Getekend Reglement van orde (geldig vanaf 1 april 2023) A23.000390
Tekst van het document
(A23.000390)
REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE WERK ZAAMHEDEN VAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE ZUIDPLAS (Eerste wijziging d.d. 16 september 2015) (Tweede wijziging d.d. 30 augustus 2016) (Derde wijziging d.d. 15 mei 2018) (Vierde wijziging d.d. 28 oktober 2020) (Vijfde wijziging d.d. 18 oktober 2022) (Zesde wijziging d.d. 4 april 2023) De raad van de gemeente Zuidplas; gelezen het advies van de commissie Bestuur, Financiën en Beheer van 14 november 2012; gelet op artikelen 16, 87, 147a, 147b en 155 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende regeling: REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN VAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE ZUIDPLAS
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: a. voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger; b. amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; c. subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; d. motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of ver zoek wordt uitgesproken; e. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; f. initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel; g. interpellatie: het recht van een raadslid om aan het college van burgemeester en wethouders mondelinge of schriftelijke vragen te stellen, ook over een niet geagendeerd onderwerp; h. de raad: de raad van de gemeente Zuidplas; i. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas. Artikel 2. De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter 1. De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van dit reglement; d. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. 2. De raad benoemt een plaatsvervangend voorzitter uit zijn midden.
Artikel 3. De griffier 1. De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aange wezen plaatsvervangend griffier. 3. De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.
Artikel 4. De secretaris De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement. Artikel 5. Het presidium 1. De raad heeft een presidium. 2. Lid van het presidium zijn: de voorzitter, plaatsvervangend voorzitter en maximaal vier raadsleden. 3. De griffier is in elke vergadering van het presidium aanwezig. 4. De raadsleden in het presidium zijn tevens waarnemende voorzitters van de gemeenteraad, indien de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter verhinderd zijn. 5. De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor het presidium. 6. Elk lid van het presidium heeft één stem in het presidium. Bij het staken van de stemmen heeft de dan voorzittende voorzitter de doorslaggevende stem. 7. Het presidium heeft als taak de volgende zaken voor te bereiden, vast te stellen: a. Stelt het vergaderschema en de raadsplanning vast (conform artikel 9 en 45 RvO) b. Voorbereiden en vaststellen van de concept-agenda voor raadsvergaderingen en programmacommissies vast (conform artikel 12 RvO) c. Beoordeelt verzoeken omtrent lijst ingekomen stukken (conform artikel 20 RvO) d. Past indien nodig de spreektijdenregeling toe (conform artikel 23 RvO) e. Begeleidt de agendering van een initiatiefvoorstel (conform artikel 37 RvO) f.
Stelt de planning rondom de begroting en jaarrekening vast (conform artikel 43 en 44 RvO) g. Beveelt de raad aan inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad en van zijvergaderingen, commissies en werkgroepen. h. Voorziet in de voorzitterschappen van de door de raad ingestelde commissies en werkgroepen alsmede van de door de raad georganiseerde bijeenkomsten.
Artikel 6. Het fractievoorzittersoverleg 1. Er is een fractievoorzittersoverleg. 2. Het fractievoorzittersoverleg is een informeel overleg, dat in de regel vier maal per jaar bijeen komt. 3. De voorzitter van de raad zit het fractievoorzittersoverleg voor. De griffier ondersteunt het fractie voorzittersoverleg. 4. De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor het fractievoorzittersoverleg. 5. Bij verhindering van de fractievoorzitter kan de fractievoorzitter een lid van zijn fractie als zijn ver vanger aanwijzen. 6. De griffier stelt van de overleggen een beknopte lijst van gespreksonderwerpen op.
HOOFDSTUK 2. TOELATING VAN NIEUWE LEDEN; BENOEMING WETHOUDERS; FRACTIES Artikel 7. Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders 1. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samen komst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen. 2. Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in, bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking heb bende stukken van nieuw benoemde leden. 3. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minder heidsstandpunt.
Pagina 2 van 47
4.
Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in de nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorge schreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6. Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het tweede lid een commissie inge steld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. Voorts dient hij in het bezit te zijn van een verklaring omtrent gedrag. Op de werkwijze van deze commissie is het derde lid van overeenkomstige toepassing. 7. Voorafgaand aan het onderzoek als bedoeld in het zesde lid vullen de kandidaten een integriteitsvragenlijst in, waarover de voorzitter en griffier doorspreken met de kandidaten. 8. Over de uitkomsten van deze gesprekken informeert de voorzitter het fractievoorzittersoverleg. Artikel 8. Fractie 1. De leden van de raad die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd.
Is ondereen lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst is geplaatst, deelt de frac tie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. 3. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden, worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Indien één of meer leden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of indien één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Voor het splitsen dan wel het vormen van nieuwe fracties is geen toestemming vereist van de raad. 5. De nieuwe naam van de fractie wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad.
HOOFDSTUK 3. VERGADERINGEN Paragraaf 3.1. Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen Artikel 9. Vergaderfrequentie 1. De vergaderingen van de raad vinden eenmaal in de drie weken plaats op dinsdag, volgens een door het presidium vast te stellen vergaderschema. De vergaderingen vangen aan om 20.00 uur en worden gehouden in de raadzaal van het gemeentehuis. 2. Buiten de recesweken is de dinsdag een vaste vergaderdag in de week. 3. Buiten de recesweken zijn de woensdagen in de even weken vaste reservedata. 4. Bij het vaststellen van het vergaderschema van de raad kan het presidium gemotiveerd afwijken van het bepaalde in de leden 1 tot en met 3. 5. Voorts vergadert de raad indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden waaruit de raad bestaat schriftelijk, met opgave van redenen, daarom verzoekt. Het verzoek vanuit de raad wordt gericht aan de voorzitter. 6. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg in het presidium. Artikel 10. De opiniërende en besluitvormende raadsvergadering 1. De raadsvergadering bestaat uit een opiniërend en een besluitvormend deel. In het opiniërend deel vindt de politieke bespreking en het debat tussen de leden van de raad plaats. In het besluitvor mend deel vindt alleen besluitvorming plaats en geen debat.
Pagina 3 van 47
2. Ten behoeve van de beraadslagingen in het opiniërende deel van de raad kunnen leden van de raad uiterlijk tot zes werkdagen voor de vergadering verhelderende vragen indienen. Uiterlijk de tweede werkdag voor de vergadering ontvangen de raadsleden de beantwoording. Tijdens het opi niërende deel van de vergadering kunnen dergelijke vragen niet meer worden gesteld. De voorzit ter ziet hierop toe. 3. Stukken die besproken zijn in het opiniërende deel worden voor besluitvorming geagendeerd in het besluitvormende deel van een volgende vergadering. Besluitvorming is eveneens mogelijk in het besluitvormende deel van dezelfde raadsvergadering, wanneer 1. de raad na beraadslaging in het opiniërende deel unaniem van mening is, dat daar reden toe is en 2. een stuk besproken is in een programmacommissie voorafgaande aan een raadsvergadering. Artikel 11. Oproep en verzending stukken 1. De voorzitter zendt ten minste achttien dagen voor het opiniërend deel van de vergadering de le den van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de ver gadering. Voor het besluitvormend deel is deze termijn voor de oproep ten minste zes dagen voor de betreffende vergadering. 2.
De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken voor het opiniërende en besluitvormende deel van de vergadering worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden van de raad digitaal ter beschikking gesteld. 3. In geval de raad conform het bepaalde in artikel 9, vijfde lid, extra vergadert kan de voorzitter in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een andere termijn van verzending van de oproep han teren. Daartoe overlegt de voorzitter met het presidium. Artikel 12. Agenda 1. Voordat de oproep wordt verzonden, stelt het presidium de conceptagenda voor de raad vast, voor zowel het opiniërende als het besluitvormende deel. 2. Het presidium kan raadsvoorstellen en -besluiten rechtstreeks agenderen voor het besluitvor mende deel van de vergadering. Daarbij gaat het veelal om benoemingen, administratieve of kleine aanpassingen van verordeningen, formele besluiten die gevraagd worden, maar die geheel passen in vastgesteld beleid. Het kan ook gaan om voorstellen van verklaringen van geen beden kingen dan wel voorstellen voor het vaststellen van bestemmingsplannen waarop geen zienswij zen zijn ingediend. 3. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter in overleg met het presidium na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen.
Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de leden van de raad ver zonden en ter inzage gelegd. 4. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toe voegen of van de agenda afvoeren. Indien een lid van de raad tijdens de vergadering onderwer pen wil toevoegen aan de agenda, zullen deze doorgaans aan de agenda voor de eerstvolgende vergadering worden toegevoegd. Een lid van de raad kan ook agendaonderwerpen vooraf aan melden bij het presidium. 5. Indien een lid van de raad gemotiveerd verzoekt, een voor het besluitvormende deel van de ver gadering rechtstreeks geagendeerd raadsvoorstel en/of conceptraadsbesluit te willen bespreken in de opiniërende ronde, zal de raad dit verzoek honoreren. In de regel zal het betreffende stuk voor de eerstvolgende vergadering worden geagendeerd, tenzij zich daar klemmende redenen te gen verzetten. 6. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging acht te zijn voor bereid, kan hij het onderwerp opnieuw agenderen voor een volgende vergadering, dan wel verwij zen naar een programmacommissie of een ander door de raad ingesteld orgaan, of aan het col lege nadere inlichtingen of advies vragen. 7.
Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.
Pagina 4 van 47
Artikel 13. De wethouder In de regel worden de wethouders geacht ter vergadering aanwezig te zijn. Zij kunnen aan de beraad slagingen deelnemen. Artikel 14. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijk tijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor eenieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk bij een openbare ken nisgeving. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken ook op digitaal aan eenieder ter beschikking worden gesteld. 3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. Artikel 15. Openbare kennisgeving 1. De vergadering wordt door aankondiging in een gemeentebreed verspreid huis-aan-huisblad en door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige agenda van de vergadering; b. de wijze waarop en de plaats waar eenieder de bij de vergadering behorende stukken kan in zien. 3.
De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden, indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente geplaatst. Paragraaf 3.2. Orde der vergadering Artikel 16. Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter getekend en door de griffier medeondertekend en daarmee vastgesteld. Artikel 17. Zitplaatsen 1. De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, welke door de voor zitter bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad wordt aangewezen. 2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presi dium. 3. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Artikel 18. Opening vergadering; quorum 1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door artikel 20, eerste lid van de Gemeentewet vereiste aantal leden van de raad meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden blijkens de presentielijst aanwezig is. 2.
Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, be paalt de voorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en uur van de vol gende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. Artikel 19. Inspreekrecht 1. Na de opening van de vergadering kunnen aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen voor het opiniërend deel en voor door het presidium rechtstreeks geagendeerde onderwerpen voor het besluitvormend deel. Pagina 5 van 47
2.
Een inspreker kan niet meerdere insprekers per onderwerp voor zich laten inspreken. Deze regel geldt ook een stichting, instelling of organisatie. 3. Indien een inspreker zich meldt voor een onderwerp dat voor het besluitvormend deel rechtstreeks is geagendeerd, zal de raad de inspraakreactie betrekken bij de vaststelling van de agenda. 4. Het woord kan niet gevoerd worden: a. over een besluit van een van de bestuursorganen van de gemeente waartegen bezwaar of be roep bij de rechter openstaat of heeft opengestaan of een zienswijzenprocedure als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van voorstellen van verklaringen van geen bedenkingen dan wel voorstellen voor het vaststellen van bestemmingsplannen, die niet in de programmacommissie Ruimtelijke Plannen aan de orde zijn geweest; b. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. indien een klacht als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon wor den ingediend; d. over onderwerpen waarover al eerder is ingesproken en die tot wijziging geleid hebben van het betreffende onderwerp in de door de inspreker gewenste richting. 5.
Het bepaalde in het vierde lid sub a voor wat betreft de uitzondering op het inspreekrecht is van toepassing voor de indieners van zienswijzen gericht tegen een ontwerpverklaring van geen be denkingen dan wel tegen een ontwerpbestemmingsplan. 6. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk om 12.00 uur op de dag van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het on derwerp waarover hij het woord wil voeren. 7. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde af wijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 8. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd, zoals be doeld in eerste lid evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd, zoals bedoeld in eerste lid. 9. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de leden van de raad toestaan na het inspreken aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en leden van de raad. 10. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de spreker. Artikel 20. Lijst van ingekomen stukken 1.
Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, door de raad ingediende schriftelijke vragen op grond van artikel 40 van dit reglement, als mede de beantwoording daarvan en de besluitenlijsten van de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt voor de leden van de raad ontsloten en - voor zover privacyregels dat mogelijk maken - op de gemeentelijke website gepubliceerd. 2. Conceptreacties op brieven gericht aan de raad worden ter vaststelling tevens op de lijst van inge komen stukken geplaatst. 3. Bij de behandeling van de lijst van ingekomen stukken stelt de raad, op voorstel van de griffier, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. 4. Tot de dag voorafgaande aan de vergadering kan een raadslid de voorzitter, door tussenkomst van de griffier, gemotiveerd verzoeken een stuk van de lijst tijdens het opiniërende deel van de eerstvolgende vergadering te behandelen. Betreft het een reactie als bedoeld in het tweede lid, dan zal deze doorgaans bij de behandeling van de lijst van ingekomen stukken besproken wor den. Op voorstel van de voorzitter kan het onderwerp ook toegevoegd worden aan de agenda, na dat alle op de agenda voorkomende onderwerpen van het opiniërende deel van de vergadering zijn behandeld of toegevoegd worden aan de agenda van de eerstvolgende vergadering.
Pagina 6 van 47
Artikel 21. Besluitenlijst en audio opname of videoverslag 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een presentielijst, voor een audio opname of een videoverslag en een besluitenlijst van de vergadering. 2. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de be sluitenlijst zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente ge bruikelijke wijze. De besluitenlijst wordt tevens opgenomen op de lijst van ingekomen stukken van de raad. De audio opname of het videoverslag wordt op de gemeentelijke website gepubliceerd. 3. De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering van de besluitenlijst aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden be vat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. Een voorstel tot verandering dient zo spoedig mogelijk na het openbaar maken bij de griffier te worden ingediend. 4. De besluitenlijst bevat de door de raad genomen besluiten, inclusief de eventuele aangenomen amendementen, moties en burgerinitiatieven. Artikel 22. Aantal spreektermijnen 1. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt tijdens het opiniërende deel van de vergadering in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3.
Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Per onderwerp of voorstel is er één woordvoerder per fractie. 5. Het derde lid is niet van toepassing op het lid van de raad dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel. 6. Bij de bepaling hoeveel malen een lid van de raad over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel 23. Spreektijd 1. Voor de beraadslagingen in het opiniërende deel van de vergadering geldt een spreektijdverdeling, waarbij elke fractie evenveel spreektijd heeft. 2. Bij het vaststellen van de conceptagenda van de betreffende vergadering bepaalt het presidium de spreektijd. 3. De toegekende spreektijd kan zowel voor de eerste als de tweede termijn gelden. 4. Bij de spreektijdverdeling houdt het presidium rekening met een spreektijd voor het college. De spreektijd van het college bedraagt in totaal maximaal een kwart van de totale spreektijd van de raad. 5. Zodra de voor de spreektijd gestelde maximumduur is verstreken, verzoekt de voorzitter de spre ker zijn betoog af te ronden. De spreker geeft terstond gevolg aan dit verzoek. Artikel 24. Handhaving orde; schorsing 1.
Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de voorzitter van oordeel is hem aan het in acht nemen van dit reglement te moeten helpen herinneren; b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrup ties zijn betoog zal afronden; c. een spreker de spreektijd overschrijdt. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zijn betoog af rondt. 2. Indien, naar het oordeel van de voorzitter, een spreker zich in beledigende of onbetamelijke uit drukkingen uitlaat, een lid van de raad of andere deelnemer aan de vergadering kwetsend beje gent, instemming betuigt met of aanspoort tot onwettige handelingen, afwijkt van het in behande ling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien een spreker hieraan niet voldoet, waarschuwt de voorzitter hem en stelt hem in de gelegen heid de woorden terug te nemen die tot de waarschuwing aanleiding hebben gegeven, of terug te
Pagina 7 van 47
komen van het gedrag dat tot de waarschuwing aanleiding gaf. Indien de betreffende spreker hier aan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks plaats vindt over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3.
De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.
Artikel 25. Beraadslaging in het opiniërende deel van de raadvergadering 1. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer on derdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de be raadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen, teneinde het college of de leden van de raad de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel 26. Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de wet houder, de secretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel 27. Afronding opiniërende deel van de raadvergadering 1. Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is besproken, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. 2. Nadat de beraadslaging is gesloten, wordt het onderwerp of voorstel in de regel geagendeerd voor het besluitvormende deel van de eerstvolgende raad. 3.
De voorzitter formuleert daarbij het voorstel over de te nemen eindbeslissing. Artikel 28. Besluitvorming en stemverklaring 1. De besluitvorming vindt plaats in het besluitvormende deel van de raadsvergadering. 2. In het besluitvormende deel van de raadsvergadering vindt eerst de stemming plaats over eventu ele amendementen die op onderwerpen of voorstellen zijn ingediend, waarna stemming volgt over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel, tenzij geen stemming wordt gevraagd. 3. leder lid van de raad heeft, voordat de raad tot stemming overgaat, het recht zijn stemgedrag te motiveren. Paragraaf 3.3. Procedures bij stemmingen in besluitvormende deel raad Artikel 29. Algemene bepalingen overstemming 1. De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 2. In de vergadering aanwezige leden van de raad kunnen aantekening vragen, dat zij geacht wor den te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 van de Gemeentewet van stemming hebben onthouden. 3. Indien door één of meer leden van de raad stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 4.
Indien over onderwerpen hoofdelijke stemming plaatsvindt in het besluitvormende deel van de raadsvergadering, deelt de voorzitter mee, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.
Pagina 8 van 47
5.
De voorzitter of de griffier roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid van de raad dat daarvoor overeenkomstig het voorgaande lid van de raad is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. 6. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid van de raad dat zich niet van deel neming aan de stemming op grond van artikel 28 van de Gemeentewet moet onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen. 7. De leden van de raad brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 8. Heeft een lid van de raad zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen, voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid van de raad zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist, in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 9. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen be sluit. Artikel 30. Volgorde stemming over amendementen en moties 1.
Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervol gens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel ge stemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. Artikel 31. Stemming over personen 1. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau. 2. leder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van artikel 28 van de Gemeentewet van stemming moet onthouden, is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen iden tiek te zijn. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4.
Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stem ming gehouden. 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk ingevuld stem briefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. een blanco stembriefje; b. een ondertekend stembriefje; c. een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; e. een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stem ming is beperkt.
Pagina 9 van 47
6. 7.
In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzit ter. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
Artikel 32. Herstemming over personen 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel 33. Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaats hebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevou wen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3. Vervolgens neemt de voorzitter één van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.
HOOFDSTUK 4. RECHTEN VAN LEDEN VAN DE RAAD Artikel 34. Amendementen 1. leder lid van de raad kan in de regel tot en met het sluiten van de beraadslagingen in het opini ërende deel van de vergadering amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel in houden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonder lijke besluitvorming zal plaatsvinden. Er kan alleen beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 2. leder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid van de raad is ingediend, een subamendement in te dienen. 3. Elk amendement of subamendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden, digitaal (indien het niet anders kan, schriftelijk) bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 4. Intrekking, door de indiener, van het amendement of subamendement is mogelijk, totdat de be sluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. 5. Eenmaal geagendeerd voor besluitvorming in het besluitvormende deel van de vergadering, vin den geen beraadslagingen meer plaats en kunnen geen wijzigingen in de amendementen worden aangebracht.
Indien een lid van de raad toch de beraadslagingen heropenen, dan dient hij een or devoorstel in te dienen om het punt op de agenda van het opiniërende deel van de (volgende) ver gadering te zetten. Artikel 35. Moties 1. leder lid van de raad kan in het opiniërende deel van de vergadering een motie indienen. 2. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden digitaal (maar indien het niet an ders kan, schriftelijk) bij de voorzitter worden ingediend. 3. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de be raadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.
Pagina 10 van 47
4.
5.
De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen van het opiniërende deel van de vergadering zijn behandeld. De motie wordt uiterlijk om 12.00 uur op de dag voorafgaande aan de dag van de vergadering aan de voorzitter door tussenkomst van de griffier ter kennis gesteld. Van deze laat ste regel kan worden afgeweken, indien de motie een spoedeisend belang betreft, zulks ter beoor deling van de voorzitter. Intrekking, door de indiener(s) van de motie is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.
Artikel 36. Voorstellen van orde 1. De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond. Artikel 37. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen digitaal in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 2. Het college kan binnen 30 dagen nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wen sen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 3. Een voorstel wordt, nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering ge plaatst, tenzij de oproep hiervoor reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. Artikel 38. Collegevoorstel 1. Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergade ring, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2.
Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 39. Interpellatie 1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie in het opiniërend deel van de raad wordt, behou dens, in naar het oordeel van de voorzitter, spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering digitaal bij de voorzitter door tussenkomst van de griffier ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige le den van de raad en de wethouders. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende verga dering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 3. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad, de burge meester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. 4. Het bepaalde in artikel 23 omtrent de spreektijd is eveneens van toepassing op de interpellatie. Artikel 40. Schriftelijke vragen 1.
Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde, worden per omgaande aan de indiener teruggestuurd. 2. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht.
Pagina 11 van 47
3.
4.
De beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemoti veerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvin den. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad digitaal toegezonden en op de lijst van ingekomen stukken vermeld.
Artikel 41. Vragenkwartier 1. Na de opening van het opiniërend deel van de vergadering van de raad is er een vragenkwartier over op dat moment actuele onderwerpen tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. De duur van het vragenkwartier is maximaal 15 minuten. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vra genkwartier eindigt. 2. Het lid van de raad dat tijdens het vragenkwartier vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp uiterlijk om 15.00 uur op de dag voorafgaande aan de dag van de vergadering door tussenkomst van de griffier bij de voorzitter. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tij dens het vragenkwartier aan de orde te stellen, indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeu rig acht aangegeven, indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt of dat het onderwerp niet voldoende politiek actueel is. De griffier brengt de overige leden van de raad in kennis van de gestelde vragen. 3. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenkwartier aan de orde worden gesteld. 4. Indien nodig verdeelt de voorzitter de onderwerpen over de beschikbare tijd van het vragenkwar tier. 5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het col lege of de burgemeester te stellen, dan wel een mederaadslid, en een toelichting daarop te geven. 6.
Na de beantwoording door het college, de burgemeester of het desbetreffend raadslid krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 7. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onder werp. 8. Tijdens het vragenkwartier kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. 9. Op het vragenkwartier is het bepaalde in artikel 23 omtrent de spreektijd eveneens van toepas sing. Artikel 42. Inlichtingen 1. Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe door tussenkomst van de griffier schriftelijk ingediend bij het college of de burgemeester. 2. De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad een afschrift van dit verzoek krij gen. 3. De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop vol gende vergadering gegeven in het opiniërend deel van de vergadering. 4. De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering, waarin de ant woorden zullen worden gegeven. Op dit agendapunt is het bepaalde in artikel 23 omtrent de spreektijd eveneens van toepassing.
Pagina 12 van 47
HOOFDSTUK 5. BEGROTING, REKENING EN RAADSPLANNING Artikel 43. Procedure begroting Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de be handeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die het presidium vaststelt. Artikel 44. Procedure jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die het presidium vaststelt. Artikel 45. Raadsplanning 1. Op basis van de programmabegroting biedt het college het presidium ten behoeve van zijn verga deringen een raadsplanning aan. Het presidium biedt de raadsplanning aan de gemeenteraad aan. 2. Het college legt met betrekking tot majeure en complexe(re) onderwerpen een startnotitie met een procesvoorstel voor aan de raad. Het procesvoorstel voorziet tevens in een uitwerking van het mo del van beeldvorming, meningsvorming en besluitvorming en de betrokkenheid van de raad. Bij de aanbieding van de raadsplanning doet het college een voorstel welke onderwerpen hiervoor in aanmerking kunnen komen. De raad kan daaruit een keuze maken dan wel zelf een onderwerp daarvoor aandragen. 3.
In de raadsplanning wordt bepaald wanneer welke onderwerpen worden besproken in de gemeen teraad dan wel kunnen worden besproken in een ander overlegorgaan van de gemeenteraad en wat het globale karakter is van de bespreking. 4. Het presidium kan onderwerpen op de raadsplanning plaatsen of wijzigingen in de planning aan brengen. Het presidium bewaakt de raadsplanning. 5. De raad kan in aanvulling op het vierde lid, onderwerpen op de raadsplanning plaatsen of wijzigin gen in de planning aanbrengen. Naar aanleiding van de raadsplanning kan de raad één of meer dere onderwerpen benoemen voor maatschappelijke oriëntatie door de raad. Het presidium doet vervolgens een procesvoorstel.
HOOFDSTUK 6. LIDMAATSCHAP VAN ANDERE ORGANISATIES Artikel 46. Verslag en verantwoording 1. Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een gemeen schappelijk orgaan ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen of in een an dere organisatie of institutie, heeft het recht om in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken öf voor het sluiten van het opiniërend deel van de vergadering verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur of gemeenschappelijk orgaan aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar een ander door de raad ingesteld overlegorgaan. 2. leder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. Artikel 40 is van overeenkomstige toepassing. 3. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. Artikel 42 is van overeenkomstige toepassing. 4.
Op de uitvoering van dit artikel is het bepaalde in artikel 23 omtrent de spreektijd eveneens van toepassing met dien verstande dat de spreektijd van het raadslid dat namens de gemeenteraad in een orgaan als bedoeld in het eerste lid zitting heeft, buiten deze spreektijdverdeling valt.
Pagina 13 van 47
HOOFDSTUK 7 BESLOTEN VERGADERING Artikel 47. Algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 48. Beknopt verslag / besluitenlijst 1. De besluitenlijst, dan wel het beknopt verslag van een besloten vergadering wordt onder geheim houding verspreid onder de raadsleden en ligt voor de leden bij de griffier ter inzage. De griffier verleent zo mogelijk de leden van de raad digitaal inzage. 2. De besluitenlijst, dan wel het beknopt verslag wordt zo spoedig mogelijk via de lijst van ingekomen stukken ter vaststelling aangeboden. Bij de vaststelling van de lijst van ingekomen stukken neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding. De vastgestelde beslui tenlijst, dan wel het verslag wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend. Eventuele beraadslagingen over de besluitenlijst, dan wel het verslag vinden in een besloten ver gadering plaats. 3. De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien het concept van de besluitenlijst, dan wel van het ver slag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is.
Een voorstel tot verandering dient op de dag voorafgaande aan de dag van de vergadering bij de griffier te worden ingediend en wordt aan de lijst van ingekomen stukken toegevoegd. 4. De besluitenlijst, dan wel het beknopt verslag bevat ten minste: a. de namen van de leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris die ter ver gadering aanwezig zijn, dan wel afwezig zijn; b. een vermelding van de besproken onderwerpen en ingediende voorstellen, moties en (sub)amendementen; c. (bij een beknopt verslag) een zakelijke samenvatting van het besprokene; d. het verloop en de uitslag van de stemming, indien over een onderwerp stemming plaatsvindt. 5. Van de besloten vergadering wordt een audio-opname gemaakt en onder verantwoordelijkheid van de griffie gearchiveerd. Deze audio-opname wordt op geen enkele manier gepubliceerd. Artikel 49. Geheimhouding 1. De geheimhouding dient in acht te worden genomen door eenieder die bij de vergadering aanwe zig is en door eenieder die op een andere wijze kennis heeft van de stukken. 2. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel 50.
Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
HOOFDSTUK 8. INFORMATIEBIJEENKOMSTEN, THEMABIJEENKOMSTEN, WERKGROEPEN EN FRACTIEADVISEURS Paragraaf 8.1 Algemene bepalingen Artikel 51. Begripsomschrijvingen In de artikelen 51 tot en met 75 wordt verstaan onder: a. lid: een lid van de raad of fractieadviseur; b. voorzitter: voorzitter van een informatie- of themabijeenkomst, of werkgroep of diens vervanger; c. portefeuillehouders: burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 34, eerste lid van de Ge meentewet; Pagina 14 van 47
d. fractieadviseur: een adviseur van de fractie niet zijnde een lid van de raad; e. secretaris: medewerker van de griffie; f. werkgroep: een tijdelijk door de raad ingestelde werkgroep voor de uitwerking van een specifiek onderwerp ten behoeve van het functioneren van de raad dan wel besluitvorming door de raad. Artikel 52. Openbare vergaderingen Hoofdstuk 7 over besloten vergadering van dit reglement is niet van toepassing op het bepaalde in dit hoofdstuk. Paragraaf 8.2 Informatiebijeenkomst en themabijeenkomst Artikel 53. Algemeen 1. De raad kan informatiebijeenkomsten beleggen. 2. De raad kan themabijeenkomsten beleggen. Artikel 54. Taak 1. De informatiebijeenkomst is bedoeld voor het verkrijgen van informatie door en het uitwisselen van informatie tussen fracties, burgers, bestuurders, ambtenaren en deskundigen. 2. De themabijeenkomst is bedoeld voor het uitwisselen van informatie en discussie tussen fracties, burgers, bestuurders, ambtenaren en deskundigen over een specifiek thema. Artikel 55. Deelname Alle leden van de raad, fractieadviseurs, burgers en instellingen kunnen deelnemen aan de informatieof themabijeenkomst. Artikel 56. Vergaderfrequentie Informatie- of themabijeenkomsten vinden plaats op de in artikel 9 aangewezen vaste en reservevergaderdata. Zij vinden doorgaans plaats in het gemeentehuis, maar kunnen ook elders in de gemeente plaatshebben. Artikel 57.
Agenda Het presidium stelt de agenda van de informatie- of themabijeenkomst vast. Artikel 58. Oproep van de openbare vergadering en kennisgeving daarvan 1. De voorzitter van de informatie- of themabijeenkomst maakt op de gebruikelijke wijze de voorlo pige agenda, tenminste tien dagen voor de bijeenkomst bekend. Het wordt ook op het raadinformatiesysteem van de gemeentelijke website worden gepubliceerd. 2. De voorlopige agenda vermeldt: a. de datum, aanvangstijd en plaats; b. de wijze waarop en de plaats waar eenieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien. c. de mogelijkheden tot inspreken en participeren. Artikel 59. Participatie burgers en belangstellenden 1. Tijdens informatie- of themabijeenkomsten mogen alle aanwezigen actief deelnemen. Het presi dium kan bij de vaststelling van de agenda voor een themabijeenkomst bepalen wie aan de be spreking deelnemen. 2. Deelnemers die een onderwerp aan de raadsleden willen presenteren, dragen dit onderwerp ter agendering voor de informatie- of themabijeenkomst voor bij het presidium. Het verzoek met moti vering moet tenminste één week voor de vergadering van het presidium waarin de agenda voor de betreffende bijeenkomst wordt vastgesteld, bij de griffier zijn ingediend. 3.
Degene die een onderwerp aandraagt, mag dit onderwerp tijdens de informatie- of themabijeen komst binnen de op de agenda aangegeven beschikbare tijd toelichten.
Pagina 15 van 47
4.
Het presidium kan voor een informatie- of themabijeenkomst gericht burgers, verenigingen, instel lingen, organisaties of ondernemers uitnodigen om een actieve bijdrage aan de discussie te leve ren. 5. De volgende onderwerpen worden niet beschouwd als een onderwerp in de zin van het tweede lid van dit artikel: a. een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van één van de bestuursorganen van de gemeente; b. een vraag over het gemeentelijk beleid; c. een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht; d. over een besluit van één van de bestuursorganen van de gemeente waartegen bezwaar of beroep bij de rechter openstaat of heeft opengestaan of een zienswijzenprocedure als be doeld in de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 60. Aanwezigheid burgemeester en wethouders De burgemeester en/of één of meer wethouders zijn in de informatie- of themabijeenkomst aanwezig, indien een onderwerp behorende tot hun portefeuille is geagendeerd, tenzij het presidium anders be paalt. Artikel 61. Aanwezigheid ambtelijke organisatie In de informatie- of themabijeenkomst kunnen deskundigen vanuit de ambtelijke organisatie aanwezig zijn om informatieve en technische vragen te beantwoorden of anderszins bij te dragen aan de informatie-uitwisseling. Het presidium kan daartoe ook een verzoek richten aan het college. Artikel 62. Videverslag of audioverslag 1. De secretaris van de informatie- of themabijeenkomst draagt zorg voor de videoverslag of een audio-opname van de bijeenkomst. Deze videoverslagen of audio-opnamen worden op de gemeen telijke website gepubliceerd. 2. Indien de informatie- of themabijeenkomst op een andere locatie dan in het gemeentehuis gehou den wordt, kan van een geluids- of beeldopname worden afgezien. 3. De secretaris draagt na afloop van de informatie- of themabijeenkomst zorg voor de (eventuele) actiepunten vanuit de informatie- of themabijeenkomst. De secretaris deelt deze actiepunten met college, raad en ambtelijke organisatie. Paragraaf 8.3 Werkgroepen Artikel 63 Instellen werkgroepen 1. De raad kan werkgroepen instellen. 2.
De raad stelt bij de instelling van een werkgroep een instructie vast met daarbij een heldere om schrijving van het onderwerp, de opdracht en de termijn waarbinnen de werkgroep haar opdracht uitvoert. 3. De werkgroep eindigt bij het verstrijken van de in de instructie genoemde termijn of einddatum of wanneer de werkgroep door de raad wordt opgeheven. 4. De raad kan bij de instelling van een werkgroep een voorzitter aanwijzen. Artikel 64. Taak Een werkgroep wordt tijdelijk door de raad ingesteld voor de uitwerking van een specifiek onderwerp ten behoeve van het functioneren van de raad, dan wel ter voorbereiding van besluitvorming door de raad. Er vinden alleen technische discussies plaats. Artikel 65. Samenstelling en voorzitterschap 1. Elke fractie kan een lid van de raad of een fractieadviseur voor de werkgroep voordragen. De voorgedragen leden van de raad of fractieadviseurs vormen de werkgroep. Per werkgroep is er een vaste samenstelling.
Pagina 16 van 47
2.
Indien de raad bij de instelling van de werkgroep geen voorzitter heeft aangewezen, kiest de werk groep uit haar midden een voorzitter.
Artikel 66. Vergaderfrequentie Werkgroepen komen bijeen op de in artikel 9 aangewezen vaste en reservevergaderdata. De werk groep bepaalt zelf de vergaderfrequentie. Artikel 67. Aanwezigheid burgemeester en wethouders 1. De burgemeester en één of meer wethouders kunnen op uitnodiging van de werkgroep er in de werkgroep aanwezig zijn, indien een onderwerp behorende tot hun portefeuille is geagendeerd. 2. De voorzitter kan namens de werkgroep de burgemeester, één of meer wethouders en de ge meentesecretaris uitnodigen om de werkgroep over een onderwerp te informeren, één en ander toe te lichten, vragen te beantwoorden of aan de werkgroep deel te nemen. Artikel 68. Aanwezigheid ambtelijke organisatie In de werkgroep kunnen deskundigen vanuit de ambtelijke organisatie op uitnodiging van de voorzitter aanwezig zijn, om informatieve en technische vragen te beantwoorden of anderszins bij te dragen aan de werkzaamheden van de werkgroep. Artikel 69. Agenda De voorzitter stelt de voorlopige agenda van de werkgroep vast. De werkgroep stelt deze vast bij aan vang van de vergadering. Artikel 70. Werkwijze De werkgroep bepaalt binnen de kaders van de instructie als bedoeld in artikel 63, tweede lid, haar eigen werkwijze. Artikel 71. Openbare vergadering De werkgroep vergadert in openbaarheid. De werkgroep kan om haar moverende redenen besluiten om in beslotenheid te vergaderen.
Artikel 72. Zittingsduur en vacatures 1. De zittingsperiode van een lid van de werkgroep eindigt op het moment dat de werkgroep wordt opgeheven en in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Een lid van de werkgroep houdt op lid te zijn van een werkgroep, indien hij geen raadslid dan wel fractieadviseur meer is. 3. De raad kan een lid van de werkgroep ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het 4.
5. 6.
lid is benoemd. Een lid van de werkgroep kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als de opvolger is benoemd. Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer ver tegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie lid is van de werkgroep.
Paragraaf 8.4 Fractieadviseurs Artikel 73. Algemeen De raad kan fractieadviseurs benoemen. Artikel 74. Fractieadviseurs en onderzoek geloofsbrieven
Pagina 17 van 47
1.
2.
3.
4.
5.
6. 7.
Elke in de raad aanwezige fractie kan maximaal vijf fractieadviseurs voordragen. Zij kunnen, na mens die fractie, in de informatiebijeenkomsten, themabijeenkomsten, programmacommissies als bedoeld in Regeling programmacommissies van de gemeente Zuidplas en werkgroepen optreden en aan de beraadslagingen deelnemen. Voor benoeming tot fractieadviseur komen in aanmerking: a. personen die bij de laatstgehouden verkiezingen voor de leden van de gemeenteraad Zuidplas als kandidaat op de kieslijst van de betreffende partij zijn vermeld b. personen die lid zijn van de partij en in een gezamenlijk schrijven van het afdelingsbestuur en de fractievoorzitter van de desbetreffende partij aan de raad ter aanwijzing als fractieadviseur worden voorgedragen. Bij benoeming van fractieadviseurs stelt de raad overeenkomstig artikel 7 een commissie in, be staande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw te benoemen fractieadviseurs. De artikelen 10,11,12, 13 en 15, eerste lid van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een fractiead viseur. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minder heidsstandpunt.
Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de fractieadviseurs in de vergadering, in han den van de voorzitter, naar analogie van artikel 14 van de Gemeentewet de eed (verklaring en belofte) af. De in artikel 15, derde lid Gemeentewet bedoelde gedragscode geldt eveneens de fractieadviseurs. Het fractieadviseurschap eindigt: a. wanneer de fractieadviseur niet meer voldoet aan de vereisten zoals vermeld in het tweede en derde lid; b. bij opzegging door de fractieadviseur; c. bij opzegging door de voorzitter van de fractie die de fractieadviseur heeft voorgedragen; d. op de dag met ingang waarvan de leden van de raad in oude samenstelling aftreden.
Paragraaf 8.5 Griffie Artikel 75. Ondersteuning door griffie Een secretaris ondersteunt iedere informatie- of themabijeenkomst en werkgroep.
HOOFDSTUK 9. TOEHOORDERS EN PERS Artikel 76. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is ver boden. Artikel 77 Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistra ties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzin gen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten. Artikel 78. Gebruik mobiele telefoons en andere communicatiemiddelen In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen toegestaan, mits deze geen inbreuk maken op de