Geanonimiseerd Bijlage 18 Bijlage 6 Archeologisch onderzoek A24.002036
Tekst van het document
M
maakt ontwikkelen mogelijk Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase
Raadhuisstraat 38, Moerkapelle Gemeente Zuidplas IDDS Archeologie rapport 3022
Colofon
Projectnummer OM-nummer In opdracht van
A5577 5629933100 Gemeente Zuidplas
(geanonimiseerd) n 7 1
Auteur
Redactie Versie Status
(geanonimiseerd) M | 13 definitief
Goedkeuring
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) |
Gemeente Zuidplas
04-10-2024
© IDDS Archeologie Noordwijk, oktober 2024 ISSN
2212-9650
A reten veotehotan. Net i ze schalke ostning vin de gove
i
g
worden vervedreuig eitopenbar
IDDS Ruimte & Ontwikkeling B.V. 's-Gravendijckseweg 37
2201 CZ Noordwijk IDDS.nl
| Postbus 126
gemast de
2200 AC Noordwijk
info@idds.nl 071
- 402
8586
e
| KvK:
BTW:
IBAN:
vn ,
lkope,
e
o op wee
arder
09157054
NL 815255172 B01 NL21
RABO
0364
6212
22
wijze n
oh
zende
oerstgaande
IDDS Archeologie rapport 3022
Versie 1.3 (definitief)
SAMENVATTING:
IDDS Archeologie heeft in augustus 2024 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend
veldonderzoek
gemeente
(IVO),
Zuidplas.
verkennende
fase,
uitgevoerd
De doel- en vraagstelling
van
aan
de
Raadhuisstraat
het bureauonderzoek
gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. veldonderzoek wordt deze verwachting getoetst en zo nodig aangevuld.
38
in
Moerkapelle,
is het opstellen van
Met
een
het _ inventariserend
Het plangebied ligt op de rand van de stroomrug van Zuidplas, waarop resten uit het Mesolithicum en
Neolithicum mogen worden verwacht. Deze resten liggen echter dieper dan de verstoringsdiepte, met uitzondering
van
de heipalen,
namelijk
op ten
minste
-8 m NAP
stroomrug kunnen bestaan uit houtskool, (vuur)stenen aardewerk, mogelijk in een humeuze cultuurlaag.
afslagen
(circa 4,5 m
en
-mv).
artefacten
en
Resten
op de
handgevormd
Voor de opvolgende perioden geldt een lage verwachting vanwege de ligging in een getijdengebied en vanaf de Bronstijd in een veengebied. Voor het veen geldt een lage verwachting, tenzij er sprake is van een veraard niveau wat wijst op een begaanbaar oppervlak. In dat geval kan de verwachting worden bijgesteld naar middelhoog tot hoog en worden onder andere resten van houtbouw verwacht, greppels voor afwatering en erfresten waaronder afvalkuilen. Het is mogelijk dat het veen (vrijwel) volledig is verdwenen in het plangebied, zoals bij enkele bodemonderzoeken in en om Moerkapelle is aangetoond. In dat geval geldt een lage verwachting.
Pas vanaf de ontginning van het gebied in de Middeleeuwen-Nieuwe tijd lijkt het gebied weer gebruikt te worden door de mens. Het plangebied ligt op de historische kaarten vanaf het begin van de 17° eeuw tot en met de eerste helft van de 20° eeuw in een gebied dat uitsluitend agrarisch gebruikt is. Voor dit niveau geldt een lage verwachting.
Tijdens het veldwerk is gebleken dat binnen de maximale onderzoeksdiepte van 6 m -mv (-9,7 m NAP) geen stroomrug aanwezig is. Indien de afzettingen dieper aanwezig zijn, bevinden ze zich op een niet te onderzoeken diepte, waarmee de archeologische waarde ook niet kan worden vastgesteld. De ondergrond bestond oorspronkelijk uit veen, dat echter sterk geërodeerd is door de getijdengeul van Rijswijk-Zoetermeer in het Mesolithicum en Neolithicum. Daarover s een dik pakket getijdenafzettingen gevormd in het Neolithicum, tot de kust zich sloot. Vanwege de natte omstandigheden in de getijdengeul geldt een zeer lage verwachting voor archeologische resten. De getijdenafzettingen waren bedekt met een veenpakket dat echter in de Late Middeleeuwen — Nieuwe tjd volledig is afgegraven, waardoor ook eventuele archeologische resten zijn verdwenen. De bouwvoor die door omwerking van de top van de getijdenafzettingen met humeus materiaal (mogelijk een restant veen) is ontstaan, is verstoord ter plaatse van de bestaande bebouwing. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat het plangebied is gelegen op afzettingen met een lage verwachting voor alle perioden. IDDS Archeologie adviseert om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen
civie!technische werkzaamheden.
|E
ä
IDDS Archeologie rapport 3022
Versie 1.3 (definitief)
INHOUDSOPGAVE:
ADMINISTRATIEVE 1.
_
GEGEVENS
VAN
HET
PLANGEBIED...
INLEIDING.
1.1.
Onderzoekskader
1.2.
Doel en vraagstellingen van het onderzoek
1.3. 2.
Ligging van het plangebie: _
BUREAUONDERZOEK
21.
Werkwijze
2.3.
Archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarde
22.
Geologie, geomorfologie en bodem
24.
Historische
25.
situatie..
Huidig landgebruik
26.
Mogelijke verstoringen
27. 3.
…
Gespecificeerd verwachtingsmodel _
VELDONDERZOEK..
3.1.
Onderzoekshypothese en onderzoeksopzet .
33.
Resultate
32.
Werkwijze
3.4.
_ Interpretatie
4.
_
4.1.
CONCLUSIE
EN
AANBEVELINGEN.
Aanbevelingen…
LITERATUUR... AFBEELDINGEN LIJST
VAN
AFKORTINGEN
BIJLAGEN
napoND=
Topografische kaart
Archis-informatie Boorlocatiekaart
Boorbeschrijvingen Periodentabe!
EN
BEGRIPPEN
…
IDDS Archeologie rapport 3022
Versie 1.3 (definitief)
Administratieve gegevens van het plangebied
Toponiem Onderzoekmeldingsnummer Plaats Gemeente Kadastrale aanduiding Provincie Coördinaten
Centrum
Hoekpunten
Raadhuisstraat 38 5629933100 Moerkapelle Zuidplas Moerkapelle B 499 Zuid-Holland 99.580/451.025
99.614/451.056 (NO) 99.622/451.005 (ZO) 99.546/450.992 (ZW)
CMA/AMK-status Archis-monumentnummer Oppervlakte plangebied Maaiveldhoogte Grondwatertrap/-stand Onderzoekskader Uitvoerder
99.542/451.044 (NW)
Geen nca. 3.950 m? -3,7 m NAP 1,0-1,5 m -mv ( m NAP) Omgevingsvergunning IDDS Archeologie(geanonimiseerd) Contactperoon: e J | Postbus
126
2200 AC Tel:
Em Bevoegde overheid
Noordwijk (ZH)
071-4028586
(geanonimiseerd) e J OOO
|
Gemeente Zuidplas VROM
Contactpersoon: Postbus
mevr. H. Fawzi
100
2910 AC Nieuwerkerk aan de ljssel E-mail: hfawzi@zuidplas.nl
Adviseur van de bevoegde overheid | Omgevingsdienst Midden-Holland (geanonimiseerd) Contactpersoon: EN J I Postbus
45
2800 AA Gouda Tel: 088-5450363
Em Beheer en plaats van documentatie
Uitvoeringsdatum veldwerk
(geanonimiseerd) e L __
| IDDS Archeologie, Noordwijk
14 augustus 2024
|
(
IDDS Archeologie rapport 3022 Versie 1.3 (definitief)
1.
Inleiding
1.1.
_ Onderzoekskader
In opdracht van de gemeente Zuidplas heeft IDDS Archeologie in augustus 2024 een archeologisch
bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de
Raadhuisstraat 38 in Moerkapelle, gemeente Zuidplas. De aanleiding voor dit onderzoek is de geplande sloop van de huidige bebouwing
bodemverstoring
en de nieuwbouw
die hierdoor optreedt is vooralsnog
van woningen
onbekend,
op het perceel.
De diepte van de
waardoor wordt uitgegaan
van een
maximale diepte van 2,0 m -mv, exclusiefde heipalen. De nieuwbouw zal naar verwachting niet worden onderkelderd.
Op
de
Parapluherziening
Archeologie
(vastgesteld
06-03-2018),
onderdeel
van
het omgevingsplan
gemeente Zuidplas, ligt het westen van het plangebied in een zone met Waarde — Archeologie - 3.
Archeologisch onderzoek is noodzakelijk voor bodemingrepen, inclusief heien, die groter zijn dan 1000
m? en dieper reiken dan 3,0 m -mv. Deze vrijstellingsgrenzen worden met de geplande ontwikkeling overschreden vanwege het onderheien. 1.2. De
_ Doel- en vraagstellingen van het onderzoek doelstelling
van
het bureauonderzoek
verwachting voor het plangebied. verwachte
archeologische
is het opstellen
van
een
gespecificeerde
archeologische
doel
Dit gebeurt aan de hand van bestaande bronnen over bekende en
waarden
binnen
het
plangebied.
Het
van
het
inventariserend
in de vormeenheden
van
het landschap
in het plangebied,
voor zover deze
veldonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de gespecificeerde verwachting.
wordt inzicht verkregen
Daarnaast
vormeenheden van invloed kunnen zijn geweest op de bruikbaarheid van de locatie door de mens in het verleden. Op basis van de resultaten van het onderzoek kunnen kansarme zones van het plangebied
worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd voor behoud of voor vervolgonderzoek. Om deze doelstelling te kunnen realiseren, wordt op de volgende vragen een antwoord gegeven: e
°
e e °
°
Wat is de fysiek-landschappelijke ligging van de locatie? Hoe
is de
bodemopbouw
beschouwen?
in het
plangebied
en
in welke
mate
is deze
nog
als
intact
te
Bevinden zich archeologisch relevante afzettingen in het plangebied? Zo ja, op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP? Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied en wordt deze bij het veldonderzoek bevestigd? Hoewel
niet het doel van
een
verkennend
booronderzoek,
kunnen
er toch
archeologische
indicatoren worden aangetroffen. Indien deze worden aangetroffen, dan gelden tevens de volgende vragen: wat is de verticale en horizontale ligging van de aangetroffen indicatoren, wat is de datering en wat is de invloed van deze vondsten op de archeologische verwachting van het plangebied? In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen bodemverstorende werkzaamheden?
Het archeologisch bureauonderzoek en het inventariserend veldonderzoek zijn uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 (Centraal College van Deskundigen 2018), (geanonimiseerd) en het door de gemeente goedgekeurde Plan van Aanpak (PvA: N J | 2024). Voor de n dit rapport gebruikte geologische en archeologische tijdsaanduidingen wordt verwezen naar Bijlage 5. Afkortingen en enkele vaktermen worden achterin dit rapport uitgelegd (zie lijst van afkortingen en begrippen).
IDDS Archeologie rapport 3022
Versie 1.3 (definitief)
1.3.
_ Ligging van het plangebied
De ligging van het (her) in te richten gebied, ofwel het plangebied, is weergegeven
in Bijlage 1. Het
plangebied ligt aan de Raadhuisstraat 38 in Moerkapelle. Het plangebied wordt in het noorden begrensd
door de Raadhuisstraat, in het oosten en zuiden door het Rehobothplantsoen en de daaraan gelegen bebouwing
en in het westen door de Nassaustraat.
Het plangebied
heeft een oppervlakte van circa
3.950 m? en een gemiddelde maaiveldhoogte van -3,7 m NAP. De exacte ligging en contouren van het plangebied zijn nader weergegeven Om
in Bijlage 3 en Figuur 1.
tot een gespecificeerde verwachting voor het plangebied te komen, is niet alleen gekeken
naar
bekende gegevens over het plangebied zelf maar ook naar de omgeving. Voor het totale onderzochte
gebied,
oftewel
het onderzoeksgebied,
is als begrenzing
een
straal van
circa 500
m rondom
het
plangebied gekozen. De straal van 500 m is dusdanig gekozen dat een goed beeld van het landschap
en de reeds uitgevoerde onderzoeken in de omgeving wordt verkregen. Legenda plangebied
Figuur 1. Het plangebied op een recente luchtfoto (PDOK).
IDDS Archeologie rapport 3022
Versie 1.3 (definitief)
2.
Bureauonderzoek
21.
Werkwijze
Bij het bureauonderzoek
zijn gegevens
verzamel Id over bekende
of verwachte
bouwhistorische waarden binnen het onderzoeksgebied. Onderstaande bronnen
archeologische
n geraadpleegd:
Huidige en toekomstige situatie Actuele topografische kaart Recente luchtfoto (PDOK)
Opdrachtgever KLIC
(Riijks)monumenten (via Archis)
Geen (Rijks)monumenten aanwezig
Historische situatie en mogelijke verstoringen Kaart van het Hoogheemraadschap van Rijnland uit 1615 (wwwrijnland.net)
Kadastraal minuutplan 1811-1832
(beeldbank.cuitureelerfgoed.nl} Diverse topografische kaarten uit het einde van de 19° en de
20° eeuw
(topotijdreis.nl)
Bouw-/constructietekeningen van de te slopen bouwwerken Bodemloket
Aangeleverd door de opdrachtgever
(www.bodemioket.nl) voor informatie over tanks,
saneringen, ontgrondingen Milieukundig bodemonderzoek
Niet beschikbaar (wordt tegelijk met het archeologisch
onderzoek uitgevoerd} Militair erfgoed Militaire landschapskaart
(rce webgispublisher.nl)
Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (ikme.nl) Archeologie en bouwhistorie Archeologisch Informatie Systeem (Archis;
archiscultureelerfgoed.nl} Archeologische Monumenten Kaart (AMK: via Archis) Verwachtingskaart van de gemeente Zuidplas
(https://www-odmh.nllthema/bodem-archeologiefatlasmidden-holland/)
Bodemkaarten, geomorfolo he kaarten en hoogtekaarten Atlas van Nederland in het Holoceen J(geanonimiseerd) J et al. 2018) Rijswijk J J Jet al. 2007) en Leidschendam (Deltares) (geanonimiseerd)
Paleo-geografische kaarten Bodemkaart van Nederland (BRO:
via Archis)
Grondwatertrappenkaart (ww.dinoloket.nl) Geomorfologische kaart van Nederland (BRO: via Archis)
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN; www.ahn.nl) Stroomruggenkaart van het Nederlands rivierengebied (geanonimiseerd)Ietal. 2012) LT DINOloket
(www.dinolgket.nl)
Archieven, heemkundekringen, amateurarcheologen, overige informatie
Archieven Niet geraadpleegd Amateurarcheologen, gebiedsgerichte specialisten, depots _ Niet geraadpleegd Onderzoeksrapporten en achtergronditeratuur
Zie literatuurlijst
en
IDDS Archeologie rapport 3022 Versie 1.3 (definitief)
22.
Geologie, geomorfologie en bodem
2.2.1.
Ontstaansgeschiedenis landschap
Het plangebied bevindt zich in de overgangszone tussen het Midden-Nederlandse rivierengebied en het
westelijke perimariene getijdengebied. In de diepe ondergrond van het plangebied (vanaf 7 tot 8 m onder het huidige maaiveld) komen Pleistocene rivierafzettingen voor, afgezet tijdens de laatste ijstijd (het Weichselien, 120.000 tot 11.650 jaar geleden) die gerekend worden tot de Formatie van Kreftenheye. Door de opwarming in de periode na het Weichselien, vanaf het begin van het Holoceen (vanaf circa 10.000
jaar geleden),
begonnen
de
ijskappen
te smelten
en
begon
de
zeespiegel
te stijgen.
De
hoeveelheid vegetatie nam sne! toe, waardoorde afvoer van de rivieren regelmatiger werd. Deze kregen hierdoor weer een meer meanderend patroon en zetten tijdens overstromingen klei af op oevers en overstromingsvlaktes (Formatie van Echteld; De Mulder et al. 2003). Tijdens de snelle zeespiegelstijging ontwikkelden zich direct ten westen van de huidige kustlijn de eerste strandwallen, waarachter onder rustige en natte omstandigheden grote broek- en bosveengebieden ontstonden (het Hollandveen Laagpakket van de Formatie van Nieuwkoop; De Mulder et al. 2003). Het veengebied werd doorsneden door verschillende rivierlopen. Deze rivierlopen hebben zich binnen dit gebied verschillende keren verlegd, waarbij zich verschillende stroomgordels hebben ontwikkeld. Door de klink van het veenpakket lagen deze stroomgordels relatief hoog in het landschap, waardoor ze gunstig waren voor bewoning. De veenvorming duurde voort tot aan de Late Middeleeuwen. Tussen ongeveer 1000 en 1300 na Chr. werd het veengebied ontgonnen. Hierbij werden vanaf een ontginningsas, een weg of een vaart, langgerekte percelen aangelegd. Dit type ontginning staat bekend als cope-ontginning. Rondom Moerkapelle zijn de Wilde Veenen ontgonnen, die daardoor veranderden in een plassengebied. De Moerse Zijde, die de Wilde Veenen scheidde van de polders van Zevenhuizen, bleef hierbij onaangetast.
Langs de Moerse Zijde liep de Moerse vaart. Rond 1400 ontstond de dorpskern van Moerkapelle met waarschijnlijk kort daarna de bouw van een kapel bij het Moer (een moeras). In 1655 werd het plassengebied drooggemaakt, waarna het gebied in gebruik werd genomen voor landbouw.
Figuur 2. Het plangebied op de geomorfologische kaart.
IDDS Archeologie rapport 3022
Versie 1.3 (definitief)
Legenda
O »tengetied L AHN B
mNAP
M
363
a
152
Legenda
D ptengebie Zuidplas
(geanonimiseerd) 7 (geanonimiseerd)]etal 2012). Figuur 4. Het plangebied op de stroomruggenkaart van N
IDDS Archeologie rapport 3022 Versie 1.3 (definitief)
22.2. Geomorfologie en geologie Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied in een bebouwd gebied, waardoor het geen eenheid is toegekend. Op basis van de eenheden rondom de bebouwde kom, mag worden aangenomen dat het plangebied ligt in een vlakte van getij-afzettingen (Figuur 2). Het plangebied heeft een gemiddelde maaiveldhoogte van -3,6 m NAP (Figuur 3). Deze hoogte komt overeen met de historische kern van Moerkapelle, die met name de Dorpsstraat ten westen van het plangebied en de Moerdijkstraat ten zuiden van het plangebied omvat.
Figuur 5: Ligging van het plangebied ten opzichte van de gefijdengeul van Rijswijk-Zoetermeer.
plangebied ligt in de rode cirkel.
Het
In de ondergrond is de Zuidplas stroomrug aanwezig. Deze geul was actief tussen 7100-6400 calBP (circa 6000-5300 voor Chr. — Laat Mesolithicum) en er zijn (nog) geen archeologische resten op bekend, mede vanwege de diepe ligging. De zandafzettingen zijn aangetroffen vanaf -8 m NAP en liggen (geanonimiseerd) daarmee op 4 m -mv en dieper B J Jet al. 2012). Het s niet waarschijnlijk dat deze afzettingen worden verstoord door de nieuwbouw, met uitzondering van heipalen.
Op de paleo-geologische kaarten van Rijswijk NJ](geanonimiseerd) et al. 2007) en Leidschendam Moerkapelle aan het uiteinde van een getijdengeu
(Deltares) ligt
(geanonimiseerd) interpreteert de geul als omvangrijker, waarbij
10
IDDS Archeologie rapport 3022 Versie 1.3 (definitief)
ten noorden
van het plangebied
en de kern van
Moerkapelle
nog een omvangrijk deel van de geul
aanwezig is (geanonimiseerd) B J Jet al. 2009, van der Valk 1996). Het plangebied zou rond 5500 BP (3500 voor Chr.) (geanonimiseerd) nog sterk onder de invloed van de getijdenwerking van deze geu! liggen (Figuur 6, [J]et al. 2018).
Circa 500 jaar later is de geul volledig verdwenen door het sluiten van de kust met strandwallen. Het gebied verveent en vanaf de reconstructie uit 4500 BP (2500 voor Chr.) tot de ontginning in de Middeleeuwen-Nieuwe tijd ligt het plangebied in een uitgestrekt veengebied.
5500
voor Chr.
/
1500
na Ch
Figuur 6. Het plangebied (rood omlijnd) rond 5500 voor Chr. en 1500 na Chr. Blauwis water, groen een getijdengebied, bruin is veen en de geeltinten zijn zand. In Moerkapelle zijn enkele diepe boringen gezet waaruit de bodemopbouw duidelijk wordt (dinoloket.nl).
Circa 90 m ten westen van het plangebied, aan de Raadhuisstraat 201, bestaat de bovengrond uit een
meter kleiige afzettingen van het Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk), waarna Hollandveen (Formatie van Nieuwkoop) over een dikte van 3,5 m aanwezig is. In de diepere ondergrond, tussen 4,5 en 7,5 m -mv, is het Laagpakket van Wormer (Formatie van Naaldwijk) aanwezig, dat vervolgens op 7,5 m — mv (-9,5 m NAP) overgaat in de Formatie van Echteld, die vermoedelijk de stroomrug betreft. Ter plaatse van de hoek Moerdijkstraat - Moerdijk, circa 150 m ten zuidwesten van het plangebied, is
een boring gezet tot ruim -10 m NAP:. Deze boring die midden op de stroomrug ligt, bestaat vanaf het maaiveld uit veen (-4,4 m NAP tot -6,8 m NAP) op zandige klei met een humeuze top van 60 cm. Deze afzettingen zijn geïnterpreteerd als Laagpakket van Wormer. De stroomrug zou dan dieper moeten liggen.
Twee boringen? ten noordwesten van het plangebied, aan de Akkerweg, laten weer een ander beeld
van de bovengrond zien. Hier is de bovengrond veel kleiiger en is pas veen aanwezig op 5,6 m diepte. Deze boringen liggen niet ter plaatse van de stroomrug. Hieruit mag geconcludeerd worden dat de ondergrond plaatselijk varieert door de natuurlijke variaties in het getijdenlandschap en door de middeleeuwse ontginningen waarbij veen werd afgegraven.
’ DINO-boring B30H0032 2 DINO-boring B30H0469 ? DINO-boringen B30H3958 (tot 3,0 m mv) en B30HOS78 (tot 6,0 m -mv)
11
IDDS Archeologie rapport 3022
Versie 1.3 (definitief)
Legenda
D »tangetiea Mn25A
kalkrijke
poldervaaggrond G
= (lichte klei)
kalkrijke poldervaaggrond
In35A
N
kalkrijke poldervaaggrond Geee)
Bover|land
pMn85A kalkrijkt
RIS
leek-/woudeerdgronden
—(klei)
e
n
Figuur 7. Het plangebied op de bodemkaart. 2.2.3.
/î
}
Bodem
Het plangebied
ligt op de bodemkaart in een gebied
(Figuur 7). In de omgeving ontwikkelde
bodems,
vaak
met kalkrijke poldervaaggronden
met lichte klei
is nog een variatie met zware zavel. Poldervaaggronden zijn nauwelijks
vanwege
de
beperkte
ouderdom
van
de
afzettingen,
met
roestvorming
binnen 0,5 m -my. Het profielverloop 5 geeft aan dat het homogene gronden zijn, die over het algemeen (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) worden beschouwd als goede landbouwgrond B J 1 1965, (geanonimiseerd) NNN J ] 1966). 2.3.
_ Archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden
Binnen het plangebied zijn geen terreinen aanwezig die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK)
als waardevol staan aangegeven.
onderzoeken uitgevoerd. waarden aanwezig.
Ook zijn er geen waarnemingen en vondsten gemeld en geen eerdere
In het plangebied zijn voor zover bekend geen ondergrondse bouwhistorische
Op de gemeentelijke verwachtingenkaart ligt het plangebied n een gebied met een hoge verwachting
voor resten dieper dan 3 m -mv. Deze verwachting is gebaseerd op de aanwezigheid van een stroomrug in de ondergrond. In en rondom het centrum van Moerkapelle bevinden zich enkele onderzoeken en vondstmeldingen,
waarvan
veruit het merendeel
aan de Dorpsstraat
is uitgevoerd
onderzoek bestaat uit drie losse locaties rondom de kerk:
(bijlage 2). Het meest
grootschalige
aan de Dorpstraat 29, ten zuiden van de
Moerdijksestraat, een tweede op de noordelijke hoek van de Dorpstraat met de Moerdijksestraat en net ten noorden daarvan aan het Pieter Posthof, (geanonimiseerd) B J ]2006, Archis-nr. 2122891100). De zuidelijke locatie bevat tot de top van het veen met name verstoorde lagen en een bewoningslaag uit de 18°-19° eeuw.
Op de noordelijke locaties zijn vanaf 0,5 m
-mv een oude
bewoningslaag
uit de 17°-19° eeuw en
funderingsresten aanwezig. Op basis van het historisch onderzoek werd oudere bewoning geacht. Het geadviseerde vervolgonderzoek op deze locatie is echter nooit uitgevoerd.
mogelijk
12
IDDS Archeologie rapport 3022
Versie 1.3 (definitief)
Wel is direct ernaast, aan de Moerdijksestraat 11 op circa 140 m ten westen van het plangebied, een (geanonimiseerd) begeleiding uitgevoerd ( J 12021, Archis-nr. 4926164100).
Dit onderzoek was van
beperkte
omvang en heeft alleen resten van bebouwing en ophogingslagen uit de 17°-19° eeuw opgeleverd.
Op de hoek van het Raadhuisplein met de Dorpsstraat is een bureauonderzoek uitgevoerd, waarvan de resultaten niet zijn gepubliceerd (Archis-nr. 2340846100). Aan
de Oranjestraat 26-40,
in het zuidoosten
van het centrum,
is een
bureau- en booronderzoek
uitgevoerd f(geanonimiseerd) J ]2017, Archis-nr. 4027306100). De ondergrond blijkt verstoord tot 3 m -mv, waardoor de verwachting voor resten vanaf het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd komt te vervallen.
Aan de westzijde van de Dorpsstraat zijn vier onderzoeken uitgevoerd en is een vondstmelding gedaan.
De vondstmelding bestaat uit de inhoud van enkele 18°-eeuwse beerputten die bij niet-archeologische graafwerkzaamheden aan de Dorpsstraat 25-31 zijn aangetroffen (Archis-nr. 3251845100).
Aan de Kerkstraat 7 is een bureauonderzoek uitgevoerd W(geanonimiseerd) J r 2022, Archis-nr. 5163737100). Voor
het terrein geldt een hoge verwachting voor resten vanaf het Mesolithicum en met name voor resten uit de Middeleeuwen-Nieuwe tjd. Het geadviseerde booronderzoek is echter nooit uitgevoerd.
Aan de Kerkstraat 10a-12, tegenover de kerk, is in 2007 een booronderzoek uitgevoerd, rapportage is niet gepubliceerd n Archis of DANS (Archis-nr. 2170065100).
maar de
Aan de Schapenweide zijn een bureau- en booronderzoek en een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd.
Het booronderzoek (geanonimiseerd) N J ]2015, Archis-nr. 2466420100) heeft uitgewezen dat ter plaatse van de
hogere delen van het plangebied een oud woonoppervlak aanwezig is. Dit niveau is onderzocht middels een proefsleuvenonderzoek (van Engeldorp Gastelaars, Archis-nr. 4022373100). Tijdens het onderzoek zijn een muurfundering uit de 16°-17° eeuw en wat erfresten uit de 18° eeuw aangetroffen. Verder onderzoek werd niet nodig geacht vanwege de lage sporendichtheid. Ook ten noorden van de bebouwde kom zijn enkele onderzoeken uitgevoerd. Een grootschalig booronderzoek aan de Herenweg 36-50 heeft uitgewezen dat de Zuidplas stroomrug in de ondergrond (geanonimiseerd) aanwezig is vanaf een niveau van circa -9 m NAP ( J 12024, Archis-nr. 5469253100). De afzettingen bestaan uit beddingzand met een oeverwal. De verwachting voor bewoning op de oeverwal is laag, maar kan niet worden uitgesloten voor het Laat Mesolithicum tot en met het Vroeg Neolithicum.
— e„r@4
k
E
Figuur 8. Moerkapel(le) op de kaart uit 1615. Het plangebied is rood omlijnd.
13
IDDS Archeologie rapport 3022
Versie 1.3 (definitief)
24.
Historische situatie
Het plangebied bekende
ligt aan de oostelijke rand van het historische centrum van Moerkapelle.
kaart van
het gebied
dateert uit 1615
en is opgesteld
De oudste
voor het Hoogheemraadschap
van
Riijnland (Figuur 8). Deze kaart laat zien dat Moerkapelle bestaat uit een lang bebouwingslint. Ter hoogte van het plangebied ligt geen bebouwing.
1811-32
De oudste nauwkeurige kaarten dateren uit 1811-32 toen het kadastraal minuutplan werd opgesteld. In
die tijd was het plangebied onbebouwd (Figuur 9). Het perceel is uitsluitend in gebruik voor agrarische
doeleinden. De huidige bebouwing dateert uit de jaren 1960 en is in de loop van de 20° eeuw uitgebreid
tot de huidige omvang.
14
(
2.4.1.
IDDS Archeologie rapport 3022 Versie 1.3 (definitief)
Tweede
Wereldoorlog
In het plangebied zijn geen elementen uit de Tweede Wereldoorlog aanwezig volgens de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (ikme.nl) en de Militaire landschapskaart (rce.webgispublisher.nl). 25.
_ Huidig landgebruik
Ten tijde van het veldonderzoek was
parkeerplaatsen (Figuur 1). 26.
het plangebied
in gebruik als schoolgebouw
met speelplaats en
_ Mogelijke verstoringen
In het plangebied zijn geen ondergrondse verstoringen zoals van graafwerkzaamheden, saneringen, ondergrondse bebouwing of tanks, etc. bekend. De bestaande funderingsbalken reiken tot 0,95 m onder peil/maaiveld, de heipalen tot circa 13 m -mv.
27.
Gespecificeerd verwachtingsmodel
Het plangebied ligt op de rand van de stroomrug van Zuidplas, waarop resten uit het Mesolithicum en Neolithicum mogen worden verwacht. Deze resten liggen echter dieper dan de verstoringsdiepte, met uitzondering van de heipalen, namelijk op ten minste -8 m NAP (circa 4,5 m -mv). Resten op de stroomrug kunnen bestaan uit houtskool, (vuur)stenen afslagen en artefacten en handgevormd aardewerk, mogelijk in een humeuze cultuurlaag.
Voor de opvolgende perioden geldt een lage verwachting vanwege de ligging in een getijdengebied en vanaf de Bronstijd in een veengebied. Voor het veen geldt een lage verwachting, tenzij er sprake is van een veraard niveau wat wijst op een begaanbaar oppervlak. In dat geval kan de verwachting worden bijgesteld naar middelhoog tot hoog en worden onder andere resten van houtbouw verwacht, greppels voor afwatering en erfresten waaronder afvalkuilen. Het is mogelijk dat het veen (vrijwel) volledig is verdwenen in het plangebied, zoals bij enkele bodemonderzoeken in en om Moerkapelle is aangetoond In dat geval geldt een lage verwachting. Pas vanaf de ontginning van het gebied in de Middeleeuwen-Nieuwe tijd lijkt het gebied weer gebruikt te worden door de mens. Het plangebied ligt op de historische kaarten vanaf het begin van de 17° eeuw tot en met de eerste helft van de 20° eeuw in een gebied dat uitsluitend agrarisch gebruikt is. Daarmee is de verwachting voor resten van bebouwing laag. Om het verwachtingsmodel te toetsen en waar nodig aan te vullen en om te controleren n hoeverre de bodemopbouw in het plangebied nog intact is, is er een Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase, uitgevoerd.
15
(
3. 341.
IDDS Archeologie rapport 3022 Versie 1.3 (definitief)
Veldonderzoek _ Onderzoekshypothese en onderzoeksopzet
Het doel van het Inventariserend Veldonderzoek,
opgestelde
gespecificeerde
archeologische
verkennende fase, is om de n het bureauonderzoek
verwachting
te toetsen
en
waar
nodig
aan
te passen.
van het landschap,
voor zover
Tijdens het veldonderzoek wordt vastgesteld waar de oorspronkelijke bodemopbouw intact is gebleven en waar niet. Daarnaast wordt inzicht verkregen
deze van invloed zijn op de locatiekeuze kansrijke zones
worden
booronderzoek.
32.
geselecteerd
in de vormeenheden
in het verleden.
voor de volgende
Kansarme
fasen.
zones
worden
Het veldonderzoek
uitgesloten en
bestond
uit een
Werkwijze
In het plangebied
zijn 5 boringen gezet met een diepte van
minimaal
4,0 m beneden
het maaiveld
(bijlage 3 en 4). Boring 3 in het midden van het plangebied is doorgezet tot 5,6 m -mv en boring 5 in het
zuidoosten is doorgezet tot 6,0 m -mv. Deze boringen zijn verdeeld over het plangebied. Er is gebruik
gemaakt van een Edelmanboor met een diameter van 12 cm, een zuigerboor met een diameter van 4 (geanonimiseerd) cm en een guts met een diameter van 3 cm. Het veldonderzoek is uitgevoerd door N )dreesiminonaeE g(geanonimiseerd) ( 7 | (Senior KNA Prospector en Senior KNA Archeoloog).
De boringen zijn beschreven volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB;
SIKB 2008) met behulp van een veldcomputer en het programma Terralndex van |.T. Works. De locaties
van de boringen (x- en y-waarden) zijn ingemeten vanuitde topografie. De hoogtes van de boringen (2-
waarden) zijn bepaald aan de hand van het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN; www.ahn.nl).
De opgeboorde monsters zijn door middel van verbrokkelen in het veld onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals aardewerk, baksteen, vuursteen, huttenleem en bot. 3.3.
3.3.1.
_ Resultaten
Lithologie en geologie
De bodemopbouw in het plangebied is in te delen in drie verschillende genetische onderste pakket is alleen in de diepere boringen aangetroffen.
pakketten.
Het
In het midden van het plangebied (boring 3) is onderin de boring 30 cm veen aangetroffen, tussen 5,25
en 5,6 m -m
(-8,85 en -9,2 m NAP).
Dit is het oorspronkelijke Hollandveen.
De overgang
naar het
bovenliggende kleipakket is erosief en onderin het kleipakket zijn veel complete juveniele en volwassen schelpen aanwezig.
De diepste deel van het kleipakket is alleen aangetroffen in boringen 3 en 5; de overige boringen reikten niet diep genoeg.
In boring 3 is de laag 65 cm dik, tussen 4,6 en 5,25 m -mv (-8,2 tot -8,85 m NAP). In
boring 5 ligt de top van de laag dieper, op 5,4 m -mv (-9,1 m NAP). De onderkant is niet aangetroffen binnen de boordiepte van 6,0 m -mv (-9,7 m NAP).
De klei is sterk siltig, grijs van kleur en heeft een
slappe consistentie. Over deze onderste kleilaag is een dik pakket aanwezig van sterk tot uiterst siltig zand met kleilagen dat naar boven
toe over gaat in uiterst siltige klei met zandlagen.
Deze gelaagde
afzettingen zijn getijdenafzettingen, die naar boven toe fijner, dus kleiiger, zijn. In de afzettingen zijn fragmenten van schelpen aanwezig, met af en toe een schelpenconcentratie, op variabele dieptes. De top van dit pakket getijdenafzettingen is omgewerkt met humeus materiaal en vormde de bouwvoor n de Late Middeleeuwen
- Nieuwe
tiijd. De bouwvoor bestaat vooral uit matig siltige, zwak tot matig
humeuze klei die soms inclusies van baksteen of ander bouwpuin bevat.
16
(
IDDS Archeologie rapport 3022 Versie 1.3 (definitief)
Over de bouwvoor is een zandpakket opgebracht dat vermoedelijk pas met het bouwrijp maken van het
terrein in de 20° eeuw is aangebracht. De dikte van het pakket is 30 cm in het midden en zuiden en circa 60 cm in het noorden van het plangebied. 3.3.2.
Bodemopbouw
De bodem bestaat uit een bouwvoor van omgewerkte getijdenafzettingen met daarover een opgebracht
pakket. De bodem poldervaaggrond.
is daarom
met name antropogeen
en is er geen sprake meer van de verwachte
Tegelijkertijd met het archeologisch onderzoek is ook een milieukundig onderzoek uitgevoerd. In dat kader zijn inpandige boringen geplaatst. Daaruit blijkt dat de verstoringen ter plaatse van de bebouwing
tot minimaal 0,8 m -mv en gemiddeld 1,1
m -mv reiken en waarbij de volledige bouwvoor en de top van
de ongeroerde getijdenafzettingen is verdwenen.
In het westen is de verstoring plaatselijk nog dieper.
Tussen het voormalige schoolgebouw en de westelijk gelegen Nassaustraat is een verstoring tot 1,7 m -mv aangetroffen. 3.3.3. Archeologische indicatoren Tijdens het veldwerk zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. 3.4.
_ Interpretatie
Het plangebied ligt in een veengebied dat in het Mesolithicum werd doorsneden door een grote getijdengeul die via Rijswijk en Zoetermeer tot voorbij Moerkapelle reikte (Figuur 5). Het plangebied ligt aan de rand van het geulensysteem. Daarbij werd de top van het veen geërodeerd, in het plangebied
ten minste gedeetelijk. Eventuele archeologische resten zullen daarbij verdwenen zijn.
De getijdengeul bleef actief tot het sluiten van de kust in het Laat Neolithicum. Door de getijdenwerking is een dik pakket zand- en kleilaagjes afgezet. De omstandigheden in dit milieu waren niet geschikt voor menselijke bewoning en uitsluitend voor water-gerelateerde activiteiten. Over deze afzettingen in de restgeul kon weer veenvorming plaats vinden. In het plangebied is het veen echter volledig verdwenen door het afgraven van het veen in de Middeleeuwen — Nieuwe tijd. Mogelijk is het laatste restant omgewerkt met de top van de getijenafzettingen voor een humeuze bouwvoor waarbij een vruchtbare bodem
voor
landbouw
ontstaat.
De bouwvoor vormde het loopoppervlak in de Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd. Gezien het gebied in de Nieuwe tiijd uitsluitend in gebruik is geweest voor agrarische doeleinden en geen historische bebouwing bekend is, geldt een lage verwachting voor deze laag. De top van de bouwvoor is afgegraven ter plaatse van de bestrating en ter plaatse van de bebouwing is de complete bouwvoor en een deel van de onderliggende natuurlijke afzettingen verdwenen.
17
IDDS Archeologie rapport 3022
Versie 1.3 (definitief)
Ù3 M
\AE
g
N
8
D
8
8
00
00
s00-
600
o
oo
e50.
o9
a50:
700
00
700-
7o0:
700
0
50
750
760
0
e} 2 5 9 £ £ S £ 20° eeuw
Bouwvoor
LME-NT
Getijdenafzettingen
a00-
00:
0
900
Y7
Hollandveen 3
NN
Getijdenafzettingen
oudste fase
Figuur 10. Schematische doorsnede van het plangebied van noordwest naar zuidoost.
18
(
4.
IDDS Archeologie rapport 3022 Versie 1.3 (definitief)
Conclusie en aanbevelingen
In opdracht van de gemeente
Zuidplas zijn in augustus 2024 een archeologisch
bureauonderzoek en
een inventariserend veldonderzoek (VO), verkennende fase, uitgevoerd in verband met de geplande (her)ontwikkeling van het plangebied
aan de Raadhuisstraat 38 in Moerkapelle,
gemeente
Zuidplas.
Ten behoeve van het onderzoek is een aantal vragen gesteld die als volgt beantwoord kunnen worden: °
Watis de fysiek-landschappelijke ligging van de locatie?
Het plangebied ligt ter plaatse van een grootschalig getijdengebied. Het veen dat erover is gevormd, is volledig afgegraven. °
Hoe is de bodemopbouw in het plangebied en in welke mate is deze nog als intact te beschouwen?
De bodem bestaat uit getijdenafzettingen waar in de top een bouwvoor is gevormd. e _ Bevinden zich archeologisch relevante afzettingen in het plangebied? En zo ja, op welke diepte ten
opzichte van het maaiveld en het NAP?
In het plangebied zijn geen niveaus aanwezig waar nog archeologische resten worden verwacht.
e
Wat is de specifieke archeologische veldonderzoek bevestigd?
verwachting
van
het plangebied
en
wordt
deze
bij het
Het plangebied ligt op de rand van de stroomrug van Zuidplas, waarop resten uit het Mesolithicum en
Neolithicum mogen worden verwacht. Deze resten liggen echter dieper dan de verstoringsdiepte, met uitzondering
van
de heipalen,
namelijk
op ten
minste
-8 m NAP
stroomrug kunnen bestaan uit houtskool, (vuur)stenen aardewerk, mogelijk in een humeuze cultuurlaag.
afslagen
(circa 4,5 m
en
-mv).
artefacten
en
Resten
op de
handgevormd
Voor de opvolgende perioden geldt een lage verwachting vanwege de ligging in een getijdengebied en vanaf de Bronstijd in een veengebied. Voor het veen geldt een lage verwachting, tenzij er sprake is van
een veraard niveau wat wijst op een begaanbaar oppervlak. In dat geval kan de verwachting worden
bijgesteld naar middelhoog tot hoog en worden onder andere resten van houtbouw verwacht, greppels
voor afwatering en erfresten waaronder afvalkuilen. Het is mogelijk dat het veen (vrijwel) volledig is verdwenen in het plangebied, zoals bij enkele bodemonderzoeken in en om Moerkapelle is aangetoond. In dat geval geldt een lage verwachting.
Pas vanaf de ontginning van het gebied in de Middeleeuwen-Nieuwe tijd lijkt het gebied weer gebruikt
te worden door de mens.
Het plangebied ligt op de historische kaarten vanaf het begin van de 17° eeuw
tot en met de eerste helft van de 20° eeuw in een gebied dat uitsluitend agrarisch gebruikt is. Voor dit niveau geldt een lage verwachting. Tijdens het veldwerk is gebleken dat binnen de maximale onderzoeksdiepte van 6 m -mv (-9,7 m NAP)
geen stroomrug aanwezig is. Indien de afzettingen dieper aanwezig zijn, bevinden ze zich op een niet te onderzoeken diepte, waarmee de archeologische waarde ook niet kan worden vastgesteld. De ondergrond bestond oorspronkelijk uit veen, dat echter sterk geërodeerd is door de getijdengeul van Rijswijk-Zoetermeer in het Mesolithicum en Neolithicum.
Daarover is een dik pakket getijdenafzettingen
gevormd in het Neolithicum, tot de kust zich sloot. Vanwege de natte omstandigheden in de getijdengeul
geldt een zeer lage verwachting voor archeologische resten. De getijdenafzettingen waren bedekt met
een veenpakket dat echter in de Late Middeleeuwen — Nieuwe tjd volledig is afgegraven, waardoor ook eventuele archeologische resten zijn verdwenen.
getijdenafzettingen met humeus materiaal plaatse van de bestaande bebouwing.
De bouwvoor die door omwerking van de top van de
(mogelijk een restant veen) is ontstaan,
is verstoord ter
19
IDDS Archeologie rapport 3022
Versie 1.3 (definitief)
°
Hoewel
niet
het
doel
van
een
verkennend
booronderzoek,
kunnen
er
toch
archeologische
indicatoren worden aangetroffen. Indien deze worden aangetroffen, dan gelden tevens de volgende
vragen: wat is de verticale en horizontale ligging van de aangetroffen indicatoren, wat is de datering
en wat is de invloed van deze vondsten op de archeologische verwachting van het plangebied? Tijdens het veldwerk zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.
e _ In hoeverte worden eventueel aanwezige archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen bodemverstorende
werkzaamheden?
De geplande werkzaamheden voor de nieuwbouw zullen geen archeologische niveaus verstoren. 41.
_ Aanbevelingen
Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat het plangebied is gelegen op afzettingen met een lage verwachting voor alle perioden. IDDS Archeologie adviseert om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen civieltechnische werkzaamheden. Bovenstaand
advies dient gecontroleerd
en beoordeeld te worden
door de bevoegde overheid, in dit
geval de Gemeente Zuidplas. Deze zal vervolgens een besluit nemen inzake de te volgen procedure. IDDS Archeologie wil meegeven dat voordat dit besluit genomen is, er niet begonnen kan worden met bodemverstorende activiteiten of activiteiten die voorbereiden op bodemverstoringen. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten
en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het onverwacht aantreffen dan
wel
het
ongezien
vernietigen
van
archeologische
waarden
bij
bouwwerkzaamheden
in
het
plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet gegarandeerd worden.
Wij wijzen u er graag op dat indien archeologische waarden worden aangetroffen, deze conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet zo spoedig mogelijk bij de minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gemeld dienen te worden. Dit kan door het invullen van het vondstmeldingsformulierop de website van de Riijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (www.cultureelerfgoed.nl) of door contact op te nemen met de InfoDesk (info@cultureelerfgoed.nl).
20
IDDS Archeologie rapport 3022
Versie 1.3 (definitief)
Literatuur (geanonimiseerd) N 7 1966: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, Wageningen. (geanonimiseerd) ME 71 2022: Moerkapelle, Kerkstraat 7 Gemeente Zuidplas Archeologisch bureauonderzoek (BO),
Transect-rapport 3894, Nieuwegein.
(geanonimiseerd) J]2006:
Locatie Van Dorp/Koster en locatie Pieter Posthof, gemeente Moerkapelle,
Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek met veldtoets, RAAP-notitie 1745.
TR010: (geanonimiseerd) mventarisatie,
beleidsadvies en verwachtmgskaart.
BAAC
Gemeente
Zuidplas,
Archeologische
Rapport V-10.0038, Den Bosch
Centraal College van Deskundigen, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1, Gouda.
(geanonimiseerd) E asemap for Delta Evolution and Palaeogeography, Útrecht.712012; Rine-euse Deta Studies’ Dgial
(geanonimiseerd) 2015: Plangebied Schapenweide VooronderZoek-een bureauonderzoek notitie 5066, Weesp.
Deltares, 2005: (hoofdkaart).
in Moerkapelle, gemeente Zuidplas; archeologisch en inventariserend veldonderzoek verkennende fase), RAAP-
Geoarcheologische kaart van de gemeente
(geanonimiseerd) N 71 2016:
Inventariserend
Veldonderzoek in de vorm
Leidschendam/Voorburg en Wassenaar
Moerkapelle,
Projectlocatie
van proefsleuven in de gemeente
4263, Amersfoort.
Schapenweide
Een
Zuidp/as, ADC-rapport
(geanonimiseerd) H2021: Moerdijkstraatbegeleiding, 11 e Moerkapelle, Zuidplas, Een archeologische Opgraving, Plangebied variant archeologische RAAP-rapport gemeente 5385, Weesp. (geanonimiseerd) n *e 005;(western E iver valey o estuary: the evoldtion of the Khine mouth n the early to middle Holöcéhe Netherlands, (geanonimiseerd)
RhineMeuse delta), Netherlands Journal of Geosciences, nr. 88-1
(geanonimiseerd) J]2024: Plan van aanpak. Raadhuisstraat Zuidplas, Noordwijk (Intern rapport, IDDS Archeologie). (geanonimiseerd) 2017: ME
Moerkapelle,
Oranjestraat
26-40
Gemeente
38 in Moerkapelle,
Zuidplas
(Z-H)
system
van
Een
gemeente
archeologisch
bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek, verkennende fase (IVO-O), Transect-rapport
1142, Nieuwegein.
(geanonimiseerd) G.G.L., JI
1959:
Aard
en
opzet
Landbouwkundig tijdschrift 71, p. 744-783.
van
het
Nederlandse
bodemclassificatie,
M(geanonimiseerd)7]G.G.L., 1965: De bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. enkele aspecten van de legendaindeling en de nomenclatuur van de kaarteenheden.
TNO-NITG, 2010: Geologische overzichtskaart van Nederland, Utrecht. (geanonimiseerd) N 7 | 1996: Geology and sedimentology of Late Atlantic sandy, wave-dominated deposits near The
Hague
(South-Holland,
sequence, Haarlem.
the Netherlands):
a reconstruction
of an early prograding
coastal
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) D 7 N 7 1 B 7 | 7]2018: Atlas van Nederland in het Holoceen.
Landschap en bewoning vanaf de laatste
ijstijd tot nu, Amsterdam.
(geanonimiseerd) E J INieuwe Geologische Kaart van Den Haag en Rijswijk, Den Haag/Rijswijk.
2
a
IDDS Archeologie rapport 3022 Versie 1.3 (definitief)
(geanonimiseerd) / N (geanonimiseerd) 7 ] 2017: Bureawonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase Rottedijk 4 in Moerkapelle, gemeente Zuidp/as, Noordwijk, IDDS Archeologie rapport 1994, Noordwijk. (geanonimiseerd) e 71 2024:
bureauonderzoek
Herenweg
en inventariserend
36 tot en
met
50,
Moerkapelle
veldonderzoek in de vorm
(gemeente
Zuidplas),
een
van een verkennend booronderzoek,
ADC-rapport 6239, Amersfoort.
Websites
archis.cultureelerfgoed.nl beeldbank.cultureelerfgoed.nl ikme.nl landschapinnederland.nl/militaire-landschapskaart https://www.odmh.nl/thema/bodem-archeologie/atlas-midden-holland/ www.ahn.nl
www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl
www.pdok.nl wwwrijnland.net/over-rijnland/erfgoed/archieven-en-collecties
www.topotijdreis.nl
22
IDDS Archeologie rapport 3022
Versie 1.3 (definitief)
Afbeeldingen Figuur 1. Het plangebied op een recente luchtfoto (PDOK)
Figuur 2. Het plangebied op de geomorfologische kaart. Figuur 3. Het plangebied op de hoogtekaart AHN. .
Figuur 4. Het plangebied op de stroomruggenkaart van (geanonimiseerd) j J Ï(geanonimiseerd) J et al 2012) Figuur 5: Ligging van
het plangebied
plangebied ligt in de rode cirkel..
ten opzichte van de getijdengeul van
Rijswijk-Zoetermeer.
.9
Het
10
Figuur 6. Het plangebied (rood omlijnd) rond 5500 voor Chr. en 1500 na Chr. Blauw is water, groen een
getijdengebied, bruin is veen en de geeltinten zijn zand
11
Figuur 8. Moerkapel(le) op de kaart uit 1815. Het plangebied is rood omlijnd
13
Figuur 7. Het plangebied op de bodemkaart. …
Figuur 9. Het plangebied in 1811-32 en net voor de bebouwing in 1960.
Figuur 10. Schematische doorsnede van het plangebied van noordwest naar zuidoost.
12
14 18
23
e
IDDS Archeologie rapport 3022
Versie 1.3 (definitief)
Lijst van afkortingen en begrippen Afkortingen
AHN
Actueel Hoogtebestand Nederland
AMZ
Archeologische Monumentenzorg
AMK Archis
ASB
AWN
BP
GHG
GLG
GPS
indet
Archeologische Monumenten
Kaart
Archeologisch Informatie Systeem
Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland
Before Present (Present = 1950)
Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand
Gemiddeld Laagste Grondwaterstand Global Positioning System ondetermineerbaar
KNA
Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie
NAP
Normaal
mv
maaïiveld (het landoppervlak) Amsterdams
Peil
PvA PVE
Plan van Aanpak Programma van Eisen
SIKB
stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer
RCE
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Verklarende woordenlijst
14C-datering
(ook wel C14-datering) Bepaling van gehalte aan radioactieve koolstof 4C van
organisch materiaal (hout, houtskool, veen, schelpen e.d.) waaruit de 14Couderdom kan worden afgeleid. Deze ouderdom wordt opgegeven in jaren vóór 1950 na Chr.
Allergd tijd antropogeen
Archis-melding artefact bioturbatie Belling tijd Boreaal
buitendijks castellum conservering couperen
crematie crevasse
dagzomen
(jaren BP) met daaraan
toegevoegd de aan de meting verbonden
mogelijke afwijking (standaarddeviatie) Korte,
relatief warme
11.000 jaar geleden
periode
uit de laatste ijstijd (Weichselien),
ca.
11.800-
Ten gevolge van menselijk handelen (door mensen veroorzaakt/gemaakt)
Elke melding bij het centraal informatiesysteem (Archis) Alle door de mens vervaardigde of gebruikte voorwerpen Verstoring van de oorspronkelijke bodemstructuur en/of transport van materiaal door plantengroei en dierenactiviteiten Korte, relatief warme 12.000 jaar geleden
periode uit de laatste ijstijd (Weichselien). ca. 13.500-
Tijdvak, onderafdeling van het Holoceen, gekarakteriseerd door een gematigd en continentaal klimaat en een bebost landschap gedomineerd door loofbomen
(datering ca. 6800-5500 voor Chr.)
Gronden die aan de rivierzijde van een dijk liggen. In het buitendijkse gebied liggen de uiterwaarden Romeins legerkamp Mate waarin grondsporen, anorganische en organische archeologische resten bewaard zijn
Het maken van één of meer verticale doorsneden door een spoor of laag om de aard, diepte, stellen
vullingen,
vorm
en
relaties met andere
fenomenen
vast te
Begraving met gecremeerd menselijk bot Doorbraakgeul door een oeverwal
Aan de oppervlakte komen, zichtbaar worden van gesteenten (met inbegrip van
zand, klei, etc.)
24
e dekzand
IDDS Archeologie rapport 3022
Versie 1.3 (definitief)
Fijnzandige
afzettingen
die onder
periglaciale omstandigheden
voornamelijk
door windwerking ontstaan zijn; de dekzanden van het Weichselien vormen in Dryas Edelmanboor Eemien
eerdgrond eolisch estuarien estuarium
fluviatiel
fluvioglaciaal gaafheid Hollandveen
Holoceen horizont humeus
grote delen van Nederland een ‘dek' (Formatie van Boxtel)
Laatste gedeelte van de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 20.000-10.000 jaar geleden
Een handboor voor bodemonderzoek
Interglaciaal tussen de voorlaatste en laatste ijstijd (Saalien en Weichselien),
ca. 130.000-120.000 jaar geleden Grond
met een
humushoudende
ontstaan door invloed van de mens
minerale bovengrond
van
meer dan 50 cm,
Door de wind gevormd, afgezet
Afgezet in een estuarium Inham aan de kust waarin met name het getijde grote invloed uitoefent op het landschap, bijvoorbeeld de Westerschelde Door rivieren gevormd, afgezet Door smeltwater (afkomstig van gletsjers) afgezet Mate van (fysieke) verstoring van de bodem, zowel in verticale zin (diepte) als in horizontale zin (omvang) Holocene formatie, ontstaan vanaf 3500 voor Chr.
Jongste geologisch tijdvak dat nog steeds voortduurt (vanaf de laatste ijstid: ca. 8800 jaar voor Chr.) Kenmerkende laag binnen de bodemvorming Organische stoffen bevattend; bestaande uit resten van planten en dieren in de bodem
ijzeroer in situ inhumatie
interstadiaal kom
IJzeroxidenhydraat, een ijzererts dat vooral in vlakke landstreken, in dalen en moerassige gebieden op geringe diepte voorkomt Achtergebleven op exact de plaats waar de laatste gebruiker het heeft gedeponeerd, weggegooid of verloren Begraving met niet gecremeerd menselijk bot Een warmere periode tijdens een ijstijd (glaciaal) Laag gebied waar na overstroming van een rivier vaak water blift staan en klei kan
kreek
bezinken
Waterweg waarbij het water vanuit zee of rivier onder invloed van het getijde inen uitstroomt
kronkelwaard
Deel van een stroomgebied omgeven — en grotendeels opgebouwd — door een meander
kwel
Door hydrostatische druk aan het oppervlakte treden van grondwater
kwelder
zie schor
laag
Een vervolgbare grondeenheid die op archeologische of geologische gronden
leem
Grondsoort die wordt gekenmerkt door een samenstelling van meer dan 50%
als eenheid
wordt onderscheiden
silt, minder dan 50% Limes
lithologie lÖss lutum meander
meanderen oeverwal
zand en minder dan 25%
klei
de noordgrens van het Romeinse rijk Wetenschap die zich bezighoudt met de beschrijving en het ontstaan van de sedimentaire gesteenten Door de wind gevormde afzetting van zeer fijnkorrelig materiaal waarvan het overgrote deel van de korrels (60-85%) kleiner is dan 0,063 mm Kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm Min of meer regelmatige lusvormige rivierbocht (van rivieren of beken) Zich bochtig door het landschap slingeren Langgerekte rug langs een rivier of kreek, ontstaan doordat bij het buiten de oevers treden van de stroom het grovere materiaal het eerst bezinkt
25
e OSL-datering
IDDS Archeologie rapport 3022
Versie 1.3 (definitief)
Dateringsmethode waarmee op grond van energieverval
wanneer een fragment direct zonlicht
oxidatie
kan worden
bepaald
kwarts (zand) voor het laatst heeft blootgestaan aan
Reactie met zuurstof (roesten/corrosie bij metalen; ‘verbranding’ bij veen)
plaggendek
Verhoogd bouwland, ontstaan door ophoging ten gevolge van bemesting.
plangebied
Gebied waarbinnen
Pleistoceen
Voor
de bemesting werden plaggen of met zand vermengde potstalmest opgebracht bedreigen
Geologisch
de realisering van de planvorming
tijdperk dat ca. 2,3 miljoen jaar geleden
het bodemarchief kan
begon.
Gedurende
deze
periode waren er sterke klimaatswisselingen van gematigd warm tot zeer koud (de vier bekende ijstijden). Na de laatste ijstijd begon het Holoceen
podzol
pollenanalyse prehistorie rivierduin Saalien schor silt
slak slik
spieker
strandvlakte strandwal
stratigrafie stroomgordel stroomrug stuwwal
terras (rivier-) vaaggronden vicus
(ca. 8800
voor Chr.) Goed ontwikkelde bodem in gebieden met veel neerslag De bestudering van fossiele stuifmeelkorrels en sporen waardoor een beeld van de vegetatiegeschiedenis gevormd kan worden. Uit de vegetatiegeschiedenis kan het klimaat worden gereconstrueerd Dat deel van de geschiedenis waarvan geen geschreven bronnen bewaard zijn gebleven Door verstuiving uit een riviervlakte hierlangs ontstaan duin (in Nederland meestal Weichselien of Vroeg Holoceen van ouderdom) Voorlaatste ijstijd, waarin het landijs tot in Nederland doordrong en de stuwwallen werden gevormd, ca. 200.000-130.000 jaar geleden Zandgrond in een getijdenwater; staat alleen onder water bij zeer hoog tij, begroeid Zeer fijn sediment met grootte 0,002-0,063 mm Steenachtig afval van metaal- of aardewerkproductie Zandgrond in een getijdenwater; staat onder water bij vloed en valt droog bij eb, kwelder onbegroeid; wad Op palen geplaatst opslaghuisje Groot vlak zandig gebied tussen twee strandwallen Langs de kust gevormde langgerekte zandrug die uitsteekt boven het gemiddelde hoogwaterniveau; geeft in Nederland de oude ligging van de kustijn weer Opeenvolging van lagen in de bodem Het geheel van rivieroeverwal- rivierbedding- en kronkelwaard-afzettingen, al dan niet met restgeul(en) Oude riviergeul die zodanig is opgehoogd met zandige afzettingen dat de rivier een nieuwe loop heeft gekregen; blijft door inklinking van de
komgebieden als een rug in het landschap liggen Door de druk van het landijs in het Saalien opgedrukte rug van scheefgestelde preglaciale sedimenten Door een rivier verlaten
en daarna
versneden
dalbodem
Minerale gronden zonder duidelijke podzol-B-horizont, zonder briklaag en zonder minerale eerdlaag Een burgerlijke nederzetting uit de Romeinse tijd met een stedelijk karakter maar zonder stadsrechten
vindplaats
Weichselien zavel
Ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt Geologische periode (laatste ijstijd, waarin het landijs Nederland niet bereikte), ca. 120.000-10.000 jaar geleden Grondsoort die tussen 8 en 25% Iutum (kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm) bevat
zeldzaamheid
Mate waarin een bepaald type monument schaars is (of is geworden) voor een periode of in een gebied
2
Bijlage 1: Topografische kaart 00
oo
T
T
7
T
cIJ
rm
mm
T
T
T
r
T
T
T
8
Jé
#
8
zoetermeer
SL#
T.
JÈ8
S
JÈ
s
1
EL
J8
5E
-8
2
8
&
3
=N
8
S
Ó)
&
o
Em
3
n
e
ET
oo
e
|
n
n
n
EI
07
ET
rm
/8
n
f
i
a
e
aa
kaart TopoPius. ® SPOTinto
|3
f
rm
Legenda
D Plangeties
&
o
o
126
VGmendiseress
EOEA
oo
Feeineen
e
e
n
mogeljk
Project:
A5576 Beatrixlaan 3, Moerkapelle
Auteur AKO Formaat: A4
_ OM:
Schaal:_1:40.000 Datum:
_08-08-2024
5628904100
|g
©
Bijlage 2: ARCHIS informatie 30000
kaart
E
75 0
0750
Legenda
_ Verwachting en beleid - Zuidplas waarde 3 Verwachting en beleid - Zuidplas waarde 2
[L] onderzoeksmeidingen ©
vondstiocaties
©
vondstmeldingen
s Grwendiisewer37 2201 G
|
Neerdik
ASStbontkkelen
2200AC
To71-4028586
Project:
mogeljk A5576 Beatrixlaan 3, Moerkapelie
Auteur:
AKO
_ OM:
Formaat: A4
Schaal: Datum:
1:5.000 _08-08-2024
5628904100
Noordwik
toeisden
Bijlage 3: Boorlocatiekaart EE
Em
T
T
5
3E
DoS
z
)
Ù 7
4
n p c
n
n
i
_
8
p
e
_
10 ES H
3
17 W}
3
M
E
Em
Legenda
D plangebied ©
boring
ETE
o
Poats 126
2201 C2Noorónik
itoeidden
S Gmendkksewen3?
IDDS £
|2700 AC Noordwik TO
4028586
Project:
A5576 Beatrixlaan 3, Moerkapelie
Auteur:
AKO
Formaat:
A4
_ OM:
Schaal:
1:600
Datum:
04-10-2024
5628904100
Pagina 1/2 Bijlage 4: Boorbeschrijvingen
Boring:
Boring:
1
2
1482024
1402024
1482024
9054782
061232
9957000
110488
46104873
48102407
385
298
36
g
e
Zand matig . g, bge. Opseerat,
matig
Zend matg H.
a ubTece
s boge Opoers.
K
malg
anees,
K
i
a
K atg stg, zvak tumeus, gbrin
Gorkeri
stig
l
zeak
donder
f
brangr,kale
X
wiozt
SE
epxiels schalen, a
g,
1e
Zand matig .
(uweee
Douenser
bonoor
maig
aness,
10
siig.
matig
K watg o matg humeus,Brin, K
ES'
ZE
3
E
Gubece
Veen
zande
g,
a
dk
Zand matig , maig Sit, matg huneus Gooker b
o……… n \eibneee Kb-
atg
K
s
anese,
K. wert s spkkel zenapen,
matig
sitg, velge Opseeradt,
siig
a
dorkeroe,
g,
a
K ient 88 maig schephoudend, 9i
a
Zana wret in, i. zest scrlphoudend,
Zeoa e
I.
p
eon
s vats Schlpposdend,
iest gij
250 m
wtest r
scnelpeniaag egen, aa
aa Ip, sits, rsie scriphouderd,
Welager,
w
wiet g
oesntekken
t
25
E
«
a
, maig s lesges sehapen, schpjes,
Projectcode: A5577-01 Projectnaa Moerkapelle, Raadhuisstraat 38 (Rehobothschool)
i
soen
a
Voan
bran
g,
Ioo
mai
amort
Pagina 2/2 Bijlage 4: Boorbeschrijvingen
Boring:
4
x
9985127
oos1e1r
Datam:
1482024
Y
Hoogte(MNAP:
Boring:
5 1402024
460837
45100726
_
-387
372
o9
g
om
Zand matig .
a
matig
_ tegel Zend
mat p
m
sitg, velge Opseeradt,
ubece
s boge Opoers.
(uweee
Zand mati
#
l
s
ST
humeus,
humeus,
donker
orrun:
Kaij
Gubreee
D
20
n
Opgebraeh,
Zand matig ,
matg
s
2o
gaehouders
heness
Gez a
ziig,
anese,
zuak
goser a
g boowoor
K a
ient
Zand otrst
i.
a
serk
i.
T
atg
zeat
a
K atg g, a tumeus, gbrun Wenig govekt i. a
K
s86,
9E
n
oierst
scrihoudend, gr. e schepen n G Iop e
iert g,
z
schaprosend. 9. de top v seheen, a
In
Z viert I wtet S. maeg Sehelrosend, g Kllagee t ziitsar w voeanr k
Z
a
sg,
g,
K
k
iA.
Ui
dg,
9
Vel
a
Projectcode: A5577-01 Projectnaam: Moerkapelle, Raadhuisstraat 38 (Rehobothschool)
Legenda (conform NEN 5104) ind Grind, sitig
Grind, zwak zandig
EA
4
Klei, zwak siltig
ZI
Klei, matig sitig
Grind, matig zandig
V/////Á
Klei, terk siltig
Grind, sterk zandig
V////Á
Klei, uitorst siltig
Grind, uiterst zandig
booosd]
Klei, zwak zandig
Klei, matig zandig
zand
Zand, kleiig
e
|
D
Klei, sterk zandig
Zand, zwak siltig
EN
Zand, matig sitig
!
Leom, zwak zandig
EE |
Zand, sterk siltig
w
Leem, sterk zandig
EESN
Zand, uiterst iltig
z
Veen, mineraalarm
Veon, zwak kleiig
geengeur
©
zwakke geur
$
matige geur
©
sterkegeur
@
uiterstegeur
zeng
5 geen olie-water reactie zwakke
ste
uiterste
olie-water
reactie
ter
„water reactie
olie-water
reactie
p.i.d.-waarde
eos
>0 ” >10 >100 >1000 n
H geersmene
overige toevoegingen
L
O
1
zwak
humeus
LI
matig humeus
LB
sterk
Veen, sterk kleiig
L
E
Veen, zwak zandig
LB
Ë
Veen, sterk zandig
Ì
humeus
zwak grindig
| nm onwer overig >
4
bijzonder bestanddeel
_ Gemiddeld hoogste grondwaterstand
%
grondwaterstand
#
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
matig grindig water
terk grindig
Legenda afkortingen Archeologische Boorbeschrijving (conform ASB 2008) Percentages en Mediaan
Bodemhorizont
| 63105 um Zeer fijn 105-150 um Matigfijn | 150:210 um Matiggrof | 210-300 um Zeergrof | 300-420 um Uiterstgrof | 420-2000 um
BHA
Klasse Uiterstfijn
Zandmediaan
Nieuwvormingen (1=spoor, 2=weinig, 3=veel) Afkorting | Nieuwvormingen FEC
IJzerconcreties
FFC
Fosfaatconcreties
FOV
Fosfaatvlekken
MNC
Mangaanconcreties
VIV
Vivianiet
ROV
Roestvlekken
VKZ ZAV
Verkiezeling Zandverkittingen
Bodemkundige interpretaties 'Code | Bodemkundige
Code
| Bodemhorizont
|
A-horizont
| Omschrijving Minerale
bovengrond Overgangshorizont Overgangshorizont Overgangshorizont Inspoelingshorizont Overgangshorizont Uitgangsmateriaal Uitspoelingshorizont Overgangshorizont Strooisellaag Vast gesteente
BHAB | AB-horizont BHAC | AC-horizont BHAE | AE-horizont BHB _ | B-horizont BHBC | BH-horizont BHC | C-horizont BHE _ | E-horizont BHEB | EB-horizont BHO | O-horizont BHR_ | Rchorizont
Sedimentaire karakteristiek, laaggrens Afkorting | Afmeting Klasse overgangszone
BDI
230-<10,00m
| Bodem
BOV
| Bouwvoor
ESG GLE
| Esgrond | Gleyhorizont
BGE
20,3-<3,00m
BSE
<0,3cm
scherp Kalkgehalte
'Code | Kalkgehalte |
Kalkloos
HIN | Humusinspoeling INH _ [ Inspoelingshorizont
CA2
|
Kalkarm
CA3
| kalkrijk
KBR_|
Archeologische indicatoren (1=spoor, 2=weinig, 3=veel) Code | Omschrijving AWE _ | Aardewerkfragmenten
|
Katteklei
Klei, brokkelig
LOO
| Loodzand
MOE
| Moedermateriaal
OMG | Omgewerkte grond OPG | Opgebrachte grond OXR | Oxidatie-reductiegrens POD
RYP_
TKL TRP_ UIT VEN
VNG VRG
| Podzol
| Gerijpt
| | | |
Top kalkloos Terpaarde Uitspoelingshorizont Vegetatieniveau
| Gelaagd vegetatieniveau | Vergraven
Basis geleidelijk Basis
CA1
KAT
Basis diffuus
interpretaties
BOD
|
BST
|
GLS
Baksteen [Glas
HKB
|
HKS
| Houtskoolspikkels
OXBO
| Onverbrand
'OXBV
| Verbrand
MXX_
Houtskoolbrokken | Metaal
SGK __ | Gebroken SLA SVU SXX_
bot
bot kwarts
_ | Slakken/sintels | Vuursteen | Natuursteen
VKL
_ [ Verbrande
VSR_
| Visresten
klei
Bijlage 5: Periodentabel
:
1000
1500 J
2000 +
3000 4
4000 +
150270
70150
5000 À
12 voor Chr-
7013
Chr.
2870
Ch:
2570 12 voorChr-
6000 J 7000 J
9000
4
10000
J
1500
Ì
20000
+
KWART
250-12
voor
h
300-289
voor Chr
300-500
voor
4100400 voor
h
Chr
480-4400
voor
1809-1100
voor C
Chr.
1809-1500 voor C 2000-4800
voor
C
7100-4450
voor
Ch
800.7400
voor Chr.
2000 1
4000 -
50000 J
75000 J
10000 J
1250001 150000
1
200000
+
38:000-8800 voor Chr.
18 000-2800 voor C 3800018000 voor r
20000 À
300.000.35000 voor Ch. < 300009 voor Chr.