoeding afval inzamelt bij bedrijven. In de p ra ktijk gaat het daarbij veelal om afval uit de KWD-sector o f b ou w - en sloopafval (voor zover dit niet w o r d t gerekend t o t het h uishoudelijk afval).

Artikel 12. Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Alleen die bedrijven die betalen vo or de gem eentelijke inzamelvoorzieningen mogen hun bedrijfsafvalstoffen aanbieden aan de inzameldienst.

Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het college kan, net als bij huishoudelijke afvalstoffen, regels stellen over de wijze waarop de bedrijfsafvalstoffen te r inzameling m oe ten w orde n aangeboden. De basis vo o r h e t stellen van

17

regels over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen kan w orde n gevonden in artikel 10.23, derde lid, van de Wm. De m em orie van to e lic h tin g zegt hierover: "Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen o f gevaarlijke afvalstoffen mogen ook in het belang van de bescherming van het milieuregels w orden gesteld. Blijkens het derde lid mogen deze regels geen vergunningstelsel inhouden. Dit is krachtens artikel 10.48 van de Wm vo orbehouden aan de minister. Vanzelfsprekend mogen de gemeenten hun bevoegdheid evenmin b en utten te r bevoordeling van de eigen inzameldienst en ten nadele van andere aanbieders op de m a rk t." ( Kamerstukken 26 638, nr. 3, blz. 48). Het is dus mogelijk om in het belang van het milieu bepaalde dagen te kunnen aanwijzen waarop bedrijfsafvalstoffen mogen w orde n ingezameld. Bijvoorbeeld te r beperking o f voorkom ing van g eluidhinder o f aanzuigende werking o f om ritte n zoveel mogelijk te combineren. Dit artikel kan met name van belang zijn vo o r de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in een (historisch) centrum . Uiteraard kunnen deze regels gelden vo or alle betrokken inzamelaars die bedrijfsafvalstoffen ophalen.

Artikel 14. Dumpingsverbod Dit artikel hee ft prim air een milieubeschermende fu nctie en beoogt de gemeenten een in stru m e n t te geven om illegale dumpingen, voor zover geen hogere w e t - o f regelgeving van toepassing is, o f het ontstaan van zwerfafval tegen te gaan. Uiteraard zal in een aantal gevallen het brengen van stoffen op o f in de bodem zodanig kunnen gebeuren d a t een hogere w et, zoals de W et bodembescherming, de W a te rw e t o f het Besluit b o d e m k w a lite it van toepassing is. In het eerste lid w orde n bewust de te rm e n s to f en voorw erp g eb ru ikt en niet alleen de term a fvalsto f, om d at niet altijd duidelijk is o f de d esbetreffende stoffen o f vo orw e rp e n afvalstoffen zijn. Artikel 10.25, onder a, van de Wm is de grondslag voor het opnem en van een dergelijk artikel in de Afvalstoffen verordening.

Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte Op grond van artikel 10.25, onder a en b, van de Wm kunnen gem eenten in de A fvalstoffenverordening de zw erfa fvalp ro ble m a tie k regelen. Er is sprake van fa cu lta tie f medebewind. Gemeenten hebben hiertoe de bevoegdheid, maar geen w e tte lijk e plicht.

Het eerste lid gaat over straatafval. Dat is afval dat onderw eg ontstaat, buiten een perceel, dat niet als zwerfafval op straat o f in het plantsoen te re ch t d ie n t te komen en waarvoor afvalbakken of voorzieningen zijn om zich daarvan te r plekke te o ntdoen (voor zover van beperkte omvang en gewicht). Klein chemisch afval is u itdrukke lijk uitgesloten van de omschrijving. Dit afval dient in alle gevallen via de daartoe opgezette inzam elstructuur te w orden v e rw ijd e rd . Het gaat hier per definitie om afvalstoffen die "buiten een perceel ontstaan". Een huishoudelijke afvalstof, ontstaan op o f binnen het perceel, m oet w orde n aangeboden volgens de bepalingen uit paragraaf 2.

In het derde lid behoeft het begrip z w e rfa fv a l zelf geen verdere d efinitie. Uit de redactie blijkt dat van zwerfafval sprake is w a n ne er te r inzameling gereedstaand afval w o r d t verspreid,

18

omgestoten o f omgeschopt, enz. De redactie b re ng t ook mee dat doorzoeken op een m anier die geen zw erfafval veroorzaakt, bijvoorbeeld d o o r m orgensterren o f stadsjutters, niet o nder het verbod valt.

Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen Dit sluit aan bij artikel 2.13 van het A c tiv ite ite n b e s lu it milieubeheer, maar hee ft het meer toegespitst op de problem atiek van zwerfafval en w ijk t daarom op een aantal punten van dat artikel af. Dit is een toegestane aanvulling van het A ctivite ite n b e slu it milieubeheer. Na inw e rk in gtred ing van de Ow vervalt het A c tiv ite ite n b e s lu it M ilieubeheer. De in het tw e ed e lid van d it artikel geregelde materie is dan opgenom en in het tijde lijke deel van het omgevingsplan. In artikel 22 is om die reden een wijziging van d it artikel opgenomen, die in w erking tr e e d t als de Ow in w erking treedt.

Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg Het gaat in d it artikel m et name over laden, lossen en vervoeren. Het artikel bevat een gebod om de veroorzaakte ve ro ntre in igin g op te ruim en. M o c h t aan d it gebod geen gehoor gegeven worden, dan is sprake van een overtreding die strafbaar is gesteld op grond van artikel 20. Daarnaast is er de m ogelijkheid om door m id del van bestuursdwang t o t o pruim in g te dwingen. Dit kan inhouden dat de gemeente de v e ro n tre in ig in g zelf o p ru im t en de kosten daarvoor op de o v e rtre d e r verhaalt.

Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht Kern van dit artikel is opslag van huishoudelijke afvalstoffen, het gaat niet op het bewaren van afvalstoffen vo or aanbieding tijdens de eerstvolgende inzameling daarvan. W aarneem baar gaat in de eerste plaats om zicht. Daarnaast kan sprake zijn van reukoverlast.

Artikel 19. Ontdoen van autowrakken In d it artikel is de afgifte van autowrakken d oo r huishoudens geregeld. Op grond van artikel 6 van het Besluit beheer autow rakken (hierna: BBA) m oeten gemeenten in hun A fv alsto ffe nve ro rde nin g bepalen dat een auto w ra k, zijnde een huishoudelijk afvalstof, slechts mag w ord e n afgegeven aan autodem on tag e be drijve n, garages en autoschadeherstelbedrijven of aan een persoon die in een ander land dan Nederland is gevestigd (onder strikte voorwaarden). Op grond van artikel 7 van het BBA w orden auto w ra kken , afkomstig van huishoudens u itd ru k k e lijk uitgezonderd van de gem eentelijke zorgplicht vo o r de inzameling van huishoudelijk afval.

Artikel 21. Toezichthouders Deze syste matiek volgt u it artikel 18.1a van de Wm en artikel 5.10, derde lid, onder a, van de W e t algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo).

Artikel 22. Wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet en overgangsrecht

19

De inw erkingtreding van de Ow is voorzien op 1 januari 2022. Hierbij w o rde n tevens wijzigingen in de Wm aangebracht die van invloed zijn op deze verordening. In artikel 14, tw eede lid, onder d, zijn w e tte n opgenomen die voorrang hebben op het verbod, genoemd in het eerste lid van dat artikel. Op grond van hoofdstuk 3 van de Aanvullingsw et bodem Omgevingswet b lijft aan de W e t bodem bescherming en het Besluit b o d e m k w a lite it enige werking to ekomen. In het onderdeel m o e t 'W a te r w e t' vervallen en 'O m gevingsw et' w orden toegevoegd.

Voor de m aterie geregeld in artikel 16, tw e e d e lid, geldt dat deze is opgenom en als onderdeel van de zogenoemde bruidsschat (artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet) die een onderdeel uitm aakt van het tijde lijke deel van het omgevingsplan van de gemeente (artikel 22.53 in paragraaf 22.3.3 Zwerfafval van de bruidsschat behorende bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet). Het tweede en derde lid kunnen om die reden vervallen. De verp lich ting om vo or een afvalbak zorg te dragen, bedoeld in het eerste lid, b lijft wel bestaan.

Voor de artikelen 18 en 19 h oudt de inw e rkin g tre d in g van de Ow in dat het begrip inrichtin g in de Wm vervalt. Dat vergt een beperkte aanpassing in deze verordening.

Voor artikel 21 geldt dat to ezichthouders aangewezen kunnen w orden op grond van artikel 18.6 van de Ow. De Wabo vervalt weliswaar, maar op het m o m e n t van de inw e rk in g tre d in g van de Ow zijn niet meteen alle toezichthouders die op grond van die w e t zijn aangewezen opnieuw aangewezen. De verwijzing naar de Wabo kan dus blijven staan.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10585098/1