Bijlage 8 Nota Bodembeheer A23.000369
Tekst van het document
Als bagger dus op een perceel verspreidt wordt op basis van de msPAF-toets dan is het irrelevant of dezelfde bagger wel aan de toepassingsnormen voldoet. Dit is een landelijke systematiek. De verwachting is dat bagger veelal op de landbodem verspreidt wordt en minder toegepast. Dit komt doordat de meeste bagger in buitengebieden vrijkomt. Voor deze buitengebieden geldt als toepassingsnorm (LMW): landbouw/natuur. De msPAF-toets is in het algemeen minder streng voor individuele verontreinigingen dan deze kwaliteitsklasse. Hierdoor zullen initiatiefnemers veelal de wijze verspreiden als toets gebruiken. Het is namelijk wenselijk veel bagger in het buitengebied op de bodem te brengen, dit is goedkoper en duurzamer door een kleinere verplaatsingsafstand en hier is meer fysieke ruimte. Daarnaast geeft dit op circulaire wijze invulling aan de behoefte om op percelen in het buitengebied bodemdaling tegen te gaan én de bodemgesteldheid te verbeteren. Voor een helder overzicht over de veranderingen rond bagger na ingang van de Omgevingswet adviseren wij u de ‘Factsheet verspreidingsbeleid’ door te nemen [10]. De daadwerkelijke gevolgen in relatie tot deze nota zijn ook kort toegelicht in Tabel 8, Hoofdstuk 5.
11 Meer-soorten Potentieel Aangetaste Fractie
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
28 van 54
4.4.1 Beleid voor het verspreiden van bagger Vanuit het generieke kader is bagger(specie) verspreidbaar op de landbodem (of in baggerdepots) van aangrenzende percelen als deze: - Als verspreidbaar uit de msPAF-toets komt of vastgestelde waterbodemkwaliteitskaart - dusdanig onverdacht is dat geen onderzoek noodzakelijk is. In de toelichting op het Bbk is het begrip “aangrenzende perceel” slechts summier toegelicht en er is geen maximale afstand genoemd. In lijn met de wens tot decentralisatie is het Bbk bewust minder sturend en kaderstellend. Nadere invulling ligt bij gemeenten en waterschappen, die kunnen vaststellen hoe de baggeractiviteiten het beste passen binnen het beheer van het gebied [13]. De regio Midden-Holland vult het begrip aangrenzend perceel in als: maximaal 10 kilometer hemelsbreed tot de watergang waaruit de bagger(specie) vrijkomt. Voor bagger die niet vrijkomt binnen de regio maar wel binnen het bodembeheergebied geldt dezelfde 10 kilometergrens bij verspreiding in de regio. Het gebruik van bagger in weilanddepots en geotubes valt ook binnen het begrip verspreiden, hierdoor geldt de afstandsgrens van 10 kilometer ook voor deze objecten. Voor deze afstandsgrens gelden meerdere achterliggende redenen: - De 10 kilometergrens komt overeen met het nieuwe generieke kader voor het verspreiden van bagger na ingang van de Omgevingswet.
Hierdoor lopen we vooruit op een aankomende wetswijziging. Dit creëert voor de komende periode een duidelijk eenduidig kader waarbinnen baggerwerkzaamheden kunnen plaatsvinden. - Veelal zal bagger in hetzelfde gebiedstype blijven. Hierdoor zal sprake zijn van gebiedseigen grond met vergelijkbare chemische kwaliteit als de ontvangende bodem, mits geen lokale puntbronnen aanwezig zijn. Daarnaast zijn water en bodem één integraal systeem, er is daardoor sprake van stand-still op gebiedsniveau. - Voor de milieuhygiënische kwaliteit maakt de afstand tot de oorsprongslocatie niet uit. De daadwerkelijke kwaliteit bepaalt of bagger op de landbodem verspreidbaar is of niet. Desondanks heeft het zoveel mogelijk lokaal verspreiden van bagger wel voordelen zoals verminderde CO2 uitstoot. - In het verleden gold in Midden-Holland al een verruimende afstandsgrens voor het verspreiden van bagger [18,19]. Specifiek mocht men bagger verspreiden binnen de gehele BKK-zone. In de buitengebieden was dit vaker een afstandsbereik van meer dan 10 kilometer. Uit gesprekken met twee waterschappen (Rijnland en Schieland en Krimpenerwaard) blijkt dat 10 kilometer een goed werkbare afstand is.
4.4.2 Beleid voor het toepassen van bagger De gebiedsspecifieke toepassingsnormen (LMW’s) voor grondverzet tussen BKK-zones gelden ook voor bagger(specie). In wezen geldt bij toepassen geen verschil tussen grond en bagger. Dit betekent dat initiatiefnemers voor het toepassen van bagger moeten voldoen aan de bodemfunctie van de toepassingslocatie.
Let op! Het toepassen en verspreiden van bagger zijn wettelijk twee van elkaar verschillende manieren. De toetsingscriteria voor baggerspecie verspreiden (msPAF-toets) en toepassen (LMW’s) verschillen.
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
29 van 54
5
Situatie na ingang Omgevingswet
Deze nota bodembeheer is geschreven en vastgesteld voor de ingang van de Omgevingswet (Ow). Met de komst van deze wet verandert de rol van deze nota én veranderen de landelijke regels voor het toepassen van grond en baggerspecie. In deze nota en de beschreven regels is hiermee al sterk rekening gehouden. Dit hoofdstuk gaat nader in op de rol van deze nota en haar regels bij ingang van deze nieuwe wet, voor algemene informatie over de Ow verwijzen wij naar het IPLO12. Het geldende instrument van gemeenten om initiatiefnemers aan regels te binden wordt het omgevingsplan. Dit document vervangt regels uit diverse nota’s, beleidsregels en bestemmingsplannen en bundelt deze in één integraal gemeentebreed omgevingsplan. Dit betekent ook dat regels die in een nota bodembeheer staan feitelijk niet meer bindend zijn voor een initiatiefnemer omdat ze in de nota staan, maar dat ze enkel bindend kunnen zijn indien ze in een omgevingsplan staan. Na ingang van de Ow geldt een overgangsperiode tot uiterlijk 2029 voor gemeenten om een volledig gevuld en dekkend omgevingsplan op te stellen. In de tussentijd voorkomt het rijk dat er tijdens deze overgangsperiode juridische gaten vallen met de bruidsschat en het overgangsrecht. Voor een nota bodembeheer geldt dat deze (gedeeltelijk) onder het overgangsrecht valt.
Hierdoor komt het gebiedsspecifieke beleid terecht in het tijdelijk deel omgevingsplan. Ook een bodemkwaliteitskaart en bodemfunctiekaart vallen onder overgangsrecht en komen daardoor in het tijdelijk deel omgevingsplan [14]. De regionale BKK en BFK van Midden-Holland blijven dus gelden en landen in het tijdelijk deel omgevingsplan. Ook voor deze regionale nota bodembeheer geldt dus dat de meeste onderdelen na ingang van de Omgevingswet blijven gelden en landen in het tijdelijk deel omgevingsplan. Tabel 8 op de volgende pagina geeft voor ieder hoofdstuk met daarin regionale regels aan óf deze regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan komen en wat dus de geldende situatie is in de praktijk na inwerkingtreding Ow.
12 www.iplo.nl
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
30 van 54
Tabel 8: overgangsrecht regionaal grondverzetbeleid en situatie na ingangsdatum Omgevingswet. Onderdeel en/of Hoofdstuk/paragraaf
Samenvatting van regel
Overgangsrecht
Situatie na ingangsdatum Omgevingswet
Regionale Bodemfunctiekaart
n.v.t.
ja
Zelfde als voor ingangsdatum
Regionale BKK
n.v.t.
ja
Zelfde als voor ingangsdatum
4.2 Bodembeheergebied
Afstand van 35 kilometer tot regio
ja
Zelfde als voor ingangsdatum
4.3.1 Toepassingseis voor grondverzet naar een BKKzone
De functie geldt als toepassingseis (LMW)
ja
Zelfde als voor ingangsdatum
4.3.2 Toepassingseis binnen een BKK-zone
Binnen een BKK-zone is grond bijna altijd herbruikbaar
ja
Zelfde als voor ingangsdatum
4.4.1 Lokale maximale waarde molybdeen buitengebied
In het buitengebied geldt een LMW van 3,0 mg/kg voor molybdeen
ja
Zelfde als voor ingangsdatum
4.4.2. Toegestaan percentage bodemvreemde bijmengingen
Strengere eisen voor het gewichtspercentage voor bodemvreemde bijmengingen
ja
Zelfde als voor ingangsdatum
4.4.3. Gebruik externe bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel
Bodemkwaliteitskaarten binnen het bodembeheergebied zijn bruikbaar als bewijsmiddel na goedkeuring van ODMH
ja
Zelfde als voor ingangsdatum
4.4.4 Wegen, spoorwegen en wegbermen
Diverse eisen en regels omtrent wegen, spoorwegen en wegbermen
ja
Zelfde als voor ingangsdatum
4.4.5 Gescheiden ontgraven bij werk in leiding- en kabeltracé ’s
Grond bij mag gemengd teruggebracht worden bij werk in leiding- en kabeltracé ’s en bij herinrichting van terreinen
nee
Gescheiden houden van boven- en ondergrond is verplicht, neem voor afstemming contact op met de ODMH.
4.4.6. Provinciale grondwaterbeschermingsge bieden
Aanvullende regels voor grondverzet in grondwaterbeschermingsgebieden
ja
Zelfde als voor ingangsdatum
4.4.7. Toepassingseis voor Glastuinbouw
Voor glastuinbouw geldt de toepassingseis (LMW) Wonen
ja
Zelfde als voor ingangsdatum
4.5.1 Beleid voor het verspreiden van bagger
Verspreiden mag binnen 10 kilometer van oorsprong
nee
Na ingangsdatum Ow wordt landelijk 10 kilometer de afstandsgrens voor bagger. Feitelijk blijven de geldende regels dus hetzelfde voor de afstand. Daarnaast verandert de methodiek voor de msPAFtoets, deze wordt strenger op individuele parameters en som organische verontreinigingen. Voor diverse waterbodemonderzoeken en al geplande baggerwerkzaamheden geldt dat tot 2 jaar na ingang van de Ow de huidige (pre-Omgevingswet) msPAF-toets bruikbaar blijft . Zie voor meer info de ‘factsheet verspreidingsbeleid’ [10].
4.5.2 Beleid voor het toepassen van Bagger
LMW’s voor het toepassen van bagger zijn hetzelfde als voor grond
ja
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
Zelfde als voor ingangsdatum
31 van 54
6
Bronvermelding 1. Actief Bodembeheer Toemaakdekken – Risico’s van bodemverontreiniging voor de kwaliteit van veevoer en de gehalten aan lood en cadmium in orgaanvlees in het veenweidegebied. (2007). Alterra 2. Gebiedseigen bodemkwaliteit PFAS. (2020). D.S. Rits, Omgevingsdienst Midden-Holland. 3. Beleidsregels en Bodemkwaliteitskaart PFAS. (2020). Omgevingsdienst Midden- Holland. 4. Bodemkwaliteitskaart Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas. (2022). WSP NEDERLAND B.V. 5. Bodemkwaliteitskaart regio Midden-Holland en Gemeente Zoetermeer. (2016). K. ReezigtStruijk, LievenseCSO. https://www.odmh.nl/publish/pages/261/4a_-4-rapportbodemkwaliteitskaart-bkk-incl-bijlagen_optimized.pdf 6. Brief. (2009). Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart. Kenmerk RWS/DVS-2009/2932, 7. De bodemkwaliteitskaart en het Besluit bodemkwaliteit. (2007). SenterNovem. 8. De invloed van toemaak op de kwaliteit van veevoer en inname door grote grazers –Invloed van bodemverontreiniging op de kwaliteit van veevoer en de gehalten aan lood in faeces en orgaanvlees van koeien en schapen in het veenweidegebied. (2009). Alterra. 9. Ecologische risico’s van bodemverontreinigingen in toemaakdek in de gemeente De Ronde Venen. (2000). Alterra, 10.
Factsheet verspreidingsbeleid: Verspreiden van baggerspecie op de landbodem onder de Omgevingswet. (2022). Themagroep Waterbodembeleid (Unie van Waterschappen). 11. Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. (2021). Ministerie van Infrastructuur en milieu. https://open.overheid.nl/repository/ronl-96a54784bc6d-4c1f-b99e-862a347554fd/1/pdf/2021335279-1-geactualiseerde-versie-handelingskaderpfas.pdf 12. Handreiking Besluit bodemkwaliteit. (Geen jaartal genoemd). Bodem+. https://www.bodemplus.nl/@132203/handreiking-bbk/ 13. Handvat verspreiden van baggerspecie. (2008.) SenterNovem. 14. Informatieblad transitie Nota bodembeheer naar het stelsel van de Omgevingswet. (2021). M. Cassee, W.J. Langenbach en M. Sibeijn. 15. Ken uw bodemkwaliteit. (2007). Grontmij. Kenmerk 3BODM0704 16. Monitoring van ecologische risico’s bij actief bodembeheer in de Krimpenerwaard. (2010). Alterra. 17. NOBO: Normstelling en bodemkwaliteitsbeoordeling. (2008). Ministerie van Volkshuisvesting, ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. https://www.bodemplus.nl/publish/pages/91751/rapportage_nobo_normstellling_en_bodemkw aliteitsbeoordeling_24_263999.pdf 18. Nota bodembeheer Midden-Holland en Zoetermeer 2016-2021. (2016). Bernd van den Berg, Omgevingsdienst Midden-Holland.
https://www.odmh.nl/publish/pages/326/notabodembeheer-midden-holland-en-zoetermeer-2016-v7_3-incl-kaarten.pdf 19. Nota bodembeheer Midden-Holland en Zoetermeer. (2011). Omgevingsdienst MiddenHolland. 20. Population dynamics of Black-tailed Godwits in the light of heavy metal pollution. (2010). Maja Roodbergen, Alterra Scientific contributions 36
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
32 van 54
Bijlage 1: Begrippenlijst In onderstaande Tabel 9 is de definitie opgenomen van inhoudelijke begrippen die veelvoudig in deze nota voorkomen. Tabel 9: Begrippenlijst. AW2000, AW of achtergrondwaarde Baggerspecie
Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Bodembeheergebied Bodemfunctieklassenkaart (BFK) Bodemkwaliteitskaart (BKK)
Bodemkwaliteitsklasse
Gebiedsspecifiek beleid
Generiek beleid Gezoneerd gebied Grond
Kwaliteitsbewijsmiddel Lokaal Maximale Waarde (LMW) Ms-PAF methode
NEN 5725 Overgangsrecht
Landelijk vastgestelde aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 mm en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 mm. Algemene Maatregel van Bestuur die op 1 juli 2008 in werking is getreden, met regels over de kwaliteit van bodem Gebied waarbinnen het gebiedsspecifieke beleid geldt Kaart met daarop een indeling van de gemeente of beheergebied in de volgende bodemfuncties: Landbouw/natuur, Wonen en Industrie Onder het begrip bodemkwaliteitskaart wordt zowel een set van kaarten als de karakteristiek van de gebiedseigen bodemkwaliteit door middel van kengetallen verstaan. De kaart bestaat als het ware uit verschillende ‘lagen’, waarbij elk van de lagen gericht is op de ruimtelijke rangschikking van een verschillend type informatie waarvoor verondersteld wordt dat deze bepalend is voor de gebiedseigen bodemkwaliteit. Generieke klasse die de kwaliteit van grond aangeeft op basis van voorkomende verontreinigingen.
Er is sprake van drie kwaliteitsklassen die toepasbaar zijn op de landbodem: i) achtergrondwaarden of landbouw/natuur, ii) wonen en iii) industrie. Lokale regels inzake het toepassen van grond en bouwstoffen waarbij lokale maximale waarden aan stoffen gelden in bodemkwaliteitszones. Gebiedsspecifiek beleid is door de gemeenteraad vastgesteld en geldt wanneer de grond of baggerspecie binnen het bodembeheergebied vrijkomt. Landelijk geldende regels voor het toepassen van grond en bouwstoffen. Gebied waarvoor een bodemkwaliteitszone is vastgesteld. Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 mm en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 mm, niet zijnde baggerspecie Bewijsmiddel conform het Besluit bodemkwaliteit van grond, baggerspecie of een bouwstof. Lokaal vastgestelde waarden voor de bodemkwaliteit waaraan de toe te passen grond en baggerspecie moet voldoen. Meer stoffen-Potentieel Aangetaste Fractie van lagere organismen, zijnde een aanduiding voor ecologische risico’s als gevolg van bodemverontreiniging van waterbodems Norm die de werkwijze beschrijft voor het opstellen van een historisch vooronderzoek.
Een artikel uit het Besluit bodemkwaliteit dat het mogelijk maakt voor een gemeente om maximaal 5 jaar na inwerking treding van het Besluit bodemkwaliteit nog gebruik te maken. Van de ‘bestaande’
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
33 van 54
P50, P80 en P95 (50-, 80- en 95percentielwaarde) PFAS
Regulier toepassen van grond en baggerspecie Risicotoolbox (RTB)
Toemaakdek(-grond)
Weilanddepots
bodemkwaliteitskaart en bijbehorend bodembeheersplan. Concentratieniveau van een bepaalde stof; resp. 50%, 80 % en 95% van de beschikbare waarnemingen (analyseresultaten beschikbaar voor die stof binnen een bodemkwaliteitszone) ligt beneden dit concentratieniveau. PFAS is een verzamelnaam en staat voor per- en polyfluoroalkylstoffen. Deze groep chemische stoffen is door mensen gemaakt en komt van nature niet voor in het milieu. Het aanbrengen, verspreiden of tijdelijk opslaan van grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 35 Besluit bodemkwaliteit. Een website van het RIVM waarop van concentraties van stoffen in bodem kan worden getoetst of deze bij bepaalde typen bodemgebruik risico’s met zich meebrengen. Het toemaakdek is een laag tot 50 cm dik, bestaande uit stadsafval, stalmest en baggerslib, die in de afgelopen eeuwen is opgebracht op de gronden van het veenweidegebied in het westen van Nederland om de bodem te verbeteren. In het Groene Hart ligt ongeveer 6000 hectare toemaakdek. Het dek is veelal licht verontreinigd met zware metalen, maar plaatselijk ernstig verontreinigd. De tijdelijke opslag van baggerspecie over de aan de watergang grenzende percelen.
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
34 van 54
Bijlage 2: Overzicht veranderingen ten opzichte van Nota bodembeheer 2016 In deze bijlage staat kort een overzicht van de meest belangrijke veranderingen van deze nota ten opzichte van de Nota bodembeheer 2016. Dit bevat niet de inhoudelijke overwegingen, deze staan beschreven in de hoofdtekst. De meest belangrijke beleidsveranderingen ten opzichte van 2016 zijn: -
-
-
-
Nieuwe BKK en BFK kaarten: o Meerdere grootschalige (toekomstige) gebiedsveranderingen zijn meegenomen in de nieuwe kaarten o Nieuwe onderliggende statistische dataset o Met name voor PFAS veranderingen in voorkomende diffuse kwaliteit in de regio Zoetermeer is geen onderdeel meer van deze nota PFAS is geïntegreerd met het beleid voor klassieke stoffen, dit betekent hoofdzakelijk: o Dat functie leidend is voor grond van binnen het bodembeheergebied o We blijven wel PFAS los toetsen van de klassieke stoffen o De geadviseerde normen zijn overgenomen als de regionale normen in MiddenHolland voor PFAS Het bodembeheergebied is veranderd van drie provincies (Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht) naar een hemelsbrede afstand van 35 kilometer naar de regio. Voor het verspreiden van bagger is de toegestane afstand van gehele BKK-zone naar 10 kilometer tot de watergang veranderd. De lokale LMW’s voor bagger in enkele landbouwzones zijn niet meer opgenomen. Voor het toepassen van bagger gelden nu dezelfde LMW’s als voor grond, ofwel de functie van ontvangende locatie. Er zijn kleine veranderingen voor de toepassingseisen in provinciale grondwaterbeschermingsgebieden
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
35 van 54
Bijlage 3: Gebruik BKK als bewijsmiddel met vooronderzoek (NEN 5725) Een BKK is geldig als milieuhygiënische verklaring indien deze is aangeleverd met een vooronderzoek dat is uitgevoerd volgens de NEN5725. Omdat een BKK een bewijsmiddel is voor onverdachte locaties hoeft dit vooronderzoek geen veldbezoek te bevatten. Mocht volgens het de richtlijn voor NEN5725 toch blijken dat een veldbezoek noodzakelijk is dan is de BKK niet als bewijsmiddel voor de desbetreffende locatie te gebruiken. Het betreft dan namelijk een verdachte locatie. Ten tijde van het schrijven van deze nota ligt er een nieuw 2022 ontwerp van de NEN5725. Op basis van dit ontwerp dient men op de volgende onderzoeksvragen antwoord te hebben om een volledig vooronderzoek uit te voeren: -
-
Is de bodemkwaliteitskaart nog geldig? Motiveer het antwoord. Valt het ontgravingsprofiel en/of het toepassingsgebied volledig binnen de afbakening van de bodemkwaliteitskaart (horizontaal en verticaal vlak)? Motiveer het antwoord. Welke bodemkwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Is de bodem asbestverdacht? Is het op basis van (bedrijfsmatige) activiteiten, ontgraving of ongewoon voorval aannemelijk dat de bodemkwaliteit ter plaatse is veranderd sinds het vaststellen of actualiseren van de bodemkwaliteitskaart? Motiveer het antwoord. Zijn er puntbronnen aanwezig of is ernstige bodemverontreiniging te verwachten binnen het ontgravingsprofiel? Motiveer het antwoord. Kan de bodemkwaliteitskaart als basis dienen voor een milieuverklaring bodemkwaliteit voor de vrijkomende grond binnen het beheergebied of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord.
De bodemkwaliteitskaart mag niet als basis dienen voor een milieuverklaring bodemkwaliteit voor de vrijkomende grond of ontvangende bodem als: o het ontgravingsprofiel en/of het toepassingsgebied niet geheel binnen het beheergebied van een vastgestelde bodemkwaliteitskaart valt; o er sprake is van een puntbron en/of geval van ernstige bodemverontreiniging, of mogelijk verdachte (deel)locaties; o er een reden is te verwachten dat de bodemkwaliteit veranderd kan zijn sinds het vaststellen van de bodemkwaliteitskaart.
Voor verdere informatie over NEN5725 verwijzen wij u door naar de NEN.
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
36 van 54
Bijlage 4: Bodemfunctiekaart Midden-Holland
Figuur 7: Bodemfunctiekaart Midden-Holland [4].
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
37 van 54
Bijlage 5: Zone kaarten Midden-Holland
Figuur 8: Bodemkwaliteitszones bovengrond klassieke stoffen Midden-Holland [4].
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
38 van 54
Figuur 9: Bodemkwaliteitszones ondergrond klassieke stoffen Midden-Holland [4].
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
39 van 54
Figuur 10: Bodemkwaliteitszones bovengrond PFAS Midden-Holland [4].
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
40 van 54
Figuur 11: Bodemkwaliteitszones ondergrond PFAS Midden-Holland [4].
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
41 van 54
Bijlage 6: Ontgravingskaarten Midden-Holland
Figuur 12: Ontgravingskaart bovengrond Midden-Holland [4]
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
42 van 54
Figuur 13: Ontgravingskaart ondergrond Midden-Holland [4].
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
43 van 54
Bijlage 7: Gebiedsspecifieke toepassingskaarten Midden-Holland De gebiedsspecifieke toepassingskaarten van Midden-Holland zijn hetzelfde als de bodemfunctiekaart (Figuur 5).
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
44 van 54
Bijlage 8: Kaart bodembeheergebied en uitleg werking daarvan Figuur 14 op de volgende pagina geeft het bodembeheergebied weer. Dit is de regio en een hemelsbrede afstand tot 35 kilometer van de regio. Binnen dit gebied geldt het gebiedsspecifieke beleid. Als men dus grond (of baggerspecie) vanuit Leiden (binnen het bodembeheergebied) wilt toepassen dan kunnen zij gebruik maken van de LMW’s. Komt de grond uit Groningen (buiten het bodembeheergebied) dan dienen zij zich te houden aan het generieke toepassingskader. Hierbij geldt dat de aangegeven oorsprongslocatie, zijnde de locatie waar de grond ontgraven zal worden of waar deze opgeslagen ligt, bepalend is of zich binnen het bodembeheergebied bevindt. Als deze locatie buiten maar nabij de 35 kilometergrens van de regio ligt dan blijft gelden dat deze buiten het bodembeheergebied ligt. Het is inherent aan het stellen van grenzen dat er altijd locaties zijn die net niet hier binnen vallen. Als de aangegeven oorsprongslocatie slechts gedeeltelijk binnen het bodembeheergebied valt dan kan in overleg met de ODMH deze gelden als volledig binnen het bodembeheergebied voor deze melding. Met de hulp van de bodematlas van Midden-Holland kan u zeer exact bepalen of de oorsprongslocatie binnen het bodembeheergebied ligt.
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
45 van 54
Figuur 14: Bodembeheergebied Midden-Holland.
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
46 van 54
Bijlage 9: Grondwaterbeschermingsgebieden
Figuur 15: Provinciale grondwaterbeschermingsgebieden.
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
47 van 54
Bijlage 10: LMW’s per zone Tabel 10: LMW’s per zone.
Klassieke stoffen zones B1 Binnenstad Gouda B2 Binnenstad Schoonhoven B3 Kern Bodegraven B4 Historische en oude bebouwing < 1940 Alphen a/d Rijn B5 Historische bebouwing Krimpenerwaard B6 Historische bebouwing zeekleipolders B7 Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop B8 Uitbreidingen 19401990 (noord+oost) B9 Uitbreidingen 1940-1970 (zuid+west) B10 Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (hele regio)
B11 Lintbebouwing veenweidegebied B12 Lintbebouwing Oude Rijn B13 Lintbebouwing op toemaakdek B14 Lintbebouwing Krimpenerwaard B15 Dijkbebouwing Krimpenerwaard
PFASzones
Bodemfunctieklasse
LMW bovengrond (0,0-0,5 m-mv)
LMW ondergrond (0,5-2,0 m-mv)
Zone 2
Wonen
Wonen
Wonen
Zone 1
Wonen
Wonen
Wonen
Zone 3
Wonen
Wonen Wonen
Wonen Wonen
Zone 3
Wonen Wonen
Wonen
Wonen Wonen
Wonen Wonen
Wonen Wonen
Wonen Wonen
Wonen
Wonen
Wonen
Wonen
Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen
Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen
Landbouw/ natuur Industrie Wonen Wonen Wonen Industrie Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Industrie Wonen
Landbouw/ natuur Industrie Wonen Wonen Wonen Industrie Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Industrie Wonen
Wonen Industrie Industrie Industrie
Wonen
Wonen Industrie Industrie Industrie Wonen
Industrie Industrie
Industrie Industrie
Zone 1 Wonen Zone 2 Zone 2 Wonen Zone 3 Zone 2 Zone 3
Wonen
Zone 2 Wonen Zone 3 Zone 1 Zone 2 Zone 3 Zone 1 Zone 2
Wonen
Wonen
Zone 3 Zone 3 Zone 1 Zone 2 Zone 3 Zone 3 Zone 2 Zone 3 Zone 1 Zone 2 Zone 1 Zone 2
Landbouw/ natuur Industrie Wonen Industrie Wonen Wonen Wonen Wonen Industrie
B16 Lintbebouwing zeekleipolders
B17 Oude industrie
Zone 2 Wonen Zone 3 Zone 1 Zone 2 Zone 3 Zone 2
B18 Lichte industrie en bedrijven
Zone 1 Zone 2
Industrie
Wonen Industrie
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
48 van 54
B19 Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen
B20 Buitengebied zeekleipolders incl. rand
Zone 3 Zone 2 Zone 3 Zone 1 Zone 2 Zone 3 Zone 2 Zone 3 Zone 2 Zone 3 Zone 2 Zone 3 Zone 2 Zone 3
Wonen Industrie Wonen Industrie Wonen Landbouw/ natuur Wonen
B21 Buitengebied toemaakdek
Zone 2
Industrie Wonen Wonen Industrie Industrie Industrie Wonen Wonen Industrie Industrie Wonen Wonen Landbouw/ natuur Landbouw/ natuur Wonen Landbouw/ natuur
Landbouw/ natuur Wonen Landbouw/ natuur
Landbouw/ natuur Wonen Landbouw/ natuur
Industrie Industrie Wonen Wonen Wonen Landbouw/ natuur Landbouw/ natuur Landbouw/ natuur
Industrie Industrie Wonen Wonen Wonen Landbouw/ natuur Landbouw/ natuur Landbouw/ natuur
Landbouw/ natuur Zone 3
B22 Buitengebied boomkwekerijen (inclusief OCB’s)
Industrie Wonen Wonen Industrie Industrie Industrie Wonen Wonen Industrie Industrie Wonen Wonen Landbouw/ natuur Landbouw/ natuur Wonen Landbouw/ natuur
Wonen Zone 3
Zone 1 Zone 3 Zone 1 Zone 2 B23 Buitengebied overig Zone 3 Zone 1 Zone 2 Zone 3
Landbouw/ natuur Industrie Wonen
Landbouw/ natuur
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
49 van 54
Bijlage 11: Risicobeoordeling Introductie Voor het vaststellen van Lokale Maximale Waarden is een onderbouwing nodig waarin beschreven staat waarom geen risico’s ontstaan of waarom deze geaccepteerd zijn. Deze bijlage voorziet hierin. Belangrijk hulpmiddel bij deze onderbouwing is de RisicoToolBox en beschikbare rapporten of onderzoeken. De RTB is een door het RIVM ontwikkeld model (www.risicotoolboxbodem.nl). Deze tool hanteert beleidsmatige grenswaarden voor humane en ecologische risico’s. Wanneer uitkomst van de RTB leidt tot een risico-index kleiner dan 1, dan is de bodem duurzaam geschikt voor gebruik door de mens en voor de beoogde functie. Een risico-index groter dan 1 kan acceptabel zijn, mits voldoende gemotiveerd op basis van kennis van lokale blootstellingsroutes. De RTB is een landelijk model met generieke normen; lokaal kan de situatie afwijken en aanleiding geven de resultaten anders te interpreteren. Op deze wijze kan gedifferentieerd worden tussen de bodemfuncties die in bodemfunctieklasse vallen. Ter illustratie, zowel ‘moestuinen’ als ‘wonen met tuin’ zijn bodemfuncties die beide vallen onder de bodemfunctie wonen. Doordat risico technisch ‘moestuinen’, vanwege risicovollere blootstellingsroutes, strenger zijn in toe te passen verontreinigingen is deze bodemfunctie bepalend gemaakt voor de bodemfunctieklasse wonen.
Door te differentiëren tussen deze specifieke bodemfuncties kunnen voor locaties met bodemfunctie ‘wonen met tuin’ minder strenge LMW’s worden gehanteerd die nog steeds niet leiden tot risico’s [15]. Risicobeoordeling toepassingseis naar een zone De LMW’s voor het toepassen van grond en baggerspecie naar zones gaat uit van de functie als toepassingseis. Dit betekent dat de toepassingseis nog steeds overeen komt met de generieke eisen voor de bodemfunctie(klasse) van de ontvangende locatie. Hierdoor kan er geen sprake zijn van toepassingen naar en tussen zones waar mogelijke risico’s ontstaan. Dit behoeft dan ook geen verdere onderbouwing en is niet doorberekend in de RTB. Risicobeoordeling toepassingseis binnen een zone Bij het hergebruik van grond binnen een zone toetsen wij niet op functie. Dit betekent dat in zones In met ontgravingskwaliteit wonen of industrie in theorie grond is toepasbaar is die een mindere kwaliteit heeft dan dat de functie eist. Bijvoorbeeld zone B1: Binnenstad Gouda heeft als functie wonen maar de ontgravingskwaliteit is klasse industrie. Om humane risico’s te voorkomen leidt dit tot beperkingen in vrij grondverzet binnen deze zone, deze industriegrond mag men niet toe passen in moestuinen.
Voor bebouwde zones (B1, B2, B4, B5, B6, B11, B12, B13, B15, B16, B17, O1, O2, O6, O15, O17) is met de RTB gekeken naar de potentiële humane risico’s voor de bodemfuncties: ‘Wonen met tuin’, ‘Moestuinen’, ‘plaatsen waar kinderen spelen’, ‘Groen met natuurwaarden’ en ‘ander groen, bebouwing en infrastructuur’. Hierbij zijn de gemiddelde gehalten van de zone voor gebruikt. Voor ecologische risico’s is de RTB niet gebruikt, deze risico’s worden als niet relevant geacht voor de desbetreffende zones. Daarnaast is sprake van zone eigen grond, daarmee blijft het huidige ecologische beschermingsniveau gehandhaafd. De uitkomsten hiervan zijn te zien in Tabel 11 (bovengrondzones) en Tabel 13 (ondergrondzones) op de volgende pagina’s. Waar sprake is van een humaan risico geldt voor die zone een beperking in de toepassingseis, dit is verwerkt in Hoofdstuk 4. Voor het toemaakdek is al veel onderzoek gedaan naar de risico’s van aanwezige verontreinigingen [8, 9, 20]. Hieruit blijkt dat er geen risico’s zijn te verwachten. Ook in de Krimpenerwaard is veel onderzoek gedaan naar risico’s in verband met de aanwezigheid van slootdempingen. Hieruit bleek dat de bodemkwaliteit van onverdachte percelen voldoende is voor de flora en fauna [16]. Deze onderzoeken achten we al als voldoende onderbouwing om grondverzet Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
50 van 54
binnen agrarische zones (B21, B22, B23) toe te staan. Daarnaast blijft het huidige beschermingsniveau blijft gehandhaafd. Molybdeen Aan de hand van de Risico Toolbox is bepaald of dit geoorloofd is. Voor de landbouw zijn geen normen (LAC-waarde; LAC=Landbouw Advies Commissie) beschikbaar. Voor de functie natuur zijn wel normen afgeleid, maar op basis van weinig beschikbare gegevens is de bepalingsgrens aangehouden [17]. Voor het verspreiden va baggerspecie op het aangrenzend perceel geldt voor molybdeen een norm van 5 mg/kg ds. De LMW van 3,0 mg/kg is dus geoorloofd.
Tabel 11: Humane risico’s per zone voor de bovengrond bij hergebruik zone-eigen grond op basis van RTB.
Stoffen die risico’s veroorzaken (>1)
Zone
Bodemfunctie
Humane risico's
B1
wonen met tuin
geen
plaatsen waar kinderen spelen
geen
moestuinen
ja
groen met natuurwaarden
geen
ander groen, bebouwing en infrastructuur
geen
wonen met tuin
ja
lood (1,54)
plaatsen waar kinderen spelen
ja
lood (1,13)
moestuinen
ja
lood (3,51)
groen met natuurwaarden
geen
ander groen, bebouwing en infrastructuur
geen
wonen met tuin
geen
plaatsen waar kinderen spelen
geen
moestuinen
ja
groen met natuurwaarden
geen
ander groen, bebouwing en infrastructuur
geen
wonen met tuin
geen
plaatsen waar kinderen spelen
geen
moestuinen
ja
groen met natuurwaarden
geen
ander groen, bebouwing en infrastructuur
geen
wonen met tuin
geen
plaatsen waar kinderen spelen
geen
moestuinen
ja
groen met natuurwaarden
geen
ander groen, bebouwing en infrastructuur
geen
wonen met tuin
geen
plaatsen waar kinderen spelen
geen
moestuinen
ja
groen met natuurwaarden
geen
ander groen, bebouwing en infrastructuur
geen
wonen met tuin
geen
B2
B4
B5
B6
B11
B12
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
lood (2,13), Kobalt (5,05)
lood (1,41)
lood (1,4)
lood (1,63)
lood (1,26)
51 van 54
B13
B15
B16
B17
plaatsen waar kinderen spelen
geen
moestuinen
ja
groen met natuurwaarden
geen
ander groen, bebouwing en infrastructuur
geen
wonen met tuin
geen
plaatsen waar kinderen spelen
geen
moestuinen
ja
groen met natuurwaarden
geen
ander groen, bebouwing en infrastructuur
geen
wonen met tuin
geen
plaatsen waar kinderen spelen
geen
moestuinen
ja
groen met natuurwaarden
geen
ander groen, bebouwing en infrastructuur
geen
wonen met tuin
geen
plaatsen waar kinderen spelen
geen
moestuinen
ja
groen met natuurwaarden
geen
ander groen, bebouwing en infrastructuur
geen
wonen met tuin
geen
plaatsen waar kinderen spelen
geen
moestuinen
ja
groen met natuurwaarden
geen
ander groen, bebouwing en infrastructuur
geen
lood (1,37)
lood (2,15)
lood (1,49)
lood (1,2)
lood (1,38)
Tabel 12: Humane risico’s per zone voor de ondergrond bij hergebruik zone-eigen grond op basis van RTB.
Zone
Bodemfunctie
Humane risico's
Stoffen die risico’s veroorzaken (>1)
O1
wonen met tuin
ja
lood (1,28)
plaatsen waar kinderen spelen
geen
moestuinen
ja
groen met natuurwaarden
geen
ander groen, bebouwing en infrastructuur
geen
wonen met tuin
ja
plaatsen waar kinderen spelen
geen
moestuinen
geen
groen met natuurwaarden
geen
ander groen, bebouwing en infrastructuur
geen
wonen met tuin
geen
plaatsen waar kinderen spelen
geen
moestuinen
ja
groen met natuurwaarden
geen
ander groen, bebouwing en infrastructuur
geen
wonen met tuin
geen
O2
O6
O15
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
lood (2,91)
lood (1,21) lood (2,75)
lood (1,47)
52 van 54
O17
plaatsen waar kinderen spelen
geen
moestuinen
geen
groen met natuurwaarden
geen
ander groen, bebouwing en infrastructuur
geen
wonen met tuin
geen
plaatsen waar kinderen spelen
geen
moestuinen
geen
ander groen, bebouwing en infrastructuur
geen
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
53 van 54
Bijlage 12: Begrenzing wegbermen Voor de begrenzing van de bermen wordt aangesloten bij Figuur 16. Deze is afkomstig uit een brief van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat [6]. Voor alle toepassingen is een maximum gesteld van 10 meter vanaf de rand van de verharding.
Figuur 16: Begrenzing wegbermen [6].
Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, Omgevingsdienst Midden-Holland
54 van 54