CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Geanonimiseerd Bijlage 8 Bijlage 7 Archeologisch onderzoek A24.002041

Gemeenteraad 10 december 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Nota van uitgangspunten Keijzerschool en Rehobothschool9.292 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

M

maakt ontwikkelen mogelijk Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase

Beatrixlaan 3 (De Keijzerschool),

Moerkapelle, Gemeente Zuidplas IDDS Archeologie rapport 3021

Colofon

Projectnummer OM-nummer In opdracht van

A5576 5628904100 Gemeente Zuidplas

(geanonimiseerd) n 7 1

Auteur

Redactie Versie Status

(geanonimiseerd) M | 13 definitief

Autorisatie

—Jl

(geanonimiseerd)

Senior KNA Prospector

20-08-2024

Gemeente Zuidplas

04-10-2024

Goedkeuring (geanonimiseerd) |

© IDDS Archeologie Noordwijk, oktober 2024 ISSN

2212-9650

l

veotehaagan

reen

Nei f eze Uigave g

worden vrveeveug

IDDS Ruimte & Ontwikkeling B.V. 's-Gravendijckseweg 37

2201 CZ Noordwijk IDDS.nl

enif openbaargenaet o

| Postbus 126

dt

van ,

okope,

rm

2200 AC Noordwijk

KvK:

09157054

BTW:

NL 815255172

071

IBAN:

NL21

info@idds.nl -402

8586

RABO

f o wek

der wjz G

B01

0364

6212

22

ok,

zonde

voragaande

IDDS Archeologie rapport 3021

Versie 1.3 (definitief)

SAMENVATTING:

IDDS Archeologie heeft in augustus 2024 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend

veldonderzoek

(IVO), verkennende

fase, uitgevoerd aan de Beatrixlaan

3 in Moerkapelle,

gemeente

Zuidplas. De doel- en vraagstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. verwachting getoetst en zo nodig aangevuld.

Met het inventariserend veldonderzoek wordt deze

Het plangebied ligt op de rand van de stroomrug van Zuidplas, waarop resten uit het Mesolithicum en

Neolithicum mogen worden verwacht. Deze resten liggen echter dieper dan de verstoringsdiepte, met uitzondering van de heipalen, namelijk op ten minste -8 m NAP.

uit houtskool, (vuur)stenen humeuze cultuurlaag.

afslagen

en

artefacten

en

Resten uit deze periode kunnen bestaan

handgevormd

aardewerk,

mogelijk

in een

Voor de opvolgende perioden geldt een lage verwachting vanwege de ligging in een getijdengebied en vanaf de Bronstijd in een veengebied. Voor het veen geldt een lage verwachting, tenzij er sprake is van een veraard niveau wat wijst op een begaanbaar oppervlak. In dat geval kan de verwachting worden bijgesteld naar middelhoog tot hoog en worden onder andere resten van houtbouw verwacht, greppels (geanonimiseerd) voor afwatering en erfresten waaronder B J ] Het is mogelijk dat het veen (vrijwel) volledig is verdwenen in het plangebied, zoals bij enkele bodemonderzoeken in en om Moerkapelle is aangetoond. In dat geval geldt een lage verwachting.

Pas vanaf de ontginning van het gebied in de Middeleeuwen-Nieuwe tijd lijkt het gebied weer gebruikt te worden door de mens. Omdat het plangebied vermoedelijk niet werd bebouwd voor de tweede helft van de 20° eeuw geldt een lage verwachting voor resten van bebouwing en een middelhoge verwachting voor resten gerelateerd aan landbouw, zoals sloten, greppels, ophoogpakketten en ploegsporen.

Het veldonderzoek heeft bevestigd dat de stroomrug van Zuidplas in de ondergrond aanwezig is vanaf -8 m NAP (4 m -mv) en dat deze afzettingen zijn bedekt door getijdenafzettingen. Het verwachte veenpakket is echter niet (meer) aanwezig. Mogelijk is het veen volledig verdwenen met het ontginnen van het gebied. De bouwvoor met direct daaronder het sporenniveau van na de ontginning is nog slechts deels aanwezig door verstoringen voor de huidige inrichting. Ongeveer een vijfde deel van het plangebied is bebouwd en hier is het niveau van de Late Middeleeuwen — Nieuwe tijd volledig verdwenen. Ook buiten de bebouwing is het niveau plaatselijk verstoord, zoals bij de parkeervakken. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat enkel archeologische resten kunnen worden verwacht op de afzettingen van de stroomrug van Zuidplas, waarvoor een lage verwachting geldt vanwege het ontbreken van een voormalig loopoppervlak. De trefkans voor resten uit het Mesolithieum — Neolithicum is tevens laag en de diepteligging (4 m — mv) maakt dat het niveau enkel wordt verstoord door heipalen. Deze verstoringen zijn plaatselijk, waardoor een eventuele vindplaats nog herkenbaar aanwezig kan blijven in de ondergrond. Daarom wordt geadviseerd een archeologievriendelijk heipalenplan aan te houden, zodat eventuele resten niet verstoord worden door de nieuwbouw.

De hoofdrichtlijnen hierbij zijn dat het oppervak van de heipalen maximaal 2% van het totaaloppervlak van de nieuwbouw is en dat de heipalen in rijen met een onderlinge afstand van minimaal 4 m worden geplaatst. Daarmee adviseert IDDS Archeologie om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen herontwikkeling, mits een archeologievriendelijk heipalenplan wordt gehanteerd. Indien het niet mogelijk is om aan de richtlijnen van archeologievriendelijk bouw te voldoet, dient nader overleg plaats te vinden met het bevoegd gezag over de mogelijkheden.

|E

ä

IDDS Archeologie rapport 3021

Versie 1.3 (definitief)

INHOUDSOPGAVE:

ADMINISTRATIEVE 1.

_

GEGEVENS

VAN

HET

PLANGEBIED...

INLEIDING.

1.1.

Onderzoekskader

1.2.

Doel en vraagstellingen van het onderzoek

1.3. 2.

Ligging van het plangebie: _

BUREAUONDERZOEK

21.

Werkwijze

2.3.

Archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarde

22.

Geologie, geomorfologie en bodem

24.

Historische

25.

situatie..

Huidig landgebruik

26.

Mogelijke verstoringen

27. 3.

…

Gespecificeerd verwachtingsmodel _

VELDONDERZOEK..

3.1.

Onderzoekshypothese en onderzoeksopzet .

33.

Resultate

32.

Werkwijze

3.4.

_ Interpretatie

4.

_

4.1.

CONCLUSIE

EN

AANBEVELINGEN.

Aanbevelingen…

LITERATUUR... AFBEELDINGEN LIJST

VAN

AFKORTINGEN

BIJLAGEN

napoND=

Topografische kaart

Archis-informatie Boorlocatiekaart

Boorbeschrijvingen Periodentabe!

EN

BEGRIPPEN

…

.9

IDDS Archeologie rapport 3021

Versie 1.3 (definitief)

Administratieve gegevens van het plangebied

Toponiem Onderzoekmeldingsnummer Plaats Gemeente Kadastrale aanduiding Provincie Coördinaten

Contrum

Hoekpunten

Beatrixlaan 3 (Keijzerschool) 5628904100 Moerkapelle Zuidplas Moerkapelle B 1684 Zuid-Holland 99.413/451.265

99.444/451.293 (NO) 99.453/451.245 (ZO) 99.370/451.233 (ZW)

CMA/AMK-status Archis-monumentnummer Oppervlakte plangebied Maaiveldhoogte Grondwatertrap/-stand Onderzoekskader Uitvoerder

99.632/451.279 (NW)

Geen nvt ca. 3.950 m? -4,1 m NAP VIVII Omgevingsvergunning IDDS Archeologie

(geanonimiseerd) contsreroor: N 7 ] Postbus

126

2200 AC Tel:

Em Bevoegde overheid

Noordwijk (ZH)

071-4028586

(geanonimiseerd) e J OOO

|

Gemeente Zuidplas VROM

(geanonimiseerd) Contactpersoon: B J | Postbus

100

2910 AC Nieuwerkerk aan den Ijssel (geanonimiseerd) r 1_ Adviseur van de bevoegde overheid

| Omgevingsdienst Midden-Holland (geanonimiseerd) Contactpersoon: B J I Postbus

45

2800 AA Gouda Tel: 088-5450363

Em Beheer en plaats van documentatie

Uitvoeringsdatum veldwerk

(geanonimiseerd) e JL |

| IDDS Archeologie, Noordwijk

14 augustus 2024

|

IDDS Archeologie rapport 3021 Versie 1.3 (definitief)

1. 1.1.

Inleiding _ Onderzoekskader

In opdracht van de gemeente Zuidplas heeft IDDS Archeologie in augustus 2024 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Beatrixlaan 3 in Moerkapelle, gemeente Zuidplas. De aanleiding voor dit onderzoek is de geplande nieuwbouw van woningen op het perceel (Figuur 1). De diepte van de bodemverstoring die hierdoor optreedt is vooralsnog onbekend. De nieuwbouw zal niet worden onderkelderd, waardoor wordt uitgegaan van een maximale diepte van 2,0 m -mv.

Figuur 1. Geplande nieuwe inrichting met de ligging van de toekomstige woningen. Op de Parapluherziening Archeologie (vastgesteld 06-03-2018), onderdeel van het omgevingsplan gemeente Zuidplas, ligt het westen van het plangebied in een zone met Waarde — Archeologie - 2 en het zuidoosten in Waarde — Archeologie - 3. Het midden van het plangebied heeft geen archeologische waarde. Omdat bij meerdere waarden binnen een plangebied de meest strenge maatregelen worden gehanteerd voor de hele ontwikkeling, wordt voor het plangebied uitgegaan van een waarde 2. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk voor bodemingrepen die groter zijn dan 100 m? en dieper reiken dan 0,3 m -mv. Deze vrijstellingsgrenzen worden met de geplande ontwikkeling overschreden. 1.2.

_ Doel- en vraagstellingen van het onderzoek

De doelstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespedificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Dit gebeurt aan de hand van bestaande bronnen over bekende en

]

IDDS Archeologie rapport 3021 Versie 1.3 (definitief)

verwachte

archeologische

waarden

binnen

het

plangebied.

Het

doel

van

het

inventariserend

in de vormeenheden

van

het landschap

in het plangebied,

voor zover deze

veldonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de gespecificeerde verwachting.

wordt inzicht verkregen

Daarnaast

vormeenheden van invloed kunnen zijn geweest op de bruikbaarheid van de locatie door de mens in het verleden. Op basis van de resultaten van het onderzoek kunnen kansarme zones van het plangebied

worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd voor behoud of voor vervolgonderzoek. Om deze doelstelling te kunnen realiseren, wordt op de volgende vragen een antwoord gegeven: e

Wat is de fysiek-landschappelijke ligging van de locatie?

°

Hoe

is de

bodemopbouw

beschouwen?

in het

plangebied

en

in welke

mate

is deze

nog

als

intact

te

°

Bevinden zich archeologisch relevante afzettingen in het plangebied? Zo ja, op welke diepte

e

Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied en wordt deze bij het veldonderzoek bevestigd? Hoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, kunnen er toch archeologische indicatoren worden aangetroffen. Indien deze worden aangetroffen, dan gelden tevens de volgende vragen: wat is de verticale en horizontale ligging van de aangetroffen indicatoren, wat is de datering en wat is de invloed van deze vondsten op de archeologische verwachting van het plangebied? In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen bodemverstorende werkzaamheden?

ten opzichte van het maaiveld en het NAP?

e

°

Het archeologisch bureauonderzoek en het inventariserend veldonderzoek zijn uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 (Centraal College van Deskundigen 2018), (geanonimiseerd) en het door de gemeente goedgekeurde Plan van Aanpak (PvA: N J | 2024).

Voor de in dit rapport gebruikte geologische en archeologische tijdsaanduidingen wordt verwezen naar

Bijlage 5. Afkortingen en enkele vaktermen worden achterin dit rapport uitgelegd (zie lijst van afkortingen en begrippen). 1.3.

_ Ligging van het plangebied

De ligging van

het her in te richten gebied, ofwel

het plangebied,

is weergegeven

in Bijlage 1. Het

plangebied ligt aan de Beatrixlaan 3 in het noorden van Moerkapelle, gemeente Zuidplas. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 3.950 m? en een gemiddelde maaiveldhoogte van -4,1 m NAP. De exacte ligging en contouren van het plangebied zijn nader weergegeven in Bijlage 3 en Figuur 2

Om

tot een gespecificeerde verwachting voor het plangebied te komen,

is niet alleen gekeken

naar

bekende gegevens over het plangebied zelf maar ook naar de omgeving. Voor het totale onderzochte

gebied, oftewel het onderzoeksgebied, i als begrenzing een straal van 400 m rondom het plangebied gekozen.

De straal van

400

m is dusdanig

gekozen

dat alle archeologische

onderzoeken

vergelijkbare landschappelijke en historische ligging bij het onderzoek worden betrokken

met

een

IDDS Archeologie rapport 3021

Versie 1.3 (definitief)

Legenda plangebied

Figuur 2. Het plangebied op een recente luchtfoto (PDOK).

IDDS Archeologie rapport 3021

Versie 1.3 (definitief)

2.

Bureauonderzoek

21.

Werkwijze

Bij het bureauonderzoek

zijn gegevens

verzameld

over bekende

of verwachte

bouwhistorische waarden binnen het onderzoeksgebied. Onderstaande bronnen

archeologische

zijn geraadpleegd:

Huidige en toekomstige situatie Actuele topografische kaart Recente luchtfoto (PDOK)

Opdrachtgever KLIC

(Rijks)monumenten (via Archis)

Geen (Rijks)monumenten aanwezig

Historische situatie en mogelijke verstoringen Kaart van het Hoogheemraadschap van Rijnland uit 1615 (wwwrijnland.net)

Kadastraal minuutplan 1811-1832

(beeldbank cultureelerfgoed.nl} Diverse topografische kaarten uit het einde van de 19° en de 20° eeuw

(topotidreis.nl)

Bouw-/constructietekeningen van de e slopen bouwwerken

| Onderkant funderingsbalken op 0,95 m -mv, vloer op circa 0,2

Bodemloket

m -mv

(www.bodemloket.nl) voor informatie over tanks,

saneringen, ontgrondingen

Milieukundig bodemonderzoek

Niet beschikbaar (wordt tegelijk met het archeologisch onderzoek uitgevoerd)

Militair erfgoed

Miltaire landschapskaart

(rce.webgispublisher.nl)

Indicatieve Kaart Miltair Erfgoed (ikme.nl) Archeologie en bouwhistorie Archeologisch Informatie Systeem (Archis; archis.cultureelerfgoed.nl) Archeologische Monumenten Kaart (AMK:

via Archis)

Verwachtingskaart van de gemeente Zuidplas (https://www.odmh.nllthema/bodem-archeologiefatlas-

midden-holland!)

Bodemkaarten, geomorfologische kaarten en hoogtekaarten

Atlas van Nederland in het Holoceen |(geanonimiseerd) J fet . 2018) Paleo-geografische kaarten

(geanonimiseerd) Rijswijk | J [et al. 2007) en Leidschendam (Dettares)

Bodemkaart van Nederland (BRO: via Archis) Grondwatertrappenkaart (w.dinoloket nl)

Geomorfologische kaart van Nederland (BRO: via Archis) Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN: www.2hn.nl) Stroomruggenkaart van het Nederlands rivierengebied (geanonimiseerd)Ietal.2012) LT DINOIoket

(www.dinoloket.nl}

Archieven, heemkundekringen,

amateurarcheologen,

overige informatie

Archieven Niet geraadpleegd Amateurarcheologen, gebiedsgerichte specialisten, depots _| Niet geraadpleegd Onderzoeksrapporten en achtergronditeratuur

Zie lteratuurijst

en

]

IDDS Archeologie rapport 3021 Versie 1.3 (definitief)

22.

Geologie, geomorfologie en bodem

2.2.1.

Ontstaansgeschiedenis landschap

Het plangebied bevindt zich in de overgangszone tussen

het Midden-Nederlandse rivierengebied en het

westelijke perimariene getijdengebied.

In de diepe ondergrond van het plangebied

(het Weichselien, Kreftenheye.

jaar

onder het huidige maaiveld) komen

120.000

tot

(vanaf 7 tot 8 m

Pleistocene rivierafzettingen voor, afgezet tijdens de laatste ijstijd

11.650

geleden)

die

gerekend

worden

tot de

Formatie

van

Door de opwarming in de periode na het Weichselien, vanaf het begin van het Holoceen (vanaf circa 10.000

jaar geleden),

begonnen

de

ijskappen

te smelten

hoeveelheid vegetatie nam snel toe, waardoor de afvoer hierdoor weer een meer

meanderend

en

begon

de

zeespiegel

te stijgen.

De

van de rivieren regelmatiger werd. Deze kregen

patroon en zetten tjdens overstromingen

klei af op oevers en

overstromingsvlaktes (Formatie van Echteld; De Mulder et al. 2003). Tijdens de snelle zeespiegelstijging ontwikkelden zich direct ten westen van de huidige kustlijn de eerste strandwallen, waarachter onder rustige en natte omstandigheden grote broek- en bosveengebieden ontstonden (het Hollandveen Laagpakket van de Formatie van Nieuwkoop; De Mulder et al. 2003). Het veengebied werd doorsneden door verschillende rivierlopen. Deze rivierlopen hebben zich binnen dit gebied verschillende keren verlegd, waarbij zich verschillende stroomgordels hebben ontwikkeld. Door de klink van het veenpakket lagen deze stroomgordels relatief hoog in het landschap, waardoor ze gunstig waren voor bewoning.

De veenvorming duurde voort tot aan de Late Middeleeuwen. Tussen ongeveer 1000 en 1300 na Chr. werd het veengebied ontgonnen. Hierbij werden vanaf een ontginningsas, een weg of een vaart, langgerekte percelen aangelegd. Dit type ontginning staat bekend als cope-ontginning. Rondom Moerkapelle zijn de Wilde Veenen ontgonnen, die daardoor veranderden in een plassengebied. De Moerse Zijde, die de Wilde Veenen scheidde van de polders van Zevenhuizen, bleef hierbij onaangetast. Langs de Moerse Zijde liep de Moerse vaart. Rond 1400 ontstond de dorpskern van Moerkapelle met waarschijnlijk kort daarna de bouw van een kapel bij het Moer (een moeras). In 1655 werd het plassengebied drooggemaakt, waarna het gebied in gebruik werd genomen

voor landbouw.

2.2.2. Geomorfologie en geologie Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied in een bebouwd gebied, waardoor het geen eenheid is toegekend. Op basis van de eenheden rondom de bebouwde kom, mag worden aangenomen dat het plangebied ligt in een vlakte van getij-afzettingen (Figuur 3). Het plangebied heeft een gemiddelde maaiveldhoogte van -4,1 m NAP (Figuur 4). Deze hoogte komt overeen met het maaiveld buiten de historische kern van Moerkapelle, die ten zuidwesten (Dorpsstraat)

en westen (Herenweg) van het plangebied ligt. De weg ligt op circa -3,6 m NAP.

IDDS Archeologie rapport 3021 Versie 1.3 (definitief)

Figuur 4. Het plangebied op de hoogtekaart AHN.

10

IDDS Archeologie rapport 3021

Versie 1.3 (definitief)

In de ondergrond

is de Zuidplas stroomrug aanwezig.

Deze geul was actief tussen 7100-6400 calBP

(circa 6000-5300 voor Chr. — Laat Mesolithicum) en er zijn (nog) geen archeologische resten op bekend, mede vanwege de diepe ligging. De zandafzettingen zijn aangetroffen vanaf -8 m NAP en liggen daarmee op 4 m -mv en dieper. Het is niet waarschijnlijk dat deze afzettingen worden verstoord door de nieuwbouw, met uitzondering van heipalen.

Op de paleo-geologische

kaarten van

Rijswijk NJ](geanonimiseerd) et al. 2007) en Leidschendam

Moerkapelie aan het uiteinde van een getijdengeul.

(Deltares) ligt

(geanonimiseerd) B J Jinterpreteert de geul als omvangrijker, waarbij ten noorden van het plangebied en de kern van Moerkapelle nog een omvangrijk deel van de geul (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) aanwezig is (geanonimiseerd) B J Jet al. 2009, B J 1 1996). Het plangebied zou rond 5500 BP (3500 voor Chr.) (geanonimiseerd) nog sterk onder de invloed van de getijdenwerking van deze geul liggen (Figuur 7, [J]et al. 2018). Circa 500 jaar later is de geul volledig verdwenen door het sluiten van de kust met strandwallen. Het gebied verveent en vanaf de reconstructie uit 4500 BP (2500 voor Chr.) tot de ontginning in de Middeleeuwen-Nieuwe d ligt het plangebied in een uitgestrekt veengebied.

(geanonimiseerd) Figuur 5 Het plangebied op de stroomruggenkaart van B J U(geanonimiseerd) J let al 2012).

11

IDDS Archeologie rapport 3021 Versie 1.3 (definitief)

100000

Figuur 6: Ligging van het plangebied ten opzichte van de getijdengeul van Rijswijk-Zoetermeer. plangebied ligt in de rode cirkel.

Het

EN

Figuur 7. Het plangebied (rood omlijnd) rond 5500 voor Chr. en 1500 na Chr. Blauw is water, groen een getijdengebied, bruin is veen en de geeltinten zijn zand.

12

IDDS Archeologie rapport 3021

Versie 1.3 (definitief)

In Moerkapelle zijn enkele diepe boringen gezet waaruit de bodemopbouw duidelijk wordt (dinoloket.nl).

Ten zuiden van het plangebied, aan de Raadhuisstraat 201, bestaatde bovengrond uit een meter kleiige afzettingen

van

het

Laagpakket

van

Walcheren

is het Laagpakket

van

Wormer

(Formatie

van

Naaldwijk),

waarna

Hollandveen

(Formatie van Nieuwkoop) over een dikte van 3,5 m aanwezig is. In de diepere ondergrond, tussen 4,5 en 7,5 m

-mv

(Formatie

van

Naaldwijk)

aanwezig,

dat vervolgens

overgaat in de Formatie van Echteld. Twee boringen? ten westen van het plangebied, aan de Akkerweg,

laten weer een ander beeld van de bovengrond zien. Hier is de bovengrond veel kleiiger en is pas veen

aanwezig op 5,6 m diepte.

Hieruit mag geconcludeerd worden dat de ondergrond plaatselijk varieert

door de natuurlijke variaties in het getijdenlandschap en door de middeleeuwse

veen werd afgegraven. 2.2.3.

ontginningen

waarbij

Bodem

Het plangebied ligt op de bodemkaart in een gebied met kalkrijke poldervaaggronden met lichte klei (Figuur 8). In de omgeving is nog een variatie met zware zavel. Poldervaaggronden zijn nauwelijks ontwikkelde bodems, vaak vanwege de beperkte ouderdom van de afzettingen, met roestvorming binnen 0,5 m -my. Het profielverloop 5 geeft aan dat het homogene gronden zijn, die over het algemeen (geanonimiseerd) worden beschouwd als goede landbouwgrond B 7 ] 1965 (geanonimiseerd) B(geanonimiseerd) J Ì 1966).

Legenda

O »tangetiea Mn35A

alkrijke poldervaaggrond (zware zavel)

Mn25A

Mn35A

kalkrijke poldervaaggrond

(lichte klei)

N

o

—

( î

1

a cmom a

TooPu,

© POT

Figuur 8. Het plangebied op de bodemkaart.

23.

_ Archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden

Binnen het plangebied zijn geen terreinen aanwezig die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) als waardevol staan aangegeven. Ook zijn er geen waarnemingen en vondsten gemeld en geen eerdere

* DINO-boring B30H0032 ? DINO-boringen B30H3958 (tot 3,0 m -mv) en B30H0578 (tot 6,0 m mv)

13

IDDS Archeologie rapport 3021

Versie 1.3 (definitief)

onderzoeken uitgevoerd. waarden aanwezig.

In het plangebied zijn voor zover bekend geen ondergrondse bouwhistorische

Op

verwachtingenkaart

de

gemeentelijke

ligt

het

plangebied

op

de

overgang

van

twee

verwachtingszones (bijlage 2). Het westelijke deel igt in een gebied met een hoge verwachting (waarde 2), gebaseerd op de aanwezigheid van een ontginningsas.

De zuidoostelijke hoek van het plangebied

ligt in een gebied met een hoge verwachting voor resten dieper dan 3 m -mv. Deze verwachting gebaseerd op de aanwezigheid van een stroomrug in de ondergrond.

is

Binnen een straal van 400 m bevinden zich enkele onderzoeken en vondstmeldingen, waarvan veruit het merendeel aan de Dorpsstraat is uitgevoerd (bijlage 2). Het meest grootschalige onderzoek bestaat

uit drie losse locaties rondom de kerk:

aan de Dorpstraat 29, ten zuiden van de Moerdijksestraat, een

tweede op de noordelijke hoek van de Dorpstraat met de Moerdijksestraat en net ten noorden daarvan aan het Pieter Posthof, (geanonimiseerd) B J ] 2006 Archis-nr. 2122891100). De zuidelijke locatie bevat tot de top van

het veen met name verstoorde lagen en een bewoningslaag uit de 18°-19° eeuw. Op de noordelijke locaties zijn vanaf 0,5 m -mv een oude bewoningslaag uit de 17°-19° eeuw en funderingsresten aanwezig. Op basis van het historisch onderzoek werd oudere bewoning mogelijk geacht. Het geadviseerde vervolgonderzoek op deze locatie is echter nooit uitgevoerd.

(geanonimiseerd) Wel is direct ernaast, aan de Moerdijksestraat 11, een begeleiding uitgevoerd ( J ] 2021, Archis-

nr. 4926164100). Dit onderzoek was van beperkte omvang en heeft alleen resten van bebouwing en ophogingslagen uit de 17:-19° eeuw opgeleverd.

Op de hoek van het Raadhuisplein met de Dorpsstraat is een bureauonderzoek uitgevoerd, waarvan de resultaten niet zijn gepubliceerd (Archis-nr. 2340846100). Aan de Oranjestraat 26-40, in het zuidoosten van het centrum, is een bureau- en booronderzoek uitgevoerd (Rap 2017, Archis-nr. 4027306100). De ondergrond blijkt verstoord tot 3 m -mv, waardoor de verwachting voor resten vanaf het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd komt te vervallen. Aan de westzijde van de Dorpsstraat zijn vier onderzoeken uitgevoerd en is een vondstmelding gedaan. De vondstmelding bestaat uit de inhoud van enkele 18°-eeuwse beerputten die bij niet-archeologische graafwerkzaamheden aan de Dorpsstraat 25-31 zijn aangetroffen (Archis-nr. 3251845100).

Aan de Kerkstraat 7 is een bureauonderzoek uitgevoerd (geanonimiseerd) N J ] 2022, Archis-nr. 5163737100). Voor

het terrein geldt een hoge verwachting voor resten vanaf het Mesolithicum en met name voor resten uit de Middeleeuwen-Nieuwe tjd. Het geadviseerde booronderzoek is echter nooit uitgevoerd.

Aan de Kerkstraat 109-12, tegenover de kerk, is in 2007 een booronderzoek uitgevoerd, rapportage is niet gepubliceerd in Archis of DANS (Archis-nr. 2170065100).

maar de

Aan de Schapenweide zijn een bureau- en booronderzoek en een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. (geanonimiseerd) 2015, Archis-nr. 2466420100) heeft uitgewezen dat ter plaatse van de Het booronderzoek B hogere delen van het plangebied een oud woonoppervlak aanwezig is. Dit niveau is onderzocht middels (geanonimiseerd) een proefsleuvenonderzoek n J | Archis-nr. 4022373100). Tijdens het onderzoek zijn een muurfundering uit de 16°-17° eeuw en wat erfresten uit de 18° eeuw aangetroffen. Verder onderzoek werd niet nodig geacht vanwege de lage sporendichtheid.

Ook ten noorden van de bebouwde kom zijn enkele onderzoeken uitgevoerd. Een grootschalig booronderzoek aan de Herenweg 36-50 heeft uitgewezen dat de Zuidplas stroomrug in de ondergrond (geanonimiseerd) aanwezig is vanaf een niveau van circa -9 m NAP B J ] 2024, Archis-nr. 5469253100). De afzettingen bestaan uit beddingzand met een oeverwal. De verwachting voor bewoning op de oeverwal is laag, maar kan niet worden uitgesloten voor het Laat Mesolithicum tot en met het Vroeg Neolithicum.

14

IDDS Archeologie rapport 3021

Versie 1.3 (definitief)

Figuur 9. Moerkapel(le) op de kaart uit 1615. Het plangebied ís rood omlijnd. 24.

Historische situatie

Het plangebied ligt ten noorden van het historische centrum van Moerkapelle. De oudste bekende kaart van het gebied dateert uit 1615 en is opgesteld voor het Hoogheemraadschap van Rijnland (Figuur 9). Deze kaart laat zien dat Moerkapelle bestaat uit een lang bebouwingslint. Ter hoogte van het plangebied is sprake van enige verspreide bebouwing die met name aan de straat ligt.

Op basis van historische kaarten vanaf de 19° eeuw ljkt het erop dat het plangebied pas in de tweede helft van de 20° eeuw werd bebouwd (Figuur 10). Het oudste bekende landgebruik is opgetekend in het kadastraal minuutplan uit 1811-32.. Daaruit blijkt dat het plangebied in gebruik was als bouwland. Ook de meeste omliggende percelen zijn bouwland, een enkel perceel is weiland. Aan de randen van het perceel liggen sloten in het noorden, zuiden en westen, met in de 19° eeuw een bomenrij erlangs. De westelijke sloot doet vermoeden dat hier een voormalige grens van een erf aanwezig is, net als enkele percelen naar het zuiden. Daarmee zou een duidelijke scheiding gevormd worden tussen het bebouwingslint langs de weg en de agrarische percelen erachter.

In de tweede helft van de 20 eeuw breidt de bebouwing van Moerkapelle zich verder uit, onder andere richting het noorden. Het plangebied wordt in de jaren 1970 bebouwd met het huidige schoolgebouw en krijgt daarmee de huidige vorm.

15

IDDS Archeologie rapport 3021

Versie 1.3 (definitief)

1811-32

A)

Figuur 10. Het plangebied in 1811-32 en net voor de bebouwing in 1960. 2.4.1.

Tweede Wereldoorlog

In het plangebied zijn geen elementen uit de Tweede Wereldoorlog aanwezig volgens de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (ikme.nl) en de Militaire landschapskaart (rce.webgispublisher.nl). 25.

_ Huidig landgebruik

Ten tijde van het veldonderzoek was het plangebied in gebruik als schoolgebouw met speelplaats en in

het zuiden een rij parkeerplaatsen (Figuur 2). 26.

_ Mogelijke verstoringen

In het plangebied zijn geen ondergrondse verstoringen zoals van graafwerkzaamheden,

ondergrondse bebouwing of tanks, etc. bekend.

onderheid. Ook is er sprake van een kruipruimte. 27.

De funderingsbalken

saneringen,

reiken tot circa 1 m -mv en zijn

Gespecificeerd verwachtingsmodel

Het plangebied ligt op de rand van de stroomrug van Zuidplas, waarop resten uit het Mesolithicum en Neolithicum mogen

worden verwacht. Deze resten liggen echter dieper dan de verstoringsdiepte, met

uitzondering van de heipalen, namelijk op ten minste -8 m NAP. Resten uit deze periode kunnen bestaan uit houtskool, (vuur)stenen humeuze cultuurlaag.

afslagen

en

artefacten

en

handgevormd

aardewerk,

mogelijk

in een

Voor de opvolgende perioden geldt een lage verwachting vanwege de ligging in een getijdengebied en

vanaf de Bronstijd in een veengebied. Voor het veen geldt een lage verwachting, tenzij er sprake is van een veraard niveau wat wijst op een begaanbaar oppervlak. In dat geval kan de verwachting worden

bijgesteld naar middelhoog tot hoog en worden onder andere resten van houtbouw verwacht, greppels voor afwatering en erfresten waaronder afvalkuilen.

Het is mogelijk dat het veen

(vrijwel) volledig is

verdwenen in het plangebied, zoals bij enkele bodemonderzoeken in en om Moerkapelle is aangetoond. In dat geval geldt een lage verwachting.

16

IDDS Archeologie rapport 3021

Versie 1.3 (definitief)

Pas vanaf de ontginning van het gebied in de Middeleeuwen-Nieuwe tijd lijkt het gebied weer gebruikt

te worden door de mens. Omdat het plangebied vermoedelijk niet werd bebouwd voor de tweede helft van de 20° eeuw geldt een lage verwachting voor resten van bebouwing en een middelhoge verwachting voor resten gerelateerd aan landbouw, zoals sloten, greppels, ophoogpakketten en ploegsporen. Om

het verwachtingsmodel te toetsen en waar nodig aan te vullen en om te controleren in hoeverre de

bodemopbouw in het plangebied nog intact , is er een Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase, uitgevoerd.

17

]

IDDS Archeologie rapport 3021 Versie 1.3 (definitief)

3. 341.

Veldonderzoek _ Onderzoekshypothese en onderzoeksopzet

Het doel van het Inventariserend Veldonderzoek,

opgestelde

gespecificeerde

archeologische

verkennende fase, is om de n het bureauonderzoek

verwachting

te toetsen

en

waar

nodig

aan

te passen.

van het landschap,

voor zover

Tijdens het veldonderzoek wordt vastgesteld waar de oorspronkelijke bodemopbouw intact is gebleven en waar niet. Daarnaast wordt inzicht verkregen

deze van invloed zijn op de locatiekeuze kansrijke

zones

worden

32.

Werkwijze

booronderzoek.

geselecteerd

in de vormeenheden

in het verleden.

voor de volgende

Kansarme

fasen.

zones

worden

Het veldonderzoek

uitgesloten en

bestond

uit een

In het plangebied zijn 5 boringen gezet, waarvan 4 boringen met een diepte van 2,0 m en 1 met een

diepte

van

4,0

m

beneden

het

maaiveld

(bijlage

3 en

4).

Deze

boringen

zijn

verdeeld

over

het

plangebied. Er is gebruik gemaakt van een Edelmanboor met een diameter van 12 cm en een guts van (geanonimiseerd) 3 cm diameter. Het veldonderzoek is uitgevoerd do J | (Senior KNA Prospector en Senior KNA Archeoloog). De boringen zijn beschreven

volgens de Archeologische Standaard

Boorbeschrijvingsmethode (ASB;

SIKB 2008) met behulp van een veldcomputer en het programma Terralndex van |.T. Works. De locaties

van de boringen (x- en y-waarden) zijn ingemeten vanuit de topografie. De hoogtes van de boringen (z-

waarden) zijn bepaald aan de hand van het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN; www.ahn.nl).

De opgeboorde monsters zijn door middel van verbrokkelen in het veld onderzocht op de aanwezigheid

van archeologische indicatoren zoals aardewerk, baksteen, vuursteen, huttenleem en bot. 3.3.

Resultaten

3.3.1.

Lithologie en bodemopbouw

worden

van onder

De opbouw

van

het plangebied naar boven

kan worden

ingedeeld

beschreven.

In de diepe boringen 3 en 5 s een kleilaag aanwezig met

in vier pakketten/lagen.

Deze

vier eenheden

daarin fijne zand- en soms detrituslaagjes. De

top van dit pakket ligt op -8,6 m NAP (-4,4 m -mv) in het midden van het plangebied en op -8,1 m NAP (-4,0 m -mv) in het zuidoosten van het plangebied.

Het betreft de afzettingen van de stroomrug

van

Het tweede pakket is in alle boringen aangetroffen

en betreft uiterst siltig zand

In de

Zuidplas. In de top van de afzettingen zijn geen indicaties aangetroffen van een oud oppervlak.

met kleilaagjes.

oostelijke boringen 2 en 5 is de top van de dit pakket meer kleiig dan zandig. In de noordwestelijke boring 1 is geen gelaagdheid waargenomen, maar lijkt meer sprake te zijn van (natuurlijke) omwerking,

gezien

het gevlekte karakter van

de lagen.

In het pakket zijn zowel

fragmenten tot gruis van schelpen aangetroffen.

getijdenafzettingen, afgezet in een zout milieu.

complete

schelpen

als grove

Het gaat om zee-/strandschelpen. De afzettingen zijn

De top van het tweede pakket is omgewerkt voor het bewerken en bemesten van het land in de Late

Middeleeuwen — Nieuwe tijd. Daarbij is een boringen

behalve

bouwvoor gevormd. Deze bouwvoor is nog aanwezig in alle

boring 4, ter plaatse van de parkeervakken

vergraven voor grondverbetering.

in het zuidwesten.

Hier is de bouwvoor

In de overige boringen is nog sprake van een bouwvoor van 20-50

cm dikte. Mogelijk was de bouwvoor oorspronkelijk overal even dik, maar is de top plaatselijk afgegraven

tijdens de inrichting van de huidige situatie. Inpandige boringen voor milieukundig onderzoek hebben uitgewezen

dat er sprake

is van een

kruipruimte tot circa 0,6 m onder het vloerniveau

en daaronder

18

IDDS Archeologie rapport 3021

Versie 1.3 (definitief)

geen humeuze afzettingen meer aanwezig zijn. Daarmee is de bouwvoor naar verwachting overal onder de huidige bebouwing verdwenen. Over de bouwvoor is een pakket opgebracht (straat)zand aanwezig. Uitzondering is boring 2, waar de

bouwvoor al direct onder het grasveld aanwezig is. Of dit pakket ook is opgebracht in de groenstroken of de oorspronkelijke bouwvoor betreft, kon niet worden vastgesteld. 3.3.2. Archeologische indicatoren Tijdens het veldwerk zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. 3.4.

_ Interpretatie

Het plangebied

ligt in een gebied dat tjdens het Mesolithicum-Neolithicum deel was van de Zuidplas

stroomrug. Hierop zijn enkele resten bekend van houtskool wat zou kunnen duiden op menselijke aanwezigheid. Dergelijke resten zijn niet aangetroffen tijdens het verkennend onderzoek. Er is echter geen sprake van een oude bodem in de vorm van een humeus

niveau.

In het Neolithicum ligt het plangebied aan het uiteinde van een getijdengeul die via Rijswijk-Zoetermeer het achterland bereikt. Vanaf het Laat Neolithicum / Vroege Bronstijd sluit de kustijn en verdwijnt de invloed van de getijden, waardoor een uitgestrekt veengebied kan vormen. Het plangebied ligt midden in het veengebied. In de boringen zijn echter geen resten van veen aangetroffen. Het is mogelijk dat het plangebied nog lange tijd in een restgeul lag van het getijdengebied, waardoor toch nog zand en klei werd afgezet en geen veen kon vormen. Een andere mogelijkheid is dat het veen bovenop de getijdenafzettingen lag, maar dat dit veen sinds de ontginning n de Late Middeleeuwen volledig is vergraven. De variaties in de diepte van het veenpakket in de omgeving van het plangebied maakt een combinatie van beide factoren ook mogelijk. In de top van de getijdenafzettingen is sinds de ontginning een bouwvoor gevormd, vermoedelijk door het omwerken van de top met humeus materiaal voor agrarische doeleinden. Het plangebied werd pas bebouwd in de tweede helft van de 20° eeuw. Met het bouwrijp maken en inrichten is een deel van de bouwvoor vergraven en opgehoogd met aangevoerd zand. Onder de bebouwing is de bouwvoor volledig verdwenen.

19

IDDS Archeologie rapport 3021

Versie 1.3 (definitief)

=

opgebracht

N

bouwvoor

<s60:

getijdenafzettingen

stroomrug

Y Figuur 11. Schematische doorsnede van het plangebied van west naar oost.

2

]

IDDS Archeologie rapport 3021 Versie 1.3 (definitief)

4.

Conclusie en aanbevelingen

In opdracht van de gemeente

Zuidplas zijn in augustus 2024 een archeologisch

bureauonderzoek en

een inventariserend veldonderzoek (VO), verkennende fase, uitgevoerd in verband met de geplande (her)ontwikkeling van

het plangebied

aan de Beatrixlaan 3 in Moerkapelle,

gemeente

Zuidplas.

behoeve van het onderzoek is een aantal vragen gesteld die als volgt beantwoord kunnen worden °

Ten

Watis de fysiek-landschappelijke ligging van de locatie?

Het plangebied lag in het Mesolithicum-Neolithicum ter plaatse van een stroomrug en kwam daarna tot in het Laat Neolithicum — Bronstijd in een getijdengebied te liggen waar het zeewater via RijswijkZoetermeer tot ver in het achterland reikte. Daarna werd het gebied bedekt met veen, maar van het

veen zijn geen resten in het plangebied aangetroffen. Of het veen is afgegraven met de ontginningen of dat het veen nooit is gevormd in het plangebied, of een combinatie van beide, is niet duidelijk. °

Hoe is de bodemopbouw in het plangebied en n welke mate is deze nog als intact te beschouwen?

De bodemopbouw

bouwvoor

bestaat

is gevormd,

uit een

vermoedelijk

afzettingen, zoals een veenpakket,

stroomrug

met daarover getijdenafzettingen,

sinds de ontginning van

zijn verdwenen.

inrichten van het plangebied naar de huidige verwachting volledig verdwenen.

het gebied.

De top van de bouwvoor

situatie.

waar

in de top een

Eventuele

Onder de bebouwing

bovenliggende

s afgegraven

is de

voor het

bouwvoor

naar

e _ Bevinden zich archeologisch relevante afzettingen in het plangebied? En zo ja, op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP?

Het enige niveau waarop archeologische resten kunnen worden verwacht is de top van de Zuidplas

stroomrug. De verwachting is echter niet hoog vanwege het ontbreken van een bewoonbare niveau. Dit

niveau ligt dieper dan -8 m NAP (4 m -mv) en wordt niet verstoord door graafwerkzaamheden, maar wel door heipalen.

e

Wat is de specifieke archeologische veldonderzoek bevestigd?

verwachting

van

het plangebied

en

wordt

deze

bij het

Het plangebied ligt op de rand van de stroomrug van Zuidplas, waarop resten uit het Mesolithicum en

Neolithicum mogen worden verwacht. Deze resten liggen echter dieper dan de verstoringsdiepte, met uitzondering van de heipalen, namelijk op ten minste -8 m NAP.

uit houtskool, (vuur)stenen humeuze cultuurlaag.

afslagen

en

artefacten

en

Resten uit deze periode kunnen bestaan

handgevormd

aardewerk,

mogelijk

in een

Voor de opvolgende perioden geldt een lage verwachting vanwege de ligging in een getijdengebied en vanaf de Bronstijd in een veengebied. Voor het veen geldt een lage verwachting, tenzij er sprake is van

een veraard niveau wat wijst op een begaanbaar oppervlak.

In dat geval kan de verwachting worden

bijgesteld naar middelhoog tot hoog en worden onder andere resten van houtbouw verwacht, greppels

voor afwatering en erfresten waaronder afvalkuilen. Het is mogelijk dat het veen (vrijwel) volledig is verdwenen in het plangebied, zoals bij enkele bodemonderzoeken in en om Moerkapelle is aangetoond. In dat geval geldt een lage verwachting.

Pas vanaf de ontginning van het gebied in de Middeleeuwen-Nieuwe tijd lijkt het gebied weer gebruikt

te worden door de mens. Omdat het plangebied vermoedelijk niet werd bebouwd voor de tweede helft van de 20° eeuw geldt een lage verwachting voor resten van bebouwing en een middelhoge verwachting voor resten gerelateerd aan landbouw, zoals sloten, greppels, ophoogpakketten en ploegsporen.

Het veldonderzoek heeft bevestigd dat de stroomrug van Zuidplas in de ondergrond aanwezig is vanaf

-8 m

NAP

(4 m -mv) en dat deze

afzettingen zijn bedekt door getijdenafzettingen.

Het verwachte

veenpakket is echter niet (meer) aanwezig. Mogelijk is het veen volledig verdwenen met het ontginnen

van het gebied. De bouwvoor met direct daaronder het sporenniveau van na de ontginning is nog slechts deels

aanwezig

door

verstoringen

voor

de

huidige

inrichting.

Ongeveer

een

vijfde

deel

van

het

2

]

IDDS Archeologie rapport 3021 Versie 1.3 (definitief)

plangebied

is bebouwd

en

hier

is het

°

niet

doel

van

een

niveau

van

de

Late

Middeleeuwen

— Nieuwe

tijd

volledig

verdwenen. Ook buiten de bebouwing is het niveau plaatselijk verstoord, zoals bij de parkeervakken. Hoewel

het

verkennend

booronderzoek,

kunnen

er

toch

archeologische

indicatoren worden aangetroffen. Indien deze worden aangetroffen, dan gelden tevens de volgende

vragen: wat is de verticale en horizontale ligging van de aangetroffen indicatoren, wat is de datering

en wat is de invloed van deze vondsten op de archeologische verwachting van het plangebied? Tijdens het veldwerk zijn geen archeologische indicatoren waargenomen.

e _ In hoeverte worden eventueel aanwezige archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen bodemverstorende

werkzaamheden?

Voor de bouwvoor en top van de gefiijdenafzettingen geldt een lage verwachting. graafwerkzaamheden zullen hier naar verwachting geen archeologische resten verstoren.

De

Met het heien zullen wel verstoringen worden aangebracht aan het potentiële archeologische niveau in de top van de stroomrug. Dit niveau bevindt zich op 4 m -mv (-8 m NAP) en dieper en heeft een lage verwachting vanwege het ontbreken van een oud loopoppervlak. 41.

_ Aanbevelingen

Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat enkel archeologische resten kunnen worden verwacht op de afzettingen van de stroomrug van Zuidplas, waarvoor een lage verwachting geldt vanwege het ontbreken van een voormalig loopoppervlak. De trefkans voor resten uit het Mesolithicum — Neolithicum is laag en de diepteligging (4 m -mv) maakt dat het niveau enkel wordt verstoord door heipalen. Deze verstoringen zijn plaatselijk, waardoor een eventuele vindplaats nog herkenbaar aanwezig kan blijven in de ondergrond.

Daarom

wordt geadviseerd een archeologievriendelijk heipalenplan aan te houden,

zodat eventuele resten niet verstoord worden door de nieuwbouw. De hoofdrichtlijnen hierbij zijn dat het oppervlak van de heipalen maximaal 2% van het totaaloppervlak van de nieuwbouw is en dat de heipalen in rijen met een onderlinge afstand van minimaal 4 m worden geplaatst. Daarmee adviseert IDDS Archeologie om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen herontwikkeling, mits een archeologievriendelijk heipalenplan wordt gehanteerd. Indien het niet mogelijk is om aan de richtlijnen van archeologievriendelijk bouw te voldoet,

dient nader overleg plaats te vinden met het bevoegd gezag over de mogelijkheden. Bovenstaand

advies dient gecontroleerd

en beoordeeld te worden

door de bevoegde overheid,

in dit

geval de Gemeente Zuidplas. Deze zal vervolgens een besluit nemen inzake de te volgen procedure. IDDS Archeologie wil meegeven dat voordat dit besluit genomen is, er niet begonnen kan worden met bodemverstorende activiteiten of activiteiten die voorbereiden op bodemverstoringen. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten

en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het onverwacht aantreffen dan

wel

het

ongezien

vernietigen

van

archeologische

waarden

bij

bouwwerkzaamheden

in

het

plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet gegarandeerd worden.

Wij wijzen u er graag op dat indien archeologische waarden worden aangetroffen, deze conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet zo spoedig mogelijk bij de minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gemeld dienen te worden. Dit kan door het invullen van het vondstmeldingsformulierop de website van de Riijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (www.cultureelerfgoed.nl) of door contact op te nemen met de InfoDesk (info@cultureelerfgoed.nl).

22

IDDS Archeologie rapport 3021

Versie 1.3 (definitief)

Literatuur (geanonimiseerd) N 7 }1966: Systeer van bodemclassificatie voor Nederland, Wageningen. (geanonimiseerd) B 7I. 2022: Moerkapelle, Kerkstraat 7 Gemeente Zuidplas Archeologisch bureauonderzoek (BO),

Transect-rapport 3894, Nieuwegein.

(geanonimiseerd) J]2006:

Locatie Van Dorp/Koster en locatie Pieter Posthof, gemeente Moerkapelle,

Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek met veldtoets, RAAP-notitie 1745.

(geanonimiseerd) JR010: Gemeente Zuidplas, Archeologische inventarisatie, beleidsadvies en verwachtingskaart, BAAC Rapport V-10.0038, Den Bosch

Centraal College van Deskundigen, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1, Gouda. (geanonimiseerd) 71 2012: Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography, Utrecht.

Rhine-Meuse

Delta

Studies' Digital

(geanonimiseerd) N 7 1 2015: Plangebied Schapenweide in Moerkapelle, gemeente Zuidplas; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek notitie 5066, Weesp.

Deltares, 2005: (hoofdkaart).

en inventariserend veldonderzoek

Geoarcheologische kaart van de gemeente

(geanonimiseerd) e 7 2016:

Inventariserend

Veldonderzoek in de vorm

4263, Amersfoort.

(geanonimiseerd) 21

verkennende fase),

RAAP-

Leidschendam/Voorburg en Wassenaar

Moerkapelle,

Projectlocatie

van proefsleuven in de gemeente

Schapenweide

Een

Zuidp/as, ADC-rapport

Plangebied Moerdijkstraat 11 te Moerkapelle, gemeente Zuidplas, Een

archeologische opgraving, variant archeologische begeleiding, RAAP-rapport 5385, Weesp.

(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) n e 1200 (western Em rver veley t estuary: the evoldtion of the Khine mouth n the early to middle Holocene Netherlands, RhineMeuse delta), Netherlands Journal of Geosciences, nr. 88-1

(geanonimiseerd) e J 2024 Plan van aanpak. Beatrixlaan gemeente Zuidplas, Noordwijk (Intern rapport, IDDS Archeologie).

(geanonimiseerd) 2017: M7]

Moerkapelle,

Oranjestraat

26-40

Gemeente

3

(Keijzerschool)

Zuidplas

(Z-H)

system

van

Een

in Moerkapelle,

archeologisch

bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek, verkennende fase (IVO-O), Transect-rapport

1142, Nieuwegein.

(geanonimiseerd) J11959:

Aard

en

opzet

Landbouwkundig tijdschrift 71, p. 744-783.

van

het

Nederlandse

bodemclassificatie,

(geanonimiseerd) E 7 11965: De bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. enkele aspecten van de legenda-

indeling en de nomenclatuur van de kaarteenheden.

TNO-NITG, 2010: Geologische overzichtskaart van Nederland, Utrecht. (geanonimiseerd) N 7 1996: Geology and sedimentology of Late Atlantic sandy, wave-dominated deposits near The

Hague

(South-Holland,

sequence, Haarlem.

the Netherlands):

a reconstruction

of an early prograding

coastal

(geanonimiseerd) J ]018: Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam. (geanonimiseerd) N J 1 2007: Nieuwe Geologische Kaart van Den Haag en Rijswijk, Den Haag/Rijswijk.

23

a =

1

IDDS Archeologie rapport 3021

Versie 1.3 (definitief)

(geanonimiseerd) I2017: Verkennende Tase 1994, Noordwijk.

n Moerkapele,

(geanonimiseerd) e 7 |. 2024: bureauonderzoek

Herenweg

en inventariserend

Bureauonderzoek

gemeente Zuidplas,

36 tot en met

50,

en

Inventariserend

Moerkapelle

veldonderzoek in de vorm

Veldonderzoek,

Noordwijk, IDDS Archeologie rapport

(gemeente

Zuidpas),

een

van een verkennend booronderzoek,

ADC-rapport 6239, Amersfoort.

Websites

archis.cultureelerfgoed.nl beeldbank.cultureelerfgoed.nl ikme.nl landschapinnederland.nl/militaire-landschapskaart https://www.odmh.nl/thema/bodem-archeologie/atlas-midden-holland/ www.ahn.nl

www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl

www.pdok.nl wwwrijnland.net/over-rijnland/erfgoed/archieven-en-collecties

www.topotijdreis.nl

24

IDDS Archeologie rapport 3021

Versie 1.3 (definitief)

Afbeeldingen Figuur 1. Geplande nieuwe inrichting met de ligging van de toekomstige woningen

Figuur 2. Het plangebied op een recente luchtfoto (PDOK) Figuur 3. Het plangebied op de geomorfologische kaart

10

Figuur 5. Het plangebied op de stroomruggenkaart van (geanonimiseerd) B J (geanonimiseerd) J]etal2012).

11

Figuur 4. Het plangebied op de hoogtekaart AHN. …

10

Figuur 6: Ligging van het plangebied ten opzichte van de getijdengeul van Rijswijk-Zoetermeer.

Het

plangebied ligt in de rode cirkel

Figuur 7. Het plangebied (rood omlijnd) rond 5500

getijdengebied, bruin is veen en de geeltinten zijn

Figuur 8. Het plangebied op de bodemkaart. …

12

voor Chr. en 1500 na Chr. Blauw is water, groen een zand

Figuur 9. Moerkapel(le) op de kaart uit 1815. Het plangebied is rood omlijnd

Figuur 10. Het plangebied in 1811-32 en net voor de bebouwing in 1960. .

Figuur 11. Schematische doorsnede van het plangebied van west naar oost

12

13

15

16

20

25

e

IDDS Archeologie rapport 3021

Versie 1.3 (definitief)

Lijst van afkortingen en begrippen Afkortingen

AHN

Actueel Hoogtebestand Nederland

AMZ

Archeologische Monumentenzorg

AMK Archis

ASB

AWN

BP

GHG

GLG

GPS

indet

Archeologische Monumenten

Kaart

Archeologisch Informatie Systeem

Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland

Before Present (Present = 1950)

Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand

Gemiddeld Laagste Grondwaterstand Global Positioning System ondetermineerbaar

KNA

Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie

NAP

Normaal

mv

maaïiveld (het landoppervlak) Amsterdams

Peil

PvA PVE

Plan van Aanpak Programma van Eisen

SIKB

stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer

RCE

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Verklarende woordenlijst

14C-datering

(ook wel C14-datering) Bepaling van gehalte aan radioactieve koolstof 4C van

organisch materiaal (hout, houtskool, veen, schelpen e.d.) waaruit de 14Couderdom kan worden afgeleid. Deze ouderdom wordt opgegeven in jaren vóór 1950 na Chr.

Allergd tijd antropogeen

Archis-melding artefact bioturbatie Belling tijd Boreaal

buitendijks castellum conservering couperen

crematie crevasse

dagzomen

(jaren BP) met daaraan

toegevoegd de aan de meting verbonden

mogelijke afwijking (standaarddeviatie) Korte,

relatief warme

11.000 jaar geleden

periode

uit de laatste ijstijd (Weichselien),

ca.

11.800-

Ten gevolge van menselijk handelen (door mensen veroorzaakt/gemaakt)

Elke melding bij het centraal informatiesysteem (Archis) Alle door de mens vervaardigde of gebruikte voorwerpen Verstoring van de oorspronkelijke bodemstructuur en/of transport van materiaal door plantengroei en dierenactiviteiten Korte, relatief warme 12.000 jaar geleden

periode uit de laatste ijstijd (Weichselien). ca. 13.500-

Tijdvak, onderafdeling van het Holoceen, gekarakteriseerd door een gematigd en continentaal klimaat en een bebost landschap gedomineerd door loofbomen

(datering ca. 6800-5500 voor Chr.)

Gronden die aan de rivierzijde van een dijk liggen. In het buitendijkse gebied liggen de uiterwaarden Romeins legerkamp Mate waarin grondsporen, anorganische en organische archeologische resten bewaard zijn

Het maken van één of meer verticale doorsneden door een spoor of laag om de aard, diepte, stellen

vullingen,

vorm

en

relaties met andere

fenomenen

vast te

Begraving met gecremeerd menselijk bot Doorbraakgeul door een oeverwal

Aan de oppervlakte komen, zichtbaar worden van gesteenten (met inbegrip van

zand, klei, etc.)

2

e dekzand

IDDS Archeologie rapport 3021

Versie 1.3 (definitief)

Fijnzandige

afzettingen

die onder

periglaciale omstandigheden

voornamelijk

door windwerking ontstaan zijn; de dekzanden van het Weichselien vormen in Dryas Edelmanboor Eemien

eerdgrond eolisch estuarien estuarium

fluviatiel

fluvioglaciaal gaafheid Hollandveen

Holoceen horizont humeus

grote delen van Nederland een ‘dek' (Formatie van Boxtel)

Laatste gedeelte van de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 20.000-10.000 jaar geleden

Een handboor voor bodemonderzoek

Interglaciaal tussen de voorlaatste en laatste ijstijd (Saalien en Weichselien),

ca. 130.000-120.000 jaar geleden Grond

met een

humushoudende

ontstaan door invloed van de mens

minerale bovengrond

van

meer dan 50 cm,

Door de wind gevormd, afgezet

Afgezet in een estuarium Inham aan de kust waarin met name het getijde grote invloed uitoefent op het landschap, bijvoorbeeld de Westerschelde Door rivieren gevormd, afgezet Door smeltwater (afkomstig van gletsjers) afgezet Mate van (fysieke) verstoring van de bodem, zowel in verticale zin (diepte) als in horizontale zin (omvang) Holocene formatie, ontstaan vanaf 3500 voor Chr.

Jongste geologisch tijdvak dat nog steeds voortduurt (vanaf de laatste ijstid: ca. 8800 jaar voor Chr.) Kenmerkende laag binnen de bodemvorming Organische stoffen bevattend; bestaande uit resten van planten en dieren in de bodem

ijzeroer in situ inhumatie

interstadiaal kom

IJzeroxidenhydraat, een ijzererts dat vooral in vlakke landstreken, in dalen en moerassige gebieden op geringe diepte voorkomt Achtergebleven op exact de plaats waar de laatste gebruiker het heeft gedeponeerd, weggegooid of verloren Begraving met niet gecremeerd menselijk bot Een warmere periode tijdens een ijstijd (glaciaal) Laag gebied waar na overstroming van een rivier vaak water blift staan en klei kan

kreek

bezinken

Waterweg waarbij het water vanuit zee of rivier onder invloed van het getijde inen uitstroomt

kronkelwaard

Deel van een stroomgebied omgeven — en grotendeels opgebouwd — door een meander

kwel

Door hydrostatische druk aan het oppervlakte treden van grondwater

kwelder

zie schor

laag

Een vervolgbare grondeenheid die op archeologische of geologische gronden

leem

Grondsoort die wordt gekenmerkt door een samenstelling van meer dan 50%

als eenheid

wordt onderscheiden

silt, minder dan 50% Limes

lithologie lÖss lutum meander

meanderen oeverwal

zand en minder dan 25%

klei

de noordgrens van het Romeinse rijk Wetenschap die zich bezighoudt met de beschrijving en het ontstaan van de sedimentaire gesteenten Door de wind gevormde afzetting van zeer fijnkorrelig materiaal waarvan het overgrote deel van de korrels (60-85%) kleiner is dan 0,063 mm Kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm Min of meer regelmatige lusvormige rivierbocht (van rivieren of beken) Zich bochtig door het landschap slingeren Langgerekte rug langs een rivier of kreek, ontstaan doordat bij het buiten de oevers treden van de stroom het grovere materiaal het eerst bezinkt

27

e OSL-datering

IDDS Archeologie rapport 3021

Versie 1.3 (definitief)

Dateringsmethode waarmee op grond van energieverval

wanneer een fragment direct zonlicht

oxidatie

kan worden

bepaald

kwarts (zand) voor het laatst heeft blootgestaan aan

Reactie met zuurstof (roesten/corrosie bij metalen; ‘verbranding’ bij veen)

plaggendek

Verhoogd bouwland, ontstaan door ophoging ten gevolge van bemesting.

plangebied

Gebied waarbinnen

Pleistoceen

Voor

de bemesting werden plaggen of met zand vermengde potstalmest opgebracht bedreigen

Geologisch

de realisering van de planvorming

tijdperk dat ca. 2,3 miljoen jaar geleden

het bodemarchief kan

begon.

Gedurende

deze

periode waren er sterke klimaatswisselingen van gematigd warm tot zeer koud (de vier bekende ijstijden). Na de laatste ijstijd begon het Holoceen

podzol

pollenanalyse prehistorie rivierduin Saalien schor silt

slak slik

spieker

strandvlakte strandwal

stratigrafie stroomgordel stroomrug stuwwal

terras (rivier-) vaaggronden vicus

(ca. 8800

voor Chr.) Goed ontwikkelde bodem in gebieden met veel neerslag De bestudering van fossiele stuifmeelkorrels en sporen waardoor een beeld van de vegetatiegeschiedenis gevormd kan worden. Uit de vegetatiegeschiedenis kan het klimaat worden gereconstrueerd Dat deel van de geschiedenis waarvan geen geschreven bronnen bewaard zijn gebleven Door verstuiving uit een riviervlakte hierlangs ontstaan duin (in Nederland meestal Weichselien of Vroeg Holoceen van ouderdom) Voorlaatste ijstijd, waarin het landijs tot in Nederland doordrong en de stuwwallen werden gevormd, ca. 200.000-130.000 jaar geleden Zandgrond in een getijdenwater; staat alleen onder water bij zeer hoog tij, begroeid Zeer fijn sediment met grootte 0,002-0,063 mm Steenachtig afval van metaal- of aardewerkproductie Zandgrond in een getijdenwater; staat onder water bij vloed en valt droog bij eb, kwelder onbegroeid; wad Op palen geplaatst opslaghuisje Groot vlak zandig gebied tussen twee strandwallen Langs de kust gevormde langgerekte zandrug die uitsteekt boven het gemiddelde hoogwaterniveau; geeft in Nederland de oude ligging van de kustijn weer Opeenvolging van lagen in de bodem Het geheel van rivieroeverwal- rivierbedding- en kronkelwaard-afzettingen, al dan niet met restgeul(en) Oude riviergeul die zodanig is opgehoogd met zandige afzettingen dat de rivier een nieuwe loop heeft gekregen; blijft door inklinking van de

komgebieden als een rug in het landschap liggen Door de druk van het landijs in het Saalien opgedrukte rug van scheefgestelde preglaciale sedimenten Door een rivier verlaten

en daarna

versneden

dalbodem

Minerale gronden zonder duidelijke podzol-B-horizont, zonder briklaag en zonder minerale eerdlaag Een burgerlijke nederzetting uit de Romeinse tijd met een stedelijk karakter maar zonder stadsrechten

vindplaats

Weichselien zavel

Ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt Geologische periode (laatste ijstijd, waarin het landijs Nederland niet bereikte), ca. 120.000-10.000 jaar geleden Grondsoort die tussen 8 en 25% Iutum (kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm) bevat

zeldzaamheid

Mate waarin een bepaald type monument schaars is (of is geworden) voor een periode of in een gebied

28

Bijlage 1: Topografische kaart

3500 T

E

Em

T

T

Em T

T T

T

T

T

E

T

T

EL

J3

#

8

Zoetermeer

ZE

48

ZE

J8

SL

d42

SE

48

SP

18

#

8

2

8

&

8

3

g

°

SE

3

ZE

Em L

Legenda

m #J

E

e

Em f

Em n

Em n

700007 f

77007

702007

L

M

Project:

f

|

700000 1

Postb

‘s Gavendiekseweg 37

2200 AC Noorduijk

OBsSetorerkkelen mogelijk

126

T sss

A5576 Beatrixlaan 3, Moerkapelle __OM:

Schaal:_1:40.000 Datum:

kaart TofaPwus. ® SPOTinto

oos

Auteur AKO Formaat: A4

_08-08-2024

3

5628904100

©

Bijlage 2: ARCHIS informatie kaart

99000 T

EE T

50

EE

T

T

2026622100

8

e

1É

£

&

s[

R

2

n

Legenda

99000

n

0250

n

99500

D ptengebie Verwachting en beleid - Zuidplas waarde 3 Verwachting en beleid - Zuidplas waarde 2

D onderzoeksmeldingen ©®

vondstiocaties

vondstmeldingen

oos

‘s

Postbus 126

Grvendikseweg

37

2201 CZ Noordwijk

RS

bontwikkelen

2200 AC Noordwijk infoeidss l 7O7

4028546

Project:

mogeljk A5576 Beatrixlaan 3, Moerkapelie

Auteur:

AKO

Datum:

08-08-2024

[Formaat: A4 [Schaal

_ OM:

5628904100

ë

Bijlage 3: Boorlocatiekaart E

c

7

EÛ Gro

>

T

W

Du|kerf°Ch

:

t

e

NSWIJ

AK

KSTR?

VAN SWAANSM

T°

=

e

‘

i

-

V

Jeë E 2

1

11

3

|

_5

4

BEATRIXLAAS

3 v

E3

z

o

M

\

N

EAT

n

TD a onmepore

Legenda

D »tangeties ©

boring

E e

»m»ï;:‚‘í…fl_/e„ i

Project:

5576

r

Beatrixlaan 3, Moerkapelle

[Auteur: AKO _ OM: 5628904100 Formaat: A4 Schaal: Datum:

EEm

1:800 08-08-2024

Pagina 1/2 ijlage 4: Boorbeschrijvingen

Boring:

1

Deten xx

Boring:

1002024 oams7e 4stras0

Hooge(mNAP

oaten xv

415

:

aa

Zard matg H

e

G

0 a

g

de O

eee

G

2

n o K

u

v

-

n

e

Zard 7atg n , oo OT

// NG

I

mai7

r G Jen

em sphkde i .

matg

Z e

oRg.

E

I

e

de

o

Siepeont

dd

e

dn

weng

e

m

a

e a I t

B

e

G

t

t

r

n

t

e e e

2o maig ihosend

e Z

za,

K

mMA

n o

o m SS. geikt ii

i

42

1002024 aa 1109

Zard a

o

da

Hooge

Gaseen

E

Zard wata I

3

o

rokzen begegrj VeeGotie baf Sreenein e

m

Boring:

Deten xx

41

77

Dre iEnn, v

m

1aaz0as o2 do2

Hooge mmP

t

, a p

2

2o

\ Hieiagen,

O

m

kalkrijk

K w w B oo

Epe

G e h

Projectcode: A5576-01 Projectnaam: Moerkapelle, Beatrixlaan 3 (keijzerschool)

giaag

o

e

n

Pagina 2/2 Bijlage 4: Boorbeschrijvingen

Boring:

4

x

4h

Deten x

HoogemNar:

.

z

Boring:

1002024 onmer

oaten x

1aazoas 00514

44

Hmm

t

v

Meeer

Zard matg H e OT

w

aa

dens4o0

voget

77 u

Z

maig p

S. oege SEB

Jece

77

(

e mae Ie m n

ard oo

t

e SSineerg. o tm r v e u

5

-

“

k

: wenig.

G t d. trgepie Teatee r e

t t g e Znagen e k

zoak

weg

e

;

e e e

r

n

e S

7i

T

Hen

e

Norije

e

o

ii

E

Projectcode: A5576-01 Projectnaam: Moerkapelle, Beatrixlaan 3 (keijzerschool)

tanik

Legenda (conform NEN 5104) ind Grind, sitig

Grind, zwak zandig

EA

4

Klei, zwak siltig

ZI

Klei, matig sitig

Grind, matig zandig

V/////Á

Klei, terk siltig

Grind, sterk zandig

V////Á

Klei, uitorst siltig

Grind, uiterst zandig

booosd]

Klei, zwak zandig

Klei, matig zandig

zand

Zand, kleiig

e

|

D

Klei, sterk zandig

Zand, zwak siltig

EN

Zand, matig sitig

!

Leom, zwak zandig

EE |

Zand, sterk siltig

w

Leem, sterk zandig

EESN

Zand, uiterst iltig

z

Veen, mineraalarm

Veon, zwak kleiig

geengeur

©

zwakke geur

$

matige geur

©

sterkegeur

@

uiterstegeur

zeng

5 geen olie-water reactie zwakke

ste

uiterste

olie-water

reactie

ter

„water reactie

olie-water

reactie

p.i.d.-waarde

eos

>0 ” >10 >100 >1000 n

H geersmene

overige toevoegingen

L

O

1

zwak

humeus

LI

matig humeus

LB

sterk

Veen, sterk kleiig

L

E

Veen, zwak zandig

LB

Ë

Veen, sterk zandig

Ì

humeus

zwak grindig

| nm onwer overig >

4

bijzonder bestanddeel

_ Gemiddeld hoogste grondwaterstand

%

grondwaterstand

#

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

matig grindig water

terk grindig

Legenda afkortingen Archeologische Boorbeschrijving (conform ASB 2008) Percentages en Mediaan

Bodemhorizont

| 63105 um Zeer fijn 105-150 um Matigfijn | 150:210 um Matiggrof | 210-300 um Zeergrof | 300-420 um Uiterstgrof | 420-2000 um

BHA

Klasse Uiterstfijn

Zandmediaan

Nieuwvormingen (1=spoor, 2=weinig, 3=veel) Afkorting | Nieuwvormingen FEC

IJzerconcreties

FFC

Fosfaatconcreties

FOV

Fosfaatvlekken

MNC

Mangaanconcreties

VIV

Vivianiet

ROV

Roestvlekken

VKZ ZAV

Verkiezeling Zandverkittingen

Bodemkundige interpretaties 'Code | Bodemkundige

Code

| Bodemhorizont

|

A-horizont

| Omschrijving Minerale

bovengrond Overgangshorizont Overgangshorizont Overgangshorizont Inspoelingshorizont Overgangshorizont Uitgangsmateriaal Uitspoelingshorizont Overgangshorizont Strooisellaag Vast gesteente

BHAB | AB-horizont BHAC | AC-horizont BHAE | AE-horizont BHB _ | B-horizont BHBC | BH-horizont BHC | C-horizont BHE _ | E-horizont BHEB | EB-horizont BHO | O-horizont BHR_ | Rchorizont

Sedimentaire karakteristiek, laaggrens Afkorting | Afmeting Klasse overgangszone

BDI

230-<10,00m

| Bodem

BOV

| Bouwvoor

ESG GLE

| Esgrond | Gleyhorizont

BGE

20,3-<3,00m

BSE

<0,3cm

scherp Kalkgehalte

Code | Kalkgehalte |

Kalkloos

HIN | Humusinspoeling INH _ [ Inspoelingshorizont

CA2

|

Kalkarm

CA3

| kalkrijk

KBR_|

Archeologische indicatoren (1=spoor, 2=weinig, 3=veel) Code | Omschrijving AWE _ | Aardewerkfragmenten

|

Katteklei

Klei, brokkelig

LOO

| Loodzand

MOE

| Moedermateriaal

OMG | Omgewerkte grond OPG | Opgebrachte grond OXR | Oxidatie-reductiegrens POD

RYP_

TKL TRP_ UIT VEN

VNG VRG

| Podzol

| Gerijpt

| | | |

Top kalkloos Terpaarde Uitspoelingshorizont Vegetatieniveau

| Gelaagd vegetatieniveau | Vergraven

Basis geleidelijk Basis

CA1

KAT

Basis diffuus

interpretaties

BOD

|

BST

|

GLS HKB

Baksteen [Glas

|

Houtskoolbrokken

HKS _ | Houtskoolspikkels MXX_

| Metaal

OXBO

| Onverbrand

'OXBV

| Verbrand

SGK __ | Gebroken

bot

bot kwarts

SLA

_ | Slakken/sintels

SVU

| Vuursteen

SXX_

| Natuursteen

VKL

_ [ Verbrande

VSR_

| Visresten

klei

Bijlage 5: Periodentabel Ë

ë

1000

1500 J

200 J 3000 1

4000 +

150270

70150

5000 À

42 voor

Chr-70 na Chr.

2570 12 voorr

6000 J

28

n

Ch

7000 J 260-12 voor h

9000 4 00-280 voor h

10000 J

15000

J

2000 4

KWARTI

00-500 voor

.

+10-900 voor

Chr

4800-4400

voor

1800-1100

voor Chr

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14767261/1