CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Geanonimiseerd Bijlage 18 Bijlage 6 Archeologisch onderzoek A24.002036

Gemeenteraad 10 december 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Nota van uitgangspunten Keijzerschool en Rehobothschool8.972 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

M

maakt ontwikkelen mogelijk Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase

Raadhuisstraat 38, Moerkapelle Gemeente Zuidplas IDDS Archeologie rapport 3022

Colofon

Projectnummer OM-nummer In opdracht van

A5577 5629933100 Gemeente Zuidplas

(geanonimiseerd) n 7 1

Auteur

Redactie Versie Status

(geanonimiseerd) M | 13 definitief

Goedkeuring

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) |

Gemeente Zuidplas

04-10-2024

© IDDS Archeologie Noordwijk, oktober 2024 ISSN

2212-9650

A reten veotehotan. Net i ze schalke ostning vin de gove

i

g

worden vervedreuig eitopenbar

IDDS Ruimte & Ontwikkeling B.V. 's-Gravendijckseweg 37

2201 CZ Noordwijk IDDS.nl

| Postbus 126

gemast de

2200 AC Noordwijk

info@idds.nl 071

- 402

8586

e

| KvK:

BTW:

IBAN:

vn ,

lkope,

e

o op wee

arder

09157054

NL 815255172 B01 NL21

RABO

0364

6212

22

wijze n

oh

zende

oerstgaande

IDDS Archeologie rapport 3022

Versie 1.3 (definitief)

SAMENVATTING:

IDDS Archeologie heeft in augustus 2024 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend

veldonderzoek

gemeente

(IVO),

Zuidplas.

verkennende

fase,

uitgevoerd

De doel- en vraagstelling

van

aan

de

Raadhuisstraat

het bureauonderzoek

gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. veldonderzoek wordt deze verwachting getoetst en zo nodig aangevuld.

38

in

Moerkapelle,

is het opstellen van

Met

een

het _ inventariserend

Het plangebied ligt op de rand van de stroomrug van Zuidplas, waarop resten uit het Mesolithicum en

Neolithicum mogen worden verwacht. Deze resten liggen echter dieper dan de verstoringsdiepte, met uitzondering

van

de heipalen,

namelijk

op ten

minste

-8 m NAP

stroomrug kunnen bestaan uit houtskool, (vuur)stenen aardewerk, mogelijk in een humeuze cultuurlaag.

afslagen

(circa 4,5 m

en

-mv).

artefacten

en

Resten

op de

handgevormd

Voor de opvolgende perioden geldt een lage verwachting vanwege de ligging in een getijdengebied en vanaf de Bronstijd in een veengebied. Voor het veen geldt een lage verwachting, tenzij er sprake is van een veraard niveau wat wijst op een begaanbaar oppervlak. In dat geval kan de verwachting worden bijgesteld naar middelhoog tot hoog en worden onder andere resten van houtbouw verwacht, greppels voor afwatering en erfresten waaronder afvalkuilen. Het is mogelijk dat het veen (vrijwel) volledig is verdwenen in het plangebied, zoals bij enkele bodemonderzoeken in en om Moerkapelle is aangetoond. In dat geval geldt een lage verwachting.

Pas vanaf de ontginning van het gebied in de Middeleeuwen-Nieuwe tijd lijkt het gebied weer gebruikt te worden door de mens. Het plangebied ligt op de historische kaarten vanaf het begin van de 17° eeuw tot en met de eerste helft van de 20° eeuw in een gebied dat uitsluitend agrarisch gebruikt is. Voor dit niveau geldt een lage verwachting.

Tijdens het veldwerk is gebleken dat binnen de maximale onderzoeksdiepte van 6 m -mv (-9,7 m NAP) geen stroomrug aanwezig is. Indien de afzettingen dieper aanwezig zijn, bevinden ze zich op een niet te onderzoeken diepte, waarmee de archeologische waarde ook niet kan worden vastgesteld. De ondergrond bestond oorspronkelijk uit veen, dat echter sterk geërodeerd is door de getijdengeul van Rijswijk-Zoetermeer in het Mesolithicum en Neolithicum. Daarover s een dik pakket getijdenafzettingen gevormd in het Neolithicum, tot de kust zich sloot. Vanwege de natte omstandigheden in de getijdengeul geldt een zeer lage verwachting voor archeologische resten. De getijdenafzettingen waren bedekt met een veenpakket dat echter in de Late Middeleeuwen — Nieuwe tjd volledig is afgegraven, waardoor ook eventuele archeologische resten zijn verdwenen. De bouwvoor die door omwerking van de top van de getijdenafzettingen met humeus materiaal (mogelijk een restant veen) is ontstaan, is verstoord ter plaatse van de bestaande bebouwing. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat het plangebied is gelegen op afzettingen met een lage verwachting voor alle perioden. IDDS Archeologie adviseert om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen

civie!technische werkzaamheden.

|E

ä

IDDS Archeologie rapport 3022

Versie 1.3 (definitief)

INHOUDSOPGAVE:

ADMINISTRATIEVE 1.

_

GEGEVENS

VAN

HET

PLANGEBIED...

INLEIDING.

1.1.

Onderzoekskader

1.2.

Doel en vraagstellingen van het onderzoek

1.3. 2.

Ligging van het plangebie: _

BUREAUONDERZOEK

21.

Werkwijze

2.3.

Archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarde

22.

Geologie, geomorfologie en bodem

24.

Historische

25.

situatie..

Huidig landgebruik

26.

Mogelijke verstoringen

27. 3.

…

Gespecificeerd verwachtingsmodel _

VELDONDERZOEK..

3.1.

Onderzoekshypothese en onderzoeksopzet .

33.

Resultate

32.

Werkwijze

3.4.

_ Interpretatie

4.

_

4.1.

CONCLUSIE

EN

AANBEVELINGEN.

Aanbevelingen…

LITERATUUR... AFBEELDINGEN LIJST

VAN

AFKORTINGEN

BIJLAGEN

napoND=

Topografische kaart

Archis-informatie Boorlocatiekaart

Boorbeschrijvingen Periodentabe!

EN

BEGRIPPEN

…

IDDS Archeologie rapport 3022

Versie 1.3 (definitief)

Administratieve gegevens van het plangebied

Toponiem Onderzoekmeldingsnummer Plaats Gemeente Kadastrale aanduiding Provincie Coördinaten

Centrum

Hoekpunten

Raadhuisstraat 38 5629933100 Moerkapelle Zuidplas Moerkapelle B 499 Zuid-Holland 99.580/451.025

99.614/451.056 (NO) 99.622/451.005 (ZO) 99.546/450.992 (ZW)

CMA/AMK-status Archis-monumentnummer Oppervlakte plangebied Maaiveldhoogte Grondwatertrap/-stand Onderzoekskader Uitvoerder

99.542/451.044 (NW)

Geen nca. 3.950 m? -3,7 m NAP 1,0-1,5 m -mv ( m NAP) Omgevingsvergunning IDDS Archeologie(geanonimiseerd) Contactperoon: e J | Postbus

126

2200 AC Tel:

Em Bevoegde overheid

Noordwijk (ZH)

071-4028586

(geanonimiseerd) e J OOO

|

Gemeente Zuidplas VROM

Contactpersoon: Postbus

mevr. H. Fawzi

100

2910 AC Nieuwerkerk aan de ljssel E-mail: hfawzi@zuidplas.nl

Adviseur van de bevoegde overheid | Omgevingsdienst Midden-Holland (geanonimiseerd) Contactpersoon: EN J I Postbus

45

2800 AA Gouda Tel: 088-5450363

Em Beheer en plaats van documentatie

Uitvoeringsdatum veldwerk

(geanonimiseerd) e L __

| IDDS Archeologie, Noordwijk

14 augustus 2024

|

(

IDDS Archeologie rapport 3022 Versie 1.3 (definitief)

1.

Inleiding

1.1.

_ Onderzoekskader

In opdracht van de gemeente Zuidplas heeft IDDS Archeologie in augustus 2024 een archeologisch

bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de

Raadhuisstraat 38 in Moerkapelle, gemeente Zuidplas. De aanleiding voor dit onderzoek is de geplande sloop van de huidige bebouwing

bodemverstoring

en de nieuwbouw

die hierdoor optreedt is vooralsnog

van woningen

onbekend,

op het perceel.

De diepte van de

waardoor wordt uitgegaan

van een

maximale diepte van 2,0 m -mv, exclusiefde heipalen. De nieuwbouw zal naar verwachting niet worden onderkelderd.

Op

de

Parapluherziening

Archeologie

(vastgesteld

06-03-2018),

onderdeel

van

het omgevingsplan

gemeente Zuidplas, ligt het westen van het plangebied in een zone met Waarde — Archeologie - 3.

Archeologisch onderzoek is noodzakelijk voor bodemingrepen, inclusief heien, die groter zijn dan 1000

m? en dieper reiken dan 3,0 m -mv. Deze vrijstellingsgrenzen worden met de geplande ontwikkeling overschreden vanwege het onderheien. 1.2. De

_ Doel- en vraagstellingen van het onderzoek doelstelling

van

het bureauonderzoek

verwachting voor het plangebied. verwachte

archeologische

is het opstellen

van

een

gespecificeerde

archeologische

doel

Dit gebeurt aan de hand van bestaande bronnen over bekende en

waarden

binnen

het

plangebied.

Het

van

het

inventariserend

in de vormeenheden

van

het landschap

in het plangebied,

voor zover deze

veldonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de gespecificeerde verwachting.

wordt inzicht verkregen

Daarnaast

vormeenheden van invloed kunnen zijn geweest op de bruikbaarheid van de locatie door de mens in het verleden. Op basis van de resultaten van het onderzoek kunnen kansarme zones van het plangebied

worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd voor behoud of voor vervolgonderzoek. Om deze doelstelling te kunnen realiseren, wordt op de volgende vragen een antwoord gegeven: e

°

e e °

°

Wat is de fysiek-landschappelijke ligging van de locatie? Hoe

is de

bodemopbouw

beschouwen?

in het

plangebied

en

in welke

mate

is deze

nog

als

intact

te

Bevinden zich archeologisch relevante afzettingen in het plangebied? Zo ja, op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP? Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied en wordt deze bij het veldonderzoek bevestigd? Hoewel

niet het doel van

een

verkennend

booronderzoek,

kunnen

er toch

archeologische

indicatoren worden aangetroffen. Indien deze worden aangetroffen, dan gelden tevens de volgende vragen: wat is de verticale en horizontale ligging van de aangetroffen indicatoren, wat is de datering en wat is de invloed van deze vondsten op de archeologische verwachting van het plangebied? In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen bodemverstorende werkzaamheden?

Het archeologisch bureauonderzoek en het inventariserend veldonderzoek zijn uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 (Centraal College van Deskundigen 2018), (geanonimiseerd) en het door de gemeente goedgekeurde Plan van Aanpak (PvA: N J | 2024). Voor de n dit rapport gebruikte geologische en archeologische tijdsaanduidingen wordt verwezen naar Bijlage 5. Afkortingen en enkele vaktermen worden achterin dit rapport uitgelegd (zie lijst van afkortingen en begrippen).

IDDS Archeologie rapport 3022

Versie 1.3 (definitief)

1.3.

_ Ligging van het plangebied

De ligging van het (her) in te richten gebied, ofwel het plangebied, is weergegeven

in Bijlage 1. Het

plangebied ligt aan de Raadhuisstraat 38 in Moerkapelle. Het plangebied wordt in het noorden begrensd

door de Raadhuisstraat, in het oosten en zuiden door het Rehobothplantsoen en de daaraan gelegen bebouwing

en in het westen door de Nassaustraat.

Het plangebied

heeft een oppervlakte van circa

3.950 m? en een gemiddelde maaiveldhoogte van -3,7 m NAP. De exacte ligging en contouren van het plangebied zijn nader weergegeven Om

in Bijlage 3 en Figuur 1.

tot een gespecificeerde verwachting voor het plangebied te komen, is niet alleen gekeken

naar

bekende gegevens over het plangebied zelf maar ook naar de omgeving. Voor het totale onderzochte

gebied,

oftewel

het onderzoeksgebied,

is als begrenzing

een

straal van

circa 500

m rondom

het

plangebied gekozen. De straal van 500 m is dusdanig gekozen dat een goed beeld van het landschap

en de reeds uitgevoerde onderzoeken in de omgeving wordt verkregen. Legenda plangebied

Figuur 1. Het plangebied op een recente luchtfoto (PDOK).

IDDS Archeologie rapport 3022

Versie 1.3 (definitief)

2.

Bureauonderzoek

21.

Werkwijze

Bij het bureauonderzoek

zijn gegevens

verzamel Id over bekende

of verwachte

bouwhistorische waarden binnen het onderzoeksgebied. Onderstaande bronnen

archeologische

n geraadpleegd:

Huidige en toekomstige situatie Actuele topografische kaart Recente luchtfoto (PDOK)

Opdrachtgever KLIC

(Riijks)monumenten (via Archis)

Geen (Rijks)monumenten aanwezig

Historische situatie en mogelijke verstoringen Kaart van het Hoogheemraadschap van Rijnland uit 1615 (wwwrijnland.net)

Kadastraal minuutplan 1811-1832

(beeldbank.cuitureelerfgoed.nl} Diverse topografische kaarten uit het einde van de 19° en de

20° eeuw

(topotijdreis.nl)

Bouw-/constructietekeningen van de te slopen bouwwerken Bodemloket

Aangeleverd door de opdrachtgever

(www.bodemioket.nl) voor informatie over tanks,

saneringen, ontgrondingen Milieukundig bodemonderzoek

Niet beschikbaar (wordt tegelijk met het archeologisch

onderzoek uitgevoerd} Militair erfgoed Militaire landschapskaart

(rce webgispublisher.nl)

Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (ikme.nl) Archeologie en bouwhistorie Archeologisch Informatie Systeem (Archis;

archiscultureelerfgoed.nl} Archeologische Monumenten Kaart (AMK: via Archis) Verwachtingskaart van de gemeente Zuidplas

(https://www-odmh.nllthema/bodem-archeologiefatlasmidden-holland/)

Bodemkaarten, geomorfolo he kaarten en hoogtekaarten Atlas van Nederland in het Holoceen J(geanonimiseerd) J et al. 2018) Rijswijk J J Jet al. 2007) en Leidschendam (Deltares) (geanonimiseerd)

Paleo-geografische kaarten Bodemkaart van Nederland (BRO:

via Archis)

Grondwatertrappenkaart (ww.dinoloket.nl) Geomorfologische kaart van Nederland (BRO: via Archis)

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN; www.ahn.nl) Stroomruggenkaart van het Nederlands rivierengebied (geanonimiseerd)Ietal. 2012) LT DINOloket

(www.dinolgket.nl)

Archieven, heemkundekringen, amateurarcheologen, overige informatie

Archieven Niet geraadpleegd Amateurarcheologen, gebiedsgerichte specialisten, depots _ Niet geraadpleegd Onderzoeksrapporten en achtergronditeratuur

Zie literatuurlijst

en

IDDS Archeologie rapport 3022 Versie 1.3 (definitief)

22.

Geologie, geomorfologie en bodem

2.2.1.

Ontstaansgeschiedenis landschap

Het plangebied bevindt zich in de overgangszone tussen het Midden-Nederlandse rivierengebied en het

westelijke perimariene getijdengebied. In de diepe ondergrond van het plangebied (vanaf 7 tot 8 m onder het huidige maaiveld) komen Pleistocene rivierafzettingen voor, afgezet tijdens de laatste ijstijd (het Weichselien, 120.000 tot 11.650 jaar geleden) die gerekend worden tot de Formatie van Kreftenheye. Door de opwarming in de periode na het Weichselien, vanaf het begin van het Holoceen (vanaf circa 10.000

jaar geleden),

begonnen

de

ijskappen

te smelten

en

begon

de

zeespiegel

te stijgen.

De

hoeveelheid vegetatie nam sne! toe, waardoorde afvoer van de rivieren regelmatiger werd. Deze kregen hierdoor weer een meer meanderend patroon en zetten tijdens overstromingen klei af op oevers en overstromingsvlaktes (Formatie van Echteld; De Mulder et al. 2003). Tijdens de snelle zeespiegelstijging ontwikkelden zich direct ten westen van de huidige kustlijn de eerste strandwallen, waarachter onder rustige en natte omstandigheden grote broek- en bosveengebieden ontstonden (het Hollandveen Laagpakket van de Formatie van Nieuwkoop; De Mulder et al. 2003). Het veengebied werd doorsneden door verschillende rivierlopen. Deze rivierlopen hebben zich binnen dit gebied verschillende keren verlegd, waarbij zich verschillende stroomgordels hebben ontwikkeld. Door de klink van het veenpakket lagen deze stroomgordels relatief hoog in het landschap, waardoor ze gunstig waren voor bewoning. De veenvorming duurde voort tot aan de Late Middeleeuwen. Tussen ongeveer 1000 en 1300 na Chr. werd het veengebied ontgonnen. Hierbij werden vanaf een ontginningsas, een weg of een vaart, langgerekte percelen aangelegd. Dit type ontginning staat bekend als cope-ontginning. Rondom Moerkapelle zijn de Wilde Veenen ontgonnen, die daardoor veranderden in een plassengebied. De Moerse Zijde, die de Wilde Veenen scheidde van de polders van Zevenhuizen, bleef hierbij onaangetast.

Langs de Moerse Zijde liep de Moerse vaart. Rond 1400 ontstond de dorpskern van Moerkapelle met waarschijnlijk kort daarna de bouw van een kapel bij het Moer (een moeras). In 1655 werd het plassengebied drooggemaakt, waarna het gebied in gebruik werd genomen voor landbouw.

Figuur 2. Het plangebied op de geomorfologische kaart.

IDDS Archeologie rapport 3022

Versie 1.3 (definitief)

Legenda

O »tengetied L AHN B

mNAP

M

363

a

152

Legenda

D ptengebie Zuidplas

(geanonimiseerd) 7 (geanonimiseerd)]etal 2012). Figuur 4. Het plangebied op de stroomruggenkaart van N

IDDS Archeologie rapport 3022 Versie 1.3 (definitief)

22.2. Geomorfologie en geologie Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied in een bebouwd gebied, waardoor het geen eenheid is toegekend. Op basis van de eenheden rondom de bebouwde kom, mag worden aangenomen dat het plangebied ligt in een vlakte van getij-afzettingen (Figuur 2). Het plangebied heeft een gemiddelde maaiveldhoogte van -3,6 m NAP (Figuur 3). Deze hoogte komt overeen met de historische kern van Moerkapelle, die met name de Dorpsstraat ten westen van het plangebied en de Moerdijkstraat ten zuiden van het plangebied omvat.

Figuur 5: Ligging van het plangebied ten opzichte van de gefijdengeul van Rijswijk-Zoetermeer.

plangebied ligt in de rode cirkel.

Het

In de ondergrond is de Zuidplas stroomrug aanwezig. Deze geul was actief tussen 7100-6400 calBP (circa 6000-5300 voor Chr. — Laat Mesolithicum) en er zijn (nog) geen archeologische resten op bekend, mede vanwege de diepe ligging. De zandafzettingen zijn aangetroffen vanaf -8 m NAP en liggen (geanonimiseerd) daarmee op 4 m -mv en dieper B J Jet al. 2012). Het s niet waarschijnlijk dat deze afzettingen worden verstoord door de nieuwbouw, met uitzondering van heipalen.

Op de paleo-geologische kaarten van Rijswijk NJ](geanonimiseerd) et al. 2007) en Leidschendam Moerkapelle aan het uiteinde van een getijdengeu

(Deltares) ligt

(geanonimiseerd) interpreteert de geul als omvangrijker, waarbij

10

IDDS Archeologie rapport 3022 Versie 1.3 (definitief)

ten noorden

van het plangebied

en de kern van

Moerkapelle

nog een omvangrijk deel van de geul

aanwezig is (geanonimiseerd) B J Jet al. 2009, van der Valk 1996). Het plangebied zou rond 5500 BP (3500 voor Chr.) (geanonimiseerd) nog sterk onder de invloed van de getijdenwerking van deze geu! liggen (Figuur 6, [J]et al. 2018).

Circa 500 jaar later is de geul volledig verdwenen door het sluiten van de kust met strandwallen. Het gebied verveent en vanaf de reconstructie uit 4500 BP (2500 voor Chr.) tot de ontginning in de Middeleeuwen-Nieuwe tijd ligt het plangebied in een uitgestrekt veengebied.

5500

voor Chr.

/

1500

na Ch

Figuur 6. Het plangebied (rood omlijnd) rond 5500 voor Chr. en 1500 na Chr. Blauwis water, groen een getijdengebied, bruin is veen en de geeltinten zijn zand. In Moerkapelle zijn enkele diepe boringen gezet waaruit de bodemopbouw duidelijk wordt (dinoloket.nl).

Circa 90 m ten westen van het plangebied, aan de Raadhuisstraat 201, bestaat de bovengrond uit een

meter kleiige afzettingen van het Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk), waarna Hollandveen (Formatie van Nieuwkoop) over een dikte van 3,5 m aanwezig is. In de diepere ondergrond, tussen 4,5 en 7,5 m -mv, is het Laagpakket van Wormer (Formatie van Naaldwijk) aanwezig, dat vervolgens op 7,5 m — mv (-9,5 m NAP) overgaat in de Formatie van Echteld, die vermoedelijk de stroomrug betreft. Ter plaatse van de hoek Moerdijkstraat - Moerdijk, circa 150 m ten zuidwesten van het plangebied, is

een boring gezet tot ruim -10 m NAP:. Deze boring die midden op de stroomrug ligt, bestaat vanaf het maaiveld uit veen (-4,4 m NAP tot -6,8 m NAP) op zandige klei met een humeuze top van 60 cm. Deze afzettingen zijn geïnterpreteerd als Laagpakket van Wormer. De stroomrug zou dan dieper moeten liggen.

Twee boringen? ten noordwesten van het plangebied, aan de Akkerweg, laten weer een ander beeld

van de bovengrond zien. Hier is de bovengrond veel kleiiger en is pas veen aanwezig op 5,6 m diepte. Deze boringen liggen niet ter plaatse van de stroomrug. Hieruit mag geconcludeerd worden dat de ondergrond plaatselijk varieert door de natuurlijke variaties in het getijdenlandschap en door de middeleeuwse ontginningen waarbij veen werd afgegraven.

’ DINO-boring B30H0032 2 DINO-boring B30H0469 ? DINO-boringen B30H3958 (tot 3,0 m mv) en B30HOS78 (tot 6,0 m -mv)

11

IDDS Archeologie rapport 3022

Versie 1.3 (definitief)

Legenda

D »tangetiea Mn25A

kalkrijke

poldervaaggrond G

= (lichte klei)

kalkrijke poldervaaggrond

In35A

N

kalkrijke poldervaaggrond Geee)

Bover|land

pMn85A kalkrijkt

RIS

leek-/woudeerdgronden

—(klei)

e

n

Figuur 7. Het plangebied op de bodemkaart. 2.2.3.

/î

}

Bodem

Het plangebied

ligt op de bodemkaart in een gebied

(Figuur 7). In de omgeving ontwikkelde

bodems,

vaak

met kalkrijke poldervaaggronden

met lichte klei

is nog een variatie met zware zavel. Poldervaaggronden zijn nauwelijks

vanwege

de

beperkte

ouderdom

van

de

afzettingen,

met

roestvorming

binnen 0,5 m -my. Het profielverloop 5 geeft aan dat het homogene gronden zijn, die over het algemeen (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) worden beschouwd als goede landbouwgrond B J 1 1965, (geanonimiseerd) NNN J ] 1966). 2.3.

_ Archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden

Binnen het plangebied zijn geen terreinen aanwezig die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK)

als waardevol staan aangegeven.

onderzoeken uitgevoerd. waarden aanwezig.

Ook zijn er geen waarnemingen en vondsten gemeld en geen eerdere

In het plangebied zijn voor zover bekend geen ondergrondse bouwhistorische

Op de gemeentelijke verwachtingenkaart ligt het plangebied n een gebied met een hoge verwachting

voor resten dieper dan 3 m -mv. Deze verwachting is gebaseerd op de aanwezigheid van een stroomrug in de ondergrond. In en rondom het centrum van Moerkapelle bevinden zich enkele onderzoeken en vondstmeldingen,

waarvan

veruit het merendeel

aan de Dorpsstraat

is uitgevoerd

onderzoek bestaat uit drie losse locaties rondom de kerk:

(bijlage 2). Het meest

grootschalige

aan de Dorpstraat 29, ten zuiden van de

Moerdijksestraat, een tweede op de noordelijke hoek van de Dorpstraat met de Moerdijksestraat en net ten noorden daarvan aan het Pieter Posthof, (geanonimiseerd) B J ]2006, Archis-nr. 2122891100). De zuidelijke locatie bevat tot de top van het veen met name verstoorde lagen en een bewoningslaag uit de 18°-19° eeuw.

Op de noordelijke locaties zijn vanaf 0,5 m

-mv een oude

bewoningslaag

uit de 17°-19° eeuw en

funderingsresten aanwezig. Op basis van het historisch onderzoek werd oudere bewoning geacht. Het geadviseerde vervolgonderzoek op deze locatie is echter nooit uitgevoerd.

mogelijk

12

IDDS Archeologie rapport 3022

Versie 1.3 (definitief)

Wel is direct ernaast, aan de Moerdijksestraat 11 op circa 140 m ten westen van het plangebied, een (geanonimiseerd) begeleiding uitgevoerd ( J 12021, Archis-nr. 4926164100).

Dit onderzoek was van

beperkte

omvang en heeft alleen resten van bebouwing en ophogingslagen uit de 17°-19° eeuw opgeleverd.

Op de hoek van het Raadhuisplein met de Dorpsstraat is een bureauonderzoek uitgevoerd, waarvan de resultaten niet zijn gepubliceerd (Archis-nr. 2340846100). Aan

de Oranjestraat 26-40,

in het zuidoosten

van het centrum,

is een

bureau- en booronderzoek

uitgevoerd f(geanonimiseerd) J ]2017, Archis-nr. 4027306100). De ondergrond blijkt verstoord tot 3 m -mv, waardoor de verwachting voor resten vanaf het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd komt te vervallen.

Aan de westzijde van de Dorpsstraat zijn vier onderzoeken uitgevoerd en is een vondstmelding gedaan.

De vondstmelding bestaat uit de inhoud van enkele 18°-eeuwse beerputten die bij niet-archeologische graafwerkzaamheden aan de Dorpsstraat 25-31 zijn aangetroffen (Archis-nr. 3251845100).

Aan de Kerkstraat 7 is een bureauonderzoek uitgevoerd W(geanonimiseerd) J r 2022, Archis-nr. 5163737100). Voor

het terrein geldt een hoge verwachting voor resten vanaf het Mesolithicum en met name voor resten uit de Middeleeuwen-Nieuwe tjd. Het geadviseerde booronderzoek is echter nooit uitgevoerd.

Aan de Kerkstraat 10a-12, tegenover de kerk, is in 2007 een booronderzoek uitgevoerd, rapportage is niet gepubliceerd n Archis of DANS (Archis-nr. 2170065100).

maar de

Aan de Schapenweide zijn een bureau- en booronderzoek en een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd.

Het booronderzoek (geanonimiseerd) N J ]2015, Archis-nr. 2466420100) heeft uitgewezen dat ter plaatse van de

hogere delen van het plangebied een oud woonoppervlak aanwezig is. Dit niveau is onderzocht middels een proefsleuvenonderzoek (van Engeldorp Gastelaars, Archis-nr. 4022373100). Tijdens het onderzoek zijn een muurfundering uit de 16°-17° eeuw en wat erfresten uit de 18° eeuw aangetroffen. Verder onderzoek werd niet nodig geacht vanwege de lage sporendichtheid. Ook ten noorden van de bebouwde kom zijn enkele onderzoeken uitgevoerd. Een grootschalig booronderzoek aan de Herenweg 36-50 heeft uitgewezen dat de Zuidplas stroomrug in de ondergrond (geanonimiseerd) aanwezig is vanaf een niveau van circa -9 m NAP ( J 12024, Archis-nr. 5469253100). De afzettingen bestaan uit beddingzand met een oeverwal. De verwachting voor bewoning op de oeverwal is laag, maar kan niet worden uitgesloten voor het Laat Mesolithicum tot en met het Vroeg Neolithicum.

— e„r@4

k

E

Figuur 8. Moerkapel(le) op de kaart uit 1615. Het plangebied is rood omlijnd.

13

IDDS Archeologie rapport 3022

Versie 1.3 (definitief)

24.

Historische situatie

Het plangebied bekende

ligt aan de oostelijke rand van het historische centrum van Moerkapelle.

kaart van

het gebied

dateert uit 1615

en is opgesteld

De oudste

voor het Hoogheemraadschap

van

Riijnland (Figuur 8). Deze kaart laat zien dat Moerkapelle bestaat uit een lang bebouwingslint. Ter hoogte van het plangebied ligt geen bebouwing.

1811-32

De oudste nauwkeurige kaarten dateren uit 1811-32 toen het kadastraal minuutplan werd opgesteld. In

die tijd was het plangebied onbebouwd (Figuur 9). Het perceel is uitsluitend in gebruik voor agrarische

doeleinden. De huidige bebouwing dateert uit de jaren 1960 en is in de loop van de 20° eeuw uitgebreid

tot de huidige omvang.

14

(

2.4.1.

IDDS Archeologie rapport 3022 Versie 1.3 (definitief)

Tweede

Wereldoorlog

In het plangebied zijn geen elementen uit de Tweede Wereldoorlog aanwezig volgens de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (ikme.nl) en de Militaire landschapskaart (rce.webgispublisher.nl). 25.

_ Huidig landgebruik

Ten tijde van het veldonderzoek was

parkeerplaatsen (Figuur 1). 26.

het plangebied

in gebruik als schoolgebouw

met speelplaats en

_ Mogelijke verstoringen

In het plangebied zijn geen ondergrondse verstoringen zoals van graafwerkzaamheden, saneringen, ondergrondse bebouwing of tanks, etc. bekend. De bestaande funderingsbalken reiken tot 0,95 m onder peil/maaiveld, de heipalen tot circa 13 m -mv.

27.

Gespecificeerd verwachtingsmodel

Het plangebied ligt op de rand van de stroomrug van Zuidplas, waarop resten uit het Mesolithicum en Neolithicum mogen worden verwacht. Deze resten liggen echter dieper dan de verstoringsdiepte, met uitzondering van de heipalen, namelijk op ten minste -8 m NAP (circa 4,5 m -mv). Resten op de stroomrug kunnen bestaan uit houtskool, (vuur)stenen afslagen en artefacten en handgevormd aardewerk, mogelijk in een humeuze cultuurlaag.

Voor de opvolgende perioden geldt een lage verwachting vanwege de ligging in een getijdengebied en vanaf de Bronstijd in een veengebied. Voor het veen geldt een lage verwachting, tenzij er sprake is van een veraard niveau wat wijst op een begaanbaar oppervlak. In dat geval kan de verwachting worden bijgesteld naar middelhoog tot hoog en worden onder andere resten van houtbouw verwacht, greppels voor afwatering en erfresten waaronder afvalkuilen. Het is mogelijk dat het veen (vrijwel) volledig is verdwenen in het plangebied, zoals bij enkele bodemonderzoeken in en om Moerkapelle is aangetoond In dat geval geldt een lage verwachting. Pas vanaf de ontginning van het gebied in de Middeleeuwen-Nieuwe tijd lijkt het gebied weer gebruikt te worden door de mens. Het plangebied ligt op de historische kaarten vanaf het begin van de 17° eeuw tot en met de eerste helft van de 20° eeuw in een gebied dat uitsluitend agrarisch gebruikt is. Daarmee is de verwachting voor resten van bebouwing laag. Om het verwachtingsmodel te toetsen en waar nodig aan te vullen en om te controleren n hoeverre de bodemopbouw in het plangebied nog intact is, is er een Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase, uitgevoerd.

15

(

3. 341.

IDDS Archeologie rapport 3022 Versie 1.3 (definitief)

Veldonderzoek _ Onderzoekshypothese en onderzoeksopzet

Het doel van het Inventariserend Veldonderzoek,

opgestelde

gespecificeerde

archeologische

verkennende fase, is om de n het bureauonderzoek

verwachting

te toetsen

en

waar

nodig

aan

te passen.

van het landschap,

voor zover

Tijdens het veldonderzoek wordt vastgesteld waar de oorspronkelijke bodemopbouw intact is gebleven en waar niet. Daarnaast wordt inzicht verkregen

deze van invloed zijn op de locatiekeuze kansrijke zones

worden

booronderzoek.

32.

geselecteerd

in de vormeenheden

in het verleden.

voor de volgende

Kansarme

fasen.

zones

worden

Het veldonderzoek

uitgesloten en

bestond

uit een

Werkwijze

In het plangebied

zijn 5 boringen gezet met een diepte van

minimaal

4,0 m beneden

het maaiveld

(bijlage 3 en 4). Boring 3 in het midden van het plangebied is doorgezet tot 5,6 m -mv en boring 5 in het

zuidoosten is doorgezet tot 6,0 m -mv. Deze boringen zijn verdeeld over het plangebied. Er is gebruik

gemaakt van een Edelmanboor met een diameter van 12 cm, een zuigerboor met een diameter van 4 (geanonimiseerd) cm en een guts met een diameter van 3 cm. Het veldonderzoek is uitgevoerd door N )dreesiminonaeE g(geanonimiseerd) ( 7 | (Senior KNA Prospector en Senior KNA Archeoloog).

De boringen zijn beschreven volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB;

SIKB 2008) met behulp van een veldcomputer en het programma Terralndex van |.T. Works. De locaties

van de boringen (x- en y-waarden) zijn ingemeten vanuitde topografie. De hoogtes van de boringen (2-

waarden) zijn bepaald aan de hand van het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN; www.ahn.nl).

De opgeboorde monsters zijn door middel van verbrokkelen in het veld onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals aardewerk, baksteen, vuursteen, huttenleem en bot. 3.3.

3.3.1.

_ Resultaten

Lithologie en geologie

De bodemopbouw in het plangebied is in te delen in drie verschillende genetische onderste pakket is alleen in de diepere boringen aangetroffen.

pakketten.

Het

In het midden van het plangebied (boring 3) is onderin de boring 30 cm veen aangetroffen, tussen 5,25

en 5,6 m -m

(-8,85 en -9,2 m NAP).

Dit is het oorspronkelijke Hollandveen.

De overgang

naar het

bovenliggende kleipakket is erosief en onderin het kleipakket zijn veel complete juveniele en volwassen schelpen aanwezig.

De diepste deel van het kleipakket is alleen aangetroffen in boringen 3 en 5; de overige boringen reikten niet diep genoeg.

In boring 3 is de laag 65 cm dik, tussen 4,6 en 5,25 m -mv (-8,2 tot -8,85 m NAP). In

boring 5 ligt de top van de laag dieper, op 5,4 m -mv (-9,1 m NAP). De onderkant is niet aangetroffen binnen de boordiepte van 6,0 m -mv (-9,7 m NAP).

De klei is sterk siltig, grijs van kleur en heeft een

slappe consistentie. Over deze onderste kleilaag is een dik pakket aanwezig van sterk tot uiterst siltig zand met kleilagen dat naar boven

toe over gaat in uiterst siltige klei met zandlagen.

Deze gelaagde

afzettingen zijn getijdenafzettingen, die naar boven toe fijner, dus kleiiger, zijn. In de afzettingen zijn fragmenten van schelpen aanwezig, met af en toe een schelpenconcentratie, op variabele dieptes. De top van dit pakket getijdenafzettingen is omgewerkt met humeus materiaal en vormde de bouwvoor n de Late Middeleeuwen

- Nieuwe

tiijd. De bouwvoor bestaat vooral uit matig siltige, zwak tot matig

humeuze klei die soms inclusies van baksteen of ander bouwpuin bevat.

16

(

IDDS Archeologie rapport 3022 Versie 1.3 (definitief)

Over de bouwvoor is een zandpakket opgebracht dat vermoedelijk pas met het bouwrijp maken van het

terrein in de 20° eeuw is aangebracht. De dikte van het pakket is 30 cm in het midden en zuiden en circa 60 cm in het noorden van het plangebied. 3.3.2.

Bodemopbouw

De bodem bestaat uit een bouwvoor van omgewerkte getijdenafzettingen met daarover een opgebracht

pakket. De bodem poldervaaggrond.

is daarom

met name antropogeen

en is er geen sprake meer van de verwachte

Tegelijkertijd met het archeologisch onderzoek is ook een milieukundig onderzoek uitgevoerd. In dat kader zijn inpandige boringen geplaatst. Daaruit blijkt dat de verstoringen ter plaatse van de bebouwing

tot minimaal 0,8 m -mv en gemiddeld 1,1

m -mv reiken en waarbij de volledige bouwvoor en de top van

de ongeroerde getijdenafzettingen is verdwenen.

In het westen is de verstoring plaatselijk nog dieper.

Tussen het voormalige schoolgebouw en de westelijk gelegen Nassaustraat is een verstoring tot 1,7 m -mv aangetroffen. 3.3.3. Archeologische indicatoren Tijdens het veldwerk zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. 3.4.

_ Interpretatie

Het plangebied ligt in een veengebied dat in het Mesolithicum werd doorsneden door een grote getijdengeul die via Rijswijk en Zoetermeer tot voorbij Moerkapelle reikte (Figuur 5). Het plangebied ligt aan de rand van het geulensysteem. Daarbij werd de top van het veen geërodeerd, in het plangebied

ten minste gedeetelijk. Eventuele archeologische resten zullen daarbij verdwenen zijn.

De getijdengeul bleef actief tot het sluiten van de kust in het Laat Neolithicum. Door de getijdenwerking is een dik pakket zand- en kleilaagjes afgezet. De omstandigheden in dit milieu waren niet geschikt voor menselijke bewoning en uitsluitend voor water-gerelateerde activiteiten. Over deze afzettingen in de restgeul kon weer veenvorming plaats vinden. In het plangebied is het veen echter volledig verdwenen door het afgraven van het veen in de Middeleeuwen — Nieuwe tijd. Mogelijk is het laatste restant omgewerkt met de top van de getijenafzettingen voor een humeuze bouwvoor waarbij een vruchtbare bodem

voor

landbouw

ontstaat.

De bouwvoor vormde het loopoppervlak in de Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd. Gezien het gebied in de Nieuwe tiijd uitsluitend in gebruik is geweest voor agrarische doeleinden en geen historische bebouwing bekend is, geldt een lage verwachting voor deze laag. De top van de bouwvoor is afgegraven ter plaatse van de bestrating en ter plaatse van de bebouwing is de complete bouwvoor en een deel van de onderliggende natuurlijke afzettingen verdwenen.

17

IDDS Archeologie rapport 3022

Versie 1.3 (definitief)

Ù3 M

\AE

g

N

8

D

8

8

00

00

s00-

600

o

oo

e50.

o9

a50:

700

00

700-

7o0:

700

0

50

750

760

0

e} 2 5 9 £ £ S £ 20° eeuw

Bouwvoor

LME-NT

Getijdenafzettingen

a00-

00:

0

900

Y7

Hollandveen 3

NN

Getijdenafzettingen

oudste fase

Figuur 10. Schematische doorsnede van het plangebied van noordwest naar zuidoost.

18

(

4.

IDDS Archeologie rapport 3022 Versie 1.3 (definitief)

Conclusie en aanbevelingen

In opdracht van de gemeente

Zuidplas zijn in augustus 2024 een archeologisch

bureauonderzoek en

een inventariserend veldonderzoek (VO), verkennende fase, uitgevoerd in verband met de geplande (her)ontwikkeling van het plangebied

aan de Raadhuisstraat 38 in Moerkapelle,

gemeente

Zuidplas.

Ten behoeve van het onderzoek is een aantal vragen gesteld die als volgt beantwoord kunnen worden: °

Watis de fysiek-landschappelijke ligging van de locatie?

Het plangebied ligt ter plaatse van een grootschalig getijdengebied. Het veen dat erover is gevormd, is volledig afgegraven. °

Hoe is de bodemopbouw in het plangebied en in welke mate is deze nog als intact te beschouwen?

De bodem bestaat uit getijdenafzettingen waar in de top een bouwvoor is gevormd. e _ Bevinden zich archeologisch relevante afzettingen in het plangebied? En zo ja, op welke diepte ten

opzichte van het maaiveld en het NAP?

In het plangebied zijn geen niveaus aanwezig waar nog archeologische resten worden verwacht.

e

Wat is de specifieke archeologische veldonderzoek bevestigd?

verwachting

van

het plangebied

en

wordt

deze

bij het

Het plangebied ligt op de rand van de stroomrug van Zuidplas, waarop resten uit het Mesolithicum en

Neolithicum mogen worden verwacht. Deze resten liggen echter dieper dan de verstoringsdiepte, met uitzondering

van

de heipalen,

namelijk

op ten

minste

-8 m NAP

stroomrug kunnen bestaan uit houtskool, (vuur)stenen aardewerk, mogelijk in een humeuze cultuurlaag.

afslagen

(circa 4,5 m

en

-mv).

artefacten

en

Resten

op de

handgevormd

Voor de opvolgende perioden geldt een lage verwachting vanwege de ligging in een getijdengebied en vanaf de Bronstijd in een veengebied. Voor het veen geldt een lage verwachting, tenzij er sprake is van

een veraard niveau wat wijst op een begaanbaar oppervlak. In dat geval kan de verwachting worden

bijgesteld naar middelhoog tot hoog en worden onder andere resten van houtbouw verwacht, greppels

voor afwatering en erfresten waaronder afvalkuilen. Het is mogelijk dat het veen (vrijwel) volledig is verdwenen in het plangebied, zoals bij enkele bodemonderzoeken in en om Moerkapelle is aangetoond. In dat geval geldt een lage verwachting.

Pas vanaf de ontginning van het gebied in de Middeleeuwen-Nieuwe tijd lijkt het gebied weer gebruikt

te worden door de mens.

Het plangebied ligt op de historische kaarten vanaf het begin van de 17° eeuw

tot en met de eerste helft van de 20° eeuw in een gebied dat uitsluitend agrarisch gebruikt is. Voor dit niveau geldt een lage verwachting. Tijdens het veldwerk is gebleken dat binnen de maximale onderzoeksdiepte van 6 m -mv (-9,7 m NAP)

geen stroomrug aanwezig is. Indien de afzettingen dieper aanwezig zijn, bevinden ze zich op een niet te onderzoeken diepte, waarmee de archeologische waarde ook niet kan worden vastgesteld. De ondergrond bestond oorspronkelijk uit veen, dat echter sterk geërodeerd is door de getijdengeul van Rijswijk-Zoetermeer in het Mesolithicum en Neolithicum.

Daarover is een dik pakket getijdenafzettingen

gevormd in het Neolithicum, tot de kust zich sloot. Vanwege de natte omstandigheden in de getijdengeul

geldt een zeer lage verwachting voor archeologische resten. De getijdenafzettingen waren bedekt met

een veenpakket dat echter in de Late Middeleeuwen — Nieuwe tjd volledig is afgegraven, waardoor ook eventuele archeologische resten zijn verdwenen.

getijdenafzettingen met humeus materiaal plaatse van de bestaande bebouwing.

De bouwvoor die door omwerking van de top van de

(mogelijk een restant veen) is ontstaan,

is verstoord ter

19

IDDS Archeologie rapport 3022

Versie 1.3 (definitief)

°

Hoewel

niet

het

doel

van

een

verkennend

booronderzoek,

kunnen

er

toch

archeologische

indicatoren worden aangetroffen. Indien deze worden aangetroffen, dan gelden tevens de volgende

vragen: wat is de verticale en horizontale ligging van de aangetroffen indicatoren, wat is de datering

en wat is de invloed van deze vondsten op de archeologische verwachting van het plangebied? Tijdens het veldwerk zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.

e _ In hoeverte worden eventueel aanwezige archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen bodemverstorende

werkzaamheden?

De geplande werkzaamheden voor de nieuwbouw zullen geen archeologische niveaus verstoren. 41.

_ Aanbevelingen

Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat het plangebied is gelegen op afzettingen met een lage verwachting voor alle perioden. IDDS Archeologie adviseert om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen civieltechnische werkzaamheden. Bovenstaand

advies dient gecontroleerd

en beoordeeld te worden

door de bevoegde overheid, in dit

geval de Gemeente Zuidplas. Deze zal vervolgens een besluit nemen inzake de te volgen procedure. IDDS Archeologie wil meegeven dat voordat dit besluit genomen is, er niet begonnen kan worden met bodemverstorende activiteiten of activiteiten die voorbereiden op bodemverstoringen. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten

en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het onverwacht aantreffen dan

wel

het

ongezien

vernietigen

van

archeologische

waarden

bij

bouwwerkzaamheden

in

het

plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet gegarandeerd worden.

Wij wijzen u er graag op dat indien archeologische waarden worden aangetroffen, deze conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet zo spoedig mogelijk bij de minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gemeld dienen te worden. Dit kan door het invullen van het vondstmeldingsformulierop de website van de Riijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (www.cultureelerfgoed.nl) of door contact op te nemen met de InfoDesk (info@cultureelerfgoed.nl).

20

IDDS Archeologie rapport 3022

Versie 1.3 (definitief)

Literatuur (geanonimiseerd) N 7 1966: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, Wageningen. (geanonimiseerd) ME 71 2022: Moerkapelle, Kerkstraat 7 Gemeente Zuidplas Archeologisch bureauonderzoek (BO),

Transect-rapport 3894, Nieuwegein.

(geanonimiseerd) J]2006:

Locatie Van Dorp/Koster en locatie Pieter Posthof, gemeente Moerkapelle,

Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek met veldtoets, RAAP-notitie 1745.

TR010: (geanonimiseerd) mventarisatie,

beleidsadvies en verwachtmgskaart.

BAAC

Gemeente

Zuidplas,

Archeologische

Rapport V-10.0038, Den Bosch

Centraal College van Deskundigen, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1, Gouda.

(geanonimiseerd) E asemap for Delta Evolution and Palaeogeography, Útrecht.712012; Rine-euse Deta Studies’ Dgial

(geanonimiseerd) 2015: Plangebied Schapenweide VooronderZoek-een bureauonderzoek notitie 5066, Weesp.

Deltares, 2005: (hoofdkaart).

in Moerkapelle, gemeente Zuidplas; archeologisch en inventariserend veldonderzoek verkennende fase), RAAP-

Geoarcheologische kaart van de gemeente

(geanonimiseerd) N 71 2016:

Inventariserend

Veldonderzoek in de vorm

Leidschendam/Voorburg en Wassenaar

Moerkapelle,

Projectlocatie

van proefsleuven in de gemeente

4263, Amersfoort.

Schapenweide

Een

Zuidp/as, ADC-rapport

(geanonimiseerd) H2021: Moerdijkstraatbegeleiding, 11 e Moerkapelle, Zuidplas, Een archeologische Opgraving, Plangebied variant archeologische RAAP-rapport gemeente 5385, Weesp. (geanonimiseerd) n *e 005;(western E iver valey o estuary: the evoldtion of the Khine mouth n the early to middle Holöcéhe Netherlands, (geanonimiseerd)

RhineMeuse delta), Netherlands Journal of Geosciences, nr. 88-1

(geanonimiseerd) J]2024: Plan van aanpak. Raadhuisstraat Zuidplas, Noordwijk (Intern rapport, IDDS Archeologie). (geanonimiseerd) 2017: ME

Moerkapelle,

Oranjestraat

26-40

Gemeente

38 in Moerkapelle,

Zuidplas

(Z-H)

system

van

Een

gemeente

archeologisch

bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek, verkennende fase (IVO-O), Transect-rapport

1142, Nieuwegein.

(geanonimiseerd) G.G.L., JI

1959:

Aard

en

opzet

Landbouwkundig tijdschrift 71, p. 744-783.

van

het

Nederlandse

bodemclassificatie,

M(geanonimiseerd)7]G.G.L., 1965: De bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. enkele aspecten van de legendaindeling en de nomenclatuur van de kaarteenheden.

TNO-NITG, 2010: Geologische overzichtskaart van Nederland, Utrecht. (geanonimiseerd) N 7 | 1996: Geology and sedimentology of Late Atlantic sandy, wave-dominated deposits near The

Hague

(South-Holland,

sequence, Haarlem.

the Netherlands):

a reconstruction

of an early prograding

coastal

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) D 7 N 7 1 B 7 | 7]2018: Atlas van Nederland in het Holoceen.

Landschap en bewoning vanaf de laatste

ijstijd tot nu, Amsterdam.

(geanonimiseerd) E J INieuwe Geologische Kaart van Den Haag en Rijswijk, Den Haag/Rijswijk.

2

a

IDDS Archeologie rapport 3022 Versie 1.3 (definitief)

(geanonimiseerd) / N (geanonimiseerd) 7 ] 2017: Bureawonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase Rottedijk 4 in Moerkapelle, gemeente Zuidp/as, Noordwijk, IDDS Archeologie rapport 1994, Noordwijk. (geanonimiseerd) e 71 2024:

bureauonderzoek

Herenweg

en inventariserend

36 tot en

met

50,

Moerkapelle

veldonderzoek in de vorm

(gemeente

Zuidplas),

een

van een verkennend booronderzoek,

ADC-rapport 6239, Amersfoort.

Websites

archis.cultureelerfgoed.nl beeldbank.cultureelerfgoed.nl ikme.nl landschapinnederland.nl/militaire-landschapskaart https://www.odmh.nl/thema/bodem-archeologie/atlas-midden-holland/ www.ahn.nl

www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl

www.pdok.nl wwwrijnland.net/over-rijnland/erfgoed/archieven-en-collecties

www.topotijdreis.nl

22

IDDS Archeologie rapport 3022

Versie 1.3 (definitief)

Afbeeldingen Figuur 1. Het plangebied op een recente luchtfoto (PDOK)

Figuur 2. Het plangebied op de geomorfologische kaart. Figuur 3. Het plangebied op de hoogtekaart AHN. .

Figuur 4. Het plangebied op de stroomruggenkaart van (geanonimiseerd) j J Ï(geanonimiseerd) J et al 2012) Figuur 5: Ligging van

het plangebied

plangebied ligt in de rode cirkel..

ten opzichte van de getijdengeul van

Rijswijk-Zoetermeer.

.9

Het

10

Figuur 6. Het plangebied (rood omlijnd) rond 5500 voor Chr. en 1500 na Chr. Blauw is water, groen een

getijdengebied, bruin is veen en de geeltinten zijn zand

11

Figuur 8. Moerkapel(le) op de kaart uit 1815. Het plangebied is rood omlijnd

13

Figuur 7. Het plangebied op de bodemkaart. …

Figuur 9. Het plangebied in 1811-32 en net voor de bebouwing in 1960.

Figuur 10. Schematische doorsnede van het plangebied van noordwest naar zuidoost.

12

14 18

23

e

IDDS Archeologie rapport 3022

Versie 1.3 (definitief)

Lijst van afkortingen en begrippen Afkortingen

AHN

Actueel Hoogtebestand Nederland

AMZ

Archeologische Monumentenzorg

AMK Archis

ASB

AWN

BP

GHG

GLG

GPS

indet

Archeologische Monumenten

Kaart

Archeologisch Informatie Systeem

Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland

Before Present (Present = 1950)

Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand

Gemiddeld Laagste Grondwaterstand Global Positioning System ondetermineerbaar

KNA

Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie

NAP

Normaal

mv

maaïiveld (het landoppervlak) Amsterdams

Peil

PvA PVE

Plan van Aanpak Programma van Eisen

SIKB

stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer

RCE

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Verklarende woordenlijst

14C-datering

(ook wel C14-datering) Bepaling van gehalte aan radioactieve koolstof 4C van

organisch materiaal (hout, houtskool, veen, schelpen e.d.) waaruit de 14Couderdom kan worden afgeleid. Deze ouderdom wordt opgegeven in jaren vóór 1950 na Chr.

Allergd tijd antropogeen

Archis-melding artefact bioturbatie Belling tijd Boreaal

buitendijks castellum conservering couperen

crematie crevasse

dagzomen

(jaren BP) met daaraan

toegevoegd de aan de meting verbonden

mogelijke afwijking (standaarddeviatie) Korte,

relatief warme

11.000 jaar geleden

periode

uit de laatste ijstijd (Weichselien),

ca.

11.800-

Ten gevolge van menselijk handelen (door mensen veroorzaakt/gemaakt)

Elke melding bij het centraal informatiesysteem (Archis) Alle door de mens vervaardigde of gebruikte voorwerpen Verstoring van de oorspronkelijke bodemstructuur en/of transport van materiaal door plantengroei en dierenactiviteiten Korte, relatief warme 12.000 jaar geleden

periode uit de laatste ijstijd (Weichselien). ca. 13.500-

Tijdvak, onderafdeling van het Holoceen, gekarakteriseerd door een gematigd en continentaal klimaat en een bebost landschap gedomineerd door loofbomen

(datering ca. 6800-5500 voor Chr.)

Gronden die aan de rivierzijde van een dijk liggen. In het buitendijkse gebied liggen de uiterwaarden Romeins legerkamp Mate waarin grondsporen, anorganische en organische archeologische resten bewaard zijn

Het maken van één of meer verticale doorsneden door een spoor of laag om de aard, diepte, stellen

vullingen,

vorm

en

relaties met andere

fenomenen

vast te

Begraving met gecremeerd menselijk bot Doorbraakgeul door een oeverwal

Aan de oppervlakte komen, zichtbaar worden van gesteenten (met inbegrip van

zand, klei, etc.)

24

e dekzand

IDDS Archeologie rapport 3022

Versie 1.3 (definitief)

Fijnzandige

afzettingen

die onder

periglaciale omstandigheden

voornamelijk

door windwerking ontstaan zijn; de dekzanden van het Weichselien vormen in Dryas Edelmanboor Eemien

eerdgrond eolisch estuarien estuarium

fluviatiel

fluvioglaciaal gaafheid Hollandveen

Holoceen horizont humeus

grote delen van Nederland een ‘dek' (Formatie van Boxtel)

Laatste gedeelte van de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 20.000-10.000 jaar geleden

Een handboor voor bodemonderzoek

Interglaciaal tussen de voorlaatste en laatste ijstijd (Saalien en Weichselien),

ca. 130.000-120.000 jaar geleden Grond

met een

humushoudende

ontstaan door invloed van de mens

minerale bovengrond

van

meer dan 50 cm,

Door de wind gevormd, afgezet

Afgezet in een estuarium Inham aan de kust waarin met name het getijde grote invloed uitoefent op het landschap, bijvoorbeeld de Westerschelde Door rivieren gevormd, afgezet Door smeltwater (afkomstig van gletsjers) afgezet Mate van (fysieke) verstoring van de bodem, zowel in verticale zin (diepte) als in horizontale zin (omvang) Holocene formatie, ontstaan vanaf 3500 voor Chr.

Jongste geologisch tijdvak dat nog steeds voortduurt (vanaf de laatste ijstid: ca. 8800 jaar voor Chr.) Kenmerkende laag binnen de bodemvorming Organische stoffen bevattend; bestaande uit resten van planten en dieren in de bodem

ijzeroer in situ inhumatie

interstadiaal kom

IJzeroxidenhydraat, een ijzererts dat vooral in vlakke landstreken, in dalen en moerassige gebieden op geringe diepte voorkomt Achtergebleven op exact de plaats waar de laatste gebruiker het heeft gedeponeerd, weggegooid of verloren Begraving met niet gecremeerd menselijk bot Een warmere periode tijdens een ijstijd (glaciaal) Laag gebied waar na overstroming van een rivier vaak water blift staan en klei kan

kreek

bezinken

Waterweg waarbij het water vanuit zee of rivier onder invloed van het getijde inen uitstroomt

kronkelwaard

Deel van een stroomgebied omgeven — en grotendeels opgebouwd — door een meander

kwel

Door hydrostatische druk aan het oppervlakte treden van grondwater

kwelder

zie schor

laag

Een vervolgbare grondeenheid die op archeologische of geologische gronden

leem

Grondsoort die wordt gekenmerkt door een samenstelling van meer dan 50%

als eenheid

wordt onderscheiden

silt, minder dan 50% Limes

lithologie lÖss lutum meander

meanderen oeverwal

zand en minder dan 25%

klei

de noordgrens van het Romeinse rijk Wetenschap die zich bezighoudt met de beschrijving en het ontstaan van de sedimentaire gesteenten Door de wind gevormde afzetting van zeer fijnkorrelig materiaal waarvan het overgrote deel van de korrels (60-85%) kleiner is dan 0,063 mm Kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm Min of meer regelmatige lusvormige rivierbocht (van rivieren of beken) Zich bochtig door het landschap slingeren Langgerekte rug langs een rivier of kreek, ontstaan doordat bij het buiten de oevers treden van de stroom het grovere materiaal het eerst bezinkt

25

e OSL-datering

IDDS Archeologie rapport 3022

Versie 1.3 (definitief)

Dateringsmethode waarmee op grond van energieverval

wanneer een fragment direct zonlicht

oxidatie

kan worden

bepaald

kwarts (zand) voor het laatst heeft blootgestaan aan

Reactie met zuurstof (roesten/corrosie bij metalen; ‘verbranding’ bij veen)

plaggendek

Verhoogd bouwland, ontstaan door ophoging ten gevolge van bemesting.

plangebied

Gebied waarbinnen

Pleistoceen

Voor

de bemesting werden plaggen of met zand vermengde potstalmest opgebracht bedreigen

Geologisch

de realisering van de planvorming

tijdperk dat ca. 2,3 miljoen jaar geleden

het bodemarchief kan

begon.

Gedurende

deze

periode waren er sterke klimaatswisselingen van gematigd warm tot zeer koud (de vier bekende ijstijden). Na de laatste ijstijd begon het Holoceen

podzol

pollenanalyse prehistorie rivierduin Saalien schor silt

slak slik

spieker

strandvlakte strandwal

stratigrafie stroomgordel stroomrug stuwwal

terras (rivier-) vaaggronden vicus

(ca. 8800

voor Chr.) Goed ontwikkelde bodem in gebieden met veel neerslag De bestudering van fossiele stuifmeelkorrels en sporen waardoor een beeld van de vegetatiegeschiedenis gevormd kan worden. Uit de vegetatiegeschiedenis kan het klimaat worden gereconstrueerd Dat deel van de geschiedenis waarvan geen geschreven bronnen bewaard zijn gebleven Door verstuiving uit een riviervlakte hierlangs ontstaan duin (in Nederland meestal Weichselien of Vroeg Holoceen van ouderdom) Voorlaatste ijstijd, waarin het landijs tot in Nederland doordrong en de stuwwallen werden gevormd, ca. 200.000-130.000 jaar geleden Zandgrond in een getijdenwater; staat alleen onder water bij zeer hoog tij, begroeid Zeer fijn sediment met grootte 0,002-0,063 mm Steenachtig afval van metaal- of aardewerkproductie Zandgrond in een getijdenwater; staat onder water bij vloed en valt droog bij eb, kwelder onbegroeid; wad Op palen geplaatst opslaghuisje Groot vlak zandig gebied tussen twee strandwallen Langs de kust gevormde langgerekte zandrug die uitsteekt boven het gemiddelde hoogwaterniveau; geeft in Nederland de oude ligging van de kustijn weer Opeenvolging van lagen in de bodem Het geheel van rivieroeverwal- rivierbedding- en kronkelwaard-afzettingen, al dan niet met restgeul(en) Oude riviergeul die zodanig is opgehoogd met zandige afzettingen dat de rivier een nieuwe loop heeft gekregen; blijft door inklinking van de

komgebieden als een rug in het landschap liggen Door de druk van het landijs in het Saalien opgedrukte rug van scheefgestelde preglaciale sedimenten Door een rivier verlaten

en daarna

versneden

dalbodem

Minerale gronden zonder duidelijke podzol-B-horizont, zonder briklaag en zonder minerale eerdlaag Een burgerlijke nederzetting uit de Romeinse tijd met een stedelijk karakter maar zonder stadsrechten

vindplaats

Weichselien zavel

Ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt Geologische periode (laatste ijstijd, waarin het landijs Nederland niet bereikte), ca. 120.000-10.000 jaar geleden Grondsoort die tussen 8 en 25% Iutum (kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm) bevat

zeldzaamheid

Mate waarin een bepaald type monument schaars is (of is geworden) voor een periode of in een gebied

2

Bijlage 1: Topografische kaart 00

oo

T

T

7

T

cIJ

rm

mm

T

T

T

r

T

T

T

8

Jé

#

8

zoetermeer

SL#

T.

JÈ8

S

JÈ

s

1

EL

J8

5E

-8

2

8

&

3

=N

8

S

Ó)

&

o

Em

3

n

e

ET

oo

e

|

n

n

n

EI

07

ET

rm

/8

n

f

i

a

e

aa

kaart TopoPius. ® SPOTinto

|3

f

rm

Legenda

D Plangeties

&

o

o

126

VGmendiseress

EOEA

oo

Feeineen

e

e

n

mogeljk

Project:

A5576 Beatrixlaan 3, Moerkapelle

Auteur AKO Formaat: A4

_ OM:

Schaal:_1:40.000 Datum:

_08-08-2024

5628904100

|g

©

Bijlage 2: ARCHIS informatie 30000

kaart

E

75 0

0750

Legenda

_ Verwachting en beleid - Zuidplas waarde 3 Verwachting en beleid - Zuidplas waarde 2

[L] onderzoeksmeidingen ©

vondstiocaties

©

vondstmeldingen

s Grwendiisewer37 2201 G

|

Neerdik

ASStbontkkelen

2200AC

To71-4028586

Project:

mogeljk A5576 Beatrixlaan 3, Moerkapelie

Auteur:

AKO

_ OM:

Formaat: A4

Schaal: Datum:

1:5.000 _08-08-2024

5628904100

Noordwik

toeisden

Bijlage 3: Boorlocatiekaart EE

Em

T

T

5

3E

DoS

z

)

Ù 7

4

n p c

n

n

i

_

8

p

e

_

10 ES H

3

17 W}

3

M

E

Em

Legenda

D plangebied ©

boring

ETE

o

Poats 126

2201 C2Noorónik

itoeidden

S Gmendkksewen3?

IDDS £

|2700 AC Noordwik TO

4028586

Project:

A5576 Beatrixlaan 3, Moerkapelie

Auteur:

AKO

Formaat:

A4

_ OM:

Schaal:

1:600

Datum:

04-10-2024

5628904100

Pagina 1/2 Bijlage 4: Boorbeschrijvingen

Boring:

Boring:

1

2

1482024

1402024

1482024

9054782

061232

9957000

110488

46104873

48102407

385

298

36

g

e

Zand matig . g, bge. Opseerat,

matig

Zend matg H.

a ubTece

s boge Opoers.

K

malg

anees,

K

i

a

K atg stg, zvak tumeus, gbrin

Gorkeri

stig

l

zeak

donder

f

brangr,kale

X

wiozt

SE

epxiels schalen, a

g,

1e

Zand matig .

(uweee

Douenser

bonoor

maig

aness,

10

siig.

matig

K watg o matg humeus,Brin, K

ES'

ZE

3

E

Gubece

Veen

zande

g,

a

dk

Zand matig , maig Sit, matg huneus Gooker b

o……… n \eibneee Kb-

atg

K

s

anese,

K. wert s spkkel zenapen,

matig

sitg, velge Opseeradt,

siig

a

dorkeroe,

g,

a

K ient 88 maig schephoudend, 9i

a

Zana wret in, i. zest scrlphoudend,

Zeoa e

I.

p

eon

s vats Schlpposdend,

iest gij

250 m

wtest r

scnelpeniaag egen, aa

aa Ip, sits, rsie scriphouderd,

Welager,

w

wiet g

oesntekken

t

25

E

«

a

, maig s lesges sehapen, schpjes,

Projectcode: A5577-01 Projectnaa Moerkapelle, Raadhuisstraat 38 (Rehobothschool)

i

soen

a

Voan

bran

g,

Ioo

mai

amort

Pagina 2/2 Bijlage 4: Boorbeschrijvingen

Boring:

4

x

9985127

oos1e1r

Datam:

1482024

Y

Hoogte(MNAP:

Boring:

5 1402024

460837

45100726

_

-387

372

o9

g

om

Zand matig .

a

matig

_ tegel Zend

mat p

m

sitg, velge Opseeradt,

ubece

s boge Opoers.

(uweee

Zand mati

#

l

s

ST

humeus,

humeus,

donker

orrun:

Kaij

Gubreee

D

20

n

Opgebraeh,

Zand matig ,

matg

s

2o

gaehouders

heness

Gez a

ziig,

anese,

zuak

goser a

g boowoor

K a

ient

Zand otrst

i.

a

serk

i.

T

atg

zeat

a

K atg g, a tumeus, gbrun Wenig govekt i. a

K

s86,

9E

n

oierst

scrihoudend, gr. e schepen n G Iop e

iert g,

z

schaprosend. 9. de top v seheen, a

In

Z viert I wtet S. maeg Sehelrosend, g Kllagee t ziitsar w voeanr k

Z

a

sg,

g,

K

k

iA.

Ui

dg,

9

Vel

a

Projectcode: A5577-01 Projectnaam: Moerkapelle, Raadhuisstraat 38 (Rehobothschool)

Legenda (conform NEN 5104) ind Grind, sitig

Grind, zwak zandig

EA

4

Klei, zwak siltig

ZI

Klei, matig sitig

Grind, matig zandig

V/////Á

Klei, terk siltig

Grind, sterk zandig

V////Á

Klei, uitorst siltig

Grind, uiterst zandig

booosd]

Klei, zwak zandig

Klei, matig zandig

zand

Zand, kleiig

e

|

D

Klei, sterk zandig

Zand, zwak siltig

EN

Zand, matig sitig

!

Leom, zwak zandig

EE |

Zand, sterk siltig

w

Leem, sterk zandig

EESN

Zand, uiterst iltig

z

Veen, mineraalarm

Veon, zwak kleiig

geengeur

©

zwakke geur

$

matige geur

©

sterkegeur

@

uiterstegeur

zeng

5 geen olie-water reactie zwakke

ste

uiterste

olie-water

reactie

ter

„water reactie

olie-water

reactie

p.i.d.-waarde

eos

>0 ” >10 >100 >1000 n

H geersmene

overige toevoegingen

L

O

1

zwak

humeus

LI

matig humeus

LB

sterk

Veen, sterk kleiig

L

E

Veen, zwak zandig

LB

Ë

Veen, sterk zandig

Ì

humeus

zwak grindig

| nm onwer overig >

4

bijzonder bestanddeel

_ Gemiddeld hoogste grondwaterstand

%

grondwaterstand

#

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

matig grindig water

terk grindig

Legenda afkortingen Archeologische Boorbeschrijving (conform ASB 2008) Percentages en Mediaan

Bodemhorizont

| 63105 um Zeer fijn 105-150 um Matigfijn | 150:210 um Matiggrof | 210-300 um Zeergrof | 300-420 um Uiterstgrof | 420-2000 um

BHA

Klasse Uiterstfijn

Zandmediaan

Nieuwvormingen (1=spoor, 2=weinig, 3=veel) Afkorting | Nieuwvormingen FEC

IJzerconcreties

FFC

Fosfaatconcreties

FOV

Fosfaatvlekken

MNC

Mangaanconcreties

VIV

Vivianiet

ROV

Roestvlekken

VKZ ZAV

Verkiezeling Zandverkittingen

Bodemkundige interpretaties 'Code | Bodemkundige

Code

| Bodemhorizont

|

A-horizont

| Omschrijving Minerale

bovengrond Overgangshorizont Overgangshorizont Overgangshorizont Inspoelingshorizont Overgangshorizont Uitgangsmateriaal Uitspoelingshorizont Overgangshorizont Strooisellaag Vast gesteente

BHAB | AB-horizont BHAC | AC-horizont BHAE | AE-horizont BHB _ | B-horizont BHBC | BH-horizont BHC | C-horizont BHE _ | E-horizont BHEB | EB-horizont BHO | O-horizont BHR_ | Rchorizont

Sedimentaire karakteristiek, laaggrens Afkorting | Afmeting Klasse overgangszone

BDI

230-<10,00m

| Bodem

BOV

| Bouwvoor

ESG GLE

| Esgrond | Gleyhorizont

BGE

20,3-<3,00m

BSE

<0,3cm

scherp Kalkgehalte

'Code | Kalkgehalte |

Kalkloos

HIN | Humusinspoeling INH _ [ Inspoelingshorizont

CA2

|

Kalkarm

CA3

| kalkrijk

KBR_|

Archeologische indicatoren (1=spoor, 2=weinig, 3=veel) Code | Omschrijving AWE _ | Aardewerkfragmenten

|

Katteklei

Klei, brokkelig

LOO

| Loodzand

MOE

| Moedermateriaal

OMG | Omgewerkte grond OPG | Opgebrachte grond OXR | Oxidatie-reductiegrens POD

RYP_

TKL TRP_ UIT VEN

VNG VRG

| Podzol

| Gerijpt

| | | |

Top kalkloos Terpaarde Uitspoelingshorizont Vegetatieniveau

| Gelaagd vegetatieniveau | Vergraven

Basis geleidelijk Basis

CA1

KAT

Basis diffuus

interpretaties

BOD

|

BST

|

GLS

Baksteen [Glas

HKB

|

HKS

| Houtskoolspikkels

OXBO

| Onverbrand

'OXBV

| Verbrand

MXX_

Houtskoolbrokken | Metaal

SGK __ | Gebroken SLA SVU SXX_

bot

bot kwarts

_ | Slakken/sintels | Vuursteen | Natuursteen

VKL

_ [ Verbrande

VSR_

| Visresten

klei

Bijlage 5: Periodentabel

:

1000

1500 J

2000 +

3000 4

4000 +

150270

70150

5000 À

12 voor Chr-

7013

Chr.

2870

Ch:

2570 12 voorChr-

6000 J 7000 J

9000

4

10000

J

1500

Ì

20000

+

KWART

250-12

voor

h

300-289

voor Chr

300-500

voor

4100400 voor

h

Chr

480-4400

voor

1809-1100

voor C

Chr.

1809-1500 voor C 2000-4800

voor

C

7100-4450

voor

Ch

800.7400

voor Chr.

2000 1

4000 -

50000 J

75000 J

10000 J

1250001 150000

1

200000

+

38:000-8800 voor Chr.

18 000-2800 voor C 3800018000 voor r

20000 À

300.000.35000 voor Ch. < 300009 voor Chr.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14767271/1